CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief initiatiefvoorstel Kindvriendelijk Barendrecht.pdf

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel 'Een Kindvriendelijk Barendrecht'10.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Initiatiefvoorstel Kindvriendelijk Barendrecht Inleiding Geachte leden van de Raad en het College, Ik wil graag uw aandacht vestigen op het voorstel "Een kindvriendelijk Barendrecht," dat tot doel heeft de levenskwaliteit van kinderen en jongeren in onze gemeente te verbeteren. Het plan is om actief mee te doen met het Child Friendly City Initiative (CFCI) om van Barendrecht een kindvriendelijke gemeente te maken, in lijn met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Hierbij staat centraal dat kinderen en jongeren het recht hebben om actief deel te nemen aan en invloed uit te oefenen op hun lokale gemeenschap. Dit wordt nagestreefd door de ontwikkeling en implementatie van een alomvattend kindvriendelijk beleid, gebaseerd op de waarden van het IVRK en gericht op de '3 P's' van het IVRK: Provisie, Protectie en Participatie.

1

Raadsbesluit Onderwerp: Organiseren

Commissie en

realiseren

van

‘Een

Zaaknummer

Samenleving

kindvriendelijke Barendrecht’ Portefeuille(s)

Gemeenteraad

Openbaar

DD MM 2023 De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het initiatiefvoorstel van het raadslid Tina Jakoeb:

BESLUIT 1.

Het voorstel ‘Een kindvriendelijk Barendrecht’ vast te stellen;

2.

Het college van B&W opdracht te geven om in goed overleg met het Child Friendly Cities netwerk van UNICEF Nederland te onderzoeken wat nodig is, inclusief de financiële gevolgen om een kindvriendelijke gemeente te worden volgens het Child Friendly Cities Initiative (CFCI).

2

Aanleiding 1. De gesprekken met beleidsmedewerkers hebben aangetoond dat Barendrecht al betrokkenheid van jongeren nastreeft, zij het op een versnipperde manier. Er is een jongerenraad en de bereidheid om samen te werken met scholen en zorgorganisaties om de behoeften van jongeren aan te pakken. Er is echter behoefte aan meer samenhangend jeugdbeleid en betere interne samenwerking. 2. Uit de resultaten van de Child Friendly Checklist deel I die ingevuld is door de ambtelijke organisatie in Barendrecht blijkt dat er enkele gebieden zijn waarop we scores van 1 of 2 hebben ontvangen op basis van verzamelde gegevens. Dit geeft aan dat het beleid of de implementatie ervan op deze terreinen niet volledig in overeenstemming is met Kinderrechtenverdrag, en dat er ruimte is voor verbetering om de situatie binnen de gemeente Barendrecht meer kindvriendelijk te maken.

3. Uit de resultaten van de Child Friendly Checklist deel II voor kinderen en jongeren in Barendrecht blijkt dat er ruimte is voor verbetering op verschillende terreinen om van Barendrecht een meer kindvriendelijke gemeente te maken. Dit omvat bewustwording van kinderrechten, inclusie, betrokkenheid van kinderen/jongeren in besluitvorming, verbeterde toegang tot hulp en ondersteuning, aandacht voor mentaal welzijn en verslaving, en verbeterde voorlichting en ondersteuning op het gebied van veiligheid. 4. De conclusie van de rondetafelgesprekken benadrukt de noodzaak om de kwesties met betrekking tot kinderrechten in Barendrecht serieus te nemen. Thema's zoals armoede, veiligheid, vrijetijdsvoorzieningen, inclusiviteit en openbaar vervoer spelen een essentiële rol bij het welzijn van kinderen en jongeren. Om deze uitdagingen aan te pakken, is coördinatie van initiatieven en bewustwording essentieel. Een mogelijke stap is het aanstellen van een coördinator voor armoedebestrijding. Verbeteringen in de toegankelijkheid van vrijetijdsvoorzieningen, zoals het creëren van een trapveld in Carnisselande, en het bevorderen van toegang tot sport, cultuur en recreatie zijn belangrijk. Het verbeteren van het openbaar vervoer, mogelijk door het aanbieden van gratis vervoer voor bepaalde groepen, verdient aandacht om de situatie te verbeteren.

3

Beoogd effect Het beoogde effect van het voorstel is om de levenskwaliteit van kinderen en jongeren in de gemeente Barendrecht te verbeteren door actieve deelname aan het Child Friendly City Initiative

(CFCI).

Niet

alleen

voldoet

de

gemeente

Barendrecht

dan

aan

het

kinderrechtenverdrag, maar zet het ook grote stappen om een kindvriendelijk gemeente te worden en hiermee direct te investeren in de volgende generaties, iets wat het huidige college ook voor ogen heeft.

Relatie met beleidskaders -

Gemeentelijk armoedebeleid

-

Maatwerkvoorzieningen (WMO): Materiële voorzieningen en vervoers -en woondiensten om zelfstandig te kunnen functioneren voor mensen met fysieke beperkingen

-

Participatiewet

-

Schuldhulpverlening

-

Antidiscriminatiebeleid

Argumenten: waarom dit voorstel? De noodzaak om een CFCI-erkende gemeente te worden is gebaseerd op de bevindingen van de Child Friendly Checklist, waaruit zowel positieve aspecten als zorgwekkende punten naar voren zijn gekomen met betrekking tot de situatie van kinderen en jongeren in Barendrecht. Het streven naar CFCI-erkenning is van cruciaal belang om: 1. Verbeteringen aan te brengen in de levenskwaliteit van kinderen en jongeren, zoals het vergroten van hun bewustzijn van kinderrechten en het aanpakken van problemen zoals pesten en beperkte participatie. 2. Een inclusieve gemeenschap te creëren waarin alle kinderen gelijke kansen krijgen en kunnen deelnemen, ongeacht hun achtergrond of beperkingen. 3. Het welzijn van de hele gemeenschap te bevorderen door te investeren in de volgende generatie en ervoor te zorgen dat elk kind toegang heeft tot essentiële voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en een veilige omgeving. Het is van essentieel belang om de CFCI-erkenning na te streven om de rechten en behoeften van kinderen en jongeren centraal te stellen in het gemeentelijk beleid. Het volgende stappenplan zal ons leiden naar deze erkenning en daarmee de realisatie van een kindvriendelijke gemeente bevorderen.

4

Uitvoering /vervolgstappen Om erkenning te krijgen als Child Friendly City, doorloopt een gemeente een aantal fasen. Het begint met een voorbereiding in lijn met het internationale Child Friendly Cities initiatief, waarna met het programma begonnen kan worden. Het volledige traject ziet er als volgt uit.

Voorbereiding Voordat een gemeente kan beginnen met het CFCI-programma, vindt in de voorbereidende fase het volgende plaats: 1. Er zijn voorbereidende gesprekken tussen UNICEF Nederland en de gemeente waarin onder andere aan de orde komen de fasen binnen het CFCI-programma en de commitment vanuit de gemeente om mankracht en budget vrij te maken; 2. De gemeenteraad geeft akkoord voor deelname aan CFCI, bepaalt wie de Memorandum of Understanding met UNICEF Nederland ondertekent en spreekt uit dat het CFCI-programma ook voortgezet wordt na eventuele (tussentijdse) verkiezingen; 3. De gemeente wijst een CFCI-coördinator binnen de gemeente aan die het CFCI-traject coördineert en aanspreekpunt is voor UNICEF Nederland; 4. De gemeente installeert een stuurgroep bestaande uit lokale partners (maatschappelijke organisaties, bedrijven, academici, ombudsman, et cetera) die de gemeente bij het CFCIprogramma begeleidt en de uitvoering en voortgang bewaakt. Vervolgfasen: Hieronder vindt u een uiteenzetting van de zes fasen die doorlopen moet worden. 1. Memorandum of Understanding

De gemeente en UNICEF Nederland tekenen een Memorandum of Understanding (MoU) met de voorwaarden voor de samenwerking tussen de gemeente en UNICEF. Het tekenen van de MoU betekent de start van een periode van maximaal vijf jaar waarin de gemeente uiteindelijk erkenning kan verwerven als CFCI-gemeente. De gemeente krijgt na ondertekening van de MoU de status van kandidaat-CFCI-gemeente. 2. Situatieanalyse

