Bijlage bij brief 325988 antwoorden op vragen uit orienterende commissie Samenleving.pdf
Tekst van het document
Vragen EVB, mevrouw Blankenstein 1. Behoefte aan Was-wordt-tabel. Zie bijlage 2. Verzoek om consequent gebruik van de woorden ‘doelgroep’ en ‘aanvrager’ 3. Voorbeeld 1: Bij hoofdstuk 3.3.1 Maatschappelijke ondersteuning staat bij b) Doelgroep. Aan wie wordt deze subsidie specifiek verstrekt? Wie is hier de aanvrager? Voorbeeld 2: Bij hoofdstuk 4. Bibliotheekwerk staat bij b) Doelgroep; alle inwoners van 0 tot 100+. Aan wie wordt deze subsidie “specifiek” verstrekt? Wie is hier de aanvrager? Voorbeeld 3: Bij hoofdstuk 6.1 Maatschappelijke ondersteuning staat bij b) Aanvrager. Wie of wat is hier de doelgroep? Reactie De term doelgroep wordt gebruikt om de doelgroep van de te subsidiëren activiteiten aan te duiden. De term aanvrager voor het soort organisaties die subsidie aan kunnen vragen. Antwoord voorbeeld 1, 2 en 3: Aanvragers van subsidie onder 3.1 zijn bijvoorbeeld St. De Sociale Basis en Enver (Pak je kans trajecten). Aanvrager van subsidie onder H.4 is Bibliotheek AanZet De doelgroep bij H.6 zijn inwoners die sociaal-juridische vragen hebben op de gebieden zoals bij de activiteiten onder a) benoemd. 4. Waarom wordt het nieuwe partijen lastig gemaakt om aanvragen te doen voor nieuwe initiatieven? Reactie Het wordt nieuwe partijen niet lastig gemaakt om een aanvraag te doen voor nieuwe initiatieven, maar op dit moment is hier geen specifiek budget voor.
Binnen de kaders van de subsidieregeling kan iedereen een aanvraag doen. De subsidieregeling is opgesteld op basis van actueel beleid waarvoor jaarlijks middelen worden begroot binnen het beschikbare financiële kader. De raad stelt hier jaarlijks subsidieplafonds voor vast. Indien er behoefte is aan nieuwe initiatieven, dan is dit of een uitbreiding van te subsidiëren activiteiten inclusief budget of een vervanging van de subsidie die we verlenen aan bestaande subsidierelaties en zullen we deze laatstgenoemde subsidie moeten afbouwen. 5. Hoe worden nieuwe aanvragen gewogen ten opzichte van aanvragen van oude subsidierelaties? Hebben oude subsidierelaties nu altijd voorrang? Reactie Op de huidige wijze is er –om in deze moeilijke tijd onrust bij bestaande subsidiënten te voorkomeninderdaad voor gekozen om bestaande subsidierelaties niet te beëindigen en hebben zij voorrang op nieuwe aanvragen binnen het specifieke beleidsterrein/subsidieplafond. 6. Is het niet zo door het nieuwe subsidiebeleid niet in te voeren, nieuwe partijen juist meer onrust ervaren? Reactie Nieuwe partijen hebben hun organisatie en hun financiën nog niet ingericht op een vaste jaarlijkse bijdrage vanuit de gemeente. Daarom zullen zij op dit moment wel onrust ervaren, maar niet over het wegvallen van een structurele jaarlijkse vorm van gemeentelijke subsidie.
