CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage brief Rekenkamer inzake onderzoeksopzet economisch programma MRDH.pdf

commissie Planning en Control 7 februari 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Toelichting Onderzoeksprogramma Rekenkamer6.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

onderzoeksopzet economisch programma MRDH

januari 2022

1

inleiding achtergrond De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is eind 2014 opgericht. Het is een vrijwillig samenwerkingsverband van 23 gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. De samenwerking is gericht op versterking van de regio. Het samenwerkingsverband heeft als vervoersautoriteit wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Naast deze wettelijke taken richt de MRDH zich op economische ontwikkeling als tweede pijler. De samenwerking is vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). motie Op 27 mei 2021 heeft de raad een motie aangenomen waarin de rekenkamer wordt gevraagd onderzoek te gaan doen naar het economisch programma van de MRDH.

motie: Rekenkamerrapport MRDH Constaterende dat: • De Rekenkamer in 2020 een onderzoek zou doen naar het economisch programma van de MRDH; • In dit onderzoek de Rekenkamer zich vooral zou gaan richten op de verantwoordelijkheid van de MRDH op het gebied van regionale economische ontwikkeling, welke resultaten daarmee zijn geboekt en hoe de gemeente Rotterdam en de Rotterdamse gemeenteraad daarover worden geïnformeerd. Overwegende dat: • Dit onderzoek uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden; • Er veel discussie, binnen en buiten de MRDH, is over de rol van de MRDH op het terrein van economische ontwikkeling in het MRDH-gebied; • Het daarom van waarde is voor de raad om zich hierover door de Rekenkamer te laten informeren. Verzoekt de Rekenkamer: • In 2021 alsnog een onderzoek te doen naar het economische programma van de MRDH.

Uit de motie blijkt dat de raad behoefte heeft meer inzicht te krijgen in de precieze rol en positie van de MRDH, in de opbrengsten van de inspanningen gericht op economische ontwikkeling en in de mate waarin de gemeenteraad van Rotterdam hierover wordt geïnformeerd. In een brief van 31 mei 2021 heeft de Rotterdamse Rekenkamer toegezegd onderzoek te gaan verrichten naar het economisch programma van de MRDH.

leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de context van de MRDH beschreven. Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 de doel- en vraagstelling en het normenkader toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat in op de aanpak van het onderzoek.

3

economisch programma MRDH

2

context regionale samenwerking tussen gemeenten Samenwerking tussen gemeenten komt al jaren veel voor. Een recent onderzoek telde in 2020 1.284 unieke samenwerkingsverbanden. 1 Dit was een groei van 17% ten opzichte van 2017. De gemiddelde gemeente is in 33 samenwerkingsverbanden actief. Daarbij geldt dat de grotere gemeenten met meer dan 100.000 inwoners nog vaker samenwerken: gemiddeld zitten zij in 46 samenwerkingsverbanden. Een deel van deze samenwerkingen bestaat uit verplichte samenwerkingsverbanden, zoals politieregio’s, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten. In verreweg de meeste gevallen zijn samenwerkingsverbanden vrijwillig ontstaan vanuit de behoefte taken gezamenlijk uit te voeren om een grotere mate van efficiëntie of effectiviteit te bereiken. De meeste samenwerkingsverbanden richten zich op één specifiek beleidsveld. 2 Bij een derde van de samenwerkingsverbanden wordt op meerdere beleidsvelden samengewerkt. Het beleidsveld waarop het meest wordt samengewerkt (27% van alle samenwerkingsverbanden) is het fysieke domein, bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling, infrastructuur, energie, duurzaamheid en afvalverwerking. Op de tweede plaats staat samenwerking op economisch gebied (16%). 3 In onderzoek naar samenwerkingsverbanden wordt doorgaans een driedeling aangehouden in samenwerkingsvormen: afstemming, een netwerkconstructie en een zelfstandige organisatie.

Binnen ieder van deze vormen zijn meerdere rechtsvormen mogelijk. 4 Hieronder zijn deze weergegeven: 5 • afstemming (rechtsvorm: convenant, bevoegdhedenovereenkomst of regeling zonder meer); • netwerkconstructie (rechtsvorm: enkelvoudige centrumregeling, meervoudige centrumregeling); • zelfstandige organisatie (rechtsvorm: gemeenschappelijk orgaan, bedrijfsvoeringsorganisatie, gemeenschappelijk openbaar lichaam). Samenwerkingsconstructies tussen overheden worden geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De variant waarvoor wordt gekozen, bepaalt ook de manier waarop en door wie de samenwerking wordt bestuurd. Een gemeenschappelijk openbaar lichaam is de ‘zwaarste’ vorm van samenwerking. De deelnemende gemeenten kunnen taken en bevoegdheden overdragen aan het openbaar lichaam en deze kan zelfstandig contracten aangaan en personeel in dienst nemen. Ook dient er een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur te worden opgezet met vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. rol gemeenteraad De bovengenoemde samenwerkingsconstructies worden ook wel ‘verlengd bestuur’ genoemd. Dit wil zeggen dat de democratische controle op de samenwerking niet op regionaal niveau, maar (in het geval van gemeenten) op het niveau van de gemeenteraden plaatsvindt. Dit gebeurt via reguliere instrumenten die de

1 PROOF adviseurs en KWINK Groep, ‘Regionale samenwerkingsverbanden decentrale overheden’, 2020. 2 Idem. 3 Idem. 4 Er zijn zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rechtsvormen. In deze paragraaf zijn alleen de publieksrechtelijke vormen opgenomen. 5 Idem.