De gemeente voert met de stuurgroep een lokale situatieanalyse uit aan de hand van de Child Friendly Checklist van CFCI. Dit om in kaart te brengen hoe het met kinderen en jongeren gaat binnen de gemeente en op welke punten de situatie van kinderen verbeterd kan worden. De analyse wordt binnen een jaar na het tekenen van de MoU afgerond en vormt het kader om 5

verbeteringen in het CFCI-programma te monitoren. 3. Actieplan

De gemeente stelt op basis van de situatieanalyse en in samenspraak met lokale partners en UNICEF Nederland een Actieplan op met (gemiddeld drie tot vijf) actiepunten die aangepakt gaan worden. In het Actieplan wordt SMART vastgelegd ‘wat’, ‘wie’, ‘wanneer’ en budget. Het Actieplan omvat een communicatieplan. Het Actieplan wordt door UNICEF goedgekeurd. Voor de uitvoering van het Actieplan, wordt een coördinatiegroep gevormd. Deze bestaat uit medewerkers van de verschillende betrokken beleidsdomeinen binnen de gemeente. Het Actieplan en de coördinatiegroep worden uiterlijk binnen twee jaar na het tekenen van de MoU vastgesteld. 4. Uitvoering

De coördinatiegroep geeft samen met lokale partners en kinderen/jongeren uitvoering aan het Actieplan. De stuurgroep bewaakt de uitvoering en voortgang. UNICEF ondersteunt en monitort de uitvoering. De uitvoeringsfase duurt maximaal drie jaar. Naast de uitvoering van het Actieplan zelf, worden (social) media actief betrokken en benut om inwoners te informeren over het CFCI-traject en kinderrechten. 5. Evaluatie

Jaarlijks is er een evaluatiegesprek tussen UNICEF, de coördinatiegroep en de stuurgroep. De evaluatie ziet toe op twee componenten: het proces en de impact/behaalde doelen. Vanaf de tweede evaluatie kan de conclusie zijn dat de resultaten zijn behaald en overgegaan kan worden tot erkenning als CFCI-gemeente. 6. Erkenning

Als de resultaten zijn behaald, kent UNICEF Nederland de gemeente de status van CFCIgemeente toe. De erkenning is voor de duur van vijf jaar. Wil de gemeente de erkenning als CFCI-gemeente behouden, dan zal de gemeente binnen deze periode opnieuw het CFCI-traject moeten doorlopen en moeten aantonen dat het nog steeds een kindvriendelijke gemeente betreft conform de richtlijnen van UNICEF. Overleg gevoerd met -

Defence for Children

-

Beleidsmedewerkers

-

UNICEF

-

Kinderombudsman

6

-

Young010

-

Nationale Jeugdraad

-

Nationale Ombudsman

-

Jongerenraad Barendrecht

-

Kinderburgemeester Barendrecht

Kantekeningen 1) Financiële middelen: Het is essentieel om een gedetailleerd budgetbeheerplan op te stellen dat de kosten en financieringsbronnen in kaart brengt, rekening houdend met mogelijke financiële druk op de gemeente. Dit plan kan stapsgewijs worden ontwikkeld op basis van wat al wordt gedaan en wat mogelijk is zonder aanzienlijke capaciteitsuitbreiding en kosten. 2) Samenwerking: Het voorstel benadrukt de samenwerking met verschillende organisaties, maar het is van cruciaal belang om te verzekeren dat deze samenwerking soepel verloopt. Er kunnen uitdagingen ontstaan bij het coördineren van inspanningen en het afstemmen van beleid tussen verschillende belanghebbenden. 3) Lange termijn betrokkenheid: Het initiatief streeft naar duurzame veranderingen op lange termijn. Het is echter een uitdaging om betrokkenheid van belanghebbenden in stand te houden na verloop van tijd. Het is belangrijk om een strategie te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat het initiatief blijvende resultaten oplevert. 4) Tijdslijn en mijlpalen: Het is essentieel om een duidelijke tijdslijn en meetbare mijlpalen vast te stellen om de voortgang van het initiatief te volgen. Dit kan helpen bij het beoordelen van de effectiviteit en het zorgen voor verantwoording.

5) Kinderparticipatie: Het voorstel benadrukt het belang van kinderen en jongeren bij het ontwikkelen van het beleid, maar het kan een uitdaging zijn om hun actieve betrokkenheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat hun stem serieus wordt genomen.

Monitoring Voorgesteld wordt om elk jaar een evaluatie te houden en de Raad mee te nemen in de behaalde resultaten.

Financiën Het is momenteel moeilijk om nauwkeurig te bepalen hoeveel budget er aan de voorkant nodig is, aangezien de gemeente Barendrecht al inspanningen levert op het gebied van kinderrechten. Tijdens een officiële inventarisatie in samenwerking met UNICEF zal duidelijk worden welke

7

inspanningen we als gemeente al leveren, wat er in ontwikkeling is, en waar we nog extra stappen moeten zetten. Veel van de benodigde maatregelen hebben betrekking op gedragsverandering, gewenning en eenvoudige uitvoering zonder dat er financiële middelen nodig zijn.

Communicatie/participatie na besluitvorming Publicatie van het besluit. Zodra hiermee gestart wordt, zal onder de aandacht gebracht worden bij (lokale) media, opvang, scholen en eventuele communicatie aan gezinnen met kinderen. Verdere participatie start wanneer de eerste fase van het programma doorlopen zal worden met desbetreffende ambtenaren en wethouders.

Bijlage Situatieanalyse ‘Een kindvriendelijk Barendrecht’ 3 november 2023

8

Situatieanalyse ‘Een kindvriendelijk Barendrecht’ 3 NOVEMBER 2023

Tina Jakoeb, Raadslid Partij van de Arbeid Barendrecht

9

Hoofdstuk 1: De basis voor kindvriendelijkheid Het kernidee van dit voorstel is om toe te werken naar een kindvriendelijke gemeente. Dit houdt in dat een gemeente de kinderen en jongeren behandelt als volwaardige burgers en actief werkt aan het versterken van hun rol in de samenleving. Dit is in overeenstemming met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), waarin wordt gesteld dat kinderen en jongeren het recht hebben om actief deel te nemen aan en invloed te hebben op hun lokale gemeenschap. De overheid heeft de primaire verantwoordelijkheid om het IVRK uit te voeren door het juiste beleid te voeren dat de rechten van kinderen en jongeren garandeert. Dit betekent dat er basisvoorzieningen en structuren worden gecreëerd op gebieden zoals onderwijs, vervoer, gezondheidszorg, vrijetijdsbesteding, ruimtelijke ordening, recht en welzijn. Deze structuren zorgen voor de participatie, bescherming en voorzieningen voor kinderen en jongeren, zoals uiteengezet in de '3 P's' van het IVRK: Provisie, Protectie en Participatie.

Ook zorgen ze voor invulling van de vier kernbeginselen: (1) Bescherming tegen discriminatie van kinderen; (2) Het belang van het kind als uitgangspunt bij beleidsontwikkeling; (3) De holistische ontwikkeling van kinderen: mentaal, fysiek, sociaal, moreel en psychologisch; (4) Het recht van kinderen om hun mening te vormen en te uiten over relevante zaken. Het is van cruciaal belang dat de overheid samenwerkt met maatschappelijke organisaties én de kinderen en jongeren zelf om een kindvriendelijk lokaal beleid te ontwikkelen. Bovendien moet het beleid van een kindvriendelijke gemeente niet alleen worden gericht op traditionele beleidsterreinen die direct verband houden met kinderen en jongeren, zoals vrijetijdsbesteding, onderwijs en kinderopvang. Kindvriendelijk beleid ziet toe op alle terreinen die betrekking hebben op kinderen. Denk bijvoorbeeld aan ruimtelijke ordening (kinderen moeten zich in openbare ruimtes kunnen bevinden), verkeersveiligheid (kinderen en jongeren kunnen zich veilig en zelfstandig verplaatsen), woonkwaliteit en omgeving (kinderen kunnen opgroeien in een prettige buurt), en arbeidsmarktbeleid (ouders moeten voldoende financiële middelen hebben om hun kinderen op te voeden en jongeren hun eerste werkervaring te kunnen laten opdoen).

