Bijlage 3 Bestuurlijk raamwerk Operationeel Plan Brandweerzorg
Tekst van het document
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Samenwerken aan zorg en veiligheid
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 1 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1
Historie .................................................................................................................................... 3
1.2
Aanleiding................................................................................................................................ 4
Operationeel Plan Brandweerzorg (OPB) ........................................................................................... 4
2
3
4
1.2.1
OPB Raamwerk............................................................................................................... 5
1.2.2
OPB Uitvoeringsproces ................................................................................................... 5
1.3
Uitgangspunten ....................................................................................................................... 5
1.4
Leeswijzer ............................................................................................................................... 5
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden ...................................................................................... 6 2.1
Bestuurlijk ................................................................................................................................ 6
2.2
Ambtelijk .................................................................................................................................. 6 2.2.1
Gezamenlijke Brandweer ................................................................................................ 6
2.2.2
Operationeel .................................................................................................................... 7
2.3
Evaluatie en bijstelling ............................................................................................................. 7
2.4
Methode van verantwoording en rapportage. ......................................................................... 7
Doelen en inrichtingsprincipes van de repressieve brandweerzorg ............................................... 8 3.1
Doelen ..................................................................................................................................... 8
3.2
Inrichtingsprincipes ................................................................................................................. 9
Operationele prestaties ................................................................................................................. 11 4.1
4.2
4.3
Basisbrandweerzorg ............................................................................................................. 11 4.1.1
Gebiedsindeling............................................................................................................. 13
4.1.2
Prestaties ...................................................................................................................... 14
Specialismen ......................................................................................................................... 15 4.2.1
Industriële brandbestrijding ........................................................................................... 15
4.2.2
Schuimblussing ............................................................................................................. 15
4.2.3
IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) ............................................................. 15
4.2.4
Verkenning gevaarlijke stoffen ...................................................................................... 15
4.2.5
Technische HulpVerlening (THV) .................................................................................. 16
4.2.6
Waterongevallen ........................................................................................................... 16
4.2.7
Prestatieoverzicht .......................................................................................................... 16
Rampenbestrijding en Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) ........................................ 17 4.3.1
Peloton basisbrandweerzorg ......................................................................................... 17
4.3.2
Peloton Grootschalige watervoorziening ...................................................................... 17
4.3.3
Peloton Specialistische blussing ................................................................................... 18
4.3.4
Peloton redding en technische hulpverlening ............................................................... 18
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 1 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.3.5 4.4
Prestatieoverzicht .......................................................................................................... 18
Prestatieoverzicht .................................................................................................................. 19
Bijlage 1 Beoordeling operationele prestaties....................................................................................... 20 Besluit Veiligheidsregio’s .............................................................................................................. 20 RemBrand GebiedsGebonden Opkomsttijden (GGO) ................................................................. 23 Landelijke visie Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) .......................................................... 24
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 2 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
1 Inleiding De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) stelt eisen aan de kwaliteit van de brandweerzorg. Het Besluit Veiligheidsregio’s (Bvr) stelt algemene normen over organisatie, opkomsttijden en materieel en uitrusting. Gefundeerd afwijken kan, mits daarmee wordt voorzien in een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg en geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel. Conform de Wvr1 stelt de VRR elke vier jaar een beleidsplan op. Als onderdeel van het beleidsplan geeft de VRR inzicht in de opkomsttijden die het bestuur en de inwoners van de brandweerzorg mogen verwachten.2 De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) is van mening dat de kwaliteit van de brandweerzorg uit veel meer bestaat dan enkel de opkomsttijden en samenstelling van eenheden. De VRR staat voor een ketenbenadering waar preventie en voorlichting evenzeer onderdeel zijn van de kwaliteit van de brandweerzorg. Net als de vakbekwaamheid en de kwaliteit van de middelen van de brandweereenheden. Het reduceren van de kwaliteit van de brandweerzorg tot enkel opkomsttijden doet tekort aan het geheel van inspanningen in de brandweerzorg van de VRR. Daarom benadrukt dit raamwerk de doelen die de VRR nastreeft met de repressieve brandweerzorg en de inspanning die burgers en inwoners in de regio met zekerheid van de VRR mogen verwachten.
1.1 Historie Het eerste dekkingsplan van de VRR is in 2010 opgesteld en was een eerste verantwoording over de opkomsttijden nadat de Wet Veiligheidsregio's inwerking was getreden. Met het dekkingsplan 1.0 heeft het Algemeen Bestuur van de VRR de Zorgnorm Brandweer Rotterdam-Rijnmond vastgesteld. Hiermee wijkt de VRR gefundeerd af van de normen in het Besluit Veiligheidsregio's (Bvr). Dekkingsplan 2.0 uit 2012 was een actualisatie vanwege een aantal verschuivingen van kazernes en hulpverleningsvoertuigen. In 2016 en 2017 heeft het Algemeen Bestuur VRR besloten om de looptijd van het Dekkingsplan 2.0 telkens met één jaar te verlengen en slechts enkele kleine wijzigingen door te voeren. In 2017 is de VRR gestart met de uitvoering van het Plan Brandweerzorg 2017-2020 met als doel een dynamisch bedrijfsvoeringsmodel voor de repressieve brandweerzorg te ontwikkelen, risicogericht en passend bij de dynamiek van de regio. Oftewel hulpverlening op maat, overal de juiste brandweerzorg op het juiste moment. In 2018 is met het Dekkingsplan 3.0 vervolgens een eerste start gemaakt met het opnemen van een aantal dynamische aspecten in het dekkingsplan. Er is daarbij duidelijk aangegeven in welke gevallen de VRR wel en niet aan de zorgnorm kan voldoen en wat de opkomsttijden zijn als de eerste (dichtstbijzijnde) eenheid niet beschikbaar is en een tweede eenheid van verder weg moet komen.
1 Wet op de Veiligheidsregio’s, artikel 14, lid 1 2 Wet op de Veiligheidsregio’s, artikel 14, lid 2f
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 3 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
1.2 Aanleiding Het domein van de brandweerzorg is zeer dynamisch: de ruimtelijke inrichting verandert continu, nieuwe technieken doen hun intrede, klimaatverandering heeft zijn weerslag op het leefmilieu, de bevolkingssamenstelling ontwikkelt zich et cetera. Dit leidt tot verandering van risico’s en incidenten. De VRR moet daarom haar wijze van werken en organiseren van de brandweerzorg flexibel kunnen aanpassen. Een actualisatiecyclus van vier jaar is te lang en te star om de veranderingen bij te kunnen houden: beleid en praktijk zijn dan niet meer in overeenstemming met elkaar. Er is behoefte aan professionele ruimte om de brandweerzorg tussentijds te kunnen optimaliseren op basis van de (snel veranderende) risico’s en inzichten. Tegelijkertijd moeten burgers en bestuurders voldoende waarborgen hebben dat een bepaald niveau van brandweerzorg altijd gehandhaafd blijft.
