CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode-WoL-opgemaakt.pdf

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein4.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land Oktober 2020

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land Utrecht, oktober 2020 Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) Stichting De Natuur en Milieufederaties Stichting Natuur & Milieu Greenpeace Nederland Vereniging Milieudefensie Energie Samen Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) Foto voorpagina: Lagerwey

2

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

De gedragscode tot nu toe Elk ruimtelijk project in Nederland heeft te maken met belanghebbenden; van direct omwonenden tot de lokale natuurverenigingen, van de gemeente tot de landeigenaar. Dat geldt ook voor windprojecten op land. Al sinds de ontwikkeling van de eerste windparken is participatie en acceptatie een belangrijke stap in het proces. In het Energieakkoord uit 2013, dat mede door de NWEA en diverse milieuorganisaties is onderschreven, wordt de wenselijkheid van een aanpak voor het behouden en vergroten van acceptatie beschreven. De eerste versie van de Gedragscode is in juni 2014 opgesteld door de NWEA, Natuur & Milieu, Greenpeace en De Natuur en Milieufederaties. Daarnaast zijn de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de NLVOW en andere maatschappelijke groeperingen geconsulteerd. In oktober 2015 hebben Milieudefensie en Ode Decentraal (inmiddels Energie Samen) de Gedragscode ook ondertekend. De Gedragscode is volgens afspraak na een jaar gezamenlijk geëvalueerd en op basis van de aanbevelingen aangepast. In 2020 is de Gedragscode naar aanleiding van de Green Deal Participatie1 en de afspraken uit het Klimaatakkoord opnieuw herzien en aangepast en tevens ondertekend door de NLVOW.

Doel Gedragscode Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te behalen en de opwarming van de aarde te beperken maken we in Nederland een omslag naar een duurzame energievoorziening. Dit doel is onder meer uitgangspunt van het Energieakkoord voor Duurzame Groei (september 2013)2 dat onder coördinatie van de Sociaal Economische Raad (SER) tot stand is gekomen. Onderdeel daarvan is de afspraak om 6.000 megawatt (MW) wind op land te realiseren in 2020. In het Klimaatakkoord uit 2019 is vastgelegd dat windenergie een substantieel onderdeel uitmaakt van de doelstelling van 35 Terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op land in 20303. De grote opgave voor grootschalige hernieuwbare energieproductie, waaronder windenergie, gaat gepaard met merkbare en zichtbare veranderingen in het landschap. Die kunnen tot zorgen leiden in de omgeving van de projecten en ook breder in de samenleving. Voor het nakomen van de energie- en klimaatdoelstellingen, en dus de realisatie van projecten, is het belangrijk dat de omgeving op de juiste wijze wordt betrokken. Als naar belanghebbenden tijdig is geluisterd, zij inbreng hebben kunnen geven in het proces, en in het project rekening is gehouden met hun belangen en de door hen ervaren gevolgen, dan zal de omgeving de komst van het project makkelijker accepteren.

Met deze Gedragscode werken de ondertekenaars aan een structurele inbreng van belangen en betrokkenheid van alle belanghebbenden. Als windprojecten conform de uitgangspunten van deze Gedragscode worden opgepakt kan dit leiden tot acceptatie. De Gedragscode committeert de NWEA-leden aan een aantal basisprincipes van het betrekken van de omgeving voor structurele acceptatie en participatie. Samengevat beschrijft de Gedragscode hoe de initiatiefnemer de omgeving betrekt bij een windproject. Daarnaast beschrijft de Gedragscode hoe de ondertekenende natuur- en milieuorganisaties, Energie Samen en de NLVOW helpen om de omgeving rondom windprojecten te betrekken. Ondertekenaars van de Gedragscode hebben verschillende achtergronden en kijken ook verschillend aan tegen windenergie. Dit betekent dat zij niet per se positief hoeven te zijn over elk windproject omdat dit afhangt van de achtergrond van de ondertekenaars en/of het project. De ondertekenaars vinden elkaar in het belang van een goed en zorgvuldig proces en zijn daarop aanspreekbaar. Elk windenergieproject is anders: wat betreft omvang, wie het bevoegd gezag is, wat de kenmerken van het gebied zijn etc. Ook de initiatiefnemer én de omgeving (omwonenden, agrariërs, bedrijven, natuur- en landschapsgroepen, energiecoöperaties etc.) zijn nergens hetzelfde. Dat betekent dat elk project voor windenergie maatwerk is.

