CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b bijlagen wijzigingsplan.pdf

gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Anterieure overeenkomst en wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij25.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurgoed Ziedewij

2

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Inrichtingsplan

7

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

9

Bijlage 3

Verkeersonderzoek

37

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

47

Bijlage 5

Waterparagraaf

105

Bijlage 6 Rapport verkennend bodemonderzoek percelen Percelen D 926 en 11656

125

Bijlage 7

Rapport verkennend bodemonderzoek Percelen D 097 en 7099

299

Bijlage 8

Memo externe veiligheid

391

Bijlage 9

Groepsrisicoberekening spoorlijn Barendrecht - Dordrecht

403

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna

579

Bijlage 11

Nader onderzoek modderkruiper

615

Bijlage 12

Stikstofonderzoek

631

Bijlage 13

Participatieverslag

655

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

3

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

4

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

5

Bijlagen toelichting

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

6

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

7

Bijlage 1 Inrichtingsplan

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

at

io

T

GR

ON

T

T

DW

AL

O

GR

BR

EED

AL

NDW

ED BRE

ns

we

g

8M

8M

T

renvooi

T

T

T

T

toegankelijkheid openbaar gebied en ecologische enclave Ziedewij nader te bepalen

T

T

Bo

T

T

T

ez

T

em we g

T

T

T T

T

St

at

T T T T

M

io

ns

GR

ON

T

T

DW

AL

DW

ON

GR

BR

EED

AL

E BRE

1

entreegebied

2

werkhof met opstallen (A)

3

parkeerterrein

4

erfbos met afscheiding

5

voedselbos

6

ecologische recreatie

7

nieuwe erven dijkwoningen

8

nieuwe erven polderwoningen

9

uitbreiding bestaande erven

10

bestaande erven en opstallen s

we

g

D8

T

8M

T

T

A

T

T T

T

T

T

T

2

T

T

1 brug

3

4

brug

water ecologementen (C) (C*) optioneel variabel, verspreid over het hele gebied

wandelpaden fietspad op grens tussen bestaande sloot en nieuwe vaart

B brug

C

C*

C

5

werkloodsen

B

winkel-restaurant-zalen

C

ecologementen

5

C

6 C

A

6

C

noord

C* T

5

we

g

C*

T

G

6

em

T

Bo

ez

T

T

T

T

T G

T

T

GR

ON

T

T

DW

AL

D

ON

GR

BR

EED

L WA

ED

BRE

8M

8M

T

6

T

W

9

N

ol

9 0

2

4

11

T

8

11

T T

T

10

di jk

T

grondwal

11 G

ijk

T

N

ol d

T

116 G

T

T

W

No ldi jk

W

8 16 stuks groenoverdekte parkeerplaatsen

fietspad breedte 2.5 m boogstraal binnenbocht 6 m

3 2 fietspad breedte 2.5 m boogstraal binnenbocht 6 m

3

uitgangspunt aansluiting fie op noldijk

2

No ldi jk

3 nieuw fiets

uitgangspunt aansluiting fietspad op noldijk

10

1

jk No ldi

1 noldijk 2 parallelweg

1

1 noldijk 2 parallelweg 3 nieuw fietspad

plan

Natuurgoed Ziedewij

brug

naar een idee van

Paul Casteleijn werk schaal datum

7

plan

Natu

60614 25.03.2018

naar een idee

onderdeel

Paul Ca

aanzet plankaart

werk schaal

aankoop gronden 108-110-112-114 aansluiting fietspad parkeercapaciteit polderwoningen locatie grondwal

datum onderdeel

overzicht

architektenatelier arch samenwerkende architecten

Henny Greve

www.archatelier.nl

samenwerken

Willem Steenvoorden

Henny Grev

9

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

Beeldkwaliteitsplan Natuurgoed Ziedewij Versie 1.3 - 4 juni 2019

1

Inhoud Inleiding3 Ambitie5 Landschap6 Het natuurgoed 8 Parkeerbos9 Eco-akkers10 Cultuur en recreatie 11 Materiaalgebruik12 Beplanting,  13 inrichting en beheer 13 Bebouwing14 Bebouwing in het coulisselandschap 15 Restaurant/winkel16 Ecolodges18 Werkhof Natuurgoed 20 Dijkwoningen22 Polderwoningen I 24 Polderwoningen II 26

2

Inleiding Voorliggende beeldkwaliteitsplan (BKP) is van toepassing op de uitwerking, realisatie en instandhouding van Natuurgoed Ziedewij. Het Natuurgoed is een particulier idee dat zijn uitwerking krijgt in de Ziedewijdsepolder. Het BKP is samen met het wijzigingsplan leidend voor de ontwikkeling van het Natuurgoed. De gemeente Barendrecht heeft voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied richtlijnen vastgesteld waarin de gewenste beeldkwaliteit is vastgelegd. Aangezien het hier om een specifieke invulling gaat, is aansluitend op die richtlijnen dit BKP voor Natuurgoed Ziedewij opgesteld. Dit BKP komt dus in de plaats van de reeds vastgestelde richtlijnen beeldkwaliteit voor het buitengebied van Barendrecht. Afwijkingen worden vastgesteld door de gemeenteraad na een advies van de welstandscommissie. Het voornemen is dit BKP tegelijkertijd met het te zijner tijd ter vaststelling aan de raad voor te leggen wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij, voor vaststelling in te brengen. In juni 2018 hebben gemeente Barendrecht en NATUUR B.V. afspraken

gemaakt over de ontwikkeling van Natuurgoed Ziedewij. In de anterieure overeenkomst d.d. ... zijn deze afspraken vastgelegd. Daarin is onder meer opgenomen dat het plan uitgewerkt gaat worden binnen het bestemmingsplan Zuidrand (2015). Het Natuurgoed Ziedewij is in dit bestemmingplan als wijzigingsgebied 2 aangewezen. In de daarbij behorende regels is bepaald dat vooraf aan de wijziging door de gemeente, in overleg met de provincie, een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld waaruit blijkt dat een bijdrage wordt geleverd aan de recreatieve en landschappelijke doelstellingen en wordt voldaan aan de eisen die het beeldkwaliteitsplan stelt. Dit BKP geeft invulling aan die regel. Met de relevante afspraken uit de anterieure overeenkomst en het schetsontwerp wordt aangetoond dat aan de eisen die dit BKP stelt wordt voldaan. Belangrijk is wel dat ook bij de uitwerking naar voorlopig en definitief ontwerp van het Natuurgoed en de opstallen, blijft worden voldaan. De gemeente heeft daarom een toetsende en

goedkeuringsrol in dat ontwerpproces. Het beeldkwaliteitsplan geeft in een beschrijving en in referentiebeelden de beoogde kwaliteit aan van het uiterlijk van het Natuurgoed Ziedewij. Dit betreft het gebied zoals in bijlage X is aangegeven. Dit document heeft betrekking op de beeldkwaliteit van de buitenzijde van de opstallen en op de kwaliteit van het ontwerp en de inrichting van het openbaar toegankelijk gebied. Het BKP richt zich niet op de maximale volumes (hoogtes, rooilijnen, inhoud) van de opstallen; hiervoor wordt naar het vigerende wijzigingsplan verwezen. Het BKP is tot stand gekomen na overleg met NATUUR B.V. en de provincie Zuid-Holland. Het Buitenboek Barendrecht, 1. herziening 1 maart 2016 dienden hierbij als vertrekpunt.

3

4

Ambitie Het Natuurgoed is een uniek terrein waar de beleving van landschap, natuur en cultuur centraal staat. Het huidige agrarische gebruik wordt daarom getransformeerd naar een extensief recreatiegebied, waar de nadruk komt te liggen op natuurinclusieve landbouw en nieuwe natuur met in bescheiden vorm plaats voor verblijf. Ondersteunend aan het Natuurgoed kunnen ook een aantal gebouwde functies worden ingepast zoals kleinschalige horeca, een informatiecentrum of een werkschuur. Het polderlandschap vormt de context van de recreatieve beleving. In een tijd waar de recreant steeds meer op zoek is naar ‘echte’ ervaring en beleving, is het belangrijk het Natuurgoed (inclusief bijbehorende gebouwen) zo goed mogelijk in dit polderlandschap in te passen. Op deze wijze ontwikkelt het Natuurgoed zich tot een onderscheidende vrijetijdsbelevenis die past bij de context van de locatie.

