CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

M2022065900R001v3 Windpark Vaanplein - Definitief.pdf

Oriënterende commissie Ruimte 3 oktober 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein5.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen Beantwoorden zienswijzen naar aanleiding van concept-NRD windpark Vaanplein

Status Versie Rapport Datum

definitief 003 M.2022.0659.00.R001 25 oktober 2022

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Colofon BAR-Organisatie namens gemeente Barendrecht Binnenhof 1 2991 AA Barendrecht

Contactpersoon opdrachtgever

de heer H. van der Linden

Project Betreft Uw kenmerk

BARorganisatie - Windpark Vaanplein Beantwoording zienswijzen -

Rapport Datum Versie Status

M.2022.0659.00.R001 25 oktober 2022 003 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag

Contactpersoon

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Auteur

X.V. (Xander) van Marle BSc 088 346 78 55 xma@dgmr.nl

Projectadviseur

ir. M.H.J. (Mark) Bakermans 088 346 78 50 bk@dgmr.nl

2e lezer/secr.

JPO|SMI|HW

2

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Opdrachtgever

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Uitwerking zienswijze 1 2.1 Zienswijze 2.2 Situatie 2.3 Probleemstelling zienswijze 2.4 Aanpak 2.5 Berekening 2.6 Resultaten

6 6 6 7 7 8 14

3. Uitwerking zienswijze 3 3.1 Zienswijze 3.2 Situatie 3.3 Aanpak 3.4 Resultaten 3.5 Conclusie

16 16 16 17 19 21

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Rekenresultaten zienswijze 1 Rekenresultaten zienswijze 3

3

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

1. Inleiding Het op 28 juni 2019 vastgestelde Klimaatakkoord van het kabinet heeft als doel ten minste 35 terawattuur aan (hernieuwbare) energie op het land te realiseren. Door de provincie Zuid-Holland is in het kader van de verordening Ruimte en Mobiliteit het Vaanplein aangewezen als mogelijke windlocatie. Figuur 1 geeft het plangebied weer. Vanwege de omvang van de locatie is de provincie het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, maar door de provincie is deze bevoegdheid gemandateerd aan de gemeente Barendrecht. Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de mogelijke milieueffecten van een aantal opstellingen worden deze beoordeeld in een milieueffectrapportage (MER).

Voor het starten met de milieuonderzoeken wordt allereerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. Hierin staat opgenomen welke (milieu)-aspecten worden onderzocht en hoe deze worden beoordeeld. De concept NRD is door de gemeente Barendrecht op 28 februari 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van binnengekomen zienswijzen stelt de gemeente nu een Nota van Beantwoording op. Als onafhankelijk adviesbureau is DGMR gevraagd door de gemeente Barendrecht om te helpen bij het beantwoorden van een drietal zienswijzen op het gebied van geluid, hieronder weergegeven.

4

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 1: plangebied onderzoekslocatie Vaanplein (bron: PlanMER windpark Vaanplein, notitie Reikwijdte en Detailniveau – Bosch & van Rijn 18 februari 2022)

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

1. “Bovendien vraagt de ligging en de architectuur van de Gazellenburg om een extra geluidsmeting, gezien de vorm van ’ons Hof’ dat als een klankkast het geluid resoneert. Zelf wonen we bovendien in een poortwoning in de Gazellenburg, die er bovenuit steekt en, vanaf de windmolens gezien, aan het einde staat van de ’klankkast’, waardoor wij nog meer geluid zullen ervaren.” 2. “In het gebied ten oosten ligt ook een woonwagenpark dat als terrein geluidsgevoelig is en in zoverre bescherming heeft. Enige turbine zou dan altijd al op slechts een paar honderd meter een geluidsgevoelige situatie raken. Dat gaat dus niet passen.” 3. “Voorts wordt verzocht onder paragraaf 4.2.4 aan te geven dat ook het geluid van de windturbines cumulatief zal worden beschouwd. Ook dient het geluid van de windrichting en de omringende wegen, waaronder de naastgelegen A15 - en het ontbreken van een geluidswal aan de zijde van Rotterdam -, te worden meegewogen qua geluid en hinder.” In dit rapport staat de uitwerking openomen voor zienswijzen 1 en 3. De uitwerking van zienswijze 2 volgt op een later tijdstip. Voor het beantwoorden van deze zienswijze zijn metingen van de geluidisolatie van de woonwagens een onderdeel en het bleek voor de BAR-organisatie niet mogelijk binnen het gewenste tijdspad vanwege de vakantie afspraken voor uitvoering van dit onderzoek te maken met de omgeving.

