Bijlage 1 Stand van zaken monitoring integratie en participatie vergunninghouders
Tekst van het document
Bijlage 1. Stand van zaken van de monitoring integratie en participatie vergunninghouders over 2016 en 2017.
1. Inleiding In dit document worden de resultaten van de eerste en tweede monitoring van de huisvesting, integratie en participatie van vergunninghouders weergegeven. Op basis van de volgende 4 beleidsdoelstellingen afkomstig uit de beleidsnotitie “Van Vergunninghouder tot Barendrechter” is er gemonitord: 1) Woonruimte is schaars en wordt efficiënt benut. 2) In Barendrecht doe je direct mee en handen uit de mouwen! 3) Beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om mee te doen. 4) Actieve deelname aan Inburgerings- en participatieverklaringstrajecten Alle beschikbare gegevens op het gebied van de volgende onderdelen zijn in het basisregistratiedocument geregistreerd: - Persoonlijke gegevens; - Taakstelling en huisvesting; - Meedoen en Handen uit de Mouwen; - Taalbeheersing; - Inburgering en Participatieverklaring. In de afgelopen maanden zijn de gegevens over de periodes 1 januari tot en met 31 december 2016 en 1 januari tot en met 31 december 2017 in het document geregistreerd. In dit document zullen de gegevens per onderdeel worden besproken. Bij de monitoring wordt gebruik gemaakt van het stoplicht model. Met dit stoplichtmodel is de stand van zaken van de vier beleidsdoelen uit de beleidsnotitie integratie en participatie van vergunninghouders in één oogopslag inzichtelijk.
Ontwikkelingen liggen voor de komende tijd op schema. Het beleidsdoel is (nagenoeg) behaald.
Ontwikkelingen liggen enigszins achter op schema. Het behalen van het beleidsdoel is alleen met gerichte inspanningen
Ontwikkelingen liggen aanzienlijk achter op schema. Het beleidsdoel is alleen te behalen met grote inspanningen of andere aanpak.
haalbaar.
2. Samenvatting totaalbeeld stoplichtmodel op de diverse beleidsdoelen In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven over de behaalde resultaten van de verschillende beleidsdoelen, per onderdeel. Een toelichting op de resultaten wordt in de volgende hoofstukken, per beleidsdoel, beschreven.
1) Woonruimte is schaars en wordt efficiënt benut. a) De taakstelling, die wordt bepaald door de provincie, wordt behaald. Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017: Hierop scoorde de gemeente in de 1e helft van 2018:
b) Er zijn voldoende woningen (om de taakstelling te kunnen halen) beschikbaar om te huisvesten1. Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017: Hierop scoorde de gemeente in de 1e helft van 2018:
c) De vergunninghouder/het gezin is passend2 gehuisvest. Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017:
2) In Barendrecht doe je direct mee en handen uit de mouwen! a) Vier maanden na aankomst in de gemeente zit elke vergunninghouder in een traject dat toeleidt naar werk of heeft een betaalde baan gevonden. Hierop scoorde de gemeente in de eerste helft van 2016: En in de tweede helft van 2016:
(bijna
)
In 2017 scoort de gemeente op dit onderdeel:
b) Een jaar na aankomst in de gemeenten is elke vergunninghouder tenminste een trede gestegen op de Participatieladder. Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017:
3) Beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om mee te doen. a) Elke vergunninghouder is maximaal drie maanden na aankomst actief bezig om de Nederlandse taal te leren. Dit kan zijn in de vorm van een inburgeringstraject, een voor1 Vergunninghouders moeten binnen 12 weken, nadat zij aan de gemeente gekoppeld zijn, gehuisvest zijn in die gemeente. 2 Passend gehuisvest: gehuisvest in het juiste woningtype: een tot driekamerwoning voor een alleenstaande of een stel en
vier- of meerkamerwoning of een eengezinswoning voor een gezin (Passend toewijzen woningbouwcorporaties: Mensen met de laagste inkomens de woningen wijzen met een voor hen betaalbare huur. In 2017 gaat het om €22.200 voor eenpersoons huishoudens, €30.150 voor meerpersoonshuishoudens beneden de AOW-leeftijd; en €30.175 voor meerpersoonshuishoudens boven de AOW-leeftijd). De norm zorgt ervoor dat huishoudens die hieraan voldoen worden gehuisvest in de voor hen betaalbare woningvoorraad. Bron: http://www.woningwet2015.nl/kennisbank/daeb/wonen/passend-toewijzen- 0)
