CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Was-wordt-lijst Verordening 2026

gemeenteraad 4 november 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Verordening Wmo 2026 (rechtstreeks op de raadsagenda)6.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-lijst Verordening Maatschappelijke ondersteuning Barendrecht (per 1 januari 2026) Onderstaand overzicht geeft de wijzigingen in de beleidsregels weer, inclusief toelichting.

Nr.

Verordening 2022 (oud)

Verordening 2026 (nieuw)

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

Art. 1.1 b. andere voorziening

Art. 1.1 b. algemene voorziening f. gebruiksduur g. gespreksverslag j. inwoner k. intramuraal l. kostprijs n. maatwerkvoorziening p. onderzoeksrapport t. semi-muraal

h. ingezetene

Artikel 2 Melding hulpvraag

Artikel 2 Melding

Art. 2.1 Een hulpvraag kan schriftelijk door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.

Art. 2.1 Een melding kan schriftelijk, digitaal, mondeling of telefonisch door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.

Artikel 6 Onderzoek

Artikel 6 Onderzoek

Art. 6.3 c de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te

Art. 6.3 c de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen de zelfredzaamheid of de participatie te behouden of te verbeteren, of te

Toelichting

Extra begrippen toegevoegd die ook terugkomen in de Verordening. In de toelichting worden sommige begrippen nog verder uitgelegd.

Meer manieren toegevoegd waarop een melding ingediend kan worden en zoals ook in de wet is beschreven.

Ook opvang toegevoegd omdat de Wet ook voorziet in maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is een andere voorziening met andere toelatingsgronden dan beschermd wonen.

verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen Art 6.3 d de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen Art. 6.3 f de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen Art. 6.3 g de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen

voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang

Art. 6.3 d de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of de participatie, of te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang

Art 6.3 f de mogelijkheden om door middel van algemene voorzieningen of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of de participatie

Art. 6.3 g de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening. Dit met het oog op de behoefte aan verbetering van de zelfredzaamheid of de participatie of aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang

Artikel 7 Onderzoeksrapport Art 6.6 Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, waaronder een weergave van het gesprek als bedoeld in lid 2

Art. 7.1 Het college geeft de cliënt of diens vertegenwoordiger een schriftelijke verslag van de uitkomsten van het onderzoek.

Apart artikel gemaakt voor onderzoeksrapport. Dit geeft meer duidelijkheid over de waarde van het verslag en maakt de artikelen overzichtelijker.

Art. 7.2 De cliënt tekent het onderzoekrapport voor gezien of akkoord De cliënt zorgt ervoor dat een getekend exemplaar, zo snel als mogelijk wordt teruggestuurd aan de contactpersoon met wie het gesprek is gevoerd. Art 7.3 Als de cliënt tekent voor gezien, kan de cliënt daarbij ook uitleggen wat de reden is waarom deze niet akkoord is. Art. 7.4 Als de cliënt vindt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kan de cliënt dit aangeven op het ondertekende verslag.

Artikel 8 Aanvraag

Artikel 9 Aanvraag

Art 8.3 Een aanvraag wordt ingediend met een

Art 9.3 Een aanvraag wordt ingediend met een

Ondertekend onderzoeksrapport toegevoegd als wijze van indienen van aanvraag. Ook dit is een geldige manier om een aanvraag in te dienen.

ondertekend onderzoeksrapport of een ingevuld aanvraagformulier

ondertekend onderzoeksrapport of een ingevuld aanvraagformulier.

Toegevoegd wanneer de cliënt een aanvraag wil indien met Pgb financiering

Art 9.5 Bij een aanvraag voor financiering via een persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening, moet de cliënt een budgetplan overleggen.

Artikel 9 Criteria voor maatwerkvoorziening Art. 9.2 Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.

Art 9.6 Bij een aanvraag voor een persoonsgebonden budget voor ondersteuning in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing, moet de cliënt minimaal 2 offertes overleggen. Artikel 11 Criteria voor maatwerkvoorziening Art. 11.2 Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequaat compenserende voorziening. Artikel 10. Maatwerkvoorzieningen De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: 1. Hulp bij het huishouden 2. Ambulante begeleiding 3. Dagbesteding (evt. vervoer naar dagbesteding) 4. Kortdurend verblijf 5. Beschermd wonen 6. Maatschappelijke Opvang 7. Woonvoorzieningen 8. Vervoersvoorzieningen 9. Rolstoelen

Artikel 12 Aanvullende criteria hulp bij het huishouden

Adequaat toegevoegd omdat de voorziening niet alleen goedkoopst moet zijn maar ook adequaat.