Het Natuurgoed biedt een uitstekende mogelijkheid om een nieuwe verbinding aan te leggen voor voetgangers en fietsers vanuit de bebouwde kom naar de Noldijk en de Waal toe. Daarnaast is er een wens om op het recreatieve netwerk (wandelen, fietsen, kano) van de Zuidpolder aan te sluiten. Om de ontwikkeling te financieren zullen maximaal 8 woningen worden gerealiseerd. Deze woningen worden op een zorgvuldige wijze in het landschap ingepast. Uitgangspunt is om deze woningen volgens de principes van het Barendrechts Buitenboek in het landschap in te passen. Aanvullend hierop biedt dit beeldkwaliteitsplan een mogelijkheid om hier van af te wijken, waarbij de hoofdgedachte blijft om een landschappelijke eenheid te vormen.

5

In Barendrecht werken we aan een aantrekkelijk landschap. Bij ontwikkelingen in het buitengebied streven we er naar om het poldergevoel in stand te houden en waar mogelijk een stukje te versterken. Wie goed kijkt ziet dat het buitengebied een palet biedt met verschillende landschappen; vanaf een dijk is de beleving van het landschap heel anders dan midden in de polder. Dat zien we ook terug in de bebouwing en beplanting van het erf; bebouwing in de polder is anders dan bebouwing langs een dijk. Deze verschillen vertellen iets over de plek en hangen samen met de ontstaanswijze van het landschap.

Landschap 6

Het Coulisselandschap Het open polderlandschap is een kwetsbaar landschapstype. Ontwikkelingen zijn al snel beeldbepalend en doen daarmee afbreuk aan dit open beeld. Om toch plaats te kunnen bieden aan ontwikkelingen in het buitengebied is op verschillende plekken het coulisselandschap geïntroduceerd. Door het aanplanten van zogenaamde coulissen worden (delen van) open polders opgedeeld in kleinere ruimten en geschikt gemaakt voor een meer kleinschalig gebruik. De coulissen bestaan uit bijvoorbeeld windsingels, rijen knotwilgen, rietstroken, broekbosjes of andere opgaande beplanting. Daarmee zijn de coulissepolders in feite een bossige variant van het open polderlandschap. De lange lijnen van de polders zijn ook in het coulisselandschap zichtbaar, maar dan bijvoorbeeld in de vorm van een rij knotwilgen of windsingel.

7

Het natuurgoed

Het natuurgoed ligt in de natuur en in het landschap ingebed. Het is een uniek terrein waar de beleving van landschap, natuur en cultuur centraal staat.

Beeldkwaliteiteisen --Het hoofdconcept van het coulisselandschap is goed herkenbaar. --Het natuurgoed heeft een openbaar karakter. Tussen zonsopgang en zonsondergang is er vrije toegang. Dit is goed herkenbaar bij de entrees van het gebied. --Toevoegen van verharding wordt zo beperkt mogelijk gehouden. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van half verharding. --Er wordt alleen in hoge uitzondering gebruik gemaakt van hekken. Deze zijn dan van natuurlijke materialen. Erfafscheidingen worden vooral vormgegeven met beplanting en watergangen. --Er komen verschillende (wandel) routes in het gebied, waar mogelijk sluiten deze aan op het (toekomstige) recreatieve netwerk. --Waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers toegepast.

8

Parkeerbos

Op het terrein worden parkeervoorzieningen aangebracht voor bezoekers van het natuurgoed en het restaurant. De auto’s zullen zoveel mogelijk verscholen zijn in het bos en ook tussen de parkeerplaatsen komen bomen.

Beeldkwaliteiteisen --De parkeerplaatsen zijn openbaar. --Er wordt voldoende ruimte gereserveerd voor fietsparkeren. --De parkeervakken bij haaks parkeren zijn minimaal 2,5 meter breed en 5,5 meter diep. --de rijbaan tussen de parkeervakken is 6 meter breed. --Het parkeerterrein wordt omzoomd met bomen waardoor het ruimtelijk wordt ingekleed. --Waar mogelijk wordt waterdoorlatende bestrating toegepast (ten behoeve van infiltratie).

9

Eten en drinken van het land

Eco-akkers

Met het natuurgoed behoudt polder Ziedewei haar agrarische karakter. De velden worden gebruikt om op een ecologische manier voedsel te telen. In de open delen zijn dat eco-akkers, bij opgaande beplanting is dat een voedselbos.

Beeldkwaliteiteisen --Er is een afwisseling met opgaande en laagblijvende gewassen. De opzet van het coulisselandschap wordt hierin gevolgd. --Op de eco-akkers wordt heel terughoudend omgegaan met gewasbeschermingsmiddelen. --Hekken zijn alleen toegestaan bij veekering, de uitstraling is zo landschappelijk mogelijk.

10

Beleef het Natuurgoed

Cultuur en recreatie

Het natuurgoed is openbaar toegankelijk en biedt mogelijkheden voor diverse recreatieve activiteiten. Ook is er veel aandacht voor diverse cultuurvormen. Naast het restaurant komen er muziekvoorstellingen, literatuur en poëzieavonden, schildersklassen en cursussen.

Beeldkwaliteiteisen --Alle activiteiten op het natuurgoed zijn passend binnen de natuurlijke uitstraling van het gebied. --Er vindt geen buitenopslag plaats. Seizoensgebonden materialen worden uit het zicht opgeborgen. --Er is een goede toegankelijkheid voor verschillende typen gebruikers. Een heldere padenstructuur ontsluit de verschillende onderdelen van het natuurgoed.

11

Materiaalgebruik

In het Natuurgoed wordt zoveel mogelijk gekozen voor natuurlijke materialen en kleuren. De gekozen materialen vormen samen een familie. Op deze wijze draagt de materiaalkeus bij aan de samenhang in het Natuurgoed.

Beeldkwaliteiteisen --Het natuurgoed heeft verschillende bouwstenen zoals het parkmeubilair, de banken, de hekwerken, de poorten, de follies, etc. Al deze elementen passen bij de karakteristiek van het natuurgoed. --De toegepaste materialen zijn passend bij de natuurlijke setting. --Het gekozen materiaal dient duurzaam te zijn en mooi te blijven. --Er wordt terughoudend met verlichting omgegaan. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van slimme verlichting, met een lage lichtintensiteit. Net als bij de fietspaden in de Zuidpolder wordt er langs de openbare fietspad geen verlichting aangebracht om lichtvervuiling te voorkomen. --Routemarkeringen en reclame zijn samenhangend met een natuurlijke uitstraling. --Er mogen geen extreme kleuren, glimmende materialen of aangelichte of lichtgevende borden worden toegepast. --Met reclame uitingen wordt terughoudend omgegaan. Maximaal 1 bord per entree van maximaal 2 vierkantemeter en maximaal 1,50 meter hoogte. 12

Beplanting, inrichting en beheer

Delen van het Natuurgoed hebben een hoog beheerniveau. Het landschap daaromheen sluit mooi aan bij de Zuidpolder.

Beeldkwaliteiteisen --Delen van het Natuurgoed hebben een hoge kwaliteit voor inrichting en beheer. --De overige onderdelen van het natuurgoed komen in kwaliteit van inrichting en beheer overeen met het kwaliteitsniveau van de Zuidpolder.

13

Bebouwing 14

Bebouwing in het coulisselandschap In het buitengebied staat het landschap centraal. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom zorgvuldig worden ingepast. Dat betekent dat de bebouwing niet te opvallend mag zijn, en er uit ziet alsof het gebouw ook echt op die plek thuis hoort. In het coulisselandschap is het de beplanting die het landschapsbeeld bepaalt. De bebouwing valt daarom niet op, maar dit komt ook doordat er een informele bouwstijl wordt toegepast in de vorm van (moderne) schuren. Deze stijl kan een heel eigentijdse uitstraling hebben, waarbij vooral het materiaal (hout en glas) en de lage, langwerpige bouwvorm kenmerkend is.

In de coulisepolders is er nauwelijks sprake van een erf of tuin; juist daardoor is de bebouwing onderdeel van het landschap. Buitenruimte die echt privé moet zijn kan daarom het best worden opgelost door bijvoorbeeld een veranda mee te ontwerpen met het gebouw. Op die manier is er niet echt sprake van een tuin, en loopt het landschap door tot aan het gebouw. Door (streekeigen)beplanting zorgvuldig toe te passen kan er toch een privé situatie worden gecreëerd.

