CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Akoestisch onderzoek planMER Windenergie Vaanplein 1-2 221111.pdf

Oriënterende commissie Ruimte 3 oktober 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein11.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs Daan Booij MSc.

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Opdrachtgever Gemeente Barendrecht

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Datum

21 oktober 2022

Versie

1.1

Auteur

Daan Booij

Tweede lezer

Steven Velthuijsen

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2022 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Inhoudsopgave

H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

H OOFDSTUK 5 5.1 5.2

H OOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

H OOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

H OOFDSTUK 8 BIJLAGE A A.1

BIJLAGE B BIJLAGE C

INLEIDING

4

Aanleiding Windturbines Toelichting vaktermen Wettelijke norm Meten en rekenen Beoordelingscriteria MER

4 4 5 6 7 7

REKENMETHODE

8

Bodemabsorptie en -reflectie Spectrale verdeling Windaanbod Rekenmethode Laagfrequent geluid

8 8 9 10 11

RESULTATEN

12

Contouren Aantal woningen binnen de geluidscontouren Aantal woningen binnen de geluidscontouren – relatief Geluidsbelasting op recreatiegebieden, crematorium en kinderboerderij Nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij Laagfrequent geluid

12 14 14 14 16 17

CUMULATIE

21

Geluidsbronnen Huidige cumulatieve geluidsbelasting Cumulatieve geluidsbelasting inclusief windturbines Gezondheid Gemeentelijk geluidsbeleid

22 22 22 25 28

BEOORDELINGSKADER

29

Beoordelingskader Resultaten

29 30

KLEINERE WINDTURBINES

31

Aanleiding Eigenschappen Resultaten Geluidsbelasting op recreatiegebieden, crematorium en kinderboerderij Cumulatie Gezondheidseffectscreening (GES) Resultaten

31 31 32 34 35 35 36

MITIGERENDE MAATREGELEN

37

Inleiding Normgrenzen Geluidsreducerende modi Rekenresultaten geluid Samenvatting

37 37 41 41 45

BIJLAGEN OVERZICHT WINDTURBINEGEGEVENS

48 49

Algemene kenmerken

49

WINDAANBOD GELUIDSCONTOUREN

50 51 2

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

BIJLAGE D BIJLAGE E

IMMISSIEWAARDEN IN- EN UITVOER GEOMILIEU

52 60

3

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding Bosch & van Rijn heeft ten behoeve van een milieueffectrapportage (MER) een akoestische studie uitgevoerd naar de geluidsimmissie bij gevoelige objecten van drie opstellingsalternatieven voor windturbines rondom het knooppunt Vaanplein in de gemeente Barendrecht. Deze studie volgt de beoordelingscriteria zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Windenergie Vaanplein.

1.2

Windturbines Het MER beschouwt drie alternatieven, die verschillen door het aantal en de posities van de windturbines. Per alternatief is een windturbinetype geselecteerd dat representatief is voor de betreffende klasse van windturbines. Per categorie betekent dit dat een windturbine gekozen is waarvan bekend is dat dit niet de stilste en niet de luidste in haar klasse is. Van een aantal turbines in de desbetreffende klasse is een grafiek gemaakt om inzichtelijk te maken wat de geluidsniveaus zijn van de verschillende windturbinetypen (Figuur 1). Voor de kleine windturbine is uitgegaan van de Vestas V126-3.45 LTq (hierna in de tekst aangeduid als V126) en voor de voor de grote windturbine is de Siemens SG6.6 170 aangehouden. In de figuur is ook te zien dat de geselecteerde turbines qua geluidsniveau niet de stilste of luidste types zijn in hun klasse.

Figuur 1

Jaargemiddelde bronsterkte t.o.v. rotordiameter. De afmetingsklasse van de kleine windturbine is doorgerekend op basis van het windaanbod op 87 meter hoogte. De afmetingsklasse van de grote windturbine is doorgerekend op basis van het windaanbod op 165 meter hoogte. Jaargemiddelde bronsterkte (LE,den)

112

N163-5.X SG 6.6-170

111

110

N163/6.X

G126-2.625

SWT-3.6-130

V126-3.45 LTq

V162-6.0 V162-5.6

108 SWT-3.3-130

3.4M122

107

Vensys170-5600

SG 6.0-170

E-126 7,5MW

109

V126 -3.6

106

E-126 EP4 4.2

105 120

130

Ashoogte = 87 m

Inleiding

140

150

Rotordiameter (in m)

160

170

180

Ashoogte = 165 m

4

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Figuur 2

MER-alternatieven Windenergie Vaanplein Barendrecht

De eigenschappen van de MER-alternatieven staan in onderstaande tabellen. Tabel 1

Eigenschappen windturbineopstellingen. 2x groot

3

2

3

Ashoogte (m)

87

165

165

Rotordiameter (m)

126

170

170

Tiphoogte (m)

150

250

250

Vestas V126 (3,45MW)

Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6MW)

Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6MW)

Gebruikt windturbinetype

Tabel 2

Coördinaten windturbines. 3x klein

1.3

3x groot

3x klein

Aantal windturbines

2x groot

3x groot

X

Y

X

Y

X

Y

94.406

431.383

94.506

431.382

93.992

431.311

94.779

431.392

95.155

431.375

94.703

431.374

95.155

431.375

95.392

431.322

Toelichting vaktermen In de voorgaande en volgende paragrafen worden diverse termen genoemd. ➢ LW,max betreft de maximale bronsterkte van een windturbine, zoals opgegeven door de fabrikant. ➢ LE is de jaargemiddelde bronsterkte, zonder periode gerelateerde straffactoren.

Inleiding

5

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER ➢

➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

➢

Figuur 3

LE,den is de jaargemiddelde bronsterkte, berekend volgens de Lden-methodiek. Ook de geluidsnorm voor (onder andere) wegverkeer is uitgedrukt in Lden. ‘den’ staat hierbij voor Day-Evening-Night. Dit is een jaargemiddelde bronsterkte, waarbij de avond- en nachtperiode zwaarder meetellen door een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB. Lden is het jaargemiddelde invallende geluidsniveau (den = day, evening, night), inclusief straffactoren. Zie ook Figuur 3 ter illustratie. Lnight is het jaargemiddelde invallende geluidsniveau gedurende de nacht (23.007.00u). Lcum,oud is het invallende gecumuleerde geluidsniveau in de huidige situatie Lcum,nieuw is het invallende gecumuleerde geluidsniveau incl. windturbines. LWT is het invallende geluidsniveau als gevolg van de windturbines, voor de 3 MER-alternatieven. L*WT is het invallende ‘hinderequivalente’ geluidsniveau als gevolg van de windturbines: een geluidsniveau dat bij wegverkeer een gelijke mate van hinder zou opleveren als LWT. Ernstige hinder is een subjectieve beleving gekoppeld aan langdurige blootstelling aan geluid.

Berekening L,den, met het meetellen van de straffactoren in de avond en nacht

De jaargemiddelde bronsterkte hangt af van de ‘geluidscurve’ van de windturbine (hoeveel geluid de windturbine produceert bij elke windsnelheid) en het lokale windaanbod en is berekend met het softwarepakket GeoMilieu. De geluidscurve verschilt van type tot type.

1.4

Wettelijke norm Tot voorkort waren er rechtstreeks geldende geluidsnormen voor windparken opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer: 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld zijn

Inleiding

6

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

deze normen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese Mer-richtlijn. In de uitspraak wordt expliciet door de RvS genoemd dat een gemeenteraad niet verplicht is aan te sluiten bij de normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. De raad kan er ook voor kiezen om eigen normen te hanteren. Die normen moeten dan zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. In dit akoestisch onderzoek wordt hier rekening mee gehouden door te rekenen met meerdere geluidsniveaus. In de NRD is voor onder andere het thema geluid aangegeven dat er in het onderzoek een brede effectbepaling en beoordeling wordt gemaakt. Op basis van deze beoordeling kan dan gekomen worden tot een locatie specifieke normstelling. Voorafgaand daaraan wordt voor de 3 MER-alternatieven eerst berekend hoeveel geluid de windturbines op omliggende woningen en andere gevoelige objecten veroorzaken. Het mogelijk limiteren van deze immissie is een vervolgstap daarop.

