Bijlage VVD 01 en 02 - OZB.pdf
Tekst van het document
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen Gemiddelde woningwaarde Geraamde onroerende zaakbelasting
De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het dan geldende OZBtarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ, areaaluitbreiding en inflatie. In 2021 is hier eenmalig van afgeweken en zijn de tarieven voor woningen gelijk gehouden aan 2020 en voor niet-woningen extra verhoogd.
2015 0,1232% 0,1476% 0,1263% 236.000 8.350.000
2016 0,1244% 0,1491% 0,1276% 240.800 8.380.000
2017 0,1238% 0,1513% 0,1295% 241.000 8.574.600
2018 0,1181% 0,1530% 0,1299% 247.000 8.600.200
2019 0,1138% 0,1597% 0,1315% 263.000 9.192.900
2020 2021 2022 0,1078% 0,1078% 0,1016% 0,1599% 0,1839% 0,1870% 0,1317% 0,1515% 0,1540% 317.900 340.000 9.643.800 10.484.600 10.684.600