Bijlage A Bestemmingsplan De Stationstuinen 1e fase Barendrecht
Tekst van het document
Om het parkeren te borgen staat in artikel 4.4.4 een voorwaardelijke verplichting parkeren.
Hoofdstuk 6
70
Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor milieubelastende activiteiten buiten het plangebied (artikel 4.4.6), bezonning (artikel 4.4.8), windklimaat (artikel 4.4.9), een knip in de verbinding Spoorlaan – Zuideinde (artikel 4.4.10) en groenvoorzieningen (artikel 4.4.11). Wat betreft geluid is een toetsingsregel opgenomen om te waarborgen dat elke woning in ieder geval één geluidluwe gevel heeft met een geluidbelasting van maximaal 48dB vanwege wegverkeerslawaai. Er zijn toetsingsregels opgenomen voor waterberging. Groen Delen van de Stationstuinen krijgen een groene invulling. De delen, die in het plangebied van de eerste fase zitten, hebben de bestemming ‘Groen’ gekregen. Verkeer De Spoorlaan, het Zuideinde en de toegang tot de dakparkeerplaats van het station Barendrecht (voorzover gelegen in dit plangebied) zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Voor andere bouwwerken dan gebouwen is een maximale hoogtemaat opgenomen, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting. Waarde – Archeologie - 2 Ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden is een dubbelbestemming Archeologie opgenomen.
Hoofdstuk 6
71
7.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
7.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van onder andere woningen. Er is derhalve sprake van een of meerdere bouwplannen als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal aan de orde.
Ten behoeve van onderhavig grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een (anterieure) exploitatieovereenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op deze ontwikkelende partij(en). Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan in dit kader op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro niet noodzakelijk. De raad heeft ook voor het overige afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
Hoofdstuk 7
72
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg Vaststellingsprocedure 7.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De gemeente heeft 5 vooroverlegreacties ontvangen. Deze zijn in een nota vooroverleg samengevat en van een antwoord voorzien.
De nota vooroverleg is als bijlage bij de toelichting gevoegd. De vooroverlegreacties hebben geleid tot een aanvulling van de toelichting (paragraaf 3.2.2) van het bestemmingsplan. 7.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerp bestemmingsplan met het MER gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Ook heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden op 19 april 2023. Een verslag van deze bijeenkomst is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Er zijn meer dan 30 zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de nota beantwoording zienswijzen. Deze nota is als een bijlage gevoegd bij dit bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen aangepast. De aanpassingen staan op een rij in de nota beantwoording zienswijzen.
Hoofdstuk 7
73
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ontwikkelkader De Stationstuinen Bijlage 2: Structuurplan De Stationstuinen Bijlage 3: Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen PM Bijlage 4: Compensatieplan van bedrijventerrein naar woon-werkgebied Bijlage 5: Advies MRDH over compensatieplan Bijlage 6: Ambitiedocument klimaatadaptie De Stationstuinen Bijlage 7: Ladder woonfuncties De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 8: Ladder niet-woonfuncties De Stationstuinen Barendrecht 1ste fase Bijlage 9: Akoestisch onderzoek De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 10: Milieueffectrapport De Stationstuinen Bijlage 11: Analyse bedrijven en milieuzonering Bijlage 12: Memo externe veiligheid incl.