1.5

Meten en rekenen Voor wat betreft het meten en berekenen van geluid wordt verwezen naar afdeling 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3.2.3 van de Activiteitenregeling milieubeheer, inclusief bijlage 4 daarbij (Reken- en meetvoorschrift windturbines). Ondanks dat de geluidsnormen niet meer gelden blijft het Reken- en Meetvoorschrift van kracht.

1.6

Beoordelingscriteria MER In het milieueffectrapport waar dit onderzoek een bijlage van is wordt het milieueffect geluid beoordeeld aan de hand van de volgende criteria komend uit de NRD: 1. Aantal geluidgevoelige objecten (zoals woningen van derden) binnen de geluidscontouren van 47 dB Lden, 45 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden (absoluut en relatief) 2. Geluidsbelasting ter plaatse van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij. 3. Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan het cumulatieve achtergrondgeluidsniveau van woningen met tenminste 37 dB Lden. In de buurt van het plangebied zijn geen windturbines die bijdragen aan het cumulatieve geluid in de omgeving. Wel wordt het cumulatieve geluidsniveau (inclusief andere bronnen dan het windpark) behandeld in Hoofdstuk 4. Aanvullend wordt op een aantal maatgevende woningen de laagfrequente geluidsbelasting inzichtelijk gemaakt maar dit is geen onderdeel van het beoordelingskader.

Inleiding

7

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 2 Rekenmethode 2.1

Bodemabsorptie en -reflectie De bodem van de onderzochte locatie is te kenmerken als stedelijk gebied en recreatieterreinen met in de nabije omgeving: recreatieterreinen, rijkswegen, spoorwegen, lokale wegen en woonbebouwing. Zowel aan de noordzijde als de zuidzijde van de A15 zijn woonwijken en bedrijventerreinen gevestigd. Een reflecterende bodem, zoals water, zonnepark of verharding, heeft een bodemfactor van 0. Een zachte bodem in de vorm van recreatiegebieden en grasveld in het model zijn gekenmerkt als absorberende bodem en hebben in het Reken- en meetvoorschrift Windturbines een bodemfactor van 1 (Reken- en meetvoorschrift windturbines, paragraaf 3.11.2). Onderstaande afbeelding toont de bodemfactor in de omgeving van het projectgebied.

Figuur 4

Bodemgebied.

2.2

Spectrale verdeling De spectrale verdeling van een windturbine beschrijft hoe het geluid verdeeld is over de verschillende toonhoogten. Het spectrum beïnvloedt de mate waarin het geluid draagt. Lagere tonen worden in de lucht minder snel uitgedoofd. In het algemeen geldt voor windturbines dat er over een breed spectrum geluid wordt uitgezonden en dat hoge en lage tonen een kleiner aandeel hebben in de

Rekenmethode

8

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

totale geluidsemissie dan gemiddelde frequenties (ca. 250-2.500 Hz). Voor de beide typen hebben de windturbinefabrikanten de spectra bekendgemaakt. Het door SG 6.6-170 gepubliceerde spectrum reikt niet lager dan 62,5 Hz. Vandaar dat er bij de 31,5 Hz octaafband dezelfde bronsterkte wordt aangenomen als bij 62,5 Hz (dit is een worst-case aanname, aangezien bij alle windturbinetypes geldt dat de bronsterkte aan de onderkant van het spectrum afneemt bij lagere toonhoogtes). De spectra zijn hieronder weergegeven, alsook in Bijlage E. Figuur 5

Spectra van beide onderzochte windturbinetypes

N.B Als worst-case scenario wordt voor de 31,5 Hz octaafband dezelfde bronsterkte gebruikt als voor de 62,5 Hz octaafband. Voor een realistischer scenario is in bovenstaande figuur ook de spectrale verdeling weergegeven indien het verschil tussen de 62,5 Hz en de 125 Hz wordt geëxtrapoleerd voor de 31,5 Hz band. Het verschil is enkele dB.

2.3

Windaanbod Om de geluidscontouren op een specifieke locatie te berekenen, is informatie benodigd over de windsnelheidsverdeling op de desbetreffende locatie. Ten behoeve van de berekeningen is de meest recente KNMI-dataset toegepast met het windsnelheidsaanbod op basis van langjarige gemiddelden, voor zowel dag, avond en nacht. Dit is conform het Reken- en Meetvoorschrift Windturbines.

Rekenmethode

9

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 6

Windsnelheidsverdeling op de projectlocatie, op verschillende ashoogtes.

16% 14% 87 meter 12%

165 meter

Frequentie

10% 8% 6% 4% 2% 0% 1

3

5

7

9

11

13

15

17

19

21

23

25

Windsnelheid (m/s) Het geluid dat windturbines maken varieert met de windsnelheid. Doorgaans geldt: hoe harder het waait, des te meer geluid maakt een windturbine, tot een bepaalde windsnelheid waarop de windturbine op vol vermogen draait en maximaal geluid produceert. Doorgaans is dit vanaf ca. 9-10 m/s (op ashoogte; aan de grond waait het meestal minder hard).

2.4

Rekenmethode Met het softwarepakket GeoMilieu is voor nabijgelegen woningen de jaargemiddelde geluidsbelasting Lden berekend. Dit is een speciaal gemiddelde, waarbij de avond- en nachtperiode zwaarder meetellen door een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB. De geluidscontouren zijn op een hoogte van 4 meter berekend. Daarnaast is onder andere een viertal contouren getekend, namelijk de vier contouren van 47, 45, 42 en dB Lden in overeenstemming met de MER-beoordelingscriteria. De woningen komen uit de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG, juni 2022). Deze woningen zijn geïmporteerd in Geomilieu om de geluidsbelasting per object te berekenen. De geluidsbelasting is als puntbron per woning op een hoogte van 5 meter berekend. Een specificatie van de hoogte van de gebouwen (met name flats) past niet binnen het detailniveau van dit onderzoek. Ter indicatie is voor alternatief 3x groot de geluidsimmissie van de dichtstbijzijnde flats in de Moliérebuurt op 5m hoogte en op 20m hoogte (maximale hoogte) berekend. Op 20m hoogte is de geluidsbelasting 0,01 dB hoger dan op 20m. Het specificeren van de hoogte van het gebouw zal daarmee geen significant verschil maken voor het geluidsniveau.

Rekenmethode

10

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

2.5

Laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-160 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de voorheen voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden. Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M in 2014 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd1 met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP/Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeerde de Staatssecretaris dat de omgeving bij toepassing van een norm van 47 dB Lden voldoende is beschermd tegen laagfrequent geluid. Daarmee is onderbouwd dat, bij een geluidsnorm voor windenergie van 47 dB Lden of strenger, er geen belangrijke negatieve effecten optreden als gevolg van laagfrequent geluid van windturbines. Gegeven de verwachting dat een lokale geluidsnorm voor windturbines ten minste strenger zal zijn dan 47 dB Lden bevat het planMER geen beoordelingscriteria op dit thema.

Ondanks dit standpunt wordt in dit onderzoek ook het laagfrequent geluid op nabijgelegen woningen meegenomen. Zie daarvoor paragraaf 3.6.