Voor de overige twee zienswijzen kan de gemeente Barendrecht dit rapport gebruiken voor de beantwoording. Dit rapport is opgesteld voor de interne afstemming bij de gemeente Barendrecht over de beantwoording van de zienswijze.

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

In deze tweede versie van dit rapport zijn de adviezen uit de beoordeling van het conceptrapport door de DCMR betrokken. Deze adviezen zijn opgenomen in het document met nummer 3511058 van 6 september 2022, opgesteld door de DCMR. Op basis van het advies is dit rapport aangevuld met: • Uitgebreidere beschrijving van de methode en methodekeuze rondom het bepalen van het klankkasteffect. • Toevoeging kwalitatieve beschrijving van het effect van windrichting.

5

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

2. Uitwerking zienswijze 1 2.1 Zienswijze De zienswijze heeft specifiek betrekking op de Gazellenburg en staat hieronder weergegeven: •

“Bovendien vraagt de ligging en de architectuur van de Gazellenburg om een extra geluidsmeting, gezien de vorm van ’ons Hof’ dat als een klankkast het geluid resoneert. Zelf wonen we bovendien in een poortwoning in de Gazellenburg, die er bovenuit steekt en, vanaf de windmolens gezien, aan het einde staat van de ’klankkast’, waardoor wij nog meer geluid zullen ervaren.”

2.2 Situatie De Gazellenburg ligt net ten zuiden van de A15 en de Carnisserbaan, op korte afstand van het onderzoeksgebied voor de voorziene windturbines. In onderstaande figuur is de Gazellenburg weergegeven.

Het vijfhoekige gebouw bevat een open hofje in het midden van het gebouw met parkeerplaatsen en ruimte voor recreatie. De voornaamste geluidsbronnen in de huidige situatie zijn in dit gebied de A15 en Carnisserbaan.

6

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 2: luchtfoto van Gazellenburg in Barendrecht

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

2.3 Probleemstelling zienswijze In de zienswijze wordt de zorg uitgesproken dat door de vorm van de Gazellenburg een soort van klankkast ontstaat, waarbij door resonanties versterking van het geluid optreedt. Een voorbeeld van een klankkast is het gebruik in muziekinstrumenten. Hierbij bestaat een klankkast uit een holle ruimte met enkele gaten. Door resonanties binnen in de ruimte versterkt het geluid voordat het via de gaten en de wanden van de klankkast afstraalt. Geluid van de windturbines zal mogelijk de Gazellenburg vanaf de bovenzijde binnenkomen. Via de buitenwanden van de woningen en de bodem kan reflectie optreden aan de binnenzijde van de vijfhoek die het gebouw vormt. Daarbinnen kan dan versterking van het geluid optreden. Om te kijken of dit effect optreedt is gekeken naar de geplande varianten en naar het effect op de geluidsbelasting door reflecties binnen het gebouw. Door meerdere reflecties in het onderzoek te betrekken, kunnen we inzichtelijk maken of het gebouw het effect van een klankkast nabootst. 2.4 Aanpak Op basis van de vorm van het gebouw, een vijfhoek zonder parallelle vlakken, zijn resonanties praktisch uitgesloten. Ook bevatten de gevels aan het hof veel segmenten, zoals balkons, overkappingen, gangen en uitbouwen. Dit leidt tot verspreiding van het geluid in plaats van tot resonantie. Een klankkasteffect is dus niet verwacht.

Om uit te sluiten dat sprake kan zijn van een klankkasteffect hebben we wel een aanvullende analyse uitgevoerd. Hierbij hebben we eerst gekeken of er in een worstcasesituatie sprake zou kunnen zijn van een klankkasteffect en daarna of hier bij de windturbines sprake van zou zijn.

