Bijlage 1 Concept Beleidsplan 2023-2027
Tekst van het document
28
Beleidsplan 2023-2027 Veilige gebiedsinrichting en infrastructurele projecten De VRR ondersteunt het bevoegd gezag bij het creëren van een veilige leefomgeving. Zij adviseert integraal over risico’s in omgevingsvisies, omgevingsverordeningen, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het transport van gevaarlijke stoffen in de omgeving. Het doel van deze advisering is dat fysieke veiligheid en daaraan gerelateerde gezondheidsvraagstukken structureel worden ingebed in omgevingsplannen. Daarnaast adviseert de VRR op een veilige inbedding van activiteiten in de omgeving. Gezamenlijk moet dit bijdragen aan het bereikbaar maken van duurzame veiligheid. De historische adviestaak op het gebied van externe veiligheid binnen de omgeving omvat zowel wettelijke als niet-wettelijke taken. Deze worden tot en met 2024 gefinancierd door een decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds. Dit betekent dat geld in het Gemeentefonds ‘geoormerkt’ is voor het thema externe veiligheid en gemeenten hierover het begrotingsrecht hebben. Deze financieringsvorm kan per 2025 veranderen; de evaluatie over deze wijze van financieren vindt plaats in 2023. Op dat moment bepaalt het bevoegd gezag of deze taken op een andere manier worden gefinancierd, ingericht of beëindigd.
Naast advies over de inrichting van een omgeving, adviseert de VRR ook over de veiligheid van (de verwezenlijking van) grote infrastructurele projecten zoals de Blankenburgtunnel, het Theemswegtracé en de verbinding tussen rijkswegen A13 en A16. Rijkswaterstaat (RWS) staat de komende jaren voor een grote uitdaging en de onderhoudsopgave zal hoe dan ook consequenties hebben voor de inwoners van de regio. Zo ook voor de bereikbaarheid van hulpdiensten, veiligheidsmaatregelen in tunnels en de voorbereiding op crises in de regio. Een goede afstemming en belangenafweging tussen RWS en de VRR is hierin essentieel. (Brand)veilige gebouwen en objecten Advisering over de brandveiligheid van gebouwen en (industriële) objecten is voor de VRR een voor de hand liggende taak, aangezien de incidentbestrijdingstaak voor deze gebouwen en objecten ook bij de VRR ligt. De brandveiligheid van gebouwen en objecten wordt gewaarborgd door advisering op de omgevingsvergunning en toezicht op de naleving. De advisering op het gebied van bouw en brandveilig gebruik, maar ook toezicht, controle en handhaving spelen hierbij een belangrijke rol. Aan de hand van een jaarlijks met gemeenten vastgesteld regionaal toezichtsplan wordt toezicht gehouden op de brandveiligheidsaspecten van omgevingsvergunningen waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is.
Het plan is gebaseerd op een analyse van risico’s en naleefgedrag en wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. De komende jaren streeft de VRR naar een verdere regionalisering en professionalisering van deze werkwijze. Bij het toezicht op brandveiligheid zijn meerdere organisaties betrokken. De VRR heeft uitdrukkelijk de ambitie om optimaal aan te sluiten bij de andere handhavingspartners. Samenwerking bij integrale controles draagt positief bij aan minimalisering van de last voor inwoners en bedrijven.
2.3 Veiligheid in het haven- en industriegebied Binnen het verzorgingsgebied van de VRR bevindt zich het haven- en industriegebied, een dynamische gebied. Dit complexe werkveld vraagt om specialistische kennis zodat de VRR als betrouwbare en deskundige partner en toezichthouder kan optreden. De uitvoerende taken bevorderen en garanderen de veiligheid door middel van risicobeheersing in het haven- en industriegebied. Daarnaast zijn het Centrum Industriële Veiligheid (CIV) en het Landelijk Expertise Centrum Industriële Veiligheid (LEC-IV) ondergebracht bij de VRR. Hiermee draagt de VRR bij aan de regionale en landelijke opbouw, borging en verspreiding van kennis, expertise en beleid op het gebied van de industriële (brand)veiligheid.
