MB64-2_EcoTierra_200410_Middenbaan 64 Barendrecht_Ecologie QS FF.pdf
Tekst van het document
Middenbaan 64 te Barendrecht - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -
Opdrachtgever
AKM projectontwikkeling B.V.
Datum veldbezoek
1 april 2020
Kenmerk rapport
Q2020.048- Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht
Datum rapport
6 april 2020
Versie
V1.0
Auteur
K.H. Eymael
Controle
ing. J.M. de Wever
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT
6 6 6 6 6
2 ONDERZOEKSOPZET
7
2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK
7 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES
7 8 11 12 12 13 17 17 17 20 20 21
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 3
SAMENVATTING In opdracht van AKM projectontwikkeling B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Middenbaan 64 te Barendrecht een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Barendrecht en betreft een voormalige Intertoys met daarboven woonruimte. De initiatiefnemer is voornemens de opstal te amoveren ten behoeve van de realisatie van nieuwe horeca, winkelruimte en 11 appartementen. In dit kader zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 1 april 2020 plaatsgevonden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Er worden in het Natuurbeheerplan 2020 geen Natuurbeheertypen aangegeven voor het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 1.500 meter van een Natura2000gebied.
Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt of groenstructuren gerooid. Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing in onderhavige situatie. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, concreet aanwezige jaarrond beschermde nesten van vogels of concreet aanwezige beschermde verblijfplaatsen/ exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Echter, de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kon tijdens het veldbezoek niet worden uitgesloten. Tevens is er één opening aanwezig waarin gierzwaluwen een nestlocatie kunnen hebben. De beoogde sloop van de opstal kan tot gevolg hebben dat verblijfplaatsen van vleermuizen en een nestlocatie van gierzwaluw mogelijk verloren gaan. Dit is niet toegestaan bij de wet natuurbescherming. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest broeden mogelijk in of nabij het plangebied.
Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen binnen en nabij het plangebied.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 4
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen niet uit te sluiten zijn. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden; → Tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen dient eveneens gelet te worden op de aanwezigheid van gierzwaluwen; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 5
1 INLEIDING In opdracht van AKM projectontwikkeling B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Middenbaan 64 te Barendrecht een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de opstal te amoveren ten behoeve van de realisatie van nieuwe horeca, winkelruimte en 11 appartementen. In dit kader zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN, weidevogelleefgebieden of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.
Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 6
2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site zuid-holland.nl zijn geraadpleegd in maart en april 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. Het door de opdrachtgever aangeleverde document ‘Principeverzoek Nieuwbouw van horeca-/ winkelruimte en 11 appartementen aan de Middenbaan 64 te Barendrecht’ AKM projectontwikkeling B.V. 16 maart 2019 is bestudeerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 1 april 2020 overdag bezocht. Ten tijde van dit veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 14°C. Het gehele plangebied was ten tijde van de veldbezoeken toegankelijk, met uitzondering van het dak. De directe omgeving van het plangebied is tijdens de veldbezoeken eveneens bekeken.
Tijdens het onderzoek zijn een winkeleigenaar en één van de bewoners geïnterviewd. Tijdens het onderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Barendrecht en betreft een voormalige Intertoys met daarboven woonruimte. De opstal beschikt over een spouw met open stootvoegen, grotendeels een plat dak en een klein pannendak met dakbeschot De directe omgeving van onderhavig plangebied bestaat uit een winkelstraat, woningen, stadsgroen en infrastructuur.
Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: google maps).
Foto’s: Indrukken plangebied. Voorzijde.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 8
Foto’s: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken plangebied. Achterzijde.
Foto: Indrukken plangebied.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 9
Foto: Indrukken plangebied.
Foto: Indrukken plangebied.
Foto’s: Indrukken directe omgeving.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 10
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de opstal te amoveren ten behoeve van de realisatie van Nieuwbouw van horeca-/ winkelruimte en 11 appartementen met bijbehorende parkeergelegenheid. In dit kader zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In het document ‘Principeverzoek Nieuwbouw van horeca-/ winkelruimte en 11 appartementen aan de Middenbaan 64 te Barendrecht’ AKM projectontwikkeling B.V., 16 maart 2019 wordt het plan uitgebreider beschreven.
Afbeelding 2: Gewenste toekomstige situatie (bron: ingenieursburo AKM).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 11
4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en geen Natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 1.500 meter van een Natura2000gebied. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor het plangebied) als gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, baardvleermuis, gierzwaluw en huismus voorkomen. De rapportage’ Vleermuis- en gierzwaluwonderzoek Centrum Barendrecht, Regelink, maart 2012 is bestudeerd. De rapportage betreft een nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluwen in de directe omgeving van onderhavig plangebied. Tijdens het onderzoek is bij middenbaan 55 (tegenoverliggend gebouw) een kraamkolonie van ongeveer 60 vrouwtjes aangetroffen. Tevens zijn er baltsende vleermuizen waargenomen nabij onderhavig plangebied. Verder wordt beschreven dat er 40 overvliegende gierzwaluwen zijn waargenomen boven het plangebied.
