CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Overeenkomst met bijlagen (opstalvoorwaarden).pdf

commissie Planning en Control 25 oktober 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Actualiteiten 1. opheldering tenderprocedure NRIJ8.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERTROUWELIJK

Overeenkomst inzake een optie op het vestigen van een recht van opstal voor plaatsing windturbines

De ondergetekenden: 1.

Staatsbosbeheer, gevestigd en kantoorhoudend op het adres Smallepad 5 te (3811 MG) Amersfoort, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer ir. S. Thijsen BNT, directeur,

hierna te noemen: 'Staatsbosbeheer', 2.

de publiekrechtelijke rechtspersoon Openbaar Lichaam o.b.v. gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde, gevestigd en kantoorhoudende te (3112 NC) Schiedam aan de Overschieseweg nr 310, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw J. van Dongen,

hierna te noemen: "het Schap”, en: 3.

___________________________________________________________________________ statutair gevestigd te __________________________________________________________ en kantoorhoudende te ________________________________________________________, ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer __________, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar statutair bestuurder ___________________________________________________________

hierna te noemen: 'opstaller' Staatsbosbeheer en Het Schap en opstaller gezamenlijk hierna ook aan te duiden als 'partijen',

overwegende dat: -

Staatsbosbeheer de wettelijke taak heeft om natuur- en recreatiegebieden die Staatsbosbeheer in eigendom heeft te beheren en duurzaam in stand te houden;

-

Het Schap tot taak heeft het privaatrechtelijk beheren en exploiteren van natuur- en recreatiegebieden

-

Staatsbosbeheer percelen (kadastrale gemeente Barendrecht, sectie A, nummers 5207, 5209, 5641, 5642 en 5643) in eigendom heeft en aan het Schap krachtens notariële akte 1 / 27

d.d. 17 april 1997 met ingang van 1 januari 1995 die onroerende zaken in erfpacht heeft uitgegeven voor de duur van vijfenzeventig jaren; -

De toenmalige stadsregio Rotterdam-gemeenten d.d. 21 juni 2012 een zogenoemd Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam 2012 heeft gesloten, hetwelk onder meer door de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Barendrecht mede is ondertekend;

-

Als uitvloeisel van dat Convenant de Provincie Zuid-Holland op 20 december 2017 een definitief besluit heeft genomen houdende de aanwijzing van diverse locaties voor de opwekking van windenergie;

-

de provincie Zuid-Holland en de gemeente Barendrecht in dat kader een windpark dan wel één of meer windmolens willen laten ontwikkelen op de in erfpacht uitgegeven gronden als bedoeld in sub a, hierna kortweg te noemen windpark of het Project;

-

Staatsbosbeheer en het Schap hebben overeenstemming met betrekking tot de aan die erfpacht verbonden rechten en verplichtingen in het kader van de ontwikkeling van het Project en dat het Schap zal meewerken aan de vestiging van een opstalrecht onder de voorwaarden vermeld in de bijlage;

-

Opstaller geïnteresseerd is in de hiervoor bedoelde locatie voor de realisatie en exploitatie van maximaal drie windturbines met bijbehorende voorzieningen in het kader van het Project;

-

Opstaller, alvorens ten behoeve van de uitvoering van zijn plannen een (definitieve) overeenkomst tot het vestigen van een recht van opstal cum annexis aan te gaan, daartoe een optierecht wenst te verkrijgen;

-

Deze overeenkomst, naast het optierecht, alleen ziet op de privaatrechtelijke regeling van het gebruik van de grond in eigendom bij Staatsbosbeheer en in erfpacht bij het Schap door opstaller middels het vestigen van een recht van opstal en een nader te bepalen aantal afhankelijke erfdienstbaarheden en opstaller derhalve verantwoordelijk is voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen en dergelijke;

-

Partijen afspraken over het optierecht op het tijdelijk recht van opstal benodigd voor de totstandkoming en exploitatie van het project en de daarvan afhankelijke erfdienstbaarheden in deze overeenkomst wensen vast te leggen.

Komen het navolgende overeen: Artikel 1. Definities De in Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen van de bijlage genoemde definities en begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige toepassing op deze overeenkomst. Percelen: de percelen, bekend als kadastrale gemeente Barendrecht, sectie A, nummers 5207, 5209, 5641, 5642 en 5643, die onder meer worden gebruikt als bouwland / grasland / bos, waarvoor het recht van opstal en/of erfdienstbaarheden zal / zullen gelden; 2 / 27

Artikel 2. Optierecht 1.

Na ondertekening door alle partijen van deze overeenkomst kan opstaller tot vijf jaar na ondertekening van deze overeenkomst vorderen dat Staatsbosbeheer en het Schap meewerken aan het vestigen van rechten van opstal met de bijbehorende erfdienstbaarheden, onder de voorwaarden zoals beschreven in de aan deze overeenkomst gehechte bijlage, welke bijlage een onlosmakelijk deel uitmaakt van deze overeenkomst. Deze vordering dient schriftelijk aan het Schap te worden medegedeeld. De werkzaamheden zullen niet aanvangen voordat het recht van opstal is gevestigd.

2.

Opstaller kan dit optierecht slechts uitoefenen nadat met Staatsbosbeheer en het Schap overeenstemming is bereikt over: -

een bodemonderzoek door een gekwalificeerde en onafhankelijke instelling in opdracht van opstaller en voor kosten van opstaller;

-

de exacte locatie van al hetgeen opstaller wenst te bouwen en aan te leggen. Gestreefd wordt naar zoveel mogelijk behoud van natuur- en recreatiewaarde van het gebied, met in achtneming van bestaande (paden)structuren, bomen en biodiversiteit;

-

de wijze van aanleggen (tijdsduur, planning en dergelijke) waarop opstaller de werken wenst uit te voeren;

-

uitvoering van eventuele mitigerende en/of compenserende maatregelen zoals opgelegd door het bevoegd gezag aan de opstaller.

3.

Deze overeenstemming wordt schriftelijk vastgelegd.

4.

De precieze locaties van de te bouwen windturbines zullen kadastraal worden ingemeten, waarna alleen voor deze nieuw te begrenzen percelen opstalrechten zullen worden gevestigd. Alle kosten hiervoor zijn voor rekening van opstaller. Voor de rest van de in artikel 1 genoemde percelen zullen voor zover noodzakelijk ter realisatie van het project erfdienstbaarheden worden gevestigd.

5.

Ten aanzien van eventuele bos- / natuurcompensatie als gevolg van het project geldt dat deze compensatie door opstaller zal worden uitgevoerd met Staatsbosbeheer en het Schap als partners. Dit geldt uitsluitend voor zover het bos-/ natuurcompensatie betreft die verplicht is opgelegd door het bevoegd gezag. Staatsbosbeheer en/of het Schap zullen die verplichting namens opstaller tegen een marktconforme vergoeding op zich nemen en uitvoeren op grond die reeds nu in eigendom van Staatsbosbeheer en in erfpacht van het Schap is, of tegen die tijd voor dat doel door Staatsbosbeheer zal worden aangekocht. Opstaller is dan gehouden alle kosten (contant gemaakt) in verband met de compensatie (waaronder eventuele verwerving, afwaardering, inrichting, toekomstig beheer en projectmanagement) tegen marktconforme 3 / 27

condities te voldoen aan Staatsbosbeheer en/of het Schap. Staatsbosbeheer en het Schap hebben het recht af te zien van overname van de compensatieverplichting, bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) in het geval Staatsbosbeheer en/of het Schap niet kunnen of willen presteren tegen marktconforme condities. 6.

