CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a OWP Natuurgoed Ziedewij (ex bijlagen 1-13 Toelichting).pdf

gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Anterieure overeenkomst en wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij21.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

13

4.2.3

ten hoogste 4 meter, maar niet hoger dan het hoofdgebouw en niet meer dan 0,30 meter boven de vloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw; e. de nokhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet hoger zijn dan de nokhoogte van het hoofdgebouw; f. aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken zijn voorzien van een plat dat of de dakhelling is gelijk aan de hellingshoek van het hoofdgebouw; g. de goothoogte van niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 meter; h. de nokhoogte van de niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 4,5 meter; i. het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 50% van het bebouwbaar erf, met een maximum van 60 m². Bij een bebouwbaar erf, met een oppervlak groter dan 120 m² mag het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken maximaal 60 m² vermeerderd met 10% van het bebouwbaar erf bedragen, tot een maximum van 150 m²; j. overschrijding van de bestemmingsvlakken is uitsluitend toegestaan voor dakoverstekken en luifels tot een maximum van 1 meter. Andere bouwwerken

4.2.4

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. andere bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 2 meter voor tuinmeubilair; 3. 2,5 meter voor overige andere bouwwerken. Voorwaardelijke verplichting - nader akoestisch onderzoek De omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt uitsluitend verleend nadat: a. een rapport wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel aan de verleende hogere grenswaarden; b. een gevelweringonderzoek wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB.

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijken van de bouwhoogte voor niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2onder g en h teneinde een grotere maatvoering (hoogte) voor niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken toe te staan, waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte ten hoogste 6 meter bedraagt; 2. de goothoogte ten hoogste 4 meter bedraagt; 3. de dakhelling minimaal 45° en maximaal 60° bedraagt.

4.4

Specifieke gebruiksregels a. tijdelijke of permanente bewoning van de niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan; b. een beroep aan huis is toegestaan mits: 1. de vloeroppervlakte van de activiteiten ten hoogste 40% van het betrokken

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

14

hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken bedraagt, met een maximum van 60 m²; 2. geen onevenredige verkeeraantrekkende werking ontstaat; 3. het beroep door de bewoner wordt uitgeoefend; c. het aantal parkeervoorzieningen in overeenstemming is met de gemeentelijke parkeernota. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Bedrijf aan huis

4.5.2

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 teneinde een bedrijf aan huis toe te staan, waarbij geldt dat: a. de vloeroppervlakte ten hoogste 40% van de vloeroppervlakte van het betrokken hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken bedraagt, met een maximum van 60 m2; b. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking ontstaat; c. de bedrijfsactiviteiten door de bewoner worden uitgeoefend. Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het toegestane aantal en de inhoud van woningen, ten behoeve van het realiseren van een tijdelijke zelfstandige woonruimte in een bedrijfswoning of andere woning, niet zijnde een recreatiewoning, of in een bijgebouw, indien daarvoor dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen worden gegeven, met dien verstande dat: a. de inhoud van de bedoelde woonruimte niet meer dan 250 m³ mag bedragen; b. de goot- en bouwhoogte van de bedoelde woonruimte mogen niet meer bedragen dan die van de betreffende woning respectievelijk de maximale goot- en bouwhoogte van het betreffende bijgebouw; c. ingeval de bedoelde woonruimte in een van de woning vrijstaand gebouw wordt gebouwd, de afstand van dat bijgebouw tot de woning niet meer dan 20 m mag bedragen; d.

het bouwen op een zodanige wijze dient te geschieden dat de extra zelfstandige woonruimte bij beëindiging van de tijdelijke huisvesting en bij intrekking van de afwijking ongedaan kan worden gemaakt; e. alvorens te beslissen op een verzoek om afwijking, wint het bevoegd gezag advies in bij een door hen aan te wijzen medisch adviseur; f. het bevoegd gezag trekt de verleende omgevingsvergunning in, indien de bij het verlenen van de vrijstelling bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer nodig is.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

15

Artikel 5 5.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in de vorm van grondgebonden woningen; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g.

5.2

beroep aan huis; wegen en paden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; erven.

Bouwregels Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden:

5.2.1

Hoofdgebouwen

5.2.2

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden gebouwd binnen het bestemmingsvlak; b. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - polderwoning': zijn uitsluitend polderwoningen toegestaan; c. het maximum aantal woningen bedraagt 6; d. de inhoudsmaat van de woningen mag niet meer bedragen dan 1.000 m3 per woning; e. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 4,5 respectievelijk 10 meter; f. de goothoogte van hoofdgebouwen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: 1. de afstand tot de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand van de onderzijde van de dakkapel tot het snijpunt gevel-dakvlak ten minste 0,5 en ten hoogste 1 meter bedraagt; 3. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,75 meter bedraagt; 4. de breedte van dakkapellen aan de voor- of naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; g. woningsplitsing en -samenvoeging is niet toegestaan; h. overschrijding van de bestemmingsvlakken is uitsluitend toegestaan voor dakoverstekken en luifels tot een maximum van 1 meter; i. dakoverstekken van dakkapellen en dakopbouwen mogen maximaal 0,2 meter bedragen.

Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bestemmingsvlak; b. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan, bedraagt ten minste 2 meter; c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 meter indien deze

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

16

5.2.3

grenst aan de openbare weg of openbaar groen; d. de goothoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 4 meter, maar niet hoger dan het hoofdgebouw en niet meer dan 0,30 meter boven de vloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw; e. de nokhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet hoger zijn dan de nokhoogte van het hoofdgebouw; f. aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken zijn voorzien van een plat dat of de dakhelling is gelijk aan de hellingshoek van het hoofdgebouw; g. de goothoogte van niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 meter; h. de nokhoogte van de niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 4,5 meter; i. het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 50% van het bebouwbaar erf, met een maximum van 60 m². Bij een bebouwbaar erf, met een oppervlak groter dan 120 m² mag het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken maximaal 60 m² vermeerderd met 10% van het bebouwbaar erf bedragen, tot een maximum van 150 m²; j. overschrijding van de bestemmingsvlakken is uitsluitend toegestaan voor dakoverstekken en luifels tot een maximum van 1 meter. Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.

andere bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 2 meter voor tuinmeubilair; 3. 2,5 meter voor overige andere bouwwerken.

5.2.4

Voorwaardelijke verplichting - nader akoestisch onderzoek Indien een woning wordt gebouwd in de zone vanaf 8 meter tot 24 meter vanaf de as van de weg (de gele zone), zoals opgenomen in Bijlage 2 wordt de omgevingsvergunning voor de bouw uitsluitend verleend dan nadat: a. een rapport wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel aan de verleende hogere grenswaarden; b. een gevelweringonderzoek wordt overlegd waarin is aangetoond dat wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijken van de bouwhoogte voor niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 onder g en h teneinde een grotere maatvoering (hoogte) voor niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken toe te staan, waarbij geldt dat: 1. de bouwhoogte ten hoogste 6 meter bedraagt; 2. de goothoogte ten hoogste 4 meter bedraagt; 3. de dakhelling minimaal 45° en maximaal 60° bedraagt.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

17

5.4

Specifieke gebruiksregels a. tijdelijke of permanente bewoning van de niet aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan; b. een beroep aan huis is toegestaan mits: 1. de vloeroppervlakte van de activiteiten ten hoogste 40% van het betrokken hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken bedraagt, met een maximum van 60 m²; 2. geen onevenredige verkeeraantrekkende werking ontstaat; 3. het beroep door de bewoner wordt uitgeoefend; c. het aantal parkeervoorzieningen in overeenstemming is met de gemeentelijke parkeernota.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 teneinde een bedrijf aan huis toe te staan, waarbij geldt dat:

5.5.2

a. de vloeroppervlakte ten hoogste 40% van de vloeroppervlakte van het betrokken hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken bedraagt, met een maximum van 60 m2; b. geen onevenredige verkeersaantrekkende werking ontstaat; c. de bedrijfsactiviteiten door de bewoner worden uitgeoefend. Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het toegestane aantal en de inhoud van woningen, ten behoeve van het realiseren van een tijdelijke zelfstandige woonruimte in een bedrijfswoning of andere woning, niet zijnde een recreatiewoning, of in een bijgebouw, indien daarvoor dringende sociale, verzorgings- of sociaaleconomische redenen worden gegeven, met dien verstande dat: a. de inhoud van de bedoelde woonruimte niet meer dan 250 m³ mag bedragen; b. de goot- en bouwhoogte van de bedoelde woonruimte mogen niet meer bedragen dan die van de betreffende woning respectievelijk de maximale goot- en bouwhoogte van het betreffende bijgebouw; c. ingeval de bedoelde woonruimte in een van de woning vrijstaand gebouw wordt gebouwd, de afstand van dat bijgebouw tot de woning niet meer dan 20 m mag bedragen; d. het bouwen op een zodanige wijze dient te geschieden dat de extra zelfstandige woonruimte bij beëindiging van de tijdelijke huisvesting en bij intrekking van de afwijking ongedaan kan worden gemaakt; e.