Artikel toegevoegd voor een overzicht welke maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 beschikbaar zijn.

Artikel 12 Aanvullende criteria hulp bij het huishouden Toegevoegd slaapkamers die in gebruik zijn voor het leven van

Art. 12.3 De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamers die in gebruik zijn voor het leven van alledag, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap.

Art 12.3 De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamers die in gebruik zijn voor het leven van alledag, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap.

Artikel 23. Aanvullende criteria woonvoorzieningen en woningaanpassingen

Artikel 23. Aanvullende criteria woonvoorzieningen en woningaanpassingen

Art 23.3 Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Wanneer de kosten voor de woonaanpassing of woonvoorziening hoger zijn dan 5000,- euro geldt het primaat van verhuizen.

Art 23.3 Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Wanneer de kosten voor de woonaanpassing of woonvoorziening hoger zijn dan 5000,- euro geldt het primaat van verhuizen.

Artikel 24 OGGZ

Artikel 13. Aanvullende criteria voor begeleiding, OGGZ en (vervoer naar) dagbesteding Art. 13.1 Het college biedt vanuit de Wmo de volgende vormen van ondersteuning: a. Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ): bemoeizorg, met als doel het toeleiden naar ondersteuning (of behandeling) van bewoners die niet (in staat zijn om) uit eigen beweging ondersteuning te vragen waar dit medisch- en/of maatschappelijk gezien wel nodig is. b. Ambulante begeleiding met als doel het behouden of verbeteren van de

alledag. Dit omdat inwoners door het woningtekort niet altijd in een, bij de levenssituatie passende woning, wonen en daardoor meer kamers hebben dan nodig zijn om te slapen en leven.

Bedrag van verhoogd van 5000,- euro naar 7500,- omdat het bedrag vanwege indicaties en oplopende kosten niet meer reëel is.

Artikel OGGZ en begeleiding/dagbesteding samengevoegd omdat dit onder dezelfde categorie valt en elkaar opschalend of afschalende producten zijn.

c.

zelfredzaamheid en/of participatie. Of het begeleiden van de cliënt bij het afnemen van de zelfredzaamheid en/of participatie. Dagbesteding met als doel mantelzorgers te ontlasten en om dagen zinvol in te vullen.

Bepaald wordt waar de noodzaak ligt voor een passende dagbesteding en niet wat wenselijk is. Wanneer dagbesteding bij een (gecontracteerde) aanbieder in de regio geboden kan worden, is dit de goedkoopst adequate oplossing. Door inzet van het sociaal netwerk of gebruik makend van een voorliggende voorziening als vrijwilligersvervoer, kan de cliënt regie in eigen hand houden en het vervoer zelf organiseren. Zorgaanbieders bieden ook de mogelijkheid om vervoer te organiseren. Wanneer dit allemaal niet mogelijk is, kan er gekeken worden naar een maatwerkoplossing.

Art. 13.2 Passende dagbesteding wordt geboden bij de dichtstbijzijnde passende locatie.

Art. 13. 3.De cliënt moet zelf zorgen voor vervoer naar de dagbesteding. Bijvoorbeeld via eigen vervoer, openbaar vervoer, netwerk of vrijwilligers. Als dit echt niet lukt en de cliënt kan aantonen om op eigen gelegenheid de dagbestedingslocatie niet te kunnen bereiken, kan de cliënt in aanmerking komen voor vervoer naar de dichtstbijzijnde dagbestedingslocatie. Artikel 10 Aanvullende criteria kortdurend verblijf Art. 10.1 Om in aanmerking te komen voor Kortdurend Verblijf vanuit de Wmo moet naast de algemene voorwaarden genoemd in artikel 9, nog worden voldaan aan de hieronder genoemde voorwaarden: a. de cliënt heeft een somatische, psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke aandoening of handicap, én;

Artikel 14. Aanvullende criteria kortdurend verblijf Lid c toegevoegd voor een duidelijker afkadering voor kortdurend verblijf.

Art. 14.1 Voor Kortdurend Verblijf vanuit de Wmo gelden de algemene criteria genoemd in artikel 11 en de volgende voorwaarden: a. de cliënt heeft een psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking, én; b. de mantelzorger moet tijdelijk ontlast

b.

de ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert noodzakelijk is.