Het optierecht kan pas worden uitgeoefend wanneer opstaller met het bevoegd gezag overeenstemming heeft bereikt over de wijze en het moment waarop de eventueel benodigde EHS-compensatie zal worden uitgevoerd of wanneer vast staat dat het bevoegd gezag geen compensatieverplichting zal opleggen. Opstaller legt stukken over aan Staatsbosbeheer en het Schap waaruit dit blijkt.

7.

Binnen drie maanden na dagtekening van de vordering als bedoeld in lid 1 van dit artikel, of op een later tijdstip als partijen dit te zijner tijd afspreken, zal het Schap enerzijds en opstaller anderzijds zorg dragen voor de vestiging van het recht van opstal met bijbehorende erfdienstbaarheden.

8.

Indien het recht van opstal niet binnen de termijn die volgt uit het bepaalde in dit artikel is gevestigd, vervalt de optie van rechtswege zonder dat restitutie plaatsvindt van de vergoeding voor het optierecht.

9.

Staatsbosbeheer en het Schap verlenen het optierecht gedurende de looptijd van en onder de voorwaarden van deze overeenkomst exclusief aan opstaller en zullen gedurende de looptijd van het optierecht en/of de looptijd van het recht van opstal aan derden geen zakelijke rechten verlenen die strijdig zijn met de krachtens deze overeenkomst ten behoeve van opstaller te vestigen rechten.

10. Het optierecht is slechts overdraagbaar na voorafgaande schriftelijke toestemming van

Staatsbosbeheer en het Schap, welke toestemming Staatsbosbeheer en het Schap niet zonder redelijke grond zullen onthouden. Artikel 3. Vergoeding optierecht 1.

De kosten voor het optierecht bedragen EUR 5.000,-- exclusief BTW per jaar (of deel daarvan).

2.

Deze vergoeding is verschuldigd direct na ondertekening van deze overeenkomst. Staatsbosbeheer en het Schap zullen hiertoe ieder een factuur zenden (ieder voor de helft) waarna opstaller het bedrag binnen zes weken betaalt.

3.

In geen geval zal enigerlei restitutie van vergoeding(en) plaatsvinden. Dat is evenmin het geval indien: 4 / 27

- deze overeenkomst niet leidt tot de vestiging van een recht van opstal, tenzij het ontbreken van die vestiging toerekenbaar verwijtbaar is aan gebrek aan medewerking door Staatsbosbeheer en het Schap; - in geval van voortijdige beëindiging, zoals door opzegging; - deze overeenkomst wel leidt tot de vestiging van een recht van opstal. Artikel 4. Einde overeenkomst voor wat betreft het optierecht Deze overeenkomst eindigt van rechtswege na: -

passeren van de notariële akte tot vestiging van de opstalrechten;

-

verloop van de termijn genoemd in Artikel 2. Optierecht), hetgeen betekent dat er geen recht van opstal zal worden gevestigd;

-

opzegging door opstaller.

Artikel 5. Vervreemding door Staatsbosbeheer / het Schap Indien Staatsbosbeheer of het Schap gedurende de periode vanaf heden tot en met de dag van vestiging van de zakelijke rechten door inschrijving van de akte van vestiging in de openbare registers, het voornemen heeft over te gaan tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van de in recht van opstal te geven percelen, dan wel tot bezwaring daarvan met een beperkt recht, waaronder begrepen het recht van hypotheek, zal Staatsbosbeheer c.q. het Schap dit tijdig aan opstaller mededelen en de toekomstig rechthebbende in kennis stellen van de inhoud van deze overeenkomst. Staatsbosbeheer c.q. het Schap zal deze bij wijze van kettingbeding annex derdenbeding aan de verkrijgers of aan de zakelijk gerechtigde(n) als hoofdelijke en ondeelbare verplichting opleggen en ten behoeve van opstaller aanvaarden: alle verplichtingen van Staatsbosbeheer c.q. het Schap uit deze overeenkomst voortvloeiende, alsmede de verplichting om bij verdere vervreemding of bezwaring met, dan wel overdracht van, zakelijke rechten de opvolgende eigenaren of zakelijk gerechtigden op dezelfde wijze alle in deze overeenkomst vermelde verplichtingen op te leggen. Artikel 6. Overige verplichtingen en verklaringen Staatsbosbeheer en het Schap 1.

Staatsbosbeheer en het Schap verplichten zich jegens opstaller om geen bezwaar te maken tegen het verlenen van (omgevings)vergunningen en ontheffingen voor de plaatsing door opstaller van de windturbines met toebehoren, zoals bedoeld in deze overeenkomst of voor het windpark waarvan deze windturbines deel uitmaken.

5 / 27

2.

Staatsbosbeheer en het Schap zullen zich inspannen om zich te onthouden van negatieve uitingen over de plannen van opstaller tot realisatie van windturbines zoals bedoeld in deze overeenkomst of over het windpark waarvan deze windturbines deel van uitmaken.

3.

Partijen zullen elkaar informeren over belangrijke ontwikkelingen en publieke communicatieboodschappen (persberichten, nieuwsbrieven, informatieavonden, enz.) van te voren afstemmen.

4.

Staatsbosbeheer en het Schap zullen op de betrokken percelen geen opstallen of werken hoger dan tien meter (laten) plaatsen of hun medewerking verlenen aan plaatsing door derden van opstallen of werken hoger dan tien meter en gelegen binnen een straal van 400 meter van ieder van de door opstaller te plaatsen windturbines, vanaf ondertekening van deze overeenkomst tot aan het einde van de overeenkomst, of tot aan het einde van het opstalrecht indien dat opstalrecht gevestigd wordt.

Artikel 7. Lasten en beperkingen Staatsbosbeheer heeft onder meer de voor dit project betrokken gronden langjarig aan het Schap in erfpacht uitgegeven. Staatsbosbeheer en het Schap zijn niet bekend met publiek- of privaatrechtelijke verplichtingen jegens derden met betrekking tot de in recht van opstal uit te geven percelen en/of te verlenen erfdienstbaarheden die aan het te vestigen recht van opstal in de weg zouden kunnen staan. Artikel 8. Faillissement en beslag Wanneer de toekomstige opstaller voor de datum van ondertekening van de akte van vestiging van het recht van opstal in staat van faillissement wordt verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing is, dan wel voor die datum beslag op zijn goederen is gelegd, zijn Staatsbosbeheer en het Schap bevoegd om reeds gesloten overeenkomsten ten aanzien van de nog in opstal uit te geven zaak met onmiddellijke ingang te ontbinden door middel van een aangetekende brief, zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst vereist zal zijn en zonder dat Staatsbosbeheer en het Schap tot vergoeding van eventuele schade gehouden zullen zijn. Artikel 9.Toepasselijk recht, taal en geschillenregeling 1.

Op deze overeenkomst is het Nederlandse Recht van toepassing.

2.

Alle communicatie ter zake van deze overeenkomst zal plaatvinden in de Nederlandse taal.

6 / 27

3.

Geschillen ter zaken van deze overeenkomst die niet in goed overleg kunnen worden opgelost, zullen ter beslechting uitsluitend kunnen worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te Rotterdam.