15

‘Landmark’

Restaurant/winkel

Het centrumgebouw ligt als een ‘Landmark’ in het hart van het gebied. Ontworpen als eenheid met het landschap. Groots en intiem tegelijk. Hier kun je straks ook boten huren, of een picknickmand, om het land te beleven.

16

Restaurant/winkel Karakteristiek

Materiaal en kleurgebruik

Het restaurantgebouw ligt als een ‘Landmark’ in het hart van het gebied en is vormgegeven als krachtig, herkenbaar accent. Het gebouw trekt de aandacht als zelfstandig sculpturaal object, zonder de relatie met de omgeving te verliezen. Als beeldmerk van het natuurgoed wordt rekening gehouden met enerzijds de vluchtige perceptie vanuit de auto en anderzijds het zicht vanaf het natuurgoed en zijn omgeving.

Materiaal- en kleurgebruik is gedekt en neutraal, met een natuurlijke uitstraling en in onderlinge overeenstemming.

Kavel Utilitaire functies zoals technische ruimten, koeling, luchtbehandeling etc. zijn in het gebouw geïntegreerd en net als vuilcontainers, laden en lossen zorgvuldig uit het zicht mee ontworpen.

Positie en oriëntatie Het restaurantgebouw heeft een uitnodigende alzijdige uitstraling zonder achterkanten.

Volume Bijbehorende gebouwen zijn onderdeel van het volume van het hoofdgebouw, waardoor het aantal bouwvolumes wordt beperkt en verommeling wordt voorkomen.

17

Slapen op het Natuurgoed

Ecolodges

Verscholen op het natuurgoed liggen een aantal ecologdes. De lodges veranderen als kameleons mee met het landschap. De ecolodges zijn van bescheiden omvang van hooguit een laag met kap.

18

Ecolodges Karakteristiek Het verblijven in, of het ervaren van de natuur, speelt de hoofdrol in de Ziedewijdse polder. Daarom zijn de ecolodges maximaal georiënteerd op de omringende natuur. Er wordt gebruik gemaakt van de uiteenlopende mogelijkheden om bebouwing een relatie te laten leggen met de landschappelijke bijzonderheden van de polder. Bijvoorbeeld direct aan een oever gebouwd, op het water drijvend, op palen op ooghoogte met de boomkronen etc. De ecolodges worden wel altijd opgenomen in een landschappelijke structuur zodat het landschap zijn openheid behoudt.

Positie en oriëntatie De eco-lodges staan op een ruime afstand van elkaar en van omliggende nieuwe en bestaande woningen. Ze spelen in op natuurlijke omstandigheden van de plek. Zo is de positionering extensief & informeel te noemen.

Volume De ecolodges zijn van bescheiden omvang van hooguit een laag met kap. Ze zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes.

Materiaal en kleurgebruik Materiaal- en kleurgebruik vallen samen door het toepassen van ‘natuurlijke’ materialen die in de tijd duurzaam verouderen. Hierbij wordt vooral gedacht aan hout of andere producten van hernieuwbare oorsprong of een z.g. ‘groene gevel’.

Kavel De ecolodges staan puur in het landschap. De buitenruimte is collectief en niet privaat, het landschap omhelst de bebouwing. Er zijn geen hekken als erfafscheidingen toegestaan Parkeren is centraal geregeld, de ecolodges hebben geen aan de lodge gekoppelde parkeerplek.

19

Werkhof Natuurgoed

De werkschuren voor het beheer van het natuurgoed vormen met elkaar een hof die verscholen ligt in een bosje. Hierdoor worden ongewenste rommelige situaties uit het zicht gehouden.

20

Werkhof Natuurgoed Karakteristiek

Kavel

Het werkhof wordt gevormd door eenvoudige zwart gepotdekselde schuren. Dit type verwijst naar de streekeigen boerenschuren. Door het werkhof te omgeven met bosbeplanting worden onwenselijke rommelige situaties uit het zicht gewerkt en kan de bebouwing zich invoegen in een landschappelijke structuur.

Buitenopslag, stalling voor machines en vrachtwagens zijn zorgvuldig mee ontworpen en uit het zicht gewerkt.

Positie en oriëntatie Het werkhof kent een vierkante basisvorm en wordt gevormd door haaks of evenwijdig op de kavelrichting geplaatste bebouwing.

Volume Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes en bestaan uit een bouwlaag met een kap. De kap is beeldbepalend.

Materiaal en kleurgebruik Met het toepassen van traditionele materialen, zoals zwart gepotdekseld hout in wellicht in een moderne vormgeving wordt verwezen naar het verleden. 21

Dijkwoningen

Aan de dijk komen 2 nieuwe woningen. Deze woningen volgen de typologie van de dijk en versterken daarmee het dijkkarakter.

22

Dijkwoningen Karakteristiek

Materiaal en kleurgebruik

De dijkbebouwing bestaat uit kleinschalige individuele bebouwing, boven aan de dijk, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen landschap.

Dijkwoningen zijn doorgaans van (gepleisterde/gekeimde) baksteen, of (zwart gepotdekselde) houten delen. De kap bestaat uit keramische pannen.

Positie en oriëntatie

Kavel

De positie van de bebouwing op de kavel (bijvoorbeeld bovenaan de dijk) is zorgvuldig gekozen en afgestemd op de situatie (dijklint/dubbellint, een-/tweezijdig, doorzichten). De richting van de hoofd- en bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk.

Wanneer de woning iets verder terug in het talud van de dijk staat, blijft het dijklichaam herkenbaar. De ruimte tussen dijk en woning wordt niet opgevuld. Er wordt op eigen terrein geparkeerd, onderaan de dijk, bij voorkeur uit het zicht.

Volume De bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een kap. De woning bovenaan de dijk heeft een bouwlaag, ten opzichte van het dijkniveau. Dit kan betekenen dat er aan de achterzijde, onderaan de dijk, sprake is van twee bouwlagen. Dakkapellen ogen als een toevoeging, de nok en randen van het dak zijn altijd zichtbaar. Aan- en bijgebouwen zijn onderschikt aan het hoofdgebouw en ogen kleiner. De architectuur van de aan- en bijgebouwen is afgestemd op de stijl van het hoofdgebouw. 23

Polderwoningen I

In de polder Ziedewij kunnen polderwoningen komen. Deze woningen zijn passend binnen de poldertypologie, maar passen ook binnen de visie van het natuurgoed. Het BKP geeft aan hoe dat aansluit bij het buitenboek (Polderwoningen I) en geeft ruimte voor een passend alternatief (Polderwoningen II)

24

Polderwoningen Voor de polderwoningen worden twee alternatieve uitgangspunten omschreven. Optie 1 omschrijft uitgangspunten die aansluiten bij het Barendrechts Buitenboek. Deze variant vormt de “veilige” terugvaloptie mits voor optie 2 geen overtuigende oplossing kan worden gevonden. Optie 2 omschrijft een mogelijkheid voor een minder traditionele invulling van wonen in de polder. Met deze variant geven we ruimte voor vernieuwing. Variant 2 kan worden toegepast mits er overtuigend wordt aangetoond dat het uitgewerkte plan een vergelijkbare architectonische en landschappelijke kwaliteit heeft als de veilige terugvaloptie. Optie 1 Karakteristiek Bouwen in het open veld ligt niet in de logica van het polderlandschap zelf. Wat af en toe wel in de polder voorkomt zijn boerenschuren. Deze schuurtjes hebben een bescheiden en eenvoudig uiterlijk dat zich subtiel voegt in de landschappelijke context. Voor bouwen in

de Ziedewijdse polder grijpen we daarom terug op de streekeigen typologie van de boerenschuur. Het gaat om robuuste, niets verhullende architectuur met een eenvoudig vorm. Een schuur kent geen dakkapellen, balkons of erkers, de abstracte pure vorm spreekt voor zich. In het streven naar eenvoud is het van belang architectuur te maken waarin de achterliggende gedachte, het concept van de gebiedseigen boerenschuur, zichtbaar is. Deze werkwijze leidt tot architectuur die verwijst naar de context zonder historiserend te zijn.

Positie en oriëntatie De bebouwing volgt de richting van het landschap en staat haaks op de dijk. De polderschuren worden zo geplaatst dat er zoveel mogelijk zicht vanaf de dijk op de polder wordt gecreëerd. De polderwoning staat in het landschap, op afstand van de dijk.