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Voor de uitwerking van de vraag uit de zienswijze is aangesloten bij de methodiek die ook gebruikt wordt in de daadwerkelijke MER. Hierbij wordt de geluidsbelasting ten gevolge van de windturbines berekend ter hoogte van de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen. In deze rekenmethode is het gebruikelijk zonder gebouwen in het model te rekenen, aangezien de hoek van inval van het geluid van de windturbines groot is (komt bijna recht van boven), en afscherming van het geluid door de gebouwen slechts zeer beperkt zal zijn. Uitgangspunt is hierbij dat het weglaten van de gebouwen een worstcasescenario betreft die uiteindelijk niet veel verschilt van de daadwerkelijke situatie. De berekeningen in de MER worden gedaan met het rekenprogramma GeoMilieu, waarin de rekenregels voor windturbines uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling Milieubeheer zijn geïmplementeerd. Binnen deze rekenmethode wordt gecorrigeerd voor mogelijke reflecties, maar door het ontbreken van gebouwen in het model dat bij het MER is gebruikt zal de bijdrage ten gevolge van reflecties altijd 0 dB bedragen. Daarnaast is het in de rekenmethode niet mogelijk met meer dan één reflectie te rekenen. Over het algemeen geeft dit met voldoende nauwkeurigheid de optredende geluidsbelasting, maar lokaal kunnen effecten bestaan die leiden tot andere conclusies.

Ook de standaardrekenmethode voor industriebronnen (HMRI), die gebruikt wordt bij berekeningen in het kader van de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer en de software die daarbij wordt gebruikt heeft niet de mogelijkheid om te rekenen met meer dan één reflectie. Een aantal andere (Europese) rekenmethodes en bijbehorende software bieden deze mogelijkheid wel. Er is daarom gekozen om te rekenen met CNOSSOS-NL, de rekenmethode die momenteel ook wordt gebruikt voor berekeningen voor de Europese geluidsbelastingskaarten van Nederland. Binnen deze methode en bijbehorende software is het mogelijk om te rekenen met maximaal tien reflecties.

7

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Na tien reflecties zal het geluid dermate geabsorbeerd en verspreid raken dat dit niet meer bijdraagt aan een klankkasteffect. Voor het uitwerken van de vraag uit de zienswijze hebben we de volgende twee situaties onderzocht: 1 Testberekening, waarbij gekeken wordt of binnen de rekenmethode CNOSSOS het mogelijk is een duidelijk effect van reflecties binnen de Gazellenburg waar te nemen. Oftewel, laat de benadering het effect van een klankkast zien? 2 Berekening daadwerkelijke situatie voor drie varianten. Hierbij is uitgegaan van de drie geplande varianten in de MER. Hiermee bepalen we of in deze specifieke situatie een klankkasteffect kan optreden. 2.5 Berekening 2.5.1 Testberekening Allereerst is met een testberekening gekeken naar het mogelijke effect van meerdere reflecties binnenin de Gazellenburg. Hiervoor is op korte afstand van het gebouw een geluidsbron geplaatst. In het gebouw zijn een vijftal toetspunten geplaatst. Vervolgens is het aantal mogelijke reflecties verhoogd in verschillende stappen van 0 tot 10. Onderstaande figuur toont de uitgangssituatie. Hierbij ligt de bron op 10 meter hoogte, de toetspunten op 1 meter. De hoogte van het gebouw bedraagt 9,1 meter. De berekening is gedaan met de rekenmodule CNOSSOS-NL in GeoMilieu.

8

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 3: uitgangssituatie testberekening

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

In onderstaande tabel is voor elk toetspunt de toename in geluidsbelasting ten opzichte van de referentiewaarde (0 = geen reflecties) weergegeven. De referentiewaarde volgt hier uit een willekeurig gekozen bronvermogen voor de bron, deze is niet gerelateerd aan een werkelijke situatie. tabel 1: toename in geluidsbelasting (dB) bij het aantal reflecties ten opzichte van de referentiewaarde Naam T01_A T02_A T03_A T04_A T05_A

Hoogte (m) 1 1 1 1 1

1 reflectie (dB)

2 reflecties (dB)

3 reflecties (dB)

5 reflecties (dB)

10 reflecties (dB)

4,3 2,7 4,3 5,2 3,2

5,1 4,0 5,7 5,3 4,5

5,8 4,9 5,8 5,6 4,7

6,4 5,5 6,0 6,4 4,9

6,7 6,3 6,7 6,6 5,4

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Uit de berekeningen volgt dat al bij één reflectie sprake is van een significante toename in geluidsbelasting voor de verschillende toetspunten. Belangrijk is hierbij op te merken dat door de hoogteligging van gebouw, toetspunt en bron er sprake is van afscherming van het geluid door het gebouw. De reflectiepaden ondervinden minder afscherming. Daardoor is het geluidsniveau van de reflectie relatief hoog in dit geval. Onderstaande figuur laat deze afscherming zien.