Het doel bij alle projecten is dat de omgeving volwaardig kan meepraten over het project en alle belangen serieus worden meegewogen. Door de diverse (en soms tegenstrijdige) belangen is het, net als bij elk ander ruimtelijk project, helaas nooit mogelijk iedereen 100% tevreden te stellen. Het gaat om een optimaal evenwicht tussen alle belangen en de wil om samen tot oplossingen te komen. Door te werken aan een sfeer van onderling vertrouwen kan kennis worden gedeeld, kunnen verschillen worden overbrugd of geaccepteerd en kunnen afspraken over proces- en financiële participatie worden gemaakt. 1 2 3

https://www.greendeals.nl/green-deals/participatie-van-de-omgeving-bij-duurzame-energieprojecten https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2013/09/06/energieakkoord-voor-duurzame-groei https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 3

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

Gezamenlijke opdracht De ondertekenende partijen zetten zich gezamenlijk in om alle belanghebbenden zo goed mogelijk te betrekken bij de totstandkoming van een windproject op basis van gelijkwaardigheid. Bij het tot stand komen van windprojecten spelen overheden een zeer belangrijke rol. Zij zijn verantwoordelijk voor de planologische procedure en het daarbij betrekken van de omgeving. Alleen als alle partijen deze gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen en goed samenwerken kan het proces van een windproject op een goede manier worden ingevuld. De ondertekenaars roepen daarom gemeenten, provincies en de rijksoverheid op om initiatiefnemers voor projecten te vragen om aan de hand van deze Gedragscode aan de slag te gaan maar ook om goed naar hun eigen rol, verantwoordelijkheid en mogelijkheden te kijken en om op reguliere basis nauw samen te werken met zowel initiatiefnemers als met alle andere belanghebbenden.

4

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

Definities en begrippen Omgeving

De fysieke omgeving van een windproject, dan wel de ‘omgevingsbelangen’ c.q. de belanghebbenden rondom een specifiek windproject. De precieze omvang van de omgeving is moeilijk vast te stellen, maar voor omwonenden wordt als vuistregel uitgegaan van de door de Raad van State gehanteerde norm van tien maal de tiphoogte4. Voor natuurbelangen kan de impact op soorten verder reiken.

Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er één omgevingsplan.5

Omwonende

Diegene die in zijn woon- en leefomgeving een gevolg ondervindt van de komst van het windpark. Wie als omwonenden worden aangemerkt is maatwerk per project. Een specifieke groep is de direct omwonenden, zij die geluid en/of slagschaduw kunnen ervaren.

Belanghebbende

Diegene die in de omgeving van een (potentieel) windproject woont en/of organisaties die in de omgeving van een (potentieel) windproject een ander rechtstreeks aantoonbaar belang hebben.

Acceptatie

Er is sprake van acceptatie als de belanghebbenden in de omgeving van het windproject op relatief korte termijn na realisatie geen grote verstorende beleving ervaren van het windproject en tevreden zijn over het gevoerde proces en de gemaakte afspraken waaronder financiële participatie. Dit betekent niet dat belanghebbenden positief over het windproject hoeven te zijn. Vanwege de complexiteit van lokale initiatieven en (de emoties van) betrokken belanghebbenden is een generieke ondergrens van acceptatie niet vast te stellen.

Initiatiefnemer

Een partij (of samenwerking van partijen) die het initiatief heeft genomen – al dan niet op uitnodiging van het bevoegd gezag – om een windproject te ontwikkelen.