De missie van de afdeling industriële veiligheid (IV) houdt in dat zij zich iedere dag opnieuw inzet om een industrieel (brand)veilige omgeving te creëren. De visie van IV is dat zij dé autoriteit is en blijft op het gebied van industriële veiligheid. Lees meer over de doorontwikkeling als landelijke autoriteit op het van gebied industriële veiligheid in het strategisch meerjarenplan Industriële Veiligheid. Sinds de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) op 1 oktober 2010 zijn de veiligheidsregio’s zelfstandige bestuursorganen. De wetgever heeft deze bestuursorganen een aantal wettelijke taken toebedeeld voor het hierboven beschreven complexe werkveld. Het betreft de volgende wettelijke taken: Wet veiligheidsregio’s (Wvr)
Aanwijzen van locaties waarop één of meer milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 7.1
Bvr
worden
verricht
om
over
een
bedrijfsbrandweer
te
beschikken
(bedrijfsbrandweeraanwijzing).
Houden van toezicht op de naleving van het gestelde in artikel 31 Wvr en het inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving.
Houden van toezicht op de naleving van artikel 48 (verschaffen van informatie die nodig is voor een adequate voorbereiding op de rampenbestrijding en de crisisbeheersing) en inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het adviseren van het bevoegd gezag over aanvragen omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.33 Omgevingsbesluit.
Houden van toezicht op de naleving van de artikelen die zijn opgenomen in afdeling 4.2 van het Bal (voorheen Brzo 2015) die zich tot de veiligheidsregio’s richten.
Inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet naleving van de artikelen die zijn opgenomen in afdeling 4.2 van het Bal (voorheen Brzo 2015) die zich tot de veiligheidsregio’s richten.
Adviseren over ontbrandingstoestemmingen op grond van het Vuurwerkbesluit
Daarnaast zijn de (advies)taken binnen dit werkveld gebaseerd op het door het bestuur van de veiligheidsregio opgestelde beleidsplan (artikel 10 onder b Wvr). In dit beleidsplan zijn deze taken vastgelegd, zie hierboven onder het kopje taken artikel 10 Wet veiligheidsregio’s.
30
Beleidsplan 2023-2027
3 Een betrouwbare hulp- en zorgverleningsorganisatie De VRR is een betrouwbare hulp- en zorgverleningsorganisatie die 24 uur per dag, 7 dagen per week de veiligheid van de burgers in de regio Rotterdam-Rijnmond waarborgt. De Brandweer Rotterdam-Rijnmond (BRR), de Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (ARR) en de Meldkamers Ambulance en Brandweer (MKA en MKB) kennen elk hun eigen dynamiek, organisatiestructuur, financiering en meerjarenbeleid. Maar goede hulpverlening op straat staat voor de gehele organisatie centraal. De VRR is trots op haar mensen die op straat kwalitatieve hulp en zorg bieden. Ook de operationele organisatie ervaart direct de gevolgen van de veranderende samenleving zoals eerder in dit Beleidsplan beschreven. De operationele organisatie moet inspelen op de veranderende vraag vanuit de maatschappij en haar risico’s. Er is een toenemende vraag naar hulp en zorg, maar tegelijkertijd doet zich krapte op de arbeidsmarkt voor. Dit vraagt een flexibele, veerkrachtige en vakbekwame operationele organisatie. De koude organisatie (waarin onder meer de cijfers en structuur centraal staan) en de warme organisatie (die zich meer richt op sociale samenhang en teamvorming) moeten logisch op elkaar aansluiten. Eveneens is een optimale spreiding van de VRR-capaciteit over de regio vereist.
Om een betrouwbare hulp- en zorgverleningsorganisatie te blijven in een zeer dynamische regio streeft de VRR de komende beleidsperiode ernaar een dynamisch Operationeel Plan Brandweerzorg op te stellen, goede en tijdige ambulancezorg te leveren ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, de vakbekwaamheid te verbeteren en de piketorganisatie te versterken.
3.1 Operationeel Plan Brandweerzorg De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) stelt eisen aan de opkomsttijd en samenstelling van brandweereenheden. De VRR is van mening dat de kwaliteit van de brandweerzorg uit veel meer bestaat dan enkel de opkomsttijden en samenstelling van eenheden.
