CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek bestemmingsplan 3e Barendrechtseweg en Ziedewijdsekade 72.pdf

commissie Ruimte 2 april 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 3e Barendrechtseweg en Ziedewijdsekade 72 (adviserend) (wordt behandeld op 9 april 2024)27.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen bij bestemmingsplan ‘3e Barendrechtseweg 545 en Ziedewijdsekade 72 Barendrecht’

- Verkennend bodemonderzoek Ziedewijdsekade 72 (Inpijn Blokpoel, 27 september 2022, nr. 22MP0173-adv-01) - Verkennend bodemonderzoek 3e Barendrechtseweg 545 (Inpijn Blokpoel, 29 september 2022, nr. 22MP0174-adv-01) - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Kraaij akoestisch advies, 24 augustus 2022, nr. VL.2228.R01) - Quick scan Flora en Fauna (Breur Ecologie&Onderzoek, 8 augustus 2022, nr.QS22033v1) - Gebiedsvisie 3e Barendrechtseweg Barendrecht (Wissing, 19 januari 2022, nr. 1157) - Aerius Stikstofberekening (Adromi groep, 28 september 2023, nr. M202218/2201c) - Kavelpaspoort 3e Barendrechtseweg 545 (september 2023) - Kavelpaspoort Ziedewijdsekade 72 (september 2023) - Nota zienswijzen

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht

MEERWAARDE DOOR GRONDIGE KENNIS

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht Opdrachtnummer: 22MP0173

Rapport betreffende Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 Nader bodemonderzoek conform NTA 5755

Documentnummer 22MP0173-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 27 september 2022 Opdrachtgever van Gelder Agrarisch & Landelijk vastgoed 2e Barendrechtseweg 302 2992 SL Barendrecht

Opgesteld door: M.J.M. Roeberding-de Greef

Collegiale toets: B. van der Stelt

Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Type onderzoeken

: :

Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten

: : : : : : : :

22MP0173 Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Verkennend asbest bodemonderzoek NEN5707 Nader bodemonderzoek NTA 5755 Ziedewijdsekade 72 te Barendrecht Barendrecht van Gelder Agrarisch & Landelijk vastgoed M.J.M. (Marieke) Roeberding-de Greef 27 september 2022 Definitief Ca. 2.470 m2 x: 96.512 y: 427.855

2. Aanleiding en doel bodemonderzoeken Aanleiding voor de milieukundige bodemonderzoeken vormt de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek en het verkennend asbest bodemonderzoek hebben tot doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van de verkennende bodemonderzoeken dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Naar aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is direct opvolgend een nader bodemonderzoek uitgevoerd, zie ook navolgend. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor onderhavige onderzoekslocatie in het verkennend bodemonderzoek uitgegaan van de in de NEN 5740 beschreven onderzoeksstrategie diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). ‘Kansrijke’ stoffen zijn dan met name organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van de tussentijdse resultaten en in verband met het tijdens de veldwerkzaamheden aantreffen van zintuigelijk puinhoudende bodemlagen is in een tweede fase een verkennend (asbest) bodemonderzoek en nader bodemonderzoek verricht.

De resultaten van beide onderzoeksfases zijn integraal opgenomen in het voorliggende rapport.

Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. AnalyseTraject Analysepakket monster (m - mv)

> AW

>T

>I

MM1

0,00 - 0,70

NEN-g + OCB

PAK

-

-

MM2

0,30 - 0,50

NEN-g + OCB

kobalt, nikkel, som DDD

-

-

MM3

0,20 - 0,50

NEN-g + OCB

cadmium, lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen$, som PCB$, som DDD$, som aldrin/dieldrin/endrin$, alpha-HCH$, beta-HCH$, gamma-HCH$, heptachloor$, som heptachloorepoxide$, alphaendosulfan$, hexachloorbutadieen$, som chloordaan$, minerale olie

-

barium

MM4

0,00 – 0,50

NEN-g + OCB

kobalt, nikkel, zink, som DDD, som DDE, alpha-HCH$, betaHCH$, gamma-HCH$, heptachloor$, som heptachloorepoxide$, alphaendosulfan$, hexachloorbutadieen$, som chloordaan$, som OCB

-

som DDT

MM5

0,70 – 2,00

NEN-g + OCB

-

-

-

B009-11 B011-11 B012-11 B014-11

0,00 – 0,50 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50

OCB OCB OCB OCB

som aldrin/dieldrin/endrin -

-

-

B004a-3 B101-2 B102-2 B103-1 B104-1

0,70 – 1,00 0,20 – 0,70 0,20 – 0,50 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50

Barium Barium Barium Barium Barium

-

-

-

> AW >T >I $

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : Geen daadwerkelijk gehalte gemeten, betreft verhoogde rapportagegrens a.g.v. noodzakelijke verdunning.

Tabel 2. Overschrijdingstabel grondwatermonsters. Peilbuis Filterdiepte Analysepakket (m - mv)

>S

>T

>I

B001

1,90 - 2,90

NEN-w + OCB

barium, xylenen

nikkel

-

B001-her

1,90 - 2,90

nikkel

-

-

-

>S >T >I

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Tabel 3. Resultaten asbestanalyse. Monster Soort asbest

Soort materiaal

Hechtgebonden

‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.

MMAB1

-

-

-

< 0,6

MMAB2

-

-

-

< 0,3

5. Conclusie en aanbevelingen Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande bestemmingsplanwijziging, mits de sterke bariumverontreiniging als “uitbijter” mag worden beschouwd. Geadviseerd wordt dan ook om onderhavig onderzoek ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.

Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................1

2.

RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2

2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................3 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................3 2.3.2 Archieven DCMR Milieudienst Rijnmond ...............................................................................5 2.3.3 Achtergrondwaarden ..............................................................................................................6 2.3.4 Informatie betrokkenen ...........................................................................................................6 2.3.5 Eigen archieven ......................................................................................................................7 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................8 2.5 Conclusie vooronderzoek ..............................................................................................................8 3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK............................................................................................9

3.1 Gehanteerde onderzoeksopzet .....................................................................................................9 3.2 Veldwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek (VO)............................................................9 3.2.1 Uitvoering ...............................................................................................................................9 3.2.2 Lokale bodemopbouw ......................................................................................................... 10 3.2.3 Organoleptische beoordeling .............................................................................................. 10 3.2.4 Monstername....................................................................................................................... 10 3.3 Laboratoriumonderzoek, Toetsing en interpretatie VO .............................................................. 11 3.3.1 Analysestrategie grondmonsters ......................................................................................... 11 3.3.2 Analysestrategie grondwater ............................................................................................... 11 3.3.3 Toetsing analyseresultaten grond .......................................................................................

12 3.3.4 Toetsing analyseresultaten grondwater .............................................................................. 12 3.3.5 Interpretatie onderzoeksresultaten ...................................................................................... 13 4.

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK (AB) ............................................................................... 14

4.1 Veldwerk ..................................................................................................................................... 14 4.1.1 Uitvoering ............................................................................................................................ 14 4.1.2 Maaiveldinspectie ................................................................................................................ 14 4.1.3 Actuele contactzone ............................................................................................................ 14 4.1.4 Ondergrond ......................................................................................................................... 15 4.2 Laboratoriumonderzoek en toetsing ........................................................................................... 15 4.2.1 Analysestrategie .................................................................................................................. 15 4.2.2 Analyseresultaten ................................................................................................................ 15 5.

NADER BODEMONDERZOEK (NO) ............................................................................................ 16

5.1 Conceptueel model ..................................................................................................................... 16 5.1.1 Infrastructuur ....................................................................................................................... 16 5.1.2 Hydrologie ........................................................................................................................... 16 5.1.3 Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem .................................................. 16 5.1.4 Identificatie receptoren, bedreigde objecten en (verspreidingsrisico’s) .............................. 17 5.1.5 Ruimtelijke ontwikkeling ...................................................................................................... 17 5.2 Onderzoeksvragen en opzet onderzoek .................................................................................... 17 5.3 Opzet onderzoek ........................................................................................................................ 18

Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

5.4 Veldwerk ..................................................................................................................................... 18 5.4.1 Uitvoering ............................................................................................................................ 18 5.4.2 Lokale bodemopbouw ......................................................................................................... 18 5.4.3 Organoleptische waarnemingen.......................................................................................... 19 5.4.4 Monstername....................................................................................................................... 19 5.5 Laboratoriumresultaten ............................................................................................................... 19 6.

CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 21

6.1 Verkennend bodemonderzoek NEN5740 ................................................................................... 21 6.2 Verkennend asbest bodemonderzoek NEN5707 ....................................................................... 21 6.3 Nader bodemonderzoek NTA5755 ............................................................................................. 21 6.3.1 Sterke verontreiniging barium ............................................................................................. 21 6.3.2 Sterke verontreiniging som DDT ......................................................................................... 22 6.3.3 Matige verontreiniging nikkel ............................................................................................... 22 6.4 Resumé ......................................................................................................................................

22 BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening met boorpunten SIT-01 C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaten grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses H) Laboratoriumcertificaten grondwateranalyses I) Toetsingstabellen grondwateranalyses J) Laboratoriumcertificaat asbest analyses VERSIE: 1.0 Rapportage VERZENDLIJST: Van Gelder Agrarisch & Landelijk vastgoed te Barendrecht, ter attentie van de heer T. van Gelder (theo@vangeldermakelaardij.nl).

Pagina 1 Project Opdracht Document

1.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

INLEIDING

Door van Gelder Agrarisch & Landelijk vastgoed is ons bureau in eerste instantie opdracht gegeven een verkennend bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Ziedewijdsekade 72 te Barendrecht. Aanleiding voor het bodemonderzoek vormde een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten is direct opvolgend een nader bodemonderzoek en een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van voornoemde onderzoeken zijn integraal opgenomen in voorliggende rapportage. Doel van de bodemonderzoeken is om de kwaliteit van de bodem op de locatie vast te stellen, om na te gaan of dat deze een belemmering vormt voor de bestemmingsplanwijziging en het toekomstig gebruik. Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering. De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 4. Overzicht van relevante BRL(‘s).

Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018

Pagina 2 Project Opdracht Document

2.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

RESULTATEN VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: • huidig en toekomstig bodemgebruik; • voormalig bodemgebruik; • bodemopbouw en geohydrologie; • (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de DCMR Milieudienst Rijnmond (o.a. milieuvergunningen, tanks, bodemonderzoeken), alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1

Ligging/omgeving

De onderzoekslocatie maakt deel uit van het perceel aan de Ziedewijdsekade 72 te Barendrecht, in de gelijknamige gemeente. Kadastraal gezien is de onderzoekslocatie gelegen op het perceel, dat bekend is onder (kadastrale) gemeente Barendrecht, sectie D, nummer 11842. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2.470 m2. Figuur 1. Kadastrale situatie.

De locatie is gelegen tussen Barendrecht en de ‘Oude Maas’. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit (vrijstaande)woningen en agrarisch gebied. De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A.

Pagina 3 Project Opdracht Document

2.2

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Huidig en toekomstig gebruik

Ten tijde van de veldwerkzaamheden in juli 2022, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Op de locatie bevindt zich een kassencomplex en vindt vollegrondteelt plaats. Het buitenterrein is grotendeels braakliggend (plantsoen), een klein deel van de locatie is verhard met klinkers (o.a. toegangspad). Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Bij de locatie-inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Gepland is de bestemmingsplanwijziging en opvolgende woningbouw. 2.3

Voormalig bodemgebruik

Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de milieudienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1

Historisch kaartmateriaal

Uit het via http://topotijdreis.nl geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 5. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie. Jaartal Gebruik

Bijzonderheden

1900

De locatie is in gebruik als (land)bouwgrond.