Participatie

Het betrekken van en op basis van gelijkwaardigheid in overleg gaan met belanghebbenden over de locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie van een windproject.

Financiële participatie Investeren in en/of voordeel ervaren van de opbrengsten van een initiatief of project. Participatieplan

Het plan waarin voor de verschillende projectfasen (locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie) wordt vastgelegd wie op welke wijze belanghebbend is en op welke wijze deze verschillende partijen worden betrokken bij het project.

Bovenwettelijk

Alle maatregelen/ bijdragen etc die niet volgen uit wettelijke bepalingen, maar overeen zijn gekomen tussen initiatiefnemers en overheden en/of de omgeving. De ervaring van de waarde van deze maatregelen kan verschillen. Achterliggende idee is dat deze maatregelen worden genomen om participatie en acceptatie te bevorderen.

4 5

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:616 https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/ 5

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

1. Toepassing van de code 1.1 Projecten waarop Gedragscode van toepassing is De Gedragscode is niet alleen de richtlijn waaraan ondertekenaars zich dienen te houden, het is ook een weergave van de huidige praktijk waarin initiatiefnemers de uitgangspunten elke keer proberen toe te passen en waar mogelijk de toepassing proberen te verbeteren. Voor alle lopende windprojecten geldt dat waar reeds bindende afspraken inzake acceptatie en participatie zijn gemaakt met het bevoegd gezag en/of de omgeving geen eerder gemaakte stappen opnieuw hoeven te worden doorlopen op basis van de Gedragscode. Wel wordt gestreefd naar het zo goed mogelijk toepassen van (de intentie van) de Gedragscode in de nog uit te voeren processtappen.

1.2 Moment dat de Gedragscode voor een specifiek project van toepassing is

Uitgangspunt is dat de omgeving zo vroeg mogelijk geïnformeerd en actief betrokken wordt. Een project kan op zeer verschillende manieren tot stand komen maar in beginsel zijn er twee werkwijzen te onderscheiden: 1. Het bevoegd gezag heeft zelf een gebied aangewezen waarin een windproject mag worden ontwikkeld. Het is de taak van die overheid om bij de bepaling van dat gebied de omgeving te informeren c.q. mee te nemen in dat besluit. Wanneer een initiatiefnemer het besluit neemt om op dit aangewezen gebied een windproject te ontwikkelen, dan zorgt deze initiatiefnemer dat de omgeving zo snel mogelijk geïnformeerd en betrokken wordt. 2. De initiatiefnemer(s) wil(len) een windproject ontwikkelen in een gebied dat nog niet is aangewezen door het bevoegd gezag. Dit biedt kansen om e.e.a. in te richten naar de maatstaven van de gebiedsgerichte aanpak (zie III.2). De initiatiefnemer neemt dan eerst contact op met de overheid, als die overheid de mogelijkheid wil bekijken of er een project gerealiseerd kan worden dan moet de initiatiefnemer in overleg met die overheid, zo snel mogelijk de omgeving betrekken. Hierbij heeft het sterk de voorkeur dat de overheid samen met de initiatiefnemer op basis van gelijkwaardigheid zorgdraagt voor goede procesparticipatie waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars kennis, kunde en netwerk. De Gedragscode geldt voor de ondertekenaars.

Overheden hebben deze code niet ondertekend. In de beleidsfase is het bevoegd gezag leidend. Deze beleidsfase start bijvoorbeeld met lokale of regionale duurzame energieambities, de nationale en provinciale wind-op-land ambities en/of de regionale energiestrategieën (RES). De ondertekenaars van de Gedragscode roepen het betreffende bevoegd gezag dan ook op om vanaf het begin in overleg te treden met de omgeving en werk te maken van procesparticipatie. Dat kan situaties voorkomen waarin een locatie voor een windproject al grotendeels door de overheid is bepaald voordat een initiatiefnemer in beeld komt of de omgeving betrokken is. De initiatiefnemer heeft dan weinig ruimte meer om in overleg met de omgeving de planvorming nog eventueel aan te passen6.