figuur 4: afschermende werking gebouw (oranje afgeschermde directe pad, groen berekende pad)

Om de berekende geluidspaden per reflectie weer te geven is gekeken naar één specifiek punt, namelijk punt T05A uit bovenstaande tabel. Voor dit punt zijn voor de verschillende reflecties de berekende geluidspaden grafisch bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande figuren. CNOSSOS berekent ook een lateraal pad dat om het gebouw loopt, deze is niet meegenomen in de figuren aangezien de bijdrage van dit pad niet relevant is ten opzichte van het directe pad en de reflecties aan de gevels aan de binnenzijde van de vijfhoek.

9

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

figuur 5: 0 reflecties

figuur 6: 1 reflectie

figuur 7: 2 reflecties

figuur 8: 3 reflecties

figuur 9: 5 reflecties

figuur 10: 10 reflecties

Uit de figuren volgt dat voor elke toename in mogelijke reflectiepaden er ook daadwerkelijk nieuwe reflectiepaden worden toegevoegd. Uit tabel 1 volgt wel dat bij elke extra reflectiestap de toename in geluidsbelasting kleiner wordt.

2.5.2 Berekening daadwerkelijke situatie Voor de berekening van de daadwerkelijke situatie is aangesloten bij de drie onderzoeksvarianten uit het MER. Dit betreft een alternatief met drie kleine windturbines, twee grote windturbines en drie grote windturbines. De hoogten zijn hierbij ongewijzigd overgenomen uit het MER.

10

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Conclusies testberekening Uit de testberekening volgt dat binnen het gebouw sprake kan zijn van een hoger geluidsniveau door reflecties. Doordat de hoogte van het gebouw het geluid van het directe pad iets afschermt, hebben de reflecties een relatief grote bijdrage.

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Voor deze varianten is de geluidsbelasting bepaald op de adrespunten ter hoogte van de woningen met de standaard rekenmethode, zoals deze is opgenomen in bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer, en is opgenomen in de module “Windturbine” in GeoMilieu. Vervolgens is gekeken naar het verschil in geluidsbelasting door reflectie en afscherming wanneer het gebouw Gazellenburg in het model wordt toegevoegd. Dit is gedaan met de volgende stappen: 1. Bepalen geluidsbelasting ter hoogte van adrespunten met rekenmethode “Windturbine” (referentie). 2. Bepalen geluidsbelasting ter hoogte van adrespunten met rekenmethode CNOSSOS (uitgangspunt). 3. Bepalen geluidsbelasting ter hoogte van het corresponderende adrespunt met gebouw in CNOSSOS met 0 reflecties (alleen afscherming gebouw wordt meegenomen). 4. Bepalen geluidsbelasting ter hoogte van de adrespunten met gebouw in CNOSSOS met 1 of meer reflecties. 5. Bepalen spectrale verschil van stappen 3 of 4 ten opzichte van stap 2. Dit verschil wordt opgeteld bij het spectrum van stap 1, waarna het verschil in totale geluidsbelasting de verschilwaarde betreft. De stappen staan hieronder nader toegelicht.

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

2.5.2.1 Stap 1: Bepalen geluidsbelasting rekenmethode Windturbines Allereerst is de geluidsbelasting bepaald die volgt uit de standaard rekenmethode Windturbine in GeoMilieu voor de drie verschillende varianten. Bij berekeningen voor windturbines is het gebruikelijk om te rekenen zonder afscherming of reflecties van gebouwen, dat is voor deze berekening daarom ook aangehouden. De geluidsbelasting die volgt uit de berekening is de standaard geluidsbelasting per adres, die zal volgen uit het akoestisch onderzoek uit het MER. Onderstaande figuur geeft de ligging van de toetspunten weer. Er is in deze stap gerekend op de standaard hoogte van 5 meter.