--

1938

Het naastgelegen perceel is voor het eerst bebouwd, Vanaf 1958 zijn ter plaatse voor het eerst kassen zichtbaar. De onderzoekslocatie blijft in gebruik als (land)bouwgrond.

--

1981

Ongewijzigd gebruikt ten opzichte van 1938, op het naastgelegen perceel zijn de kassen uitgebreid.

--

1995

De locatie is voor het eerst bebouwd, hierbij zijn tevens de kassen zichtbaar, het betreft de huidige situatie.

kassen

Figuur 2. Situatie 1900.

Pagina 4 Project Opdracht Document

Figuur 3. Situatie 1938.

Figuur 4. Situatie 1958.

Figuur 5. Situatie 1981.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Pagina 5 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Figuur 6. Situatie 1995.

Er zijn geen gegevens naar voren gekomen waaruit blijkt dat op onderhavig onderzoeksterrein sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, waardoor eventueel asbestverdacht materiaal in de bodem of op het maaiveld terecht is gekomen. Tevens zijn geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van andere potentieel bodembedreigende activiteiten. 2.3.2

Archieven DCMR Milieudienst Rijnmond

Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond is door ons bureau via de digitale rapportagemodule informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, (bodem)informatie. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: Op de locatie is in 1999 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, kenmerk 407102, d.d. 25-02-1999. Verder zijn er van de locatie geen eerdere bodemonderzoeken bekend. Blijkens het historisch onderzoek is de locatie sinds 1990 in gebruik voor glastuinbouw en vollegrondteelt, daarvoor was op het perceel sprake van akkerbouwland. Blijkens het rapport zijn op het perceel diverse bodembedreigende activiteiten bekend, (A olietank, B petroleum tank, C olie opslag, D bestrijdingsmiddelen kast en E aanmaakbak meststoffen). Deze bevinden zich allen echter niet op onderhavige onderzoekslocatie, maar in de naastgelegen schuur, zie figuur 7. Figuur 7. Situatietekening historisch onderzoek 1999.

Pagina 6 Project Opdracht Document

2.3.3

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Achtergrondwaarden

Door de gemeente is een bodemfunctiekaart opgesteld. Hieruit blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein is gelegen binnen de functieklasse ‘natuur/overig/buitengebied‘. Blijkens de bodemkwaliteitskaarten behoren de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie tot de kwaliteitsklasse "achtergrondwaarde (AW)". Daarnaast zijn voor een aantal zones achtergrondwaarden opgesteld, gebaseerd op de gemiddelde waarden van in eerdere onderzoeken gemeten gehalten. Voor dit gebied, zone 1, gelden de volgende gehalten: Tabel 6. Overzicht achtergrondwaarden. Parameter Bovengrond (in mg/kg d.s.) (0 tot 0,5 m - mv) As Cd Cr Cu Hg Pb Ni Zn PAK minerale olie Ba Co Mo PCB EOX

14,392 0,599 36,144 29,884 0,198 40,474 30,558 103,324 1,239 85,306 139,798 10,153 1,041 0,010 0,285

Ondergrond (in mg/kg d.s.) (0,5 tot 2,0 m - mv) 10,884 0,491 34,234 20,607 0,084 26,634 28,292 80,292 1,280 63,710 145,614 10,717 1,051 0,010 0,351

Tevens is voor Barendrecht een bodemkwaliteitskaart opgesteld met betrekking tot PFAS in de bodem. Hieruit blijkt dat de gehele gemeente barendrecht valt onder de zone ‘PFAS Barendrecht’ welke voldoet aan de toepassingswaarde wonen/industrie. Voor deze zone zijn de navolgende achtergrondwaarden opgesteld. Tabel 7. Overzicht achtergrondwaarden PFAS. Parameter Bovengrond (in µg/kg d.s.) (0 tot 0,5 m - mv) som PFOA som PFOS

2.3.4

1,60 0,76

Ondergrond (in µg/kg d.s.) (0,5 tot 2,0 m - mv) 0,47 0,19

Informatie betrokkenen

Door de opdrachtgever is een tekening aangeleverd van de beoogde herindeling van het perceel, zie de navolgende figuur. Daarnaast zal vanaf de weg een toegangspad worden gerealiseerd ten westen van de huidige woning met schuur. De onderzoekslocatie is door de huidige bewoner van Ziedewijksekade 72, de heer J. Leeuwenburg, in het veld aangegeven, de huidige schuur, het voorste deel van de kas en de huidige bedrijfswoning zullen worden gehandhaafd.

Pagina 7 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Figuur 8. Beoogde verkaveling.

Daarnaast is door de opdrachtgever aangegeven dat de locatie deel uit maakt van een grotere gebiedsvisie, waarbij in de omgeving meerdere woningen zullen worden gerealiseerd, zie figuur 7. Figuur 9. Situatietekening gebiedsvisie.

2.3.5

Eigen archieven

Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 meter) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd.

Pagina 8 Project Opdracht Document

2.4

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Bodemopbouw en geohydrologie

Volgens het digitale DINO-loket is de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie uit de volgende geologische eenheden opgebouwd: Tabel 8. Geologische opbouw. Diepte, m - mv Geologische eenheid 0 - 13,57 13,57 - 21,52 > 21,52

Holocene deklaag Formatie van Kreftenheye Formatie van Peize Waalre

De stromingsrichting in het freatisch grondwater is wegens de ligging in bebouwd gebied niet eenduidig vast te stellen. Vermoedelijk zal deze richting de in de omgeving aanwezige watergangen zijn. Uit de archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) valt af te leiden dat de regionale stroming van het grondwater in het eerste watervoerende pakket een overwegend noordelijke richting heeft. 2.5

Conclusie vooronderzoek

Daar zowel op de locatie, als op het naastgelegen perceel kassen aanwezig zijn wordt de locatie verdacht beschouwd voor het in de bodem voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Derhalve wordt geadviseerd om in het verkennend bodemonderzoek de in de NEN 5740 beschreven onderzoekstrategie: diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) toe te passen.