inburgeringstraject, een schakelprogramma, een staatsexamentraject of een WEBtraject/ een alfabetiseringstraject. Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017:
b) Elke vergunninghouder neemt actief deel aan de taallessen (uit 3a.). Het aanwezigheidspercentage in deze lessen is 80% of hoger. Over 2016 kan dit punt nog niet gemeten worden. In 2017 is van 40 vergunninghouders het verzuimpercentage bekend. Dit is gemiddeld 16%. Hierop scoort de gemeente: (bijna )
4) Actieve deelname aan Inburgerings- en participatieverklaringstrajecten a) Na ontvangst van de beschikking van DUO (vaststelling inburgeringsplicht) start elke vergunninghouder binnen een maand met een passend inburgeringstraject of een voorinburgeringstraject (alfabetisering). Hierop scoorde de gemeente in 2016: Hierop scoorde de gemeente in 2017: b) Een jaar na aankomst in de gemeente start elke vergunninghouder met het participatieverklaringstraject. Over 2016 kan dit punt nog niet gemeten worden. Hierop scoorde de gemeente in 2017: c) Elke vergunninghouder neemt actief deel aan het participatieverklaringstraject. Hierop scoorde de gemeente voor zowel 2016 als 2017: d) Na afloop van het participatietraject ondertekent elke vergunninghouder, die hieraan heeft deelgenomen, de participatieverklaring. Over 2016 kan dit punt nog niet gemeten worden. Hierop scoorde de gemeente in 2017:
Op het beleidsdoel Beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om mee te doen en het onderdeel het op tijd starten met een (voor)inburgeringstraject scoort de gemeente zowel in 2016 als in 2017 rood. Op dit beleidsdoel en onderdeel kan de gemeente weinig tot geen invloed uitoefenen. De verwachting is dat voor de monitoring van 2018 de resultaten op deze onderdelen nog steeds matig zullen zijn. Mocht de gemeente met een wijziging van de Wet Inburgering (in 2019 of daarna) meer regie krijgen op deze onderdelen, dan is de verwachting dat de resultaten zullen verbeteren. Tot het moment van de wijziging zou dit beleidsdoel tijdelijk aangepast kunnen worden. Onderdelen 3a, 3b en 4a zouden, de komende periode, als volgt gemeten kunnen worden: De gemeente is bekend met het feit dat de vergunninghouder de Nederlandse taal aan het leren is: Ja / Bijna, afwijking van maximaal 10% / Nee of nauwelijks De vergunninghouders van wie het bekend is dat zij de taal aan het leren zijn, daarvan weet de gemeente dat zij actief bezig zijn met hun taaltraject: Ja / Bijna, afwijking van maximaal 10% / Nee of nauwelijks
3. Woonruimte is schaars en wordt efficiënt benut
De volgende punten zijn op dit onderdeel gemonitord: a) De taakstelling, die wordt bepaald door de provincie, wordt behaald: Ja / Bijna (afwijking van maximaal 10%, gemeente zit op trede 1: signaleren bij de Provincie) /Nee of nauwelijks b) Er zijn voldoende woningen (om de taakstelling te kunnen halen) beschikbaar om te huisvesten3: Ja /Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks en een overzicht van geleverde woning per woningbouwcorporatie/alternatieve huisvesting c) De vergunninghouder/het gezin is passend4 gehuisvest: Ja /Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks De volgende resultaten zijn bereikt op deze punten: a) Deze gegevens, zijn in tegenstelling tot de andere gegevens, gemonitord van 1 januari 2015 tot 1 januari 2018. Hiervoor is gebruikt gemaakt van de maandelijkse overzichten van het COA, waarin de stand van zaken m.b.t. de realisatie van de taakstelling wordt bijgehouden. In de tabel hieronder, staan de resultaten: Huisvesting vergunninghouders
Taakstelling incl. Taakstelling Jaar Periode achterstand Gerealiseerd Resultaat Provincie voorgaande jaar
2015 2016 2017 2018
geheel
78
-
64
-14
1e helft
56
70
27
-43
2e helft
65
108
73
-35
1e helft
37
72
48
-24
2e helft
28
52
34
-18
1e helft
37
55
55
0
2e helft
31
0
.
