CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage kamerbrief-hervormingen-jeugdzorg.pdf

gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze Ontwerpbegroting 2023 en Ontwerpbegrotingwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond15.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast kan jeugdzorg geen duurzame oplossing bieden voor opvoed-, gedrags- en psychische problematiek van kinderen als de onderliggende problemen in de andere domeinen niet tegelijkertijd worden aangepakt. We gaan het gesprek aan met betrokken departementen en partijen over hoe de samenhang met aanpalende beleidsterreinen versterkt kan worden, zodat de inzet op bestaanszekerheid, onderwijs, volwassen hulpverlening en jeugdhulp elkaar versterkt. Verbeteren aansluiting jeugddomein en de volwassenen ggz Er is sprake is van een sterke samenhang tussen specialistisch ggz gebruik van de ouders en jeugdzorggebruik van de kinderen. Daarom gaan we de samenwerking tussen het jeugddomein en de volwassenen ggz bevorderen en nemen we waar mogelijk barrières weg. Dit is een voorwaarde voor netwerksamenwerking rondom het gezin. Ondersteunen –samen met SZW en OCW- van de Alliantie kinderarmoede die activiteiten uitvoeren om kinderarmoede te bestrijden. Integrale aanpak van meervoudige problematiek Via de Wet ‘Aanpak samenhangende meervoudige problematiek sociaal domein’ stimuleren we gemeenten om breed samen te werken binnen en buiten het sociaal domein.

Bijzondere aandacht voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf die 18 jaar worden In het programma ‘Een thuis voor iedereen37’ van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening’ is er extra aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie. Het is belangrijk dat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken en voorkomen wordt dat zij dakloos raken.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

37 Brief van 11 mei 2022 aan de Tweede Kamer over programma ‘Een thuis voor iedereen’

Pagina 31 van 31

3. Verbeteren randvoorwaarden voor een goed functionerend en houdbaar jeugdstelsel In paragraaf 2 hebben we vijf leidende principes toegelicht die we hanteren bij de noodzakelijke hervormingen van de jeugdzorg. Daarnaast is het dringend nodig een aantal randvoorwaarden te verbeteren voor een goede werking en financiële houdbaarheid van het jeugdstelsel. Het gaat om: a. Beter inzicht in de werking van het jeugdzorgstelsel en de financiën. b. Verbeteren arbeidsmarkt jeugdzorg c. Meer samenhang in bestuurlijke en financiële verhoudingen. In par. 3.2 gaan we in op de Hervormingsagenda Jeugd en aanpak extra besparingen Coalitieakkoord. 3.1 Verbeteren randvoorwaarden

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

a. Beter inzicht in de werking van het jeugdzorgstelsel en de financiën We willen komen tot een betere landelijke monitoring van de jeugdzorg en tot betere kwaliteit en beschikbaarheid van data. Waar nodig zullen wij dit wettelijk verankeren. Voor een goed functionerend stelsel is het cruciaal om te beschikken over adequate en tijdige informatie over het gebruik van jeugdzorg en inzicht in onderliggende factoren en lasten. Hiermee kunnen we het functioneren van landelijk en gemeentelijk beleid beter in beeld brengen en verbeteren, kunnen we op basis van feiten keuzes maken, kunnen we van elkaar leren en het stelsel ook beter beheersbaar maken. De doelen betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit, en het evenwicht tussen deze doelen, zijn daarmee leidend. Inmiddels zijn al de nodige zaken in kaart gebracht om de monitoring te verbeteren. Zo zijn voor bestaande databronnen voor landelijke monitoring van de jeugdzorg (o.a. CBS, IV3 en berichtenverkeer) onderzocht wat de knelpunten zijn en hoe hiermee kan worden omgegaan. Op deze inzichten zullen we voortborduren om te komen tot een betere landelijke monitoring van de jeugdzorg. De Jeugdautoriteit ontwikkelt deze monitor. Het voornemen is om de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) o.a. de taak te geven om meer inzicht te krijgen in de beschikbaarheid van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Dit is onderdeel van het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’. b. Verbeteren arbeidsmarkt jeugdzorg Samen met partners nemen we initiatieven om te zorgen voor voldoende medewerkers in de jeugdzorg die ook graag willen blijven werken in de jeugdzorg. Dit gebeurt onder andere aan de arbeidsmarkttafel jeugd. De minister voor Langdurige Zorg en Sport zal op korte termijn de contouren van de zorg en welzijn brede aanpak naar uw Kamer sturen. Daarnaast werken we met betrokken partijen aan specifieke thema’s binnen de jeugdzorg zoals ruimte voor goed werkgeverschap en werkplezier en vakmanschap van professionals. Bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd(SKJ) wordt in mei 2022 een scholingsregister/ geopend om zij-instroom van personeel te bevorderen. Potentiële zij-instromers en herintreders kunnen zich hier aanmelden en ontvangen een scholingsadvies dat zij moeten afleggen voor een SKJ-registratie. c. Meer samenhang in bestuurlijke en financiële verhoudingen Een samenhangend stelsel van bestuurlijk en financiële verhoudingen, dat Pagina 31 van 31