Pagina 9 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

Gehanteerde onderzoeksopzet

Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie mogelijk sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Derhalve is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) toegepast. ‘Kansrijke’ stoffen zijn met name organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB), derhalve is het standaard NEN-grondpakket uitgebreid met OCB. De onderzoeksoppervlakte bedraagt circa 2.470 m2. De voorgeschreven boringen zijn over het onderzoeksterrein verdeeld. Naar aanleiding van de zintuigelijke waarnemingen en de resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn ,in overleg met de opdrachtgever, direct opvolgend een verkennend asbest bodemonderzoek en een nader onderzoek uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstukken 6 (asbest) en 7 (nader onderzoek). Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico.

Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 is onderstaande afwijkingen aan de orde. • In verband met het voorkomen van bodemvreemde materialen (o.a. puin en/of koolassen) en een dusdanig gevarieerde bodemopbouw dat niet volstaan kon worden met de in de NEN 5740 aangegeven (minimum) aantal grondanalyses. Hiertoe is in overleg met de opdrachtgever besloten één aanvullende grondanalyse uit te voeren (zie navolgende). 3.2

Veldwerkzaamheden verkennend bodemonderzoek (VO)

Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: • •

SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’

3.2.1 Uitvoering Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 26 juli 2022 door dhr. R. Kuijken en dhr. G. van Gestel in totaal veertien boringen verricht, genummerd B001 t/m B014. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 9. Overzicht boorgegevens. Boring Diepte in m - mv B001 3,00 B002 + B003 2,00 B004 t/m B014 0,50

Filterdiepte in m - mv 1,90 - 2,90 -

Pagina 10 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

De boringen zijn over het onderzoeksterrein verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in bijlage B.

3.2.2 Lokale bodemopbouw Tot de verkende diepte van 3,0 m - mv bestaat de bodemopbouw globaal uit afwisselend matig siltig klei en matig fijn, sterk siltig zand. Vanaf 2,0 m-mv komt zwak kleiig veen voor. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D.

3.2.3 Organoleptische beoordeling Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Tabel 10. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen. Boring Diepte in m - mv B001 B001 B002 B004 B006 B007 B008

0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,20 - 0,80 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Afwijkingen

sporen puin sporen kolengruis zwak baksteenhoudend matig puinhoudend (gestaakt) resten puin sporen puin zwak puinhoudend

De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Op basis van bovenstaande waarnemingen is direct opvolgend een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd zie hoofdstuk 4.

3.2.4 Monstername De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,0 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B001 is na goed doorpompen d.d. 3 augustus 2022 door dhr. R. Kuijken bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 11. Meetgegevens grondwaterbemonstering. Parameter (eenheid) Peilbuis B001 Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)

1,02 1888 89,2 6,33 0,98

Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren.

Pagina 11 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

De gemeten troebelheid is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, waarbij ten hoogste gering verhoogde gehalten zijn gemeten, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is. 3.3

Laboratoriumonderzoek, Toetsing en interpretatie VO

3.3.1

Analysestrategie grondmonsters

De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 12. Overzicht grondanalyses. AnalyseTraject Deelmonsters monster (m - mv) (m - mv)

Analysepakket

Toelichting

MM1

0,00 - 0,70

B001 (0,00 - 0,30) B002 (0,20 - 0,70) B006 (0,00 - 0,50) B008 (0,00 - 0,50)

NEN* + OCB

kleiige bovengrond bijmengingen met baksteen/puin

MM2

0,30 - 0,50

B001 (0,30 - 0,50)

NEN + OCB

kleiige bovengrond bijmengingen met kolengruis

MM3

0,20 - 0,50

B004 (0,20 - 0,50)

NEN + OCB

zandige bovengrond bijmengingen met puin

MM4

0,00 - 0,50

B009 (0,00 - 0,50) B011 (0,00 - 0,50) B012 (0,00 - 0,50) B014 (0,00 - 0,50)

NEN + OCB

kleiige bovengrond zintuiglijk onverdacht

MM5

0,70 - 2,00

B001 (0,70 - 1,00) B001 (1,00 - 1,50) B002 (1,20 - 1,50) B003 (1,50 - 2,00)

NEN + OCB

zandige ondergrond zintuiglijk onverdacht

* NEN = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.

3.3.2

Analysestrategie grondwater

De volgende grondwatermonsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 13. Overzicht grondwateranalyses. Peilbuis Filterdiepte (m - mv)

Analysepakket

Toelichting

B001

NEN# + OCB

geen waarneming drijflaag/troebel/geur

#

1,90 - 2,90

NEN = standaard analysepakket voor grondwater: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); • minerale olie (C10-C40).

Pagina 12 Project Opdracht Document

3.3.3

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Toetsing analyseresultaten grond

De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 14. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. AnalyseTraject > AW monster (m - mv)

>T

>I

MM1

0,00 - 0,70

PAK

-

-

MM2

0,30 - 0,50

kobalt, nikkel, som DDD

-

-

MM3

0,20 - 0,50

cadmium, lood, zink, PAK, hexachloorbenzeen$, som PCB$, som DDD$, som aldrin/dieldrin/endrin$, alphaHCH$, beta-HCH$, gamma-HCH$, heptachloor$, som heptachloorepoxide$, alphaendosulfan$, hexachloorbutadieen$, som chloordaan$, minerale olie

-

barium

MM4

0,00 - 0,50

kobalt, nikkel, zink, som DDD, som DDE, alpha-HCH$, beta-HCH$, gamma-HCH$, heptachloor$, som heptachloorepoxide$, alphaendosulfan$, hexachloorbutadieen$, som chloordaan$, som OCB

-

som DDT

MM5

0,70 - 2,00

-

-

-

> AW >T >I $

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : Geen daadwerkelijk gehalte gemeten, betreft verhoogde rapportagegrens a.g.v. noodzakelijke verdunning.