3 Vergunninghouders moeten binnen 12 weken, nadat zij aan de gemeente gekoppeld zijn, gehuisvest zijn in die gemeente. 4 Passend gehuisvest: gehuisvest in het juiste woningtype: een tot driekamerwoning voor een alleenstaande of een stel en
vier- of meerkamerwoning of een eengezinswoning voor een gezin (Passend toewijzen woningbouwcorporaties: Mensen met de laagste inkomens de woningen wijzen met een voor hen betaalbare huur. In 2017 gaat het om €22.200 voor eenpersoonshuishoudens, €30.150 voor meerpersoonshuishoudens beneden de AOW-leeftijd; en €30.175 voor meerpersoonshuishoudens boven de AOW-leeftijd). De norm zorgt ervoor dat huishoudens die hieraan voldoen worden gehuisvest in de voor hen betaalbare woningvoorraad. Bron: http://www.woningwet2015.nl/kennisbank/daeb/wonen/passend-toewijzen- 0)
Op basis van bovenstaande tabel is te zien dat de gemeente Barendrecht de taakstelling de afgelopen jaren (2015 tot 2017) niet heeft gehaald. Op basis van het gehanteerde stoplichtmodel scoort de gemeente op dit punt, voor deze jaren:
De gemeente Barendrecht heeft in 2016 74% van de taakstelling gerealiseerd. Dit is minder dan 10%. Ook in 2017 lukte het de gemeente niet om de taakstelling te realiseren. In 2017 heeft de gemeente 84% van de taakstelling gerealiseerd, dat is meer dan in 2016. De afgelopen jaren stond de gemeente op trede 2 van de handhavingsladder bij de provincie: Informatie ophalen en valideren. In 2017 heeft de gemeente, zoals in de realisatiecijfers te zien valt, wel een inhaalslag ingezet, om de achterstand in de taakstelling weg te werken. Ook in 2018 is hard gewerkt om de taakstelling te halen. Voor de eerste helft van 2018 is de taakstelling behaald. Voor het einde van juni zijn alle, aan de gemeente gekoppelde, vergunninghouders gehuisvest. Met de oplevering van Spring Barendrecht/ Zuideinde 80 en de levering van een aantal eengezinswoningen, die vrijkomen en zijn toegewezen aan vergunninghouders, kan met zekerheid gezegd worden dat de taakstelling per 1 juli 2018 behaald is. Voor de eerste helft van 2018 scoort de gemeente op dit punt:
b) In onderstaande tabel is te zien hoeveel woningen per corporatie of alternatieve huisvesting ingezet is voor het huisvesten van vergunninghouders:
Verhuurder Jaar Periode 2017 1e helft 2e helft
Patrim. Havenst. Vestia Villex Anders Totaal 11 1 2 7 0 9 1 3 1 0
In 2016 en 2017 waren er onvoldoende woningen beschikbaar voor de huisvesting van alle aan Barendrecht gekoppelde vergunninghouders. Daardoor zijn de taakstellingen in beide jaren niet gehaald. Havensteder heeft in 2016 geen enkele woning beschikbaar gesteld voor het huisvesten van vergunninghouders. De reden hiervan is dat Havensteder erg weinig woningbezit heeft in Barendrecht en dat er binnen dit woningbezit ook erg weinig huuropzeggingen zijn. Havenster is hierop aangesproken. In 2017 heeft Havensteder 2 woningen inzet voor de huisvesting van vergunninghouders. In zowel 2016 als 2017 zijn er door de woningbouwcorporaties 27 woningen ingezet voor de huisvesting van vergunninghouders. Dit is in 2016 14% 5 en in 2017 16% van de totale vrijgekomen sociale woningvoorraad. Volgens de gemeentelijke woonvisie zou 20% van deze vrijgekomen woningen ingezet moeten worden voor de huisvesting van vergunninghouders. 5 Dit percentage is afkomstig van de woningbouwcorporaties.