Operationeel Plan Brandweerzorg (OPB) Met het OPB zet de VRR een volgende stap naar een dynamische en wendbare organisatie. Dynamisch De dynamiek in de regio Rotterdam-Rijnmond vereist een flexibele brandweerzorg. De inspanningsverplichting om optimale brandweerzorg te leveren en de keuzes die daarbij gemaakt worden, behoren tot het vakmanschap van de brandweer. Er is behoefte aan professionele ruimte om de repressieve brandweerzorg te optimaliseren op basis van de continu veranderende risico’s en inzichten. De huidige mensen, kazernes en voertuigen zijn daarbij noodzakelijk om een voldoende niveau van brandweerzorg in stand te kunnen houden. Risicogericht De VRR inventariseert en beoordeelt de risico’s in de regio, deze continue risicobeoordeling biedt het inzicht om de brandweerzorg tussentijds te optimaliseren en daarmee zo goed mogelijk te prepareren op de voorzienbare incidenten die verwacht worden in de regio. Realistisch en volledig Met de huidige kazernes en het huidige materieel en personeel blijft de dekking in de regio gelijk aan de huidige situatie. Het Operationeel Plan Brandweerzorg geeft echter een realistischer en waarheidsgetrouwer beeld van de feitelijke brandweerzorg in de regio. In vorige dekkingsplannen was gelijktijdigheid van incidenten of het niet beschikbaar zijn van vrijwillig personeel een uitzonderingsgrond voor de opkomsttijden.
In het OPB wordt vooraf rekening gehouden met deze te verwachten situaties. Eerdere dekkingsplannen gaven alleen de opkomsttijd van de eerste brandweereenheid bij specifieke typen incidenten aan. Het OPB geeft inzicht in de volledige brandweerzorg. Bij maatgevende incidenten, zoals branden in kwetsbare objecten, beschrijft het OPB naast de opkomsttijd van de eerste brandweereenheid, ook die van de opvolgende eenheden en specialismen die nodig zijn om het incident adequaat te bestrijden. De Wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat de brandweer ook verantwoordelijk is voor het beperken en bestrijden van gevaar voor mens en dier bij ongevallen anders dan brand. Het OPB beschrijft daarom ook de opkomsttijd bij andersoortige incidenten waarbij mens of dier in nood zijn. Ongeacht of er een wettelijke norm voor geldt. Het Operationeel Plan Brandweerzorg (OPB) bestaat uit twee onderdelen: 1. Het OPB Raamwerk met daarin de bestuurlijke doelstellingen van de brandweerzorg. 2. Het OPB Uitvoeringsproces waarmee de brandweer zo flexibel en risicogericht mogelijk recht kan doen aan de dynamiek in de regio.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 4 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
1.2.1 OPB Raamwerk In het OPB Raamwerk maakt het bestuur met de VRR afspraken over de doelen en de operationele prestaties voor de incidentbestrijding. De primaire inspanning is erop gericht dat de brandweer zo snel mogelijk aanwezig is met voldoende en geschikte middelen en vakbekwaam personeel, om eenieder in nood door brand of andere ongevallen hulp te bieden. Daarbij wordt een basiszekerheidsniveau afgesproken, over de opkomsttijd waarbinnen de brandweer aanwezig is. Hiermee wordt een gelijk niveau van brandweerzorg afgesproken voor álle inwoners en bedrijven in de regio. Alleen uitzonderlijke omstandigheden, zoals grootschalige en gelijktijdige incidenten of uitval van mensen en middelen, kunnen ertoe leiden dat dit niveau niet gehaald wordt. Het OPB Raamwerk beschrijft de uitgangspunten en inrichtingsprincipes voor het plaatsen van brandweermaterieel, hetgeen houvast geeft in de operationele overwegingen die de VRR soms tussentijds en noodgedwongen moet maken. De verdere (gedetailleerde) uitwerking en optimalisatie van de brandweerzorg binnen de kaders van het OPB Raamwerk, wordt opgenomen in het OPB Uitvoeringsproces, zie volgende paragraaf (1.2.2).
1.2.2 OPB Uitvoeringsproces Het OPB Uitvoeringsproces integreert het huidige dekkingsplan, materieelspreidingsplan, instandhoudingsplan en continuïteitsplan. Op die wijze wordt integraal uitgewerkt en beschreven welke operationele prestaties de VRR nastreeft, hoe materieel en personeel zijn verdeeld over de regio om die prestaties te realiseren én op welke wijze de VRR haar dienstverlening op peil houdt indien mensen en/of middelen onverhoopt niet beschikbaar zijn.3 Kort gezegd beschrijft het OPB Uitvoeringsproces hoe de repressieve brandweerzorg in de VRR is georganiseerd en biedt daarmee duidelijkheid en houvast voor de interne organisatie.
1.3 Uitgangspunten Het basiszekerheidsniveau is gebaseerd op prestaties die met de huidige mensen, middelen, eenheden en kazernes realistisch haalbaar zijn binnen de huidige situatie. Grote infrastructurele wijzigingen zoals 30km/u zones of een verandering in de taakstelling van de brandweer(vrijwilligers) hebben invloed op de mogelijkheden om deze prestaties te garanderen met de huidige mensen en middelen.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen het OPB en de wijze van verantwoording over de prestaties. De doelen en inrichtingsprincipes van de repressieve brandweerzorg staan beschreven in hoofdstuk 3. De operationele prestaties en het basiszekerheidsniveau staan uitgewerkt in hoofdstuk 4. In bijlage 1. Zijn de opkomsttijden getoetst aan de huidige en te verwachten wettelijke normen en landelijke kaders.
3 Bijvoorbeeld door grootschalige en/of langdurige incidenten, uitval van personeel door ziekte of
uitval van materieel door schade/storingen. Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 5 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden In dit hoofdstuk worden de verantwoordelijkheden en bevoegdheden behandeld ten aanzien van de dekking van brandweerzorg in de regio Rotterdam-Rijnmond.
2.1 Bestuurlijk Het Algemeen Bestuur stelt het OPB Raamwerk vast, waarin de doelen die de VRR moet en wil behalen met de repressieve brandweerzorg, de inrichtingsprincipes en opkomsttijden zijn vastgelegd. Op basis van de Wet Veiligheidsregio’s, artikel 14, stelt het Algemeen Bestuur het beleidsplan vast met daarin “de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen.” Dit betekent dat vaststelling en aanpassing van het basis zekerheidsniveau behoort tot de competentie en verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur.
2.2 Ambtelijk De nadere inrichting van de brandweerzorg valt binnen de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de regionaal commandant Brandweer Rotterdam-Rijnmond. Dit dient plaats te vinden binnen de kaders van het OPB Raamwerk. De regionaal commandant van de Brandweer Rotterdam-Rijnmond is verantwoordelijk en bevoegd om de brandweerzorg zo optimaal mogelijk in te richten, met de hem ter beschikking staande middelen. De keuzes die daarin gemaakt worden behoren tot de professionaliteit en het vakmanschap van de brandweer.4 De plaatsing en herplaatsing van materieel en personeel (voor langere tijd) wordt gebaseerd op de inrichtingsprincipes zoals opgenomen in het OPB Raamwerk (zie paragraaf 3.2) en die betrekking hebben op vakinhoudelijke c.q. operationele afwegingen, maar ook op bedrijfsvoeringaspecten. Deze inrichtingsprincipes vormen daarmee een transparant toetsingskader en zorgen voor een gedegen afweging en voorkomen willekeur en inconsistentie. De feitelijke inrichting van de repressieve brandweerzorg binnen de VRR wordt vastgelegd in het OPB Uitvoeringsproces.