1.3 Vervanging/ opschaling oude turbines Indien een windproject wordt vervangen door een nieuw windproject (repowering) is sprake van een ontwikkeltraject van een initiatiefnemer. Dit geldt als een nieuw project waarop de Gedragscode dus van toepassing is.

6

Dit punt is goed beschreven in de Handleiding Participatieplan Windenergie op Land (2015): http://handleidingparticipatieplan.nl 6

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

2. Communicatie 2.1 Belang communicatie Een goede en vooral open communicatie met betrokkenen in de omgeving is tijdens alle fases van de planvorming van wezenlijk belang. Initiatiefnemer(s), overheden, natuur- en milieuorganisaties en de NLVOW hebben daarin elk hun rol en lokale belang.

2.2 Algemene informatie Algemene informatie over windenergie wordt via de rijksoverheid, NWEA, Energie Samen, de NLVOW en de natuuren milieuorganisaties beschikbaar gesteld. Te denken valt aan (onderzoeks)informatie en opgedane ervaring over geluid, slagschaduw, gezondheid, woningwaarde, windturbine-technologie, landschap en natuur. Deze informatie wordt door de initiatiefnemers en bevoegd gezag gebruikt om de omwonenden te informeren.

2.3 Beleidscommunicatie Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie over haar duurzame energiebeleid, de verantwoording over de plaats en rol van windenergie in dat beleid (nut en noodzaak) en de uitleg en de verantwoording voor de locatiekeuze voor windenergie. Desgevraagd ondersteunen de natuur- en milieuorganisaties en de initiatiefnemer(s) in de dialoog bij projecten de communicatie over nut en noodzaak van de energietransitie.

2.4 Procescommunicatie Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom de ruimtelijke procedures. Deze communicatie gebeurt in samenspraak met de initiatiefnemer. Dit wordt bij voorkeur vastgelegd in het participatieplan.

2.5 Projectcommunicatie De initiatiefnemer(s) zijn primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom het project. Initiatiefnemers communiceren proactief met belanghebbenden over de voortgang van het project, beslismomenten en gemaakte keuzes. Wat betreft de nut en noodzaak van de energietransitie en het grotere maatschappelijke belang van het project, werken partijen samen om dit voor het voetlicht te brengen. Waar mogelijk leveren natuur- en milieuorganisaties een bijdrage aan deze communicatie. Initiatiefnemers informeren het bevoegd gezag als het gaat om optimale invulling van hun doelstellingen ten aanzien van windenergie en leveren informatie over het windproject en windenergie in het algemeen ten behoeve van de procescommunicatie.

7

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

3. Procesparticipatie 3.1 Participatieplan Uitgangspunten participatieplan In een zo vroeg mogelijk stadium en uiterlijk voorafgaand aan het ruimtelijke ordeningsproces wordt door de initiatiefnemers of het bevoegd gezag een participatieplan7 opgesteld. In beide gevallen is er sprake van wederzijdse afstemming én accordering door de betrokken overheid. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de participatiewaaier die is opgenomen in het Klimaatakkoord8 en het Kader voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten die als onderdeel van de Green Deal Participatie van de omgeving bij duurzame energieprojecten is opgesteld9. Afspraken gemaakt in het participatieplan zullen onvoorwaardelijk worden overgenomen indien – op welk moment dan ook – het eigendom van het windproject wordt overgedragen aan een andere partij dan degene die het participatieplan heeft ondertekend. Inbreng omgeving bij opstellen participatieplan Het participatieplan heeft tot doel om afspraken over het proces vast te leggen. Uitgangspunt is dat alle belanghebbenden op gelijkwaardige wijze meewerken aan het opstellen hiervan. De gesprekken met en tussen hen leveren informatie op voor keuzes ten aanzien van participatieniveau, betrokkenheid en financiële participatie.