11

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

2.5.2.2 Stap 2: Bepalen geluidsbelasting CNOSSOS Omdat in de rekenmethode Windturbine het niet mogelijk is om met meerdere reflecties te rekenen is de exacte situatie uit stap 1 nogmaals nagerekend, maar ditmaal binnen CNOSSOS. Deze berekening zal in bijna alle gevallen een ander resultaat geven dan de berekening uit stap 1, vanwege verschillen in de rekenmethode. Omdat alleen het spectrale verschil van belang is, is voor deze berekening uitgegaan van een willekeurig bronvermogen voor de windturbine. In deze stap is gerekend op 1,5 m, 5 m en 8 m hoogte. 2.5.2.3 Stap 3: Bepalen geluidsbelasting 0 reflecties Vervolgens is een gebouw in het model ingetekend en zijn er aan weerszijden per adres toetspunten geplaatst. Onderstaande figuur geeft de ligging van deze toetspunten weer.

12

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 11: ligging toetspunten voor de standaard berekening in de rekenmethode “Windturbines”

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

figuur 12: ligging toetspunten voor de berekeningen met 0 tot 10 reflecties in CNOSSOS

Voor deze toetspunten is op 1,5 m, 5 m en 8 m hoogte de geluidsbelasting bepaald. In deze berekeningsstap is uitgegaan van 0 reflecties (alleen directe paden dragen bij). Gezien de lange afstand tot de bron zal het verschil in geluidsbelasting tussen stap 3 en stap 2 bepaald worden door de afscherming van het gebouw. Voor de woningen is gerekend met de hoogste geluidsbelasting van de twee toetspunten, voor de woningen aan de noordzijde is hierdoor niet tot nauwelijks sprake van afscherming, en idem voor de woningen aan de zuidzijde door de hoge hoek van inval. 2.5.2.4 Stap 4: Bepalen geluidsbelasting meerdere reflecties Vervolgens is stap 3 herhaald met dezelfde uitgangspunten, alleen is hier gerekend met 1, 2, 3, 5 en 10 reflecties. Het verschil tussen stap 4 en stap 3 geeft het effect van reflecties in het gebouw weer. Terwijl het verschil tussen stap 4 en stap 2 het gecombineerde effect van afscherming en reflecties weergeeft.

13

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

2.5.2.5 Stap 5: Bepalen effect Als laatste is vervolgens het spectrale (per octaafband) verschil bepaald tussen de berekende geluidsbelastingen uit stap 3 (afscherming)/stap 4 (reflecties) met stap 2 (uitgangspunt zonder gebouw). Dit spectrale verschil geeft het effect weer van het toevoegen van het gebouw in combinatie met eventuele reflecties. Dit verschil is vervolgens spectraal opgeteld bij de referentiegeluidsbelasting uit stap 1 en is de totale geluidsbelasting bepaald. Deze berekende geluidsbelasting minus de referentiegeluidsbelasting geeft de uiteindelijke toename in geluidsbelasting. 2.6 Resultaten In onderstaande figuren zijn de resultaten opgenomen voor variant 1 op 5 meter hoogte. Alleen toenames in geluidsbelasting zijn weergegeven, voor het merendeel van de woningen is sprake van een afname in geluidsbelasting door afscherming van het gebouw. De resultaten voor alle varianten en alle toetshoogten zijn opgenomen in bijlage 1.

figuur 14: 1 reflectie

figuur 15: 2 reflecties

figuur 16: 3 reflecties

figuur 17: 5 reflecties

figuur 18: 10 reflecties

14

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 13: 0 reflecties

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Uit de resultaten volgt dat voor alle varianten en alle hoogten er bij de meeste woningen geen sprake is van een toename in geluidsbelasting. Bij een aantal woningen is dit wel het geval en wordt dit veroorzaakt door reflectie in een naastgelegen gevel. Dit betreft woningen aan de zuidwestelijke punt van het gebouw. Bij meer reflecties neemt de toename toe, maar vlakt deze snel af tot een maximale toename van 3 dB ten opzichte van de referentiesituatie. Afhankelijk van hoek van inval en locatie van de windturbines verschilt de locatie van de woningen met een toename licht tussen de varianten. De volledige resultaten zijn opgenomen in bijlage 1. 2.6.1 Conclusie Voor de verschillende varianten is er bij de meeste woningen sprake van een afname in geluidsbelasting door afscherming van het gebouw ten opzichte van de berekening in het MER. Bij enkele woningen is er bij de verschillende varianten op verschillende toetshoogten echter sprake van een toename door reflecties aan de binnenzijde van het hof. Dit betreft woningen in de zuidwestelijke punt van het gebouw. Deze toename bedraagt maximaal 3 dB. We merken op dat het model rekent met rechte gevels over de gehele gebouwhoogte. In de praktijk bevinden zich hier onder meer overkappingen en uitstekende delen. Dit geeft in de praktijk afbuiging en verspreiding van het geluid, die het model niet meeneemt en mee kan nemen.

