Bijlage WGR 2022 fractie VVD
Tekst van het document
Lokaal Barendrecht
Commissievergaderingen 11 september Wijziging GRJR n.a.v. wijzigingswet Wgr 2022 Aanhef (preambule): 1 juli 2022: Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Lokale overheden werken steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren. De Wet gemeenschappelijke regelingen maakt (publiekrechtelijke) samenwerking mogelijk tussen provincies, gemeenten en waterschappen. Met deze wijziging krijgen volksvertegenwoordigers, zoals gemeenteraadsleden en statenleden, meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen en kunnen ze die beter controleren. De zienswijze is van het College, maar bij deze wetswijziging staat het belang van de Raad voorop! De wetswijziging beoogt voor een deel het zogenaamde democratische gat te dichten door de democratische controle en de democratische legitimiteit te vergroten. De wijzigingen van de wet bestaan daarom uit een aantal aanvullingen en aanpassingen. Let wel, met betrekking tot iedere GR waaraan Barendrecht deelneemt zullen we steeds de afwegingen omtrent de toepasselijkheid van deze punten moeten maken, terwijl een aantal van de punten reeds per 1 juli 2022 in werking zijn getreden. Categorie 1: De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. A.
Zienswijze oprichting, wijzigen of beëindigen regeling: In de huidige situatie hoeft de raad alleen toestemming te geven, indien colleges een gemeenschappelijke regeling willen oprichten, wijzingen of beëindigen. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Een raad heeft dus een beperkte zeggenschap. Om raden een meer sturende positie te geven, krijgen raden de bevoegdheid om een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerpbesluit tot oprichting, wijziging of beëindiging van een gemeenschappelijke regeling. De termijn hiervoor is acht weken. Wanneer een raad van mening is dat de colleges te weinig met de zienswijze hebben gedaan, kan een raad ervoor kiezen geen toestemming te verlenen. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022, zonder dat de GR is aangepast. 1
B. Zienswijze voor besluiten: Met dit voorstel wordt de verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten een zienswijze van de raden moet worden gevraagd. De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden geldt nu alleen voor de begrotingsprocedure. Het is denkbaar dit ook voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. Het is overigens toegestaan dat er in de gemeenschappelijke regeling wordt vastgelegd dat er, naast de wettelijk verplichte procedures (zoals de begroting), geen zienswijze bij raden wordt gevraagd over te nemen besluiten. De raad moet hiermee wel instemmen, via de wijzigingsprocedure: “Juist de besluiten die na het treffen van een regeling genomen worden, kunnen (budgettaire) gevolgen hebben voor de deelnemende gemeenten. Het past bij de kaderstellende en controlerende rol van de raad een uitspraak te kunnen doen over dergelijke besluiten voordat deze genomen worden. De zienswijze bij het treffen van een regeling, verzekert dat de raad vooraf kan aangeven hoe de raad betrokken wil zijn bij de samenwerking. Beide zienswijzen hebben dus een andere versterking van de positie van de gemeenteraad als gevolg.” (Kamerstukken I 2021/22, 25 513, C, p. 14)”. C.
Regionale gemeenschappelijke adviescommissie: Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling krijgt de mogelijkheid om een adviescommissie op te richten, wanneer de gemeenteraden dit verzoeken. De commissie bestaat uit leden vanuit de raden. De gemeenschappelijke adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren over voorgenomen besluiten, zelf aandacht voor een onderwerp vragen en (gezamenlijke) standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten (op het punt van de regeling) voorbereiden en daarover adviseren. Daarmee worden de raden eerder en nauwer betrokken. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden van de raad naar de gemeenschappelijke adviescommissie is. Uiteindelijk blijven de raden zelf beslissingsbevoegd over in te dienen zienswijzen. D. Afspraken over (burger)participatie: Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd. Op gemeentelijk niveau kan bijvoorbeeld via inspraak bij de gemeenteraad door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aandacht voor een bepaald onderwerp worden gevraagd. Die mogelijkheid bestaat niet wanneer een bevoegdheid of taak bij een gemeenschappelijke regeling is belegd. De wetswijziging brengt hier verandering in, doordat nu in de gemeenschappelijke regeling moet worden afgesproken of, en zo ja hoe, participatie mogelijk wordt gemaakt E.
Actieve informatieplicht: 2
In de gemeenschappelijke regeling dienen afspraken te worden gemaakt over de wijze waarop raden actief worden voorzien van relevante informatie van het gehele bestuur van het samenwerkingsverband (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter). Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles dat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. Er dienen in ieder geval afspraken te worden gemaakt over hoe de informatie aan de gemeenteraden worden verstrekt. Het moet de raden helpen bij het opstellen van zienswijze en het bespreken van de gemeentelijke inbreng met de eigen vertegenwoordiger in het verband. F. Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke onderzoekscommissie (recht van Enquête), zoals geïntroduceerd met de wetswijziging, kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. Hierover hoeven geen afspraken in de gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd. De vergoeding is namelijk wettelijk vastgelegd. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022. Categorie 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden G. Recht van onderzoek: Het recht van enquête wordt geïntroduceerd door het wetsvoorstel.