Van de totaal vrijgekomen sociale huurwoningen is er in 2016 6% en in 2017 4% te weinig ingezet om aan de afspraken die voortkomen aan de woonvisie te voldoen. Op dit punt scoort de gemeente:
c) In onderstaande tabel is te zien hoeveel, van de in 2016 geplaatste, vergunninghouders passend zijn gehuisvest:
Passend gehuisveste hoofdbewoners Type
JA
Voorlopig
NEE
TOTAAL
1 p. app.
8
0
0
8
2 p. app.
3
0
0
3
>2p. app.
1
0
0
1
eengez.w.
13
3
0
16
doorstr.
0
7
0
7
Totaal
25
10
0
35
Uit bovenstaande tabel valt af te leiden dat iedereen passend of voorlopig passend is gehuisvest. Er is niemand niet passend gehuisvest. Voorlopig passend gehuisvest houdt hierbij in dat iemand in op tijdelijke basis is gehuisvest, in afwachting van een permanente huurwoning (hiervan is o.a. sprake als men wacht op gezinshereniging). Op dit punt scoort de gemeente:
In 2017 zijn er 8 personen tijdelijk passend gehuisvest (in huisvesting van Villex). De overige vergunninghouders zijn passend gehuisvest in een woning van een woningcorporatie. Ook in 2017 scoort de gemeente op dit punt:
Uit bovenstaande tabel valt niet goed af te leiden of een huishouden inderdaad passend gehuisvest is. Voor de monitoring van de gegevens over 2018 zal een aangepast tabel ingevoegd worden, waarbij de grootte van het huishouden gekoppeld wordt aan het type woning.
4. In Barendrecht doe je direct mee en handen uit de mouwen! De volgende punten zijn op dit onderdeel gemonitord: a) Vier maanden na aankomst in de gemeente zit elke vergunninghouder in een traject dat toeleidt naar werk of heeft een betaalde baan gevonden: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks b) Een jaar na aankomst in de gemeenten is elke vergunninghouder tenminste een trede gestegen op de Participatieladder: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks De volgende resultaten zijn bereikt op deze punten:
a) In onderstaande tabel is te zien hoeveel vergunninghouders vier maanden na aankomst in een traject zaten:
Meedoen op tijd gestart Jaar 2016
Periode
JA
NEE
1e helft
7
4
2e helft
25
1
Meedoen op tijd gestart Jaar 2017
Periode
JA
NEE
1e helft
17
13
2e helft
13
7
Uit bovenstaande tabellen valt af te leiden dat in de eerste helft van 2016 4 van de 7 volwassen vergunninghouders niet op tijd zijn gestart en in de tweede helft van 2017 1 van de 25 op niet tijd is gestart met een traject dat toeleidt naar een betaalde baan. De oorzaak van dit matige resultaat komt doordat er in de eerste helft van 2016 nog geen specifieke klantmanager vergunninghouders op dit dossier. In de tweede helft van 2016 was er wel een klantmanager vergunninghouders, vandaar dat er toen betere resultaten werden bereikt. In de eerste helft van 2016 scoort de gemeente op dit onderdeel:
En voor de tweede helft van 2016 scoort de gemeente op dit onderdeel:
(bijna
)