4

economisch programma MRDH

gemeenteraad tot zijn beschikking heeft. Het gaat dan specifiek over het informatierecht en de verantwoordingsplicht. 6 Voor het informatierecht geldt dat de raad alle gewenste informatie kan vragen aan het eigen collegelid dat lid is van het algemeen bestuur van de samenwerking. Relevant voor de verantwoordingsplicht is dat het collegelid uit het algemeen bestuur verantwoording moet afleggen over zijn/haar eigen handelen. De raad kan zijn vertegenwoordiger in het algemeen bestuur ook richtlijnen meegeven over de gewenste wijze van handelen. Een ander instrument van de raad is het indienen van een zienswijze bij de begroting. Op papier is met deze instrumenten de democratische besluitvorming van de samenwerking geregeld. Zeker bij een gemeenschappelijk openbaar lichaam is vastgelegd hoe de gemeenteraad betrokken is en invloed kan uitoefenen. Ook verschijnen regelmatig publicaties om raadsleden te helpen grip te krijgen op regionale samenwerking, zoals de recente handreiking van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. 7 Hoewel er de nodige middelen zijn, blijkt de praktijk echter een stuk complexer. Uit verschillende onderzoeken komt het beeld naar voren dat raadsleden ontevreden zijn met de mate waarin zij grip hebben op regionale samenwerking.

8 Een onderzoek onder raadsleden uit 2017 laat zien dat ruim de helft ontevreden is over de eigen mogelijkheden om besluitvorming te beïnvloeden, een derde aangeeft onvoldoende kennis en expertise te hebben om haar controlerende taak goed uit te oefenen en ruim een derde aangeeft te weinig tijd hebben om zich goed te verdiepen in de gemeenschappelijke regeling. 9 Dit beeld levert de paradox op dat er enerzijds wel instrumenten zijn voor raadsleden om invloed uit te kunnen oefenen, maar er tegelijkertijd gebrek aan grip wordt ervaren. In 2021 is een wetswijziging aangenomen die dit probleem adresseert (zie onderstaand kader).

wetswijziging Wet gemeenschappelijke regelingen In juni 2021 is in de Tweede Kamer een wetswijziging van de Wgr aangenomen. Deze wetswijziging is bedoeld om raadsleden meer grip te geven op gemeenschappelijke regelingen. Vastgelegd is onder andere de mogelijkheid tot het instellen van regionale adviescommissies van raadsleden en een actieve informatieplicht vanuit het bestuur van de gemeenschappelijke regeling richting de gemeenteraad. De ingangsdatum van de nieuwe wet is gepland op 1 juli 2022. Na de ingang van de nieuwe wet dient een deel van het nieuwe instrumentarium nog opgenomen te worden in de gemeenschappelijke regelingen zelf. Hiervoor geldt een periode van twee jaar. Dit betekent, dat het nog enige tijd kan duren voor de wetswijziging daadwerkelijk leid tot ‘meer grip’ voor raadsleden. 10

6 Vereniging van Griffiers, ‘Grip op regionale samenwerking, handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers’, 2015. 7 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, ‘Handreiking, Grip en controle op regionale samenwerking’, mei 2021. 8 Berg, M. van de, G. Boogaard, ‘Geen democratie zonder politiek, ook niet in de regio’s’, in S&D, 2021/2. 9 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, ‘Raad en Regionale Samenwerking’, 2017. 10 Tweede Kamer, ‘35 513 Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Memorie van antwoord’, 20 september 2021.

5

economisch programma MRDH

Gemeenschappelijke Regeling MRDH de Metropoolregio De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is een regionaal samenwerkingsverband van 23 gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer. De gemeenten in de Metropoolregio hebben voor hun samenwerking een openbaar lichaam opgericht, de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH). In totaal wonen in de 23 gemeenten bijna 2,4 mln. mensen. In onderstaand figuur is het gebied met alle deelnemende gemeenten weergegeven. 11 figuur 2-1 kaart MRDH

ontstaansgeschiedenis De colleges van B en W van Rotterdam en Den Haag stelden in april 2009 een agenda voor de Metropoolregio vast, met als missie ‘[samen] werken aan een internationale Metropoolregio, waarin bewoners en bedrijven zich optimaal kunnen ontplooien en (internationale) bezoekers zich welkom voelen.’ Dit wilden zij bewerkstelligen door ‘een betere positionering van ons internationaal concurrerende vestigingsklimaat en het uitvoeren van concrete projecten die de bestaande kracht van beide stedelijke regio’s bundelen’. 12

11 www.mrdh.nl 12 College van B en W gemeente Rotterdam, ‘brief over voortgang samenwerking metropoolregio’, 8 oktober 2009.

6

economisch programma MRDH

In november 2010 besloten de beide colleges om de samenwerking in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag te intensiveren. Het idee was dat een ‘metropolitaan’ beleid ervoor kon gaan zorgen dat de Metropoolregio in 2020 tot de Europese topregio’s kon behoren, waar de regio op dat moment nog een ‘subtopper’ is. Zij benoemden enkele thema’s waarop de beide gemeenten in de daaropvolgende jaren nauwer wilden gaan samenwerken. De beide colleges van B en W tekenden bijvoorbeeld een intentieverklaring over samenwerking bij de promotie van het gebied voor de acquisitie van bedrijven. 13 Verder namen zij zich voor te gaan samenwerken op thema’s als onderwijs, werklocaties en stadspassen. De (toenmalige) regering kondigde in het regeerakkoord van september 2010 aan de zogenaamde (Wgr)-plusregio’s af te zullen schaffen. Deze plusregio’s, ook wel stadsregio’s genoemd, waren onder meer verantwoordelijk voor het verkeer- en vervoersbeleid in de regio. De partijen die zich bezig hielden met de Metropoolregio uitten hierop het streven om het openbaar vervoer in de Metropoolregio te integreren. Dit zou leiden tot een betere bereikbaarheid van en binnen de regio. 14 Door een vervoersautoriteit op te richten voor de Metropoolregio zouden deze taken van de stadsregio naar de Metropoolregio kunnen gaan.