Structurele subsidiepartners hebben hun bedrijfsvoering, activiteiten en uitgaven afgestemd op een vaste jaarlijkse inkomstenstroom waarvan een deel subsidie. Ook hebben zij in de meeste gevallen te maken met vaste lasten die niet zomaar in een keer zijn af te bouwen, zoals personele- en huurverplichtingen. Het opzeggen van de subsidierelatie –wat vereist is indien wij overgaan naar een nieuwe werkwijze- zou daarmee alle bestaande subsidiënten in een periode van onzekerheid brengen. Iets dat wij op dit moment ongepast vinden. 7. Vanwege corona wordt het beleid niet herzien, wanneer gaat de wethouder de nieuwe werkwijze wel opzetten? Reactie Op dit moment is het subsidiebeleid zodanig herzien dat wij vanaf 2022 subsidie verlenen op basis
1
van maatschappelijke effecten en iedere aanvrager concreet moet aangeven hoe zij aan de gewenste gemeentelijke doelstellingen en maatschappelijke effecten gaat bijdragen. Het deel wat niet gewijzigd is, is het onderdeel dat de structurele subsidiepartners voorrang hebben op eventuele nieuwe aanvragen. Er is al toegelicht dat we vanwege de onrust die veel maatschappelijke partners al ervaren vanwege de impact van het corona virus, er niet voor gekozen hebben alle subsidierelaties te beëindigen. Ook omdat er de afgelopen jaren een beperkt aantal nieuwe subsidieaanvragen zijn ingediend. In januari 2021 is er, op basis van een raadsmotie, eenmalig subsidie verleend aan diverse maatschappelijke partners. Dit omwille van de bijdrage die deze organisaties leveren aan het verkleinen van de gevolgen van coronagevolgen voor inwoners van Barendrecht. De onderstaande partijen hebben subsidie gekregen in het kader van de motie maatschappelijke organisaties: -
Barendrechtse Uitdaging: Subsidie voor het project ‘Iedereen wil helpen, maar het moet alleen we georganiseerd worden’ Kledingbank Uniek: subsidie omdat de inkomsten van Kledingbank teruglopen vanwege het feit dat er geen WEP plaatsen meer mogelijk zijn. Kleurrijk: diverse activiteiten. Repaircafé: gratis toegankelijke bijeenkomsten die draaien om (samen) repareren. Velerlei: aanvullende eenmalige subsidie (naast reguliere subsidie) voor o.a. huur. Diaconaal Noodfonds: subsidie voor het fonds (financiële en materiele problematiek). Voedselbank: subsidie voor uitbreiding en extra huur.
Als het wenselijk is deze partijen jaarlijks subsidie te verlenen, dan is het de vraag aan welke beleidsdoelstellingen de activiteiten gaan bijdragen en of het betreffende subsidieplafond toereikend is. Vragen CDA, mevrouw de Lange 1. Er worden ook aanvragen gedaan onder het preventief jeugdbeleid. Wat is de verhouding met de in de subsidieregeling genoemde aanvragen inzake jeugd? 2. Zijn alle maatschappelijke partners geraadpleegd over de concept subsidieregeling? Reactie 1. Het Preventief Jeugdbeleid is losstaand beleid, waarbij verschillende organisaties in samenwerking met elkaar een incidentele projectsubsidie aan kunnen vragen. Hierbij is het heel belangrijk om te vermelden dat dit gaat om een incidentele subsidie voor één jaar. De partners binnen de allianties van het Preventief Jeugdbeleid weten ook dat dit eenmalig is en dat er geen structurele projectopdrachten verstrekt worden. Het Preventief Jeugdbeleid is gebaseerd op vertrouwen en expertise tussen de alliantie partners. Gezamenlijk wordt besloten aan welke organisaties een project toegekend wordt, daarbij is samenwerking tussen meerdere partijen een must. Het is altijd een samenwerking tussen verschillende partijen waaraan subsidie verleend wordt voor een activiteit. Momenteel gaan we bijna het 2e uitvoeringsjaar in van het Preventief jeugdbeleid van de in totaal 3 uitvoeringsjaren.
U ontvangt na het zomerreces een evaluatie van de projectopdrachten in het 1e uitvoeringsjaar. 2. Al onze subsidierelaties die wij jaarlijks subsidie verlenen zijn bevraagd. Vraag CDA, de heer Schippers Met een aantal organisaties bestaat een lange subsidierelatie. Er staat in de subsidieregeling dat dit voor maximaal 3 jaar kan. Hoe wordt dat afgedekt? Reactie Tijdens de vergadering is aangegeven dat als een subsidierelaties 3 jaar of langer bestaat, het noodzakelijk is om een redelijke termijn aan te houden als de subsidie wordt afgebouwd. Vragen VVD, mevrouw Floor Wanneer is de tijd wel rijp om een herziening door te voeren en wanneer kunnen we dit beleid weer herzien?
2
Reactie Op dit moment is dat nog onduidelijk. Dit is ook afhankelijk van het feit of er in de periode na corona behoefte is aan andere beleidsprioriteiten. Dit zou een logisch moment zijn om het beleid te actualiseren en in het verlengde de subsidieregeling aan te passen. Medio juni komen we met een voorstel voor een planning van herziening van de kaders. SGP Christenunie, de heer Meppelen Scheppink Hoeveel tijd heeft de Commissie als ze toch een herziening willen? Reactie Het vaststellen van de ‘Algemene Subsidieregeling Barendrecht’ is een bevoegdheid van het college. De commissie heeft tot 4 mei de tijd gekregen om een reactie te geven. Wij zullen de reacties overwegen en u nader informeren. Wij willen de aanvragers tijdig informeren over de wijze van indiening van de aanvragen voor het subsidiejaar 2022. Deze moeten vóór 1 september 2021 worden ingediend. Hierdoor heeft het college niet veel ruimte meer voor hele grote aanpassingen cq. uitloop in de tijd. Groen Links, de heer Kooiman 1.
Waarom zijn de kenmerken zoals integraal beleid en samenwerking niet opgenomen als voorwaarden voor subsidieverstrekking? Reactie Waar van toepassing zijn deze kenmerken wel opgenomen enerzijds bij de activiteiten, zoals bij Jeugd en de Bibliotheek, daarnaast bij doelstellingen Sport om in aanmerking te komen voor 3 sterren, verplichtingen bij Maatschappelijk werk of de maatschappelijke effecten en verplichtingen zoals bij het onderdeel Cultuur. Ook bij de implementatie van de nota Integraal Beleid Sociaal Domein is dit een uitgangspunt. . 2. Wat gebeurt er na de vaststelling van de subsidieregeling door het College? Reactie Dan wordt de subsidieregeling zo snel mogelijk gepubliceerd en zullen wij de subsidiepartners informeren wat wij met hun input hebben gedaan en vervolgens richtlijnen geven voor het indienen van de aanvraag 2022. Het is voor de meeste aanvragers nieuw dat zij in de aanvraag in moeten gaan op het bijdragen van hun activiteiten aan de maatschappelijk effecten. 3. Zijn er geen partijen die vorig jaar geen activiteiten hebben uitgevoerd en dus geen subsidie nodig hebben. Kan dit geen oplossing zijn? Reactie We hebben geen subsidie verleend voor diverse evenementen. Verder zijn ons vooralsnog geen meldingen bekend. 4.
Mogen de oude partijen met niet meer dan 25% verminderd worden als dat aan de orde is? Reactie De wet (artikel 4:51 van de Awb) geeft bij een langdurige subsidierelatie (een organisatie die meer dan 3 jaar voor dezelfde activiteiten subsidie ontvangt) aan dat er een redelijke afbouwregeling moet worden gehanteerd. De wet geeft geen antwoord op de vraag wat een redelijke afbouwregeling is. Dit is in de meeste gevallen afhankelijk van de mate waarop de subsidieontvanger afhankelijk is van de subsidie en de verplichtingen van de subsidieontvanger. 25% wordt in de praktijk wel gehanteerd maar is geen wettelijke richtlijn. D66, de heer Prehn Graag een toelichting waarom er niet voor is gekozen de subsidierelaties te beëindigen. Reactie Hierboven al beantwoord bij vraag 7 van mevrouw Blankenstein.
3
Fractie Winnie Hofland, mevrouw Hofland 1. T.a.v. de Brede School wordt enerzijds aangegeven dat subsidie toekenning o.b.v. leerlingenaantallen gebeurd, anderzijds wordt "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" toegepast. Betekent dit dat er scholen zouden kunnen zijn die geen subsidie gaan ontvangen voor brede school activiteiten? Graag een verduidelijking hoe beide regels in relatie tot elkaar staan. 2. De wethouder geeft aan dat i.v.m. onrust die zou ontstaan bij bestaande subsidiepartijen de reden is om nu niet naar een (gedeeltelijk) nieuw beleid over te gaan. Graag ontvang ik een inventarisatie van het college om welke partijen dit in de praktijk dan concreet zou gaan, wetende dat veel partijen ook in de nieuwe regeling wellicht de enige subsidie aanvrager zullen zijn. Graag concreet een opsomming. Reactie 1. Subsidie in het kader van de Brede School wordt inderdaad gebaseerd op leerlingenaantallen. Het kopje van de Verdeling van het subsidieplafond klopt bij dit onderdeel niet en wordt verwijderd. 2. Zoals tijdens de commissie vergadering aangegeven, geldt dit waarschijnlijk voor alle subsidiepartners. Immers, iedere subsidiepartner krijgt in dat geval een brief waarin de beëindiging van de relatie wordt aangekondigd. Weliswaar misschien ook met een aankondiging van het voornemen om door te willen gaan.
Maar dan blijft de situatie bestaan waarin de relatie op voorhand is opgezegd en er pas bij de begrotingsbehandeling in november bekend wordt óf en hoeveel subsidie er in de nieuwe situatie beschikbaar is. Het is namelijk ook in het geval van een ‘unieke’ subsidiepartner zo dat –bij gelijkblijvend subsidieplafond- er door het toetreden van nieuwe aanvragers het bedrag per aanvrager zou kunnen dalen, met ongewenste effecten op de dienstverlening als gevolg.
4