2.2.1 Gezamenlijke Brandweer Voor de directeur van de Gezamenlijke Brandweer geldt dezelfde verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor de inrichting van de repressieve basisbrandweerzorg in het haven- en industriegebied. De Gezamenlijke Brandweer handelt daarbij in overeenstemming met de richtlijnen van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De VRR blijft eindverantwoordelijk voor de publieke brandweerzorg in het verzorgingsgebied van de Gezamenlijke Brandweer. 5,6
4 Zoals behandeld in de thematische bijeenkomst van het Algemeen Bestuur over het dekkingsplan
en toekomstige brandweerzorg, oktober 2018. 5 Gemeenschappelijke regeling Gezamenlijke Brandweer, artikel 4 (taakstelling en verzorgingsgebied) en artikel 15 (rol directeur) 6 Afspraken Operationele Samenwerking VeiIigheidsregio Rotterdam-Rijnmond - GezamenIijke Brandweer, (2016) p.8 Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 6 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
2.2.2 Operationeel Tijdens incidentbestrijding, zoals grootschalige incidenten of crises, worden veel brandweereenheden uit de regio ingezet. Ook kan er sprake zijn van verstoring van infrastructuur of uitval van eenheden. Dit heeft direct invloed op de dekking in de regio. De dienstdoende Algemeen Commandant Brandweerzorg (AC-B) is - namens de Regionaal Commandant - de hoogst operationeel leidinggevende en in die hoedanigheid verantwoordelijk en bevoegd om in acute of onvoorziene situaties maatregelen te nemen om voor voldoende (resterende) dekking in de regio zorg te dragen. Daarbij wordt het basis zekerheidsniveau zoveel mogelijk gewaarborgd. In uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat de gestelde tijdsnormen niet meer gehaald kunnen worden, hetgeen valt buiten de 95% basiszekerheid. Dit is inherent aan de uitzonderlijke incidenten en omstandigheden waarmee de brandweer kan worden geconfronteerd (overmachtsituatie). De uitgangspunten op basis waarvan de AC-B zorgdraagt voor de dekking, zijn vastgelegd in het OPB Uitvoeringsproces, gebaseerd op de inrichtingsprincipes uit het OPB Raamwerk. Ten aanzien van het werkgebied van de Gezamenlijk Brandweer geldt eveneens dat de AC-B verantwoordelijk en bevoegd is voor voldoende (rest-)dekking in de regio. Hiertoe wordt hij geadviseerd door een functionaris van de Gezamenlijke Brandweer. 7
2.3 Evaluatie en bijstelling Het organiseren van goede dekking is een cyclisch proces. Regelmatig verandert de situatie in de regio door bijvoorbeeld nieuwbouw van wijken, aanleg van wegen, (langdurige) onderhoudswerkzaamheden aan infrastructuur zoals bruggen en tunnels et cetera. Het is daarom noodzakelijk om de consequenties op de dekking hiervan inzichtelijk te maken, en het OPB Uitvoeringsproces periodiek te evalueren en bij te stellen. Dit proces vindt doorlopend plaats en wordt transparant digitaal beschikbaar gesteld.
2.4 Methode van verantwoording en rapportage. De VRR is transparant over de organisatie van de repressieve brandweerzorg en de gerealiseerde prestaties. De VRR rapporteert over de gerealiseerde opkomsttijden bij alle incidenten met een spoedeisende taak. De VRR maakt de gerealiseerde opkomsttijden visueel inzichtelijk per gebied zoals vastgelegd in hoofdstuk 3.1.1 en stelt deze digitaal beschikbaar aan de gemeenten. Daarbij wordt minimaal aangegeven hoe vaak de brandweer binnen afgeronde minuten ter plaatse was bij spoedeisende incidenten en hoe deze opkomsttijden zich verhouden tot het streven en het basiszekerheidsniveau. Bij excessieve overschrijding van de beoogde opkomsttijd verantwoord de VRR over de redenen waardoor dit kon gebeuren. Bij overschrijding van het basis zekerheidsniveau geeft de veiligheidsregio duidelijk aan om welke redenen de opkomsttijd niet is behaald en indien van toepassing welke acties worden ondernomen om dit in de toekomst te voorkomen. In het OPB Uitvoeringsproces kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden met het bestuur over de periodieke rapportage van incidenten en opkomsttijden.
7 Afspraken Operationele Samenwerking VeiIigheidsregio Rotterdam-Rijnmond - GezamenIijke
Brandweer, (2016) p.8-9, 13 Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 7 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
3 Doelen en inrichtingsprincipes van de repressieve brandweerzorg Bij het organiseren van de brandweerzorg streeft de VRR doelen na. Deze doelen bieden houvast voor de wijze waarop de VRR haar paraatheid inricht. Deze doelen zijn vertaald naar inrichtingsprincipes en deze principes zijn leidend voor de locaties van eenheden en het herplaatsen van eenheden. Bijvoorbeeld tijdens grootschalige incidenten, evenementen, uitval van materieel of wanneer vrijwillige korpsen niet inzetbaar zijn door tekort aan beschikbare vrijwilligers of uitval van personeel.
3.1 Doelen De VRR richt de repressieve brandweerorganisatie in op drie doelen: 1. Redden van mens en dier, 2. schade door brand en ongevallen beperken en 3. waarborgen van de maatschappelijke continuïteit. Redden van mens en dier Het belangrijkste doel van de repressieve brandweerorganisatie is het redden van mensen en dieren bij brand en ongevallen8. Zoals het redden van mensen uit brandende woningen of gebouwen, het bevrijden van beknelde slachtoffers bij verkeersongevallen, het meten van gevaarlijke stoffen, waarschuwen van de bevolking en ontsmetten van slachtoffers. Schade door brand en ongevallen beperken Bij brand en andere ongevallen zet de brandweer in op het voorkomen van uitbreiding en het beperken van schade, voor zover dat haalbaar en zinvol is en het redden van mensenlevens niet belemmert. Maatschappelijke continuïteit De VRR wil vanuit haar rol als hulpverleningsorganisatie de veiligheid en continuïteit van de samenleving zo veel mogelijk borgen9. Bij brand en ongevallen probeert de brandweer daarom de overlast voor de omgeving en hinder voor het normaal maatschappelijk functioneren zoveel mogelijk te beperken voor zover dat niet strijdig is met het redden van mens en dier.