1 kenmerk brief: IENM/BSK-2014/44564

Rekenmethode

11

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 3 Resultaten 3.1

Contouren In deze paragraaf worden ter illustratie de 47 dB Lden, 45 dBLden 42 dB Lden en 37 dB Lden contouren weergegeven van de alternatieven. Dergelijke contouren geven grafisch weer hoe hoog de jaargemiddelde geluidsbelasting is op elke plek rondom de onderzoeksopstellingen. Een 47 dB Lden-contour wil zeggen dat de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB en erbuiten lager.

Figuur 7

Resultaten

Geluidscontouren van alternatief 3x klein.

12

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 8

Geluidscontouren van alternatief 2x groot.

Figuur 9

Geluidscontouren van alternatief 3x groot.

De bovenstaande geluidscontouren vertonen een uitstulping waar deze over wegen of industrie reiken. Dit heeft te maken met het feit dat een harde bodem geluid beter reflecteert, waardoor het verder draagt. Bijlage E bevat de immissiewaarden van de woningen die ten minste 45 dB Lden ontvangen bij alternatief 3x groot. Deze selectie is gemaakt omdat de lijst met alle omliggende woningen te extensief is.

Resultaten

13

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

3.2

Aantal woningen binnen de geluidscontouren De resultaten voor nabijgelegen woningen zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 3

Aantal woningen binnen de geluidscontouren

Kop 1

Alternatief 3x klein

Alternatief 2x groot

Alternatief 3x groot

6.478 1.260 95 13

9.462 1.753 193 15

16.179 4.348 856 106

Woningen binnen de 37 dB Lden contour Woningen binnen de 42 dB Lden contour Woningen binnen de 45 dB Lden contour Woningen binnen de 47 dB Lden contour

3.3

Aantal woningen binnen de geluidscontouren – relatief Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatieve effecten per opstelling zijn. De energieopbrengst resultaten voor nabijgelegen woningen zijn per alternatief samengevat in onderstaande tabel. Alternatief 2x groot scoort relatief gezien beter dan de ander alternatieven.

Tabel 4

Aantal relatieve woningen binnen de geluidscontouren

Kop 1 Energieopbrengst (GWh/jr) Woningen/GWh/jr binnen de 37 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 42 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 45 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 47 dB Lden contour

3.4

Alternatief 3x klein

Alternatief 2x groot

Alternatief 3x groot

28 230 45 3 0

49 192 36 7 0

74 219 59 30 1

Geluidsbelasting op recreatiegebieden, crematorium en kinderboerderij In de nabije omgeving van de MER-alternatieven zijn verschillende recreatiegebieden, een crematorium en een kinderboerderij gelegen. Per MER-alternatief is de verwachte geluidsbelasting op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij berekend. De selectie van recreatiegebieden is gedaan op basis van enkelbestemmingen ‘recreatie’ in bestemmingsplannen en op basis van de structuurvisie Barendrecht (Vastgesteld op 2 juli 2012). De recreatiegebieden zijn in een versimpelde vorm als vlakken ingetekend in de kaart (Figuur 10). Onderstaande figuren tonen de geluidsbelasting van de alternatieven op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Op basis van deze gegevens is in Tabel 5 de minimale en maximale geluidsbelasting per gebied opgemaakt.

Resultaten

14

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 10

Alternatief 3x klein - Geluidsbelasting recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij

Figuur 11

Alternatief 2x groot - Geluidsbelasting recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij

Resultaten

15

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 12

Alternatief 3x groot - Geluidsbelasting recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij

3.5

Nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij De resultaten voor nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 5

Geluidsbelasting nabijgelegen recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij

Kop 1

Recreatieterrein / crematorium / Kinderboerderij

Recreatieterreinen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

Resultaten

Alternatief 3x klein

Alternatief 2x groot

Alternatief 3x groot

Laag (dB Lden)

Hoog (dB Lden)

Laag (dB Lden)

Hoog (dB Lden)

Laag (dB Lden)

Hoog (dB Lden)

34 39 43 44 45 48 47 27 29 32 33 33 36 27 30 37 39 46 41

38 43 46 47 47 49 51 28 30 32 33 35 37 31 38 40 47 58 59

36 40 43 44 45 48 48 30 32 35 35 35 37 30 33 38 40 45 42

39 44 46 47 47 49 52 30 33 35 35 37 38 34 39 40 46 55 56

37 41 45 44 45 47 48 35 36 39 40 41 43 35 38 45 47 49 46

40 45 49 47 47 48 50 35 38 40 41 42 44 38 45 48 56 55 55

16

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER 20 21 Crematorium (22) Kinderboerderij (23)

3.6

34 26 48 45

42 49 51 48

36 29 48 45

43 49 51 49

39 34 48 45

47 50 51 48

Laagfrequent geluid Ten behoeve van de geluidsbelasting is op 4 maatgevende woningen de laagfrequente geluidsbelasting onderzocht. Het laagfrequente geluidsbronvermogen van een windturbine is gedefinieerd als de opgetelde geluidsbronvermogens in de octaafbanden 31,5; 63 en 125 Hz. De vier maatgevende woningen zijn de dichtstbijzijnde woningen van de vier woonwijken ten opzichte van het windpark. Tabel 6 toont de afstand van de maatgevende woning tot de dichtstbijzijnde windturbine per alternatief. Hiermee is voor de vier dichtstbijzijnde woningen indicatief inzichtelijk gemaakt hoeveel laagfrequent geluid de windturbines veroorzaken.

Figuur 13

Maatgevende woningen laagfrequent geluid

Tabel 6

Afstand maatgevende woningen tot dichtstbijzijnde windturbine per alternatief Afstand tot alternaAfstand tot alternaAfstand tot alternatief Maatgevende woning Berlagedreef 69 Bijenpark 10 Gazellenburg 48 Poelenburg 18

Resultaten

tief 3x klein (m)

tief 2x groot (m)

3x groot (m)

792 316 508 487

792 316 549 575

627 402 469 326

17

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

3.6.1

Vergelijking Vercammen-curve Om iets te kunnen zeggen over de hinderlijkheid van het laagfrequente geluid van de windturbines vergeleken met de zogenaamde “Vercammen 3-10%-curve”. In 1990 is er in opdracht van het ministerie van VROM een rapport samengesteld waarin normen worden voorgesteld die gehanteerd zouden kunnen worden bij vergunningverlening. In dit rapport werd door Martijn Vercammen een grenswaarde voorgesteld waarbij 3 tot 10% van de doorsnee bevolking hinder zou kunnen ondervinden. De Vercammen-curve is een normstelsel voor binnenshuis. Door bij de waarden van de curve een waarde behorende bij een standaard gevel op te tellen vind je een Vercammen-curve voor buitenshuis.2 Onderstaande tabel laat de curves voor binnen en buiten zien.

Tabel 7 Vercammen-curve binnen- en buitenshuis 10 12,5 16 20 Frequentie [Hz] Vercammen binnengrenswaarde Geluidwering standaard gevel Vercammen gevelwaarde

86 5 91

82 6 88

76,7 7 83,7

70,5 8 78,5

25 64,7 9 73,7

31,5 59,4 10 69,4

40 54,6 11 65,6

50 50,2 12 62,2

63 46,2 13 59,2

83 42,5 14 56,5

100 39,1 15 54,1

125 36,1 17 53,1

Omdat GeoMillieu de immissiewaarden alleen in octaafvorm presenteert, is gekozen om deze immissiewaarden om te zetten in tertswaarden. Als voorbeeld wordt de geluidsimmissie van de 31,50 Hz band gelijkmatig verdeeld onder de 25, 31,5 en 40 Hz banden. Omdat het spectrum van windturbines een bolling heeft (lagere niveaus bij hoge en lage tonen, hogere niveaus bij gemiddelde tonen, zie Figuur 5) zal dit in een overschatting bij de (lager frequente) 25 Hz band en een lichte onderschatting bij de (hoger frequente) 40 Hz band resulteren. De immissie wordt vergeleken met deze waarden. Het laagfrequente geluidsniveau bij de maatgevende woningen is per alternatief in de grafieken hieronder weergegeven, evenals de Vercammen-curve voor buitenshuis. Voor de maatgevende woningen is de instantane geluidsbelasting berekend en in onderstaande figuren afgezet tegenover de Vercammen-curve.