verantwoording groepsrisico Bijlage 13: Natuurtoets De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 14: Nader onderzoek steenmarter en huismus De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 15: Vleermuisonderzoek De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 16: Stikstofonderzoek De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 17: Verkennend bodemonderzoek Waders Milieu Bijlage 18: Fusering Peilgebieden De Stationstuinen Bijlage 19: Watertoets De Stationstuinen 1ste fase Bijlage 20: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 21: Nota vooroverleg Bijlage 22: Verkeersonderzoek De Stationstuinen Bijlage 23: Rapport Mobiliteitsmilieu Stationstuinen Bijlage 24: Akoestisch onderzoek MER Bijlage 25: Onderzoek Luchtkwaliteit De Stationstuinen Bijlage 26: Eindnota Gezonde Publieke Ruimte De Stationstuinen Bijlage 27: Vooronderzoek Landbodem NEN 5727 Bijlage 28: Quickscan Ontplofbare oorlogsresten Bijlage 29: Quickscan Water Bijlage 30: Quickscan Ecologie Bijlage 31: Notitie Reikwijdte en Detailniveau Bijlage 32: Nota van Beantwoording NRD Bijlage 33: Advies Commissie MER Bijlage 34: Aanvulling MER Bijlage 35: Mobiliteitsagenda DFP oktober 2022 Bijlage 36: De Stationstuinen Barendrecht nadere verdieping parkeren en verkeersgeneratie Bijlage 37: Adviesbrief externe veiligheid Bijlage 38: Trillingrapport Bijlage 39: Nota van Beantwoording zienswijzen Bijlage 40: Verslag Informatiebijeenkomst
Hoofdstuk 7
74
De Stationstuinen 1ste fase
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Doelen Gemengd Groen Verkeer Waarde - Archeologie - 2
12 13 21 22 23
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Zorgplicht
25 26 28 29 30
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
31
Artikel 13 Artikel 14
Overgangsrecht Slotregel
31 32
2
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase met identificatienummer NL.IMRO.0489.BPBTO20220003-VG01 van de gemeente Barendrecht. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Archeologische waarde
Gebied dat vanuit archeologisch oogpunt bescherming behoeft door middel van een dubbelbestemming. Het gebied is gewaardeerd op basis van de trefkans op archeologische relicten. Voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' gelden de regels conform de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' van het bestemmingsplan. 1.6
Avondperiode
Periode van een etmaal tussen 19 uur en 23 uur. 1.7
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken. 1.8
Bedrijf
Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.
4
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
1.9
Bedrijfsvloeroppervlak (bvo)
De totale oppervlakte van de voor bedrjifsuitoefening benodigde bedrijfsruimten inclusief de verkoopvloeroppervlakte opslag en administratieve ruimten en dergelijke. 1.10
Begane grondlaag
De op de begane grond gelegen bouwlaag. 1.11
Beroep aan huis
De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten door de bewoner van de woning op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk, consumentverzorgend of daarmee gelijk te stellen gebied, mits: a. geen horeca, prostitutie of detailhandel zijnde, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit; b. de uitoefening ondergeschikt is aan de woonfunctie en de (ruimtelijke) uitstraling van de woonfunctie behouden blijft; c. de bewoner op betreffende adres in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. 1.12
Bestaand
met betrekking tot bebouwing: de als zodanig op de verbeelding aangegeven legale bebouwing, zoals deze bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan dan wel op grond van een verleende bouwvergunning/omgevingsvergunning is c.q. kan worden gebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. met betrekking tot gebruik: Het legale gebruik van grond en opstallen, zoals dat bestaat op het tijdstip dat het plan of betreffende planonderdeel rechtskracht heeft gekregen. 1.13
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.14
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
Bevi-inrichtingen
Bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijventerrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die onder het BRZO vallen, lpg-tankstations, opslagplaatsen (PGS), ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). Het verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Zie verder: Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.16
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
5
1.17
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.18
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor primaire functies van het gebouw of de daaraan gerelateerde functies geschikt of geschikte maken is, balkon en dakterrassen daaronder begrepen, niet zijnde een entresol of mezzanine; 1.19
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.21
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.22
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.23
Dagperiode
Periode van een etmaal tussen 07 uur en 19 uur. 1.24
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- en bedrijfsactiviteit. Het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen is toegestaan. Onder detailhandel wordt niet verstaan detailhandel in volumineuze goederen. 1.25
Dienstverlening
Het beroeps en/of bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette, apotheek, pedicures, makelaarskantoren of daarmee naar aard gelijk te stellen diensten, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen.