8 Wvr Art. 25. 1.b. 9 Brandweer overmorgen, NVBR 2010 en Plan Brandweerzorg 2017-2020, VRR
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 8 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
3.2 Inrichtingsprincipes Inrichtingsprincipes geven richting aan de wijze waarop de veiligheidsregio de doelen van de brandweerzorg nastreeft. Deze inrichtingsprincipes zijn de uitgangspunten die de VRR hanteert bij keuzes over de (her)plaatsing van brandweereenheden en -materieel. Snelheid en slagkracht Voor het redden van mens en dier bij brand en ongevallen is het van doorslaggevend belang om snel ter plaatse te komen om het incident te stabiliseren, te de-escaleren en om eerste hulp te verlenen aan slachtoffers. Snel en effectief optreden van een eerste eenheid ter plaatse kan verdere escalatie van een incident voorkomen en daarmee een grootschalig of langdurig brandweeroptreden. Naast snelheid van optreden van de eerste eenheid is het ook van belang om tijdig meerdere eenheden ter plaatse te brengen bij incidenten die een grootschaliger inzet vereisen. Bijvoorbeeld voor de ontruiming van een groot of hoog woongebouw met veel minder zelfredzame personen. Dit noemen we slagkracht. Paraatheid Om snelheid en voldoende slagkracht van de repressieve brandweerzorg te organiseren is paraatheid een vereiste. In de gehele regio staan dag en nacht eenheden en piketfunctionarissen paraat om binnen enkele minuten na een spoedeisende melding hulp te verlenen overal binnen of buiten de regio.
Ook in die gebieden waar regelmatig incidenten tegelijkertijd plaatsvinden of waar vrijwilligers niet altijd beschikbaar zijn. Daarom is naast snelheid en slagkracht ook gelijkheid een belangrijk kaderstellend inrichtingsprincipe. De VRR streeft naar gelijkwaardige brandweerzorg aan alle inwoners en bedrijven in de regio. Daarom wordt in dit Raamwerk een basis zekerheidsniveau vastgelegd waar burgers en bedrijven op mogen rekenen (zie hoofdstuk 3.1). Risicogericht De VRR monitort de ontwikkelingen in de regio en het ontstaan van nieuwe risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie. De VRR beschrijft op basis hiervan de reëel te verwachten incidenten en risico’s in het Regionaal Risicoprofiel en het Brandweerzorg Risicoprofiel. Waar nodig past de VRR de dekking en wijze van optreden aan op nieuwe inzichten en risico’s. Binnen de kaders van de inrichtingsprincipes richt de VRR de brandweerzorg zo optimaal mogelijk in voor de risico’s in de regio om een zo groot mogelijke maatschappelijke meerwaarde te bieden met de ter beschikking staande middelen. Waar nodig past de VRR de dekking aan op de risico’s in de regio, binnen de kaders uit dit Raamwerk en legt dit vast in het OPB Uitvoeringsproces.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 9 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
Zinvol en veilig optreden Intrinsiek veilige gebouwen en gedegen veiligheidsconcepten bestaande uit goed werkende preventieve voorzieningen en maatregelen zijn een belangrijke voorwaarde voor de brandweer om veilig en zinvol op te kunnen treden. De brandweer opereert hiermee binnen de ketenveranwoordelijkheid van de veiligheidsketen waarin burgers en bedrijven zelf ook verantwoordelijkheid en maatregelen moeten nemen om de (brand)veiligheid op een juiste wijze te waarborgen. Een belangrijk randvoorwaardelijk inrichtingsprincipe is dus dat de repressieve brandweerzorg aansluit op vooraf afgesproken brandveiligheidsconcepten en (maatschappelijk) geaccepteerde risico’s. Hierbij geldt het wettelijk brandveiligheidsniveau als een absoluut minimumniveau. De brandweer zal vanuit haar inspanningsverplichting altijd het uiterste doen wat binnen haar vermogen ligt om mensen te redden en eventuele schade te beperken. Maar het resultaat hiervan is in belangrijke mate afhankelijk van wat nog mogelijk is bij aankomst en in welke mate preventief is geïnvesteerd in het juiste (brand)veiligheidsniveau afgestemd op de feitelijke risico’s. De repressieve brandweerzorg is hierbij nadrukkelijk geen compenserende maatregel voor het ontbreken van een dergelijk adequaat brandveiligheidsniveau.
Preparatie Om snelheid en slagkracht te kunnen garanderen moet personeel goed opgeleid en getraind zijn en materieel geschikt, veilig gestald en goed onderhouden zijn zodat deze veilig en effectief kunnen optreden. De verdeling van uitruk- en oefenbelasting van eenheden is daarbij een voorwaardenscheppend inrichtingsprincipe. Het kan daardoor zijn dat in zorgvuldig afgewogen gevallen een eenheid op een iets minder snelle locatie geplaatst wordt, omdat anders de uitruk- en oefenbelasting voor die specifieke eenheid te groot wordt. Vrijwilligheid De paraatheid wordt georganiseerd door gekazerneerde beroepsmedewerkers en brandweervrijwilligers die op elk moment opgeroepen kunnen worden om naar de kazerne te komen. De VRR zou niet de paraatheid kunnen garanderen zonder de toewijding van ruim 800 brandweervrijwilligers die dag en nacht beschikbaar zijn. De motivatie, geoefendheid en beschikbaarheid van brandweervrijwilligers en het beroepspersoneel is dan ook noodzakelijk om de paraatheid in de regio te kunnen garanderen. De VRR hecht grote waarde aan deze brandweervrijwilligers. De motivatie en het behoud van vrijwilligers is daarmee een belangrijk randvoorwaardelijk inrichtingsprincipe in de organisatie van de repressieve brandweerzorg.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 10 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4 Operationele prestaties De brandweer organiseert paraatheid voor het redden van mens en dier en het beperken van schade bij incidenten die de fysieke veiligheid bedreigen. De brandweer levert daarbij drie niveaus van brandweerzorg: 1. De basisbrandweerzorg, 2. Specialismen en 3. grootschalig optreden. De basisbrandweerzorg Om snel hulp te kunnen bieden beschikt de brandweer over een verfijnd netwerk van brandweerposten met basiseenheden, die als eerste een interventie kunnen plegen bij incidenten. Deze eenheden treden op bij ieder type incident, maar zijn wel beperkt tot een zekere omvang en/of complexiteit. Specialismen Daarnaast beschikt de brandweer over eenheden die aanvullend op de basisbrandweerzorg specialistische taken kunnen uitvoeren. Deze eenheden beschikken over kennis en kunde en specifieke materialen en middelen, zodat zij meer handelingsmogelijkheden hebben. Bijvoorbeeld complexe hulpverlening bij zware ongevallen, hoogteredding, scheepsbrandbestrijding, maar ook onbemande verkenningen en interventies. Grootschalig optreden Bij grotere incidenten schaalt de brandweer op om meer eenheden ter plaatse te brengen om grootschaliger en langduriger op te kunnen treden. Deze eenheden werken in vaste samenstellingen en structuren (pelotons).
Bijvoorbeeld in situaties waarbij meerdere verdiepingen van een woongebouw met verminderd zelfredzamen ontruimd moet worden of bij een grote industriebrand.
