CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief wethouder De Jonge inzake beantwoording technische vragen fractie EVB Windenergie Vaanplein

commissie Ruimte 14 december 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein1.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad van Barendrecht p/a de griffie

Uw brief van: 10-12-2021 Uw kenmerk: Bijlage(n): Geen

Ons kenmerk:

436417

Contact: Doorkiesnummer: E-mailadres: Datum:

M. Sienot

14 december 2021

Betreft: technische vragen fractie EVB Windenergie Vaanplein Geachte raadsleden, INLEIDING Door de fractie van de EVB zijn gisteren een aantal vragen gesteld voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt “Windenergie Vaanplein ” in de commissie van 14 december 2021. Vraag 1: U geeft aan dat de gemeente nauwelijks invloed heeft, er ligt een vastgesteld toetsingskader

waarmee veel invloed kan worden uitgeoefend op de ontwikkelaar. Kan het college uitleggen met het toetsingskader in de hand waarom er weinig invloed zou zijn? Het door uw raad vastgestelde toetsingskader ziet met name op de inpassing. In het zes jaar oude toetsingskader is uitgegaan van de regels vanuit het activiteitenbesluit voor wat betreft de normstelling voor aspecten als slagschaduw, geluid, lichtschittering en externe veiligheid. Gezien de uitspraak van de Raad van State is afzonderlijke kaderstelling noodzakelijk, waarbij de aspecten uit het Toetsingskader Windenergie 2015 worden meegenomen en geconcretiseerd. Invloed vanuit de gemeente is inderdaad zeer beperkt op het moment dat de provincie haar bevoegdheden terugneemt. Op dat moment is ook de omgevingsvergunning een provinciale route. Vraag 2: Kan het college toelichten of het toetsingskader een sterk instrument om plannen, procedure

van ontwikkelaars zorgvuldig te toetsen? En aanvragen af te wijzen indien aanvragen onvoldoende zijn?

Het toetsingskader is één van de instrumenten om plannen te toetsen op het moment dat we als gemeente zelf de omgevingsvergunning verlenen. Afwijzing van aanvragen geschiedt echter op limitatieve in de wet opgenomen gronden, het toetsingskader maakt daar geen onderdeel van uit. Als een aanvraag onvoldoende voldoet aan het toetsingskader kun je deze afwijzen, maar als het wél past binnen het toetsingskader, maar het betreft een ongelukkige locatie dan valt deze aanvraag niet af te wijzen. Een ongelukkige locatie vanuit maatschappelijk perspectief zou dan moeten worden toegestaan. Met een MER-procedure bepaal je wel de geschikte locaties die bovendien met de bewoners zijn afgestemd. Vraag 3: Is het college het met ons ons eens dat een aanvraag omgevingsvergunning met nog eens 6

weken kan worden uitgesteld? Het bevoegd gezag mag de beslistermijn van zes maanden éénmaal verlengen, met ten hoogste zes weken (art. 3.12 lid 8 Wabo). Vraag 4 : Kan het college nog eens uiteen zetten wanneer Gemeenteraad aan bod komt in scenario 1? Zoals omschreven in scenario 1 komt de gemeenteraad aan bod bij de verklaring van geen bedenkingen. Vraag 5: Als Gemeenteraad aan bod komt en bedenkingen afgeeft en er geen vergunning wordt afgegeven. Wat zijn dan de momenten waarin de Gemeenteraad alsnog aan bod komt? Indien de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen afgeeft, is er géén mogelijkheid voor het college om de uitgebreide procedure verder te doorlopen. In dat geval ontstaat er een weigeringsgrond op de omgevingsvergunning. In dat geval speelt de gemeenteraad geen rol meer, omdat de vergunningsaanvraag is afgewezen en er geen proces meer loopt. Overigens kan de raad alleen een verklaring van geen bedenkingen weigeren als de onderbouwing van de aanvraag niet voldoet aan de door haar aangegeven kaders en geldende wet- en regelgeving. Op dat moment heeft de provincie de bevoegdheid om de gehele procedure over te nemen en op basis van de wetgeving vergunning te verlenen zonder bemoeienis van het gemeentebestuur. De gemeenteraad is dan volgend in plaats van besluitvormend.

In het voorkeursscenario van het college (scenario 3) houdt de gemeente juist wel de regie, via de bestemmingsplanprocedure. Vraag 6: Wanneer een verklaring van bedenkingen wordt afgegeven door de gemeenteraad, kan dat dan een reden zijn de vergunning af te wijzen? Zie antwoord vraag 5. Vraag 7: Zijn er juridische mogelijkheden voor een ontwikkelaar bij het afgeven van een verklaring van bedenkingen door de raad?