De laboratoriumcertificaten en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G. 3.3.4

Toetsing analyseresultaten grondwater

De getoetste analyseresultaten van het in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 15. Overschrijdingstabel grondwatermonster(s). Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv)

>T

>I

B001

1,90 - 2,90

nikkel

-

>S >T >I

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

barium, xylenen

Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabel zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I.

Pagina 13 Project Opdracht Document

3.3.5

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Interpretatie onderzoeksresultaten

De lichte verhogingen aan zware metalen en PAK in de bovengrond lijken in het algemeen gerelateerd te zijn aan de aanwezigheid van puin en/of koolas. De ervaring leert dat voornoemde stoffen in combinatie met puin en/of koolas in de grond in verhoogde mate kunnen worden aangetroffen. Een en ander is waarschijnlijk het resultaat van het uitstrooien van koolassen en perceelsophogingen. Voor de lichte verhogingen aan zware metalen in de zintuigelijk onverdachte bovengrond ter plaatse van de kas is op basis van de beschikbare gegevens geen eenduidige verklaring voorhanden. Mogelijk gaat het hier tevens om een diffuus verhoogd achtergrond niveau. De sterke verhoging aan barium ter plaatse van boring B004 (mengmonster MM3) houd mogelijk eveneens verband met de aanwezigheid van puin in de bodem. Het gehalte aan barium overschrijdt de ‘voormalige’ interventiewaarde. Hierbij wordt opgemerkt dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, dient dit gehalte wel worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde. Daar het hier gaat om een puinhoudend zandmonster is ter plaatse mogelijk wel sprake van een antropogene bron, derhalve is direct navolgend een nader bodemonderzoek uitgevoerd, zie hoofdstuk 7.

De licht tot plaatselijk sterke verhoging aan organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de voormalige kassenteelt. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de parameter som DDT in mengmonster MM4 overschreden. Derhalve is deze eveneens meegenomen in het naderonderzoek, zie hoofdstuk 7. De lichte verhoging aan barium en de matige verhoging aan nikkel in het grondwater kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan een diffuus verhoogd achtergrondniveau. Voor nikkel lijkt er ook sprake te zijn van een variabiliteit. De ervaring leert dat de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte variëren. Na een langere ‘rusttijd’ worden dan, bijvoorbeeld als gevolg van plaatsingseffecten, lagere gehalten gemeten. Via een herbemonstering van de peilbuis B001 en opvolgende nikkelanalyse zou dit nagegaan kunnen worden, e.e.a. is opgenomen in het naderbodemonderzoek, zie hoofdstuk 7. Voor de aanwezigheid van de lichte verhoging aan de somparameter xylenen is op basis van de beschikbare gegevens geen eenduidige verklaring voorhanden. Xylenen behoren tot de groep van de aromatische koolwaterstoffen.

Daar het echter gaat om een niet meer dan marginale verhoging, die, bijvoorbeeld als gevolg van stoorinvloeden, vaker op ‘onverdachte terreinen wordt gemeten, wordt een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Pagina 14 Project Opdracht Document

4.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK (AB)

Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn, daar waar het werkzaamheden in de bodem betreft (< 50 % puindelen), onder dit certificaat uitgevoerd, conform SIKBprotocol 2018 ‘Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’. Het verkennend asbest bodemonderzoek is uitgegaan van de in de NEN 5707 beschreven onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige toegangsweg, alwaar in de vaste bodem bijmengingen met puin zijn waargenomen De onderzoeksoppervlakte bedraagt circa 700 m2. Zie de situatietekening SIT-01 in de bijlage B voor de ligging van het onderzoeksterrein. 4.1

Veldwerk

4.1.1

Uitvoering

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R. Kuijken, BRL 2018 gecertificeerd. Tijdens de werkzaamheden op 3 augustus 2022 was sprake van droog weer. 4.1.2

Maaiveldinspectie

Een onderdeel van het onderzoek betreft een maaiveldinspectie. In een maaiveldinspectie wordt het maaiveld van een onderzoeksgebied strook voor strook (max. 1,5 meter breed) en in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Wanneer voor de locatie geldt dat meer dan 10 cm2 aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen, kunnen steeksproefsgewijs rasters van 1 x 1 m worden geïnspecteerd. Het minimaal aantal te inspecteren punten worden voorgeschreven in de NEN 5707. Opgemerkt dient te worden dat voor een goede inspectie minimaal 75 % van de oppervlakte goed zichtbaar moet zijn (vrij van vegetatie of andere objecten). De locatie was deels verhard met klinkers en deels braakliggend (gras). De inspectie-efficiëncy werd hierbij geschat op 90 - 100%. Op het maaiveld en de aanwezige verharding is géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. 4.1.3

Actuele contactzone

Als eerste is de vochtigheid van de bodem bepaald. Deze bleek >>10 % te bedragen. Ook bij herhalingsmetingen bleek deze steeds > 10 %. In totaal zijn zes asbestinspectiekuilen gegraven, genummerd ABK001 t/m ABK006. Tabel 16. Overzicht geselecteerde grondmonsters Asbestinspectiekuil Omschrijving ABK001 t/m ABK005

baksteen houdende klei

ABK006

puinhoudend zand

De asbestinspectiekuilen hebben een oppervlakte van circa 30 x 30 cm, en zijn minimaal 0,50 m - mv diep. De plaats van de asbestinspectiekuilen is weergegeven op de als bijlage B toegevoegde situatietekening SIT-01. In de bijlage C is een fotoreportage opgenomen.