Aldus overeengekomen en opgemaakt in tweevoud te: Plaats

Datum

Handtekening

Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Staatsbosbeheer

7 / 27

Opstaller

BIJLAGE 1 - Voorwaarden recht van opstal De in deze bijlage opgenomen voorwaarden zullen - behoudens waar geen zakelijke werking wordt beoogd - worden opgenomen in de akte van vestiging van de betreffende rechten. Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen Waar in de akte van vestiging over de hierna volgende begrippen wordt gesproken, wordt daarmee bedoeld hetgeen hieronder is weergegeven. -

Bijbehoren: een of meer naar het oordeel van opstaller noodzakelijke, bij de windturbines behorende zaken, zoals transformatiehuisjes, leidingen, kabels, aansluitingen, fundaties, ondersteuningen, merktekens en dergelijke;

-

Consumentenprijsindex (CPI): de consumentenprijsindex, reeks alle huishoudens, vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);

-

Dienende erf: de percelen waarvoor de erfdienstbaarheden zullen gelden, te weten XXX;

-

Grondgebruiker: degene(n) die krachtens een persoonlijk recht gebruik maakt/maken van de grond;

-

Heersende erf: de percelen waarop de windturbines zullen worden gebouwd, te weten XXX;

-

Locatie: dat deel van de grond van het Schap dat wordt belast met een recht van opstal, aangegeven op een door of namens opstaller te vervaardigen tekening;

-

Opstallen: gebouwen en werken die al dan niet duurzaam zijn verenigd met de opstalzaak, hetzij rechtstreeks hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken;

-

Opstalzaak: de bij de akte van vestiging in recht van opstal uitgegeven onroerende zaak of zaken;

-

Recht van opstal: het in de akte van vestiging verleende zakelijke recht op basis waarvan de opstaller eigenaar wordt van de gebouwen, werken en beplantingen waarvoor dat recht van opstal is gevestigd;

-

Retributie: de periodieke vergoeding die de opstaller voor het recht van opstal aan het Schap verschuldigd is;

-

Terugdraaien: het met een lager vermogen of toerental laten draaien van een windturbine;

-

Windpark: alle windturbines op de percelen met bijbehoren welke daartoe dienstbaar zijn.

Artikel 2. Omschrijving recht van opstal 1.

Het recht van opstal betreft een tijdelijk recht van opstal voor de duur van veertig jaar, ingaande op _____ en mitsdien eindigend op _____, op percelen van het Schap, kadastraal bekend als XXX, ten behoeve van het voor eigen rekening en risico plaatsen, in eigendom 8 / 27

hebben, onderhouden, vervangen en of wegnemen van XXX windturbines met een vermogen van circa X MW (nog te bepalen door opstaller) ieder, met bijbehoren, alsmede voor het voor eigen rekening en risico leggen van een elektriciteitskabel en per turbine een kraanopstelplaats, zoals aangegeven op de aan deze overeenkomst gehechte en daarvan deel uitmakende kaart. 2.

Het recht van opstal houdt tevens in dat opstaller en de door hem aan te wijzen derden via grond van het Schap met de nodige vervoermiddelen, materialen en werktuigen toegang hebben tot de in recht van opstal gegeven percelen op een telkens van tevoren in overleg met het Schap te bepalen wijze.

Artikel 3. Erfdienstbaarheden 1.

Partijen komen overeen dat het Schap ten laste van het dienende erf, aan opstaller ten behoeve van het heersende erf, te weten ieder van de percelen waarop de windturbines zullen worden gebouwd, zal verlenen de navolgende erfdienstbaarheden, bestaande uit -

de verplichting om te dulden dat opstaller gebruik maakt van de toegangsweg gelegen op het dienend erf, zoals aangegeven op een aan de akte te hechten kaart, welke toegangsweg zal worden aangelegd en onderhouden door opstaller;

-

de verplichting om te dulden dat opstaller gebruik maakt van een kraanopstelplaats, zoals aangegeven op een aan de akte te hechten kaart;

-

de verplichting om wiekoverslag te dulden boven het dienende erf.

2. De erfdienstbaarheden zijn voor hun bestaan afhankelijk van het bestaan van het recht van opstal. Artikel 4. Opzegging 1.

Partijen kunnen het recht van opstal opzeggen voor het eerst na ommekomst van 20 jaar na de ingangsdatum van het recht van opstal, onverminderd het bepaalde in Artikel 21. Nakoming of schadevergoeding), Artikel 42. Opzegging bij niet-nakoming), en Artikel 45. Beëindiging op grond van algemeen belang). Deze opzegmogelijkheid bestaat vervolgens telkens na ommekomst van vijf jaar, dus 25, 30 en 35 jaar na de ingangsdatum van het recht van opstal en telkens met een opzegtermijn van één jaar.

2.

Bij opzegging zal altijd een opzegtermijn van één jaar worden aangehouden.

9 / 27

Artikel 5. Retributie 1.

De retributie voor het recht van opstal, waarin begrepen de vergoeding voor de eventuele overige zakelijke rechten, wordt bepaald door het totaal aantal MWH’s per geheel productiejaar dat naar verwachting door de turbines gezamenlijk op de grond van het Schap zal worden geproduceerd te vermenigvuldigen met een bedrag van € _________ per MWH. Deze retributie wordt verschuldigd vanaf de datum één jaar na de ingangsdatum van het opstalrecht tot de einddatum van het opstalrecht. Deze verwachting wordt door opstaller vooraf onderbouwd aan de hand van een door een onafhankelijke deskundige partij opgesteld windrapport, de technische specificaties van de turbines en de SDE-beschikking. Er vindt geen verrekening plaats indien de werkelijke stroomopbrengst afwijkt van de verwachting.

2.

Indien er een turbine wordt vervangen, dan wel een aanpassing aan de turbine wordt gepleegd die leidt tot een andere verwachte stroomproductie, zal de retributie worden herberekend aan de hand van het bedrag per MWH uit lid 1.

Artikel 6. Voorgaande verkrijging (in te vullen door de notaris) Staatsbosbeheer heeft de eigendom van het perceel / de percelen verkregen door de inschrijving bij de dienst voor het kadaster en de openbare registers op _____ in register _____, deel _____ nummer _____, van een afschrift van een akte van _____ op _____ voor mr. _____ notaris te _____ verleden. Artikel 7. Indicatieve vermeldingen De vermelding in de akte van vestiging van oppervlakte, belendingen, vorm, aard, ligging of andere kenmerken van de opstalzaak is slechts bedoeld als indicatie, zonder dat de opstalzaak hieraan behoeft te beantwoorden. Noch de opstaller, noch het Schap heeft daarom aanspraak op ontbinding of vernietiging van de overeenkomst die de titel vormt voor de vestiging van het recht van opstal, op retributievermindering of op schadevergoeding, wanneer die vermelding niet met de werkelijkheid blijkt overeen te komen. Artikel 8. Onvoorwaardelijkheid en onbezwaardheid 1.

Het recht van opstal wordt voorwaardelijk gevestigd conform de in de overeenkomst bepaalde condities.

2.

De opstalzaak is bij de vestiging van het recht van opstal niet bezwaard met: -

beslagen of hypotheken of met inschrijvingen daarvan; 10 / 27

3.

-

kwalitatieve verplichtingen of kettingbedingen, anders dan in de akte van vestiging vermeld;

-

beperkte rechten, anders dan in de akte van vestiging vermeld.

Staatsbosbeheer noch het Schap is bekend met het bestaan van koop-, voorkeurs-, of optierechten van derden ten aanzien van het in opstal uitgegeven perceel.

Artikel 9. Risico 1.