15 De beoogde afschaffing van de plusregio’s maakte dat de oprichting van een Metropoolregio extra urgent werd geacht: door een eigen vervoersautoriteit kon de regio zelf verantwoordelijk blijven voor het verkeer en vervoer en zo zijn invloed behouden op het openbaar vervoer en de infrastructuur. 16 In november 2011 zijn alle gemeenten in het gebied geïnformeerd over de plannen en ambities rondom de metropoolregio en eind 2011 hebben de initiatiefnemers het voorstel ‘Vernieuwend besturen: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Plan Metropoolregio Rotterdam Den Haag’ aan de minister van BZK aangeboden. Daarin gaven zij aan voornemens te zijn op 1 januari 2013 de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag op te richten. Dit was tevens het moment, dat de Wgr-plusregio’s zouden worden opgeheven. 17 De beoogde afschaffing van de Wgr-plusregio’s op 1 januari 2013 liep door de val van het kabinet in 2012 vertraging op. Dit gaf de gemeenten meer tijd om gezamenlijk tot een gemeenschappelijke regeling te komen. In 2013 hadden de gemeenten middels een zienswijzeprocedure input geleverd voor de op te stellen gemeenschappelijke regeling. 18 Inmiddels werd duidelijk dat de Wgr-plusregio’s op 1 januari 2015 afgeschaft zouden worden.

De gemeenschappelijke regeling diende voor dit moment getroffen te zijn, zodat vanaf 2015 de middelen voor verkeer en vervoer aan dit openbaar lichaam konden worden toegekend. De deelnemende gemeenten bereikten in 2014 overeenstemming over de gemeenschappelijke regeling en in december 2014 was de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een feit.

13 Gemeente Rotterdam en Gemeente Den Haag, ‘Intentieverklaring van de gemeenten Rotterdam en Den Haag over een intensievere samenwerking op het gebied van promotie ter verbetering van het vestigingsklimaat voor bedrijven.’, 16 november 2010. 14 College van B en W Gemeente Rotterdam, brief ‘Metropoolregio Rotterdam Den Haag’, 25 november 2010. 15 Wethouder Haven, Verkeer en Regionale Economie, brief ‘Stand van zaken Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag’, 24 januari 2012. 16 College van B en W Gemeente Rotterdam, brief ‘Metropoolregio Rotterdam Den Haag’, 2 november 2011 17 initiatiefnemers MRDH, ‘Vernieuwend besturen: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag’, 30 december 2011. 18 Gemeente Rotterdam, raadsvoorstel ‘Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’, 5 november 2013.

7

economisch programma MRDH

Bij de oprichting is gediscussieerd over de breedte van de beleidsterreinen waarop de MRDH actief zou worden. 19 In eerste instantie is overwogen in te zetten op een breed pakket met bijvoorbeeld ook ruimte, groen, wonen, onderwijs en innovatie als thema’s. Uiteindelijk is gekozen voor een bescheiden takenpakket met de focus op bereikbaarheid en economie. Specifiek voor economie geldt dat de aandacht zich richt op het economisch vestigingsklimaat. Voor beide thema’s geldt dat er geen bevoegdheden vanuit de gemeente zijn overgedragen naar de MRDH. De bevoegdheden als vervoersautoriteit zijn vanuit de voormalige stadsregio overgegaan. Voor de taken op het gebied van het economisch vestigingsklimaat heeft de MRDH een netwerkfunctie, zonder overdracht van taken vanuit de gemeente. 20 wettelijk kader In de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn de taken van de MRDH vastgelegd: ‘De Metropoolregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in deze regeling is bepaald, het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling in het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen’. Specifiek is opgenomen dat de MRDH zich richt op het ‘vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat’.

21 In de GR is ook vastgelegd dat de MRDH iedere bestuursperiode van vier jaar een strategische agenda opstelt. De actuele strategisch agenda is ‘Samen aan het werk!, Strategische Agenda MRDH 2022’. Verder dient jaarlijks een werkplan te worden opgesteld. De rijksoverheid heeft de MRDH wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer gegeven. 22 Zo verleent de MRDH concessies aan vervoerbedrijven in de regio Rotterdam Den Haag. Daarnaast verstrekt de MRDH subsidies voor diverse verkeer- en vervoerprojecten en voor beheer, onderhoud en vervanging van OV-infrastructuur en bevordert zij innovatie. In verschillende wettelijke regelingen zijn de bevoegdheden en de wijze van uitvoering van deze taken geregeld. 23 bestuur en zeggenschap De deelnemende gemeenten vormen samen het bestuur van de MRDH. De vertegenwoordiging van college- en raadsleden vindt plaats via de volgende overleggen: • het Algemeen Bestuur: gevormd door vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten, aangevuld met de burgemeesters en de wethouders verkeer en vervoer van de gemeenten Rotterdam en Den Haag; • het Dagelijks Bestuur: deze bestaat uit de voorzitter en vice-voorzitter van het algemeen bestuur en drie andere leden; • de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit: hierin zitten wethouders verkeer en vervoer van alle gemeenten;

19 Brief burgemeester, ‘Evaluatie MRDH’, 28 augustus 2017. 20 MRDH, Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014, 28 oktober 2013. 21 Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014, artikel 3:1. 22 Het gaat om de Wet BDU verkeer en vervoer, Wet Infrastructuurfonds, Wet bereikbaarheid en mobiliteit, Wet van 24 april 1991, houdende regels met betrekking tot enkele specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten op het terrein van Verkeer en Waterstaat, Wet personenvervoer 2000, Planwet verkeer en vervoer, Wet lokaal spoor (bron: Delegatiebesluit Vervoersautoriteit MRDH 2015). 23 Verordening Vervoersautoriteit MRDH 2015 en Delegatiebesluit Vervoersautoriteit MRDH 2015.

8

economisch programma MRDH

• de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: bestaande uit de wethouders economie van alle gemeenten; • de Adviescommissie Vervoersautoriteit: bestaat uit twee raadsleden van iedere gemeente; • de Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat: ook hierin zitten twee raadsleden van iedere gemeente; • de Rekeningcommissie: hierin zit één raadslid van iedere gemeente. Figuur 2-2 geeft een visuele weergave van de genoemde overleggen. figuur 2-2: bestuur MRDH

betrokkenheid gemeenteraad In beide adviescommissies zijn per gemeente twee raadsleden vertegenwoordigd. De betrokkenheid van de raadsleden in de commissies richt zich op advisering. De adviescommissies spelen geen rol bij de kaderstelling en verantwoording. Ook is er een rekeningcommissie die onder andere de jaarrekening controleert. In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd hoe de gemeenteraden verder betrokken zijn. De vertegenwoordiger van de gemeente in het Algemeen Bestuur en in de beide Bestuurscommissies legt verantwoording af aan de eigen gemeenteraad. Ook is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling dat bij belangrijke besluiten de gemeenteraad steeds vooraf haar zienswijze kenbaar moet kunnen maken. In de GR zijn de in het onderstaande kader genoemde zaken als belangrijke besluiten vermeld.