In 2017 zijn de verschillen tussen de eerste en de tweede helft minder groot dan in 2016. In de eerste helft van 2016 is 56% van de vergunninghouders op tijd gestart en in de tweede helft 65%. Dat is voor beide periodes ruim beneden de 90%. De reden hiervan is de beperkte capaciteit bij de klantmanager vergunninghouders. Met de vaststelling van het nieuwe beleid heeft er een interne reorganisatie plaatsgevonden. Dit had tot gevolg dat enkele klanten na de vastgestelde termijn zijn gestart met hun traject. De gemeente scoort weliswaar op dit onderdeel niet goed, maar slaagt er wel in om vrijwel iedereen binnen een jaar te laten stijgen op de participatieladder. De gemeente scoort op dit onderdeel voor 2017:
b) Binnen de afdeling Participatie is er in 2016 gewerkt met Dariuz, als tool om te bepalen welk arbeidspotentieel een klant heeft. In 2016 zijn er 57 volwassen vergunninghouders ingestroomd in het klantenbestand (zij ontvangen een bijstandsuitkering). Bij deze groep is er gekeken of er een stijging in de ontwikkeling was, gedurende de periode dat zij zijn ingestroomd. In 2016 zijn er, van deze groep: - 3 personen gestegen in hun ontwikkeling; - 14 personen gelijk gebleven in hun ontwikkeling. Redenen hiervan zijn divers, zoals psychische problemen, waardoor de ontwikkeling stagneert of het feit dat
iemand heel 2016 bezig is geweest met het inburgeringstraject en daarnaast geen andere trajecten heeft gevolgd; - 40 personen zijn in 2016 nog niet gemeten, omdat zij in de 2e helft van 2016 zijn ingestroomd, waardoor pas in 2017 een reëel beeld gegeven kan worden over hun ontwikkeling. Op dit punt scoort de gemeente in 2016:
Ook in 2017 is er gewerkt met Dariuz. In 2017 zijn 56 volwassen vergunninghouders in Barendrecht komen wonen. Van deze 56 volwassenen zijn er in 2017 2 personen verhuisd naar een andere gemeente en 4 personen ontheven van de arbeidsverplichting. Hierdoor zijn er 50 personen gemeten in dit traject. In 2017 zijn deze 50 vergunninghouders allemaal tenminste een trede gestegen in de participatieladder. Op dit punt scoort de gemeente in 2017:
5. Beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om mee te doen De volgende punten zijn gemonitord op dit onderdeel: a) Elke vergunninghouder is maximaal drie maanden na aankomst actief bezig om de Nederlandse taal te leren. Dit kan zijn in de vorm van een inburgeringstraject, een voorinburgeringstraject, een schakelprogramma, een staatsexamentraject of een WEBtraject/ een alfabetiseringstraject: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks b) Elke vergunninghouder neemt actief deel aan de taallessen (uit 3a.). Het aanwezigheidspercentage in deze lessen is 80% of hoger. Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks De volgende resultaten zijn bereikt op deze punten: a) Omdat de inburgering sinds 2013 niet meer onder de gemeente valt, is de gemeente afhankelijk van de welwillendheid van de inburgeraar of de inburgeringsinstelling voor het overleggen van gegevens over het verplicht leren van de Nederlandse taal. In 2017 zijn er afspraken gemaakt met inburgeringsinstellingen, om de inburgering in de gemeente aan te beiden en mensen ook actief naar deze trajecten toe te leiden. Op basis van het kabinetsbeleid kan het landelijke inburgeringsbeleid nog wijzigen, waardoor de gemeente (meer) regie krijgt over de inburgering. De intentie van het kabinet is wel om te investeren in effectieve inburgering door gemeenten.