2 Royal HaskoningDHV, 2017, Laagfrequent geluid in het kader van het MER HHTT

Resultaten

18

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 14

Vergelijking Vercammen-curve en laagfrequente immissie maatgevende woningen, 3x klein

Alternatief 3x klein - Vercammen-curve en maatgevende objecten

Geluiddrukniveau (dB)

80 70 60 50 40 30 20

25

31,5

40

50

63

80

100

125

Frequentie [Hz]

Figuur 15

Vercammen gevelwaarde

Berlagedreef 69

Gazellenburg 48

Poelenburg 18

Bijenpark 10

Vergelijking Vercammen-curve en laagfrequente immissie maatgevende woningen, 2x groot

Geluiddrukniveau (dB)

80

Alternatief 2x groot - Vercammen-curve en maatgevende objecten

70 60 50 40 30 20 25

31,5

40

50

63

80

100

125

Frequentie [Hz] Vercammen gevelwaarde

Berlagedreef 69

Bijenpark 10

Gazellenburg 48

Poelenburg 18

Resultaten

19

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 16

Vergelijking Vercammen-curve en laagfrequente immissie maatgevende woningen, 3x groot

Alternatief 3x groot - Vercammen-curve en maatgevende objecten

Geluiddrukniveau (dB)

80 70 60 50 40

30 20 25

31,5

40

50

63

80

100

125

Frequentie [Hz] Vercammen gevelwaarde

Berlagedreef 69

Bijenpark 10

Gazellenburg 48

Poelenburg 18

Zoals uit de grafieken blijkt geldt voor alle drie de alternatieven dat het laagfrequente geluiddrukniveau (dus niet A-gewogen) bij de maatgevende woningen niet boven de Vercammen-curve komt. Gegeven de ligging van de maatgevende woningen en de mate waarin het geluiddrukniveau onder de Vercammen-curve blijft kunnen we daarmee stellen dat er geen woningen zijn waar deze alternatieven wel een overschrijding van de Vercammencurve veroorzaken.

Resultaten

20

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 4 Cumulatie Het RIVM is in bezit van geluidkaarten per geluidsbron en heeft deze kaarten samengevoegd tot één rasterkaart met het cumulatieve geluidsniveau in Lden3. Deze kaart bevat de geluidsbelasting van de volgende bronnen: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Rijkswegen, gemeentelijke en provinciale wegen: gebaseerd op verkeersramingen uit 2017 (www.emissieregistratie.nl). Railverkeer: gebaseerd op gegevens ten behoeve van richtlijn 2002/49/EG uit 2016 afkomstig van Prorail. Luchtvaart: gebaseerd op geluidkaarten die door het Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium die zijn opgesteld in 2016. Industrie: op basis van kentalgegevens voor verschillende typen van industrieterreinen. Windturbines: gebaseerd op gegevens uit 2020 van RIVM, RWS en Windstats.

De openbare kaart is gebruikt om het huidige geluidsniveau bij alle geluidsgevoelige objecten in de nabije omgeving af te lezen. Alle woningen binnen 3 km van het windpark zijn meegenomen in de analyse. Zie onderstaande figuur voor de ligging van de adressen in de omgeving en de huidige cumulatieve geluidsniveaus (Lcum,oud). Figuur 17

Huidige cumulative geluidsbelasting (Lcum, oud). Bron: RIVM.

De kaart met cumulatieve geluidswaarden van het RIVM geeft aan wat de huidige geluidsbelasting is. Vervolgens wordt het windturbinegeluid van de alternatieven

3 https://data.overheid.nl/dataset/7133-geluid-in-nederland--lden- / Geluid (rivm.nl)

Cumulatie

21

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

hierbij opgeteld, om zowel het nieuwe cumulatieve geluidsniveau alsmede de toename te tonen.

4.1

Geluidsbronnen De voornaamste geluidsdruk in de omgeving komt van wegverkeerlawaai, spoorwegen, overige wegen en industrielawaai. Er zijn geen andere windturbines in de omgeving die impact hebben op de geluidsniveaus bij de woningen. Er zijn geen nabijgelegen bronnen van nestgeluid.

4.2

Huidige cumulatieve geluidsbelasting De huidige cumulatieve geluidsbelasting van industrie en wegverkeer samen wordt berekend volgens de rekenregels voor cumulatie van verschillende bronnen. De kaart biedt op globale schaal een goed beeld van de geluidkwaliteit van aandachtsgebieden zoals woonkernen, natuur- en stiltegebieden. De bijdrage aan de cumulatieve kaart door weg- en railverkeer is bepaald met een standaard rekenmethode (RIMV2012). De cumulatieve kaart is een gecombineerd totaal van de genoemde bronnen en geeft een indicatief beeld voor de geluidkwaliteit. Het verkregen resultaat wordt aangeduid met Lcum,oud: het cumulatieve geluidsniveau zonder de windturbines. Voor het effect van de windrichting en andere meteorologische omstandigheden op de geluidsbelasting van de windturbines wordt er gecorrigeerd met een meteocorrectieterm. Binnen 10x de afstand tussen de bron en ontvanger wordt geen meteocorrectieterm toegepast. Hierbij wordt uitgegaan van een worstcasescenario. Buiten deze afstand wordt gecorrigeerd met een meteocorrectieterm en zal de geluidscontour licht naar het noordoosten uitwijken als gevolg van de dominante windrichting uit het zuidwesten.

4.3

Cumulatieve geluidsbelasting inclusief windturbines Ook de geluidsbelasting als gevolg van de windturbines kan door middel van een rekenregel worden omgerekend naar equivalente geluidsniveaus, waarna deze toevoeging kan worden opgeteld bij de huidige geluidsbelasting. Zo vinden wij de cumulatieve geluidsbelasting inclusief de windturbines: Lcum,nieuw en de toename van het geluidsniveau bij elke woning. De berekening wordt voor elk MER-alternatief apart uitgevoerd. De betekenis van de kolomnamen in de tabel is als volgt: Lcum,oud Gecumuleerd geluid a.g.v. zowel industrie als wegverkeer LWT Geluid a.g.v. windturbines, voor de MERalternatieven.

Cumulatie

22

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

L*WT Geluid a.g.v. windturbines, hinderequivalent geluidsniveau Lcum,nieuw Gecumuleerd geluid a.g.v. industrie, wegverkeer én windturbines. Toename Het verschil tussen Lcum,nieuw en Lcum,oud Deze manier van ‘cumuleren’ houdt dus rekening met het feit dat windturbinegeluid als hinderlijker wordt ervaren: een geluidsbelasting van windturbines van 45 dB Lden telt bijvoorbeeld even zwaar mee als een geluidsbelasting van wegverkeer van 54 dB Lden4.

4.3.1

In de wijken rondom het windpark Voor elk van de vier buurten rondom het plan (Bijdorp, Vrijenburg, Molièrebuurt en Zuidwijk) is in Tabel 8 t/m Tabel 10 de geluidsbelasting van de dichtstbijzijnde woningen voor elk alternatief weergegeven.