Een groot gedeelte van deze dieren vloog in onder dakgoten en dakpannen van de huizenblokken aan weerszijden van de Mr. Lohmanstraat. Tevens is de rapportage ‘Broedvogel- en vleermuisonderzoek centrum Barendrecht’, Regelink, november 2015 bestudeerd. De rapportage betreft een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen in de directe omgeving van onderhavig plangebied. In de rapportage is te lezen dat er weinig gefoerageerd werd door vleermuizen boven het winkelcentrum. Tevens is te lezen dat één exemplaar gewone dwergvleermuis een vaste verblijfplaats heeft in een nabijgelegen pand van Kruidvat (Middenbaan 76). Tevens wordt er door deze soort gebaltst nabij het plangebied. Er zijn geen verblijfplaatsen van laatvlieger vastgesteld. Verder is te lezen dat gierzwaluwen (net als tijdens het onderzoek van 2011) nog steeds veel broedlocaties hebben nabij het plangebied. Ook huismussen hebben nestlocaties nabij het plangebied, maar niet in onderhavig plangebied.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 12
Afbeelding 3: Waarnemingen Huismus onderzoek Regelink 2015. Rode pijl: plangebied.
Afbeelding 4: Waarnemingen Gierzwaluw onderzoek Regelink 2015. Rode pijl: plangebied.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 13
Afbeelding 5: Waarnemingen Gewone dwergvleermuis onderzoek Regelink 2015. Rode pijl: plangebied.
4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied betreft voornamelijk bebouwing en verharding. Er zijn geen beschermde muurplanten aanwezig. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied enkele vogels waargenomen waaronder kauw en houtduif. De te amoveren opstal is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Binnen het plangebied en bij de omgevingscheck zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen waargenomen. Het dak beschikt deels over een pannendak met dakbeschot. De pannen van het dak liggen strak op elkaar waardoor er op die plek geen openingen aanwezig zijn waarvan holtebroeders als huismus en gierzwaluw gebruik van kunnen maken. Bij de regenpijp aan de noordwestzijde is een opening aanwezig. De opening is mogelijk geschikt voor gierzwaluwen en huismussen als nestlocatie.
Foto’s: Dakpannen strak op elkaar en opening regenpijp.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 14
Bij de te amoveren opstal en de directe omgeving zijn geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Verder zijn er ook geen horsten van roofvogels aanwezig. Het ontbreekt tevens aan sporen van genoemde soorten/soortgroepen. Het plangebied betreft geen foerageergebied voor roofvogels en uilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest broeden mogelijk in of nabij het plangebied. In de omgeving van onderhavig plangebied, zoals de naastgelegen opstal met pannendak, zijn geschikte openingen in het dak aanwezig, waar huismussen nestlocaties kunnen hebben. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals krabsporen en latrines, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Deze soort is tot op heden nog een zeldzame verschijning in het westen. Algemeen voorkomende soorten huis- en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen Het pand is geschikt bevonden voor vleermuizen om er te verblijven en voort te planten. Verblijfplaatsen kunnen worden verwacht in het pannendak, in de spouw en eventueel andere holtes.
Deze ruimtes kunnen worden bereikt door openingen bij de dakpannen, open stootvoegen, opening bij de regenpijp (zie foto gierzwaluw) en loodslabben.
Foto’s: Openingen bij de opstal die toegang kunnen bieden naar mogelijke vaste verblijfplaatsen van vleermuizen.
Er zijn geen bomen aanwezig binnen en nabij het plangebied. Vaste verblijfplaatsen van boombewonende soorten zijn derhalve uitgesloten. De verwachting is dat er beperkt door vleermuizen gefoerageerd wordt binnen het plangebied. De groenstructuren nabij zullen meer vleermuizen aantrekken. De gebouwen nabij zijn eveneens geschikt voor vleermuizen. Bij de kopgevel van nummer 66 zijn geen geschikte uitvliegopeningen voor vleermuizen waargenomen. Aan een bedrijfspand op circa 100 meter afstand van onderhavig plangebied hangen meerdere vleermuiskasten.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 15
Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Door het ontbreken van elementen als groenstructuren, steenstapels en dergelijke is ook landhabitat van amfibieën uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals water, broeihopen en geschikt landhabitat). Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn. Dergelijke habitats komen nabij wel voor.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 16
5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Er worden in het Natuurbeheerplan 2020 geen Natuurbeheertypen aangegeven voor het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 1.500 meter van een Natura2000gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt of groenstructuren gerooid. Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing in onderhavige situatie.