Hierdoor zal het daadwerkelijke effect van de reflecties op de geluidsbelasting waarschijnlijk minder bedragen dan de berekende 1 tot 3 dB. We verwachten dat het daadwerkelijke effect van deze reflecties valt binnen de onnauwkeurigheid van het Reken- en meetvoorschrift windturbines uit bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer.

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Het betreft overigens geen klankkasteffect, maar lokale reflectie in naastgelegen gevels in de zuidwestelijke hoek van het gebouw.

15

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

3. Uitwerking zienswijze 3 3.1 Zienswijze Zienswijze 3 heeft betrekking op het geluid van de omliggende snelwegen (A15/A29) en de cumulatieve geluidsbelasting (geluid van alle bronnen) en het effect van wind daarop: •

“Voorts wordt verzocht onder paragraaf 4.2.4 aan te geven dat ook het geluid van de windturbines cumulatief zal worden beschouwd. Ook dient het geluid van de windrichting en de omringende wegen, waaronder de naastgelegen A15 - en het ontbreken van een geluidswal aan de zijde van Rotterdam -, te worden meegewogen qua geluid en hinder.”

3.2 Situatie De maximale geluidemissie van een rijksweg is vastgelegd in geluidproductieplafonds volgens de Wet milieubeheer en deze zijn opgenomen in het Geluidregister Weg. De hoogte van het geluidproductieplafond is vastgelegd op referentiepunten aan weerszijden van de snelweg. Elk jaar stelt de wegbeheerder (Rijkswaterstaat) een verslag op over de werkelijke geluidsproductie in dat jaar ten opzichte van de geluidproductieplafonds (dit heet naleving). Uit het nalevingsverslag van 2020 volgt dat er aan de noordzijde van de A15 net voorbij knooppunt Vaanplein richting afslag 19 sprake is van een overschrijding van het geluidproductieplafond op een aantal referentiepunten. Onderstaande figuur 19 geeft de knelpunten uit het nalevingsverslag weer. Bij oranje is sprake van een dreigende overschrijding, bij rood is er sprake van een overschrijding. Dit betekent dat voor dit weggedeelte sprake is van een overschrijding van de geluidruimte. Rijkswaterstaat moet bij een overschrijding onderzoek doen naar maatregelen en die, tenzij hiervoor zwaarwegende bezwaren bestaan, ook toepassen. Rijkswaterstaat onderzoekt voor deze locatie momenteel nog maatregelen. Nog niet bekend is of en in welke vorm die maatregelen worden getroffen.

De rekenmethode voor het berekenen van de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer bedraagt een berekening op een jaargemiddeld niveau (L den) met meteocorrecties. Geluidschermen en geluidwallen zijn ook vastgelegd in het geluidregister en ook meegenomen in de berekeningen. k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

16

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

figuur 19: knelpunten naleving 2020, oranje is dreigende overschrijding, rood is overschrijding (bron: Rijkswaterstaat)

3.3 Aanpak Voor het beantwoorden van de zienswijze is gekeken naar drie aspecten. Allereerst is gekeken naar het verschil in geluidsbelasting zoals deze volgt uit de data opgenomen in het geluidregister en de geluidsbelasting zoals deze volgt uit daadwerkelijke intensiteiten. Voor de daadwerkelijke intensiteiten is uitgegaan van de intensiteiten, zoals deze zijn opgenomen in de geluidsbelastingkaarten1 van 2022 voor de gemeente Barendrecht.