inhoudelijk goed functioneert en waarin kosten beter beheersbaar zijn, is randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendig jeugdstelsel en kwalitatief goede en passende zorg voor kwetsbare kinderen. Binnen het bestaande jeugdstelsel schuren deze verhoudingen. Er is momenteel een disbalans tussen taken, organisatie, bevoegdheden en bekostiging. Dit vraagt om een wijziging in de afspraken tussen Rijk en gemeenten, waarin sprake is van consistentie in sturingsmogelijkheden, beleidsvrijheid en financiële verantwoordelijkheden. Om de balans tussen de bestuurlijke en financiële verhoudingen te verbeteren wordt gekeken naar de rol van het Rijk en gemeenten, de mate van beleidsvrijheid en sturingsmogelijkheden en naar een passend bekostigingsstelsel, volgens het principe: ‘wie bepaalt, betaalt’. 3.2 Hervormingsagenda Jeugd en aanpak extra besparingen Coalitieakkoord Om kinderen en gezinnen nu en in de toekomst van goede jeugdzorg te voorzien is het van belang dat het stelsel van jeugdzorg financieel houdbaar is. Het oordeel van de Commissie van Wijzen38 was kraakhelder: er zijn dringend maatregelen nodig om het stelsel kwalitatief te verbeteren en (financieel) houdbaar te krijgen en te houden. Ook de stijgende macrokosten geven dit aan. Waar de macrokosten in 2015 zo’n € 3,5 miljard bedroegen was dit in 2020 opgelopen tot € 5,6 miljard.

Gemeenten hadden in 2019 een tekort van zo’n € 1,6-1,8 miljard. Het oordeel van de Commissie van Wijzen geeft aan op welke manieren er besparingen mogelijk zijn in het stelsel van jeugdzorg.39

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

Rijk en VNG/gemeenten staan aan de lat voor het realiseren van de in uitspraak Commissie van Wijzen neergelegde financiële kader. In de komende maanden willen wij met VNG/gemeenten en in nauwe samenwerking met professionals, aanbieders en cliëntorganisaties komen tot een pakket maatregelen dat recht doet aan de twee doelstellingen die we onszelf hebben gesteld voor de Hervormingsagenda namelijk het verbeteren van kwaliteit en passende zorg voor kinderen en gezinnen maar ook het op lange termijn betaalbaar houden van het stelsel. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat in aanvulling op de nog vast te stellen Hervormingsagenda Jeugd extra beleidsmaatregelen in de jeugdzorg worden genomen om aanvullende besparingen oplopend tot structureel € 511 miljoen vanaf 2025 te realiseren. De gemeenten hebben eerder dit jaar hun medewerking aan de Hervormingsagenda opgeschort vanwege deze aanvullende besparingen. De Eerste Kamer heeft via de motie Rosenmöller c.s.40 de regering verzocht het overleg met de gemeenten te herstellen zonder dat dit belast wordt met de extra bezuiniging uit het Coalitieakkoord. Zoals toegezegd in reactie op deze motie heeft het kabinet dit onderwerp onlangs besproken, parallel aan de voorjaarsbesluitvorming. Het kabinet heeft besloten dat het realiseren van de aanvullende besparingen van € 511 miljoen een Rijksverantwoordelijkheid is.

Het is dus aan het Rijk om de aanvullende besparing in te vullen met maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die niet interfereren met de Hervormingsagenda. Hierbij denkt het kabinet onder andere aan de invoering van een eigen bijdrage zoals vermeld in het Coalitieakkoord en het normeren van de behandelduur.

Kamerstukken II 2020-2021 31 839, nr. 777 Financiële tabel oordeel Commissie van Wijzen 40 EK 35.788, F 38 39

Pagina 31 van 31

Naar aanleiding van dit kabinetsbesluit zijn de gesprekken tussen Rijk en gemeenten hervat en heeft de VNG zich weer gecommitteerd aan het komen tot een Hervormingsagenda Jeugd. De komende periode gaan wij gezamenlijk aan de slag met het verder uitwerken van de Hervormingsagenda Jeugd en parallel daaraan gaat het Rijk aan de slag met de uitwerking van voorstellen voor de invulling van de € 511 miljoen. Bij het uitwerken van de voorstellen wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor zowel de jeugdigen, hun ouders, de uitvoering door aanbieders en professionals en de samenhang met de voorstellen uit de Hervormingsagenda. Het streven is de Hervormingsagenda dit najaar vast te stellen. In paragraaf 2 en 3 van deze brief hebben wij onze inzet hierbij beschreven. Parallel aan de Hervormingsagenda wordt uiterlijk dit najaar het voorstel voor aanvullende besparingen uitgewerkt. 4. Vervolgtraject We zijn hard aan de slag om de noodzakelijke hervormingen van de jeugdzorg invulling te geven langs de lijnen zoals in voorgaande paragrafen aangegeven. Uw Kamer kan de komende tijd het volgende tegemoet zien:

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

Vaststelling Hervormingsagenda Jeugd dit najaar Het streven is dit najaar de Hervormingsagenda Jeugd te kunnen vaststellen in overleg met betrokken partijen. Ook zullen we voor het najaar een deskundigencommissie instellen die tijdens de looptijd van de agenda de opvolging en resultaten zal monitoren. Hierbij betrekken we de motie Peters en Ceder om de maatregelen uit de hervormings-agenda te bezien vanuit de uitvoerbaarheid en de leefwereld van de jongere/cliënt te betrekken.41 Onze inzet bij het invullen van de hervormingsagenda is geschetst in de paragrafen 2 en 3 van deze brief. Wetstrajecten Het wetsvoorstel 'Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' wordt naar verwachting dit najaar bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel regelt verplichte regionale samenwerking tussen gemeenten bij de organisatie van bepaalde vormen van zorg. Het voorstel bevat tevens ‘governance-eisen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen’ en bepalingen die een aantal inzicht- en toezichttaken op het terrein van zorg voor jeugdigen bij de NZa beleggen. Deels zijn die taken nu bij de Jeugdautoriteit belegd. Vroegsignalering van continuïteitsrisico’s en stelselonderzoek gaan met dit wetsvoorstel over naar de NZa.