4.1 Basisbrandweerzorg De brandweer beschikt over een verfijnd netwerk van brandweerkazernes met basiseenheden die snel hulp kunnen bieden bij de meest voorkomende incidenten en noodgevallen. Bij complexere incidenten wordt de basisbrandweereenheid ondersteund door specialistische eenheden (paragraaf 3.2). Meldkamerzorg brandweer Iedere hulpvraag komt binnen bij de Meldkamer Brandweer. Zij beoordelen de situatie, alarmeren de juiste eenheden en geven op afstand instructies aan de melder totdat de eerste hulpverleners ter plaatse komen. De meldkamer is een belangrijke spil in de opstart en coördinatie van de hulpverlening. Brandbestrijding De eerste inzet bij brand, bestaande uit verkennen, redden, branduitbreiding voorkomen dan wel blussen en zo nodig ondersteunen bij ontruimen. Als maatgevend scenario wordt hiervoor de bestrijding van een woningbrand gezien. (Technische) Hulpverlening (T)HV Het bieden van hulp bij de meest voorkomende technische hulpverlening (anders dan brand), bestaande uit verkennen, stabiliseren van het ongeval en het redden van slachtoffers in overleg met de ambulancedienst. Het maatgevend scenario hiervoor is een ongeval met een personenauto waarbij sprake is van een beknelling van één persoon.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 11 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) De initiële inzet bij incidenten waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Dit omvat het afzetten van het gevarengebied, het uitvoeren van een verkenning en/of redding, het gebruik van meetapparatuur ter vaststelling van de gevaren en het zo veel mogelijk stabiliseren van het ongeval. Het maatgevend scenario hiervoor is een lekkage van een gevaarlijke stof die met behulp van de beschikbare bepakking van een basisbrandweereenheid verholpen kan worden. De basisbrandweereenheid kan met behulp van gasdetectieapparatuur in ieder geval vaststellen of er sprake is van explosiegevaar of vergiftigingsgevaar als gevolg van vrijkomen van koolmonoxide. Waterongevallen Het verkennen en stabiliseren van een incident waarbij personen te water zijn geraakt en waarbij direct hulp dient te worden verleend. Het maatgevend scenario hierbij is een grijpredding van een slachtoffer aan de wateroppervlakte bij een waterdiepte van 1,5 meter en tot een maximale afstand van 15 meter vanaf de waterkant. Medische assistentie De brandweer rukt samen met de ambulance en de politie uit voor reanimatie behoeftige personen waarbij elke seconde telt en de brandweer regelmatig als eerste ter plaatse is en met de reanimatie kan starten.
Het brandweerpersoneel is opgeleid voor het verlenen van eerste hulp en BLS (Basic Life Support) totdat de ambulancedienst de behandeling van het slachtoffer overneemt. In de gevallen waarin de brandweer als eerste ter plaatse kan zijn levert dit een waardevolle tijdsbesparing op waarmee de overlevingskansen en de kwaliteit van leven van het slachtoffer substantieel toenemen. Daarnaast ondersteunt de brandweer met regelmaat de ambulancedienst om een persoon op een brancard vanaf een hoger gelegen verdieping naar beneden te halen. Deze ondersteunende werkzaamheden worden doorgaans geduid als tilassistentie of afhijsing10. Dienstverlening Naast de basistaken bestaat ongeveer 17% procent van het werk van de brandweer uit dienstverlening. Dit zijn hulpverzoeken van diverse aard en omvang die gevaar, schade of hinder opleveren, wanneer hier niet direct op wordt ingegrepen. Bijvoorbeeld waterlekkages en omgewaaide bomen die wegen blokkeren tijdens hevige storm. De inzet van de brandweer is erop gericht de continuïteit van de samenleving te ondersteunen.
10 Bijvoorbeeld met een hoogwerker of autoladder.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 12 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.1.1 Gebiedsindeling De VRR bestaat uit een combinatie van een groot aaneengesloten dicht verstedelijkt11 gebied, het grootste haven- en industriecomplex van Europa en uitgestrekte landelijke gebieden. In figuur 3.1 zijn deze gebieden weergegeven. Verstedelijkt gebied Het verstedelijkt gebied beslaat ongeveer een kwart van de regio oppervlakte en hierin vinden bijna 85% van de incidenten plaats. Landelijk gebied Het landelijk gebied beslaat een drie keer zo groot oppervlak maar hier vinden circa 13% van de incidenten plaats. De VRR garandeert een adequate en gelijke mate van brandweerzorg aan iedereen in de regio. Maar het is om financieel/economische en organisatorische redenen niet haalbaar om in het gehele landelijk gebied exact dezelfde prestaties te leveren als in het dichte verstedelijkte gebied. Haven- en industriecomplex Circa 3% van de incidenten vindt plaats binnen de veiligheidscontouren van het haven- en industriecomplex. Vanwege de stapeling van risico’s gelden specifieke prestatieafspraken voor risicovolle industrie in dit gebied. De brandweerzorg in dit gebied wordt primair geleverd door de Gezamenlijke Brandweer (paragraaf 4.2.1).
FIGUUR 4-1 VERDELING STEDELIJK EN LANDELIJK GEBIED CBS 2020
11 De VRR maakt hierbij gebruik van de objectieve stedelijkheidsklasse 1, 2 en 3 van het CBS.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 13 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.1.2 Prestaties De brandweer streeft ernaar zo snel mogelijk ter plaatse te komen bij incidenten met een spoedeisend karakter. Het is daarbij wenselijk om binnen circa 8 minuten na de eerste melding aan de alarmcentrale ter plaatse te komen met een basisbrandweereenheid en handelend op te kunnen treden. Bij specifieke objecten met grotere escalatierisico’s, zoals brand in portiekwoningen, is het wenselijk om sneller ter plaatse te komen om tijdig te kunnen de-escaleren en reddend op te treden. Binnen het haven-industriecomplex is vanwege de specifieke risico’s de brandweerzorg er op gericht bij risicovolle industrie binnen zes minuten ter plaatse te zijn met een eenheid voor industriële brandbestrijding om snel de-escalerend op te kunnen treden. Basis zekerheidsniveau Bij het streven naar het zoveel mogelijk realiseren van een opkomsttijd van 8 minuten zorgt de brandweer ervoor dat dit niet ten koste gaat van de algemene paraatheid in de regio. Dit geeft gelijkheid voor inwoners en bedrijven. De brandweer streeft dus naar een basis zekerheidsniveau voor alle inwoners. Binnen dit basiszekerheidsniveau optimaliseert de brandweer een zo snel mogelijke opkomsttijd12 rekening houdend met het risico in het betreffende gebied in de regio.
Het basiszekerheidsniveau bestaat dus uit een maximale opkomsttijd13 per gebied voor de eerste basisbrandweereenheid en de opkomsttijd van drie opvolgende basisbrandweereenheden na alarmering14. Onderstaande tabel toont de prestaties van de basis brandweerzorg. Streven
Meeste gevallen
Basiszekerheid
Basis brandweerzorg: Landelijk gebied - Eerste eenheid - Drie eenheden
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
8 min. 12 min.
13 min. 20 min.
Stedelijk gebied - Eerste eenheid - Drie eenheden
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
6 min. 9 min.
10 min. 15 min.
6 min. 12 min.