Volume

Materiaal en kleurgebruik Door natuurlijk materiaalgebruik en de toepassing van gedekte tinten voor gevels en daken voegen de boerenschuren zich in het landschap. Met het toepassen van zwart gepotdekseld hout in wellicht in een moderne vormgeving wordt verwezen naar het verleden.

Kavel De buitenruimte is collectief en niet privaat, het landschap omhelst de bebouwing. Er zijn geen hekken als erfafscheidingen toegestaan, een brede sloot is een uitstekende erfafscheiding, versterkt het natte karakter van de streek, zorgt voor meer waterberging (hard nodig als er veel regen valt) en is een leefomgeving voor planten en dieren. De polderwoningen worden ontsloten middels een informeel pad, gekoppeld aan de coulisse. Voor het parkeren moeten minimaal 2,6 parkeerplaatsen per woning worden gerealiseerd waarbij de auto’s uit het zicht worden gepositioneerd.

De kap heeft dezelfde richting als het landschap. De kap is beeldbepalend.

25

Polderwoningen II

In de polder Ziedewij kunnen polderwoningen komen. Deze woningen zijn passend binnen de poldertypologie, maar passen ook binnen de visie van het natuurgoed. Het BKP geeft aan hoe dat aansluit bij het buitenboek (Polderwoningen I) en geeft ruimte voor een passend alternatief (Polderwoningen II)

26

Polderwoningen Optie 2 Karakteristiek De architectuur is geïnspireerd op de strakke lijnen van het polderlandschap. Eenvoudige abstracte volumes vormen met elkaar een compositie van sculpturale kwaliteit. De lage langgerekte volumes nestelen zich in de polder. Rondom de bouwmassas blijft het polderlanschap zichtbaar en omarmt de woningen. Het effect van verscholen zijn in het groen wordt versterkt door het feit dat alle woningen groene daken hebben en bovendien onderdeel zijn van een Coulisse.

Positie en oriëntatie De woningen worden zoveel mogelijk geclusterd zodat er voldoende doorzichten naar de polder blijven en de openheid van de polder zo min mogelijk wordt verstoord. De bebouwing is meer lang dan breed georiënteerd en in de karakteristieke richting van het landschap geplaatst.

Volume De bebouwing heeft een heldere hoofdvorm van een langwerpige rechthoek en heeft geen aan- of uitbouwen. Het dak is plat of heeft een flauw hellende kap van maximaal 15°. De massa is zo laag mogelijk (maximaal 1 bouwlaag) zodat er vanaf de dijk overheen gekeken kan worden. Bijbehorende gebouwen zijn bij voorkeur onderdeel van het volume van het hoofdgebouw, waardoor het aantal bouwvolumes zoveel mogelijk wordt beperkt. Om bijzondere landschappelijke elementen te accentueren zijn er maximaal twee hoogteaccenten van twee bouwlagen toegestaan.

Materiaal en kleurgebruik

Kavel

De buitenruimte is collectief en niet privaat, het landschap omhelst de bebouwing. Er zijn geen hekken als erfafscheidingen toegestaan, een brede sloot is een uitstekende erfafscheiding, versterkt het natte karakter van de streek, zorgt voor meer waterberging (hard nodig als er veel regen valt) en is een leefomgeving voor planten en dieren. De polderarken worden ontsloten middels een informeel pad, gekoppeld aan de coulisse. Voor het parkeren moeten minimaal 2,6 parkeerplaatsen per woning worden gerealiseerd waarbij de auto’s uit het zicht worden gepositioneerd.

De materialisatie van de architectuur heeft een natuurlijke, eenvoudige en terughoudende uitstraling. Groene daken en gevels laten de bebouwing versmelten met de polder.

27

37

Bijlage 3 Verkeersonderzoek

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

Wissing BV

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht Verkeerskundige analyse

Datum:

12 mei 2020

Kenmerk:

NOT19160737-04

1

Inleiding

Voor de realisatie van een Natuurgoed in Barendrecht dient een wijzigingsplan te worden opgesteld. In het vigerende bestemmingsplan 'Zuidrand' is hiervoor een wro-zone-wijzigingsgebied 2 opgenomen. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht, tussen de Stationsweg, de Noldijk en de Boezemweg. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Situering plangebied Natuurgoed Ziedewij

1

Het plan omvat de realisatie van een Natuurgoed met bijbehorende (recreatieve) functies zoals een werkplaats, restaurant/winkel en Ecolodges. Daarnaast worden aan de zuidzijde van het plan, aan de Noldijk, twee vrijstaande woningen gerealiseerd en in het plangebied (in de polder) zes nieuwe woningen. Deze zijn ook onderdeel van het plan. In figuur 1.2 is een weergave van het plangebied opgenomen.

Figuur 1.2: Plangebied Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht

Binnen het plan is het volgende toegestaan: a.

bebouwing binnen dit gebied dient beperkt te blijven tot maximaal 10 volumes met een functie die in dienst staat van de functie recreatie.

b.

de volumes hebben een maximum totaal grondoppervlakte van 2.600 m².

De hoofdfuncties binnen het plangebied zijn: 1.

Recreatiehof ten behoeve van ontvangst, informatie, educatie, horeca en verblijf/overnachting. 2

2

Drie gebouwen van circa 400-500 m , totaal 1.200-1.500 m . 2.

Ecolodges ten behoeve van recreatie en verblijf/overnachting. Maximaal zes volumes.

3.

Werkhof ten behoeve van onderhoud en beheer van het Natuurgoed. Eén gebouw van circa 2

400-500 m . 4.

Woningen: Aan de zuidzijde van het plangebied worden twee dijkwoningen en zes polderwoningen gerealiseerd.

2

Aan de noordzijde zal het plangebied voor verkeer worden ontsloten aan de Stationsweg die via een rotonde is aangesloten op de Boezemweg. Aan deze zijde zijn de hoofdfuncties 1, 2 en 3 ontsloten, waarbij in het plan is voorzien in een parkeerterrein. Aan de zuidzijde is een ontsluiting van het plangebied voor verkeer voorzien aan/via de Noldijk. Deze ontsluiting is bedoeld voor de zes polderwoningen. Tevens is aan de Noldijk binnen het plan voorzien in de bouw van twee vrijstaande eengezinswoningen (dijkwoningen). Het wijzigingsplan heeft mogelijk consequenties voor de verkeerssituatie. Ten behoeve van de ruimtelijke procedure dient daarom inzicht te worden gegeven in de verkeerseffecten van het plan. Het gaat daarbij om de effecten van de verkeersaantrekkende werking van het plan op de omliggende wegen en de parkeerbehoefte van het plan. In opdracht van Wissing bv heeft BuroDB de voor het plan benodigde verkeerskundige analyse uitgevoerd. De uitgangspunten en bevindingen van de analyse zijn in deze notitie beschreven.

2

Het plan en de planlocatie

Het plan omvat de realisatie van een Natuurgoed met voorzieningen voor bezoekers en acht woningen. De uitgangspunten voor de verkeerskundige analyse zijn ontleend aan de informatie uit de plankaart(en) van het gebied. Het plan omvat de volgende onderdelen en functies: 2

Hoofdfunctie 1, Recreatiehof ter grootte van in totaal circa 1.200 tot 1.500 m bvo. Hoofdfunctie 2, Zes ecolodges (recreatiewoningen). 2

Hoofdfunctie 3, Werkhof ter grootte van 400-500 m bvo. Hoofdfunctie 4, Twee vrijstaande eengezinswoningen aan de Noldijk en zes polderwoningen. 2

een parkeerterrein voor hoofdfuncties 1, 2 en 3 ter grootte van circa 3.296 m . Verkeer van en naar de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan zal rijden via de Boezemweg en een kort deel van de Stationsweg (zie routering in figuur 2.1).

Figuur 2.1: Plangebied Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht

In figuur 2.2 is de ontsluiting van de noordzijde van het plangebied middels een ontwerptekening weergegeven. 3

Figuur 2.2: Noordelijke verkeersontsluiting plangebied Natuurgoed 'Ziedewij'

In figuur 2.3 is de zuidelijke (openbare) verkeersontsluiting van het plangebied weergegeven. Deze is voornamelijk bedoeld voor de te realiseren zes polderwoningen. De twee in het plan opgenomen woningen aan de Noldijk zijn in de figuur aangegeven met een rode stip. Deze woningen zijn voor verkeer direct ontsloten op de Noldijk.