Het wetsvoorstel 'Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015' is op 19 april 2022 door de Tweede Kamer aanvaard en is gereed voor behandeling in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel ‘Verlenging duur pleegzorg en vervallen van de verleningsbeschikking bij machtigingen tot uithuisplaatsing en gesloten jeugdhulp’ ligt ter behandeling in de Tweede Kamer. Voor de ‘Amvb reële prijzen Jeugdwet’ wordt, afhankelijk van een onderzoek naar de implicaties voor de uitvoering, gezocht naar een passende ingangsdatum en een overgangsregime. De nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel ‘Rechtspositie gesloten jeugdzorg’ is in voorbereiding.

41

Kamerstukken II 2021-2022 35 925-XVI, nr. 131 Pagina 31 van 31

Informeren Kamer Via bovenstaande aanpak werken wij de komende tijd aan het structureel verbeteren van het stelsel van jeugdzorg. Wij zullen uw Kamer over de vorderingen informeren via periodieke voortgangsbrieven Jeugd. Nog vóór de zomer informeren wij uw Kamer over onze plannen rond de transformatie van de gesloten jeugdhulp en over onze aanpak ten aanzien van het stimuleren van mentale gezondheid van met name jongeren. In bijlage 1 bij deze brief informeren wij u over een aantal actuele ontwikkelingen in de jeugdzorg en de uitvoering van een aantal moties en toezeggingen.

Tot slot In deze brief hebben wij geschetst hoe we de knelpunten in het stelsel van jeugdzorg aan willen pakken. Daarbij staat één doel voorop, namelijk het creëren van een gezonde, kansrijke en veilige ontwikkeling voor alle kinderen en jongeren. In onze gesprekken met alle betrokkenen hebben we gezien dat er veel motivatie is om knelpunten aan te pakken en er echt samen voor te zorgen dat álle kinderen en jongeren gezond en kansrijk opgroeien. Wij waarderen deze inzet van kinderen, jongeren, onze partners binnen de hervormingsagenda en andere betrokken partijen en hebben er vertrouwen in dat we gezamenlijk voor structurele verbetering gaan zorgen. Wij houden uw Kamer op de hoogte via de reguliere voortgangsbrieven Jeugd.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

de minister voor Rechtsbescherming,

Maarten van Ooijen

F.M. Weerwind

Pagina 31 van 31

BIJLAGE 1: ACTUELE ONTWIKKELINGEN In deze bijlage wordt achtereen volgens ingegaan op: 1. Gesloten jeugdhulp zoveel als mogelijk afbouwen en de benodigde zorg kleinschaliger organiseren 2. Raad voor de Kinderbescherming 3. Veilig Thuis 4. Overige verbeteringen jeugdbescherming 5. Richtlijn uithuisplaatsing en Richtlijn crisisplaatsing 6. Monitoren terugplaatsen na uithuisplaatsing 7. Motie Westerveld en Peters over de verwijsindex risicojongeren als wettelijke verplichting uit de Jeugdwet te schrappen 8. Motie Peters en Den Haan over meer centrale regie bij contractering van zorg 9. Motie Van den Berg c.s. over verankering van de formeel steunpersoon in de Jeugdwet 10. Beantwoording vraag van het lid Westerveld over maximumbezoldiging topfunctionarissen in de jeugdzorg 11. Terugkoppeling penetratietesten jeugdhulpinstellingen 12. Marktverkenning Kindertelefoon/Alles oké supportlijn 13. Onderzoek ‘Definitie en omvang van de doelgroep jeugdigen met een levensbrede en levenslange hulpvraag’ (bijgevoegd) 14. Nader onderzoek ‘Verschil in uitstroom jeugdhulp in 4 gemeenten’ (bijgevoegd) 15. Inzet jeugd Caribisch Nederland

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

1. Gesloten jeugdhulp zoveel als mogelijk afbouwen Het aantal plaatsingen in de gesloten jeugdhulp is de laatste jaren sterk afgenomen. Deze ontwikkeling willen we verder stimuleren. Voor de zomer ontvangt u een plan hoe we de motie van de Tweede Kamer om te stoppen met gesloten jeugdhulp willen uitvoeren. Bij de opstelling van dat plan betrekken wij naast gemeenten, aanbieders en professionals ook ervaringsdeskundigen. In het plan komt te staan hoe we de capaciteit van de gesloten jeugdhulp verder gaan afbouwen, hoe alle aanbieders van gesloten jeugdhulp gaan realiseren dat zij binnen twee jaar kleinschalig werken en dat zij minder vrijheidsbeperkende maatregelen gaan toepassen. Gegeven het feit dat het hier gaat om kwetsbare jeugdigen met complexe problemen is het noodzakelijk dat deze ontwikkeling zorgvuldig verloopt. Binnenkort verschijnt de Handreiking afbouw en sluiting residentiële jeugdhulp. Hiermee geven we uitvoering aan de motie-Simons c.s. Gelijktijdig met dit plan krijgt u de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Rechtspositie gesloten jeugdhulp aangeboden. Wij hebben ervoor gekozen dat gelijktijdig te doen zodat de inhoud van het plan verwerkt kan worden in de nota naar aanleiding van het verslag.