Tabel 8

Alternatief 3x klein - De cumulatieve geluidsbelasting van de dichtstbijzijnde woning uit elk van de vier omliggende wijken. Adres Poelenburg 18 (Zuidwijk) Bijenpark 10 (Molièrebuurt) Gazellenburg 48 (Vrijenburg) Berlagedreef 69 (Bijdorp)

Tabel 9

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

53 60 62 63

44 47 43 40

52 58 52 47

56 62 62 63

3 2 0 0

Alternatief 2x groot - De cumulatieve geluidsbelasting van de dichtstbijzijnde woning uit elk van de vier omliggende wijken. Adres

Poelenburg 18 (Zuidwijk) Bijenpark 10 (Molièrebuurt) Gazellenburg 48 (Vrijenburg) Berlagedreef 69 (Bijdorp) Tabel 10

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

53 60 62 63

44 50 44 42

52 62 52 49

56 64 62 63

3 4 0 0

Alternatief 3x groot - De cumulatieve geluidsbelasting van de dichtstbijzijnde woning uit elk van de vier omliggende wijken. Adres

Poelenburg 18 (Zuidwijk) Bijenpark 10 (Molièrebuurt) Gazellenburg 48 (Vrijenburg) Berlagedreef 69 (Bijdorp)

4.3.2

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

53 60 62 63

49 49 46 44

60 60 56 53

61 63 63 63

8 3 1 0

Hoogste cumulatieve geluidsbelasting Tevens is per alternatief een vijftal adressen opgenomen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting (incl. windturbines) per alternatief waar ten minste een toename van 1 dB plaatsvindt. 4

Cumulatie

De daadwerkelijke rekenregel is: L*WT = 1,65*LWT - 20,05.

23

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Tabel 11

Alternatief 3x klein – Een vijftal adressen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting met een minimale toename van 1 dB. Adres

Bijenpark 6 Bijenpark 9 Bijenpark 8 Bijenpark 7 Bijenpark 5 Tabel 12

Bijenpark 6 Bijenpark 10 Bijenpark 9 Bijenpark 8 Bijenpark 7

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

61 60 60 60 60

49 49 49 49 49

60 61 60 60 60

64 63 63 63 63

3 3 3 3 3

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

61 60 60 60 60

49 50 49 49 49

61 62 61 61 61

64 64 64 64 64

3 4 4 4 4

Alternatief 3x groot - Een vijftal adressen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting met een minimale toename van 1 dB. Adres

Gazellenburg 52 Gazellenburg 54 Gazellenburg 40 Gazellenburg 48 Gazellenburg 46

4.3.3

LWT

Alternatief 2x groot - Een vijftal adressen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting met een minimale toename van 1 dB. Adres

Tabel 13

Lcum, oud

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

66 66 65 65 65

47 47 47 47 47

57 57 57 57 57

67 67 66 66 66

1 1 1 1 1

Hoogste toename van cumulatieve geluidsbelasting Aanvullend zijn in onderstaande tabellen per alternatief een vijftal adressen opgenomen waar de grootste toename van geluid voorkomt.

Tabel 14

Alternatief 3x klein – Een vijftal adressen met de grootste toename van cumulatief geluid. Adres

Voltairestraat 30 Voltairestraat 32 Voltairestraat 34 Voltairestraat 36 Voltairestraat 38

Tabel 15

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

51 51 51 51 51

45 45 45 45 45

54 54 54 54 54

56 56 56 56 56

5 5 5 5 5

Alternatief 2x groot – Een vijftal adressen met de grootste toename van cumulatief geluid. Adres

Rousseaustraat 30 Rousseaustraat 32 Rousseaustraat 34 Rousseaustraat 36 Rousseaustraat 38

Cumulatie

Lcum, oud

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

51 51 51 51 51

46 46 46 46 46

56 56 56 56 56

57 57 57 57 57

6 6 6 6 6

24

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Tabel 16

Alternatief 3x groot – Een vijftal adressen met de grootste toename van cumulatief geluid. Adres

Maldenburg 92 Maldenburg 90 Nijenburg 87 Nijenburg 85 Maldenburg 88

4.4

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

51 51 51 51 51

48 48 48 48 48

59 59 59 59 59

60 59 59 59 59

9 8 8 8 8

Gezondheid GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die beoordeeld worden op mogelijke gezondheidseffecten. (Bron: InfoMil). Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd. Bij de beschouwing van de hinder die door windturbines wordt veroorzaakt is het zuiver om ook de aard van de omgeving mee te nemen in de overweging. Daarom is een analyse gemaakt van de huidige mate van (geluids)overlast en de toename van deze overlast als gevolg van de komst van windturbines. Om de huidige hinder te kwantificeren maken wij gebruik van de volgende dosishinderrelatie voor cumulatief geluid, die ook in het planMER is gebruikt:

Figuur 18

Grafische weergave van de Gezondheideffectscreening (GES), en hinder die daarmee gepaard gaat.

25 Cumulatie

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Wij gebruiken de zwarte lijn5 in bovenstaande figuur om voor alle woningen in de omgeving van het windpark te berekenen hoe groot het hinderpercentage is als gevolg van de cumulatieve geluidsbelasting, zowel zonder als met de windturbines. Combinatie met het gemiddelde aantal bewoners per woning levert een indicatie van het totale aantal ernstig gehinderden. Huidige situatie De omgeving van de locatie Vaanplein kent een hoog achtergrondgeluidsniveau, zie figuur hieronder. Figuur 19

Overzicht van de huidige cumulatieve geluidsbelasting van bijna 25.000 onderzochte woningen6 in de omgeving van de windlocatie.

Uit de berekening blijkt dat er in de huidige situatie 3.440 ernstig gehinderden zijn, een hinderpercentage van zo’n 6%. De komst van windturbines heeft effect op de cumulatieve geluidsbelasting en daarmee op de hinder. Onderstaande figuur laat de toename van het aantal ernstig gehinderden zien:

5 Bron: Handboek GES, 2018 p. 122. Om per woning de hinder nauwkeuriger te berekenen is de een

tweedegraads polynome functie berekend die de zwarte lijn zeer goed benadert (R 2 = 0,996): 𝑦 = 0,0296𝑥 2 − 2,4197𝑥 + 50,097 6 Het onderzoek kijkt naar alle geluidgevoelige objecten, incl. woonwagens en onderwijs- en gezondheidsfuncties. Voor de leesbaarheid vatten we dit samen als ‘woningen’.

Cumulatie

26

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 20

Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan de bijna 25.000 woningen. 400

Toename aantal ernstig gehinderden

350 300 250 200 150

100 50 0 Alternatief: 3x klein

Alternatief: 2x groot

Alternatief 3x groot

Bij alternatief 3x klein neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.569; een toename van 4%. ➢ Bij alternatief 2x groot neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.627; een toename van 5%. ➢ Bij alternatief 3x160 neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.811; een toename van 11%. ➢

Bij elke cumulatieve geluidsbelasting hoort een GES-score (zie Figuur 18). Als de cumulatieve geluidsbelasting op een woning toeneemt kan de GES-score wijzigen. Tabel 17 toont hoe het aantal woningen met een bepaalde GES-score verandert. Bij alternatief 3x groot zijn dit relatief eel woningen in vergelijking met de twee andere alternatieven. Tabel 17

Cumulatie

Aantal woningen per GES-klasse, per alternatief. Klasse

Akoestische beoordeling

GES0

zeer goed

GES1

goed

GES2

huidige situatie Verandering a.g.v. windturbines 3x klein 2x groot 3x groot 0 0 0 0 81