Dit houdt in dat raden de mogelijkheid hebben om gemeenschappelijk een onderzoek in te stellen ten aanzien van de bestuursvoering van een GR. Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle raden hiermee instemmen. Dat betekent overigens niet noodzakelijkerwijs dat iedere raad dan ook in een enquête participeert. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022. H. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR regeling. Het gaat bij deze wijziging alleen om een verduidelijking en niet om een nieuwe bevoegdheid. Categorie 3: Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling
3
I. Afspraken over evaluatie: Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er is geen wettelijke regeling opgenomen over waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaats vinden en de wijze waarop de evaluatie moet plaatsvinden. Dit mag naar eigen inzicht door de raden worden vormgegeven. Er kan ook worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling dat er geen evaluatie zal plaatsvinden. J. Regeling over uittreding: Momenteel hoeft alleen in een gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen dat het algemeen bestuur een besluit neemt over de uittredingsvoorwaarden, indien een deelnemer geen deel meer wil uitmaken van een samenwerkingsverband. Voortaan dienen in ieder geval afspraken in de gemeenschappelijke regeling te worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. K. Aanpassen begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente die moeten worden verwerkt in de begroting van de gemeente zelf.
Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota (van 15 april naar 30 april), ontwerpbegroting (van 8 weken naar 12 weken voor vaststelling) en begroting (van 1 augustus naar 15 september) aan te passen. De begrotingscyclus van GRen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven (van 8 naar 12 weken) en ontvangen zij de kadernota later (30 april in plaats van 15 april). Er mogen kortere termijnen met de deelnemers worden afgesproken, langere termijnen is niet toegestaan. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022. De nieuwe termijnen dienen in de GR te worden opgenomen. De implementatie van de wetswijziging vereist in ieder geval op de volgende onderdelen een aanpassing van GR-regelingen: • wijziging, opheffing, toetreding in regelingen; • het vastleggen van bepalingen over uittreding deelnemer; • bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze op voorgenomen besluiten; • burgerparticipatie; • evaluatie van de GR; • actieve informatieplicht; • termijnen begrotingscyclus. De colleges van de deelnemers van de GR voeren de wetswijzigingen door, aangezien deze uiteindelijk bevoegd zijn om de GR aan te passen.
Het is echter belangrijk om de raden voldoende te betrekken in het proces. De wetswijziging beoogt juist de positie van de gemeenteraden te versterken. Daarnaast is het zinvol om de wijzigingen gezamenlijk met alle deelnemers voor te bereiden. Het is 4
voor de deelnemers werkbaarder wanneer er over onderwerpen zoals: uittreding, burgerparticipatie, de informatieplicht, de evaluatie en de termijnen in begrotingscyclus vergelijkbare afspraken gelden. Conclusie De zienswijze gaat beknopt(in deze volgorde) in op de onderdelen genoemd B. (zienswijze); C. (regionale gemeenschappelijke adviescommissie);I. (evaluatie); D. (burgerparticipatie; -en- E. (actieve informatieplicht). De zienswijze is dus niet volledig, ook niet voor wat betreft de voorlichtende functie aan raadsleden. Zo wordt bijvoorbeeld niet genoemd: onderdeel H. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers. Het is volgens de VVD van belang dat Raadsleden volledig zicht hebben op totale breedte van het wetsvoorstel zoals hiervoor onder de punten A tot en met K is weergegeven. Dus ook ten aanzien van de onderwerpen die reeds sedert 1 juli 2022 van rechtswege van kracht zijn, zoals bijvoorbeeld de aanpassing van de begrotingscyclus. Juist ook omdat de Wijzigingswet op alle GR-en van toepassing is. Wat stelt het College (samengevat) in de conceptzienswijze ten aanzien van de afzonderlijke punten met een korte toelichting voor? Waarbij wordt opgemerkt dat de punten vermeld onder A, F, G en K vanaf 1 juli 2022 reeds van rechtswege van kracht zijn. De overige punten zijn. of bevatten. keuzemogelijkheden: B.
Zienswijze voor besluiten; Afwijzen.
C.
Regionale gemeenschappelijke adviescommissie. College doet nog geen uitspraak. Eerst inventariseren bij Raden overige deelnemende gemeenten.;
D.
Burgerparticipatie: Afwijzen. Wel inspreken bij vergaderingen AB. Opmerking: We staan op het punt als Raad werkgroep participatie te installeren.
E.
Actieve informatieplicht; Limitatief aantal onderwerpen/stukken. Door het college op de binnen de gemeente gebruikelijke wijze te verspreiden. Digitaal of via een RIB gericht aan de Griffie.
I.
Afspraken over evaluatie: éénmaal per 2 jaar. Raad wordt niet bevraagd, maar wordt geïnformeerd over resultaat.
J.
Verplicht vastleggen van de vermogensrechtelijke gevolgen van uitreding van een deelnemer; Niet genoemd.
5
K.
Aanpassen begrotingscyclus: Niet genoemd, echter de nieuwe termijnen dienen in de GR-regeling te worden opgenomen.
Afsluitend Op basis van vorenstaande kan iedere fractie (1) het totaaloverzicht en (ii) kan het met betrekking tot afzonderlijke standpunten zelf bepalen welke positie wordt ingenomen. Ook is het goed te weten dat iedere GR-regeling aanpassing behoeft (tijdsbestek 2 jaar na 1 april 2022) en wat de Raad van rechtswege reeds vanaf 1 april 2022 kan.
Cees Schaap
6