De omvang en inhoud van het participatieplan is afhankelijk van het project en de uitkomsten van de gesprekken met de omwonenden en andere belanghebbenden.

3.2 Gebiedsgerichte aanpak Om een windproject te kunnen ontwikkelen is een geschikte locatie een absolute voorwaarde. Regelmatig ontstaan lastige situaties omdat grondeigenaren er belang bij hebben dat een windproject op hun grond wordt ontwikkeld. Dit kan tot conflicten leiden en verkleint de mogelijkheid om een windproject, in overleg met de omgeving, op de beste manier in te passen. Initiatiefnemers binnen het plangebied van een windproject dienen zoveel mogelijk samen te werken en alle grondeigenaren actief te betrekken. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gesocialiseerde grondcontracten. Uitgangspunt is dat iedereen in een plangebied kan meedoen ongeacht de uiteindelijke locatie. De ondertekenaars roepen de overheden op om met hun beleid bij te dragen aan bovenstaande uitgangspunten. In sommige situaties worden windprojecten relatief dicht in de buurt van elkaar ontwikkeld. Dit kan leiden tot belangentegenstellingen. De intentie is om in het geval van lokaal of regionaal conflicterende projecten in samenhang naar oplossingen te zoeken.

3.3 Innovatie Regelmatig worden er nieuwe technieken ontwikkeld waarmee negatieve effecten voor de omgeving kunnen worden verminderd. Initiatiefnemers van nieuwe én bestaande projecten streven ernaar om in overleg met de omgeving en het bevoegd gezag deze verbeteringen waar mogelijk toe te passen. Daarbij wordt zowel rekening gehouden met de vermindering van negatieve effecten als de kosten.

3.4 Natuur en landschap Windprojecten moeten voldoen aan de Wet natuurbescherming10. Doel is negatieve effecten van een windproject op natuurgebieden en effecten op de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten, met name vogels en vleermuizen, zoveel mogelijk te voorkomen. Op het moment van ondertekening van de gewijzigde Gedragscode is er een proces gaande omtrent windenergie en natuur: de Natuurinclusieve energietransitie. Uitgangspunt in dit proces is dat de windsector haar verantwoordelijkheid neemt door speciale aandacht te besteden aan die vogel- en vleermuissoorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is én waar de windsector een substantieel effect op heeft. NWEA en de Natuur en Milieufederaties zijn deelnemer aan dit proces. Afspraken die uit dit proces volgen worden vanzelfsprekend nageleefd.

Om de invloed van windenergie zo klein mogelijk te houden wordt bij windprojecten gestreefd naar zuinig en 7 Zie ook: http://www.handleidingparticipatieplan.nl 8 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier 9 https://www.greendeals.nl/sites/default/files/2019-11/GD%20221%20Participatie%20kaders.pdf 10 https://www.windenergie.nl/beleid-en-regels/wetgeving 8

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

meervoudig ruimtegebruik. Voorbeeld is het combineren van wind- en zonneprojecten. Verder wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de gebiedsspecifieke landschappelijke kwaliteit. Voor het vaststellen en vertalen daarvan kan een RVO-handreiking worden benut11. Daarnaast wordt waar redelijkerwijs mogelijk waarde toegevoegd aan natuur en landschap door goede inpassing en extra natuurelementen te creëren (bijvoorbeeld met gewassen, wandelroutes, groene stroken, insectenparken, watergangen), inclusief een goed beheerplan. Hierbij kan een recente checklist worden benut als belangrijke inspiratiebron12. De financiering van deze elementen valt, voor zover het buiten de voorschriften uit de vergunning valt, in beginsel onder de richtlijnen voor financiële participatie (paragraaf 4).