Zoals aangegeven bij vraag 5 is er dan sprake van een weigering van de omgevingsvergunning. De ontwikkelaar heeft op dat moment de mogelijkheid om in bezwaar en beroep te komen. De raad moet de weigering hebben onderbouwd op basis van de door haar aangegeven kaders alsmede de geldende wet- en regelgeving, om te voorkomen dat bezwaar en beroep gegrond verklaard worden. Vraag 8: Is de MER-procedure nu onderdeel van de GRO of niet? Gemeente moet namelijk wel een MER opstellen in scenario 2 en 3 en de ontwikkelaar, in scenario 1, niet. Kunt u dit nader uitleggen? Een MER-procedure is geen vereiste voor een goede ruimtelijke onderbouwing. In scenario’s 2 en 3 wordt de MER-procedure daarom gebruikt om aan de omgevingsvergunning, onderbouwde, nadere voorwaarden te verbinden. De benodigde onderzoeken voor een goede ruimtelijke onderbouwing zijn te globaal en vrijblijvend voor een goede ruimtelijke inpassing. Het onderdeel gezondheid hoeft bijvoorbeeld niet nader onderzocht te worden. Zolang de gevraagde aspecten van een goede ruimtelijke onderbouwing correct zijn beschreven, dan dient de gemeente een omgevingsvergunning te verlenen, ook als het onderdeel gezondheid niet goed is onderzocht. Met een MER kan dit onderdeel juist wel worden meegenomen. Het college heeft het onderwerp 'gezondheid' hoog in het vaandel en neemt dit serieus.

In scenario 2 en 3 wordt dit grondig onderzocht via de MER. In scenario 1 niet. Vraag 9: Kan het bevoegd gezag voor het normatief toetsingskader landelijke regelgeving afwachten? En daarmee dus besluiten te wachten op nadere regels vanuit de Rijksoverheid? In principe bestaat deze mogelijkheid, maar in de praktijk zal deze situatie ertoe leiden dat de provincie de vertraging niet accepteert. Zij zal dan optreden als bevoegd gezag, zoals recentelijk ook bleek uit een brief van de provincie aan de gemeente Nissewaard over de windmolens achter Spijkenisse-Noord. Het gevolg hiervan is dat de participatie door de inwoners e.d. dan ook door de provincie wordt overgenomen. Dit is niet de gewenste situatie. Onze inwoners staan namelijk nu hoog in het vaandel bij de gemeente en worden actief geïnformeerd en betrokken; de lijnen zijn kort. De gemeente wil juist daarom het bevoegd gezag behouden om de zorg én verantwoordelijk te kunnen nemen voor haar inwoners en de zeggenschap van de direct omwonenden te maximaliseren. Vraag 10: College betoogd bij scenario 1 het participatietraject beperkt kan worden geleid, echter stelt het toetsingskader eisen aan de wijze van participatie.

Is het college het met ons eens dat er kritisch getoetst kan worden op het participatieproces met het definitief toetsingskader windenergie in de hand? In scenario 1 is het gehele traject volgend op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Participatie is daarbij minimaal, want in het toetsingskader staat slechts summier beschreven dat burgers gehoord moeten worden. Het college acht een intensief participatietraject juist gewenst. Een uitgebreidere participatie-opzet maakt daarom deel uit van de tenderdocumenten. De ontwikkelaar zal zich moeten laten leiden door de uitgangspunten in de participatie-opzet die veel verder is uitgewerkt dan het toetsingskader uit oktober 2015.

Vraag 11: Wat zijn de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de plaatsing van windmolen op het Vaanplein? Voor besluitvorming onder huidige Wet Ruimtelijke Ordening dient er uiterlijk per 1 juli een omgevingsvergunning zijn ingediend, in geval van scenario 1 en 2. Voor scenario 3 moet in dat geval het ontwerp-bestemingsplan ter inzage worden gelegd. Valt de besluitvorming over het windpark onder de Omgevingswet, dan dient de gemeenteraad eerst een projectprocedure te volgen voor het overnemen van de bevoegdheid over het windpark. Als gevolg van de invoeringswet Omgevingswet zijn gemeenten hiertoe voortaan altijd verplicht bij windprojecten van 5 MW en meer, als ze dat project op zich willen nemen. De Invoeringswet herziet namelijk onder meer een groot aantal andere wetten met de invoering van de Omgevingswet, waaronder een aantal artikelen in de Elektriciteitswet 1998 over de bevoegdhedenverdeling om te beslissen over windparken. Het college volgt de ontwikkelingen rond deze wet op de voet. Ze informeert de gemeenteraad zodra meer duidelijk wordt. Wij verwachten met het bovenstaande uw vragen voldoende te hebben beantwoord. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht,

T.F. de Jonge Wethouder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10937696/1