10 min. 15 min.
Haven Industrie Complex - Eerste eenheid Zo snel mogelijk - Drie eenheden Zo snel mogelijk TABEL 4-1 PRESTATIES BASIS BRANDWEERZORG
12 De opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid wordt berekend vanaf het moment van
melding aan de 112-alarmcentrale tot het moment van aankomen van de eenheid. Voorwaarde hierbij is dat de meldkamer de eenheid direct alarmeert met de hoogste prioriteit en deze prioriteit niet wijzigt voor het ter plaatse komen van de eenheid. 13 Het basiszekerheidsniveau wordt berekend op een opkomsttijd die in 95% van de gevallen reëel is. 14 Met alarmering wordt bedoeld het moment dat de opdracht vanuit de meldkamer wordt gegeven aan een eenheid. Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 14 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.2 Specialismen Aanvullend op het basiszekerheidsniveau organiseert de VRR risicogericht aanvullende specialistische brandweerzorg waar dit gezien het risicoprofiel wenselijk is. In het OPB Uitvoeringsproces legt de VRR vast in welke gebieden dat is en in welke perioden.
4.2.1 Industriële brandbestrijding Binnen het Haven- en industriecomplex beschikken basisbrandweereenheden over aanvullende middelen, kennis en vaardigheden om incidenten in een industriële omgeving te kunnen bestrijden. Bijvoorbeeld voor grootschalige blussing en koeling met schuim of water en de inzet in een gebied waar gevaarlijke stoffen vrij komen waarvoor extra persoonlijke beschermingsmiddelen benodigd zijn. Binnen het haven-industriecomplex is vanwege de specifieke risico’s de brandweerzorg er op gericht bij risicovolle industrie binnen zes minuten ter plaatse te zijn met een industriële brandbestrijdingseenheid om snel de-escalerend op te kunnen treden.
4.2.2 Schuimblussing Bij incidenten met tankwagens en tankwagons met brandbare vloeistoffen of gassen is een snelle afdekking van de vloeistof met blusschuim respectievelijk een snelle koeling van de tank noodzakelijk. Daarvoor beschikt de VRR in samenwerking met de Gezamenlijke Brandweer (GB) over specialistische eenheden met voertuigen die snel een grote plas met brandbare vloeistof kunnen afdekken met schuim en een wagon met een brandbaar en explosief gas kunnen koelen op een veilige afstand met voldoende bluswater.
4.2.3 IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) Bij lekkage van zeer gevaarlijke stoffen zijn de specialistische eenheden van de GB voorzien van aanvullende beschermingsmiddelen, kennis en vaardigheden om veilig op te treden en een lekkage te stabiliseren. Deze eenheden kunnen bij incidenten met zeer gevaarlijke stoffen in de gehele regio ingezet worden. Daarbij is het streven zo snel mogelijk en niet later dan na 45 minuten ter plaatse te komen om het incident te stabiliseren en gevaar en schade te beperken. Deze eenheden zijn in staat om enkele slachtoffers die zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen te ontsmetten. Wanneer vele slachtoffers zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen kan een Grootschalige Ontsmetting Eenheid (GOE) een ontsmettingsstraat inrichten op de plaats van het incident. Alle inspanningen zijn erop gericht dit zo snel mogelijk uit te voeren om letsel te voorkomen en beperken.
4.2.4 Verkenning gevaarlijke stoffen Bij het (vermoeden van) grote hoeveelheden vrijgekomen gevaarlijke stoffen zet de VRR verkenningseenheden in. Verkenningseenheden zijn aanvullend opgeleid als verkenners gevaarlijke stoffen. Zij kunnen vaststellen of er gevaarlijke concentraties gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen en in welke omvang en verspreiding. De VRR streeft er naar binnen de regio met twee verkenningseenheden een eerste meting uit te kunnen voeren binnen 30 minuten na alarmering. Binnen 60 minuten kunnen nog twee aanvullende verkenningseenheden een meting uitvoeren in de regio.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 15 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.2.5 Technische HulpVerlening (THV) Elke basisbrandweereenheid is opgeleid voor het stabiliseren van ongevallen en het bevrijden van een bekneld slachtoffer in een personenauto. Verspreid over de regio zijn een aantal HV-teams aanvullend opgeleid en uitgerust om meervoudige en gecompliceerde beknellingen of levensbedreigende situaties te bestrijden. Bijvoorbeeld bij instorting of ongevallen met vrachtwagens of treinen. De VRR streeft ernaar zo snel mogelijk na het ter plaatse komen van een basisbrandweereenheid ter plaatse te komen met een aanvullend HV-team bij incidenten die daarom vragen. Het streven daarbij is om binnen 15 minuten na de eerste melding ter plaatse te kunnen komen bij complexere beknellingen. De VRR optimaliseert de plaatsing van de HV-teams op basis van het risico en de mogelijkheid tot een zinvolle inzet.
4.2.6 Waterongevallen Elke basisbrandweereenheid kan een grijpredding uitvoeren bij een waterongeval nabij de waterkant. Verspreid over de regio zijn daarbij eenheden aanvullend opgeleid tot Waterongevallen Oppervlakte Redders (WOR). Zij kunnen m.b.v. een zwemmer een redding uitvoeren verder uit de waterkant als een slachtoffer zich nog aan de oppervlakte bevindt. Voor slachtoffers die zich onder het wateroppervlak bevinden zijn er specialistische duikteams beschikbaar in de regio. Deze duikers zijn eveneens opgeleid tot Oppervlakte Redders. In enkele gebieden in de regio zijn ook strandwachten, reddingsbrigades of de KNRM actief, die oppervlaktereddingen kunnen uitvoeren. De VRR streeft ernaar zo snel mogelijk na het ter plaatse komen van een basisbrandweereenheid ter plaatse te zijn met een aanvullend Oppervlakte Reddingsteam en/of een duikteam. Voor een zinvolle redding van een waterslachtoffer is het wenselijk om binnen 15 minuten ter plaatse te zijn met een eenheid die adequaat kan optreden. De VRR optimaliseert de plaatsing van de Oppervlakte Reddingsteams en Duikteams op basis van het risico en de mogelijkheden tot een zinvolle inzet.
4.2.7 Prestatieoverzicht Onderstaande tabel toont de prestaties van de specialistische eenheden.
Specialismen: Schuimblussing Waterongevallen Technische Hulpverlening IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen Verkenning Twee Vier TABEL 4-2 SPECIALISMEN
Versie 1.0.1 april 2022
Streven
Meeste gevallen
Basiszekerheid
Zo snel mogelijk
45 min.
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
15-30 min. risicogebied 15 min. 15 min.
Zo snel mogelijk
30 min.
45 min.
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
30 min. 60 min.
30 min. 60 min.
30 min. 20 min.