Figuur 2.3: Zuidelijke verkeersontsluiting plangebied Natuurgoed 'Ziedewij'

4

3

Verkeersgeneratie

Voor het vaststellen van de verkeerseffecten van het plan is de verkeersaantrekkende werking van de planlocatie in de plansituatie bepaald. Uitgangspunt is dat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied in de huidige situatie nihil is. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van daarvoor beschikbare kencijfers uit de publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' en de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' 1

van het CROW . De onderzoekslocatie in Barendrecht is qua ligging gelegen in het gebied 'Rest bebouwde kom'. Barendrecht is daarnaast een sterk stedelijk gebied met stedelijkheidsgraad 2 volgens het CROW. Voor het plangebied is onderscheid gemaakt in de noordelijke en de zuidelijke ontsluiting.

3.1

Noordelijke ontsluiting

Het aan de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan gebonden verkeer zal via de Boezemweg en Stationsweg worden ontsloten. Hoofdfunctie 1 is bedoeld voor de bezoekers van het Natuurgoed. De beoogde onderdelen van deze functie kunnen qua verkeersaantrekkende werking worden vergeleken met een plantentuin of groen- of tuincentrum. Bij dit onderzoek is uitgegaan van een worst case-benadering en derhalve van de hoogste verkeersgeneratie. Voor hoofdfunctie 1 is 2

uitgegaan van de kencijfers van een tuincentrum ter grootte van 1.500 m bvo. De verkeersgeneratie van deze functie, op deze locatie, is volgens het CROW maximaal 18,0 ritten per 2

100 m bvo. Daarmee genereert hoofdfunctie 1 van het plan circa (1500/100 x 18=) 270 autoritten per etmaal. Hoofdfunctie 2 omvat de zes volumes ecolodges. Bij dit onderzoek is veiligheidshalve uitgegaan van maximaal tien ecolodges. Bij de berekening van de verkeersaantrekkende werking van deze recreatiewoningen is uitgegaan van het maximale kencijfer van het CROW, zijnde 2,8 autoritten per woning. Totaal komt dit neer op 28 autoritten per etmaal voor hoofdfunctie 2 van het plan. Het met het plan beoogde Werkhof (Hoofdfunctie 3) aan de noordzijde van het plangebied kan worden vergeleken met een bedrijf/werkplaats. Het is een arbeidsintensieve, bezoekersextensieve functie. Volgens het CROW is het hierbij behorende kencijfer voor de verkeersgeneratie maximaal 2

10,9 ritten per 100 m2 bvo. Uitgaande van maximaal 500 m bvo is de verkeersgeneratie van het Werkhof maximaal 55 autoritten per etmaal. In totaal genereert het plangedeelte met de ontsluiting aan de noordzijde maximaal circa (270+28+55=) 353 autoritten per etmaal. Bij de beoordeling is hiervan uitgegaan.

3.2

Zuidelijke ontsluiting

De zuidelijke aansluiting van het plan is voornamelijk bedoeld voor de zes polderwoning. Daarnaast is sprake van enig aan het plan verbonden werkverkeer voor onderhoud en dergelijke. De twee 1

Het CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer

5

dijkwoningen worden direct ontsloten op de Noldijk en het aan deze woningen gebonden verkeer maakt geen gebruik van de zuidelijke ontsluiting van het plan. Bij de berekening van de verkeersaantrekkende werking van de zuidzijde is uitgegaan van de maximale kencijfers van het CROW. In tabel 3.1 is de berekening van de verkeersgeneratie weergegeven. Functie

aantal

Kencijfer verkeersgeneratie

Totale verkeersgeneratie

[ritten/eenheid/etmaal]

[ritten/etmaal]

Vrijstaande polderwoning, koop

6

8,6

51,6

Voertuig (werk)verkeer plangebied

2

2

4,0

Totaal (afgerond)

56

Tabel 3.1: Berekening verkeersgeneratie plandeel zuid

Uit tabel 3.1 volgt dat de verkeersaantrekkende werking van het zuidelijke plandeel circa 56 autoritten per etmaal bedraagt. Wanneer het (maximale) aantal autoritten van de twee dijkwoningen (18 ritten) hieraan wordt toegevoegd resulteert dit in de totale verkeersaantrekkende werking van de zuidzijde van het plan: (56+18=) 74 autoritten per etmaal.

3.3

Beoordeling

De verkeersgegevens van de wegen in de omgeving van plangebied Natuurgoed 'Ziedewij' zijn ontleend aan telcijfers van de gemeente Barendrecht (Boezemweg, teldatum februari 2019) en aan recent uitgevoerd (akoestisch) onderzoek in de nabije omgeving (Noldijk, prognose voor 2030). De verkeersgegevens daarvan zijn ingeschat op basis van het verkeersmodel van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. De bij dit onderzoek gehanteerde verkeersgegevens zijn samengevat weergegeven in tabel 3.2. Het betreft de verkeersprognoses voor planjaar 2030. Hiervoor is op de telcijfers uit 2019 van de Boezemweg een groeipercentage van het verkeer toegepast van circa 0,5% per jaar. De cijfers in de tabel zijn afgerond op tientallen. Het betreft de verkeersgegevens voor een gemiddelde werkdag. Weg(vak)

Etmaalintensiteit [mvt/etm]

Boezemweg ten westen van Stationsweg

8.950

Boezemweg ten oosten van Stationsweg

8.550

Noldijk ter plaatse van de planlocatie

800 tot 1.000

Tabel 3.2: Overzicht gehanteerde verkeersintensiteiten, planjaar 2030

In de huidige situatie is er op geen van de wegen sprake van een capaciteitsoverschrijding. De capaciteit van de Boezemweg ligt tussen de 12.000 tot 15.000 motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van de Noldijk is minimaal 3.000 motorvoertuigen per etmaal. Onder normale omstandigheden kan het verkeer zonder knelpunten en congestie worden afgewikkeld. Het verkeer van en naar de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan zal gaan rijden via de Boezemweg (noordelijke ontsluiting). Het aantal van 353 aan het plan gebonden verkeersbewegingen betekent ten opzichte van het verkeer op de Boezemweg een toename van maximaal 4 procent. De 6

hoeveelheid verkeer op de weg neemt als gevolg van het plan toe tot maximaal circa 9.303 motorvoertuigen per etmaal. Gesteld kan worden dat de door het plan verwachte verkeerstoename ten opzichte van de huidige situatie zeer beperkt is. Het plan heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie. De goede verkeersafwikkeling en -veiligheid komen niet in het gedrang. Het verkeer van en naar hoofdfunctie 4, de woningen aan de zuidzijde van het plan, zal gaan rijden via de Noldijk. Het maximale aantal van circa 74 aan het plan gebonden autobewegingen betekent ten opzichte van de autonome hoeveelheid verkeer op de deze weg een toename van circa 7 tot 9 procent. De hoeveelheid verkeer op de weg neemt als gevolg van het plan toe tot maximaal circa 1.074 motorvoertuigen per etmaal. Hiermee wordt nog ruimschoots voldaan aan de maximale capaciteit van de weg. Gesteld kan worden dat ook op de Noldijk geen nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie zullen optreden door het plan. De verkeersafwikkeling en -veiligheid van de weg komen niet in het gedrang. De bereikbaarheid van bestaande bestemmingen aan de weg blijft op hetzelfde peil. Met de realisatie van het plan blijft er blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Vanuit het aspect verkeer en de verkeersaantrekkende werking kan het plan zonder verdere maatregelen en/of voorzieningen worden gerealiseerd.

4

Parkeren

De verschillende functies van het plan hebben een bepaalde parkeerbehoefte. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke initiatieven heeft de gemeente Barendrecht de beleidsregel 'Parkeernormen gemeente Barendrecht 2018' vastgesteld. Het volgende is daarin gesteld: 1.

de parkeerkencijfers en de daarbij aangegeven uitgangspunten zoals aangegeven in de CROW publicatie "Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV)" vast te stellen als parkeernorm voor de gemeente Barendrecht;

2.

deze parkeerkencijfers te hanteren bij het bepalen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen.