Een alomvattende aanpak die rekening houdt met alle levensaspecten die belangrijk zijn voor kinderen en jongeren, is essentieel voor een kindvriendelijk lokaal beleid. Ten slotte is het belangrijk op te merken dat hoewel het IVRK-kinderen en jongeren definieert als personen van 0 tot 18 jaar, een lokaal kindvriendelijk beleid flexibel moet zijn met betrekking tot deze leeftijdsgrenzen. Lokaal jeugdbeleid heeft vaak betrekking op jongvolwassenen tot 25 of zelfs 30 jaar oud, aangezien jongeren tegenwoordig vaak langer thuis 10

wonen, later toetreden tot de arbeidsmarkt en daardoor langer afhankelijk blijven van hun ouders. Het is daarom wellicht gepaster om te spreken over een 'kind- en jeugdvriendelijke' gemeente. In dit document wordt toegelicht hoe tot dit voorstel is gekomen. Daarbij wordt in hoofdstuk 2 eerst stil gestaan bij de oriënterende gesprekken en hoe deze uiteindelijk geleid hebben tot een situatieanalyse van Barendrecht aan de hand van de Child Friendly Checklist van UNICEF Nederland. Deze analyse wordt beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt afzonderlijk stilgestaan bij de vragenlijsten die in het kader van de Child Friendly Checklist uitgezet zijn bij kinderen en jongeren en wat daaruit voortkwam. In hoofdstuk 5 volgt de analyse en mijn conclusie.

11

Hoofdstuk 2: Vooronderzoek: Oriënterende gesprekken met verschillende organisaties Dit voorstel is het resultaat van een uitvoerig vooronderzoek waarbij een reeks gesprekken werd gevoerd met verschillende partijen. Hieronder vindt u een uiteenzetting van de inhoud van de gesprekken kort samengevat: 2.1 Defence for Children Defence for Children ontvangt jaarlijks een subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om kinderrechten in de gemeente een stevigere plek te geven in beleid en praktijk. Elk jaar voert de kinderrechtenorganisatie minimaal twee consulttrajecten uit om gemeenten te helpen met een specifieke hulpvraag. Deze hulpvraag kan over een verscheidenheid van kinderrechtelijke thema’s gaan, maar is het in verleden vaak over jongerenparticipatie, jeugdzorg en onderwijs gegaan. Dit jaar heb ik een verzoek ingediend bij Defence for Children om mij te helpen bij het indienen van een initiatiefvoorstel om van Barendrecht een kindvriendelijke gemeente te maken. Defence for Children ondersteunt mij in het proces tot indiening met behulp van hun kinderrechtelijke expertise en ervaring met gemeentelijke vraagstukken op dit gebied. Tijdens meerdere bijeenkomsten met Defence for Children in 2022 en 2023 werd de betrokkenheid van kinderen en jongeren in de gemeente Barendrecht geëvalueerd.

Hoewel er al diverse initiatieven waren, zoals lokale jeugdactiviteiten, een opkomende jongerenraad en onderwijskoppelingen, werd geconstateerd dat er een gebrek was aan cohesie, coördinatie en duurzaamheid in de huidige inspanningen. Defence for Children werd geïdentificeerd als een potentiële partner om te helpen bij het ontwikkelen van een gelaagde benadering en het omzetten daarvan in concrete acties. Drie hoofdprocessen werden geïdentificeerd: 1) het voorzien van Tina Jakoeb met relevante kennis en contacten over kinderrechten en betekenisvolle kinder- en jongerenparticipatie, 2) het bieden van consultatie en training aan beleidsmakers over de integratie van kinderrechten in bestuurlijke processen, en 3) ondersteuning bij de ontwikkeling naar een kindvriendelijke stad. Diverse hulpmiddelen en programma's werden besproken als mogelijke ondersteuningsmiddelen, waaronder het Speaking Minds Maatschappelijke Diensttijd programma, de expertise van Eva Saeboe in het bevorderen van jongerenparticipatie, de bouwstenen methodiek van de Nationale Jeugdraad (hierna: NJR) en de online toolkit van Democracy Reloading.

12

2.2 Beleidsmedewerkers Er zijn twee gesprekken met een beleidsmedewerker (portefeuille Jeugd) van de gemeente Barendrecht gevoerd. Het eerste gesprek met de beleidsmedewerker richtte zich op twee thema’s namelijk jeugdparticipatie, en zorg en onderwijs. Met betrekking tot jeugdparticipatie is het volgende besproken: -

Beleid: De gemeente heeft momenteel geen specifiek beleid voor kinderrechten, maar betrekt kinderen en jongeren via initiatieven zoals De Jonge Krijger en KijkopWelzijn. Er worden regelmatig bijeenkomsten en interactieve sessies georganiseerd om jongeren te betrekken bij het bespreken van verschillende thema’s. Onderwijs speelt ook een belangrijke rol in jeugdparticipatie.

-

Jongerenraad: Hoewel er aanvankelijk twijfels waren over het oprichten van een jongerenraad, hebben enkele jongeren zich aangeboden om deze op te richten. De gemeente is van plan met hen in gesprek te gaan om hen te ondersteunen.

-

Rollen van de kinderburgemeester: De kinderburgemeester van Barendrecht heeft verschillende rollen, waaronder het meedenken en praten over verschillende thema’s, het deelnemen aan symbolische activiteiten en het bespreken van thema’s op zijn/haar school. School heeft echter prioriteit.

Met betrekking tot zorg en onderwijs is het volgende besproken: -

Intensivering samenwerking scholen en zorgorganisaties: Er is een toename van jongeren met problemen en het is een uitdaging om het aanbod van zorg en onderwijs op hun behoeften af te stemmen. De gemeente werkt samen met scholen en zorgorganisaties om deze kwesties aan te pakken en biedt extra ondersteuning aan jongeren die dat nodig hebben.

-

Preventief beleid: Er is een budget van €100.000 gereserveerd voor preventief beleid. Er is echter een behoefte aan een coherent jeugdbeleid en betere interne samenwerking tussen verschillende afdelingen die zich met jeugd bezighouden.

In een tweede gesprek kwam het CFCI van UNICEF Nederland aan de orde. Er werd aan de beleidsmedewerker gevraagd of zij kon helpen bij het invullen van de Child Friendly Checklist van UNICEF. 2.3 UNICEF In februari 2023 heb ik contact gezocht met Esther Vreeburg, programma manager van het Child Friendly Cities Initiative in Nederland. Het CFCI is een programma van UNICEF Internationaal. Het heeft als doel lokale overheden te ondersteunen bij de implementatie van

13

het IVRK en handvatten, informatie en voorbeelden aan te reiken voor de vraag hoe je kinderrechten lokaal handen en voeten geeft. Door deelname kan een gemeente erkenning krijgen als Child Friendly City en als zodanig zichtbaar worden op de wereldkaart1 van CFCI. Sinds maart 2022 rolt UNICEF Nederland dit programma ook uit in Nederland.2 Daarbij is een bestaand netwerk overgenomen dat geruime tijd informeel bestond en van 2020 tot 2022 bij de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten was ondergebracht. Door de overname in 2022 door UNICEF Nederland is het netwerk nu onderdeel van het internationale netwerk waarbij wereldwijd duizenden gemeenten zijn aangesloten. In 2022 stond de lancering van CFC onder de vlag van UNICEF Nederland centraal. Er vond in juli een webinar plaats om partners uit te leggen hoe invulling wordt gegeven aan CFC en waarom participatie op lokaal niveau essentieel is. Ook werd de Child Friendly Checklist ontwikkeld ten behoeve van het CFCI. De Child Friendly Checklist ondersteunt gemeenten bij het maken van een situatieanalyse van hun lokale context, zodat er concrete actiepunten geformuleerd kunnen worden om de situatie voor kinderen en jongeren in de gemeente te verbeteren. Deze Checklist is gebaseerd op de vier kernartikelen van het IVRK en ontwikkeld door UNICEF Nederland samen met het onderzoeks- en adviesbureau Sardes.