De implementatie van het wetsvoorstel moet eraan bijdragen dat instellingen voor gesloten jeugdhulp veel minder vaak vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen. Een project om deze instellingen zich op de implementatie van dat wetsvoorstel voor te bereiden zullen wij financieel mogelijk maken. Wij vinden het niet realistisch te denken dat het afbouwen van de gesloten jeugdhulp betekent dat er in de jeugdhulp geen vrijheidsbeperkende maatregelen meer toegepast zullen worden. Veelzeggend is in dat verband het bijgevoegde Signalement Vrijheidsbeperkende maatregelen in een open residentiële jeugdhulp. In dit signalement constateren de Inspectie Pagina 31 van 31

Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het AKJ-vertrouwenspersonen in de jeugdhulp dat open jeugdhulpinstellingen ook vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen. Voor alle duidelijkheid, op grond van hoofdstuk 6 van de Jeugdwet mogen vrijheidsbeperkende maatregelen alleen worden toegepast in een gesloten jeugdhulpinstelling en nadat de rechter een machtiging voor gesloten jeugdhulp heeft verleend. Het gaat dan om maatregelen waarmee een jeugdige tegen zijn wil of die van degene die het gezag over hem uitoefent, binnen de gesloten accommodatie in zijn vrijheden wordt beperkt. Omdat dat daar niet in alle gevallen duidelijkheid over bestaat zullen wij de aanbeveling om in samenwerking met branchepartijen te zorgen voor passende voorlichting uitvoeren. De aanbeveling om onderzoek te doen naar de reikwijdte van de Jeugdwet, de Wvggz en de Wzd nemen wij mee in de adviesaanvraag aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Zoals in hun adviesprogramma 2022 staat zullen wij in overleg met veldpartijen en IGJ komen tot een breed gedragen adviesaanvraag.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

2. Raad voor de Kinderbescherming De RvdK heeft te maken met wachtlijsten en personeelsproblematiek, zoals een hoog ziekteverzuim. Ook het ingewerkt krijgen en vasthouden van nieuwe medewerkers vergt de nodige inspanning en investeringen. De RvdK ervaart daarnaast een toegenomen complexiteit van zaken, mede als gevolg van onvoldoende hulpaanbod in de jeugdhulp. De afgelopen jaren heeft de RvdK ingezet op verbeteringen in de eigen organisatie. Er is een meerjarige doelstelling geformuleerd om eind 2022 te komen tot een structurele verbetering van de totale doorlooptijd van kinderbeschermingszaken en gezag- en omgangszaken[1]. Zo wordt met een landelijk werkend flexteam gewerkt aan het terugdringen van wachtlijsten. Daarnaast worden stappen gezet om de ondersteuning en sturing van het primair proces te versterken. Dit heeft tot nu toe onvoldoende effect om de afgesproken doelstelling op de doorlooptijden eind 2022 te behalen. De ingezette maatregelen volgen uit een onderzoek waarover onze ambtsvoorgangers u in oktober 2019 informeerden, namelijk dat het oplopen van de wachttijden van de RvdK zowel met interne verbeteringen moet worden aangepakt, en niet los kan worden gezien van de complexe problematiek in de jeugdbeschermingsketen als geheel, waarvoor een meer ketengerichte benadering nodig is.

De inspecties zien dat de RvdK op verschillende manieren probeert de wachtlijsten terug te dringen, maar dat de krapte op de arbeidsmarkt druk zet op het behalen van de beoogde doelstelling om de doorlooptijden (en daarmee wachtlijsten) terug te brengen. De inspecties hebben voorts in 2019 aandacht gevraagd voor het zicht op veiligheid door de RvdK van kinderen op de wachtlijst. Momenteel doen de inspecties hiernaar onderzoek. 3. Veilig Thuis Ook bij de 26 Veilig Thuis (VT) -organisaties zijn wachttijden en langere doorlooptijden bij zowel triage als onderzoek na een melding, al verschillen deze onderling fors. De inspecties concluderen dat het totaalbeeld zorgelijk is. Hier is geen algemeen geldend knelpunt; de VT-organisaties geven diverse redenen voor het niet halen van de wettelijke termijnen, zoals arbeidsmarktproblematiek (waaronder begrepen het aantal vacatures voor vertrouwensartsen), ziekteverzuim door corona en moeilijke bereikbaarheid van directbetrokkenen en

[1]

Kamerstukken II, 2020-2021, 31 839, nr. 751 Pagina 31 van 31

ketenpartners. Verder komt het voor dat VT casussen niet kan overdragen vanwege wachtlijsten bij ketenpartners. Om de veiligheid te borgen houdt VT de casussen dan langer onder zich. VT-organisaties proberen momenteel de doorlooptijden onder meer te verkorten door werkprocessen aan te passen, medewerkers flexibel in te zetten en extra personeel in te huren. Daarnaast zetten zij in op wachtlijstbeheer, zodat crisissituaties altijd voorrang krijgen. De constateringen van de inspecties leiden tot gesprek tussen VT en gemeenten als opdrachtgevers, ook vanwege hun rol richting ketenpartners. Landelijk zal de staatssecretaris van VWS samen met de VNG, het LNVT en het ministerie van JenV vervolgacties op korte- en lange termijn inventariseren. Hierbij maken we onderscheid tussen oplossingen die ketenbreed en op landelijk niveau moeten worden opgepakt, bijvoorbeeld in de jeugdbeschermingsketen waarvan ook VT onderdeel uitmaakt, en oplossingen die specifiek voor VT van toepassing zijn. Over deze vervolgacties informeren wij u voor de zomer. Tegelijkertijd gaan we door met een aantal reeds ingezette maatregelen, zoals landelijk samenwerken tussen VT-organisaties om het tekort aan vertrouwensartsen te verminderen, en ondersteunen we VT-organisaties ook dit jaar in de doorontwikkeling van hun werkwijze.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

4. Overige verbeteringen jeugdbescherming Eindevaluatie herziene kinderbeschermingswetgeving en traject Perspectiefbesluit Op dit moment bevindt de eindevaluatie van de herziene kinderbeschermingswetgeving zich in een afrondende fase. In deze evaluatie gaat de aandacht in belangrijke mate uit naar de toepassing van de gewijzigde rechtsgronden van de ondertoezichtstelling en de gezagsbeëindigende maatregel, waar ook de aanvaardbare termijn onderdeel van is. Voor de zomer ontvangt uw Kamer het onderzoeksrapport. Daarnaast is een projectleider aangesteld voor het traject opvolging RSJ-advies ‘Perspectiefbesluit in de jeugdbescherming’. Op dit moment worden mogelijke routes uitgewerkt voor het laten toetsen van het perspectiefbesluit en deze worden onderzocht op impact. De resultaten van dit project worden verwacht in oktober 2022. De Kamer wordt vervolgens in het najaar geïnformeerd over de uitkomsten van dit project, tezamen met een inhoudelijke beleidsreactie op de eindevaluatie van de herziene kinderbeschermingswetgeving. Het vraagstuk van het perspectiefbesluit hangt namelijk nauw samen met de aanvaardbare termijn. Feitenonderzoek in de jeugdbescherming Verder zijn de inspecties gestart met een onderzoek naar de kwaliteit van het feitenonderzoek in de jeugdbescherming.