3.5 Procesparticipatie De initiatiefnemer is – veelal volgend op door de overheid gezette stappen in het ruimtelijke ordeningsproces – verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het hele projectproces (ontwikkeling, bouw en exploitatie). De ondertekenaars van deze gedragscode committeren zich aan het aangaan van een dialoog met de omgeving en leggen de onderdelen van deze dialoog vast in een participatieplan. In het participatieplan wordt concreet beschreven hoe deze procesparticipatie vorm krijgt. Het participatieplan behandelt in ieder geval de volgende punten: • Reguliere afstemming en overleg met (direct) omwonenden, buurtverenigingen en dorpsraden, energiecoöperaties, natuur- en landschapsorganisaties; bijvoorbeeld door het (mede-)opzetten van een klankbord- of adviesgroep van belanghebbenden13; • Het organiseren en faciliteren van discussie- en informatiebijeenkomsten met en voor de omgeving; • Duidelijke communicatie over op welke momenten de omgeving betrokken wordt en met welke frequentie. De initiatiefnemer geeft in overleg met de vergunningverlenende overheid - in het participatieplan én gedurende het proces - steeds duidelijk aan welke mogelijkheden er (nog) zijn voor aanpassingen in de planvorming; • Het inrichten van een goed en transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten, zowel tijdens de bouw als tijdens de exploitatie.

Voor een aantal van bovenstaande acties geldt dat dit in overleg met bevoegd gezag tot stand moet komen. Daarnaast kan het voorkomen dat een gebied aan één of meerdere zaken geen behoefte heeft. Er is al veel ervaring opgedaan en opgetekend met name door de ondertekende partijen van deze gedragscode. Deze ervaring over opzet van het proces en het betrekken van belanghebbenden gebruiken we zoveel mogelijk. De formele ruimtelijke procedure is onderdeel van dit projectproces14. Het bevoegd gezag is hier primair verantwoordelijk voor (zie ook 3.2). De initiatiefnemer dient parallel aan deze ruimtelijke procedure het participatieplan ter kennisname in bij het bevoegd gezag en speelt een actieve rol bij het verstrekken van informatie over het proces en over belangrijke inspraak- en beslismomenten. De omgeving van een (toekomstig) windproject heeft in de praktijk vaak minder expertise over de ontwikkeling van windparken dan de initiatiefnemers. Dit kan het lastig maken om op een gelijkwaardige wijze met elkaar in overleg te gaan. Er zijn verschillende mogelijkheden om te zorgen voor meer balans. Zo is het mogelijk dat de omgeving indien gewenst kan worden ondersteund door deskundigen die door haar gekozen zijn en/of dat het proces wordt begeleid door een onafhankelijke voorzitter. De verantwoordelijkheid om dat te organiseren ligt bij de overheid.

De ondertekenaars vragen de overheid om dit in overleg met alle partijen mogelijk te maken. Tijdens de dialoog met de omgeving gaat het zowel om het inventariseren van (mogelijke) wensen met de intentie om hier in overleg aan tegemoet te komen (zoals o.a. over het vast te stellen voorkeursalternatief), als het benutten van kennis en het bespreekbaar maken van vragen (over bijvoorbeeld zicht, geluid, slagschaduw en ecologische effecten). Ook andere (mogelijk financiële) gevolgen voor (direct) omwonenden worden besproken en geïnventariseerd; uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke regelingen en daarin genoemde vormen van compensatie zoals planschade15. Bij de definitieve vergunningsaanvraag rapporteert de initiatiefnemer aan de belanghebbenden en het bevoegd gezag over de vraag hoe de procedure is verlopen en wat met de geïnventariseerde wensen mogelijk was en gedaan is. 11 12 13 14 15

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2013/09/Handreiking%20waardering%20Landschappelijke%20Effecten%20Windenergie_0.pdf https://www.windopland.info/wp-content/uploads/2018/03/NM-Checklist-Wind-op-Land-online.pdf [1] https://nlvow.nl/actueel/publicaties-nlvow https://www.windenergie.nl/beleid-en-regels/wetgeving [2] https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/planschade-rijksenergieprojecten 9