Artikel 11 Aanvullende criteria beschermd wonen Art. 11.1 Het college verstrekt de maatwerkvoorziening beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Rotterdam, de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning, het vigerende besluit maatschappelijke ondersteuning, de regels omtrent het persoonsgebonden budget in relatie tot beschermd wonen, de regels voor bijdrage in de kosten van beschermd wonen en de nadere regels van de centrumgemeente. Art. 11.2 De indicatie en verstrekking van beschermd wonen vindt plaats door de centrumgemeente Rotterdam. Op beschermd wonen en opvang in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 van de wet zijn de artikelen 1.2 lid 3, 2.3 lid 2, 3.2.1 lid 1 onder f, 3.2.10, 3.4.1 lid 6 onder e. 3.4.4 lid 1 onder a, 3.4.4 lid 2 onder a en 4.1.5. van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018 van toepassing zoals die op 1 mei 2019 luiden.

worden; of c. om te voorkomen dat de situatie van de cliënt verslechtert of dat een crisisopname nodig is. Artikel 15. Aanvullende criteria beschermd wonen (intramuraal en semi-muraal) Ongewijzigd, alleen artikel nummering aangepast

Art 15.1 Het college verstrekt de maatwerkvoorziening beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Rotterdam, de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning, het geldende besluit maatschappelijke ondersteuning, de regels omtrent het persoonsgebonden budget in relatie tot beschermd wonen, de regels voor bijdrage in de kosten van beschermd wonen en de nadere regels van de centrumgemeente. Art. 15.2 De indicatiestelling en verstrekking van beschermd wonen vindt plaats door de centrumgemeente Rotterdam.

Artikel 12 Aanvullende criteria hulp bij het huishouden

Artikel 12 Aanvullende criteria hulp bij het huishouden

Lid 4 Voor het bepalen van de hulp die nodig

Op juridische gronden aangepast. Geen verwijzing meer naar de artikelen maar tekstueel de genoemde artikelen overgenomen uit de Verordening van Centrumgemeente Rotterdam en toegevoegd aan deze Verordening.

Normenkader HHM toegevoegd op basis van jurisprudentie ECLI:NL:CRVB:2025:46

is om een schoon en leefbaar huis te krijgen, wordt gebruik gemaakt van het meest recente HHM-normenkader. Artikel 16 tot en met 22 toegevoegd Artikel 13 Aanvullende criteria woonvoorzieningen

Artikel 23 Aanvullende criteria woonvoorzieningen en woningaanpassingen

Art. 13.1 Een cliënt komt in aanmerking voor een uitraaskamer als er sprake is van aantoonbare ernstige beperkingen in het gedrag als gevolg van een ziekte of gebrek, waarbij is aangetoond dat enkel het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin hij/ zij tot rust kan komen.

Art. 23.1 Een woonvoorziening is gericht op een cliënt die: a. aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van de woning, en bewezen heeft niet in aanmerking te komen voor een passende woning, of b. een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen.

Artikelen overgenomen uit de Verordening van Centrumgemeente Rotterdam betreffende beschermd wonen, maatschappelijke opvang en landelijke toegankelijkheid.

Ongewijzigd

Verplaatst vanaf Art 17.2

Verplaatst vanaf Art 17.3.a

Art. 23.2 Een cliënt komt in aanmerking voor een uitraaskamer als er sprake is van aantoonbare ernstige beperkingen in het gedrag als gevolg van een ziekte of gebrek, waarbij is aangetoond dat enkel het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin cliënt tot rust kan komen. Art. 23.3 Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet

Verplaatst vanaf art 17.3.d

mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.

Art. 13.2 Indien cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-inrichting en regelmatig een bepaalde woning bezoekt, kan het college een maatwerkvoorziening verlenen voor het bezoekbaar maken van die woning.

Art. 23.4 Een cliënt kan alleen voor woonvoorzieningen in aanmerking komen als deze rechtmatig een woonruimte bewoont, geen tijdelijke huurovereenkomst heeft en de ondervonden beperkingen in de woonruimte niet voortvloeien uit de aard van de in de woonruimte gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte. Art 23.5 Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn verblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft, als het hoofdverblijf van de cliënt een erkende instelling is. Indien cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-inrichting en regelmatig een bepaalde woning bezoekt, kan het college een maatwerkvoorziening verlenen voor het bezoekbaar maken van die woning. Art. 23.6 Een individuele woonvoorziening wordt geweigerd indien ten tijde van het betrekken van de woonruimte door de persoon met beperkingen te voorzien was dat in deze woonruimte beperkingen bij het normale gebruik van de woonruimte zouden worden ondervonden.