6
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
1.26
Functiemenging
Een gebied waarin (kleinschalige) bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen en/of andere gevoelige functies. 1.27
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.28
Geluidgevoelig object
Zoals bepaald in de Wet geluidhinder 1.29
Geurgevoelig gebouw / Lichtgevoelig gebouw
Een gebouw dat bestemd en geschikt is voor menselijk wonen of verblijf. 1.30
Hoofdgebouw
Een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming qua aard, constructie en/of afmetingen het belangrijkst is. 1.31
Horeca
Een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gericht op het tegen vergoeding exploiteren van zaalaccommodatie, het verstrekken van drank en het voor direct consumptie bereiden en verstrekken van etenswaren. 1.32
Huishouden
Samenlevingsvorm van één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling. Een kenmerk van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid is het voor onbepaalde tijd samenleven. (bedrijfsmatige) kamerverhuur en door een instelling geplaatste personen vallen niet onder het begrip huishouden. 1.33
Kantoor
Voorzieningen gericht op het al dan niet commercieel verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.34
Kunstwerk
Een constructie ten dienste van civieltechnische en/of infrastructurele voorzieningen, zoals een brug, een dam, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; vliesconstructies en duikers daaronder niet begrepen.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
7
1.35
Kwaliteitsteam
Een door het college ingesteld multidisciplinaire team, bestaande uit meerdere professionals, dat alle ingediende plannen toetst op ruimtelijke kwaliteit in samenhang met het gemeentelijk beleid. Eén van de leden is de voorzitter van de welstandscommissie/commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) en deze legt tevens de relatie naar de CRK die uiteindelijk over de plannen een advies zal uitbrengen in de fase van de vergunningen. 1.36
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Het gemiddelde van de wisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode. 1.37
Maaiveld
De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. 1.38
Nachtperiode
Periode van een etmaal tussen 23 uur en 07 uur. 1.39
Nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, hoogspanningsmasten, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.40
Perceelsgrens
Een grens tussen twee kadastrale percelen. 1.41
Ondergeschikte detailhandel
Detailhandel: a. in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; b. bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; c. bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; 1.42
Permanente bewoning
Bewoning van een ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats door één of meer personen, die op dat adres zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). 1.43
Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding of betaling.
8
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
1.44
Seksinrichting
De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekswinkel, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.45
Staat van Horeca-activiteiten
Een lijst van Horeca-activiteiten ingedeeld naar toelaatbaarheid in relatie tot uitstraling in het algemeen, zoals verstoring en/of (geluid)hinder, zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van horeca-activiteiten. 1.46
Straatmeubilair
Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d. 1.47
Tuin
Terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen) en vijvers en dat in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt. 1.48
Verbeelding
Analoge en/of digitale verbeelding (weergave) van het plangebied. 1.49
Verkeersvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van verkeer, waaronder: (spoor)wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervoorzieningen, verkeerslichten, verkeersregelinstallaties, halteplaatsen, openbaar vervoersvoorzieningen, oversteekplaatsen, straatmeubilair, trottoirs, duikers, kruisende infrastructuur, en overige vergelijkbare verkeersvoorzieningen. 1.50
Vestiging
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een onderneming voor de uitoefening van zijn activiteiten. 1.51
Waterhuishoudkundige voorzieningen
Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.52
Woning
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat geschikt en bestemd is voor huisvesting van niet meer dan één huishouden.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
9
1.53
Wonen
Het bewonen van een woning of zelfstandige wooneenheid door niet meer dan één huishouden. 1.54
Woon-werkwoning
Een woning met een daaraan (bouwkundig) gekoppelde of daarin opgenomen kleine bedrijfs- of praktijkruimte, atelier of kantoor, waarbij de bedrijfsfunctie ondergeschikt is aan de woonbestemming en de bewoner zelf de ruimte gebruikt. Een directe interne verbinding is geen vereiste.
10
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Afstand
Afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
Peil
De plaats vanwaar in het kader van dit bestemmingsplan de hoogte wordt gemeten als bedoeld “bouwen goothoogte” en als volgt bepaald: a. voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een (al dan niet openbare) weg grenst: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor bouwwerken boven het maaiveld, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan de hiervoor bedoelde weg grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor bouwwerken onder het maaiveld, het peil van het bijbehorende bovengrondse hoofdgebouw; d. in de andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
11
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Doelen
Het bestemmingsplan is gericht op: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysiek leefomgeving en goede omgevingskwaliteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van deze fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en c. het mogelijk maken van een transformatie naar De Stationstuinen 1ste fase met het openbaar vervoer als belangrijke drager en met een omgeving die: 1. bijdraagt aan de woonopgave; 2. de economische positie van Dutch Fresh Port versterkt en geen concurrent is van de bestaande economische functies in het dorp Barendrrecht; 3. een brug slaat tussen het Dutch Fresh Port, het dorp Barendrecht, Rotterdam en het omliggende (recreatie)landschap; 4. duurzaam, gezond, veilig en klimaatbestendig is.