Pagina 15 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Per kuil is het uitkomende materiaal voor zover mogelijk per laag uitgelegd en vervolgens uitgeharkt en gezeefd. In de geïnspecteerde grond van de inspectiekuilen zijn géén asbestverdachte materialen waargenomen. Zie hiervoor de laagbeschrijvingen in de bijlage D. 4.1.4

Ondergrond

Asbestinspectiekuil ABK004 is middels een edelmanboor met een boordiameter van 12 cm doorboord, tot een diepte van 2,0 m - mv. In de ondergrond werd zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ook hiervoor wordt verwezen naar de laagbeschrijvingen in de bijlage D. 4.2

Laboratoriumonderzoek en toetsing

4.2.1

Analysestrategie

De volgende grond(meng)monsters en puinmonster zijn in het veld samengesteld: Tabel 17. Monstersamenstelling. Mengmonster Gewicht (kg)

Inspectiekuilen

Diepte in m - mv

Samenstelling

MMAB1

14,590

ABK001 t/m ABK005

0,00 - 0,50

baksteenhoudende klei

MMAB2

15,360

ABK006

0,20 - 0,50

puin houdend zand onder de klinkerverharding

4.2.2

Analyseresultaten

In het laboratorium is het in bovenstaand tabel genoemde mengmonsters MMAB01 en MMAB02 geanalyseerd volgens de norm NEN 5707. Navolgend zijn de analyseresultaten weergegeven, uitgedrukt in (gewogen) hoeveelheid asbestmateriaal (fractie < 20 mm totaal): Tabel 18. Resultaten asbestanalyse. Monster Soort asbest

Soort materiaal

Hechtgebonden

‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.

MMAB1

-

-

-

< 0,6

MMAB2

-

-

-

< 0,3

Het analysecertificaat is opgenomen in de bijlagen J.

Pagina 16 Project Opdracht Document

5.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

NADER BODEMONDERZOEK (NO)

Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in mengmonster MM3, representatief voor de puinhoudende zandige bovengrond, sprake is van een sterke verhoging aan barium en in mengmonster MM4, betreffende de zintuigelijk onverdachte klei grond, sprake is van een sterke verhoging aan som DDT. Tevens is in het grondwater een matige verhoging aan nikkel aangetroffen. Om meer inzicht te krijgen in deze verontreinigingen is nader bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang, aard en concentraties van bovengenoemde verontreiniging in de bodem. Op basis van de resultaten dient een uitspraak gedaan worden inzake ernst en spoedeisendheid. Hiermee kan dan bepaald worden of ter plaatse sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit is het geval indien ter plaatse meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. Indien sprake is van een dergelijk ernstig zal middels een risicobeoordeling vastgesteld moeten worden of er, aangaande de aanwezigheid van de verontreiniging, sprake is van humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s. Op basis hiervan wordt de spoedeisendheid van een eventueel aanwezige saneringsnoodzaak bepaald. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 5755.

Conform deze afspraak is voor de verontreinigingen een conceptueel model opgesteld en is de toe te passen onderzoeksstrategie vastgesteld. 5.1

Conceptueel model

5.1.1

Infrastructuur

Ter plaatse van de boring B004, waar mengmonster MM3 uit bestaat, is sprake van een klinkerverharding. De boringen B009, B011, B012 en B014, waar mengmonster MM4 uit bestaat, zijn gelegen in de kas, ter plaatse is sprake van braakliggend terrein. 5.1.2

Hydrologie

De grondwaterspiegel bevindt zich, gezien de waarnemingen uit het verkennend bodemonderzoek, op een diepte van ca. 1,0 m - mv. Wel wordt opgemerkt dat het hier gaat om een momentopname, de grondwaterstand kan (sterk) wijzigen, onder ander door seizoensinvloeden. Gezien de ligging van het onderzoeksterrein in een polder/uiterwaardengebied zijn er voor wat betreft het ondiepe grondwater geen isohypsenkaarten beschikbaar. Uit de archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV/Dinoloket) valt af te leiden dat de regionale stroming van het grondwater in het eerste watervoerende pakket een overwegend noordelijke richting heeft. 5.1.3

Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem

Als reeds aangegeven is in mengmonster MM3 een sterke verhoging aan barium en in MM4 een sterke verhoging aan som DDT aangetoond. In grondlagen van boring B004, waar MM3 uit bestaat, zijn bijmengingen met puin en grind aangetroffen. De sterke bariumverontreiniging is mogelijk gerelateerd aan de aanwezigheid van puinbijmengingen. De sterke som DDT verontreiniging is mogelijk te relateren aan het gebruik als kas met vollegrond teelt. Gezien de aard van de verontreiniging wordt vermoed dat de sterke barium en/of som DDT verontreiniging immobiel van aard is. Daarnaast is in het grondwater een matige verhoging aan nikkel aangetroffen. waarschijnlijk is hier sprake van een variabiliteit. Op basis van de verkregen analyseresultaten van het eerder verrichte bodemonderzoek kan nog geen uitspraak gedaan worden over de verontreinigingssituatie in zowel horizontale als in verticale richting. Verwacht wordt dat de gehlaten aan barium en/of som DDT ter plaatse richting zintuiglijk onverdachte lagen, af zullen nemen.