Ook wil het kabinet de wijze waarop inburgeringscursussen worden gegeven en de examens worden getoetst herzien waarbij de kwaliteit, effectiviteit en handhaving van belang zijn6. Tot die tijd zijn de gegevens op dit punt nog niet volledig. De volgende gegevens zijn over 2016 en 2017 bekend:
Taalles op tijd gestart Jaar 2016
Periode
JA
NEE
1e helft
2
3
2e helft
4
7
6 Bron: https://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/regeerakkoord20172021.pdf
Taalles op tijd gestart Jaar 2017
Periode
JA 9
NEE 4
In bovenstaande tabellen is te zien dat in 2016 van 16 volwassen vergunninghouders bekend was wanneer zij gestart zijn met een taaltraject. Er is niet gemonitord hoeveel mensen er in totaal zijn gestart met een taaltraject. Er kan dus op dit punt geen volledig beeld gegeven worden. 6 van deze 16 mensen waren op tijd gestart. 10 mensen niet. O.a. omdat de gemeente weinig kan sturen op dit punt, wordt er gescoord. In 2017 is er van 13 volwassen vergunninghouders bekend wanneer zij zijn gestart met een taaltraject. Ook in 2017 is niet gemonitord hoeveel mensen er in totaal zijn gestart met een taaltraject. Er kan ook in 2017 op dit punt geen volledig beeld gegeven worden. Van de 13 vergunninghouders zijn er 9 op tijd gestart en 4 niet. In 2017 wordt er op dit punt: gescoord. De verwachting is dat er in de toekomst, wanneer er, naar verwachting, meer regie komt op de inburgering door gemeenten op dit punt beter gescoord kan worden. b) Dit punt kan in 2016 niet gemeten worden, omdat er bij de gemeente niet bekend is of iemand actief deelneemt aan de lessen. Door intensievere samenwerking met een inburgeringsinstelling (vanaf medio 2017) zijn er hierover afspraken gemaakt, waardoor er (voor een deel van de doelgroep) gemeten kan worden in hoeverre iemand actief deelneemt aan de lessen. Sinds 2017 is er een intensievere samenwerking met inburgeringsinstelling NCB.
Bij deze instelling volgen 40 vergunninghouders een inburgeringstraject. NCB stuurt ook op actieve deelname aan de inburgeringstrajecten door monitoring van het verzuim en door cursisten aan de spreken op hun verzuim en de gevolgen die dit verzuim heeft op hun inburgeringstraject (het niet behalen van het diploma binnen de vastgestelde termijn). Van deze 40 vergunninghouders is ook het verzuimpercentage bekend. Dit is gemiddeld 16%. Hierop scoort de gemeente: (bijna )
Om toch wat meer sturing te krijgen op de inburgering van vergunninghouders, gaat de gemeente actiever sturen op een onderdeel waar de gemeente wel invloed op heeft, namelijk de reis- en kinderopvangkosten die samenhangen met de inburgering van de vergunninghouders. De gemeente zal alleen nog voor de duur van de reeds lopende contracten vergoedingen voor bovengenoemde kosten voldoen. Nieuw af te sluiten inburgeringscontracten worden in overleg met de klantmanager afgesloten, zodat deze in de gemeente kunnen plaatvinden (of in bijzondere gevallen daarbuiten) en hierdoor de kosten voor opvang en reis nihil kunnen blijven. Ook heeft de gemeente dan zicht bij welke instelling vergunninghouders hun inburgering volgen en kunnen met deze instelling afspraken gemaakt worden, voor zover die er nog niet zijn.
6. Actieve deelname aan Inburgering- en participatieverklaringstrajecten De volgende punten zijn op dit onderdeel gemonitord: a) Na ontvangst van de beschikking van DUO (vaststelling inburgeringsplicht) start elke vergunninghouder binnen een maand met een passend inburgeringstraject of een voorinburgeringstraject (alfabetisering): Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks
b) Een jaar na aankomst in de gemeente start elke vergunninghouder met het participatieverklaringstraject: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks c) Elke vergunninghouder neemt actief deel aan het participatieverklaringstraject: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks d) Na afloop van het participatietraject ondertekent elke vergunninghouder, die hieraan heeft deelgenomen, de participatieverklaring: Ja / Bijna, een afwijking van maximaal 10% /Nee of nauwelijks De volgende resultaten zijn bereikt op deze punten: a) De resultaten van het op tijd starten van een inburgeringstraject worden al onder punt 5a gemeten. Er werd hierop, voor zowel 2017 als 2017 gescoord. In 2016 is er ook getracht bij te houden of vergunninghouder al dan niet een alfabetiseringstraject nodig hebben. Op basis hiervan zijn in onderstaande tabel de volgende resultaten te zien: Alfabetiseringstraject nodig Jaar 2016