12
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal 815 woningen (waaronder woon-werkwoningen), al dan niet in combinatie met een aan-huis-gebonden beroep, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - wonen op de begane grond niet toegestaan' woningen op de begane grond niet zijn toegestaan, maar wel aan woningen gerelateerde voorzieningen, niet zijnde bergingen; 2. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 1' en 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 2' woningen niet zijn toegestaan 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - wonen niet toegestaan' woningen niet zijn toegestaan; b. detailhandel tot een maximum oppervlakte van 1.000 m2 bvo, met dien verstande dat de maximale oppervlakte per vestiging niet meer mag bedragen dan 200 m2 bvo; c. horeca in de categorieën 1 en 2, zoals aangegeven in bijlage 1 Staat van horeca-activiteiten, tot een maximum oppervlakte van 1.000 m2 bvo, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - Loods 38-40' de maximale oppervlakte van horeca niet meer mag bedragen dan 400 m2 bvo; elders binnen het bestemmingsvlak bedraagt de maximale omvang van horeca per vestiging 150 m2 bvo; d. kantoren en dienstverlening tot een maximum oppervlakte van 4.800 m2 bvo; e.
overige niet-woonfuncties, welke niet genoemd zijn in 4.1 sub b, c en d tot maximaal 2.000 m2 bvo; f. in aanvulling op het bepaalde in sub b t/m e is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 1' een mobilityhub toegestaan met de volgende voorzieningen: 1. maximaal 5.000 m2 bvo niet-woonfuncties met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan detailhandel binnen het plangebied niet meer mag bedragen dan 1.000 m2 bv, met dien verstande dat de maximale oppervlakte per vestiging niet meer mag bedragen dan 200 m2 bvo; 2. parkeervoorzieningen; 3. nutsvoorzieningen; g. in aanvulling op het bepaalde in sub b t/m e is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 2' een mobilityhub toegestaan met de volgende voorzieningen: 1. parkeervoorzieningen; 2. nutsvoorzieningen; h. een versmarkt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 'Loods 38-40'; met dien verstande dat: i. j.
de niet-woonfuncties zoals bedoeld in sub b t/m h uitsluitend zijn toegestaan als deze geschikt zijn voor functiemenging met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.4.3; de bestaande hellingbaan ten behoeve van de calamiteitendiensten in stand wordt gehouden.
met daaraan ondergeschikt: k. groen- en speelvoorzieningen; l. tuinen; m. wegen en paden; n. parkeervoorzieningen- en verkeersvoorzieningen (al dan niet ondergronds), waaronder begrepen een hellingbaan ten behoeve van de calamiteitendiensten, met dien verstande dat buiten de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd- mobilityhub 1' en 'specifieke vorm van gemengdmobilityhub 2' alleen gebouwde parkeervoorzieningen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - gebouwde parkeervoorziening toegestaan';
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
13
o. nutsvoorzieningen; p. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; q. kunstwerken. 4.2
Bouwregels
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: 4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat er opbouwen van maximaal 7 meter toegestaan zijn op 50% van de totale oppervlakte van het gebouw, welke minimaal 3 meter terugliggend moeten zijn ten opzichte van de onderliggende bouwlagen met dien verstande dat opbouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 1', 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 2' en 'specifieke vorm van gemengd - wonen niet toegestaan'; d. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat er ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 1' en 'specifieke bouwaanduiding hoogteaccent 2' hoogteaccenten gerealiseerd mogen worden, met dien verstande dat: 1. de hoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 1' maximaal 50 meter mag bedragen gerekend vanaf peil; 2. de hoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 2' maximaal 33 meter mag bedragen gerekend vanaf peil; 3. op maximaal 21 meter hoogte de bebouwing minimaal 3 meter terugliggend dient te zijn ten opzichte van de onderliggende bouwlagen; e.