De opstaller aanvaardt bij de vestiging van het recht van opstal de opstalzaak in de feitelijke staat, waarin deze zich op dat moment bevindt, met alle daaraan verbonden eigenschappen, kenmerken, bekende en onbekende gebreken, en met de verplichting tot gestanddoening van lopende zakelijke en persoonlijke gebruiksrechten van derden, voor zover deze zijn vermeld in de akte van vestiging of voor zover zulks uit de wet voortvloeit. De opstaller verklaart bekend te zijn met de inhoud van deze rechten.

2.

De opstalzaak is voor risico van de opstaller vanaf de dag van vestiging van de opstal, of zoveel eerder als het Schap de opstaller in het genot heeft gesteld van de opstalzaak.

Artikel 10. Baten en lasten Per de ingangsdatum van het recht van opstal en met inachtneming van het in artikel 5 bepaalde komen de baten aan opstaller ten goede en zijn de lasten met betrekking tot de in recht van opstal uit te geven percelen voor zijn rekening. Artikel 11. Lasten en beperkingen 1.

Het Schap heeft bij de uitgifte in recht van opstal aan de opstaller kennis gegeven van alle aan het Schap bekende lasten en beperkingen uit hoofde van erfdienstbaarheden en van alle bestaande kettingbedingen, kwalitatieve verplichtingen en overige lasten en beperkingen, kenbaar uit de openbare registers als bedoeld in art. 3:16 BW, waaronder tevens begrepen lasten en beperkingen en blijkend en/of voortvloeiend uit akten, bevelen en/of beschikkingen die op grond van de Wet Bodembescherming gepubliceerd zijn in de openbare registers. In deze akten, bevelen en/of beschikkingen staat woordelijk vermeld: _____(letterlijk overnemen van notaris)

2.

Voor zover in bovengenoemde bepalingen verplichtingen voorkomen welke het Schap verplicht is aan de opstaller op te leggen, doet het Schap dat bij dezen en worden deze verplichtingen bij dezen door de opstaller aanvaard. Voor zover het gaat om rechten die ten behoeve van derden zijn bedongen, worden die rechten tevens bij dezen door het Schap voor die derden aangenomen. De opstaller aanvaardt voormelde lasten en beperkingen uitdrukkelijk. 11 / 27

Het volgende lid alleen toevoegen indien van toepassing. 3. Voorts rusten op de opstalzaak de navolgende persoonlijke gebruiksrechten van derden: _____ Artikel 12. Gebruik 1.

De opstaller mag de opstalzaak uitsluitend gebruiken voor het oprichten en aanbrengen van een of meerdere windturbines zoals elders in deze akte nader gespecificeerd, met bijbehorende opstallen en werken, en het leggen van een elektriciteitskabel tussen de windturbines en naar de netaansluiting , onder meer volgens de specificaties opgenomen in de bijlage bij deze akte, welke onderdeel uitmaakt van deze akte, alsmede het in werking hebben/exploiteren, vervangen, vernieuwen, wegnemen en/of onderhouden van deze windturbines met bijbehoren. De opstaller dient hierbij de geldende wet- en regelgeving in acht te nemen en ervoor zorg te dragen dat voorafgaand de benodigde vergunningen, ontheffingen, etc. zijn verkregen.

2.

Het is de opstaller niet toegestaan om de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen geheel of gedeeltelijk langer dan een jaar niet of nagenoeg niet te gebruiken.

3.

De opstaller mag de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen niet zodanig gebruiken of doen of laten gebruiken, dat hieruit bezwaren van welstand of milieuhygiëne dan wel gevaar, schade of hinder in welke vorm dan ook ontstaan of kunnen ontstaan, anders dan uit normaal gebruik van windturbines volgt.

Artikel 13. Retributie-indexering 1.

Het tarief van de retributie als bedoeld in Artikel 5. Retributie wordt ieder kalenderjaar aangepast aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI). Deze aanpassing geschiedt op basis van de formule C (n) = (A : B) x C (o). In deze formule is: C (n):

het nieuwe retributietarief;

A: de CPI van het kalenderjaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de retributieaanpassing;

12 / 27

B: de CPI van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar bedoeld onder A; C (o): 2.

het oude, aan te passen retributietarief.

Het geïndexeerde retributietarief is ook verschuldigd wanneer door het Schap of Staatsbosbeheer geen afzonderlijke schriftelijke mededeling van de aanpassing wordt gedaan aan de opstaller.

3.

De retributie wordt voor het eerst op de eerste 1 januari na ondertekening van de “Overeenkomst inzake een optie op het vestigen van een recht van opstal voor plaatsing windturbines” aangepast, aan de hand van de CPI cijfers over de maanden die sindsdien verstreken zijn.

Artikel 14. Retributie- en andere betalingen 1.

De retributie zal per jaar worden betaald, steeds vóór de dag (dag en maand) van de vestiging van het opstalrecht, zodat als bijvoorbeeld het opstalrecht per 5 november van enig jaar is gevestigd, jaarlijks per 5 november de retributie zal zijn betaald.

2.

Alle andere bedragen dan de retributie, die de opstaller uit hoofde van het recht van opstal is verschuldigd, dient hij te voldoen binnen één maand na het tijdstip van opeisbaarheid.

3.

Betalingen door de opstaller ter zake van het recht van opstal strekken, ongeacht de bestemming die hij er zelf aan geeft, ter voldoening van zijn schulden aan het Schap en Staatsbosbeheer in de onderstaande volgorde: a. door het Schap of Staatsbosbeheer gemaakte redelijke kosten in verband met de verplichtingen van de opstaller; b. verschuldigde boetes; c. verschuldigde rente(n); d. andere dan sub a, b, c en e genoemde schulden ingevolge het recht van opstal; e. verschuldigde retributiebetalingen, de oudst openstaande vorderingen als eerste.

4.

Staatsbosbeheer en het Schap zullen voor alle verschuldigde betalingen facturen sturen, ieder voor de helft van de verschuldigde retributie.

13 / 27

Artikel 15. Kosten vestiging opstalrecht Alle kosten en belastingen met betrekking tot de vestiging van het opstalrecht, waaronder begrepen de eventuele overdrachtsbelasting, omzetbelasting, het kadastrale recht, de eventuele kosten van kadastrale opmeting en de kosten van deze akte, zijn voor rekening van de opstaller. Artikel 16. Lasten, beëindigingskosten 1.

Alle gewone en buitengewone lasten, waaronder begrepen belastingen en heffingen die met betrekking tot de opstalzaak en de op basis van het recht van opstal aanwezige opstallen en werken worden geheven, komen met ingang van de dag waarop het recht van opstal is ingegaan ten laste van de opstaller, ongeacht aan wie de aanslag wordt opgelegd.

2.

Wanneer het Schap en/of Staatsbosbeheer lasten, als bedoeld in lid 1, mocht hebben betaald, zal het Schap en/of Staatsbosbeheer daarvan kennis geven aan de opstaller, die vervolgens binnen één maand na de datum van deze kennisgeving het betaalde bedrag aan het Schap en/of Staatsbosbeheer dient te vergoeden.

3.

De kosten die voortvloeien uit het beëindigen van het recht van opstal komen voor rekening van opstaller.

Artikel 17. BTW 1.

Alle bedragen in deze overeenkomst zijn exclusief omzetbelasting.

2.

Het Schap is, voor de onderhavige vestiging van het opstalrecht, ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. De in recht van opstal gegeven percelen kwalificeren als bouwterrein zoals bedoeld in artikel 11 lid 1 sub a ten eerste van de Wet op de omzetbelasting 1968, welk bouwterrein nog niet als bedrijfsmiddel is gebruikt. Partijen gaan er van uit dat ter zake van de vestiging van het recht van opstal sprake is van een levering in de zin van artikel 3 lid 2 van de Wet op de omzetbelasting 1968, zodat van rechtswege omzetbelasting is verschuldigd.