Pagina 16 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.3 Rampenbestrijding en Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) De brandweer vervult ook taken in het kader van de rampenbestrijding en grootschalig brandweeroptreden. Onder ramp wordt verstaan: “een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken”.15 De rampenbestrijding in Nederland is opgebouwd uit basiseenheden die als eerste reageren op een ramp, gevolgd door eenheden in een pelotonsstructuur en/of specialistische eenheden. Dit wordt het Grootschalig Brandweeroptreden-Specialistisch Optreden (GBO-SO) genoemd. De VRR kan binnen de GBO-SO structuur bijstand vragen van pelotons uit andere regio’s in ons land en bijstand verlenen aan andere regio’s in het land. De VRR kan vier typen pelotons leveren. Daarnaast beschikt de veiligheidsregio over logistieke ondersteuningseenheden die er zorg voor dragen dat de inzet langdurig door kan gaan (voortzettingsvermogen). Bijvoorbeeld het ter plaatse aanvullen van ademlucht, brandstof en andere voorzieningen die nodig zijn voor het voortzettingsvermogen.
4.3.1 Peloton basisbrandweerzorg Een peloton basisbrandweerzorg bestaat uit vier basiseenheden onder leiding van een pelotonscommandant. Dit peloton levert werkcapaciteit in de vorm van personeel en basismaterieel voor brandbestrijding, redding, basis incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en technische hulpverlening. De VRR is voorbereid op het leveren van vier pelotons basisbrandweerzorg. Twee pelotons kunnen ingezet worden binnen het basis zekerheidsniveau. Dat wil zeggen dat de inzet van deze twee pelotons niet direct ten koste gaat van de algehéle dekking in de regio. Bij de inzet tot vier pelotons basisbrandweerzorg worden maatregelen genomen om het basis zekerheidsniveau zoveel mogelijk te continueren, door herbezetting en verplaatsing van eenheden. Indien noodzakelijk kan de VRR meer dan vier pelotons inzetten in het kader van de rampenbestrijding. Dit heeft onvermijdelijk consequenties voor de dekking in de regio. De VRR is voorbereid op het leveren van een eerste peloton binnen 30 minuten, een tweede peloton in 45 minuten en het derde en vierde peloton binnen 60 minuten binnen de gehele regio. De VRR kan in het kader van het voortzettingsvermogen vier pelotons minimaal 8 uur achter elkaar inzetten.
4.3.2 Peloton Grootschalige watervoorziening Bij grootschalige behoefte aan bluswater wordt gebruik gemaakt van een watertransportsysteem. Dit bestaat uit specialistisch materieel zoals waterwagens en afzetbare dompelpompunits met extra slangen en personeel. De VRR verdeelt het benodigde materieel zodanig over de regio dat het systeem voldoende bluswater kan transporteren over een langere afstand die nodig is voor de incident bestrijding.
15 Wet op de Veiligheidsregio’s, artikel 1
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 17 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.3.3 Peloton Specialistische blussing Het peloton specialistische blussing wordt ingezet bij (grootschalige) brandbestrijding waarvoor reguliere basisbrandweereenheden onvoldoende zijn toegerust. Bijvoorbeeld voor branden met stoffen die moeilijk met water te blussen zijn (schuimblussing). Binnen het Haven- en Industrie Complex rukt de Gezamenlijke Brandweer standaard uit met eenheden die hiertoe specifiek zijn uitgerust.
4.3.4 Peloton redding en technische hulpverlening Het peloton Redding en technische hulpverlening bestaat uit vier basiseenheden met aanvullend materieel en opleidingen op het gebied van meervoudige dan wel gecompliceerde beknellingen of levensbedreigende situaties, bijvoorbeeld bij ongevallen met vrachtwagens, treinen of instorting. In situaties waarin dit peloton niet over voldoende kennis en/of middelen beschikt, kan een beroep worden gedaan op het landelijk georganiseerde Specialisme Technische Hulpverlening (STH) of het Urban Search and Rescue Team (USAR.NL).
4.3.5 Prestatieoverzicht Onderstaande tabel toont de prestaties van het Grootschalig Basis Optreden. Streven Grootschalig Brandweer Optreden: Basisbrandweerzorg: Zo snel mogelijk Eerste Zo snel mogelijk Tweede Zo snel mogelijk Derde Zo snel mogelijk Vierde Grootschalige watervoorziening Zo snel mogelijk Eerste Zo snel mogelijk Tweede Specialistische Zo snel mogelijk blussing Redding en technische Zo snel mogelijk hulpverlening TABEL 4-3 GROOTSCHALIG BRANDWEER OPTREDEN
Versie 1.0.1 april 2022
Meeste gevallen
Basiszekerheid
30 45 60 60
45 min. 60 min. 60 min. 60 min.
30 60 60
45 min. 60 min. 60 min.
30-60
45 min.-60 min.
Pagina 18 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
4.4 Prestatieoverzicht In onderstaande tabel zijn alle prestaties in samenhang gebracht. Streven
Meeste gevallen
Basiszekerheid
Basis brandweerzorg: Landelijk gebied - Eerste eenheid - Drie eenheden
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
8 min. 12 min.
13 min. 20 min.
Stedelijk gebied - Eerste eenheid - Drie eenheden
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
6 min. 9 min.
10 min. 15 min.
Haven Industrie Complex - Eerste eenheid - Drie eenheden
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
6 min. 12 min.
10 min. 15 min.
Specialismen: Schuimblussing
Zo snel mogelijk
Regionaal
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
15-30 min. risicogebied 15 min. 15 min.
Zo snel mogelijk
30 min.
45 min.
Zo snel mogelijk Zo snel mogelijk
30 min. 60 min.
30 min. 60 min.
30 45 60 60
45 min. 60 min. 60 min. 60 min.
30 60 60
45 min. 60 min. 60 min.
30-60
45 min.-60 min.
Waterongevallen Technische Hulpverlening IncidentBestrijding Gevaarlijke Stoffen Verkenning Twee Vier
Grootschalig Brandweer Optreden: Basisbrandweerzorg: Zo snel mogelijk Eerste Zo snel mogelijk Tweede Zo snel mogelijk Derde Zo snel mogelijk Vierde Grootschalige watervoorziening Zo snel mogelijk Eerste Zo snel mogelijk Tweede Specialistische Zo snel mogelijk blussing Redding en technische Zo snel mogelijk hulpverlening TABEL 4-4 INTEGRAAL PRESTATIEOVERZICHT
Versie 1.0.1 april 2022
30 min. 20 min.
Pagina 19 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
Bijlage 1 Beoordeling operationele prestaties Het Besluit Veiligheidsregio’s stelt sinds 2010 normen aan de opkomsttijden van brandweereenheden bij gebouwbranden. Brandweer Nederland werkt samen met de Inspectie Justitie & Veiligheid aan de concepthandreiking GebiedsGebonden Opkomsttijden (GGO) die op het moment van schrijven16 wordt geëvalueerd door de Inspectie Justitie en Veiligheid en naar verwachting de normen in het Bvr zal vervangen. In deze bijlage zijn de verwachtte opkomsttijden van de VRR vergeleken met zowel de normen in het Bvr als de normen uit de concepthandreiking GGO.