in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de maximale goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - wonen niet toegestaan' respectievelijk 5,5 en 10,5 m; f. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de maximale bouwhoogte worden overschreden door ondergeschikte bouwonderdelen, met dien verstande dat: 1. deze ondergeschikte bouwonderdelen, noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, luchtverversingsapparatuur, zonnepanelen, glazenwasinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2. de maximale bouwhoogte met maximaal 3 meter mag worden overschreden. g. voor balkons, gelegen binnen het bouwvlak, geldt de volgende regel: 1. de minimale hoogte van balkons ten opzichte van peil bedraagt minimaal 3 m, tenzij de balkons gelegen zijn aan de Spoorlaan, de Dwarsligger en het Zuideinde; dan geldt een minimale hoogte van 6 m; h. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ook balkons toegestaan buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. de uitkraging van balkons maximaal 1,6 m bedraagt; 2. de minimale hoogte van balkons ten opzichte van peil minimaal 3 m bedraagt, tenzij de balkons gelegen zijn aan de Spoorlaan, de Dwarsligger en het Zuideinde; dan geldt een minimale hoogte van 6 m; i.
de hoogte van de begane grondlaag mag maximaal 4,5 m bedragen ten opzichte van peil, met uitzondering van de onder 4.1 onder n bedoelde gebouwde parkeervoorzieningen. Indien deze verdiept worden aangelegd bedraagt de maximale bouwhoogte van de begane grondlaag maximaal 5 m ten opzichte van peil. j. in aanvulling op het bepaalde onder f zijn op daktuinen kassen toegestaan met een maximale oppervlakte van 10 m2 en een maximale hoogte van 3 m. k. de bouwwerken moeten voldoen aan de beoogde duurzaamheidseisen, zoals bepaald in de beleidsregel 'Duurzaamheid De Stationstuinen; Barendrecht', zoals deze luidt op het moment van
14
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. De beleidsregel waarnaar in dit plan wordt verwezen, kan na vaststelling van het bestemmingsplan door het college van burgemeester en wethouders worden gewijzigd. 4.2.2
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan: 1. 8 m voor lichtmasten; 2. 3 m voor erf- en terreinafscheidingen; 3. 3 m voor reclamezuilen; 4. 3 m voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde. 5. 11 m voor een geluidwerende voorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifeke bouwaanduiding geluidwerende voorziening'. c. in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de maximale goot- en bouwhoogte van het staalskelet binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwregeling' respectievelijk 5,5 m en 10,5 m, conform bestaand. d. de bouwwerken moeten voldoen aan de beoogde duurzaamheidseisen, zoals bepaald in de beleidsregel 'Duurzaamheid De Stationstuinen; Barendrecht', zoals deze luidt op het moment van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. De beleidsregel waarnaar in dit plan wordt verwezen, kan na vaststelling van het bestemmingsplan door het college van burgemeester en wethouders worden gewijzigd. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.2 voor het realiseren van een mast voor cameratoezicht ten behoeve van de openbare orde en veiligheid, mits: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; 3. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering. b. het bepaalde in 4.2.1 sub c en toestaan dat met uitzondering van gebouwen gelegen binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - mobilityhub 1', 'specifieke vorm van gemengd mobilityhub 2' en 'specifieke vorm van gemengd - Loods 38 - 40' opbouwen zijn toegestaan: 1. op meer dan 50% van de totale oppervlakte van het gebouw tot een maximum van 70%; 2. op minder dan 3 meter terugliggend ten opzichte van de onderliggende bouwlagen; mits dit goed onderbouwd is; hierover een advies is uitgebracht door het kwaliteitsteam; de afwijking past binnen het beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd. de bouwwerken voldoen aan de beoogde duurzaamheidseisen, zoals bepaald in de 'Duurzaamheid De Stationstuinen; Barendrecht', zoals deze luidt op het moment van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
De beleidsregel waarnaar in dit plan wordt verwezen, kan na vaststelling van het bestemmingsplan door het college van burgemeester en wethouders worden gewijzigd. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Algemeen
a. binnen de overige niet-woonfuncties zoals bedoeld in 4.1 zijn geen agrarische bedrijven toegestaan;
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
15
b. activiteiten die op grond van artikel 2.1, eerste lid onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn aangewezen als vergunningplichtige inrichting zijn niet toegestaan; c. nieuwe activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, in de gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen zijn niet toegestaan; d. activiteiten die op grond van in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan; e. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; f. de opslag en/of verkoop van consumentenvuurwerk is niet toegestaan; g. bedrijvigheid mag uitsluitend plaatsvinden in de vorm van kleinschalige, ambachtelijke bedrijvigheid; h. productie en/of laad- en loswerkzaamheden mogen alleen plaatsvinden in de dagperiode; i. de activiteiten, inclusief opslag, dienen hoofdzakelijk inpandig plaats te vinden; j. het gebruik van verlichting in of aan een gebouw is toegestaan waarbij de lichtuitstraling buiten het gebouw zo veel mogelijk wordt beperkt; k. tijdelijke of permanente bewoning van de niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan; l. een beroep aan huis is toegestaan mits: 1.