5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen in gebruik zijnde jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen het plangebied. Echter, er is een opening aanwezig bij de regenpijp waar gierzwaluwen of huismus mogelijk een nestlocatie kunnen hebben. Gezien het feit dat er tijdens het ruim twee uur durende veldbezoek, uitgevoerd binnen het broedseizoen van de huismus, geen huismussen zijn waargenomen binnen en nabij het plangebied, het ontbreekt aan sporen en het feit dat gericht onderzoek in 2015 ook geen huismussennesten heeft opgeleverd is het zeer aannemelijk dat de koloniebroeder huismus geen nestlocatie heeft binnen het plangebied. Tijdens het onderzoek van 2015 zijn wel nesten van gierzwaluw nabij waargenomen.
Daar de gierzwaluw ten tijde van het veldbezoek nog niet in Nederland was, was aan- of afwezigheid van deze soort niet vast te stellen. De opening biedt slechts voor één of twee nestlocaties. Om vast te stellen of gierzwaluw de opening gebruikt kan tijdens het benodigde vleermuizenonderzoek (zie paragraaf vleermuizen) gelet te worden op deze soort. Dit kan door de vleermuizenonderzoeken ongeveer 45 minuten eerder te starten in de
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 17
avonduren. Tevens kan er “getaped” te worden. Dit houdt in dat er gierzwaluwengeluid wordt afgespeeld om een reactie uit een eventueel aanwezig nest uit te lokken. Wanneer er indicaties zijn dat er mogelijk gebroed wordt door gierzwaluw (sporen en/ of aantikkende exemplaren), dient er opgeschaald te worden naar een nader onderzoek conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, versie 1,0, juli 2017) opdat er aan de onderzoeksverplichting wordt voldaan. Mogelijk broeden vogels zonder jaarrond beschermd nest in en nabij het plangebied. De voorgenomen ingrepen mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren. Derhalve dienen de sloop- en bouwwerkzaamheden en overige verstorende ingrepen te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van begin maart tot en met juli/ augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Werken binnen het broedseizoen kan alleen wanneer er is vastgesteld dat er geen bezette nesten door de werkzaamheden significant worden verstoord of vernietigd. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten, of verblijfplaatsen ervan, waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten voor.
Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen De sloop van de opstal kan tot gevolg hebben dat jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd worden. Dit is niet toegestaan zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming. In dit kader zal er bij de te amoveren opstal een nader onderzoek naar vleermuizen moeten plaatsvinden. Dit nadere onderzoek dient vast te stellen of er (zo ja, welke soorten en welke functie) gebruik gemaakt wordt van de opstal en dient plaats te vinden op basis van het protocol voor vleermuisinventarisaties 2017 (GaN). Bij de onderzoeksopzet dient gelet te worden op de diverse functies die de opstallen kunnen hebben, op de verschillende soorten vleermuizen (zoals ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en eventueel laatvlieger) die gebruik van de opstal kunnen maken en op de zogenaamde 75% regel uit het vleermuizenprotocol. Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen het plangebied.
Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. Eventuele verblijfplaatsen in aangrenzende gebouwen zullen naar verwachting niet indirect (bijvoorbeeld door blokkeren uitgangen) worden aangetast. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 18
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art. 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 19
6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.
Conclusie NNN/ Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Natura2000/houtopstanden Nederland. → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000gebied. → Er zal derhalve geen rechtstreekse of indirecte aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, verdroging, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. → Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van het project geen bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Mogelijk hebben gierzwaluwen een nestlocatie binnen het plangebied. → Mogelijk gaan er door de beoogde ingrepen dergelijke verblijfplaatsen verloren. Er zijn verder geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Er dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. → De geplande werkzaamheden mogen geen broedgevallen significant verstoren.
Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten komen voor.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 20
Soortgroepen Vleermuizen Aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen kon tijdens het veldbezoek niet worden uitgesloten. → Mogelijk gaan er door de beoogde ingrepen dergelijke verblijfplaatsen verloren. Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen niet uit te sluiten zijn. → Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden; → Tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen dient eveneens gelet te worden op de aanwezigheid van gierzwaluwen; → Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en dienen mitigerende maatregelen genomen te worden; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing 6.2 Vrijblijvend advies Bij de nieuwbouw kan rekening worden gehouden met huismussen door vogelschroot bij bijvoorbeeld de derde panlat te plaatsen.
Dan kan er door huismus gebroed worden in de eerste twee rijen dakpannen. Tevens kunnen speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 21
BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 22
Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 23
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 24
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 25
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 26
(Bron: Website Ecologica, december 2019).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 27
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 28
De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 29
Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.
De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 30
omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 31
BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 32
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 33
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 34
BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 35
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 36
BIJLAGE 4 BRONNEN
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 37
www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl
- Q2020.048-Quickscan flora en fauna Middenbaan 64 te Barendrecht-
Pagina | 38