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van het onderhavige plan is daarom uitgegaan van de meest

actuele

parkeerkencijfers

van

het

CROW

zoals

vermeld

in

de

publicatie

381

'Toekomstbestendig parkeren'. Parkeerbehoefte plan De parkeerbehoefte van het plan is berekend op basis van de beschikbare CROW-normen. Net als bij de berekening van de verkeersgeneratie zijn hierbij de kencijfers afgeleid voor de functies en woningtypen. In tabel 4.1 zijn de voor het plan relevante parkeerkencijfers weergegeven. Uitgegaan is van de 'Buitengebied' in een 'Sterk stedelijke omgeving' (stedelijkheidsgraad 2).

7

Bestemming

Parkeerkencijfer

Eenheid

Minimaal

Maximaal

Vrijstaande woning

2,0

2,8

Hoofdfunctie 2, Recreatiewoning (ecolodge)

2,0

2,2

Woning

Hoofdfunctie 1, voorzieningen bezoekers

2,6

3,1

100 m2 bvo

Hoofdfunctie 3, Werkhof

2,1

2,6

100 m2 bvo

Woning

Tabel 4.1: Kencijfers parkeren plan Natuurgoed 'Ziedewij'

Op basis van de gegevens in tabel 4.1 wordt voor de nieuwe vrijstaande woningen (dijkwoningen en polderwoningen) geadviseerd om per woning een aantal van drie parkeerplaatsen (op eigen terrein) te realiseren. Voor de hoofdfuncties 1, 2 en 3 is in het plan voorzien in een (gezamenlijk) parkeerterrein. Op basis van de gegevens in tabel 4.1 is de (maximale) parkeerbehoefte van deze functies: 2

3,1 x 1.500 m = 46,5 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 1 2,2 x 6 = 13,2 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 2 2

2,6 x 500 m = 13,0 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 3 Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van (46,5+13,2+13,0=72,7) afgerond 73 parkeerplaatsen. 2

Het voor het parkeerterrein gereserveerde gebied is circa 3.296 m groot. Voor de realisatie van 73 2

parkeerplaatsen is daarmee per plaats ruimte beschikbaar van circa 45 m . Een gemiddeld parkeervak, inclusief de parkeerweg, heeft een benodigde oppervlakte van circa 25 2

m . Dat betekent dat voor de parkeerbehoefte van het plan op de beoogde parkeerlocatie meer dan voldoende ruimte aanwezig is om hierin te kunnen voorzien. Conclusie Vanuit het aspect parkeren is in het plan voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Bij de woningen in het plan moet rekening worden gehouden met de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen, zoals in dit rapport aangegeven.

8

46

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

47

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

Wissing BV

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht Akoestisch onderzoek

Wissing BV

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht Akoestisch onderzoek

Datum

15 mei 2020

Kenmerk

RPT20160737-04

www.burodb.nl info@burodb.nl

Verklaring en documentatie Opdrachtgever(s)

Wissing BV

Titel rapport

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht Akoestisch onderzoek

Kenmerk

RPT20160737-04

Datum publicatie

15 mei 2020

Projectteam opdrachtgever(s)

mevrouw M. Tas mevrouw D. Best

Projectteam BuroDB

de heer T.S. de Boer

Projectomschrijving

Onderzoek naar en toetsing van de te verwachten geluidsbelasting van verkeer voor het plan Natuurgoed 'Ziedewij' aan de Noldijk in Barendrecht. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het wijzigingsplan waarin enkele

geluidsgevoelige

bestemmingen

worden

mogelijk gemaakt.

Advies en rapport

BuroDB

Adres

Eise Eisingastraat 20

Postcode

8801 KG

Plaats

FRANEKER

Telefoon

+31 (0)6 209 57 903

Website

www.burodb.nl

E-mail

info@burodb.nl

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar gebruikt worden voor het doel waarvoor het is opgesteld, met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij BuroDB.

Inhoud

Pagina

1

Inleiding

1

2

Het plan en het wettelijk kader

4

2.1

Wegverkeer

6

2.2

Railverkeer

8

3

Uitgangspunten

10

3.1

Rekenmethodiek

10

3.2

Verkeersgegevens

10

3.2.1

Wegverkeer

10

3.3

Omgevingskenmerken

11

4

Resultaten

14

4.1

Dijkwoningen

14

4.2

Polderwoningen

16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

18

Bijlagen 1

Items geluidsmodel

2

Geluidsbelasting wegverkeer

1

Inleiding

Voor de realisatie van een Natuurgoed in Barendrecht dient een wijzigingsplan wijzigingsplan te worden opgesteld. In het vigerende bestemmingsplan 'Zuidrand' is hiervoor een wro-zone-wijzigingsgebied wro wijzigingsgebied 2 opgenomen. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht, Rotterdam Dordrecht, tussen de Stationsweg, de Noldijk en de Boezemweg. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: 1: Situering plangebied Natuurgoed Ziedewij

Het plan omvat de realisatie van een Natuurgoed met bijbehorende (recreatieve recreatieve) functies zoals een werkplaats, restaurant/winkel en Ecolodges. Ecolodge Daarnaast worden aan de zuidzijde van het plan, aan de Noldijk, twee vrijstaande de woningen gerealiseerd en in het plangebied zes nieuwe polderwoningen. Deze zijn ook onderdeel van het plan. In figuur 1.2 is een weergave van het plangebied opgenomen. Binnen nnen het plan is het volgende toegestaan: a.

bebouwing binnen dit gebied dient beperkt te blijven tot maximaal 10 volumes met een functie die in dienst staat van de functie recreatie.

b.

de volumes hebben een maximum totaal grondoppervlakte van 2.600 m².

De hoofdfuncties binnen het plangebied zijn: 1.

Recreatiehof ten behoeve van ontvangst, informatie, educatie, horeca en verblijf/overnachting. 2

2

Drie gebouwen van circa 400-500 400 m , totaal 1.200-1.500 m . 2.

Ecolodgess ten behoeve van recreatie en verblijf/overnachting. Maximaal zes volumes.

3.

Werkhof ten behoeve van onderhoud en beheer van het Natuurgoed.. Eén gebouw van circa 400400 2

500 m . 4.

Woningen: Aan de zuidzijde van het plangebied worden twee dijkwoningen en zes polderwoningen gerealiseerd.

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

1

Figuur 1.2: Plangebied Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht

Aan de noordzijde zal het plangebied voor verkeer worden ontsloten aan de Stationsweg die via een rotonde is aangesloten op de Boezemweg. Aan deze zijde zijn de hoofdfuncties 1, 2 en 3 ontsloten, waarbij in het plan iss voorzien in een parkeerterrein. Aan de zuidzijde is een ontsluiting van het plangebied voor verkeer voorzien aan/via de Noldijk. Deze ontsluiting is bedoeld voor de zes polderwoningen. Tevens is aan de Noldijk binnen het plan voorzien in de bouw van twee e vrijstaande eengezinswoningen (dijkwoningen). De twee woningen aan de Noldijk en de zes polderwoningen nieuwe zijn geluidsgevoelige bestemmingen volgens de Wet geluidhinder. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van het plan dient daarom onderzoek k te worden verricht naar de te verwachten geluidsbelasting op deze woningen. De geluidsbelasting moet worden getoetst aan de wettelijke normen. De in het plan opgenomen ecolodges krijgen een logiefunctie en zijn daarmee wettelijk gezien geen geluidsgevoelige elige bestemming. Toetsing van de geluidsbelasting op deze recreatiewoningen is niet aan de orde.

rendrecht, Akoestisch onderzoek Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht,

2

De locaties van de twee nieuwe woningen en de zes polderwoningen in het plan liggen op korte afstand van de Noldijk en van de spoorbaan tussen Rotterdam en Dordrecht. In opdracht van Wissing bv heeft BuroDB het voor het plan benodigde akoestisch onderzoek uitgevoerd. De uitgangspunten en bevindingen van de analyse zijn in deze rapportage beschreven. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit rapport zijn de voor het plan geldende geluidscriteria beschreven. De relatie tussen het plan, de Wet geluidhinder en de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening zijn hierbij aangegeven. In hoofdstuk 3 zijn de bij het onderzoek gehanteerde uitgangspunten beschreven. De resultaten van het onderzoek en de beoordeling daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de conclusies van het onderzoek samengevat.