de vloeroppervlakte van de activiteiten ten hoogste 60 m² bedraagt; 2. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking ontstaat; 3. het beroep door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend. 4.4.2
Meldingsplicht
a. Ongeacht het bepaalde in de overige regels is het gebruik van meldingsplichtige activiteiten onder het Activiteitenbesluit verboden zonder dat deze activiteiten ten minste 4 weken voor aanvang van het gebruik zijn gemeld. b. Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur. c. Het bevoegd gezag kan, naar aanleiding van de bij de melding aangeleverde gegevens, bij nadere eis bepalen dat extra gegevens en bescheiden worden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of kan worden voldaan aan de regels in het bestemmingsplan. 4.4.3
Niet-woonfuncties geschik t voor functiemenging
Voor het gebruik van niet-woonfuncties geschikt voor functiemenging zoals bedoeld in lid 4.1 sub i gelden de volgende regels: a. het geluidniveau als gevolg van een activiteit, op grond van het Activiteitenbesluit, op de gevel van een geluidgevoelig object bedraagt niet meer dan: dagperiode avondperiode nachtperiode Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) b. in uitzondering op het bepaalde onder a bedraagt het geluidniveau als gevolg van een activiteit, op grond van het Activiteitenbesluit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig object niet meer dan: dagperiode avondperiode nachtperiode Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)
16
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
c. de maximale geluidniveaus genoemd onder a en b gelden in de dagperiode niet voor laden en lossen; d. in afwijking op het bepaalde onder a wordt het geluidniveau gemeten op een afstand van 10 meter van de grens van de inrichting als de gevel van een geluidgevoelig object op meer dan 10 meter van de inrichting is gelegen; e. de normen voor geluid en trillingen niet van toepassing zijn op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; f. de PR 10-6 contour als gevolg van een activiteit binnen een inrichting, mag niet reiken tot: 1. buiten de grenzen van de betreffende inrichting; of 2. daar waar de inrichting grenst aan het openbaar gebied op maximaal 10 meter van de grens van de inrichting, waarbij de PR 10-6 contour niet mag zijn gelegen op de gronden waar een kwetsbaar object is toegestaan; g. de geurbelasting op de gevel van een geurgevoelig gebouw mag niet meer bedragen dan 0,5 ouE/M3 als 98-percentiel; h. het lichtniveau op het geveldeel of gevelopening van een lichtgevoelig gebouw mag niet meer bedragen dan: 1. 10 lx in de ochtend- en dagperiode; 2. 2 lx in de nachtperiode. 4.4.4
Voorwaardelijke verplichting parkeren
a. De gebouwen binnen deze bestemming mogen slechts in gebruik worden genomen onder de voorwaarde, dat altijd in voldoende mate is voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's en fietsen. b. Het benodigde aantal parkeerplaatsen voor auto's en fietsen wordt vastgesteld aan de hand van de in het Ontwikkelkader vastgestelde parkeernormen en bijbehorende toepassingsmethodiek, zoals opgenomen in Bijlage 3 Ontwikkelkader; c. Ten aanzien van het aantal autoparkeerplaatsen dat bestemd is voor niet openbaar gebruik moet worden voldaan aan de verhouding openbaar gebruik/niet-openbaar gebruik voor het plangebied zoals opgenomen in Bijlage 3 Ontwikkelkader. Het parkeren of stallen van auto's voor niet openbaar gebruik dient plaats te vinden in of onder het hoofdgebouw (niet zijnde mobilityhub), dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat hoofdgebouw (niet zijnde mobilityhub) behoort. Het overige deel van het autoparkeren zal moeten worden toegewezen aan een mobilityhub op afstand. Al het fietsparkeren voor bewoners dient inpandig te worden gerealiseerd in of bij het hoofdgebouw. d. Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder sub a: 1. als voldaan wordt aan de voorwaarden die daarvoor gelden zoals opgenomen in Bijlage 3 Ontwikkelkader; of 2.
