CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo aan de raad GRJR.pdf

gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze conceptbegroting 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond1.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan: de leden van de gemeenteraad Barendrecht Van: mevr. mr. G.E. Figge (griffier) Barendrecht 10 juni 2021 Onderwerp: planning en control stukken van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond Geachte dames en heren, Naar aanleiding van de vragen van de heer Van der Linden van de EVB fractie inzake het proces van aanleveren en behandelen van de planning en control stukken van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond bericht ik u het volgende. De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond is een regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De colleges van 15 gemeenten in het Rijnmondgebied hebben eind 2013 begin 2014 een regeling getroffen voor de uitvoering van Jeugdhulp in het genoemde gebied. De gemeenteraad van Barendrecht heeft conform artikel 1, lid 2 van de Wgr toestemming verleend tot het aangaan van de regeling. Met betrekking tot de financiën van een gemeenschappelijke regeling bepaalt de Wgr het volgende: Artikel 34 Begroting en jaarrekening 1. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.

Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 3. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Artikel 34 b Financiële en beleidsmatige kader en de voorlopige jaarrekening Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 35 (Ontwerp)Begroting + Zienswijze 1.

Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

1

3.

4.

5.

6.

De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.

In de gemeenschappelijke regeling zelf zijn met betrekking tot het onderwerp financiën de volgende bepalingen opgenomen. N.B. het vetgedrukte is een accentuering van mijn hand. HOOFDSTUK IX FINANCIELE BEPALINGEN Begroting van het lichaam Artikel 25 1. Het algemeen bestuur stelt één keer per vier jaar ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4, sub a, een meerjarenbegroting en -uitvoeringsplan vast, waarbij het eerste jaar samenvalt met het jaar dat volgt het op het jaar waarin de gemeenteverkiezingen worden gehouden. Voor dit besluit is ten minste een tweederde meerderheid van het aantal uit te brengen stemmen vereist. Bij deze begroting wordt dezelfde procedure gevolgd als bij de jaarlijkse in te dienen ontwerpbegrotingen. Uit de meerjarenbegroting blijkt welke systematiek ten grondslag ligt aan de jaarlijkse doorberekening van de kosten die verband houden met de inkoop van jeugdhulp per gemeente. 2. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de uitvoering van de bovenlokale taken en de ondersteuning vanuit de uitvoerende gemeente en welk deel daarvan vervolgens aan elke gemeente wordt doorberekend. 3.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, doch uiterlijk vóór 1 mei, toe aan de raden van de gemeenten. 4. Indien het dagelijks bestuur een groei in het benodigd budget voorziet ten gevolge van veranderd beleid, dan wordt dit door het dagelijks bestuur in een separaat voorstel toegelicht. 5. Het dagelijks bestuur legt dit separaat voorstel acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, voor aan de gemeenteraden. 6. Voor de groei in het budget als bedoeld in het vierde lid is een unaniem besluit nodig van het algemeen bestuur. 7. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan gedeputeerde staten. 9. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten.

2

Rekening van het lichaam Artikel 26 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op, waarbij per gemeente inzichtelijk wordt gemaakt welke jeugdhulp is geleverd en wat daarvan de kosten waren. 2. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 3. Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Gelet op het bovenstaande ziet de besluitvormingsproces van de diverse stukken er als volgt uit: 1.

Financiële en beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur van de regeling stelt de conceptkaders op. Het dagelijks bestuur zendt de conceptkaders vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden. De raden hebben 8 weken de gelegenheid om een zienswijze in te dienen bij het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt de kaders met in achtneming van de zienswijze vast.

2.

Begroting  Het dagelijks bestuur stelt de conceptbegroting op (artikel 35 Wgr).  Het dagelijks bestuur zendt de conceptbegroting vóór 1 mei (artikel 25 GR JR) naar de raden.  De raden hebben acht weken de gelegenheid om een zienswijze in te dienen (artikel 35 Wgr).  Het algemeen bestuur stel de begroting vast met in achtneming van de ingediende zienswijze (artikel 34 Wgr).  De begroting dient twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten te worden toegezonden (artikel 34 Wgr, jo. artikel 26 GR JR). Voor uw informatie de regeling stelt dat dit vóór 15 juli dient te geschieden, de wet daarentegen stelt dat dit vóór 1 augustus dient te geschieden.

3.

Begrotingswijzingen  Het dagelijks bestuur stelt voor begrotingswijziging een separaat voorstel op (artikel 25 GR JR).  De gemeenteraden krijgen 8 weken de tijd om een zienswijze hieromtrent in te dienen bij het dagelijks bestuur.  Het algemeen bestuur stelt de begrotingswijziging vast.  Na vaststelling wordt de begrotingswijziging naar gedeputeerde staten gestuurd. De GR JR kent een bijzondere begrotingswijziging (artikel 25, zesde lid), welke als volgt wordt toegelicht: “… een extra groei in het budget ten gevolge van veranderd beleid een unaniem besluit behoeft van het algemeen bestuur. Het gaat hierbij om groei als gevolg van endogene,

3

door de regeling zelf te beïnvloeden, oorzaken. Een groei als gevolg van exogeen bepaalde volumewijzigingen, zoals de stijging van het aantal jeugdigen, wordt buiten beschouwing gelaten. Ook hierbij geldt dat de gemeenteraden ten minste acht weken van tevoren het voorstel toegezonden dienen te krijgen.”1. 4.

Jaarrekening  

  

Het dagelijks bestuur stelt de voorlopige jaarrekening op (artikel 34b Wgr, jo. artikel 26 GR JR). Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. N.B. Er is dus een koppeling tussen de behandeling van de begroting van het komende jaar en van de jaarrekening van het voorafgaande jaar. De raden kunnen gedurende 8 weken een zienswijze indienen bij het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Let op dat de wetgever het over de voorlopige jaarrekening heeft, er wordt in de Wgr niet vereist dat er een accountantsverklaring bij de voorlopige jaarrekening zit.

5.

Nieuwe regelgeving in de maak In het voorstel van wet 35513 wordt een wijziging van de Wgr voorgesteld. De wijziging moet de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen versterken. De volgende wijzigingen zijn erin opgenomen: 1. Artikel 34, lid 2: “1 augustus vervangen door 15 september”. 2. Artikel 34b: “15 april wordt vervangen door 30 april”. 3. De termijn van 8 weken (artikel 35) wordt vervangen door 12 weken. 4. Ten slotte dient het algemeen bestuur schriftelijke en gemotiveerd ingaan op de ingediende zienswijzen en welke conclusies verbonden worden aan de zienswijzen. Het wetvoorstel ligt thans voor in de Eerste Kamer.

1

Toelichting gemeenschappelijke regeling

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10331779/1