9

economisch programma MRDH

besluiten waarvoor het verplicht is een zienswijze van de raad te vragen 24 • de Strategische Agenda; • het werkplan; • het overdragen van bevoegdheden door het AB aan het DB; • he Strategische Bereikbaarheidsagenda; • het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan; • het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie; • het uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; • het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, en het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; • het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; • het vaststellen en wijzigen van de Begroting, tenzij de wijziging van de Begroting niet leidt tot wijziging van de gemeentelijke bijdrage en er niet geschoven wordt tussen begrotingsposten (programma’s); • het liquidatieplan bij uittreding en opheffing; • het besluit tot instelling van adviescommissies.

tussentijdse evaluatie In 2017 is de MRDH voor het eerst geëvalueerd. 25 Deze evaluatie gaat in op de gewenste breedte van de thema’s die de MRDH oppakt, de governance, de ambtelijke ondersteuning en de informatievoorziening. Enkele bevindingen: • De vrees van kleine gemeenten bij de totstandkoming van de MRDH dat de twee grote steden (Rotterdam en Den Haag) zeer dominant zouden zijn, is afgenomen. Het nut van samenwerking wordt gezien. • De taak als vervoersautoriteit is concreter en uitvoerbaarder dan het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Voor deze laatste taak wordt met regionale partners samengewerkt aan het uitwerken van strategieën en agenda’s. De uitvoering komt nog onvoldoende van de grond. • Informeel worden steeds meer aanpalende thema’s opgepakt wat tot onduidelijkheden over de inzet leidt. Er is verschil van mening tussen gemeenten of thema’s als wonen of ruimtelijke ordening in MRDH-verband moeten worden opgepakt. • Raadsleden van de gemeenten ervaren dat zij weinig grip op de samenwerking hebben. Er wordt afstand ten opzichte van de strategie en het besluitvormingsproces ervaren en er worden vraagtekens gezet bij de democratische legitimatie van het samenwerkingsverband. • Grote structuurwijzigingen worden niet nodig geacht, maar een verbeterslag in de besluitvormingscyclus en aanscherping van het inhoudelijke verhaal van de MRDH worden aanbevolen.

Op dit moment loopt de uitvoering van een nieuwe evaluatie. Hierin wordt gekeken naar verbeteringsmogelijkheden in de werkwijze van de MRDH en de onderlinge samenwerking. 26

24 Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014.

25 De Vries J., C.F. van den Berg, H.R. Blomaard, ‘Regionaal denken, lokaal doen!, Tussenevaluatie Metropoolregio Rotterdam-Den

Haag’, 28 september 2017. 26 Brief MRDH over de tweede tussenevaluatie aan de gemeenteraad, 15 oktober 2021.

10

economisch programma MRDH

economisch vestigingsklimaat: doelen en activiteiten doelstellingen MRDH De MRDH richt zich volgens de GR op het ‘vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat’. In de Strategische Agenda worden deze algemene doelen vervolgens vertaald in specifieke doelstellingen. Op dit moment werkt de MRDH met de Strategische Agenda MRDH 2022. De doelstellingen op economisch gebied komen onder andere voort uit een eerder opgestelde economische visie uit 2016: de Roadmap Next Economy (zie onderstaand kader).

Roadmap Next Economy (RNE) De RNE richt zich op een economische transitie van de metropoolregio met nadruk op nieuwe sectoren en klimaatafspraken. De ambitie is de concurrentiekracht van de regio te verbeteren en de bedrijvigheid in de regio te versterken met als doel onder andere een positieve invloed te hebben op de werkgelegenheid. Het programma bestaat uit zes werkvelden: werklocaties in de regio, een slimme infrastructuur, een regionale brandingstrategie, sterke bedrijfsclusters, onderwijs en de arbeidsmarkt en commercieel ontwikkelen van de landelijke gebieden.

Er zijn zes doelstellingen geformuleerd: 1 stimuleren van innovatie en economische groei; 2 verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt; 3 ruimte om te werken; 4 stimuleren van groen en recreatie als vestigingsfactor; 5 goede digitale connectiviteit; 6 meer regionale samenwerking bij de energietransitie. Uit de jaarrekening en begroting is op te maken dat er nog een zevende doelstelling is bijgekomen: 7 samen voortvarend werken aan woningbouw, bereikbaarheid en werklocaties. stakeholders De MRDH heeft verschillende stakeholders. Belangrijke partijen op economisch gebied zijn: • de provincie Zuid-Holland; • aangrenzende gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden, zoals de Drechtsteden en Holland Rijnland; • Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Dit is een samenwerkingsverband van dertig grote organisaties uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden (Rotterdam, Den Haag en de provincie); • InnovationQuarter (IQ). De regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland. IQ richt zich op het ondersteunen van innovatieve en snelgroeiende bedrijven, op het aantrekken van buitenlandse bedrijven en op het organiseren van samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden.

11

economisch programma MRDH

activiteiten MRDH De MRDH heeft op economisch gebied twee typen functies: 27 • strategieontwikkeling en onderlinge afstemming; • verdeling van middelen over projecten en initiatieven vanuit de regio. Uit recente begrotingen is af te leiden dat de MRDH diverse activiteiten uitvoert voor gemeenten op het gebied van visieontwikkeling en kennisuitwisseling. 28 Vaak werkt de MRDH daarin samen met of worden activiteiten uitgevoerd door de Economic Board Zuid-Holland en InnovationQuarter. Jaarlijks worden tussen IQ en de MRDH afspraken gemaakt over de inzet van IQ. Daarnaast levert de MRDH een financiële bijdrage aan projecten die passen binnen de doelstellingen (de verdelingsfunctie). Vooral op het gebied van stimuleren van innovatie en economische groei bestaan er verschillende programma’s waar de MRDH medefinancier van is. resultaten Over de resultaten van de activiteiten van de MRDH voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat wordt in de jaarstukken en de halfjaarlijkse bestuursrapportages beknopt gerapporteerd. 29 In de jaarstukken staat een korte algemene beschrijving van type activiteiten en in de bestuursrapportages is met kleurcodes weergegeven of er eventueel afwijkingen zijn bij de uitvoering. Het is voor de rekenkamer niet inzichtelijk wat precies is uitgevoerd en wat de resultaten zijn van projecten waaraan is bijgedragen.