3.

Partijen opteren voor een met omzetbelasting belaste verhuur als bedoeld in artikel 11 lid 1 sub b ten vijfde van de Wet op de omzetbelasting 1968 juncto artikel 6a Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, zodat de vestiging van het recht van opstal ook is belast met omzetbelasting indien de vergoeding te laag blijkt te zijn om te kunnen spreken van een levering als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

4.

De opstalzaak kwalificeert als bouwterrein in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. Te dezen wordt een beroep gedaan op de vrijstelling van de overdrachtsbelasting als bedoeld in 14 / 27

artikel 15 lid 1 aanhef en onder letter a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, aangezien ter zake van deze vestiging van een recht van opstal omzetbelasting verschuldigd is over de levering en het bouwterrein nog niet door het Schap of Staatsbosbeheer als bedrijfsmiddel in gebruik genomen is. De overdrachtsbelasting bedraagt derhalve nihil. Artikel 18. Verrekening De opstaller is niet bevoegd om bedragen die hij ter zake van het recht van opstal aan het Schap of Staatsbosbeheer is verschuldigd te verrekenen met vorderingen die hij uit andere hoofde dan het recht van opstal op het Schap of Staatsbosbeheer mocht hebben. Artikel 19. Verminderd genot De opstaller kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de retributie vorderen of andere financiële aanspraken doen gelden, indien hij, door welke omstandigheden ook, geen of slechts een beperkt genot van het recht van opstal heeft, tenzij deze omstandigheden het gevolg zijn van een toerekenbare tekortkoming van het Schap of Staatsbosbeheer. Artikel 20. Boete 1.

Indien de opstaller meer dan één maand nalatig is in de betaling van de retributie dan wel in de nakoming van de overige uit de akte van vestiging of uit de wet voortvloeiende geldelijke verplichtingen verbeurt hij, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling zal zijn vereist, een boete van 1% van het verschuldigde bedrag voor iedere maand of gedeelte hiervan dat hij in verzuim is, onverminderd het recht van het Schap en Staatsbosbeheer om ter zake nakoming en/of schadevergoeding te vorderen.

2.

De opstaller verbeurt een boete ter grootte van € 20.000,-- wanneer hij een op hem uit hoofde van het verleende recht van opstal rustende verplichting, anders dan de verplichtingen bedoeld in lid 1, overtreedt of niet nakomt. Deze verbeurte vindt onmiddellijk plaats wanneer nakoming van de betreffende verplichting niet meer mogelijk is. Wanneer nakoming nog wel mogelijk is, vindt deze verbeurte plaats na ingebrekestelling en een redelijke termijn om het gebrek te herstellen.

Artikel 21. Nakoming of schadevergoeding De in Artikel 20. Boete) bedoelde boete laat onverlet het recht van het Schap om ter zake nakoming en/of schadevergoeding te vorderen en/of tot opzegging van het recht van opstal over te gaan.

15 / 27

Artikel 22. Genotsrecht het Schap 1.

Het Schap behoudt het volledige genot van de in recht van opstal gegeven percelen en kan daarop na overleg met opstaller gebruiksrechten verlenen aan derden, voor zover één en ander niet strijdig is met het aan opstaller verleende recht van opstal alsmede de eventueel gevestigde erfdienstbaarheden.

2.

Het Schap zal iedere grondgebruiker en toekomstige grondgebruiker van de percelen kennis geven van het recht van opstal en de verplichtingen die daaruit voortvloeien.

3.

Het Schap zal bij de uitvoering van het beheer en bij de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden rekening houden met de windturbines en bijbehoren.

4.

Het Schap zal geen handelingen (doen) verrichten waardoor: -

de opstalzaak inclusief de elektriciteitskabel en communicatiekabel gevaar zou kunnen lopen, voor wat betreft de kabel voor zover deze op de tevoren afgesproken diepte ligt;

-

het functioneren van de opstalzaak waaronder het transport van elektriciteit door middel van de kabel en trafo zou kunnen worden belemmerd of geschaad;

-

gevaar zou kunnen ontstaan voor personen of goederen;

-

een ongestoorde uitoefening van het recht van opstal zou kunnen worden belemmerd, waaronder tevens begrepen het gebruik van de wegen ten behoeve van onderhoud aan de turbine(-s);

-

in de nabijheid van de windturbines, kraanopstelplaatsen en wegen, alsmede binnen de als zodanig aangewezen kabelstrook, een ingrijpende wijziging in het bodemniveau wordt aangebracht dan wel voorwerpen de grond in worden gedreven.

Artikel 23. Stilleggen windturbines 1.

Wanneer er dringende redenen bestaan op grond waarvan het Schap de windturbines tijdelijk wil stilleggen of wil terug regelen in vermogen, zullen partijen hierover zo spoedig mogelijk in overleg treden.

2.

Opstaller zal in gevallen als bedoeld in het eerste lid zijn medewerking verlenen aan stillegging, waartegenover het Schap en Staatsbosbeheer gezamenlijk de gederfde opbrengst aan opstaller zullen vergoeden.

16 / 27

Artikel 24. Gebruik en eventueel herstel werkwegen 1.

Opstaller zal de eventuele aanleg of aanpassing van de bestaande wegen voor het transport, het plaatsen en onderhouden van de windturbines voor eigen rekening nemen.

2.

Opstaller zal, voordat gebruik wordt gemaakt van de bestaande wegen, de staat van de wegen opnemen en deze nulmeting aan het Schap ter beschikking stellen.

3.

Opstaller legt het plan voor aanpassingen of herstel van de bestaande wegen en de aanleg van nieuwe wegen ter goedkeuring voor aan het Schap. Uitvoering vindt pas plaats na schriftelijke goedkeuring van voornoemd plan door het Schap, aan welke goedkeuring voorwaarden kunnen worden verbonden. Het Schap zal deze goedkeuring niet zonder redelijke grond onthouden.

4.

De wegen als bedoeld in dit artikel mogen door het Schap worden gebruikt en opengesteld voor normaal gebruik door bezoekers van de terreinen.

Artikel 25. Bodemverontreiniging (N.B. de onderstaande teksten gaan er telkens vanuit dat bij uitgifte in erfpacht géén (relevante) bodemverontreiniging bekend is in de erfpachtzaak. Wanneer dat anders is (dus wél een relevante vorm van bodemverontreiniging) moeten, in overleg met Juridische Zaken, andere teksten worden gebruikt, die hieronder ter besparing van ruimte niet zijn opgenomen. Bij uitgifte in erfpacht en opstal dient altijd een vragenlijst bodemverontreiniging te worden ingevuld.) 1.

Van bodemverontreiniging in de zin van dit artikel is sprake indien zich op en/of in de bodem van de opstalzaak hogere concentraties van schadelijke stoffen bevinden dan op grond van natuurlijk voorkomen te verwachten is gelet op de wettelijke normen die gelden in relatie tot de bestemming of het (voorgenomen) gebruik van de opstalzaak, de stand van de wetenschap, dan wel daarvoor in de plaats tredende of aanvullende algemeen gangbare kwaliteitseisen.

2.