Besluit Veiligheidsregio’s Het Bvr stelt normen aan opkomsttijden per gebouwtypen. In 2010 heeft het bestuur de Zorgnorm Rotterdam-Rijnmond vastgesteld op basis van het Bvr. Globaal zijn deze normen zes minuten voor objecten met een bovengemiddeld risico zoals portiekwoningen en portiekflats. Acht minuten voor standaard woningen en tien minuten voor overige gebouwen. De brandweerzorg inrichten op een normtijd van 8 minuten is al een grote uitdaging. Het vergt een fijnmazig netwerk van brandweerposten en het organiseren van zeer veel beheersmaatregelen om te allen tijde brandweereenheden paraat te hebben. Het volledig halen van de norm van 6 minuten is niet reëel haalbaar zonder disproportionele investeringen in meerdere extra beroepskazernes en eenheden. Dit heeft de minister van Justitie en Veiligheid in 2012 ook onderkend 17. De basisbrandweereenheid conform Bvr is een TankautoSpuit (TS) met minimaal zes bemanningsleden of een gelijkwaardig samenstelling van kleinere eenheden. Binnen de regio zijn vier gebieden waar de eerste brandweerzorg wordt ondersteund met een Snel Interventie Voertuig (SIV). Dit voertuig kan zelfstandig kleine incidenten zoals buitenbranden afhandelen. Bij grotere incidenten, zoals gebouwbranden of ongevallen met beknelling, rijdt de SIV voor een TS uit.
De SIV kan bij kleine en beginnende gebouwbranden snel reddend en stabiliserend optreden of als de slagkracht van de SIV daartoe niet toereikend is de inzet van de tankautospuit voorbereiden. In de gebieden waar een SIV als eerste eenheid uitrukt volgt een TS zoveel mogelijk binnen vier minuten na aankomst van de SIV. In onderstaande tabel is aangegeven in hoeveel procent van de gevallen de VRR verwacht 18 binnen een bepaald aantal minuten ter plaatse te komen. De vetgedrukte getallen geven aan in hoeveel procent de VRR verwacht te voldoen aan de Bvr norm 19.
16 Maart 2022 17 Brief aan de Tweede Kamer dd 21 juni 2012 18 Conform de handreiking brandweerzorg is deze prognose gericht op 80% van de gevallen 19 Indien de eenheden beschikbaar zijn. De Bvr houdt geen rekening met gelijktijdigheid en
beschikbarheid. Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 20 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
Opkomsttijd TS in TS-gebied
Opkomsttijd SIV in SIV-gebied
Normtijd Bvr
6
8
10
12
15
6
8
10
6
52%
93%
100%
100%
100%
80%
100%
100%
8
39%
85%
98%
100%
100%
69%
98%
100%
10
30%
81%
98%
99%
100%
60%
94%
100%
Eindtotaal
42%
87%
99%
100%
100%
69%
98%
100%
TABEL 1
Zoals eerder aangegeven is het volledig behalen van de norm van zes minuten niet voor alle adressen reëel haalbaar. De VRR verwacht deze norm in iets meer dan de helft van de gevallen te halen (52%). Deze objecten worden wel in bijna 95% van de gevallen in acht minuten bereikt met een TS. Binnen de SIV-gebieden behaalt de SIV in 80% van de gevallen de 6 minuten norm. De acht minuten norm wordt in 85% van de gevallen gehaald door een TS en binnen de SIVgebieden voor 98%. De tien minuten norm wordt bijna overal volledig behaald. Conclusie: In totaal verwacht de VRR bij 42% van de gebouwen binnen zes minuten ter plaatse te kunnen zijn, in bijna 87% binnen acht minuten en bijna altijd (99%) binnen tien minuten. Op de kaarten op de volgende pagina is aangegeven in welke gebieden de VRR verwacht niet binnen de gestelde norm uit het Bvr ter plaatse te zijn. Deze kaart is gespecificeerd voor het stedelijke en het landelijke gebied. Op de locaties aangegeven in het groen kan de SIV wel binnen de Bvr norm ter plaatse komen.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 21 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
FIGUUR 0-1 ADRESSEN IN STEDELIJK GEBIED WAAR DE BVR NORM NIET BEHAALD WORDT.
FIGUUR 0-2 ADRESSEN IN LANDELIJK GEBIED WAAR DE BVR NORM NIET BEHAALD WORDT.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 22 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
RemBrand GebiedsGebonden Opkomsttijden (GGO) In de concept handreiking GebiedsGebonden Opkomsttijden (GGO) van Brandweer Nederland is een normenkader uitgewerkt gebaseerd op het overwegend risico in een bepaald gebied in plaats van specifieke objecten. In tabel 3 en figuur 2 staat een korte toelichting. Deze landelijke handreiking benoemt een bandbreedte met maximale opkomsttijden per gebied en een streefwaarde voor de opkomsttijd in een gebied. Gebied
Typering
Maximale opkomsttijd
Streven
I
Oude binnensteden, Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen, Portiekwoningen en woongebouwen hoger dan 20 meter. Woningen en gebouwen voor zelfredzame personen. Gebieden met verspreid liggende woningen.
10 minuten
7 minuten
13 minuten
10 minuten
18 minuten
15 minuten
II III TABEL 0-2
De VRR voldoet bijna volledig aan de streefwaarden uit de concepthandreiking en volledig aan de maximale opkomsttijden uit de concepthandreiking GGO. Norm RemBrand GGO I
6
8
10
14
15
6
8
10
15
100%
Streeftijd RemBrand GGO I
62%
96%
100%
100%
62%
96%
100%
100%
II
38%
83%
99%
100%
100%
II
38%
83%
99%
100%
III
15%
62%
90%
99%
100%
III
15%
62%
90%
100%
Eindtotaal
39%
83%
98%
100%
100%
Eindtotaal
39%
83%
98%
100%
FIGUUR 0-3 De handreiking stelt ook dat een veiligheidsregio moet beschrijven hoe vaak zij verwacht de opkomsttijd niet te behalen vanwege gelijktijdigheid van incidenten of het niet beschikbaar zijn van vrijwilligers. Conclusie: In dit Raamwerk is een basiszekerheidsniveau gepresenteerd, die ongeacht gelijktijdigheid en onbeschikbaarheid van vrijwilligers reëel haalbaar is. Het basiszekerheidsniveau van de VRR voldoet hiermee volledig aan de normen gesteld in de concepthandreiking GebiedsGebonden Opkomsttijden.
Versie 1.0.1 april 2022
Pagina 23 van 25
Operationeel Plan Brandweerzorg Bestuurlijk Raamwerk 2023
Landelijke visie Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) De landelijke visie Grootschalig Brandweer Optreden (GBO) beschrijft streeftijden voor verschillende typen pelotons. De VRR kan voldoen aan de streeftijden zoals beschreven in het de landelijke visie GBO. Peloton Basisbrandweerzorg “” 1e “” 2e “” 3e “” 4e Grootschalige watervoorziening “” 1e “” 2e Specialistische blussing Redding en technische hulpverlening IBGS FIGUUR 0-4
Versie 1.0.1 april 2022
Norm
Voldoet aan norm
30 45 60 60 30
Ja Ja Ja Ja
30 60 60
Ja Ja Ja
30-60
Ja
Pagina 24 van 25