Pagina 17 Project Opdracht Document

5.1.4

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Identificatie receptoren, bedreigde objecten en (verspreidingsrisico’s)

Gezien de plaats waar de verontreinigingen zijn aangetroffen en de soort verontreiniging worden negatieve effecten op kwetsbare ecosystemen, beschermde diersoorten, of bedreigde objecten (kruipen werkruimten etc.) niet waarschijnlijk geacht. De sterke verontreinigingen aan barium bevindt zich op een diepte van 0,2 tot 0,5 m - mv, op een met klinkers verhard terreindeel, derhalve bestaat er geen directe contactmogelijkheid. Ter plaatse van de verontreiniging aan som DDT is sprake van braakliggend terrein. De verontreiniging bevindt zich op een diepte van 0,0 tot 0,5 m-mv, derhalve is hier wel sprake van een directe contactmogelijkheid. 5.1.5

Ruimtelijke ontwikkeling

Mogelijk is ter plaatse van/nabij de boringen B004, B009, B011, B012 en/of B014 sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met barium en/of som DDT in de bodem. Indien in de toekomst nieuwbouw zal worden gerealiseerd, op het terreindeel alwaar zich een sterke verontreiniging bevindt, kan dit de bouw belemmeren of, gezien de noodzakelijkerwijs te volgen procedures, vertragen. Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden in de bodem zal bij de aanwezigheid van een ‘ernstig geval’ een melding moeten worden gedaan bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb). Hiervoor zijn procedures, met bijbehorende proceduretermijnen, vastgesteld. 5.2

Onderzoeksvragen en opzet onderzoek

Aan de hand van het conceptueel model zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: 1. de sterke som DDT-verontreiniging is gemeten in een mengmonster van de boringen B009, B011, B012 en B014. In welk van deze 4 boringen is deze sterke som DDT-verontreiniging aanwezig? 2. wat is de totale omvang van de sterke verontreiniging met barium in de vaste bodem ter plaatse van B004, zowel in horizontale als in verticale richting? 3. is de matige verontreiniging aan nikkel in het grondwater reproduceerbaar, of betreft het hier een variabiliteit? 4. is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dus > 25 m3 sterk verontreinigde grond, waarvoor een saneringsnoodzaak geldt in het kader van de Wet bodembescherming? 5. indien sprake is van een saneringsnoodzaak, is deze dan spoedeisend?

Pagina 18 Project Opdracht Document

5.3

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Opzet onderzoek

Op basis van de onderzoeksvragen is de opzet van het nader bodemonderzoek als volgt: −

in eerste instantie is een separaat deelmonsteronderzoek uitgevoerd van de boringen uit mengmonster MM4. Deze monsters waren nog, gekoeld, in het labo aanwezig. Ten behoeve van deze eerste fase zijn vier analyses uitgevoerd op OCB, inclusief organisch stof.

−

ten behoeve van de horizontale en verticale inkadering van de verontreiniging aan barium zijn in totaal vier inkaderende boringen rondom boring B004 gemaakt. Deze boringen zijn genoemd B101 t/m B104, en zijn doorgezet tot een diepte van 2,0 m - mv. Daarnaast is boring B004 herplaatst, genoemd B004a, tot een maximale diepte van 2,0 m - mv. Hierbij zijn 5 monsters geanalyseerd op barium, inclusief lutum en organisch stof.

−

tenslotte is het grondwater uit peilbuis B001 herbemonsterd en geanalyseerd op nikkel.

5.4

Veldwerk

De verrichte werkzaamheden inzake het nader bodemonderzoek zijn verricht conform het SIKB-protocol 2001 ’plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ en SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’. 5.4.1

Uitvoering

Ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn d.d. 9 september 2022 door de heer R. Kuijken in totaal vijf boringen verricht, genummerd B101 t/m B104 en B004a, conform het gestelde in § 5.3. De boringen zijn tot een maximale einddiepte van 2,0 m-mv gemaakt. De ‘uiteindelijke’ diepten van de boorpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel, zie ook de boorstaten in bijlage D. Tabel 19. overzicht boordieptes nader onderzoek. Boring Diepte in m - mv B004a B101 B102 B103 B104

2,00 2,00 2,00 2,00 1,50

De plaats van de boringen is ingetekend op situatietekening SIT-01 in de bijlage B. 5.4.2

Lokale bodemopbouw

Tot een diepte van circa 0,70 m - mv bestaat de bodem onder de klinkerverharding uit matig grof tot matig fijn, matig siltig zand. Daaronder is tot de verkende diepte van 2,0 m - mv een matig tot niet zandige kleilaag aangetroffen. Buiten de klinkerverharding bestaat de bodem volledig uit matig tot niet zandige klei. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in de bijlage D.

Pagina 19 Project Opdracht Document

5.4.3

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Organoleptische waarnemingen

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd: Tabel 20. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen nader onderzoek. Boring Diepte in m - mv Afwijkingen B004a B101 B102 B104

5.4.4

0,20 - 0,70 0,20 - 0,70 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50

matig puinhoudend, zwak slakhoudend matig puinhoudend, zwak slakhoudend matig puinhoudend, resten slakken resten puin

Monstername

De boringen zijn vanaf maaiveld tot de betreffende einddiepte over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in de bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B001 is na goed doorpompen d.d. 9 september 2022 door dhr. R. Kuijken (her)bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 21. Meetgegevens grondwaterbemonstering. Parameter (eenheid) Peilbuis B001 Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)

5.5

1,72 1705 20,6 7,59 0,57

Laboratoriumresultaten

In onderstaande tabel is de opzet van het analytisch onderzoek opgenomen. Tabel 22. Overzicht grondanalysen. AnalyseTraject Analysepakket2 monster (m - mv)

Toelichting

B009-11 B011-11 B012-11 B014-11

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

OCB OCB OCB OCB

klei, zintuigelijk onverdacht klei, zintuigelijk onverdacht klei, zintuigelijk onverdacht klei, zintuigelijk onverdacht

B004a-3 B101-2 B102-2 B103-1 B104-1

0,70 - 1,00 0,20 - 0,70 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

barium barium barium barium barium

klei, zintuigelijk onverdacht matig puinhoudend zand matig puinhoudend zand klei, zintuigelijk onverdacht klei met resten puin

1 2

separate analyse deelmonster MM4 verkennend onderzoek inclusief droge- en organische stof