De feitelijke levering van de opstalzaak vindt plaats direct na ondertekening van deze akte. Vanaf dat tijdstip draagt de opstaller het risico van de opstalzaak voor zover uit het navolgende niet anders voortvloeit. (Vervolgvariant 1 Deze vervolgvariant wordt gebruikt wanneer a. de erfpachtzaak, mede gezien de ingevulde vragenlijst, geheel onverdacht is voor wat betreft eventuele bodemverontreiniging én 17 / 27

b. het voorgenomen gebruik van de erfpachtzaak niet risicovol is voor wat betreft de mogelijkheid van het ontstaan van bodemverontreiniging:) 3.

Het Schap verwijst voor wat betreft de hem bekende feiten en omstandigheden die van belang (kunnen) zijn voor de vraag of er sprake kan zijn van bodemverontreiniging in de opstalzaak naar de aan deze akte gehechte, door het Schap ingevulde en ondertekende vragenlijst (met bijlagen). Het Schap is niet bekend met andere feiten of omstandigheden die erop (kunnen) wijzen dat de opstalzaak enige verontreiniging bevat, dan door het Schap vermeld op deze vragenlijst. Gezien de met deze vragenlijst verstrekte informatie hebben partijen geen reden om aan te nemen dat de bodem van de opstalzaak verontreinigd is en is afgezien van het verrichten van bodemonderzoek. (Einde artikel) (Vervolgvariant 2 Deze tweede vervolgvariant wordt gebruikt in de overige gevallen, dus wanneer de erfpachtzaak op voorhand niet geheel onverdacht was voor wat betreft eventuele bodemverontreiniging en/of wanneer het voorgenomen gebruik risicovol is voor wat betreft de mogelijkheid van het ontstaan van bodemverontreiniging:) (Einde artikel, wanneer het voorgenomen gebruik niet risicovol is.

Artikel 26. Toestemming 1.

In alle gevallen waarin voorafgaande toestemming van het Schap is vereist, kunnen, voor zover in de akte van vestiging niet anders is bepaald, aan toestemming voorwaarden worden verbonden, waaronder financiële voorwaarden. Aan een toestemming kan de voorwaarde worden verbonden dat deze binnen een nader te noemen termijn dient te worden geëffectueerd, bij gebreke waarvan de toestemming komt te vervallen.

2.

Het verleend zijn van een toestemming in de zin van lid 1 laat onverlet de verplichting van de opstaller om andere vereiste publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vergunningen, ontheffingen en toestemmingen te vragen en te verkrijgen.

3.

Een eenmaal verleende toestemming ontslaat de opstaller niet van zijn verplichting om opnieuw toestemming te vragen indien en zodra dit vereist is volgens de akte van vestiging en verplicht het Schap niet tot het verlenen van toestemming in zodanig geval. Deze verplichting 18 / 27

bestaat in elk geval, doch is daartoe niet beperkt, indien de opstaller de hoedanigheid of werking van de opstallen wenst te wijzigen. 4.

Het Schap aanvaardt door het verlenen van toestemming geen enkele aansprakelijkheid.

Artikel 27. Meerdere gerechtigden 1.

Indien het recht van opstal aan twee of meer (rechts)personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk tegenover het Schap en Staatsbosbeheer voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de akte van vestiging.

2.

De verplichtingen die voor de opstaller(s) uit de akte van vestiging voortvloeien zijn steeds ten opzichte van het Schap en Staatsbosbeheer ondeelbaar.

Artikel 28. Wijzigingen opstalzaak 1.

Het is opstaller niet toegestaan om zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van het Schap de aard, de inrichting of het uiterlijke karakter van de opstalzaak en de eventueel daarop aanwezige opstallen en werken te wijzigen, bijvoorbeeld door op de percelen bomen en andere houtopstanden te vellen of door grond, zand, zoden, strooisel en dergelijke van de percelen af of aan te voeren.

2.

Het Schap zal een verzoek om toestemming toetsen op basis van zowel de bestemming en het overeengekomen gebruik van de in opstal gegeven percelen als op basis van zijn doelstellingen, waaronder die ten aanzien van natuur, recreatie, landschap en cultuurhistorie en op basis van bestaande bestuurlijk gedragen plannen, zoals bijvoorbeeld het bestemmingsplan of een beheerplan van het Schap. Het Schap zal deze toestemming niet op onredelijke gronden weigeren.

Artikel 29. Werkzaamheden, gebouwen, werken, beplantingen, kabels en leidingen 1.

Opstaller zal telkens minimaal tien werkdagen voor aanvang van werkzaamheden, daaronder begrepen de bouw van de windturbines, deze werkzaamheden schriftelijk melden bij zijn contactpersoon bij het Schap onder vermelding van de aard, omvang en duur van die werkzaamheden. Het is opstaller uitdrukkelijk niet toegestaan om werkzaamheden uit te (doen) voeren dan na een melding als hiervoor bedoeld, behoudens eventuele afwijkende en schriftelijk vastgelegde afspraken. Bij spoedreparaties en acute noodsituaties volstaat een mondelinge melding, gevolgd door een zo spoedig als mogelijk schriftelijke melding vooraf (zonder minimale termijn).

19 / 27

2.

Het is de opstaller ten aanzien van de opstalzaak niet toegestaan om zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de divisiedirecteur gebouwen, werken of beplantingen op te richten, aan te brengen, te wijzigen of weg te nemen, behoudens voor zover deze toestemming reeds volgt uit de akte van vestiging.

3.

Bij het aanvragen van de toestemming, bedoeld in lid 1, dienen ten minste een tekening en alle benodigde publiekrechtelijke instemmingen, vergunningen en/of ontheffingen hoe ook genaamd, voor de voorgenomen bouw, aanleg, wijziging of wegneming te worden meegezonden.

4.

Opstaller dient alle kabelverbindingen ondergronds aan te (doen) brengen. De diepte waarop de kabels ondergronds dienen te liggen is minimaal 80 centimeter, te rekenen vanaf de bovenzijde van de betreffende kabels en leidingen tot aan het maaiveld. Opstaller stelt het Schap in de gelegenheid om te controleren of de diepte waarop kabels worden gelegd afdoende is. Opstaller zal daartoe de kabelsleuf eerst na controle van het Schap dichten. Wanneer het Schap in een concreet geval wenst af te zien van deze controlemogelijkheid, zal het Schap dit schriftelijk melden.

Artikel 30. Onderhoud De opstaller dient voor eigen rekening zorg te dragen voor het volledige onderhoud van de opstalzaak voor zover deze door hem gebruikt wordt en de daarop door hem aangebrachte opstallen en werken, zodanig dat deze in een behoorlijke staat van onderhoud verkeren. Onder het volledige onderhoud worden zowel gewone lasten en herstellingen als buitengewone herstellingen begrepen. Artikel 31. Voorbehoud faunabeheer 1.

Het Schap behoudt de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om zo nodig op het perceel schade door diersoorten te (doen) voorkomen en te (doen) bestrijden. In verband daarmee geldt het bepaalde in de leden 2 t/m 4. Bij de in die leden genoemde handelingen kan uitsluitend sprake zijn van handelingen die noodzakelijk zijn voor schadebestrijding als bedoeld in de eerste zin.

2.

Het Schap behoudt zich het recht tot de uitoefening van de jacht voor. Opstaller verleent op voorhand de in artikel 3.23 lid 1 sub d. sub 10 van de Wet natuurbescherming bedoelde toestemming voor de huur van het jachtrecht door een derde en zal gedogen dat de jacht wordt uitgeoefend door hen die daartoe van het Schap het recht hebben verkregen. Het Schap zal

20 / 27

opstaller desgevraagd informeren aan welke natuurlijke of rechtspersonen dergelijke rechten zijn verleend. 3.