Verplaatst vanaf art 17.3.h

Art. 13.3 Het college verleent slechts een woningaanpassing van een woonwagen of woonschip als: a. de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minstens 5 jaar is; b. de standplaats van de woonwagen niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt; c. het woonschip nog minimaal 5 jaar op de ligplaats mag blijven liggen. d. de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond; e. de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woningwet.

Artikel 14 Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen

Art. 23.7 Het college verstrekt voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft en geen doelgroepengebouw: automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting Art. 23.8 Het college verleent slechts een woningaanpassing van een woonwagen of woonschip als: a. de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minstens 5 jaar is; b. de standplaats van de woonwagen niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt; c. het woonschip nog minimaal 5 jaar op de ligplaats mag blijven liggen; d. de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond; e. de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woningwet. Artikel 24 Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen Afstandscriterium toegevoegd.

Art 24.2 Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving binnen een straal van 25 kilometer of enkele strategische, regionale punten (bijv (bus/metro)station). Art 14.2 Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat van het collectief vervoer. Op het collectief vervoer zijn de volgende criteria van toepassing.

Art 24.3 Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat van het collectief vervoer of het gebruik maken van een deelscootmobiel via de scootmobielpool.

Art. 14.2.e De pashouder betaalt tarieven, die vergelijkbaar zijn met de tarieven van het openbaar vervoer, waarbij de zone indeling van het openbaar vervoer uitgangspunt is.

Art 24.4.e De pashouder betaalt tarieven, die vergelijkbaar zijn met de tarieven van het openbaar vervoer per kilometer.

Alvast toegevoegd in kader van efficiënter inzet van middelen, mogelijk wordt dit in de toekomst verder ontwikkelt. Zones vervangen door kilometers omdat OV niet meer met zones werkt.

Afleggen rijvaardigheidstoets toegevoegd om veilig rijden beter te kunnen waarborgen. Brandveilig en afgesloten stallingsruimte toegevoegd ivm nieuwe wetgeving per 1 juli 2024.

Art 14.2.f Uitgangspunt is dat 5 openbaar vervoer zones voldoende zijn voor lokale verplaatsingen. De 5 zones worden vanaf de instapzone berekend.

Art 24.4.f Uitgangspunt is dat 25 kilometer voldoende is voor lokale verplaatsingen.

Art 14.4.f Cliënt is in staat om –na instructie- op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel.

Art 24.6.b cliënt is in staat om –na instructie- op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel en indien nodig na het afleggen van een rijvaardigheidstoets

Art 14.4.e Er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden.

Art 24.6.e er moet een brandveilige en afgesloten stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. Artikel 25 Aanvullende criteria rolstoelen

Artikel 15 Aanvullende criteria rolstoelen

Art 25. 1 Voor verstrekking van een rolstoelvoorziening geldt dat voor een eenvoudige

Uit voorzorg toegevoegd ivm mogelijk opstarten van rolstoelpool in de toekomst.

transportrolstoel gebruik gemaakt kan worden van een deelrolstoel via een rolstoelpool indien aanwezig. Artikel 16 Aanvullende criteria sportvoorzieningen

Artikel 26 Aanvullende criteria sportvoorzieningen

Toegevoegd als afbakening voor financiering middels voorliggende mogelijkheden.

Art 26 e. cliënt kan aantonen dat financiering van het hulpmiddel niet vanuit andere voorzieningen of fondsen mogelijk is. Artikel 17 Weigeringsgronden

Artikel 27 Weigeringsgronden

Art 17.1.b als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen

Art 27.1.b als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd en het achteraf niet meer is na te gaan of de voorziening aantoonbaar noodzakelijk was. Tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen

Art 17.1.d als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt na afloop van de duur waarvoor de voorziening is verstrekt

Art 27.1.d als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de gebruiksduur naar het oordeel van de leverancier is beëindigd

Toegevoegd Als achteraf nog te onderbouwen is dat de voorziening noodzakelijk is en goedkoopst adequaat, dient deze op grond van de wet alsnog verstrekt te worden. Toegevoegd Gebruiksduur naar oordeel van de leverancier toegevoegd om duidelijker te maken wanneer een voorziening vervangen kan worden.