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

4. Financiële participatie Voor versterking van acceptatie en participatie stellen initiatiefnemers een bovenwettelijk bedrag beschikbaar. Voor de besteding wordt mede uitgegaan van de uitkomsten van een dialoog met de omgeving, zoals die ook zijn vertaald in een participatieplan. Elke windproject is maatwerk en de financiële bijdrage kan per project verschillen. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage wordt een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aangehouden. Initiatiefnemers in de windsector hebben verschillende vormen van financiële participatie ontwikkeld. Een overzicht van de verschillende voorbeelden is opgenomen in de participatiewaaier16. De initiatiefnemer bepaalt samen met de omgeving welke vormen van participatie het meest geschikt zijn voor een specifiek project. Uitgangspunt is om direct omwonenden meer te laten meeprofiteren dan mensen die verder weg wonen. Afspraken over het bovenwettelijk bedrag staan los van de manier waarop het eigendom van het project is geregeld. In beginsel geldt deze bijdrage voor de gehele looptijd van de exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals het aflopen van subsidies, kan deze bijdrage in overleg met de omgeving worden herzien.

4.1 Lokaal Eigendom In het Klimaatakkoord is de volgende afspraak opgenomen: “Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, de omgeving en marktpartijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Het streven naar de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale projectgerelateerde redenen van af te wijken.”17 Doel van deze afspraak is het bevorderen van acceptatie. Initiatiefnemer(s) spannen zich in om alle partijen die mogelijk lokaal eigendom willen op gelijkwaardige manier te betrekken. Uitgangspunt is dat iedereen die lokaal mede-eigenaar wil worden, hiertoe ook de mogelijkheid krijgt. Dit gebeurt op basis van gelijkwaardigheid, inclusief risico’s, tijdsinvestering en opbrengsten. Lokaal eigendom is een vorm van financiële participatie en opgenomen in de participatiewaaier. Tegelijk staat het streven naar 50% lokaal eigendom los van de afspraak om ook andere belanghebbenden in de omgeving via een vorm van financiële participatie te betrekken.18

16 17 18

https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord (p.219) Zie ook de door alle partijen opgestelde Q&A: http://www.nvde.nl/wp-content/uploads/2020/04/20200430-QenA-participatie-def.pdf 10

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

5. Rol en verantwoordelijkheid ondertekenaars NWEA • • •

Brengt de Gedragscode onder de aandacht van haar leden en verspreidt goede voorbeelden Treedt in overleg met de andere ondertekenaars en andere spelers met als doel de Gedragscode zo breed mogelijk geaccepteerd en geïmplementeerd te krijgen Ziet toe op naleving van de Gedragscode en spreekt zo nodig leden aan

Natuur- en milieuorganisaties • • •

Brengen de Gedragscode onder de aandacht - in het algemeen en binnen hun betrokkenheid bij projecten - en verspreiden goede voorbeelden Ondersteunen hun leden, partners en achterban en werken met hen samen om, in samenwerking met andere initiatiefnemers, invulling te geven aan de participatie in en acceptatie van windprojecten Komen hierbij concreet op voor de belangen van duurzame energieopwekking, natuur en landschap, leefomgeving en mede-eigenaarschap

Energie Samen • •

Brengt de Gedragscode onder de aandacht bij haar leden (energiecoöperaties) en geeft uitleg hoe zij hier concreet invulling aan kunnen geven Ondersteunt haar leden om in samenwerking met andere initiatiefnemers invulling te geven aan de participatie in en acceptatie van windprojecten met name in de vorm van mede-eigenaarschap