-25

-47

-67

redelijk

11.055

-1.087

-1.368

-2.680

GES4

matig

8.591

+963

+1.122

+1.714

GES5

zeer matig

3.671

+142

+281

+963

GES6

onvoldoende

1.514

+7

+12

+70

GES7

ruim onvoldoende

35

35

35

35

GES8

zeer onvoldoende Totaal aantal woningen

0

0

0

0

24.947

27

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

4.5

Gemeentelijk geluidsbeleid De gemeenteraad van Barendrecht heeft in het milieubeleidsplan 2003-2006 besloten voor haar gemeente een geluidsbeleidsplan te laten opstellen. Onderdeel van dit beleid is om de geluidsbelasting binnen de gemeente niet te laten verhogen door middel van het “stand-still” principe. Het “stand-still” principe van de gemeente Barendrecht kan als volgt worden samengevat: Geen geluidssituaties creëren waarbij de geluidsbelasting boven de saneringswaarde (70 dB(A)) komt te liggen; ➢ Het percentage geluidsgehinderden niet laten toenemen ten opzichte van 20067. Er zijn geen Barendrechtse woningen waar de cumulatieve geluidsbelasting (met of zonder windturbines 70 dB(A) of hoger bedraagt. ➢

Wat betreft het percentage geluidsgehinderden geldt dat in 2006 de situatie als volgt was: Tabel 18

Verdeling van geluidsbelasting

Om een vergelijking te maken zijn de cumulatieve geluidsbelastingswaarden (uit dezelfde bron als beschreven in paragraaf 4.1) berekend voor heel Barendrecht om de huidige situatie in percentage woningen per geluidsklasse inzichtelijk te maken. Vervolgens kan op basis van de cumulatieve geluidsbelasting per woning in de omgeving van de windturbines (binnen de gemeente Barendrecht) worden berekend hoe deze percentageverdeling wijzigt als gevolg van de drie MER-alternatieven: Tabel 19

Verandering van de geluidsbelasting (percentages over de gehele gemeente Barendrecht). Achter elk percentage is tussen haakjes de toe- of afnamen van het aantal woningen binnen een geluidsklasse weergegeven. Geluidsklasse

2006

huidige situatie

van 0 tot 54 dB

72,0%

o.b.v. RIVM-data 66,7%

3x klein 66,3% (-87)

2x groot 66,0% (-139)

3x groot 64,3% (-473)

van 55 tot 59 dB

16,9%

21,1%

21,5% (+87)

21,8% (+138)

23,0% (+386)

van 60 tot 64 dB

10,5%

11,0%

11,0%

11,0% (+1)

11,2% (+49)

van 65 tot 69 dB

0,6%

1,2%

1,2%

1,2%

1,4% (+48)

-

-

-

-

-

70 dB of meer

7

Cumulatie

met windturbines:

Feitelijk geldt het stand-still principe voor geluidsbelasting vanwege het weg- en spoorwegverkeer en industrie.

28

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 5 Beoordelingskader 5.1

Beoordelingskader Voor de alternatieven is de geluidemissie naar de omgeving berekend conform het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling. De geluidcontour van 37, 42, 45 en 47 dB Lden is berekend en weergeven op de kaarten met geluidscontouren per alternatief. Daarnaast is van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij berekend wat de jaargemiddelde geluidsimmissie is. Hiermee worden de verschillen in effecten duidelijk gemaakt voor de alternatieven. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie wordt het thema geluid en gezondheid ook uitgedrukt in relatie tot de energieopbrengst.

Tabel 20

Beoordelingscriteria geluid en gezondheid.

Thema

Geluid

Gezondheid

Tabel 21

Tabel 22

Beoordelingskader

Beoordelingscriteria Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 37 dB Lden-geluidscontour (absoluut en relatief) Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 42 dB Lden-geluidscontour (absoluut en relatief) Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 45 dB Lden-geluidscontour (absoluut en relatief) Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 47 dB Lden-geluidscontour (absoluut en relatief) Geluidsbelasting ter plaatse van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van het windturbinegeluid aan het cumulatieve achtergrondgeluidsniveau van woningen met tenminste 37 dB Lden (absoluut en relatief)

Scoretabel aantal geluidsgevoelige objecten binnen drie geluidscontouren absoluut. >37 dB Lden >42 dB Lden >45 dB Lden >47 dB Lden --

Meer dan 10.000

Meer dan 2000

Meer dan 250

Meer dan 25

0 +

5000-10.000 0-5000. n.v.t.

1000-2000 0-1000 n.v.t.

75-250 0-75 g n.v.t.

0-25 0 n.v.t.

++

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Scoretabel relatieve beoordeling: aantal geluidsgevoelige objecten per GWh/jr binnen drie geluidscontouren. >37 dB Lden >42 dB Lden >45 dB Lden >47 dB Lden --

> 250

> 50

> 25

>5

-

1-250

1-50

1-10

1-5

29

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Tabel 23

0

<1

<1

<1

<1

+ ++

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Beoordelingstabel geluidsbelasting recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij

Aantal locaties met een maximale geluidsbelasting > 47 dB Lden

Tabel 24

5.2

--

> 7 locaties 1 – 7 locaties

0 + ++

0 locaties n.v.t. n.v.t.

Beoordelingstabel cumulatief geluid: toename van het aantal ernstig gehinderden. Absoluut (aantal ernstig gehinderden) -Toename van meer dan 200 0 +

Toename van 1-200 Geen toename n.v.t.

++

n.v.t.

Resultaten Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende alternatieven.

Tabel 25

Beoordelingskader

Overzichtstabel effectbeoordeling Geluid Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour

3x klein -

2x groot -

3x groot --

Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour

-

-

--

Aantal woningen binnen 45 dB Lden-contour

-

-

--

Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour

-

-

--

Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour

-

-

-

Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Recreatie/crematorium/kinderboerderij – aantal locaties met een maximale geluidsbelasting van >47 dB Lden Gezondheid Toename aantal ernstig gehinderden

0

0

---

-

-

--

-

-

--

30

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 6 Kleinere windturbines 6.1

Aanleiding Naar aanleiding van zienswijzen en de wens van de raad om de alternatieven ook op opwek vermogen te vergelijken is op hoofdlijnen onderzocht in hoeverre kleinere windturbines (tiphoogte max. 100 meter) tot een realiseerbare opstelling zouden kunnen leiden. Deze variant is geen onderzoeksopstelling, maar wel aanvullend aan de NRD en wordt beoordeeld langs dezelfde criteria.

6.2

Eigenschappen De aanvullende variant bestaat uit vier windturbines met een ashoogte van 65 meter en een rotordiameter van 70 meter. Het gebruikte windturbinetype is de Enercon E-70 (2,3 MW). De posities van de windturbines zijn weergegeven in Figuur 21.

Figuur 21

Variant 4x 100m tip

Een schematische weergave van de afmetingen van de variant 4x 100m tip is ten opzichte van de MER-alternatieven in Figuur 22 weergegeven.

Kleinere windturbines

31

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 22

Schematische weergave van de afmetingen van de MER-alternatieven ten opzichte van een variant met een tiphoogte van 100 meter.

Tabel 26 toont de coördinaten van de windturbines. Tabel 26

Coördinaten variant 4x 100m tip. 4x 100m tip

6.3

X

Y

94.061

431.328

94.420

431.378

94.776

431.382

95.131

431.356

Resultaten In Figuur 23 zijn ter illustratie de 47 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden contouren weergegeven van de variant. Dergelijke contouren geven grafisch weer hoe hoog de jaargemiddelde geluidsbelasting is op elke plek rondom de de windturbineopstelling. Een 47 dB Lden-contour wil zeggen dat de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB en erbuiten 47 dB of lager.

Kleinere windturbines

32

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 23

Alternatief 4x 100m tip - 47, 42 en 37 dB Lden contour

Tabel 27 geeft het aantal woningen binnen de 47 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden contouren weer. Tabel 27

Aantal woningen binnen de geluidscontouren.

Kop 1

Alternatief 4x 100m tip

Woningen binnen de 37 dB Lden contour Woningen binnen de 42 dB Lden contour Woningen binnen de 45 dB Lden contour Woningen binnen de 47 dB Lden contour

3.996 265 0 0

Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatieve effecten per opstelling zijn. De resultaten voor nabijgelegen woningen zijn per alternatief samengevat in onderstaande tabel. Tabel 28

Aantal woningen binnen de geluidscontouren relatief.