alvorens te beslissen op een verzoek om afwijking, wint het bevoegd gezag advies in bij een door hen aan te wijzen medisch adviseur; f. het bevoegd gezag trekt de verleende omgevingsvergunning in, indien de bij het verlenen van de vrijstelling bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer nodig is.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

18

Artikel 6

Leiding - Brandstof

Het bepaalde in: Artikel 25 Leiding - Brandstof van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

19

Artikel 7

Waarde - Archeologie - 2

Het bepaalde in: Artikel 30 Waarde - Archeologie - 2 van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

20

Artikel 8

Waarde - Archeologie - 5

Het bepaalde in: Artikel 33 Waarde - Archeologie - 5 van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

21

Artikel 9

Waterstaat - Waterkering

Het bepaalde in: Artikel 36 Waterstaat - Waterkering van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

22

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

23

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Het bepaalde in: Artikel 38 Anti-dubbeltelregel van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

24

Artikel 11

Algemene bouwregels

Het bepaalde in: Artikel 39 Algemene bouwregels van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

25

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

Het bepaalde in: Artikel 40 Algemene gebruiksregels een gebruik van gronden als recreatief nachtverblijf en permanente bewoning met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

26

Artikel 13 13.1

Algemene aanduidingsregels

geluidzone - industrie Het bepaalde in: Artikel 41.1 geluidzone - industrie van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

13.2

veiligheidszone - leiding Het bepaalde in: Artikel 41.2 veiligheidszone - leiding van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

13.3

vrijwaringszone - straalpad Het bepaalde in: Artikel 41.3 vrijwaringszone - straalpad van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

27

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

Het bepaalde in: Artikel 42 Algemene afwijkingsregels van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan. Artikel 43 Algemene wijzigingsregels van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan, met dien verstande dat de volgende regels van toepassing worden verklaard op dit wijzigingsplan:

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

28

Artikel 15

Algemene wijzigingsregels

Het bepaalde in: Artikel 43 Algemene wijzigingsregels van het bestemmingsplan Zuidrand, blijft onverkort van toepassing op dit wijzigingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

29

Artikel 16 16.1

Overige regels

Parkeren Gronden en bouwwerken overeenkomstig het bepaalde Hoofdstuk 2 mogen niet eerder in gebruik worden genomen ten behoeve van de functie(s), dan nadat; a. het aantal parkeerplaatsen in overeenstemming is met de gemeentelijke parkeernota; met dien verstande dat: b. indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging;

16.2

Voorwaardelijke verplichting - beeldkwaliteitsplan

16.2.1

Omgevingsvergunning bouwactiviteiten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van bouwwerken dient aangetoond te worden dan de bouwwerken in overeenstemming zijn met het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 1.

16.2.2

specifiek gebruik - landschappelijke inpassing Het gebruik of laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de bestemming 'Recreatie Natuur', is slechts toegestaan indien de benodigde landschappelijke inpassing van de gronden wordt gerealiseerd: a. overeenkomstig het beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 1; b. binnen 2 jaar nadat de omgevingsvergunning voor bouwen is verleend; c. de landschappelijke inpassing duurzaam in stand wordt gehouden.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

30

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

31

Hoofdstuk 4 Artikel 17

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

17.1

Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

17.2

Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 17.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 17.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

32

Artikel 18

Slotregel

Dit plan kan worden aangehaald als het wijzigingsplan 'Natuurgoed Ziedewij' van de gemeente Barendrecht.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

Natuurgoed Ziedewij

2

Inhoudsopgave

Bijlagen regels

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

5

Bijlage 2

Geluidscontouren

33

Bijlage 3

Staat van horeca-activiteiten

35

Bijlage 4

Staat van bedrijfsactiviteiten

37

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

3

Bijlagen regels

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

4

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

5

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (ontwerp)

Beeldkwaliteitsplan Natuurgoed Ziedewij Versie 1.3 - 4 juni 2019

1

Inhoud Inleiding3 Ambitie5 Landschap6 Het natuurgoed 8 Parkeerbos9 Eco-akkers10 Cultuur en recreatie 11 Materiaalgebruik12 Beplanting,  13 inrichting en beheer 13 Bebouwing14 Bebouwing in het coulisselandschap 15 Restaurant/winkel16 Ecolodges18 Werkhof Natuurgoed 20 Dijkwoningen22 Polderwoningen I 24 Polderwoningen II 26