als het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 4.4.5
Toetsingsregel waterhuishouding
Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan uitsluitend worden verleend wanneer bij de aanvraag is aangetoond dat: a. voorzien wordt in de aanleg en instandhouding van een waterberging ten behoeve van watercompensatie van minimaal 710 m2 in de vorm van nieuw oppervlaktewater. Deze nieuwe waterberging is toegestaan buiten het plangebied, bijvoorbeeld op de locatie zoals aangegeven in bijlage 4 bij de regels; b. voorzien wordt in de opvang en vertraagde afvoer van een bui van ten minste 70 mm in één uur (T=100) aan neerslag.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
17
4.4.6
Voorwaardelijke verplichting milieubelastende activiteiten
Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat voor woningen, zoals bedoeld in lid 4.1 sub a, gelden de volgende voorwaardelijke verplichtingen: a. De woningen nabij Spoorlaan 12 kunnen alleen in gebruik worden genomen en in gebruik worden gehouden wanneer als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op het perceel Spoorlaan 12 voldaan wordt aan het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van deze nieuwe woningen. Dit moet blijken uit een akoestisch onderzoek dat ten minste drie maanden voor de aanvang van het gebruik van de woningen aan het bevoegd gezag ter beoordeling wordt overgelegd. b. De woningen binnen een richtafstand van 50 meter vanaf de bedrijven gevestigd op Zuideinde 80 en 92 en Dierensteinweg 30 kunnen alleen in gebruik worden genomen en in gebruik worden gehouden wanneer als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op de betreffende percelen voldaan wordt aan de normen die gelden voor de milieuaspecten geluid (het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van de nieuwe woningen), geur, stof en gevaar. Dit moet blijken uit de milieuonderzoeken die ten minste drie maanden voor de aanvang van het gebruik van de woningen aan het bevoegd gezag ter beoordeling wordt overgelegd. c.
Indien Prorail ten zuiden van het plangebied een regionale verkeersleidings- en incidentenbestrijdingspost realiseert en geen maatregelen neemt op eigen terrein om te kunnen voldoen aan het maximale geluidniveau Lamax op de gevels van de woningen in de eerstelijnsbebouwing aan de zuidelijke grens van het plangebied kunnen deze woningen alleen in gebruik worden genomen en in gebruik worden gehouden wanneer ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - geluidwerende voorziening' geluidwerende voorzieningen worden aangelegd, die er voor zorgen dat voldaan wordt aan het maximale geluidniveau Lamax op de gevels van de nieuwe woningen. 4.4.7
Toetsingsregel geluidluwe gevel vanwege verkeerslawaai
Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan uitsluitend worden verleend indien de woningen, zoals bedoeld in artikel 4.1 sub a, beschikken over één geluidluwe gevel(deel) met een geluidbelasting van maximaal 48 dB vanwege wegverkeerslawaai op basis van een akoestisch onderzoek dat bij de aanvraag wordt overlegd. De geluidbelasting wegverkeerslawaai wordt bepaald na aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. 4.4.8
Voorwaardelijke verplichting bezonning
De gebouwen binnen deze bestemming mogen alleen worden opgericht als middels een bezonningsstudie is aangetoond dat er voldoende bezonning is op de gevels van de gebouwen in de omgeving, voor zover er (direct) achter deze gevels woonfuncties worden gerealiseerd. a. Er is sprake van voldoende bezonning indien er ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag zijn in de periode tussen 19 februari tot en met 21 oktober, ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer, bij een zonnehoogte van tenminste 10'. b. Van het gestelde onder b kan worden afgeweken na een advies hierover van het Kwaliteitsteam op basis van een door initiatiefnemer geleverd bezonningsonderzoek. 4.4.9
Voorwaardelijke verplichting windklimaat
Gebouwen met een bouwhoogte van meer dan 30 meter mogen alleen worden opgericht als: a. wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar windklimaat middels een windonderzoek dat voldoet aan de NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'; b. de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen, zoals die uit het onderzoek als bedoeld onder a. naar voren komen, worden gerealiseerd, en deze in stand worden gehouden; c. uit het windonderzoek blijkt dat minimaal sprake is van een matig windklimaat, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
18
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