Kop 1

Alternatief 4x 100m tip

Energieopbrengst (GWh/jr) Woningen/GWh/jr binnen de 37 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 42 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 45 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 47 dB Lden contour

Kleinere windturbines

13 313 21 0 0

33

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

6.4

Geluidsbelasting op recreatiegebieden, crematorium en kinderboerderij In de nabije omgeving van de variant zijn verschillende recreatiegebieden, een crematorium en een kinderboerderij gelegen. Voor de variant is de verwachte geluidsbelasting op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij berekend. De recreatiegebieden zijn in een versimpelde vorm als vlakken ingetekend in de kaart. Figuur 24 toont de geluidsbelasting van de alternatieven op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Op basis van deze gegevens is in de minimale en maximale geluidsbelasting per gebied opgemaakt.

Figuur 24

Alternatief 4x 100m tip - Geluidsbelasting recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij.

Tabel 29

Minimale en maximale geluidsbelasting recreatieterreinen, crematorium en kinderboerderij.

Kop 1

Recreatieterrein / crematorium / Kinderboerderij

Recreatieterreinen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Kleinere windturbines

Alternatief 4x 100m tip Laag (dB Lden) Hoog (dB Lden)

33 37 42 42 42 45 44 28 30 33 34 35 37

36 42 46 45 44 46 48 28 31 33 34 36 38

34

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER 14 15 16 17 18 19 20 21 Crematorium (22) Kinderboerderij (23)

6.5

28 31 39 41 48 38 32 27 46 42

32 40 42 59 58 58 39 47 48 45

Cumulatie Op de volgende pagina is voor de variant een vijftal adressen opgenomen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting (incl. windturbines) door de variant waar ten minste een toename van 1 dB plaatsvindt.

Tabel 16

Alternatief 4x 100m tip - Een vijftal adressen met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting met een minimale toename van 1 dB. Adres

Voltairestraat 119 Voltairestraat 121 Voltairestraat 123 Voltairestraat 125 Voltairestraat 127

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

57 57 57 57 57

43 43 43 43 43

50 50 50 50 50

58 58 58 58 8

1 1 1 1 1

Aanvullend is een vijftal adressen opgenomen waar de grootste toename van cumulatieve geluidsbelasting plaatsvindt. Tabel 30

Alternatief 4x 100m tip – Een vijftal adressen met de grootste toename van cumulatief geluid. Adres

Poelenburg 23 Poelenburg 13 Poelenburg 25 Nijenburg 87 Poelenburg 27

6.6

Lcum, oud

LWT

L*WT

Lcum, nieuw

Toename Lcum

52 52 52 51 52

44 44 44 44 44

53 53 53 52 53

56 56 56 55 56

4 4 4 4 4

Gezondheidseffectscreening (GES) Zoals in paragraaf 4.4 uitgelegd leidt een windpark tot een toename van het aantal ernstig gehinderden. Bij alternatief 4x 100m tip neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.504; een toename van 2%.

Kleinere windturbines

35

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER Figuur 25

Toename van het aantal ernstig gehinderden a.g.v. cumulatieve geluidsbelasting, inclusief Variant 4x100m tip.

Toename aantal ernstig gehinderden

400 350 300 250 200 150 100 50 0 Alternatief: 3x klein Alternatief: 2x groot Alternatief 3x groot

6.7

Alternatief 4x 100

Resultaten Voor de alternatieven is de geluidemissie naar de omgeving berekend conform het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling. De geluidcontour van 37, 42 en 47 dB Lden is berekend en weergeven op de kaarten met geluidscontouren per alternatief. Daarnaast is van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij berekend wat de jaargemiddelde geluidsimmissie is. Hiermee worden de verschillen in effecten duidelijk gemaakt voor de alternatieven. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de variant. Het beoordelingscriterium is gelijk aan die voor de MER-alternatieven. Deze is beschreven in Hoofdstuk 5.

Tabel 31

Beoordeling Variant.

Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour

4x 100m tip 0

Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour

0

Aantal woningen binnen 45 dB Lden-contour

0

Geluid

Kleinere windturbines

Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour

0

Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour

--

Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Recreatie/crematorium/kinderboerderij – aantal locaties met een maximale geluidsbelasting van >47 dB Lden Gezondheid Toename aantal gehinderden

0 0 -

36

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Hoofdstuk 7 Mitigerende maatregelen 7.1

Inleiding In de beoordeling in bovenstaand hoofdstuk is geen rekening gehouden met mitigerende maatregelen of normstelling die de immissie op omliggende woningen verlaagt. Om inzicht te krijgen in dergelijke mogelijkheden beschouwt dit hoofdstuk een aantal mogelijke normwaarden. Windturbines zullen een gedeelte van de tijd in een stillere geluidsmodus moeten draaien om aan dergelijke normgrenzen te voldoen. Om aan dergelijke normen te moeten voldoen dient het geluid van de windturbines in sommige gevallen te worden verminderd. Er zijn verschillende mogelijkheden voor dergelijke ‘mitigatie’, bijvoorbeeld het gebruiken van stillere windturbines, gedeeltelijk terugschroeven of het tijdelijk stilzetten van de windturbines. Tevens zijn er mogelijkheden tot mitigatie bij de ontvanger zoals het toepassen van gevelisolatie of het plaatsen van bomen tussen de woning en de windturbines om het geluid van windturbines te maskeren als het hard waait. Echter valt dit niet binnen de scope van het onderzoek. Daarbij wordt per MER-alternatief steeds een mitigatieschema geformuleerd waarbij aan de betreffende normgrens kan worden voldaan.

7.2

Normgrenzen Zoals in paragraaf 1.4 staat beschreven zijn de normen voor windturbines door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard en kan de raad kan er ook voor kiezen om eigen normen te hanteren. Om gemeenten ook inhoudelijk te helpen heeft de regio Rotterdam een handreiking een uitgewerkte lijst van mogelijke lokale normering8. Het MER onderzoekt voor geluid de mogelijke lokale normgrenzen van 43, 45 en 47 dB Lden. ➢ 47 dB Lden: de waarde waarbij het hinderpercentage ongeveer overeenkomt met dat bij de hoogste grenswaarden voor rail- en wegverkeerslawaai (zie Figuur 26). ➢ 45 dB Lden: norm die aansluit bij de voorwaardelijke aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie om een hogere milieubescherming te bieden. ➢ 43 dB Lden: zeer strenge norm om de haalbaarheid te toetsen van een windpark dat qua geluid een minimale toevoeging doet aan het hoge cumulatieve achtergrondgeluidniveau. Deze norm sluit aan bij het hinder-percentage dat hoort bij de voorkeurswaarden voor wegverkeer/industrielawaai.

8 Handreiking lokale normering windparken regio Rotterdam - Helpdesk Wind op Land, 2022

(https://www.helpdeskwindopland.nl/praktijkvoorbeelden/2158310.aspx)

Mitigerende maatregelen

37

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

Dosismaat Lden9

7.2.1

In aansluiting op de richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement wordt in Nederland gekozen om de geluidbelasting uit te drukken in decibel (dB) Lden of dB Lnight. De geluidbelasting in dB Lden wordt ook wel de dag-avond-nachtgeluidsbelastingsindicator genoemd. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 omdat in deze periode geluid hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. Voor bijzondere geluidbelasting situaties zijn aanvullende indicatoren tevens mogelijk. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn: ➢ Combinatie van geluid uit verschillende bronnen; ➢ Relatief stille zones in het buitengebied; ➢ De lage frequentiecomponent (LFG) van het geluid is sterk; De maximale optredende geluidbelastingen die door een windturbine worden veroorzaakt zijn circa 2-4 dB(A) hoger dan het optredende jaargemiddelde geluidbelasting van een windturbine.10 Bij een geluidbelasting van 47 dB Lden op een punt is het daadwerkelijk ervaren gemiddelde geluidniveau11 op de gevel (bij hoge windsnelheden op ashoogte) circa 43-45 dB(A). De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het geluidsbronvermogen van de windturbine.