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

3

2

Het plan en het wettelijk kader

Het plan Natuurgoed 'Ziedewij' omvat een wijzigingsplan met daarin opgenomen de bouw van in totaal acht geluidsgevoelige bestemmingen in de nabijheid van een weg en een spoorbaan. De maximale bouwhoogte van de nieuwe woningen is nog niet aangegeven. Omdat het gaat om vrijstaande, grondgebonden woningen is uitgegaan van maximaal drie bouwlagen (twee lagen met een kap). In figuur 2.1 is het bouwvlak voor de twee dijkwoningen aan de Noldijk weergegeven. Uitgangspunt hierbij is dat de rooilijn van de nieuwe woningen in lijn is met de aan de Noldijk bestaande aanwezige bebouwing. Binnen de plangrens van de functie 'wonen' van de plankaart is één bouwvlak voor de twee dijkwoningen aangegeven (doorgetrokken lijn).

Figuur 2.1: Plankaart plan Natuurgoed 'Ziedewij' met de locatie van de twee dijkwoningen (bron: Wissing)

In figuur 2.2 is de beoogde locatie (gebied) van de polderwoningen met een rood kader aangegeven. De verkaveling van dit gebied is nog niet bekend. Binnen de functie 'woongebied' van de plankaart zullen de beoogde zes polderwoningen worden gerealiseerd. Voor de locatie van dit bouwvlak en het woongebied is het akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het bouwvlak van de dijkwoningen liggen op een afstand van circa 3 meter vanaf de Noldijk en op een afstand van circa 600 meter afstand vanaf de (rand van de) spoorbaan. Het op de plankaart aangegeven woongebied van de polderwoningen ligt op een afstand tussen circa 21 en 76 meter vanaf de (rand van de) Noldijk.

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

4

Figuur 2.2: Plankaart plan Natuurgoed 'Ziedewij' met de locatie voor de zes polderwoningen (bron: Wissing)

In het kader van de ruimtelijke procedure voor de gewijzigde bestemming moet de te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de woningen worden onderzocht en getoetst. De te verwachten geluidsbelasting moet voldoen aan de wettelijke vereisten en aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening. Volgens het gemeente Barendrecht wordt de Noldijk in de toekomst ingericht als een 30 km/uur-weg en wordt daarmee de weg aanzienlijk rustiger met verkeer. Ook zal dan geen vrachtverkeer meer gebruik maken van deze weg. Omdat het besluit tot aanpassing van de maximum snelheid nog niet is genomen wordt in dit onderzoek uitgegaan van de weg met de huidige wettelijke maximum snelheid en de bestaande hoeveelheid vrachtverkeer. De bij het akoestisch onderzoek gehanteerde verkeersgegevens zijn ontleend aan de tevens door BuroDB uitgevoerde verkeerskundige analyse voor het plan. Het voor het plan Natuurgoed 'Ziedewijk' uitgevoerde akoestisch onderzoek is in deze rapportage beschreven. In de volgende paragrafen zijn de voor het plan relevante wettelijke bepalingen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de bepalingen voor het wegverkeerslawaai en het railverkeerslawaai.

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

5

2.1

Wegverkeer

Zonering wegverkeer De wet- en regelgeving omtrent het geluid in Nederland is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich langs alle wegen een geluidszone bevindt. Uitzonderingen hierop zijn wegen waarvoor een wettelijke maximum snelheid geldt van 30 km/uur en woonerven. De breedte van de geluidszone hangt af van het aantal rijstroken waaruit de weg bestaat en van de ligging van de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied. Doel van de geluidszone is het vaststellen van de geluidsgevoelige bestemmingen die deel (moeten) uitmaken van het akoestisch onderzoek. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de geldende breedtes van de geluidszone per type weg. Aantal rijstroken

Wegligging binnen stedelijk gebied

Wegligging buiten stedelijk gebied

2

200 m

250 m

3 of 4

350 m

400 m

5 of meer

n.v.t.

600 m

Tabel 2.1: Overzicht breedte wettelijke geluidszones per wegtype

De Noldijk is een 60 km/uur-weg en ligt buiten de bebouwde kom van Barendrecht. De weg bestaat uit één rijloper voor twee richtingen en de weg heeft daarmee een wettelijke geluidszone van 250 meter. Het bouwvlak van de twee dijkwoningen en het woongebied van de polderwoningen van het plan liggen daar geheel binnen. Het akoestisch onderzoek voor de dijkwoningen is uitgevoerd ter plaatse van de randen van het bouwvlak zoals aangegeven in de plantekening. Het onderzoek voor de polderwoningen is uitgevoerd aan de hand van het bepalen van de geluidscontouren in het woongebied. Geluidscriteria wegverkeer De Wet geluidhinder hanteert verschillende grens- en ontheffingswaarden. Binnen het onderhavige plan gaat het formeel om de situatie: ‘nieuwe woning binnen de zone van een bestaande (of geprojecteerde) weg’. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woongbestemmingen langs een weg, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, is 48 dB (artikel 82 lid 1 Wgh). In geval deze norm wordt overschreden, dan dient eerst nader onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheden voor het toepassen van geluidsbeperkende maatregelen.

Als het treffen van maatregelen aan de bron en/of in de overdracht niet goed mogelijk is of niet (volledig) leidt tot het kunnen voldoen aan de norm, dan is ontheffing voor een hogere grenswaarde een vereiste en mogelijk ook het stellen van (extra) randvoorwaarden aan de geluidwering van de gevels noodzaak. De maximale ontheffingswaarde in deze buitenstedelijke situatie is 53 dB (artikel 83 lid 1 Wgh). De voor het plan geldende geluidscriteria zijn weergegeven in tabel 2.2. Weg

Voorkeursgrenswaarde in dB

Maximale ontheffingswaarde in dB

Noldijk

48

53

Tabel 2.2: Overzicht geluidscriteria wegverkeer

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

6

Geluidsbeperkende maatregelen Bij geconstateerde overschrijding van de geluidsnormen (of de streefwaarden) dient het akoestisch onderzoek tevens in te gaan op de mogelijkheden en effecten van geluidsbeperkende maatregelen. Hierbij geldt de volgende prioriteitsvolgorde: bronmaatregelen, zoals verkeers- en wegdekmaatregelen; overdrachtsmaatregelen, zoals het vergroten van de afstand tussen de woning en de weg, schermen en wallen; ontvangermaatregelen, zoals toepassing van ‘dove gevels’. Dit zijn gevels zonder te openen delen die grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte; het aanvragen van ontheffing (in combinatie met geluidwering gevels). Zoals eerder al beschreven is de laatste optie niet aan de orde langs 30 km/uur-wegen. Omdat 30 km/uur-wegen niet gezoneerd zijn is er geen juridische basis voor het verlenen van ontheffing. Dove gevel(s) Onder een dove gevel wordt verstaan: een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundig constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn of waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

De geluidsbelasting op een dove gevel hoeft niet te worden getoetst aan de wettelijke normen. Wel moet een dove gevel voorzien in voldoende geluidwering om te kunnen voldoen aan het in het Bouwbesluit 2012 gestelde maximale binnenniveau. Het toepassen van één (of meerdere) dove gevels of geveldelen in de woning kan in sommige gevallen oplossing bieden om een woning op de beoogde locatie te kunnen realiseren. Bij de afweging om al dan niet een dove gevel toe te passen dient rekening te worden gehouden met de verminderde gebruiksmogelijkheden en de invloed daarvan op het woon- en leefgenot. Maximale geluidsbelasting binnen de bestemming In het Bouwbesluit zijn eisen gesteld ten aanzien van de maximaal toegestane geluidsniveaus binnen woningen. De (geluidsbelaste) gevels van woningen moeten voldoende geluidsisolerend werken om hieraan te kunnen voldoen. In het Bouwbesluit is gesteld dat de karakteristieke gevelwering van nieuwe woningen minimaal 20 dB moet bedragen. Voor de maximale binnenwaarde van verblijfsgebieden in woningen geldt de norm van 33 dB. De gevelbelasting (geluidsbelasting buiten op de gevel) en de karakteristieke gevelwering (geluidsisolatie van de gevel) bepalen samen de binnenwaarde. Om de binnenwaarde te kunnen bepalen moet de geluidsbelasting op de gevel(s) dus altijd bekend zijn.