4.4.10 Voorwaardelijke verplichting knip Spoorlaan-Zuideinde De gebouwen binnen deze bestemming mogen slechts in gebruik worden genomen onder de voorwaarde, dat er een knip komt in de verbinding tussen de Spoorlaan en de Zuideinde voor auto- en vrachtverkeer. 4.4.11 Voorwaardelijke verplichting groenvoorzieningen a. Binnen 5 jaar nadat de laatste omgevingsvergunning bouwen is verleend voor het deelgebied 'Gemengd' gelegen ten zuidoosten van de Spoorlaan dient voorzien te zijn in de aanleg en behoud van de groenvoorzieningen op de gronden met de bestemming 'Groen', gelegen ten oosten van Spoorlaan. b. Binnen 5 jaar nadat de laatste omgevingsvergunning bouwen is verleend voor het deelgebied 'Gemengd' gelegen ten noord(westen) van de Spoorlaan dient voorzien te zijn in de aanleg en behoud van de groenvoorzieningen op de gronden met de bestemming 'Groen', gelegen ten (noord)westen van de Spoorlaan. c. Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van de termijnen genoemd sub a en b als het voldoen aan de termijnen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en het Kwaliteitsteam hierover heeft geadviseerd. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 4.1 sub b en c ten behoeve van het aanpassen van de maximale oppervlakte bvo per vestiging detailhandel of horeca, waarbij geldt dat: 1. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; 2. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld; 3. er een advies moet liggen van het Kwaliteitsteam; 4. er wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen conform het bepaalde in lid 4.4.4; b. het bepaalde in 4.1 sub j ten behoeve van het aanpassen van de ligging van de bestaande hellingbaan, waarbij geldt dat de nieuwe hellingbaan voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. de minimale breedte bedraagt 7 m; 2. de maximale hellingshoek bedraagt 10 graden; 3. de bereikbaarheid van de noodvoorzieningen door de calamiteitendiensten is voldoende gewaarborgd. c. Het bepaalde in 4.4.3 onder a en b ten behoeve van een hoger langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: 1. op de gevel van een geluidgevoelig object
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Maximaal geluidniveau
dagperiode 55 dB(A) 75 dB(A)
avondperiode 50 dB(A) 70 dB(A)
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
nachtperiode 45 dB(A) 65 dB(A
19
2. in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig object
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Maximaal geluidniveau
dagperiode 35 dB(A) 55 dB(A)
avondperiode 30 dB(A) 50 dB(A)
nachtperiode 25 dB(A) 45 dB(A
d. De afwijking als bedoeld onder c is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat: 1. cumulatief het geluidniveau niet meer bedraagt dan 61 dB(A); en 2. elke woning ten minste één geluidluwe gevel heeft. 4.6
Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de toegestane maximale brutovloeroppervlakte aan detailhandel,zoals bepaald in lid 4.1 sub b te verhogen, mits: a. er aangetoond wordt dat er voldaan wordt aan een de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. er een advies is gevraagd van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland; c. er aangetoond wordt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu/klimaat; d. er wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen conform het bepaalde in lid 4.4.4. e. er voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 4.4.
20
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen; c. voet- en fietspaden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen; f. nutsvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan: 1. 8 m voor lichtmasten; 2. 6 m voor bruggen, verkeersborden en speelvoorzieningen; 3. 3 m voor overige andere bouwwerken. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Cameratoezicht
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 voor het realiseren van een mast voor cameratoezicht ten behoeve van de openbare orde en veiligheid, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; c. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering.
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
21
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g. h. 6.2
bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen; groen- en speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; kunstwerken; terrassen ten behoeve van aanliggende horecavestigingen. Bouwregels
Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. bouwhoogte van andere bouwwerken, mag niet meer bedragen dan: 1. 8 m voor lichtmasten; 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 3. 3 m voor reclamezuilen; 4. 3 m voor overige bouwwerken. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 voor het realiseren van een mast voor cameratoezicht ten behoeve van de openbare orde en veiligheid, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; c. de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie.
22
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.1.1
Voorrangsregeling
Indien er strijd ontstaat tussen het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en het bepaalde in de overige daar voorkomende bestemmingen, prevaleert het bepaalde in de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Rapport archeologische monumentenzorg
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan het bevoegd gezag te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in lid 7.3. 7.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de hierna onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 100 m² beslaan. Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. b. c. d. e.
grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen en afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies en dergelijke;
Bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" (vastgesteld)
23