Onverminderd het bepaalde in lid 4, is het de opstaller niet toegestaan om op opstalzaak gebruik te maken van vrijstellingen als bedoeld in artikel 3.15 lid 2 en lid 4 Wet natuurbescherming.

4.

Opstaller verleent op voorhand aan het Schap of aan de natuurlijke- of rechtspersonen die hiertoe door het Schap worden aangewezen de in artikel 3.15 lid 7 van de Wet natuurbescherming bedoelde toestemming om op de percelen handelingen, zoals bedoeld in de genoemde bepaling, te verrichten ter bestrijding van schadeveroorzakende vogels en andere dieren. Opstaller verleent een toestemming als bedoeld niet aan andere dan de hiervoor bedoelde natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel 32. Openbare voorzieningen 1.

De opstaller zal gedogen dat op, in, aan of boven de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen, palen, kabels, buizen, leidingen, draden en andere voorwerpen worden aangebracht, onderhouden en vervangen ten behoeve van openbare voorzieningen, een en ander voor zover dit in redelijkheid gecombineerd kan worden met het gebruik van de opstalzaak door de opstaller, zoals blijkend uit de akte van vestiging, en voor zover het gaat om eigendommen van de opstaller, en alleen indien er een wettelijke verplichting geldt om zulks te gedogen.

2.

Onverminderd het bepaalde in lid 3, tweede volzin, is het Schap voor dit gedogen geen vergoeding verschuldigd aan de opstaller.

3.

Door derden te betalen vergoedingen voor het aanbrengen en hebben van zaken als bedoeld in lid 1 komen ten goede aan opstaller voor zover ze op of aan de opstal zijn aangebracht en anders komen ze ten goede aan het Schap. In dat laatste geval zal het Schap alle schade die de opstaller lijdt en die een onmiddellijk gevolg is van de in lid 1 bedoelde werkzaamheden en van de aanwezigheid van de in lid 1 bedoelde zaken (doen) herstellen of (doen) vergoeden.

Artikel 33. Toelating personeel Het Schap alsmede zij die in opdracht van het Schap werkzaamheden verrichten, hebben ten behoeve van de hun opgedragen taak te allen tijde vrije toegang tot de in opstal gegeven grond, voor zover deze niet is bebouwd of afgezet met een hekwerk. Indien mogelijk wordt hiertoe van tevoren een afspraak gemaakt.

21 / 27

Artikel 34. Gebreken Het Schap is niet aansprakelijk voor (de gevolgen van) gebreken in of aan de opstalzaak, die het Schap bij de vestiging van het recht van opstal niet kende en volgens naar het moment van de vestiging gangbare opvattingen ook niet behoorde te kennen. Het Schap is evenmin aansprakelijk voor (de gevolgen van) zichtbare en/of onzichtbare gebreken van welke aard en omvang dan ook, die na de vestiging van het recht van opstal (zijn) ontstaan. Voorts is het Schap niet aansprakelijk voor gebreken in gebouwen en werken die de opstaller heeft overgenomen van zijn rechtsvoorganger. Artikel 35. Schadevergoeding Wanneer de opstaller of het Schap in enigerlei verplichting tekortschiet, waardoor schade ontstaat in de zin van artikel 6:96 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een ander nadeel, vergoedt de partij die tekort schiet deze schade. Artikel 36. Herstel van schade Alle werken of eigendommen van het Schap, welke ten gevolge van de uitoefening van het recht van opstal mochten worden beschadigd, worden door en op kosten van de opstaller op eerste aanschrijving van het Schap, binnen de daarbij te bepalen termijn, ten genoegen van het Schap hersteld, onverminderd het recht van het Schap tot het vorderen van schadevergoeding. Artikel 37. Aansprakelijkheid van de opstaller voor schade 1.

De opstaller is jegens het Schap aansprakelijk voor schade die het gevolg is van aantasting van de opstalzaak door handelen of nalaten van de opstaller, dan wel van een derde of derden die zich met zijn toestemming, door zijn toedoen of door zijn nalaten op of in de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen heeft/hebben bevonden, tenzij er sprake is van overmacht aan de zijde van de opstaller in de zin als bedoeld in artikel 6:75 BW.

2.

De opstaller is bovendien aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van aantasting van de opstalzaak die is ontstaan door gebeurtenissen, die op grond van de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening of risico komen.

3.

Onder aantasting van de opstalzaak wordt mede begrepen de aantasting van natuurlijke waarden, bijvoorbeeld door verontreiniging van bodem, grond- of oppervlaktewater.

4.

De opstaller vrijwaart het Schap van alle aanspraken van derden op vergoeding van schade, hoe ook genaamd, verontreiniging van bodem, grond- of oppervlaktewater daaronder 22 / 27

begrepen, voor zover de opstaller voor die schade aansprakelijk is op grond van de leden 1 en 2. 5.

De opstaller vrijwaart het Schap van elke vorm van aansprakelijkheid jegens derden voor schade, voortvloeiend uit de ruimtelijke inplanning, de aanleg, het gebruik en wat dies meer zij van de windturbines met bijbehoren. Hierbij valt te denken aan onder andere, maar niet uitsluitend, (verhaal) van planologische planschade, schade door hinder of overlast van de windturbines, ook wanneer die schade het gevolg is van normaal gebruik van de turbines en toebehoren. Ook eventuele gevolgschade voor het Schap komt voor rekening van de opstaller.

Artikel 38. Melding schade De opstaller stelt het Schap terstond schriftelijk op de hoogte wanneer zich schade voordoet of dreigt voor te doen als bedoeld in Artikel 35. Schadevergoeding) of Artikel 37. Aansprakelijkheid van de opstaller voor schade), dan wel wanneer zich schade voordoet of dreigt voor te doen aan de opstal die wordt gedekt door de opstalverzekering bedoeld in Artikel 40. Verzekering). Artikel 39. Aansprakelijkheid van het Schap voor schade Het Schap is niet aansprakelijk voor schade die de opstaller mocht lijden als gevolg van het recht van opstal, het gebruik van de opstalzaak daaronder begrepen, door welke oorzaak ook ontstaan, behoudens in het geval dat deze schade is ontstaan door grove schuld of ernstige nalatigheid aan de zijde van het Schap. Artikel 40. Verzekering 1.

De opstaller is verplicht de aansprakelijkheid die op hem rust krachtens de wet en de akte van vestiging genoegzaam verzekerd te houden.

2.

De opstaller is verplicht het Schap desgevraagd inzage te geven in de door hem ten behoeve van de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen gesloten verzekering(en).

Artikel 41. Herstel bij niet-nakoming In geval van niet-naleving van enige verplichting of aanwijzing welke de opstaller bij of krachtens de akte van vestiging is opgelegd of uit de wet voortvloeit, heeft het Schap, onverminderd het recht op schadevergoeding, de bevoegdheid om na ingebrekestelling, zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is, op kosten van de opstaller zelf datgene ongedaan te maken of te verrichten wat in strijd met deze verplichtingen is verricht of nagelaten.

23 / 27

Artikel 42. Opzegging bij niet-nakoming 1.