1

https://www.barendrecht.nl/geluidsbelastingkaart-2022

17

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Dit betreft de rijkswegintensiteiten voor het jaar 2019, voor corona, aangezien dit jaar representatiever is dan 2021/2022. Dit wijkt af van de aanpak zoals deze is opgenomen in de NRD, waar is gekozen voor het gebruiken van kaarten voor de geluidsbelasting beschikbaar gesteld door het RIVM. Tussen deze kaarten en de geluidsbelastingkaarten zit echter dicht bij de windturbines grote afwijkingen. Omdat voor de geluidsbelastingkaarten gebruik is gemaakt van actuele intensiteiten en modeldata is gekozen om de deze kaarten als uitgangspunt te gebruiken. Daarnaast is gekeken naar de herkenbaarheid van de windturbines. Hiervoor is lokaal verkeer toegevoegd aan de modellen (intensiteiten 2021) en vergeleken met de geluidsniveaus als gevolg van de windturbines op drie toetslocaties. Hiervoor is gekozen voor twee locaties op korte afstand van de windturbines aan weerszijden van de rijksweg A29 en één toetspunt op een afstand op grotere afstand van de windturbine. Deze locaties zijn in onderstaande figuur weergegeven.

Op deze drie toetspunten is het cumulatieve geluidsniveau als gevolg van de rijksweg bepaald en het geluidsniveau ten opzichte van de windturbine. Het geluid van de windturbine is volgens de cumulatieregels omgerekend tot een equivalent niveau voor wegverkeer. Vervolgens is het geluidsniveau van de windturbines afgetrokken van het geluidsniveau als gevolg van de weg. Bij een verschil van 5-10 dB is uitgegaan van beperkte herkenbaarheid, bij een verschil kleiner dan 5 dB van goede hoorbaarheid. Bij een verschil van meer dan 10 dB is de windmolen slecht hoorbaar. Omdat het geluid van de windturbine gewogen is vergeleken met het geluid van het wegverkeer is hiermee voor de herkenbaarheid een worstcasescenario vergeleken.

18

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

figuur 20: toetslocaties voor de vergelijking cumulatieve geluidsbelasting en geluidsbelasting als gevolg van de windturbine. Toetslocatie 1 = Gazellenburg, toetslocatie 2 is Van de Broekveld, toetslocatie 3 is Lijsterbeswede.

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Daarnaast is kwalitatief ingegaan op het effect van windrichting bij geluid van rijkswegen en windturbines. 3.4 Resultaten

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

3.4.1 Geluid rijksweg Onderstaande figuur geeft het verschil aan tussen het geluid dat volgt uit de intensiteiten voor de geluidsbelastingkaarten en de geluidsniveaus volgens het geluidregister. Een toename betekent hier dat het geluid met daadwerkelijke intensiteiten hoger ligt. In bijlage 2 is ook een grotere weergave van het figuur opgenomen.

figuur 21: verschil tussen de geluidsbelastingen die volgen met de intensiteiten gehanteerd voor de geluidsbelastingkaart (2019) en de intensiteiten uit het geluidregister weg.

Uit de kaart volgt dat de geluidsbelasting van de rijksweg op woningniveau in 2019 aan de noordwestzijde van het Vaanplein 0-1 dB hoger is dan volgens het geluidproductieplafond is toegestaan. De overschrijding ligt hier voornamelijk tussen de 0 en 1 dB. Voor enkele gebouwen is ook sprake van een toename tussen de 1 en 2 dB.

19

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

In onderstaande figuur is de hoogte van de toename weergegeven voor een deel van het gebied met de meeste overschrijdingen. De hoogte van de overschrijding is hier afgerond op 1 decimaal weergegeven.

figuur 22: hoogte overschrijdingen langs de oostzijde van de Langenhorst

3.4.2 Herkenbaarheid windturbine Voor de herkenbaarheid is het cumulatieve geluidsniveau op de drie toetspunten in Barendrecht vergeleken met het geluid van de snelweg. Hierbij is het geluid van de windturbine allereerst via de rekenregels voor cumulatie omgezet naar een verkeersspectrum. Hier is aangenomen dat wanneer het niveau van de windturbine minder dan 5 dB onder het wegverkeer ligt de windturbine goed herkenbaar is, 5 – 10 dB onder het niveau beperkt herkenbaar en meer dan 10 dB slecht herkenbaar. Hierbij is gekeken naar de nachtperiode (Lnight) en het jaargemiddelde niveau (Lden). De resultaten geven dus weer of de windturbines over het algemeen herkenbaar zullen zijn en niet over specifieke situaties (windrichting, rustigere wegen vakantieperiodes, etc.).