Periode
JA
NEE
1e helft
1
6
2e helft
3
8
Op basis van bovenstaande tabel valt af te leiden dat van 18 vergunninghouders bekend is of zij een alfabetiseringstraject nodig hadden. 4 van deze 18 personen hadden een alfabetiseringstraject nodig en 14 personen niet. Uit deze cijfers valt af te leiden dat 14 personen 3 jaar de tijd hebben om hun inburgeringtraject af te ronden en 4 personen 5 jaar, omdat zij eerst moeten alfabetiseren alvorens zij de Nederlandse taal te leren. Uit ervaringen uit het verleden en uit diverse onderzoeken is al gebleken mensen die moeten alfabetiseren vaak meer moeite hebben om een andere taal te leren dan mensen die niet hoeven te alfabetiseren. Dit kan ook gevolgen hebben voor de toeleiding naar werk. Er is in 2016 niet apart gemonitord of bovengenoemde mensen ook op tijd zijn gestart met hun alfabetiseringstraject (dat in principe onder een taalles/inburgeringstraject valt, als voorinburgering). Hiervoor kan, in principe, de score op onderdeel a) aangehouden worden. In 2017 is er geen onderscheid gemaakt in de registratie van taalles, inburgeringstraject of alfabetiseringstraject. Er zijn hierover dus geen gegevens beschikbaar. Vanaf 2018 wordt wel geregistreerd. b) De participatietrajecten zijn in 2016 ingevoerd. Vóór 1 september 2016 moest elke gemeente een Plan van Aanpak m.b.t.
de uitvoering van de participatietrajecten indienen bij het COA om hiervoor financiering van het COA te kunnen ontvangen. Na indiening van het plan van aanpak is gestart met de uitvoering van deze trajecten. Vergunninghouders werden, met terugwerkende kracht, opgeroepen om deel te nemen aan deze trajecten, die pas laat in 2016 en begin 2017 plaatsvonden. Alle vergunninghouders die in 2016 en 2017 in Barendrecht zijn komen wonen zijn in de mogelijkheid gesteld om binnen 1 jaar deel te nemen aan de participatieverklaringstrajecten. Dit is de wettelijk termijn, die voor vergunninghouders, die na 1-10-2017 een verblijfsvergunning hebben gekregen, is gesteld. Alle vergunninghouders hebben binnen een jaar na vestiging in Barendrecht kunnen deelnemen aan een Participatieverklaringstraject. Op dit onderdeel scoort de gemeente:
c) Vergunninghouders, gehuisvest per 2016, zijn opgeroepen om de participatietrajecten te volgen. Vanuit de afdeling Participatie zijn geen signalen ontvangen over weigering van deelname aan deze trajecten. Ook in 2017 zijn er geen vergunninghouders die geweigerd hebben om deel te nemen aan de Participatieverklaringstrajecten. Alle opgeroepen vergunninghouders hebben actief deelgenomen aan dit traject. Op dit punt scoorde de gemeente:
d) In 2016 waren er geen signalen dat vergunninghouders de Participatieverklaring weigerden te ondertekenen, maar specifieke gegevens zijn over dat jaar niet bijgehouden. In 2017 zijn er voor drie groepen vergunninghouders participatieverklaringstrajecten georganiseerd. Deze bestaan uit een informatiebijeenkomst, gevolgd door een tweetal workshops. Na de tweede workshop worden de Participatieverklaringen ondertekend. 22 volwassen vergunninghouders hebben deelgenomen aan deze trajecten en de verklaringen ondertekend. Voor mensen die na 1-10-2017 een verblijfsvergunning hebben gekregen maakt het Participatietraject een verplicht onderdeel uit van de inburgering. Zij moeten binnen een jaar nadat zij de inburgeringsbeschikking van DUO hebben gekregen, hun Participatieverklaringstraject hebben gevolgd en de verklaring ondertekend (anders mogen zij niet deelnemen aan het inburgeringsexamen). In 2018 vinden er opnieuw bijeenkomsten en workshops plaats voor vergunninghouders die al in de gemeente zijn komen wonen, maar nog geen Participatieverklaringstraject hebben gevolgd. Op dit punt scoorde de gemeente: