Bijlage bij beantwoording technische vragen afdeling 3.4 rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Tekst van het document
Afdeling 3.4. Commissieleden Artikel 3.4.1. Vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen
1Aan een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering van de commissie ten laste van de gemeente een vergoeding toegekend die afhankelijk is van het aantal inwoners van de gemeente, en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel: Aantal inwoners
Vergoeding per vergadering
tot en met 10.000
€ 81,97
10.001 – 20.000
€ 90,61
20.001 – 50.000
€ 108,70
50.001 – 100.000
€ 133,74
100.001 –
€ 170,84
250.000 250.001 of meer
€ 216,56
2Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
3De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 3.4.2. Hogere vergoeding De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, ten aanzien van:
a.een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en
b.een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Artikel 3.4.3. Reiskostenvergoeding
1Een commissielid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: o
a.reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
o
b.reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de gemeente als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
2Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 3.4.4. Overige vergoedingen en voorzieningen Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 3.1.11, 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3, 3.3.4, 3.3.6, 3.3.7 en 3.3.8 van overeenkomstige toepassing.