Ook heeft de Nationale Jeugdraad meegedacht over de vragen over participatie en de vragenlijst voor jongeren. Het CFCI is gericht op het realiseren van concrete verbeteringen voor kinderen en jongeren, wat uiteindelijk kan leiden tot de erkenning als Child Friendly City. De resultaten van de checklist bieden daarvoor handvatten. Tijdens het CFCI doorlopen gemeenten zes fasen om uiteindelijk erkend te kunnen worden als kindvriendelijke gemeente. Meer informatie over dit programma kunt u terugvinden in hoofdstuk 6. Ik heb op 13 februari 2023 UNICEF Nederland verzocht om Barendrecht aan te melden als pilotgemeente voor de Child Friendly Checklist. Barendrecht, samen met de gemeenten Baarn, Eemsdelta, Gooise Meren, Den Haag en Sint-Eustatius, neemt deel aan de pilot van deze checklist.

1

Child Friendly Cities initiatives around the world: https://www.childfriendlycities.org/initiatives Child Friendly Cities in Nederland: https://www.unicef.nl/ons-werk/nederland/child-friendly-cities-innederland 2

14

2.4 Kinderombudsman Rotterdam Op 20 maart 2023 vond er een oriënterend gesprek plaats met de Kinderombudsman van Rotterdam, waarin de rol van de kinderburgemeester in Rotterdam en omliggende gemeenten centraal stond. 2.5 Uitwisselingsprogramma CoNeCtYVe De kick-off van CoNeCtYVe vond plaats op 23 maart 2023. Het uitwisselingsprogramma CoNeCtYVe, georganiseerd door Child Friendly Cities Nederland en het Vlaamse Netwerk Kindvriendelijk, is gericht op het creëren van kindvriendelijke, leefbare buurten waar kinderen fysiek en mentaal gezond kunnen opgroeien. Het programma omvatte werkbezoeken, presentaties en workshops die ambtenaren en lokale partners inspireren en voorzien van hulpmiddelen om concrete stappen te zetten richting kindvriendelijke, leefbare buurten. Tijdens de uitwisseling in Vlaanderen, werden verschillende aspecten belicht zoals mobiliteit en kindvriendelijke publieke ruimten in Turnhout, ecosystemisch werken in Beringen en inclusief samenleven in Turnhout. De uitwisseling in Nederland vond plaats in Apeldoorn en omgeving en belichtte onder andere gebiedsontwikkeling, gezond leven en jeugdparticipatie. Kernbegrippen van het programma waren verbinden, bewegen, inclusie en participatie, waarbij het samenspel tussen beleid, praktijk en onderzoek wordt bevorderd.

Het programma wordt ondersteund door verschillende organisaties waaronder stad Gent, gemeente Apeldoorn, Hogeschool GENT, HAN University of Applied Sciences, Ruimte voor de Jeugd, Bataljong, Jint, Nederlands Comité UNICEF, het Vlaamse Departement CJM en het Nederlandse Ministerie van VWS en werd gesubsidieerd door Erasmus+. In 2024 is nog een eindbijeenkomst waarin resultaten en ervaringen worden gepresenteerd. 2.6 Masterclass borging van duurzame jongerenparticipatie De masterclass over de borging van duurzame jongerenparticipatie op 19 april 2023 werd verzorgd door Democracy Reloading. Dit is een Europees partnerschap dat als doel heeft om gemeenten aan te sporen om jongeren te betrekken in lokale besluitvorming. Het programma is gebaseerd op een toolkit met daarin 24 competenties die gemeenten nodig hebben om een succesvolle jongerenparticipatiestructuur te ontwerpen, implementeren en evalueren.

15

2.7 Young010 Op 25 april 2023 vond een gesprek plaats met een ervaren projectleider en beleidsmedewerker bij Young010, die werkzaam is voor Stichting Lokaal, een centrum voor democratie in Rotterdam dat in 1994 is opgericht. Lokaal heeft vier programmalijnen, waaronder 'Jong in Rotterdam,' waar Young010 onder valt. Als jongerenraad bestaat Young010 uit 20-30 Rotterdamse jongeren in de leeftijd van 13 tot 23 jaar. Deze jongerenraad adviseert het stadsbestuur over wat er onder jongeren leeft en organiseert evenementen zoals het Groot Jongerendebat Rotterdam. Young010 ontvangt ondersteuning van Lokaal en subsidie van de gemeente Rotterdam. Er zijn prestatieafspraken gemaakt over de frequentie van advies en deelname aan gemeentelijke discussies. Tijdens het gesprek werd benadrukt dat het belangrijk is om een jonge en ervaren aanjager te hebben voor het succes van een jongerenraad. Young010 pakt gelijktijdig twee thema's aan, voert interviews uit en wisselt ervaringen uit om advies te formuleren. Ook houden ze rekening met actualiteiten bij het selecteren van thema's. Hoewel Young010 neutraal opereert, ervaren ze soms misverstanden over hun banden met de gemeente. Desondanks groeit het vertrouwen door directe gesprekken met jongeren over hun zorgen en problemen.

Leden van Young010 ontvangen een maandelijkse vergoeding op basis van een verouderde verordening die momenteel wordt herzien. Elk jaar werven ze nieuwe leden en bieden ze trainingen aan op het gebied van netwerken, gespreksvoering en presentatievaardigheden. Als projectleider begeleidt deze persoon het adviesproces, onderhoudt contact met wethouders en raadsleden, en werkt samen met de kinderombudsman voor adviestoetsing.

2.8 Nationale Jeugdraad Op 18 mei had ik een gesprek met een bestuurslid van de NJR om input te verzamelen. Deze persoon is actief betrokken bij het bevorderen van lokale jongerenparticipatie. Hij is een project gestart om de lokale jongerenparticipatie en initiatieven in verschillende gemeenten te versterken, met als doel het verbeteren van de sociale cohesie van actieve lokale jongerenplatforms en initiatieven door middel van het organiseren van activiteiten. Daarnaast bevordert hij kennisuitwisseling door peer-to-peer tools te verspreiden zodat lokale jongerenorganisaties kunnen functioneren. De NJR is een vereniging die bestaat uit verschillende landelijke jongerenorganisaties en heeft een projectorganisatie die zich richt op diverse thema's, variërend van mentale gezondheid tot jeugdzorg.

16

2.9 Nationale Ombudsman Op 20 juni had ik een gesprek met een vertegenwoordiger van de Nationale Ombudsman, die fungeert als aanspreekpunt voor gemeenten, en een beleidsadviseur van de Kinderombudsman. Het hoofddoel van dit gesprek was om meer inzicht te krijgen in de rol en verantwoordelijkheden van de ombudsman en om te begrijpen hoe de gemeente Barendrecht in dit kader opereert.

2.10 Griffier Op 11 juli werd een gesprek gevoerd met de griffier over het uitzetten van een vragenlijst naar kinderen en jongeren. Met ondersteuning van de griffier is er een brief opgesteld die naar partijen zijn verstuurd met het verzoek mee te werken aan de Child Friendly Checklist om een nulmeting te kunnen doen. De brief treft u in de bijlage 1. 2.11 Samenvatting Dit voorstel is het resultaat van een uitvoerig vooronderzoek waarbij ik gesprekken heb gevoerd met verschillende belangrijke stakeholders. Hieronder volgt een samenvatting van de gesprekken: 2.1 Defence for Children Defence for Children ontvangt jaarlijks subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om kinderrechten in onze gemeente te versterken. Ze voeren consulttrajecten uit om gemeenten te helpen met specifieke kinderrechtenkwesties, zoals jongerenparticipatie, jeugdzorg en onderwijs. Ik heb samengewerkt met Defence for Children om input op te halen hoe een kindvriendelijke benadering te ontwikkelen en te implementeren. 2.2 Beleidsmedewerkers Ik heb twee gesprekken gevoerd met een beleidsmedewerker (portefeuille Jeugd) van de gemeente Barendrecht. Deze gesprekken richtten zich op jeugdparticipatie, zorg en onderwijs, waarbij we de bestaande initiatieven en uitdagingen hebben besproken.

17

2.3 UNICEF In februari 2023 heb ik contact opgenomen met UNICEF Nederland om deel te nemen aan het Child Friendly Cities Initiative (CFCI) en de Child Friendly Checklist in te vullen. Hiermee streven we naar erkenning als Child Friendly City. 2.4 Kinderombudsman Rotterdam In maart 2023 heb ik gesproken met de Kinderombudsman van Rotterdam om de rol van de kinderburgemeester in onze regio te bespreken. 2.5 Uitwisselingsprogramma CoNeCtYVe Op 23 maart 2023 heb ik deelgenomen aan het uitwisselingsprogramma CoNeCtYVe, dat gericht is op het creëren van kindvriendelijke buurten. 2.6 Masterclass borging van duurzame jongerenparticipatie Op 19 april 2023 heb ik een masterclass gevolgd over het borgen van duurzame jongerenparticipatie, verzorgd door Democracy Reloading. 2.7 Young010 Op 25 april 2023 heb ik gesproken met Young010 om inzicht te krijgen in hun ervaringen en adviezen over jongerenparticipatie. 2.8 Nationale Jeugdraad In mei 2023 heb ik gesproken met een bestuurslid voor de Nationale Jeugdraad, om input te verzamelen over lokale jongerenparticipatie. 2.9 Nationale Ombudsman In juni 2023 heb ik een gesprek gehad met vertegenwoordigers van de Nationale Ombudsman om de rol en taken van de ombudsman en de positie van Barendrecht te begrijpen.

18

2.10 Griffier In juli 2023 heb ik overlegd met de griffier over het uitzetten van een vragenlijst naar kinderen en jongeren en de betrokkenheid van partijen bij de Child Friendly Checklist. Ik heb de rode draad van de gesprekken benoemd en de uitkomsten en conclusies van het vooronderzoek worden verder in het voorstel uitgewerkt. Het doel is om het voorstel leesbaarder en gestructureerder te maken, zodat u een duidelijk beeld krijgt van de achtergrond en aanleiding voor het verdere onderzoek.

19

Hoofdstuk 3: Child Friendly Checklist Deel I Ten behoeve van dit voorstel, is de 'Child Friendly Checklist' van UNICEF Nederland uitgevoerd. Deze ondersteunt gemeenten bij het maken van een lokale situatieanalyse en daarmee bij het evalueren van de kindvriendelijkheid van hun beleid en de naleving van het IVRK. De checklist is gebaseerd op de vier kernprincipes van het IVRK: -

Bescherming tegen discriminatie van kinderen.

-

Het belang van het kind als uitgangspunt bij beleidsontwikkeling.

-

De holistische ontwikkeling van kinderen: mentaal, fysiek, sociaal, moreel en psychologisch.

-

Het recht van kinderen om hun mening te vormen en te uiten over relevante zaken.

3.1 Opbouw van de checklist De 'Child Friendly Checklist' bestaat uit zes delen, gelabeld van A tot en met F. De eerste vijf delen (A t/m E) bevatten indicatoren over beleid en proces om te bepalen hoe een gemeente kinderen ondersteunt bij hun opvoeding en het creëren van een kindvriendelijke omgeving. Deel F richt zich op de ervaringen van kinderen en jongeren en bevat kwantitatieve indicatoren; dit deel is aanvullend en biedt richtlijnen voor het controleren van de effectiviteit van het beleid. De delen zijn als volgt ingedeeld: a) Bestuur: Integratie van kinderrechten in de gemeente b) Non-discriminatie en gelijke kansen (artikel 2) c) Besluitvorming: Belangen van het kind meewegen (artikel 3) d) Participatie (artikel 12) e) Ontwikkeling (artikel 6), onderverdeeld in verschillende subcategorieën, waaronder gezin en opvoedhulp, welzijn en gezondheid, toereikende levensstandaard/armoede, onderwijs, kinder(dag)opvang, vrije tijd, spel, sport, cultuur en recreatie, openbare ruimte en mobiliteit, en veiligheid en bescherming. f) Kwantitatieve indicatoren. De resultaten van de ingevulde checklist door de ambtelijke ondersteuning treft u in bijlage 4.

20

3.2 Hoe wordt de meeting bepaald? Elke indicator heeft een score gekregen op een schaal van vier niveaus van kindvriendelijkheid, waarbij niveau 1 het laagste en niveau 4 het hoogste niveau vertegenwoordigt: -

25%: Geen of zeer beperkt beleid of visie, geen acties ondernomen.

-

50%: Beperkte acties uitgevoerd en/of gestimuleerd, maar geen duidelijk beleid of visie, geen beschikbare gegevens over het thema of de doelgroepen, ad-hoc uitvoering van acties en/of reactie op incidenten of problemen, sporadische betrokkenheid van kinderen en jongeren.

-

75%: Bestaan van beleid of visie, soms met operationeel plan, enkele beschikbare gegevens, suboptimale uitvoering, niet alle doelgroepen bereikt, onvoldoende of niet-structureel budget, enige monitoring van uitvoering en resultaten maar geen analyse en evaluatie, regelmatige betrokkenheid van kinderen en jongeren.

-

100%: Actieve en structurele inzet voor kinderrechten, meerjarig beleidsplan of visie ondersteund door gedetailleerde gegevens, bijbehorend operationeel plan, voldoende en structureel budget, monitoring, analyse en aanpassing van uitvoering en resultaten, structurele betrokkenheid van kinderen en jongeren.

Een score van 0 kan worden toegekend als een indicator niet van toepassing is. Indicatoren met een score van 0, 1 of 2 kunnen aandachtspunten zijn, d.w.z. situaties waarin de leefomstandigheden van kinderen en jongeren niet in overeenstemming zijn met de kinderrechten en er geen sprake is van een kindvriendelijke situatie. Meer informatie omtrent de opbouw van de checklist kunt u terugvinden in bijlage 5. 3.3 Thema’s die bijzondere aandacht verdienen Ter voorbereiding op dit voorstel is een eerste check uitgevoerd voor Barendrecht. Dit heeft een interessant beeld gegeven van de lokale situatie op het gebied van kinderrechten. Daarbij moet opgemerkt worden dat deze check gedaan is als eerste verkenning en dat een verdieping kan zorgen voor een verdere aanscherping. Het valt buiten het bereik van dit voorstel om elk thema in detail te bespreken en toe te lichten, maar het is belangrijk om hieronder kort aandacht te besteden aan enkele thema's die bijzondere aandacht verdienen. Uit de resultaten van de Child Friendly Checklist blijkt dat er een aantal thema's is dat een score van 1 of 2 heeft gekregen op basis van de verzamelde informatie. Dit wijst erop dat op deze gebieden het beleid of de uitvoering ervan niet volledig in overeenstemming is met de kinderrechten en dat er nog ruimte is voor verbetering om een

21

kindvriendelijkere situatie te creëren. Voor de volledige resultaten van de Child Friendly Checklist verwijs ik u naar bijlage 4. Indicator

Score

12. Kinderrechtencheck: De gemeente past bij besluitvorming en de ontwikkeling van beleid structureel een kinderrechtencheck toe. Hiervoor zijn duidelijke richtlijnen en gebeurt door alle beleidsdomeinen. Deze check betekent dat de gemeente in kaart brengt wat de gevolgen zijn van voorgenomen beleid/ maatregelen/ regelgeving op de totale leefsituatie en rechten van een groep kinderen. De gemeente weegt die effecten af tegen het doel, de maatschappelijke impact en de kosten van het beoogde beleid etc. Dit betekent niet dat de belangen van kinderen altijd de doorslag geven maar wel dat in de besluitvorming altijd gekeken wordt wat hun belangen zijn, dat inzichtelijk is hoe de belangen zijn meegewogen en waarom er (eventueel) in afwijking van deze belangen van kinderen besloten is.

Score is 1 dat betekent dat onze gemeente nog geen kinderrechtencheck doet

15. Bekendheid mogelijkheden participatie: Kinderen weten welke mogelijkheden er zijn om in de gemeente hun mening te geven, op welke manier zij inspraak kunnen hebben en wat met hun input gebeurt. De gemeente informeert hen hier structureel en actief over op verschillende (online) manieren.

Score is 2: Sommige kinderen weten dit. Soms deelt de gemeente enige informatie hierover.

16. Stem en perspectief van kinderen: Bij de ontwikkeling van beleid wordt altijd en op een betekenisvolle manier de stem en het perspectief van kinderen meegenomen. Hiervoor zijn:

2: De stem en het perspectief van kinderen is informeel onderdeel van beleidsontwikkeling. Incidenteel wordt hun mening opgehaald. Er is een medewerker die hier enige tijd aan besteedt.

-

Binnen de gemeente verschillende manieren om kinderen en jongeren te laten participeren en hun perspectief op te halen; Zorgen alle beleidsdomeinen voor participatie van kinderen; Is er toereikend budget om betekenisvolle participatie vorm te geven.

17. Stem van kinderen bij (partner)organisaties: De gemeente stuurt erop dat organisaties die een taak uitvoeren voor de gemeente of met wie de gemeente samenwerkt, in hun beleid en besluitvorming de mening en het perspectief van kinderen meenemen en afwegen en zorgen voor een vorm van betekenisvolle participatie.

2: De gemeente vraagt hier incidenteel aandacht voor bij andere organisaties.

19. Klacht indienen: Kinderen kunnen zelfstandig een klacht indienen via een kindvriendelijke procedure. Dit betekent dat:

1: In onze gemeente is er alleen een algemene klachtprocedure voor jong en oud.

-

De procedure makkelijk te vinden is (op internet of anderszins) De procedure in kindvriendelijke taal beschreven en eenvoudig toegankelijk is Een kind kosteloos onafhankelijke ondersteuning kan krijgen bij het indienen en vervolgen van de klacht De klachtbehandelaar de vaardigheden heeft om een klacht van kinderen op een kindvriendelijke manier te behandelen.

22

27.Toegang tot gezondheidsvoorzieningen: -

Alle kinderen hebben toegang tot gezondheidsvoorzieningen, zoals de huisarts, tandarts, psycholoog en fysiotherapeut. Ook kinderen op de vlucht of zonder documenten. Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met en operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; Worden gezinnen die zorg mijden actief benaderd; Voert de gemeente met (lokale) partners het gesprek over de toegang en kwaliteit en zorgt er samen voor dat eventuele (financiële) barrières voor de toegang worden opgelost; Betrekt de gemeente de mening van kinderen om het aanbod vast te stellen; Monitort en evalueert de gemeente de toegang en past waar nodig het beleid en de aanpak aan. 30. Mentorprogramma’s: Kinderen en jongeren kunnen binnen de gemeente gebruik maken van mentorprogramma’s waarbinnen zij gekoppeld worden aan een vrijwilliger die hen op een laagdrempelige manier ondersteunt. Hiervoor is voldoende budget. Het programma is van goede kwaliteit en voor een brede groep beschikbaar. De mening van kinderen wordt gevraagd en de resultaten worden gemonitord en geanalyseerd.

2: De gemeente heeft geen beleid, maar voert soms wel het gesprek met partners over de toegang, met name naar aanleiding van incidentele situaties waarin de toegang problematisch was of zorg vermeden werd.

1: In onze gemeente zijn nog geen mentorprogramma’s

Mentorprogramma’s: er zijn verschillende namen, zoals mentor, buddy’s, maatjes. Het zijn georganiseerde maar informele steunstructuren. De mentor gaat uit van de kracht en de kansen van kinderen en jongeren en niet van de problematiek. Mentoring kan gaan om uiteenlopende activiteiten, zoals het op weg helpen met school, studie, werk of om sociaal- emotionele steun. 39. Leerlingenvervoer: De gemeente zorgt ervoor dat alle kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen vanwege ziekte, een handicap of gedragsproblemen vervoer krijgen naar de voor hen passende vorm van onderwijs. Bij de beslissing voor toewijzing en de vorm van vervoer, wordt rekening gehouden met de belangen en behoeften van de individuele kinderen en van de gezinnen waartoe zij behoren. Hiervoor: -

Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie met een toereikend budget; Heeft de gemeenterichtlijnen voor de ambtenaren belast met het toekennen van leerlingenvervoer; Spreekt de gemeente met kinderen en hun ouders; Monitort en analyseert de gemeente de uitvoering van het leerlingenvervoer en past het beleid of de uitvoering aan waar nodig. 40. Recreatie in de wijk: De gemeente zet zich ervoor in dat er voor kinderen voldoende plek in de publieke ruimte, zoals speeltuinen, buurthuizen, trapveldjes en chillplekken zodat zij in hun vrije tijd kunnen spelen en chillen in hun eigen wijk/omgeving. Hiervoor: -

2: De gemeente voert het leerlingenvervoer uit zoals volgens de wet gezien minimaal noodzakelijk is. In schrijnende gevallen kan bij uitzondering daarvan afgeweken worden.

1: Er is nog geen beleid en ook geen aandacht voor.

Heeft de gemeente een actueel meerjaren (buitenspeel)beleid/visie met toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; Stelt de gemeente bij de (her)ontwikkeling van een gebied voorwaarden ten aanzien van het opnemen van voldoende speel- en chillplekken gelet op het aantal kinderen in dat gebied; Draagt de gemeente uit dat de publieke ruimte ook van kinderen is; Is het aanbod van speel- en chillplekken divers, duurzaam, voor alle leeftijden en ook toegankelijk voor kinderen met een beperking; De speel- of chillplekken liggen voor alle kinderen en jongeren binnen een voor hun leeftijd passende afstand (nabijheid); Worden kinderen betrokken bij het inrichten en beoordelen van deze plekken; Monitort en evalueert de gemeente het gebruik van de publieke ruimte en de resultaten en wordt het beleid en de uitvoering waar nodig aangepakt.

-

23

48. Gebiedsontwikkeling: In een kindvriendelijke gemeente wordt het perspectief van kinderen structureel meegewogen bij de (her)ontwikkeling van nieuwe wijken. Zowel hun mening als de manier waarop zij de omgeving gebruiken en ervaren, zoals op ooghoogte van een peuter/kleuter (95 cm). Hiervoor: -

Stelt de gemeente bij de (her)ontwikkeling van een (nieuw) gebied als voorwaarde dat kinderen participeren in het ontwikkelingstraject en dat er voldoende speel- en chillplekken zijn gelet op de populatie van de wijk, die aansluiten op de behoeften van de kinderen van die wijk/omgeving. Worden kinderen structureel om hun mening gevraagd bij de (her)ontwikkeling van een gebied. 49. Verkeersveiligheid: De gemeente zet zich actief en structureel in voor de lokale verkeersveiligheid zodat kinderen en jongeren veilig – en vanaf een bepaalde leeftijd zelfstandig – kunnen deelnemen aan het verkeer. Dit betekent dat de gemeente: -

Een actueel meerjarenbeleid/visie heeft met een toereikend budget voor de uitvoering; Ervoor zorgt dat er op de routes richting scholen, sportgelegenheden en andere locaties waar kinderen gebruik van maken, geschikte fietspaden en trottoirs zijn; Ervoor zorgt dat de straten, wegen, trottoirs en fietsroutes veilig zijn en onderhouden worden; De verkeersveiligheid monitort en evalueert; De mening van kinderen betrekt bij het bepalen van veilige routes en het nemen maatregelen om de verkeersveiligheid te vergroten. 50. Toegang tot veilig openbaar vervoer: De gemeente zet zich ervoor in dat alle kinderen gebruik kunnen maken van veilig openbaar vervoer. Hiervoor: -

Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie; Maakt de gemeente afspraken met lokale en bovenlokale partners over toereikend openbaar vervoer voor alle kinderen om deel te nemen aan school, sport en andere activiteiten, de veiligheid van het openbaar vervoer; Maakt de gemeente afspraken met partners over de veiligheid van het openbaar vervoer; Zorgt de gemeente er samen met partners voor dat het openbaar vervoer voor elk kind financieel toegankelijk/gratis is; Betrekt de gemeente de mening van kinderen; Monitort en evalueert de gemeente het gebruik van het openbaar. 51. Groene wijken: In een kindvriendelijke gemeente is voldoende groen (bomen, struiken, gras), omdat groen een positief effect heeft op de ontwikkeling van kinderen. Het gaat om parken, mini-bossen, groene speelplaatsen. Deze zijn toegankelijk en goed onderhouden. Kinderen worden gevraagd hoe zij oordelen over het groen in de gemeente en wat er verbeterd kan worden. Hiervoor is budget. De resultaten worden gemonitord en geëvalueerd.

2: Het is een enkele keer voorgekomen dat het perspectief van kinderen en jongeren wordt meegenomen bij de (her)ontwikkeling van (nieuwe) wijken. Dit gebeurt ad hoc.

2: Op sommige routes naar scholen en faciliteiten voor sport en andere besteding van de vrije tijd heeft de gemeente drempels, rotondes, verkeerslichten en dergelijke aangebracht, maar die zijn er gekomen na een paar ongelukken.

2: De gemeente bespreekt het OV af en toe/ad hoc met lokale of bovenregionale partners, met name ten aanzien van de beschikbaarheid. Er zijn in het kader van armoedebestrijding soms potjes voor gereduceerd of gratis gebruik voor kinderen van het OV. Soms worden kinderen betrokken. 2: In onze gemeente kun je wel bomen vinden binnen 500 meter, kinderen die natuur willen opzoeken kunnen die aan de randen van de gemeente vinden.

3.4 Samenvatting Het voorstel heeft gebruikgemaakt van de 'Child Friendly Checklist' van UNICEF Nederland om de kindvriendelijkheid van Barendrecht te beoordelen in overeenstemming met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De checklist bevat indicatoren op basis van de vier kernprincipes van het IVRK en is onderverdeeld in zes delen, waarbij elk deel specifieke aspecten van kindvriendelijkheid behandelt. Elke indicator wordt beoordeeld op een schaal van vier niveaus van kindvriendelijkheid, variërend van 25% tot 100%, met 0 als score voor niet van toepassing zijnde indicatoren.

24

3.5 Conclusie Uit de ingevulde 'Child Friendly Checklist' blijkt dat er in Barendrecht enkele gebieden zijn waar het beleid of de uitvoering ervan nog niet volledig in overeenstemming is met de kinderrechten, wat resulteert in scores van 1 of 2 op sommige indicatoren. Deze punten verdienen bijzondere aandacht en wijzen op ruimte voor verbetering om een kindvriendelijkere situatie in de gemeente te creëren. Het voorstel benadrukt dat verdere verdieping en actie nodig zijn om de situatie voor kinderen en jongeren te verbeteren in overeenstemming met de principes van het IVRK.

25

Hoofdstuk 4: De Child Friendly Checklist voor kinderen en jongeren deel II De Child Friendly Checklist voor kinderen en jongeren is een speciaal ontwikkeld instrument om de perspectieven en ervaringen van kinderen en jongeren te verzamelen, als onderdeel van de Child Friendly Checklist. In totaal zijn er 100 vragenlijsten verspreid onder verschillende doelgroepen. 76 vragenlijsten zijn ingevuld. De doelgroep bestond uit leden van de jongerenraad, 3 basisscholen, jongeren in Carnisselande en kinderen die gevlucht zijn. In bijlage 2 kunt u de Child Friendly Checklist terugvinden. Hieronder treft u de resultaten van de vragenlijsten per thema (in totaal 10 thema’s) terug. Algemene kenmerken van de ondervraagden: de gemiddelde leeftijd is 10 jaar oud. De jongste deelnemer was 7 jaar oud en de oudste was 27 jaar oud. Van de 76 respondenten waren zij allemaal woonachtig in Barendrecht op 1 na welke in Rotterdam woont.

4.1 Thema: Kinderrechten Het overgrote deel van de deelnemers is niet bekend met kinderrechten of het kinderrechtenverdrag. -

32% van de deelnemers is bekend met het Kinderrechtenverdrag;

-

26% van de deelnemers heeft les gehad over kinderrechten;

-

8% van de deelnemers heeft informatie over kinderrechten gehad via de gemeente.

4.2 Thema: Gelijke kansen en meedoen In het algemeen geven deelnemers aan dat iedereen met respect wordt behandeld. Wel geven de resultaten weer dat kinderen/jongeren met een handicap niet altijd goed kunnen meedoen, zo ook spelen financiële middelen hierbij een rol. -

75% van de deelnemers geeft aan dat iedereen met respect behandeld worden;

-

45% van de deelnemers geven aan dat kinderen/jongeren met een handicap kunnen meedoen;

-

38% van de deelnemers geeft aan dat ze niet goed kunnen meedoen vanwege geld.

Wat wel opvalt is dat pesten relatief veel voorkomt en er relatief weinig aandacht is voor LHBTIQ+. -

36% van de deelnemers geeft aan zelf gepest te zijn;

-

45% van de deelnemers geeft aan dat kinderen/jongeren om hen heen gepest worden;

-

29% van de deelnemers geeft aan dat er aandacht is voor LHBTIQ+ kinderen/jongeren. 26

4.3 Thema: Meepraten Ondanks het bestaan van een kinderburgemeester en een jongerenraad, geven de deelnemers aan dat ze niet het idee hebben goed mee te kunnen praten met de vormgeving van hun gemeente of dat er geluisterd wordt naar ze. -

49% van de deelnemers geeft aan dat ze hun mening kwijt kunnen bij de gemeente;

-

38% van de deelnemers geeft aan dat ze hun klachten kunnen indienen bij de gemeente;

-

39% van de deelnemers weet van het bestaan af van een jongerenraad, kinderraad of kinderburgemeester;

-

Maar 25% van de deelnemers geeft aan dat er serieus geluisterd wordt naar ze en 22% van de deelnemers geven aan dat ze kunnen meepraten;

-

Ook ondervindt 22% van de deelnemers hulp bij dit proces om hun mening kenbaar te maken.

4.4 Thema: Ontwikkeling: Gezin Van de deelnemers geven 51% aan dat ze weten waar je terecht kan voor hulp, wanneer ouders niet meer goed voor je kunnen zorgen. Daarbij valt op dat maar 18% van de deelnemers aangeven dat de hulpverleners het kind/de jongere vroegen wat zij zelf nodig hadden. 4.5 Thema: Ontwikkeling: Gezondheid De meeste deelnemers weten waar ze terecht moeten als zij hulp zoeken van een bijvoorbeeld een psycholoog of jeugdhulp. Ook is er veel aandacht voor gezonde leefomgeving en leefstijl én kunnen de meeste deelnemers terecht bij een volwassen persoon voor extra ondersteuning, zoals een mentor, buddy of maatje. -

59% van de deelnemers weet waar ze terecht moeten voor hulp;

-

55% van de deelnemers geeft gaan dat er aandacht is voor gezonde leefomgeving en leefstijl;

-

71% van de deelnemers geeft aan bij een volwassenen terecht te kunnen voor hulp.

Op aandacht voor mentale welzijn en voor de gevaren van verslaving, geven de deelnemers aan dat hier minder aandacht voor is. -

33% van de deelnemers geeft aan dat er aandacht is voor mentaal welzijn;

-

34% van de deelnemers geeft aan dat er aandacht is voor verslaving.

27

4.6 Thema: Ontwikkeling: Wonen Binnen deze categorie scoren de deelnemers hoog. Zo is er in de meeste gevallen voldoende ruimte voor huiswerk of eigen (speel)ruimte, is er toegang tot internet en zijn laptops/tablets beschikbaar voor school. Ook geven de meeste deelnemers aan dat er geld is voor nieuwe kleren/schonen en om minimaal één keer per jaar op vakantie te gaan. Hoewel binnen deze categorie hoog geschoord wordt, zijn er nog wel deelnemers die aangeven dat geld een probleem is (6%) en dat ze niet op vakantie kunnen gaan (12%). 4.7 Thema: Ontwikkeling: School Bijna 20% van de deelnemers geeft aan dat langdurig spijbelen (langer dan 4 weken) voorkomt. Van de groep deelnemers die gebruik maken van taxi of een busje om naar school te gaan, is 36% tevreden hierover. Als het gaat over digitale vaardigheden en de voordelen en gevaren van internet, geeft 50% van de deelnemers aan informatie te ontvangen vanuit de gemeente. 4.8 Thema: Ontwikkeling: Vrije tijd Over het algemeen scoort de gemeente goed in deze categorie. -

86% van de deelnemers geeft aan dat er voldoende speel- en chillplekken zijn;

-

76% van de deelnemers geeft aan dat deze goed onderhouden zijn;

-

76% van de deelnemers geeft aan dat er voldoende mogelijkheden zijn om te sporten.

Er is echter een groep die helemaal niet aan sport doet en ook niet aan culturele activiteiten, zoals muziek of scouting. -

13% van de deelnemers geeft aan niet te doen aan sport;

-

42% van de deelnemers geeft aan niet deel te nemen aan culturele activiteiten.

Bijna iedereen die zwemles heeft gehad, heeft een zwemdiploma (84%). Een kleine groep heeft nog nooit zwemles gehad (11%). De deelnemers weten hun weg te vinden naar de bibliotheek als het gaat om lezen en beleven. 84% van de deelnemers maakt hier gebruik van. Echter niet iedereen (46%) is op de hoogte van de mogelijkheid om huiswerk te maken in de bibliotheek of gebruik te maken van de Wi-Fi aldaar.

28

4.9 Thema: Ontwikkeling: Dorp/stad Over het algemeen zijn de deelnemers tevreden over de wegen naar school of sport, de groenvoorzieningen in het dorp en het openbaar vervoer. -

87% van de deelnemers geeft aan dat de wegen naar school of sport veilig zijn;

-

87% van de deelnemers geeft aan dat er genoeg bomen en groep zijn;

-

82% van de deelnemers geeft aan dat er genoeg openbaar verover is.

Op de volgende punten wordt binnen deze categorie lager gescoord. -

37% van de deelnemers maakt zich zorgen om de luchtkwaliteit;

-

46% van de deelnemers denkt of weet niet of de gemeente genoeg doet voor milieu en klimaat.

Tot slot geef een groep deelnemers (18%) aan dat hun sloten, meren, rivieren of kanalen niet schoon zijn en er sprake is van zichtbare vervuiling. 4.10 Thema: Ontwikkeling: Veiligheid De meeste deelnemers voelen zich in het algemeen veilig in onze gemeente. -

87% van de deelnemers voelen zich veilig om te spelen, wandelen en fietsen op straat;

-

80% van de deelnemers voelen zich veilig in het openbaar vervoer;

Bij het verwerken van de data gaven sommige deelnemers aanvullende informatie dat bepaalde plekken en bepaalde tijdstippen (als meisje) onveilig worden ervaren. Niet alle deelnemers weten wat ze moeten doen als het gaat om criminaliteit. -

65% van de deelnemers weet wat ze moeten doen;

-

36% van de deelnemers heeft voorlichting gehad over criminaliteit en wat wel en niet mag volgens de wet;

-

15% van de deelnemers kreeg hulp nadat ze in aanraking zijn geweest met de politie om herhaling te voorkomen.

Een aantal deelnemers zijn slachtoffer geweest van geweld op straat. Daarnaast is bij niet iedereen bekend hoe ze hulp kunnen vragen en krijgen. -

18% van de deelnemers is slachtoffer geweest van geweld op straat;

-

53% van de deelnemers weet hoe ze om hulp kunnen vragen of onveilige situaties kunnen melden;

29

-

29% van de deelnemers heeft voorlichting gehad over (seksuele) uitbuiting en welke hulp er is voor slachtoffers.

4.10 Tot slot Tot slot zijn er aanvullende open vragen gesteld aan de deelnemers. Deze resultaten zijn vanwege hun privacy niet opgenomen in dit voorstel. Echter gaven 80% van de deelnemers wel aan dat de volgende onderwerpen extra aandacht behoeven vanuit hun perspectief: Thema’s

Percentage

Gezin/hulp

24%

Gezondheid

36%

Armoede

30%

Wonen

28%

Onderwijs

25%

Milieu & klimaat

34%

Veiligheid

34%

Publieke ruimte

8%

Gelijke kansen

26%

Vrije

33%

tijd/spel/recreatie/activiteiten Mobiliteit/veilige wegen

13%

Discriminatie voorkomen

29%

Participatie en inspraak

9%

Welzijn/je goed voelen

18%

4.11 Samenvatting De Child Friendly Checklist voor kinderen en jongeren is uitgevoerd met in totaal 76 ingevulde vragenlijsten van verschillende doelgroepen, waaronder leden van de jongerenraad, basisschoolleerlingen, jongeren in Carnisselande en kinderen die gevlucht zijn. De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 10 jaar, variërend van 7 tot 27 jaar. De resultaten zijn verdeeld over 10 thema's en geven inzicht in de situatie van kinderen en jongeren in Barendrecht.

30

4.12 Conclusie De resultaten van de Child Friendly Checklist geven een gemengd beeld van de situatie in Barendrecht. Hoewel er positieve aspecten zijn, zoals respectvolle behandeling en goede voorzieningen op sommige gebieden, zijn er ook zorgwekkende punten, zoals een gebrek aan kennis over kinderrechten, pesten, beperkte participatiemogelijkheden en onvoldoende aandacht voor bepaalde thema's zoals LHBTIQ+ en verslaving. Er zijn aanbevelingen nodig om de situatie te verbeteren, zoals meer bewustwording van kinderrechten, het aanpakken van pesten en het bevorderen van participatie van kinderen en jongeren in de gemeentelijke besluitvorming. Deze resultaten benadrukken het belang van het streven naar een kindvriendelijke gemeente waarin de rechten en behoeften van kinderen en jongeren centraal staan. Voor meer gedetailleerde resultaten wordt verwezen naar bijlage 3.

31

Hoofdstuk 5: Gezamenlijke analyse op basis van checklistgesprekken deel III Een aantal thema’s dat voortkwam uit de Child Friendly Checklist en vragenlijst voor kinderen en jongeren, is verder uitgediept om meer zicht te krijgen op de onderliggende vraagstukken, knelpunten en dilemma’s. De deelnemers werden gevraagd om hun kennis en ervaringen te delen

over

diverse

sub-onderwerpen,

zoals

kinderarmoede,

straatveiligheid,

jeugdcriminaliteitspreventie en beschikbaarheid van vrijetijdsvoorzieningen. Dit zorgde voor een gedetailleerde evaluatie van de huidige situatie en hielp bij het identificeren van mogelijke verbeterpunten en noodzakelijke acties om de levensstandaard van kinderen in Barendrecht te verbeteren. Het doel was niet alleen om te bevestigen of de eerder vastgestelde scores van 3 of 4 accuraat waren, maar ook om te bepalen welke stappen ondernomen moeten worden om van een score van 1 of 2 naar een 3 of 4 te gaan. Hieronder kunt u de resultaten van de gesprekken terugvinden: 5.1

Thema: Armoede

Armoede kwam als een zorgwekkend thema naar voren. Er werden voorbeelden gedeeld van kinderen die zonder eten naar school kwamen en de inspanningen van verschillende organisaties om hierin te ondersteunen, zoals de regeling 'Meedoen' voor zwemles en andere uitgaven. Toch werd benadrukt dat er meer gedaan kan worden om de armoede onder kinderen aan te pakken, en dat er behoefte is aan een betere coördinatie tussen initiatieven en een coördinator voor armoedebestrijding. 5.2

Thema: Veiligheid & Preventie

Het thema veiligheid en preventie werd besproken in relatie tot de behoefte aan betere verlichting en veiligheid in tunnels en op straat, vooral wanneer de avond sneller valt. Het belang van sport als middel om pesten te stoppen en de behoefte aan positieve verbinding in de gemeenschap werden benadrukt. Het gebrek aan een volwaardig trapveld in Carnisselande werd genoemd als een specifiek aandachtspunt. 5.3

Thema: Vrijetijdsvoorzieningen & omgevingen

De beschikbaarheid van vrijetijdsvoorzieningen en culturele activiteiten voor kinderen en jongeren werd besproken, met een overzicht van bestaande voorzieningen, zoals openbare sportvelden, sporthallen, bibliotheken en culturele instellingen. Er werd echter gewezen op de noodzaak van meer toegankelijke speelplaatsen en de behoefte aan een trapveld in Carnisselande.

32

5.4

Thema: Inclusiviteit

Tijdens het gesprek kwam ook inclusiviteit aan bod, waarbij de Oranje speeltuin als een voorbeeld van inclusiviteit werd genoemd. Er werd gediscussieerd over hoe mensen kunnen worden ingesloten in plaats van uitgesloten, met de uitdaging om bewoners en omwonenden positief te betrekken. 5.5

Thema: Toegang tot openbaar vervoer

Tot slot werd het thema toegang tot openbaar vervoer besproken, met de vraag naar betere voorzieningen in het openbaar vervoer binnen Barendrecht. Er werden suggesties gedaan, zoals het gratis maken van openbaar vervoer voor minima of kinderen tot een bepaalde leeftijd en kortingen voor specifieke doelgroepen. 5.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929893/1