2

Inleiding Voorliggende beeldkwaliteitsplan (BKP) is van toepassing op de uitwerking, realisatie en instandhouding van Natuurgoed Ziedewij. Het Natuurgoed is een particulier idee dat zijn uitwerking krijgt in de Ziedewijdsepolder. Het BKP is samen met het wijzigingsplan leidend voor de ontwikkeling van het Natuurgoed. De gemeente Barendrecht heeft voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied richtlijnen vastgesteld waarin de gewenste beeldkwaliteit is vastgelegd. Aangezien het hier om een specifieke invulling gaat, is aansluitend op die richtlijnen dit BKP voor Natuurgoed Ziedewij opgesteld. Dit BKP komt dus in de plaats van de reeds vastgestelde richtlijnen beeldkwaliteit voor het buitengebied van Barendrecht. Afwijkingen worden vastgesteld door de gemeenteraad na een advies van de welstandscommissie. Het voornemen is dit BKP tegelijkertijd met het te zijner tijd ter vaststelling aan de raad voor te leggen wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij, voor vaststelling in te brengen. In juni 2018 hebben gemeente Barendrecht en NATUUR B.V. afspraken

gemaakt over de ontwikkeling van Natuurgoed Ziedewij. In de anterieure overeenkomst d.d. ... zijn deze afspraken vastgelegd. Daarin is onder meer opgenomen dat het plan uitgewerkt gaat worden binnen het bestemmingsplan Zuidrand (2015). Het Natuurgoed Ziedewij is in dit bestemmingplan als wijzigingsgebied 2 aangewezen. In de daarbij behorende regels is bepaald dat vooraf aan de wijziging door de gemeente, in overleg met de provincie, een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld waaruit blijkt dat een bijdrage wordt geleverd aan de recreatieve en landschappelijke doelstellingen en wordt voldaan aan de eisen die het beeldkwaliteitsplan stelt. Dit BKP geeft invulling aan die regel. Met de relevante afspraken uit de anterieure overeenkomst en het schetsontwerp wordt aangetoond dat aan de eisen die dit BKP stelt wordt voldaan. Belangrijk is wel dat ook bij de uitwerking naar voorlopig en definitief ontwerp van het Natuurgoed en de opstallen, blijft worden voldaan. De gemeente heeft daarom een toetsende en

goedkeuringsrol in dat ontwerpproces. Het beeldkwaliteitsplan geeft in een beschrijving en in referentiebeelden de beoogde kwaliteit aan van het uiterlijk van het Natuurgoed Ziedewij. Dit betreft het gebied zoals in bijlage X is aangegeven. Dit document heeft betrekking op de beeldkwaliteit van de buitenzijde van de opstallen en op de kwaliteit van het ontwerp en de inrichting van het openbaar toegankelijk gebied. Het BKP richt zich niet op de maximale volumes (hoogtes, rooilijnen, inhoud) van de opstallen; hiervoor wordt naar het vigerende wijzigingsplan verwezen. Het BKP is tot stand gekomen na overleg met NATUUR B.V. en de provincie Zuid-Holland. Het Buitenboek Barendrecht, 1. herziening 1 maart 2016 dienden hierbij als vertrekpunt.

3

4

Ambitie Het Natuurgoed is een uniek terrein waar de beleving van landschap, natuur en cultuur centraal staat. Het huidige agrarische gebruik wordt daarom getransformeerd naar een extensief recreatiegebied, waar de nadruk komt te liggen op natuurinclusieve landbouw en nieuwe natuur met in bescheiden vorm plaats voor verblijf. Ondersteunend aan het Natuurgoed kunnen ook een aantal gebouwde functies worden ingepast zoals kleinschalige horeca, een informatiecentrum of een werkschuur. Het polderlandschap vormt de context van de recreatieve beleving. In een tijd waar de recreant steeds meer op zoek is naar ‘echte’ ervaring en beleving, is het belangrijk het Natuurgoed (inclusief bijbehorende gebouwen) zo goed mogelijk in dit polderlandschap in te passen. Op deze wijze ontwikkelt het Natuurgoed zich tot een onderscheidende vrijetijdsbelevenis die past bij de context van de locatie.

Het Natuurgoed biedt een uitstekende mogelijkheid om een nieuwe verbinding aan te leggen voor voetgangers en fietsers vanuit de bebouwde kom naar de Noldijk en de Waal toe. Daarnaast is er een wens om op het recreatieve netwerk (wandelen, fietsen, kano) van de Zuidpolder aan te sluiten. Om de ontwikkeling te financieren zullen maximaal 8 woningen worden gerealiseerd. Deze woningen worden op een zorgvuldige wijze in het landschap ingepast. Uitgangspunt is om deze woningen volgens de principes van het Barendrechts Buitenboek in het landschap in te passen. Aanvullend hierop biedt dit beeldkwaliteitsplan een mogelijkheid om hier van af te wijken, waarbij de hoofdgedachte blijft om een landschappelijke eenheid te vormen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9908626/1