Het geluid van een windturbine kan desgewenst worden beperkt door toepassing van een voorziening op de bladen of door het vermogen te reduceren. Dit leidt tot verlies van energieproductie. De hoeveelheid geluid heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de optredende windsnelheid. Tot een bepaalde windsnelheid neemt de geluidsproductie toe, vanaf deze specifieke windsnelheid blijft de geluidsproductie gelijk. De windsnelheid is door het KNMI voor geheel Nederland op ashoogtes tussen 10 en 260 meter boven het maaiveld de windverdelingen beschikbaar gesteld. Met deze verdelingen kan een goede voorspelling per beoordelingsperiode worden gegeven van de te verwachten geluidbelasting op de omgeving. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is er op zichzelf geen aanleiding een Lnight normering te stellen aanvullend op een Lden normering. Bij constante geluidniveaus bedraagt het verschil tussen de geluidbelasting in dB Lden en dB Lnight circa 6 dB en biedt een aparte norm voor Lnight geen extra bescherming, tenzij deze 7 dB of meer lager is dan de Lden-normering. Daarnaast kan er op basis van onderzoeken nog geen conclusie worden getrokken over de samenhang tussen geluid van windturbines en slaapverstoring12.

De WHO geeft in haar rapport van 2018 dan ook geen advies over een Lnight-norm voor windturbines. 9

10

11

12

Deze tekst is gebaseerd op een paragraaf uit ‘Onderzoek milieunormen windenergie Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding’, Pondera, 2021. Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief, E. Koppen, Arcadis, Windnieuws nr. 4 2015. De daadwerkelijk ervaren geluidsniveaus zijn lager dan het gewogen Lden gemiddelde omdat de Lden-waarde straffactoren bevat voor geluid in de avond en de nacht. Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM, augustus 2021.

Mitigerende maatregelen

38

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

7.2.2

Dosis-effectrelatie Een dosis-effectrelatie (ook wel dosis-hinderrelatie genoemd) is een verband tussen de hoogte van de geluidsbelasting van een bepaalde bron en het bijbehorende percentage gehinderden en ernstig gehinderden. Verschillende soorten geluid kennen een verschillende dosis-effectrelatie, zoals geïllustreerd in onderstaande figuur. Hoe sneller een grafiek stijgt, des te hinderlijker wordt het geluid ervaren. Zoals uit de grafiek blijkt is windturbinegeluid hinderlijker dan weg- en railverkeersgeluid. Dat is ook de reden dat windturbinegeluid doorgaans een lagere normgrens kent. De hinderlijkheid van windturbinegeluid wordt o.a. veroorzaakt door het kenmerkende ritmische karakter van het geluid, de zogenaamde amplitudemodulatie.

Figuur 26

Relatie tussen Lden en het percentage ernstig gehinderden (binnenshuis) bij verschillende bronnen (Verheijen, et al., 2009). De normen voor railverkeer (68 dB Lden) en wegverkeer (58 dB Lden) zijn met rode cirkels weergegeven en liggen rond de 9-10%. Voor windturbinegeluid ligt een vergelijkbaar hinderpercentage ronde de 47 dB Lden.

Als onderdeel van de effectbeoordeling voor geluid is in dit onderzoek voor woningen in de wijde omtrek van het windpark de geluidsbelasting a.g.v. de windturbines berekend. De dosis-effectrelatie voor windturbinegeluid (blauwe lijn in bovenstaande figuur) kan vervolgens gebruikt worden om te berekenen hoe groot het verwachte percentage ernstig gehinderden is binnen elk van deze woningen. Daarbij zijn alle woningen betrokken met een geluidsbelasting van meer dan 37 dB Lden in tenminste 1 van de MER-alternatieven (waarbij de geluidsbelasting per individuele woning is gehanteerd). Door vervolgens dit percentage te vermenigvuldigen met het (geschatte) aantal bewoners per pand krijgen wij het statistisch verwachte aantal ernstig gehinderden per MER-alternatief. De berekening van het hinderpercentage maakt gebruik van de polynome functie die is gegeven in (Janssen, Vos, & Eisses, A., 2008):

Mitigerende maatregelen

39

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

%𝐻𝐴𝑏𝑖𝑛𝑛𝑒𝑛 = −107,6 + 9,656 𝐿𝑑𝑒𝑛 − 0,289 𝐿𝑑𝑒𝑛 2 + 0,002894 𝐿𝑑𝑒𝑛 3 Deze formule beschrijft de blauwe lijn in Figuur 26. Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat er onder de omwonenden die niet ernstig gehinderd zijn wel ook gehinderden zullen optreden. Tevens gaan wij uit van het aantal inwoners en het aantal huishoudens van de gemeenten Barendrecht en Rotterdam om te komen tot een gemiddeld aantal bewoners per gevoelig object. Tabel 32

Demografische gegevens woningen in de gemeenten Barendrecht en omliggende gemeenten. Bron: https://allecijfers.nl, 2022.

Barendrecht

Rotterdam

Inwoners Huishoudens (hh) Inwoners per hh % woningen met 37 dB Lden of meer

48.714 19.327 2,5 31%

655.468 328.569 2,0 69%

Gewogen gemiddelde aantal bewoners

2,16

Rekenvoorbeeld: Een woning ondervindt 45 dB Lden als gevolg van het windpark. Invullen in bovenstaande polynome functie leidt tot een percentage ernstig gehinderden van 5,4%. Bij een verwacht aantal bewoners van 2,16 leidt dat tot 0,12 ernstig gehinderden.

7.2.3

Aantal gehinderden zonder mitigatie/normstelling Onderstaande tabel toont het verwachte aantal ernstig gehinderden als gevolg van de MER-alternatieven voor wat betreft geluid, wanneer geen beperkende geluidsnorm wordt opgenomen.

Tabel 33

Verwacht aantal ernstig gehinderden a.g.v. windturbinegeluid op basis van de dosis-effectrelatie.

Aantal ernstig gehinderden (statistische verwachting) 3x klein 2x groot 3x groot

299 432 849

Wanneer geen beperkende geluidsnorm wordt opgenomen zou het aantal ernstig gehinderden als gevolg van het windturbinegeluid van windturbines bij Vaanplein dus naar verwachting liggen tussen de ca. 299 en 849.

Mitigerende maatregelen

40

Vaanplein Barendrecht Akoestisch onderzoek t.b.v. PlanMER

7.3

Geluidsreducerende modi Een lokale norm van (bijvoorbeeld) 45 dB Lden betekent dat de jaargemiddelde geluidsbelasting bij alle omliggende gevoelige objecten (waaronder woningen, maar ook onderwijs- en gezondheidsintellingen) niet hoger mag zijn dan 45 dB Lden. Om aan dergelijke normen te moeten voldoen dienen windturbines in sommige gevallen ‘teruggeregeld’ te worden. Onderstaand overzicht laat voor de 3 MER-alternatieven en de 3 onderzochte normgrenzen zien welke mitigatieschema’s toegepast kunnen worden. Er zijn echter meerdere manieren waarop een windpark aan een norm kan voldoen; daarnaast hangt de aard van de reductiemodi af van het toegepaste windturbinetype. Desalniettemin geeft onderstaand voorbeeld een goed idee van de mate van terugregeling die nodig is voor de onderzoeksopstellingen. Deze mitigatieschema’s moeten worden gezien als indicatief en representatief.

Tabel 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13137355/1