Er zijn geen evaluaties of monitoren te vinden die hier meer informatie over bieden.

financiering De totale begroting van de MRDH voor 2021 bedraagt € 540 mln. De begroting bestaat uit een rijksbijdrage voor verkeer en vervoer en een inwonersbijdrage van de 23 gemeenten voor het economisch vestigingsklimaat. De inwonersbijdrage is voor 2021 vastgesteld op € 2,72 per inwoner. De totale inwonersbijdrage van alle 23 gemeenten is € 6,5 mln., waarvan Rotterdam € 1,8 mln. betaalt. Hiervan gaat € 5 mln. naar het programma economisch vestigingsklimaat en € 1,5 mln. naar de dekking van overheadskosten. 30 De begroting voor het economisch vestigingsklimaat is opgebouwd uit directe personeelskosten (bijna € 1 mln.) en programmakosten (€ 4 mln.) voor het realiseren van de doelstellingen. 31 Deze programmakosten worden gemaakt op vier onderdelen: • de ‘Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH’. Deze regeling verstrekt cofinanciering aan gemeenten voor projecten die dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat; • bijdrage aan InnovationQuarter;

27 De Vries J., C.F. van den Berg, H.R. Blomaard, ‘Regionaal denken, lokaal doen!, Tussenevaluatie Metropoolregio Rotterdam-Den Haag’, 28 september 2017. 28 MRDH, ‘Begroting 2021 en meerjarenbeeld 2022-2024, Samen aan het werk!’, 13 juli 2019 en MRDH, ‘Begroting 2022 en meerjarenbegroting 20232025, Samen aan het werk!’, 15 juli 2021. 29 Zie bijvoorbeeld: MRDH, ‘MRDH Jaarstukken 2020’, 15 juli 2021 en MRDH ‘1e Bestuursrapportage MRDH 2021’, 9 juli 2021. 30 MRDH, ‘Begroting 2021 en meerjarenbeeld 2022-2024, Samen aan het werk!’, 13 juli 2019. 31 MRDH, ‘Begroting 2021 en meerjarenbeeld 2022-2024, Samen aan het werk!’, 13 juli 2019.

12

economisch programma MRDH

• bijdrage aan het programma YES!Delft; • projectontwikkeling. De onderlinge verdeling van de middelen tussen de vier onderdelen is niet op te maken uit de begroting. In 2022 stijgt de inwonersbijdrage naar € 2,77. De programmabegroting voor het economische vestigingsklimaat komt daarmee op € 5,2 mln. 32

MRDH in Rotterdamse gemeenteraad In de afgelopen jaren heeft de Rotterdamse gemeenteraad een aantal keer stilgestaan bij het thema economie in MRDH-verband. Er zijn drie moties ingediend in de afgelopen jaren: • In 2015 heeft de raad een motie van de VVD aangenomen waarin het college wordt verzocht ‘om bij de reeds geplande evaluatie van de MRDH nadrukkelijk te beoordelen of de plannen en voornemens op het gebied van economie passen binnen de beperkte opdracht die binnen de gemeenschappelijke regeling MRDH voor economie is vastgelegd.’ • In 2016 is een motie van de ChristenUnie aangenomen, waarin het college wordt gevraagd ‘om er bij het MRDH-bestuur op aan te dringen dat na het aanbrengen van de gewenste focus en de inhoudelijke onderbouwing daarvan, het investeringsprogramma opnieuw aan de gemeenteraden wordt toegezonden en dat deze nogmaals de mogelijkheid krijgen om een zienswijze in te dienen.’ • In 2019 heeft Denk een motie ingediend gericht op het versterken van de positie van de lokale ondernemer. Deze motie is verworpen. In de motie werd het college verzocht ‘zich in te zetten om met de gelden in de pijler economisch vestigingsklimaat binnen MRDH de situatie van de lokale ondernemer en het Rotterdamse investeringsklimaat te verbeteren.’

bestuurlijke verantwoordelijkheid Binnen het college is de burgemeester verantwoordelijk voor de MRDH op bestuurlijk vlak. De wethouder Economie, wijken en kleine kernen is verantwoordelijk voor het thema economisch vestigingsklimaat binnen de MRDH.

32 MRDH, ‘Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025, Samen aan het werk!’, 15 juli 2021.

13

economisch programma MRDH

3

doel- en vraagstelling en normenkader doel Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer vast te stellen: • op welke wijze de MRDH invulling geeft aan het versterken van het economische vestigingsklimaat en tot welke opbrengsten dat leidt voor de regio en voor Rotterdam; • hoe de inspanningen van de MRDH zich verhouden tot die van andere organisaties die zich in de regio bezighouden met economische ontwikkeling; • of de raad de beschikbare mogelijkheden benut om zijn kaderstellende en controlerende rol in de MRDH te vervullen.

onderzoeksvragen De centrale vraag van het onderzoek is tweeledig en luidt als volgt:

1. 2.

Hoe bevordert de MRDH het economisch vestigingsklimaat en wat is de waarde hiervan voor de regio en Rotterdam? Welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad om zijn kaderstellende en controlerende rol in de MRDH uit te voeren en hoe benut de gemeenteraad deze beschikbare instrumenten?

Deze vraag is uitgewerkt in de onderstaande deelvragen: 1 Wat waren voorafgaand aan de oprichting de overwegingen om het economisch vestigingsklimaat via de MRDH te versterken en hoe hebben doelen en ambities zich ontwikkeld? 2 Welke inzichten zijn er over de effecten van het stimuleren van het regionale economisch vestigingsklimaat door regionale overheden? 3 Wat zijn de inspanningen van de MRDH in de afgelopen jaren geweest op het gebied van economische ontwikkeling en hoe verhouden deze zich tot inspanningen van andere organisaties? 4 Welke opbrengsten hebben de activiteiten van de MRDH en hoe verhouden deze zich tot inzichten over het stimuleren van het regionale economisch vestigingsklimaat? 5 Wat is de positie van de gemeenteraad van Rotterdam in de MRDH en welke instrumenten kunnen zij inzetten om hun rol te vervullen? 6 Hoe heeft de raad op het gebied van het economisch vestigingsklimaat de beschikbare instrumenten voor kaderstelling en controle gebruikt?

afbakening en scope onderzoek focus op economisch vestigingsklimaat Voor beide hoofdvragen geldt dat de focus van het onderzoek ligt op de activiteiten die de MRDH uitvoert voor de stimulering van het economisch vestigingsklimaat. Dit betekent dat alleen wordt gekeken naar de inspanningen en resultaten van activiteiten die worden gefinancierd vanuit het Programma economisch vestigingsklimaat. Voor de betrokkenheid van de raad ligt ook het accent op de kaderstellende en controlerende rol van de raad bij economische activiteiten van de MRDH.

15

economisch programma MRDH

afbakening begrip economisch vestigingsklimaat Het begrip vestigingsklimaat kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd en gedefinieerd. In veel gevallen gaat het bij het vestigingsklimaat om de combinatie van factoren die het voor bedrijven aantrekkelijk maakt zich op een specifieke locatie te vestigen. Vaak wordt het begrip vestigingsklimaat gebruikt naast de term investeringsklimaat. Strikt genomen gaat het bij investeringsklimaat vooral om de mate waarin het investeringsgedrag van de private sector wordt beïnvloed door situatie in een land, regio of stad. 33 Bij beide begrippen gaat het echter vooral om een combinatie van factoren die invloed hebben op de randvoorwaarden voor bedrijven om allerlei bedrijfsbeslissingen te nemen als starten, verhuizen, uitbreiden of investeren. Uit de doelstellingen van de MRDH is op te maken dat het een brede opvatting van het vestigingsklimaat hanteert. Diverse factoren als de aansluiting onderwijsarbeidsmarkt, beschikbaarheid van werklocaties en de digitale infrastructuur worden in de doelstellingen genoemd. Een andere belangrijke factor in het vestigingsklimaat, bereikbaarheid, krijgt vooral in de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer aandacht. Er is dus niet altijd een strikte scheidslijn te trekken tussen de inzet voor het economisch vestigingsklimaat en de inzet van de MRDH op het gebied van verkeer en vervoer.

De focus van de rekenkamer ligt zoals eerder aangegeven echter bij activiteiten die worden gefinancierd binnen het Programma economisch vestigingsklimaat. vaststellen opbrengsten Er kan op verschillende manieren naar de opbrengsten van de MRDH in het economisch domein worden gekeken. • De eerste invalshoek is in te zoomen op de ontwikkeling van economische indicatoren in de regio. Is bijvoorbeeld sprake van groei in de bedrijfsclusters waarop wordt ingezet? Of is sprake van een betere positie van de regio in diverse internationale ranglijsten voor het vestigingsklimaat? Bij deze invalshoek is het echter de vraag wat deze uitkomsten precies zeggen over de inbreng van de MRDH. Deze richt zich namelijk op diverse meer faciliterende activiteiten die moeilijk zijn te vertalen naar directe impact op bijvoorbeeld werkgelegenheidscijfers. Het leggen van een relatie tussen de economische situatie van de regio en inspanningen van de MRDH lijkt op voorhand dan ook niet goed mogelijk. • Een tweede manier om te kijken naar de opbrengsten is meer inzicht te geven in hoe de activiteiten van de MRDH doorwerken. Er zijn zeven doelstellingen geformuleerd waarbinnen activiteiten worden uitgevoerd.

Door te kijken naar welke activiteiten de MRDH uitvoert, welke rol de MRDH daarin speelt en of dit leidt tot bijvoorbeeld versnelling, vergroting of andere invloed op de resultaten van deze activiteiten, ontstaat een beeld van de doorwerking. Dit geeft een indicatie van de bijdrage die de MRDH levert aan de gestelde doelen. • Een derde manier om naar opbrengsten te kijken is de resultaten van de samenwerking in beeld te brengen. Het gaat dan om minder tastbare zaken als verbetering van onderlinge relaties op bestuurlijk en ambtelijk niveau, gezamenlijke uitvoering van projecten in plaats van individueel of afstemming van uitgangspunten in beleidsnota’s. Deze opbrengsten hebben een meer procesmatig karakter, maar kunnen wel van invloed zijn op activiteiten in de regio.

33 Dialogic, ‘Het Nederlandse investeringsklimaat’, 2020.

16

economisch programma MRDH

In het onderzoek zal de rekenkamer vooral de tweede invalshoek gebruiken om de opbrengsten van de MRDH te duiden. Niettemin heeft rekenkamer ook oog voor de meer procesmatige resultaten die samenwerking kan opleveren. onderzoeksperiode Het onderzoek richt zich op de periode vanaf de oprichting van de MRDH. Daarbij houdt de rekenkamer er wel rekening mee dat het beleid zich in de beginjaren nog diende te ontwikkelen. Een belangrijk ijkpunt voor het economisch beleid is de opgestelde visie uit 2016, de Roadmap Next Economy. Deze is vertaald in de huidige strategische agenda die vanaf 2018 loopt. Het onderzoek zal dan ook het accent leggen op de uitvoering en op behaalde resultaten die binnen de huidige looptijd van de strategische agenda zijn behaald.

normenkader Hieronder is per deelvraag aangegeven welke normen de rekenkamer hanteert voor de beantwoording. Wanneer hiervoor aanleiding is, worden normen in de loop van het onderzoek aangevuld en/of aangescherpt.

1 Wat waren voorafgaand aan de oprichting de overwegingen om het economisch vestigingsklimaat via de MRDH te versterken en hoe hebben doelen en ambities zich ontwikkeld? Deze vraag is beschrijvend. Voor de beantwoording maakt de rekenkamer een reconstructie.

2 Welke inzichten zijn er over de effecten van het stimuleren van het regionale economisch vestigingsklimaat door regionale overheden? Deze vraag is beschrijvend. Voor deze vraag gaat de rekenkamer in literatuur op zoek naar wat bekend is over een effectieve invulling van rol van de overheid. Onder andere kijkt de rekenkamer naar andere regio’s in binnen- en buitenland.

3 Wat zijn de inspanningen van de MRDH in de afgelopen jaren geweest op het gebied van economische ontwikkeling en hoe verhouden deze zich tot inspanningen van andere organisaties? Het eerste deel van deze vraag is beschrijvend. Voor de beantwoording van dit deel hanteert de rekenkamer geen normen. Aan de hand van een aantal indicatoren wordt een beschrijving van de inspanningen gegeven. Hierbij kan gedacht worden aan: - aantal en type uitgevoerde activiteiten; - bereik onder de doelgroep; - aantal ondersteunde projecten; - financiering en cofinanciering van de ondersteunde projecten; - mate van overhead van de ondersteunde projecten; - opbrengsten van ondersteunde projecten. Voor de beantwoording van het tweede deel kijkt de rekenkamer naar organisaties die zich bezig houden met economische ontwikkeling in de metropoolregio. Daarbij hanteert de rekenkamer de volgende normen:

17

economisch programma MRDH

- de taken, rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen bij de ontwikkeling van het vestigingsklimaat in de metropoolregio zijn helder afgebakend; - er is sprake van onderlinge afstemming en coördinatie tussen betrokken partijen; - de MRDH voert taken uit die niet tot de verantwoordelijkheid behoren van andere partijen; - het economisch beleid van de gemeente Rotterdam is gekoppeld het beleid van de MRDH; - de uitvoering van gemeentelijke beleid sluit aan bij de activiteiten van de MRDH.

4 Welke opbrengsten hebben de activiteiten van de MRDH en hoe verhouden deze zich tot inzichten over het stimuleren van het regionale economisch vestigingsklimaat? Voor beantwoording van deze vraag kijkt de rekenkamer naar de volgende normen: - de activiteiten van de MRDH leiden tot concrete doorwerking; - deze doorwerking draagt bij aan de gestelde doelen van de MRDH; - de opbrengsten sluiten aan bij wat op grond van wetenschappelijke inzichten verwacht mag worden.

5 Wat is de positie van de gemeenteraad van Rotterdam in de MRDH en welke instrumenten kunnen zij inzetten om hun rol te vervullen? Deze vraag is beschrijvend. De rekenkamer bestudeert het wettelijk kader en beschikbare publicaties voor de beantwoording van deze vraag.

6 Hoe heeft de raad op het gebied van het economisch vestigingsklimaat de beschikbare instrumenten voor kaderstelling en controle gebruikt? Deze vraag beantwoordt de rekenkamer aan de hand van de volgende normen: - de gemeenteraad wordt actief betrokken bij beleidsvorming en uitvoering van de stimulering van het economisch vestigingsklimaat; - de gemeenteraad wordt voldoende geïnformeerd over de uitvoering en resultaten van de MRDH. Dit houdt in ieder geval in, dat: - de MRDH transparant is naar de gemeenteraad over zowel de bereikte resultaten als knelpunten en mogelijke risico’s (volledigheid); - de informatie die de MRDH deelt met de gemeenteraad overeenkomt met intern beschikbare informatie (juistheid); - de MRDH de gemeenteraad frequent en op de juiste momenten informeert (tijdigheid). - de Rotterdamse leden van het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat brengen actief standpunten van de gemeenteraad in en leggen verantwoording af over de resultaten aan de raad; - raadsleden maken actief gebruik van de beschikbare instrumenten.

18

economisch programma MRDH

4

plan van aanpak, organisatie en planning overzicht In onderstaande tabel is toegelicht welke onderzoeksmethoden de rekenkamer voor de beantwoording van de onderzoeksvragen zal gebruiken.

tabel 4-1: methoden onderzoeksvraag

methode

1

Wat waren voorafgaand aan de oprichting de overwegingen om het

•

documentstudie

economisch vestigingsklimaat via de MRDH te versterken en hoe

•

interviews

Welke inzichten zijn er over de effecten van het stimuleren van het

•

literatuurstudie

regionale economisch vestigingsklimaat door regionale overheden?

•

vergelijking regio’s

•

expertinterviews

Wat zijn de inspanningen van de MRDH in de afgelopen jaren geweest

•

documentstudie

op het gebied van economische ontwikkeling en hoe verhouden deze

•

interviews

Welke opbrengsten hebben de activiteiten van de MRDH en hoe

•

documentstudie

verhouden deze zich tot inzichten over het stimuleren van het

•

interviews

Wat is de positie van de gemeenteraad van Rotterdam in de MRDH en

•

documentstudie

welke instrumenten kunnen zij inzetten om hun rol te vervullen?

•

expertinterviews

Hoe heeft de raad op het gebied van het economisch vestigingsklimaat •

documentstudie

hebben doelen en ambities zich ontwikkeld? 2

3

zich tot inspanningen van andere organisaties? 4

regionale economisch vestigingsklimaat? 5

6

de beschikbare instrumenten voor kaderstelling en controle gebruikt?

•

interviews

methoden per deelvraag deelvraag 1 (overwegingen oprichting) Voor de beantwoording van deelvraag 1 maakt de rekenkamer een reconstructie van de achtergronden en overwegingen vanaf de oprichting van de MRDH. De rekenkamer concentreert zich voor de overwegingen bij de oprichting op de documentatie die in de periode 2009-2013 is verschenen. Daarnaast wordt de verdere ontwikkeling vanaf deze periode tot aan de huidige situatie geanalyseerd. Relevante documenten zijn onder andere: • collegestukken uit Rotterdam; • zienswijzen; • verslagen van informatieavonden voor gemeenteraden; • voorstellen en toelichtingen bij het opstellen van de GR; • verschenen beleidsplannen/visies na oprichting van de MRDH (gericht op vestigingsklimaat).

19

economisch programma MRDH

Om een compleet beeld te vormen van de overwegingen ten tijde van de oprichting zal de rekenkamer ook enkele interviews houden. deelvraag 2 (inzichten effecten inzet regionale overheden) Voor de beantwoording van deze deelvraag gaat de rekenkamer in publicaties op zoek naar wat bekend is over de rol van regionale overheden bij het stimuleren van economische ontwikkeling. Met name wordt gekeken naar typen activiteiten waarvan bekend is dat deze effect hebben op deze ontwikkeling. Naast wetenschappelijke studies kijkt rekenkamer naar onderzoeken of rapporten die zijn verschenen over andere regionale samenwerkingsverbanden die zich richten op economische ontwikkeling. Hierbij kijkt rekenkamer naar enkele regio’s (waarschijnlijk drie) in binnen- en buitenland. Dit onderdeel van het onderzoek is uitsluitend mogelijk indien de betreffende informatie op basis van eerder verschenen onderzoek beschikbaar is. De rekenkamer zal geen eigen onderzoeksactiviteiten in deze regio’s ontplooien. Voor de selectie van de regio’s kijkt de rekenkamer naar enigszins vergelijkbare regio’s in omvang en aard van de samenwerking. Om bovenstaande informatie te verdiepen raadpleegt de rekenkamer enkele experts op het gebied van ruimtelijke economische ontwikkeling. deelvraag 3 (inspanningen van de MRDH in de afgelopen jaren) Deelvraag 3 wordt beantwoord aan de hand van documentstudie en interviews.

In de documentstudie kijkt rekenkamer naar uitvoeringsplannen, jaarprogrammering, beschikbare monitoren en registraties en andere documenten waarmee een beeld wordt gekregen van de feitelijke inspanningen van de MRDH. De rekenkamer houdt daarnaast interviews om inzicht te krijgen in de uitvoering. Op voorhand denkt de rekenkamer aan interviews met enkele betrokkenen bij een mix van door de MRDH uitgevoerde en gefinancierde activiteiten/projecten. Deze cases dienen representatief te zijn in aard en omvang voor de activiteiten van de MRDH. De rekenkamer houdt verder interviews met organisaties die actief zijn ten behoeve van de economische ontwikkeling van de regio. Het gaat dan met name om de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, Economic Board Zuid-Holland (EBZ), InnovationQuarter (IQ) en lokale en regionale ondernemersverenigingen. deelvraag 4 (opbrengsten inspanningen) De beantwoording van deze deelvraag vindt plaats op basis van dezelfde methoden als die voor deelvraag 3 worden gebruikt. deelvraag 5 (rol gemeenteraad in MRDH) Deelvraag 5 beantwoordt de rekenkamer door bestudering van het wettelijk kader en beschikbare publicaties waarin de governance en de rol van de gemeenteraden in de MRDH-regio zijn beschreven. Daarnaast interviewt de rekenkamer enkele experts op het gebied van regionale samenwerking.

deelvraag 6 (betrokkenheid gemeenteraad en gebruik instrumentarium) De laatste deelvraag beantwoordt de rekenkamer door bestudering van de door de MRDH aan de gemeenteraad beschikbaar gestelde informatie. Ook wordt gekeken naar het handelen van de Rotterdamse vertegenwoordigers in het Algemeen Bestuur en in

20

economisch programma MRDH

de Bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat. Ook de behandeling van het beleid en verstrekte informatie van de MRDH door de Rotterdamse raad wordt geanalyseerd. Hiervoor bestudeert de rekenkamer notulen van vergaderingen van zowel de MRDH als de Rotterdamse gemeenteraad. Tot slot interviewt de rekenkamer betrokkenen zoals de bestuurlijk verantwoordelijke wethouder, raadsleden in de adviescommissie Economisch vestigingsklimaat en de griffie.

organisatie Het onderzoek zal worden uitgevoerd door een onderzoeksteam bestaande uit: • Samantha Langendoen; • Jaap Wils (projectleider).

planning De uitvoering van het onderzoek zal in januari 2022 starten. De bevindingen uit het onderzoek worden in een concept nota van bevindingen vastgelegd. De rekenkamer stelt de gemeente in de gelegenheid op deze bevindingen te reageren door de concept nota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor aan te bieden. Na verwerking van de ambtelijke reactie stelt de rekenkamer een bestuurlijke nota op. Daarin presenteert de rekenkamer de conclusies en aanbevelingen die volgen uit het onderzoek. De bestuurlijke nota zal, met de nota van bevindingen als bijlage, voor wederhoor aan het college van B en W worden voorgelegd. De reactie van het college van B en W wordt samen met het nawoord van de rekenkamer in het definitieve rapport opgenomen. Dit zal naar verwachting na de zomer van 2022 aan de raad worden aangeboden.

privacy In dit onderzoek zal de rekenkamer verschillende functionarissen van de MRDH, de gemeente Rotterdam en samenwerkingspartners interviewen. De persoonsgegevens die in dat kader worden verwerkt, worden zoveel mogelijk beperkt, maar betreffen in elk geval naam, functie en zakelijke contactgegevens. Deze gegevens zullen conform de AVG en het daarop gebaseerde privacybeleid van de rekenkamer worden verwerkt (www.rekenkamer.rotterdam.nl). De rekenkamer zal geen bijzondere persoonsgegevens verwerken.

bevoegdheid Rekenkamer Rotterdam De Rekenkamer Rotterdam is op grond van de Gemeentewet (art 184) bevoegd onderzoek in te stellen bij gemeenschappelijke organen die op grond van de Wgr zijn ingesteld. In de toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling MRDH is vermeld: ‘De rekenkamer of rekenkamerfunctie van elke deelnemende gemeente kan het metropoolbestuur controleren en verslag aan de eigen raad uitbrengen’. 34 De Rekenkamer Rotterdam betrekt de andere rekenkamer(commissie)s in de regio bij het onderzoek. Hiervoor worden gedurende het onderzoek bijeenkomsten georganiseerd waarin informatie over het onderzoek wordt uitgewisseld en andere rekenkamer(commissie)s input kunnen leveren voor het onderzoek.

34 Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014.

21

economisch programma MRDH

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11088793/1