Tabel 23. Overzicht grondwateranalyse. Peilbuis Filterdiepte (m - mv) B001

1,90 - 2,90

Analysepakket nikkel

Toelichting geen waarneming drijflaag/troebel/geur

Pagina 20 Project Opdracht Document

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

De getoetste analyseresultaten van de in tabel 21 geselecteerde grondmonsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 24. Overschrijdingstabel grondmonsters nader onderzoek. AnalyseTraject > AW monster (m - mv)

>T

>I

B009-1 B011-1 B012-1 B014-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

som aldrin/dieldrin/enrin -

-

-

B004a-3 B101-2 B102-2 B103-1 B104-1

0,70 - 1,00 0,20 - 0,70 0,20 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

-

-

-

< AW > AW >T >I

: < Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

De getoetste analyseresultaten van het in tabel 22 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 25. Overschrijdingstabel grondwatermonster(s). Peilbuis Filterdiepte >S (m - mv)

>T

>I

B001

1,90 - 2,90

-

-

>S >T >I

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde

-

De analysecertificaten en de bijbehorende toetsingstabellen zijn in de bijlagen opgenomen, respectievelijk in bijlagen F en G (grond) en bijlagen H en I (grondwater).

Pagina 21 Project Opdracht Document

6.

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

CONCLUSIE EN ADVIES

Onderhavig terrein is in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging onderzocht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 en opvolgend conform de NEN5707 en NTA5755. De resultaten zijn in de volgende paragraven omschreven. 6.1

Verkennend bodemonderzoek NEN5740

Op basis van de beschikbare gegevens is hierbij uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). ‘Kansrijke’ stoffen waren dan met name organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Zintuiglijk werden in de bovengrond van het buitenterrein bijmengingen met puin baksteen en kolengruis aangetroffen. In de aanwezige kas werden geen afwijkingen ten opzichte van de ‘natuurlijke’ bodemopbouw geconstateerd. Analytisch zijn in de bovengrond over het algemeen ten hoogste lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB, minerale olie en enkele organochloorbestrijdingsmiddelen aangetoond. In mengmonster MM3 (B004) een sterk verhoogd gehalte aan barium en in MM4 (B009, B011, B012 en B014) een sterk verhoogd gehalte aan som DDT voor. De ondergrond bleek niet verontreinigd met de onderzochte parameters. In het grondwater (B001) komen barium en xylenen licht en nikkel matig verhoogd voor. Het geheel aan onderzoeksresultaten gaf aanleiding de gestelde hypothese te handhaven. Het criterium voor nader onderzoek werd voor de sterk verhoogde gehaltes aan barium en som DDT in de bodem en het matig verhoogd gehalte aan nikkel in het grondwater overschreden. Derhalve is direct opvolgend een nader onderzoek uitgevoerd. 6.2

Verkennend asbest bodemonderzoek NEN5707

Uit de resultaten van het asbest bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest (boven de detectiegrens) is aangetroffen. De hypothese ‘asbestverdacht’ mag conform het gestelde in de NEN 5707met betrekking tot de locatie dus worden verworpen. Opgemerkt dient te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit. Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van afwijkende concentraties asbest. 6.3

Nader bodemonderzoek NTA5755

De in het verkennend bodemonderzoek aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan barium en somparameter DDT en het in het grondwater aangetoonde matig verhoogde gehalte aan nikkel zijn direct opvolgend nader onderzocht. De resultaten zijn in de navolgende sub-paragrafen per verontreiniging omschreven. 6.3.1

Sterke verontreiniging barium

Bij de horizontale en verticale inkadering van de sterke verontreiniging met barium zijn geen verhoogde gehalten aan barium aangetoond. De sterke barium blijkt dus zeer plaatselijk te zijn. Gezien de zintuiglijke waarnemingen, wordt zelfs niet uitgesloten dat het hier gaat om een ‘uitbijter’, als gevolg van een inhomogene, want puin-/slakhoudende, bodem. Naar onze mening is de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende vastgesteld. Geadviseerd wordt om met het bevoegd gezag te overleggen of de sterke bariumverontreiniging inderdaad als “uitbijter” beschouwd mag worden.

Pagina 22 Project Opdracht Document

6.3.2

Milieukundige bodemonderzoeken aan de Ziedewijdsekade72 te Barendrecht 22MP0173 22MP0173-adv-01 [versie 1.0]

Sterke verontreiniging som DDT

De sterke verontreiniging aan som DDT is aangetroffen in mengmonster MM4 bestaande uit vier deelmonsters van de boringen B009, B011, B012 en B014. Derhalve is een separaat deelmonsteronderzoek uitgevoerd waarbij de individuele monsters zijn onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) waar som DDT toe behoord. Ter plaatse van B011 werd een licht verhoogd gehalte aan som andrin/dieldrin/endrin aangetroffen. Verder werden er in de overige monsters geen verontreinigingen met de onderzochte parameters geconstateerd. Het sterk verhoogde gehalte aan som DDT werd derhalve niet gereproduceerd. De bemonstering van de individuele grondmonsters wordt representatief gesteld voor de werkelijke situatie. Aanvullend onderzoek is ons inziens dan ook niet aan de orde. 6.3.3

Matige verontreiniging nikkel

Daar de ervaring leert dat de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte kunnen variëren is op de locatie een herbemonstering van het grondwater en opvolgende analyse met nikkel uitgevoerd. In de herbemonstering werd geen verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. De matige verhoging wordt dus niet meer gereproduceerd. Mogelijk was het bodemevenwicht bij de eerste bemonstering nog niet volledig hersteld. Het resultaat van de herbemonstering wordt representatief gesteld voor de actuele situatie. Aanvullend onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. 6.4

Resumé

Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande bestemmingsplanwijziging, mits de sterke bariumverontreiniging als “uitbijter” mag worden beschouwd. Geadviseerd wordt dan ook om onderhavig onderzoek ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14000375/2