20

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Hieruit volgt dat de overschrijding voor de meeste gebouwen onder de 0,5 dB ligt. Er is dus in de huidige situatie sprake van een iets hogere geluidsbelasting voor delen van Rotterdam en Barendrecht dan in de situatie waarin wordt voldaan aan de geluidproductieplafonds. Bij gebruik van de gegevens uit de geluidsbelastingkaarten voor Barendrecht wordt gebruik gemaakt van de intensiteiten uit 2019, zodat dit de huidige situatie weergeeft.

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Variant A

Variant B

Variant C

Toetspunt

1

2

3

1

2

3

1

2

3

Lnight

2

9

21

1

7

16

-2

5

13

Lden

3

11

24

3

10

19

0

7

16

Hierbij is groen slecht herkenbaar (>10dB), geel beperkt herkenbaar (5-10 dB) en oranje goed herkenbaar (<5 dB).

Hieruit volgt dat voor variant A, B, C bij toetspunt 1 de windturbine goed herkenbaar is in de nachtperiode en jaargemiddeld. Voor variant C is dit ook bij toetspunt 2 in de nachtperiode het geval. Hierbij is alleen gekeken naar wegverkeer, op lokale schaal kan door industrielawaai en spoorweglawaai een net iets anders beeld ontstaan en is het geluid van de windturbines minder herkenbaar. 3.4.3 Windrichting Windrichting is van invloed op de beleving van het geluid van windturbines en wegen. Het geluid van windturbines gedraagt zich hierbij anders dan bij wegverkeer. Voor windturbines geldt dat sprake is van een grote bronhoogte. Het effect van windrichting is pas op een afstand van meer dan 2 kilometer relevant bij dit type geluidsbron. Op die afstand is ook al sprake van een afname van het geluid vanwege de afstand. Bij rijkswegen is sprake van een laag liggende geluidsbron, die zich gedraagt als een soort lijn die over de hele lengte geluid uitstraalt. Dit leidt ertoe dat dit geluid beperkt tegen de wind in kan komen. In dit geval is sprake van twee vrijwel haaks op elkaar liggende wegen. Hieronder is beschouwd bij welke windrichting het geluid van de wegen naar verwachting wegvalt door tegenwindeffect. Dit is per buurt. Dit is weergegeven in onderstaande tabel.

Hierbij is gekeken naar de voorkomende windrichtingen tussen 2002 en 2022 bij het nabijgelegen weerstation Rotterdam. tabel 2: analyse wegvallen wegen per buurt

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

Buurt Vrijenburg Bijdorp Zuidwijk Moliérebuurt

Windrichting bij wegvallen wegverkeer Zuidwest Zuidoost Noordwest Noordoost

Voorkomen van deze windrichting 26% 5% 9% 11%

Hieruit blijkt dat de windrichting kan zorgen dat gedurende de periode dat sprake is van tegenwind vanuit de wegen, de windturbines hoorbaarder zijn dan bij meewindcondities. 3.5 Conclusie Belangrijk is dat voor de cumulatieve geluidsbelasting wordt gekeken naar de data zoals deze volgt uit het geluidregister. Wanneer wordt gekeken naar de cumulatieve geluidsbelasting van het wegverkeer (lokaal + rijksweg), kan het voorkomen dat de windturbine in de omgeving herkenbaar is ten opzichte van het geluid van de rijksweg (op jaargemiddeld niveau). De herkenbaarheid zal ’s nachts vanwege de lagere verkeersintensiteit op de wegen duidelijker zijn dan over de gehele dagperiode beschouwd.

21

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

De windrichting kan ervoor zorgen dat gedurende periodes dat vanuit een buurt de windrichting richting de wegen blaast, de windturbines in die periodes herkenbaarder zijn dan onder andere windcondities.

ir. M.H.J. (Mark) Bakermans DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

k:\doc\m\2022\065900\m2022065900r001v3 windpark vaanplein.docx 25-10-2022

22

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Bijlage 1 Titel

Rekenresultaten zienswijze 1

Variant 1

2

3

4

Variant 2

5

6

7

Variant 3

8

9

10

Windpark Vaanplein - beantwoording zienswijzen

Bijlage 2 Titel

Rekenresultaten zienswijze 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13137363/1