Indien de opstaller gedurende een jaar in verzuim is de retributie te betalen of indien de opstaller tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen, kan het Schap, onverminderd het bepaalde in Artikel 20. Boete), Artikel 35. Schadevergoeding) en Artikel 41. Herstel bij niet-nakoming)Artikel 33. Toelating personeel het recht van opstal opzeggen. In de opzegging wordt vermeld dat deze als niet gedaan geldt indien de opstaller binnen een maand na de opzegging alsnog tot genoegen van het Schap zekerheid heeft gesteld voor de nakoming van zijn toekomstige verplichtingen en alsnog zijn verplichtingen nagekomen is, met volledige vergoeding van de schade en kosten, daaronder tevens begrepen de kosten van de exploten als bedoeld in artikel 5:88 BW.

2.

Het Schap zal hypotheekhouder van opstaller uiterlijk verwittigen indien er gedurende twaalf (12) maanden een betalingsachterstand is van de retributie of opstaller tekortschiet in nakoming van andere verplichtingen, zodat de hypotheekhouder dit verzuim kan oplossen. Opstaller zal op eerste verzoek van het Schap de contactgegevens van hypotheekhouder verstrekken.

Artikel 43. Bevoegdheidsbeperkingen rechtshandelingen 1.

Het is de opstaller zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Schap, welke toestemming niet op onredelijke gronden zal worden geweigerd, niet toegestaan: -

het recht van opstal geheel of gedeeltelijk over te dragen aan, toe te bedelen aan of in te brengen in een rechtspersoon, over te dragen of toe te bedelen aan een natuurlijk persoon, dan wel over te dragen in economische eigendom. Onder toedeling wordt mede begrepen de toedeling aan een of meerdere erfgenamen, die aanvankelijk slechts als deelgenoot of deelgenoten in de erfenis tot het recht van opstal gerechtigd was of waren. Onder overdragen aan een rechtspersoon wordt tevens begrepen die handelingen waardoor de zeggenschap in de algemene vergadering van aandeelhouders en/of in het bestuur van de rechtspersoon die opstaller is in andere handen komt;

-

de opstalzaak te verhuren of onder welke titel ook geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik of genot af te staan;

-

de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen geheel of gedeeltelijk in onderopstal te geven;

-

op het recht van opstal alsmede op de opstalzaak (beperkte) zakelijke rechten te vestigen, met uitzondering van het bepaalde in lid 2.

24 / 27

2.

In uitzondering op het bepaalde in lid 1 sub d. is het de opstaller toegestaan om zonder toestemming van het Schap op de opstalzaak en de daarop aanwezige opstallen een recht van hypotheek te vestigingen.

3.

Indien de opstaller met betrekking tot het recht van opstal een rechtshandeling als bedoeld in lid 1 wil verrichten, vraagt hij daarvoor bij aangetekend schrijven voorafgaande toestemming aan het Schap.

4.

Aan toestemming als bedoeld in lid 1 kunnen voorwaarden worden verbonden, waaronder voorwaarden ten aanzien van de naleving van financiële verplichtingen en ten aanzien van de financiële gegoedheid van rechtsopvolgers met het oog op toekomstige retributiebetalingen.

5.

Binnen twee maanden na dagtekening van de akte, waarbij een in lid 1 genoemde rechtshandeling is vastgelegd, doet de opstaller een gewaarmerkt afschrift daarvan aan het Schap toekomen.

6.

Van iedere verkoop conform art. 3:268 BW doet de opstaller onverwijld schriftelijk mededeling aan het Schap.

7.

Wanneer de opstaller niet uiterlijk binnen een jaar na de datum van de schriftelijke toestemming, bedoeld in lid 1, de betreffende rechtshandeling heeft geëffectueerd, herleeft het toestemmingsvereiste.

Artikel 44. Kettingbeding Voor zover de verplichtingen van opstaller, omschreven in deze overeenkomst niet reeds van rechtswege overgaan op de nieuwe opstaller, onderopstaller, beperkt gerechtigde of persoonlijk gerechtigde, is de opstaller verplicht en verbindt hij zich jegens het Schap, die dit voor zich aanvaardt, deze verplichtingen, bij overdracht van het recht van opstal alsmede bij verlening daarop van enig zakelijk of persoonlijk gebruiks- of genotsrecht, aan de nieuwe opstaller, onderopstaller, of beperkt of persoonlijk gerechtigde ten behoeve van het Schap op te leggen en die ten behoeve van het Schap aan te nemen, alsmede het in dit artikel bepaalde in elke verdere akte van vervreemding/vestiging woordelijk te doen opnemen. Artikel 45. Beëindiging op grond van algemeen belang Het Schap kan te allen tijde het recht van opstal tussentijds beëindigen op grond van redenen ontleend aan het algemeen belang. Beëindiging vindt plaats door opzegging van het recht van opstal bij exploot, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één jaar. Deze opzegging wordt op straffe van nietigheid binnen acht dagen betekend aan degenen die als 25 / 27

beperkt gerechtigde of beslaglegger op het recht van opstal in de openbare registers staan ingeschreven. Het Schap zal de opstaller in dat geval schadeloos stellen conform de uitgangspunten van de Onteigeningswet. Artikel 46. Oplevering bij einde recht van opstal 1.

Behoudens nader gemaakte en schriftelijk vastgelegde andere afspraken is de opstaller verplicht gebouwen, werken en beplantingen die hij of zijn rechtsvoorganger heeft aangebracht voor het einde van het recht van opstal weg te nemen.

2.

Een eventuele funderingsplaat zal door opstaller geheel worden verwijderd. Eventuele funderingspalen zullen door opstaller worden verwijderd tot op 2 meter onder maaiveld bij oplevering.

3.

De opstaller dient de grond in goede staat te herstellen en dient er zorg voor te dragen dat de verwijdering van gebouwen, werken en beplantingen en het herstel van de grond gereed is uiterlijk voor het verstrijken van de opstalduur.

4.

Indien de opstaller tekortschiet in het wegnemen van gebouwen, werken en beplantingen of in het herstel van de grond, bedoeld in lid 1 en 2, is het Schap bevoegd deze werkzaamheden te doen uitvoeren op kosten van de opstaller.

5.

Wanneer de opstaller tekortschiet in het wegnemen, bedoeld in lid 1, is het Schap ook bevoegd om, in plaats van verwijdering, de gebouwen, werken en beplantingen te behouden, zonder waarde vergoeding.

6.

Opstaller zal voor oplevering op eigen kosten een bodemonderzoek laten verrichten door een gekwalificeerde en onafhankelijke instelling.

Artikel 47. Aantekening in de openbare registers Wanneer het blijkens de akte van vestiging gevestigde recht van opstal door welke oorzaak ook zal zijn geëindigd, is het Schap bevoegd daarvan aantekening te laten doen in de openbare registers. Artikel 48. Domicilie Voor de uitvoering van deze overeenkomst kiezen partijen domicilie ten kantore van _____, die met het opmaken en verlijden van de notariële akte zal worden belast.

26 / 27

Artikel 49. Ontbindende voorwaarden 1.

Alle ontbindende voorwaarden die zijn overeengekomen in de optieovereenkomst, zijn thans uitgewerkt.

2.

Noch het Schap noch opstaller kan zich ter zake van de overeenkomst tot vestiging en/of onderhavige akte van vestiging nog op een ontbindende voorwaarde beroepen.

Artikel 50. Volmachten De voormelde volmacht/en is/zijn verstrekt bij _____ onderhandse akte/n, die aan deze akte wordt/worden gehecht. Artikel 51. Overige bepalingen Partijen zullen elkaar informeren over belangrijke ontwikkelingen en publieke communicatieboodschappen (persberichten, nieuwsbrieven, informatieavonden, enz.) van te voren afstemmen.

27 / 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10689434/1