NLVOW • • • • •

Brengt door middel van het medeondertekenen van de Gedragscode de belangen van de omwonenden in het proces in met het doel deze te beschermen en te borgen Brengt de Gedragscode onder de aandacht bij haar achterban en verspreidt goede voorbeelden Treedt in overleg met de andere ondertekenaars en andere spelers met als doel de Gedragscode zo breed mogelijk geaccepteerd en geïmplementeerd te krijgen Ondersteunt omwonenden van (toekomstige) windprojecten zodat zij zo goed mogelijk hun belangen kunnen inbrengen en behartigen Stimuleert en ondersteunt de direct omwonenden om als belanghebbende op een constructieve manier te participeren in het proces

11

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

6. Naleving Indien een belanghebbende van een windproject meent dat de Gedragscode niet correct wordt nageleefd dan kan een melding worden gemaakt of een klacht worden ingediend: 1. Een belanghebbende dient een klacht over het niet-naleven van de code in bij het betreffende lid (één van de betreffende leden) van NWEA. 2. Het betreffende lid krijgt de mogelijkheid om op deze melding of klacht te reageren en samen met de indiener een oplossing te vinden. 3. Indien de melding of klacht door het betreffende lid volgens de indiener niet naar tevredenheid wordt afgehandeld kan hij/zij de klacht doorzetten naar één van de ondertekenaars van deze Gedragscode. 4. Indien de ondertekenaars gezamenlijk tot de conclusie komen dat de gedragscode op één of meerdere punten niet is nageleefd dient klacht in behandeling genomen te worden en treedt de directie van NWEA in overleg met de indiener en het betreffende lid met als doel de klacht af te handelen middels bemiddeling. 5. Indien bemiddeling onverhoopt onsuccesvol blijkt dan kan een klacht doorgezet worden naar een onafhankelijke klachtencommissie, die wordt samengesteld door alle ondertekenaars van de Gedragscode. 6. Indien de klacht gegrond wordt verklaard door de onafhankelijke klachtencommissie besluit het Bestuur van NWEA over een eventuele sanctie.

De uitkomst inclusief onderbouwing van de behandeling van de klacht wordt in overleg tussen de NWEA en de andere ondertekenaars gepubliceerd op de website van NWEA en de andere ondertekenaars.

12

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

7. Overige punten 7.1 Maatwerk Elk windproject is uniek. Locatie, initiatiefnemers, betrokkenen in de omgeving en omstandigheden verschillen per project. Per project wordt bekeken hoe en op welke wijze de belangen van de omgeving van een windproject het best geborgd kunnen worden.

7.2 Voorkoming stapeling

De verschillende financiële bijdragen/participatievormen die de initiatiefnemer levert aan de omgeving worden integraal in ogenschouw genomen om stapeling van deze bijdragen te beperken, zoals ook in het Energieakkoord staat verwoord. Deze Gedragscode beschrijft de bovenwettelijke financiële bijdragen/participatievormen in zijn totaliteit en vervalt (op onderdelen) als overheden zelf aanvullende, bovenwettelijke participatie- of compensatieeisen stellen zoals extra verplichte bijdragen aan landschapsfondsen of door de overheid verplichte vormen van financiële participatie. De ondertekenaars hebben een voorkeur voor varianten die zijn overeengekomen tussen initiatiefnemer en omgeving en/of varianten die de relatie tussen project en de omgeving bevestigen.

7.3 Goede voorbeelden Voorbeelden van participatietrajecten, -processen en -vormen die aangedragen worden door initiatiefnemers van windparken worden door de ondertekenaars verzameld en gepubliceerd op https://www.klimaatakkoord.nl/ participatie/handreiking-participatie-duurzame-energie.

13

Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)

Ondertekening Utrecht, xx oktober 2020

NWEA Hans Timmers, Voorzitter

Stichting De Natuur- en Milieufederaties Annie van de Pas, Netwerkdirecteur

Stichting Natuur & Milieu Marjolein Demmers, Directeur

Greenpeace Nederland Joris Thijssen, Directeur

Vereniging Milieudefensie Donald Pols, Directeur

Energie Samen Siward Zomer, Coöperatief directeur

Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines Rob Rietveld 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13942817/1