Toegevoegd om zorg te dragen dat een cliënt zorgvuldig met de voorziening omgaat, conform eventuele bruikleenovereenkomst. Toegevoegd Van een doelgroepengebouw wordt verwacht dat zij al ingericht zijn op de betreffende specifieke doelgroep. Wlz vervangen door intra- of semimurale instelling omdat er ook woonvormen zijn die niet per definitie een Wlz-instelling zijn.

Art 27.1.g als de cliënt door zijn of haar gedrag het verstrekken, onderhouden of verantwoorden van de voorziening onmogelijk maakt.

Art 27.3.c voor individuele maatwerkvoorzieningen zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft in een

‘doelgroepengebouw’, te weten een gebouw dat bestemd is voor oudere inwoners of inwoners met een beperking.

Art 17.4.b een persoon met beperking verhuist naar een Wlz-instelling Artikel 18 Inhoud beschikking Art 18.1 In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

Art 27.4.b een persoon met beperking verhuist naar een intra- of semimurale-instelling Artikel 28 Inhoud beschikking Art 28.1 In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Verstrekking van een financiële tegemoetkoming is een vorm van zorg in natura.

Financiële tegemoetkoming toegevoegd omdat dit ook een maatwerkvoorziening betreft.

Kwaliteitskader toegevoegd om de kwaliteit van Pgb zorg te kunnen monitoren.

Art 28.3.d welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn zoals vastgelegd in het kwaliteitskader pgb (zie bijlage 1) Artikel 19 Regels voor pgb

Artikel 29 Regels voor pgb

Art 19.1 Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil inkopen door middel van een pgb, controleert het college of de voorwaarden uit artikel 2.3.6. lid 2 van de wet worden nageleefd.

Art 29.1 Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil inkopen door middel van een pgb, controleert het college of de voorwaarden uit artikel 2.3.6. lid 2 van de wet worden nageleefd. Ook wordt gekeken of het kwaliteitskader uit bijlage 1 wordt toegepast. Art 29.2 Via een pgb-toets van PerSaldo bepaalt het college of de budgetbeheerder voldoet aan de gestelde budgetvaardigheden.

Kwaliteitskader toegevoegd om de kwaliteit van Pgb zorg te kunnen monitoren.

Toegevoegd als vereiste om budgetbeheerder te kunnen zijn.

Aangepast zonder onderscheid te maken tussen formele en informele hulp.

Art 19.6 Cliënt is verplicht, als de ondersteuning wordt geboden door een niet professioneel persoon uit de sociale omgeving, niet zijnde de directe leefeenheid, bij het ondersteuningsplan een Verklaring omtrent gedrag (Vog) te voegen van deze persoon, die niet ouder is dan drie maanden. Art 19.7 De kwaliteit van de met het pgb ingekochte maatwerkvoorziening, met uitzondering van informele hulp, voldoet minimaal aan de eisen die zijn gesteld aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare voorzieningen leveren in zorg in natura

Art 29.6 Cliënt moet een Verklaring omtrent gedrag (VOG) van de hulpverlener bij het budgetplan voegen. Zolang er ondersteuning wordt geboden, moet de VOG van de hulpverlener maximaal 2 jaar oud is.

Kwaliteitskader toegevoegd om de eisen te kunnen monitoren.

Verwijderd, heeft geen toegevoegde waarde

Art 29.7 De kwaliteit van de maatwerkvoorziening die met het pgb is ingekocht, moet voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het kwaliteitskader pgb van bijlage 1.

Art 19.12 Een pgb voor hulp bij het huishouden wordt vastgesteld in uren en minuten. Artikel 21 Hoogte pgb

Artikel 31 Hoogte pgb

Art 21.5 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor begeleiding en dagbesteding: a. voor formele hulp wordt bepaald op basis van 90% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura door een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling. b. voor informele hulp wordt bepaald op basis van 70% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura door een daartoe opgeleide

Art 31.3 Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor formele en informele hulp: a. Het pgb voor formele hulpverleners, zoals bedoeld in artikel 30 lid 2, wordt gebaseerd op het tarief van de door cliënt gecontracteerde zorgaanbieder, maar maximaal op 90% van het uurtarief van de goedkoopst compenserende voorziening in natura. b. Het pgb voor informele hulp, zoals bedoeld in artikel 30 lid 3, wordt vastgesteld op het

Gewijzigd, er is geen splitsing meer tussen de producten, alleen tussen formele en informele zorgaanbieders. Waarbij het maximum gelijk is getrokken naar 90%.

Wijze van vaststelling van Pgb tarief gewijzigd op grond van jurisprudentie: ECLI:NL:CRVB:2025:1276, Centrale Raad van Beroep, 23/3466 JW

Verwijderd omdat er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen de producten. Alleen tussen formele en informele hulp wordt onderscheid gemaakt. Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor

beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde instelling, maar niet hoger dan het toepasselijke minimumloon als bepaald bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; Art 21.6 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden: a. voor formele hulp wordt bepaald op basis van 85% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura; b. voor informele hulp wordt bepaald op basis van 85% van het laagste tarief per uur voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura, maar niet hoger dan het toepasselijke minimumloon als bepaald bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; Art 21.7 Voor regulier taxivervoer wordt de kilometervergoeding gehanteerd zoals die algemeen maatschappelijk wordt toegepast door de belastingdienst.

minimumloon inclusief 8% vakantietoeslag.

Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor aanbieders tot maximaal 90%.

Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor aanbieders tot maximaal 90%. Gewijzigd en gelijkgetrokken met de gehanteerde tarieven voor aanbieders tot maximaal 90%. Om bureaucratie en extra werk te voorkomen, vindt er geen indexatie plaats gedurende de toekenning van een Pgb. Toegevoegd omdat er geen indexatie plaatsvindt gedurende de looptijd van de indicatie.

Art 31.4 Voor regulier vervoer naar de dagbesteding wordt voor formeel vervoer door een taxibedrijf maximaal 90% toegekend van het tarief voor de gecontracteerde aanbieders. Art 31.5 Voor regulier vervoer regulier door informele hulp zoals familieleden, wordt een maximaal tarief van 90% van het gecontracteerde tarief gehanteerd. Art 31.6 Voor speciaal vervoer naar de dagbesteding wordt voor formeel vervoer door een taxibedrijf maximaal 90% toegekend van het tarief voor de gecontracteerde aanbieders.

Art 21.8 Voor rolstoeltaxivervoer wordt de

aanbieders tot maximaal 90%.

Art 31.7 Voor speciaal vervoer door informele hulp zoals familieleden, wordt een maximaal tarief van 90% van het gecontracteerde tarief

kilometervergoeding gehanteerd zoals die wordt toegepast door de zorgverzekeraars voor medische ritten.

gehanteerd.

Artikel 25 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budgets en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Artikel 33 Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden

Art 31.8 Het toegekende pgb tarief blijft gedurende de looptijd van de toekenning van het pgb hetzelfde.

budget en sommige algemene voorzieningen

Voorbeelden voor wasservice en scootmobielpool toegevoegd als voorbeelden algemene voorziening Aangepast ivm mogelijke invoering Inkomens en Vermogensafhankelijke Bijdrage (IVB). Geen tarieven meer benoemd om te voorkomen dat de verordening hier op aangepast moet worden.

Art 25 lid 2 Een cliënt betaalt een bijdrage in de kosten voor algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Art 25 lid 3 De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand. Art 25 lid 4 In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. Rolstoelvoorzieningen, en; b. Kindvoorzieningen, niet zijnde een woningaanpassing.

Art 33 lid 2 Een cliënt betaalt een bijdrage in de kosten voor algemene voorziening zoals een wasservice of scootmobielpool, zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Art 33 lid 3 De hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget wordt vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Deze eigen bijdrage is nooit hoger dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

Art 33 lid 4 In afwijking van het eerste lid hoeft de cliënt geen eigen bijdrage te betalen voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a.Rolstoelvoorzieningen, en; b.Kindvoorzieningen.

Woningaanpassingen voor kindvoorzieningen alvast aangepast ivm IVB. De kindvoorziening mag met invoering van de IVB niet meer toegekend worden op naam van de ouders voor de inning van de eigen bijdrage Met invoering van de IVB mag de eigen bijdrage voor een woningaanpassing voor een kind niet meer geïnd worden op naam van de ouders. De eigen bijdrage voor een woningaanpassing zal pas geïnd worden zodra de jeugdige 18 jaar is geworden.

Art 25 lid 6 De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Artikel 26 Bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening Collectief vervoer

Artikel 34. Eigen bijdrage voor Collectief vervoer

Art 26.1 In afwijking van artikel 25 derde lid is een cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,16 per kilometer en een opstaptarief van € 0,98 per rit.

Art 34.1 In afwijking van artikel 33 derde lid betaalt de cliënt een aparte bijdrage voor het gebruik van collectief vervoer. Deze bijdrage bestaat uit een opstaptarief (vaste prijs per rit) en een bedrag per gereisde kilometer.

Art 26.2 In afwijking van het eerste lid geldt buiten de straal van 20 kilometer vanaf het woonadres een tarief van: € 1,55 per kilometer.

Art 34.2 Voor ritten buiten de straal van 25 kilometer vanaf het woonadres geldt, in afwijking van het eerste lid, een hoger kilometer tarief. Tijdens de daluren, van 12.00 -15.00 uur, betaalt de cliënt een lager opstaptarief per rit. Dit in afwijking van het eerste lid.

Art 26.3 In afwijking van het eerste lid geldt tijdens de daluren, van 12.00 – 15.00 uur, een opstaptarief van € 0,44 per rit.

Art 34.3 In afwijking van het eerste lid gelden tijdens de nacht, van 0.00 - 7.00 uur, hogere tarieven voor zowel het opstappen als per kilometer.

Art 26.4 In afwijking van het eerste lid geldt bij een overschrijding van het maximaal aantal toegestane kilometers een opstaptarief van

Art 34.4 In afwijking van het eerste lid geldt bij een overschrijding van het maximaal aantal toegestane kilometers een opslag op het

Bedragen verwijderd omdat deze jaarlijks wijzigen door indexatie en de verordening daar ook op aangepast moet worden. Bedragen zullen wel beschreven worden in de nadere regels. Straal aangepast naar de grens van Valys. Bedragen verwijderd omdat deze jaarlijks wijzigen door indexatie. De bedragen zullen wel in de nadere regels opgenomen worden en zijn terug te vinden op de website van tripp-taxi.nl

Bedragen verwijderd omdat deze jaarlijks wijzigen door indexatie. De bedragen zullen wel in de nadere regels opgenomen worden. en zijn terug te vinden op de website van tripp-taxi.nl

opstaptarief. € 6,21 per rit.

Artikel 27 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Art 27.2 Het college legt verdere uitwerking van de geldende eisen op de kwaliteit van voorzieningen vast in het besluit maatschappelijk ondersteuning

Artikel 30. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget

Art 30.1 Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze Wet. Art 30.2 De gemeenteraad stelt een handhavingsbeleidskader vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven. Art 30.3 Het college stelt ter nadere uitvoering van de handhaving een handhavingsuitvoeringsplan vast met inachtneming van het gestelde in het handhavingsbeleidskader.

Artikel 35 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Kwaliteitseisen worden beschreven in het kwaliteitskader, beleidsregels en in de afgesloten overeenkomsten.

Art 35.2 Het college legt verder uit welke eisen er zijn voor de kwaliteit van voorzieningen in het kwaliteitskader of in de afgesloten overeenkomsten Artikel 38. Misbruik en oneigenlijk gebruik van een maatwerkvoorziening in natura of persoonsgebonden budget

Art 38.1 Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wet. Dit omvat de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze Wet.

Verwijderd. Artikelen toegevoegd die juist meer zien op de handhaving. Los van deze verordening wordt gewerkt aan een apart handhavings- en toezichtskader. Verwijderd. Artikelen toegevoegd die juist meer zien op de handhaving. Los van deze verordening wordt gewerkt aan een apart handhavings- en toezichtskader. Verwijderd. Artikelen toegevoegd die juist meer zien op de handhaving. Los van deze verordening wordt gewerkt aan een apart handhavings- en toezichtskader.

Toegevoegd om meer duidelijkheid te geven in de procedure over rechten en plichten en de gevolgen bij misbruik.

Toegevoegd. Deze taak wordt uitgevoerd door de toezichthouder rechtmatigheid en ziet toe op het verkleinen van de kans van misbruik.

Art 30.4 Dit handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de Wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.

Toegevoegd, naast het op te stellen handhavings- en toezichtskader, geeft dit de toezichthouder rechtmatigheid mogelijkheden om onderzoek te doen.

Art 38.2 Het college informeert cliënten, hun vertegenwoordiger en zorgaanbieders op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die horen bij het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb. Ook wordt uitleg gegeven over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet dan wel hetgeen krachtens de wet is verstrekt of toegekend. Art 38.3 Het college onderzoekt periodiek, soms steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s om te kijken naar de kwaliteit en om te kijken of de wet rechtmatig en doelmatig wordt gebruikt.

Art 38.4 Het college stelt onderzoek in naar de rechtmatigheid van een maatwerkvoorziening of pgb als er een gegrond vermoeden bestaat van misbruik of van oneigenlijk gebruik van de wet door cliënten dan wel door zorgaanbieders.

Art 38.5 Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien dan wel

Toegevoegd, naast het op te stellen handhavings- en toezichtskader, geeft dit de toezichthouder rechtmatigheid mogelijkheden om sancties op te leggen. Toegevoegd, naast het op te stellen handhavings- en toezichtskader, geeft dit de toezichthouder rechtmatigheid mogelijkheden om sancties op te leggen.

intrekken als het college vaststelt dat sprake is van misbruik en/of oneigenlijk gebruik. Art 38.6 Als een cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, worden de kosten in overeenstemming met artikel 2.4.1 van de wet verhaald. Art 38.7 Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel aanvullende regels stellen.

Art 30.5 Het college rapporteert aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten zoals vastgelegd in het handhavingsbeleidskader. Artikel 33 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Artikel 36 Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Art 38.8 Het college rapporteert aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten.

Verwijderd, de Wmo kan geen financiële regelingen verstrekken. Dit is ondergebracht in minimaregelingen.

Artikel 43. Burger- en cliëntenparticipatie

Art 36. 1 Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning.

Art 43.1 Er is een adviesraad die het college adviseert over het beleid voor het gehele sociale domein.

Art 36.2 Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en

Art 43.2 Het college betrekt deze adviesraad op tijd bij: a. het doen van voorstellen voor nieuw beleid, b. het geven van advies over besluiten en verordeningen, c. en zorgt dat zij hulp krijgen om hun werk goed

Anders geformuleerd maar op inhoud hetzelfde in betekenis. Makkelijker leesbaar.

Anders geformuleerd en een opsplitsing gemaakt. Dit maakt het makkelijker leesbaar. Op inhoud is het gelijk gebleven.

Anders geformuleerd waardoor het makkelijker leesbaar is. Op inhoud is er geen wijziging.

voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Art 36. 3 Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Art 36.4 Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

te doen.

Art 43.3 Het college zorgt ervoor dat de adviesraad kan deelnemen aan regelmatig overleg. De adviesraad mag zelf onderwerpen aandragen en krijgt de informatie en ondersteuning die daarvoor nodig is.

Art 43.4 Het college maakt aanvullende regels om dit goed te regelen.

Artikel 38 Indexering

Artikel 45 Indexering

Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijke Besluit Maatschappelijke ondersteuning geldende bedragen verhogen of verlagen.

Het college heeft de bevoegdheid om jaarlijks per 1 januari bedragen uit deze verordening of de Nadere Regels Maatschappelijke ondersteuning te verhogen of verlagen. Dit maakt aanpassing aan bijvoorbeeld inflatie of beleidswijziging mogelijk.

Artikel 40 Overgangsrecht

Artikel 47. Overgangsrecht

Art 40.1 Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

Art 47.1 Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

Art 40.2 Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Wmo gemeente Barendrecht 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking

Besluit Maatschappelijke ondersteuning gewijzigd in Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning. Tarieven staan beschreven in de nadere regels. Er is geen Besluit Maatschappelijke ondersteuning.

Verwijderd, dit klopt juridisch niet. Aanvragen die op datum dat de oude verordening nog van toepassing was, moeten op grond van die verordening afgehandeld worden tenzij de nieuwe verordening in het voordeel van de cliënt kan zijn. Verwijderd omdat lid 2 ook verwijderd is.

treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2022. Art 40.3 Van het in het eerste en tweede lid gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Art 40.4 Op bezwaarschriften tegen een besluit wordt beslist met inachtneming van de verordening op basis waarvan het betreffende besluit is genomen.

Art 47.2 Op bezwaarschriften tegen een besluit wordt beslist met inachtneming van de verordening op basis waarvan het betreffende besluit is genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086326/1