De inspecties doen in 40 à 50 casussen van kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel en uithuisplaatsing onderzoek naar de kwaliteit van de dossiers en het feitenonderzoek. Het onderzoek van de inspecties wordt naar verwachting in juni 2022 opgeleverd. Daarnaast is in mei de eindevaluatie van het Actieplan Verbetering feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen (hierna: Actieplan) gestart. In deze eindevaluatie wordt onderzocht welke resultaten met het Actieplan zijn geboekt en welke acties nog nodig zijn om het feitenonderzoek verder te verbeteren. Bij de eindevaluatie van het Actieplan worden de uitkomsten van het Inspectie onderzoek betrokken. De eindevaluatie van het Actieplan wordt naar verwachting in oktober 2022 opgeleverd. In het najaar van 2022 ontvangt de Kamer een beleidsreactie waarin mogelijke acties en maatregelen worden Pagina 31 van 31

aangekondigd om het feitenonderzoek in de jeugdbescherming verder te verbeteren. Overig Voorts wordt er door en met de betrokken organisaties gewerkt aan het verbeteren en stroomlijnen van klacht- en tuchtrecht om te zorgen dat de cliënt zo goed mogelijk wordt geholpen de juiste procedure te bewandelen. Dit komt zowel de cliënt als de professional ten goede. Voor de klachtafhandeling in de jeugdbeschermingsketen heeft de Kinderombudsman onlangs ook aandacht gevraagd. Tot slot is het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) gestart met de voorbereidingen van het onderzoek naar terugplaatsing. Dit onderzoek komt mede voort uit de constatering van Defence for Children42 dat jeugdzorg zich onvoldoende inspant om uithuisgeplaatste kinderen terug te plaatsen in het gezin. Dit onderzoek start naar verwachting eind 2022 en heeft een doorlooptijd van een jaar.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

5. Richtlijn uithuisplaatsing en de Richtlijn crisisplaatsing Conform toezegging aan het lid Ceder (CU) tijdens het commissiedebat Personen en Familierecht van 24 maart 2022, heeft het Ministerie Justitie en Veiligheid met het Nederlands Jeugdinstituut gesproken over de lopende herziening van de Richtlijn uithuisplaatsing en de Richtlijn crisisplaatsing. De werkgroep met experts en professionals die aan de herziening werkt zal de mogelijkheden om niet het kind maar de ouder uit huis te plaatsen nader met elkaar bespreken in het proces van de herziening. De huidige richtlijn crisisplaatsing vermeldt reeds de bestaande mogelijkheid om de pleger van huiselijk geweld tijdelijk uit huis te plaatsen op basis van de wet tijdelijk huisverbod. Hier zal de werkgroep ook naar kijken. Zoals we uw Kamer eerder meldden, zal in de herziene richtlijn ook het uitgangspunt van samen plaatsen van broers en zussen bij uithuisplaatsing nadrukkelijker centraal gesteld worden. De richtlijn zal naar verwachting na de zomer in concept gereed zijn, zodat de herziene richtlijn kan worden voorgelegd aan stakeholders voor commentaar. 6. Monitoren terugplaatsen na uithuisplaatsing Met het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt verkend wat de mogelijkheden zijn om het aantal terugplaatsingen na een uithuisplaatsing te monitoren.

Om lastendruk bij professionals te voorkomen wordt eerst verkend wat mogelijk is op basis van bestaande databestanden, te weten gegevens over jeugdbescherming, jeugdhulp met verblijf en de Basis Registratie Personen (BRP). In mei 2022 worden de eerste resultaten verwacht over de mate waarin verhuiswegingen zichtbaar zijn in de BRP. Als blijkt dat we op basis van verhuisbewegingen bruikbaar inzicht kunnen krijgen in het aantal terugplaatsingen, dan willen we het CBS eenzelfde verkenning laten uitvoeren ten behoeve van de monitoring van gescheiden plaatsen van broers en zussen na een uithuisplaatsing. 7. Motie Westerveld en Peters over de verwijsindex risicojongeren als wettelijke verplichting uit de Jeugdwet te schrappen43 Deze motie verzoekt de regering om de verwijsindex risicojongeren (hierna: VIR) Terug Naar Huis: Een kwalitatief onderzoek naar uithuisplaatsing en terugplaatsing van kinderen | Defence for Children dd. 14 januari 2022. 43 Kamerstukken II 2021-2022 35 925-XVI, nr. 128 42

Pagina 31 van 31

als wettelijke verplichting uit de Jeugdwet te schrappen en indien gemeenten of regio’s er nog wel gebruik van maken de privacy van de jeugdige bij het gebruik wettelijk te waarborgen. De motie gaat er van uit dat na het schrappen van de wettelijke verplichting, gemeenten en regio’s nog gebruik kunnen maken van de VIR. Door de wettelijke verplichting te schrappen vervalt de wettelijke grondslag voor de landelijke verwijsindex uit de Jeugdwet. Daarmee vervalt echter ook de basis voor de lokale en regionale verwijsindexen. Er is dan geen grondslag meer voor het delen van gegevens van een jeugdige ten behoeve van matching van professionals op lokaal of regionaal niveau. Het schrappen van de wettelijke verplichting in combinatie met het handhaven van het gebruik van de VIR door regio’s/gemeenten die dit wel willen, is niet te rechtvaardigen. Het behoud van de grondslag ten behoeve van regio’s die dit willen in een zogenaamde ‘kan-bepaling’, stuit namelijk op bezwaren. Met een melding in de VIR worden persoonsgegevens bewaard en bij een match gedeeld. Het doel van de VIR is om te zorgen dat professionals met een “match” in de VIR van elkaar weten wie betrokken is bij een jongere zodat zij kunnen komen tot vroegtijdige signalering, informatie-uitwisseling en tijdige hulp, zorg of bijsturing.

De rechtvaardiging voor de grondslag ligt zowel in de regionale als de bovenregionale werking. Daarbij is van belang dat de benodigde gegevensverwerking proportioneel en daarmee ook effectief is. Als met het schrappen van de wettelijke verplichting de bovenregionale functie afneemt en de effectiviteit van o.a. de bovenregionale functies zoals de gezinsmatch, bovenregionale matching en het signaleren van verhuisbewegingen terugloopt, is de belangrijkste rechtvaardiging voor die grondslag verdwenen. Op dit moment voert het ministerie van VWS gesprekken met diverse betrokken partijen, zoals gemeenten, een van de leveranciers, het CIBG en de VNG over de uitvoering van de motie. Hierbij wordt zowel met voor- als tegenstanders van de VIR gesproken. Ook gaan we in gesprek met betrokken partijen, zoals cliëntenorganisatie en professionals. De inzichten uit de gesprekken zullen worden benut voor het bepalen van vervolgstappen om de motie op te kunnen volgen waarbij rekening wordt gehouden met bovenstaande constatering ten aanzien van de motie. Hierover wordt uw Kamer nader geïnformeerd.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

8. Motie Peters en Den Haan over meer centrale regie bij contractering van zorg44 Gemeenten hebben de vrijheid om zorgvormen vorm te geven die past bij hun lokale behoefte. De Monitor gemeentelijke zorginkoop brengt systematisch in beeld welke zorg en ondersteuning door gemeenten wordt ingekocht. Deze monitor is opgesteld voor de jaren 2018, 2019 en 2020 en zijn alle aan uw Kamer aangeboden.45 Wij laten deze monitor opnieuw opstellen voor het jaar 2023 (contracten die op 1 januari 2023 van kracht zijn en waarvan de inkoopprocedures in de jaren daarvoor zijn uitgevoerd). Met betrekking tot het zicht hebben op wat werkt, is in september van vorig jaar een handreiking voor gemeenten beschikbaar gekomen waarin door de sector ontwikkelde en gedragen kwaliteitskaders en –standaarden zijn beschreven voor gebruik bij inkoop van jeugdzorg. Hierin zijn ook kwaliteitskaders opgenomen die zien op wat werkt. Tevens beheert het NJI een Databank Effectieve Interventies.

44 Kamerstukken II 2021-2022 35 925-XVI, nr. 121 45 Tweede Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34477, nr. 38.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 34477, nr. 70. Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 34477, nr. 74. Pagina 31 van 31

9. Motie Van den Berg c.s. over verankering van de formeel steunpersoon in de Jeugdwet46 Zoals in eerdere jeugdbrieven aangegeven, gaan o.a. de samenwerkende beroepsverenigingen jeugd en BGZJ verder met de reeds door hen ingezette acties om de uitvoeringspraktijk te verbeteren met betrekking tot de samenwerking met informele steunfiguren. Zo is er recent door BGZJ een e-Zine ‘ingeschakeld’ uitgebracht met mooie praktijkvoorbeelden en staan de beroepsverenigingen jeugd op het punt een handreiking over de samenwerking met informele steun af te ronden. Verder heeft het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd begin dit jaar, naar aanleiding van de diverse master minds en webinars die gehouden zijn over dit onderwerp, de lessen uit deze sessies gebruikt voor een handreiking, waar praktijkkennis en wetenschap gebundeld zijn. Samenwerken met informele steun is essentieel in het kader van het bevorderen van het gewone opvoeden en opgroeien, het normaliseren en daarmee het versterken van het gewone leven. Wij volgen de ingezette acties en sturen waar nodig bij. In navolging van de motie wordt verder aanvullend onderzoek gestart naar de vraag of, en zo ja hoe, het recht op een steunfiguur in de Jeugdwet kan worden verankerd en welke randvoorwaarden hiervoor gelden.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

10. Beantwoording vraag van het lid Westerveld over maximumbezoldiging topfunctionarissen in de jeugdzorg Op 14 april 2022 vond de plenaire Tweede-Kamerbehandeling van het wetsvoorstel 'Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015'47 plaats. Het lid Westerveld heeft de staatssecretaris van VWS in dat debat gevraagd of gemeenten in hun contracten kunnen opnemen dat bestuurders en interne toezichthouders van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen minder dan de voor hen geldende, in de Wet normering topinkomens (WNT) geregelde maximumbezoldiging zullen verdienen. De staatssecretaris van VWS heeft toegezegd hier voor half mei op terug te komen. De vraag is niet met zekerheid te beantwoorden. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een aantal subsidiezaken uitgesproken dat de overheid niet mag selecteren op de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en dat in de subsidievoorwaarden niet mag worden opgenomen dat die bezoldiging beneden een bepaald maximum (dat dan in casu lager zou liggen dan het toepasselijke WNT-maximum) dient te blijven48. Dit omdat beperking van topinkomens in een te ver verband staat van het doel waarvoor de subsidies worden verstrekt. De artikelen 3:3, 4:38 en 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan dan aan het stellen van dergelijke eisen in de weg.