Bij wegverkeerslawaai dient daarbij te worden uitgegaan van de totale geluidsbelasting (de belasting ten gevolge van alle aanwezige wegen samen), zonder toepassing van de correctie volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder; de zogenaamde gecumuleerde geluidsbelasting. Voor de bepaling of er al dan niet nader onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de gevels nodig is kan voor de gecumuleerde geluidsbelasting de grenswaarde van (33+20=) 53 dB worden aangehouden als grenswaarde.

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

7

2.2

Railverkeer

Zonering railverkeer Het bouwvlak voor de twee woningen van het plan liggen op een afstand van ten minste 600 meter vanaf de rand van de spoorbaan tussen Rotterdam en Dordrecht. Deze spoorbaan maak onderdeel uit van het hoofdspoorwegennet en staat op de geluidplafondkaart Spoor bedoelt in artikel 11.17 van de Wet Milieubeheer. Voor de spoorlijn zijn zogenaamde geluidproductieplafonds (GPP's) vastgesteld en de spoorbaan heeft een wettelijk aandachtsgebied (geluidszone). Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming binnen dit aandachtsgebied mogelijk wordt gemaakt, moet hiervoor akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De breedte van de wettelijke geluidszone is afhankelijk van de geluidsproductiewaarde van de spoorbaan ter plaatse van de bouwlocatie. In artikel 1.4 van het Besluit Geluidhinder is een tabel opgenomen met de geldende zonebreedtes. In figuur 2.2 is deze tabel overgenomen.

Figuur 2.2: Tabel geluidszones spoorwegen (bron: Besluit geluidhinder)

De hoogte van het geluidsproductieplafond is afgeleid uit het geluidregister Spoor van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hieruit volgt dat het maatgevende geluidsproductieplafond ter plaatse van de planlocatie Natuurgoed 'Ziedewij' (maximaal) 58,6 dB is (zie figuur 2.3).

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

8

Figuur 2.3:: Maatgevende GPP ter hoogte van plan Noldijk 46 in Barendrecht

Daarmee geldt voor het onderzoeksgebied een e breedte van de geluidszone van 200 2 meter. De planlocatie ligt in zijn geheel buiten deze deze geluidszone. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar het geluid van het railverkeer is voor dit plan daarom da niet nodig.

rendrecht, Akoestisch onderzoek Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht,

9

3

Uitgangspunten

3.1

Rekenmethodiek

Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op het geluid van wegverkeer. Het onderzoek is gebaseerd op Standaardrekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG2012). De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma GeoMilieu versie 5.20. Een overzicht van de in het rekenmodel opgenomen (relevante) items is gepresenteerd in bijlage 1 van dit rapport. Artikel 3.4 van het RMG2012 (wegverkeer) In artikel 110g van de Wet geluidhinder is bepaald dat er voor toetsing aan de normen een correctie op de berekende geluidbelasting mag worden toegepast voor het in de toekomst stiller worden van het wagenpark. De hoogte van de correctie is vastgelegd in artikel 3.4 van het RMG2012. Hierbij geldt voor wegen met een representatieve snelheid van 70 km/uur of meer een correctie van -2 dB. Voor overige wegen geldt een correctie van -5 dB op de berekende geluidsbelasting. Op 20 mei 2014 is het RMG2012 gewijzigd (Staatscourant jaargang 2014, nr. 10330). De belangrijkste wijziging betreft de aanpassing van artikel 3.4 waarbij er een tijdelijke verruiming van de aftrek bij geluidberekeningen voor wegen met een maximum snelheid van 70 km/u of meer is ingevoerd. Voor deze wegen wijzigt de aftrek op basis van artikel 110g Wgh in: 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is.

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. Deze tijdelijke verruiming geldt tot de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen wegen met een maximum snelheid van 70 km/uur of hoger aanwezig. De tijdelijke verruimde aftrek is hier dan ook niet van toepassing. Artikel 3.5 van het RMG2012 (wegverkeer) Conform artikel 3.5 van het RMG2012 is er een aanpassing van de wegdekcorrectie van toepassing, vooruitlopend op de effecten van invoering van stillere banden en strengere geluidseisen aan wegvoertuigen. De correctie is van toepassing op wegen met een representatieve snelheid van 70 km/uur of hoger. Binnen dit onderzoek komen deze wegen niet voor en derhalve is deze correctie niet aan de orde.

3.2

Verkeersgegevens

3.2.1

Wegverkeer

Bron van de gegevens De bij het onderzoek gehanteerde verkeersgegevens zijn ontleend aan de door BuroDB voor het plan 1

uitgevoerde verkeerskundige analyse . Hierin zijn ondermeer de verkeersgegevens van de Noldijk beschouwd en voor het planjaar 2030 vastgesteld. Bij het akoestisch onderzoek is ook uitgegaan van dit planjaar. 1

Notitie met kenmerk NOT19160737-04 d.d. 12 mei 2020

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

10

Verkeersgegevens In tabel 3.1 zijn de bij het onderzoek gehanteerde verkeersintensiteiten van de Noldijk weergegeven. Het betreft de gegevens voor een gemiddelde werkdag. Bij akoestisch onderzoek en toetsing van geluid dient te worden uitgegaan van de verkeerssituatie volgens een gemiddelde weekdag. Bij dit onderzoek is één op één uitgegaan van de beschikbare en hogere verkeerscijfers van de werkdag, waarmee is uitgegaan van een worst case-situatie. Weg(vak)

Situatie

Etmaalintensiteit [mvt/etm]

Noldijk

Snelheidsregime 60 km/uur

1.074

Tabel 3.1: Overzicht verkeersintensiteiten planjaar 2030

Naast de verkeersintensiteit is de verdeling van het verkeer over de etmaalperioden (dag, avond en nacht) en over de voertuigcategorieën (aandeel vrachtverkeer) van belang. In tabel 3.2 is de gehanteerde verkeersverdeling van de Noldijk in de beide beschouwde situaties weergegeven.

Tabel 3.2: Verkeersverdeling Noldijk, situatie 2030

Snelheid Voor het verkeer op de in het onderzoek beschouwde Noldijk is uitgegaan van de wettelijke maximum snelheid van 60 km/uur.

3.3

Omgevingskenmerken

Verkaveling Ten aanzien van de planlocatie van de twee dijkwoningen van Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht is uitgegaan van de door Wissing aangeleverde plantekening (van mei 2020). In figuur 3.1 is het bouwvlak binnen het gele vlak (woonbestemming) met een doorgetrokken lijn aangegeven. Ten aanzien van de 2

verkaveling van de omliggende, bestaande gebouwen is uitgegaan van het BAG . De exacte locatie van de zes polderwoningen in het plan is nog niet bekend. Daarom zijn ter plaatse de geluidscontouren vastgesteld waarmee de te verwachten geluidssituatie van het gehele woongebied inzichtelijk is gemaakt.

2

Basisregistraties Adressen en Gebouwen

Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht, Akoestisch onderzoek

11

Figuur 3.1: Plantekening woningen Natuurgoed 'Ziedewij' in Barendrecht

Hoogteligging Het plangebied (maaiveld omgeving) ligt op een hoogte van rond NAP. De Noldijk ligt op een hoogte van circa 1 meter boven het omliggende maaiveld. Bij het uitvoeren van de geluidsberekeningen is hiervan uitgegaan. Bodemfactor De bij de berekeningen gehanteerde standaard bodemfactor is 1,0. Daarmee is uitgegaan van een overwegend geluidsabsorberende omgeving. De oppervlaktes van wegen en water zijn als akoestisch reflecterende bodemgebieden ingevoerd. Daarbij is een bodemfactor van 0,0 gehanteerd. Afscherming, reflectie en overdrachtsdemping De gevels van de binnen het onderzoeksgebied aanwezige en nieuwe bebouwing en andere objecten hebben een geluidsreflecterende werking. Reflecties, lucht- en bodemdemping zijn volgens de in het Reken- en Meetvoorschrift aangegeven wijze doorgerekend. Kruispunten en rotondes Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn er geen met VRI geregelde kruispunten en/of rotondes aanwezig. Een toeslag van geluid voor het optrekken en afremmen van het wegverkeer is dan ook niet aan de orde. Wegdekverharding wegen De beschouwde Noldijk heeft een wegdek dat bestaat uit normaal asfalt (Dicht Asfaltbeton). Dit is bij akoestisch onderzoek het referentiewegdek (type W0). Bij het onderzoek is hiervan uitgegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9908630/1