Het is echter de vraag of datzelfde geldt indien een gemeente in het kader van een contractsprocedure de hoogte van de bezoldiging van de topfunctionarissen een rol wil laten spelen. Artikel 3:1, tweede lid, Awb leidt ertoe dat artikel 3:3 Awb ook van toepassing is als de overheid contracten sluit, maar alleen 'voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet'. De artikelen 4:38 en 4:39 Awb zijn alleen van toepassing op subsidies, niet op een privaatrechtelijke situatie. Al met al is het niet duidelijk of een civiele rechter een gemeente zou kunnen corrigeren als deze bij de inkoop als minimumeis opneemt dat de 46 Kamerstukken, vergaderjaar 2021-2022, 35 721, nr. 5

Kamerstukken 35 816 ECLI:NL:2017:1774, ECLI:NL:RVS:2014:2348, ECLI:NL:RVS:2016:1177 en ECLI:NL:RVS:2017:2758 en 2769. 47 48

Pagina 31 van 31

bezoldiging van de bestuurders en de interne toezichthouders van haar contractpartijen beneden een door haar bepaald bedrag (dat lager is dan de geldende WNT-norm) dient te liggen. Daarbij merken wij overigens op dat maximumbezoldiging die topfunctionarissen bij jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen mogen verdienen vaak (fors) beneden het algemeen geldende WNT-maximum van (in 2022) € 216.000 zal liggen. Afhankelijk van de omzet en de complexiteit van de te verlenen hulp zijn er vijf maxima mogelijk. Het laagste maximum – voor kleine instellingen die simpele hulp verlenen – bedraagt (in 2022) € 120.000, het hoogste maximum is gelijk aan de algemene norm van € 216.000, maar dan moeten we denken aan instellingen van de grootte en complexiteit van academische ziekenhuizen. Voor veruit de meeste jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen zal een lager maximum gelden. Voorts merken wij op dat er voor de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die contracten met meerdere gemeenten sluiten, een onoverzichtelijke situatie zou kunnen ontstaan indien de betrokken gemeenten alle hun eigen, onder de geldende WNT-norm liggende, maximum zouden gaan opleggen.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

11. Terugkoppeling penetratietesten jeugdhulpinstellingen Naar aanleiding van enkele datalekken bij jeugdhulpaanbieders zijn in 2019 op verzoek van de staatssecretaris van VWS penetratietesten uitgevoerd op de ict systemen van jeugdhulpaanbieders. Daarnaast is het databewustzijn van medewerkers onderzocht. Ter verhoging van het databewustzijn is een project gegund aan Jeugdzorg Nederland om deze awareness te verhogen en is ZCERT (een expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg) in staat gesteld zich voor te bereiden op het lidmaatschap van jeugdhulpaanbieders. De penetratiestesten zijn volgens afspraak in 2021/2022 herhaald. Om hackers geen toegang te geven tot de bevindingen wordt dit rapport alleen met de instellingen gedeeld (en niet met uw Kamer). Het aantal waargenomen ‘punten van aandacht’ was sterk gedaald. Zorgpunt blijft dat veel jeugdhulpaanbieders de verplichte NEN-normen (nog) niet hebben geïmplementeerd. Dit is een aandachtspunt in het ‘Awareness’ programma van Jeugdzorg Nederland. 12. Marktverkenning Kindertelefoon/Alles oké supportlijn In het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag en de Slotwet 2020 heeft het lid Van den Berg een motie49 ingediend waarmee de regering wordt verzocht voor duurzame subsidierelaties met vertrouwde partijen directe gunning met goede onderbouwing als voorkeursoptie te behouden.

Dit naar aanleiding van de aankondiging dat voor een aantal lopende subsidierelaties marktverkenningen uitgevoerd moeten worden om de subsidie opnieuw rechtmatig te kunnen verlenen in overeenstemming met de regels omtrent staatssteun. Dit geldt onder andere voor Stichting de Kindertelefoon, Stichting de Luisterlijn (voorheen: Sensoor) en Stichting Mind/Korrelatie. In de Kamerbrief van 26 oktober 202150 betreffende voortgang financieel beheer ministerie van VWS is aangegeven dat in gevallen waar het niet mogelijk blijkt duurzame subsidierelaties met vertrouwde partijen te continueren dat gedeeld zal worden met de Kamer. Voor de Kindertelefoon, de Luisterlijn en Mind/Korrelatie is begin dit jaar de 49

Kamerstukken II, 2020-2021, 35 830 XVI, nr. 12

50 Kamerstukken II 2021-2022 35 925-XVI, nr. 28

Pagina 31 van 31

voorgenomen marktverkenning uitgevoerd. Binnen deze verkenning is onderzocht in hoeverre er een markt is in het bieden van een luisterend oor aan (jong)volwassenen en kinderen. Er is geconcludeerd dat er geen (andere) marktpartij is die deze opdracht zonder subsidie van de overheid naar behoren kan uitvoeren. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er sprake is van marktfalen. Dit betekent dat er opnieuw subsidie kan worden verleend aan Stichting de Kindertelefoon, Stichting de Luisterlijn en Stichting Mind/Korrelatie waarbij de activiteiten worden aangemerkt als dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Hiertoe zal met bovengenoemde partijen een DAEB-overeenkomst worden afgesloten. Deze conclusie en werkwijze is in overeenstemming met de regels omtrent staatssteun. Wij zijn voornemens de DAEB voor een periode van vijf jaar af te sluiten, aangezien geen geschikte marktpartijen naar voren zijn gekomen en deze looptijd mogelijke onzekerheid bij de subsidieontvangers wegneemt betreffende de continuering van de subsidie. 13.

Onderzoek ‘Definitie en omvang van de doelgroep jeugdigen met een levensbrede en levenslange hulpvraag’ (bijgevoegd) Significant heeft in 2021-2022 onderzoek uitgevoerd naar jeugdigen met een levenslange en levensbrede beperking/aandoening die tot problemen of hindernissen leidt op één of meer levensgebieden en die (forse) impact heeft op de leefomgeving (de naasten). Deze doelgroep wordt ook wel de Triple L doelgroep genoemd. Naast kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de definitie en omvang, heeft Significant diverse gemeenten gesproken over hoe zij deze doelgroep in de toegang ondersteunen en welke lessen hieruit te halen zijn. In het tevens bijgevoegde magazine staan deze lessen en ervaringen omschreven. Met beide rapporten, en de eerder uitgebrachte rapporten van o.a. Ieder(In)51, Significant52 en KPMG53 ontstaat een goed beeld van wie de doelgroep is en wat de doelgroep nodig heeft en wenst. Centraal staan de (h)erkenning van de doelgroep, visie en beleid op o.a. levensloop gerichte zorg en ondersteuning en randvoorwaarden voor een goede toegang en passende, integrale zorg. Per centraal thema en onderdeel van de keten (vroeg signalering/preventie, toegang en uitvoering) wordt in samenwerking met alle partners en belangenbehartigers een breed palet aan activiteiten ontwikkeld om de zorg en ondersteuning van de Triple L doelgroep en hun gezinnen te verbeteren.

Voorbeelden hieruit zijn een vraag gestuurde leerkring integrale toegang voor gemeenten i.s.m. TSD, NJI en Movisie en een aanbod aan activiteiten rondom de passende beschikkingsduur i.s.m. VNG.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

14. Nader onderzoek ‘Verschil in uitstroom jeugdhulp in 4 gemeenten’ (bijgevoegd) Naar aanleiding van een gemiddeld stijgende trajectduur is onderzocht op welke wijze gemeenten sturen op uitstroom. Hierbij zijn twee gemeenten met een lage uitstroom vergeleken met twee gemeenten met een hoge uitstroom. Daarbij is, naast de invloed van (gemeentelijk) beleid, onderzocht in welke mate maatschappelijke factoren samenhangen met het jeugdhulpgebruik om te toetsen of er ontwikkelingen waren die niet door beleid beïnvloedbaar zijn. Uit het onderzoek kwam geen eenduidig beeld omtrent de invloed van maatschappelijke factoren. De mate waarin deze factoren zich voordeden verschilde per gemeente en factoren hingen niet eenduidig samen met een lage of hoge uitstroom. Op het

Zwartboek-Ouders-aan-het-woord-Jeugdzorg-2018.pdf (iederin.nl) Kamerstukken II, 2019-2020, 34880, nr. 16 53 Kamerstukken II, 2020-2021, 31839, nr 766 51 52

Pagina 31 van 31

vlak van (gemeentelijk) beleid geeft het onderzoek aan dat gemeenten meer grip op de uitstroom hadden wanneer ze in overleg traden met aanbieders over contract en voortgang. Wanneer dit overleg ontbrak en gemeenten zich meer richtten op formele aanbestedingsprocedures en financiën was de grip op uitstroom lager. 15. Inzet jeugd Caribisch Nederland Ook de jeugd in Caribisch Nederland heeft deze kabinetsperiode onze aandacht. Kinderen op de eilanden - en hun ouders - zien zich voor verschillende uitdagingen gesteld in de periode van ontwikkeling naar volwassenheid. Vanuit het ministerie van VWS zal daarom de lopende inzet op het versterken van laagdrempelige opvoedondersteuning, het verder opbouwen van de aanpak van kindermishandeling en het uitbreiden van voorzieningen voor jongeren en jongvolwassenen worden gecontinueerd. Daarnaast zullen er stappen genomen worden om het aanbod van jeugdzorg voor jongeren met meervoudige complexe problematiek te verbeteren. We beogen daarmee dat deze jongeren langer en beter in het Caribisch deel van het Koninkrijk geholpen kunnen worden. Wij nemen hiervoor de aanbevelingen van de Rijksuniversiteit Groningen uit het onderzoek ‘Tussen werelden’ (bijgevoegd bij deze brief) ter harte. Dit betreft een onderzoek naar de uitkomsten van de jeugdhulp in Europees Nederland aan jongeren die hiervoor uit Caribisch Nederland zijn overgeplaatst.

Deze overplaatsing is ingrijpend: jongeren komen in een onbekende omgeving met een andere taal en cultuur en hebben vaak geen netwerk in Europees Nederland om op terug te vallen. Het onderzoek heeft met behulp van subsidie van VWS en JenV plaatsgevonden. Het ministerie van VWS is op dit moment in overleg met de openbare lichamen en de verschillende betrokken organisaties in Caribisch Nederland en in Europees Nederland over het versterken van preventie en eerstelijns ondersteuning, het realiseren van een passend hulpaanbod en om de afspraken rondom overplaatsingen in het belang van het betrokken kind te verbeteren. Om zich een beter beeld te vormen van de lokale situatie en de prioriteiten voor de kabinetsperiode ten aanzien van jeugd te bepalen, zal de staatssecretaris van VWS Caribisch Nederland voor het zomerreces bezoeken. Hierna zal uw Kamer geïnformeerd worden over de brede inzet op jeugd in Caribisch Nederland en de wijze waarop de aanbevelingen uit ‘Tussen werelden’ gestalte krijgen.

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3363611-1028816-J Bijlage(n) 9

Uw brief Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11510070/1