Daarom stelt de VRR een Operationeel Plan
Brandweerzorg (OPB) op dat naast de opkomsttijd, de doelen van de repressieve brandweerzorg beschrijft en de inspanning die bestuur en inwoners in de regio met zekerheid van de brandweerzorg mogen verwachten (zie bijlage). Het domein van de brandweerzorg is zeer dynamisch: de ruimtelijke inrichting verandert continu, nieuwe technieken doen hun intrede, klimaatverandering heeft zijn weerslag op het leefmilieu, de bevolkingssamenstelling ontwikkelt zich et cetera. Dit leidt tot verandering van risico’s en incidenten. De VRR moet daarom haar wijze van werken en organiseren van de brandweerzorg flexibel kunnen aanpassen. Het Operationeel Plan Brandweerzorg (OPB) bestaat daarom uit twee onderdelen: 1. Het OPB Raamwerk met daarin de bestuurlijke doelstellingen van de brandweerzorg. 2. Het OPB Uitvoeringsproces waarmee de brandweer zo flexibel en risicogericht mogelijk recht kan doen aan de dynamiek in de regio. De brandweer ontwikkelt een dynamisch bedrijfsvoeringsmodel voor de repressieve brandweerzorg, risicogericht en passend bij de dynamiek van de regio. De VRR richt de repressieve brandweerorganisatie in op drie doelen: 1. Redden van mens en dier, 2. schade door brand en ongevallen beperken en 3. waarborgen van de maatschappelijke continuïteit. De VRR hanteert zes inrichtingsprincipes voor het behalen van deze doelen: 1.
Snelheid en slagkracht Voor het redden van mens en dier bij brand en andere ongevallen is het van doorslaggevend belang om snel ter plaatse te komen met voldoende personeel en materieel om het incident te stabiliseren, deescaleren en eerste hulp te verlenen aan slachtoffers, om erger letsel te voorkomen en schade en overlast te voorkomen en beperken. 2. Paraatheid Om snelheid en voldoende slagkracht van de repressieve brandweerzorg te organiseren is paraatheid een vereiste. In de gehele regio staan dag en nacht eenheden paraat, gereed om binnen enkele minuten na een spoedeisende melding hulp te verlenen overal in en zelfs buiten de regio. De brandweer biedt daarmee gelijkwaardige zorg aan alle inwoners en bedrijven in de regio. 3. Risicogericht De VRR monitort de ontwikkelingen in de regio en het ontstaan van nieuwe risico’s, bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie. Binnen de kaders van de inrichtingsprincipes richt de VRR de brandweerzorg zo optimaal mogelijk in voor de risico’s in de regio om een zo groot mogelijke maatschappelijke meerwaarde te bieden met de ter beschikking staande middelen. 4. Zinvol en veilig optreden Intrinsieke veiligheid is een belangrijke voorwaarde voor het veilig en zinvol optreden van de brandweer. De brandweer opereert binnen een keten waarin burgers en bedrijven zelf ook verantwoordelijkheid en maatregelen
moeten
nemen
om
de
(brand)veiligheid
op
een
juiste
wijze
te
waarborgen.
32
Beleidsplan 2023-2027 De brandweer zal vanuit haar inspanningsverplichting altijd het uiterste doen wat binnen haar vermogen ligt om mensen te redden en eventuele schade te beperken. Maar het resultaat hiervan is in belangrijke mate afhankelijk van wat nog mogelijk is bij aankomst en in welke mate preventief is geïnvesteerd in het juiste veiligheidsniveau, afgestemd op de feitelijke risico’s. De repressieve brandweerzorg mag hierbij nadrukkelijk geen compenserende maatregel zijn voor het ontbreken van een dergelijk adequaat (brand)veiligheidsniveau. 5. Preparatie Om snelheid en slagkracht te kunnen garanderen moet personeel goed opgeleid en getraind zijn en materieel geschikt, veilig gestald en goed onderhouden zijn zodat deze veilig en effectief kunnen optreden. De verdeling van uitruk- en oefenbelasting
van eenheden
is daarbij een voorwaardenscheppend
inrichtingsprincipe om te voorkomen dat de werkdruk te hoog wordt. 6. Vrijwilligheid De paraatheid wordt georganiseerd door gekazerneerde beroepsmedewerkers en brandweervrijwilligers die op elk moment opgeroepen kunnen worden om naar de kazerne te komen. De VRR zou niet de huidige mate van paraatheid kunnen garanderen zonder de toewijding van ruim 800 brandweervrijwilligers die dag en nacht beschikbaar zijn. De motivatie en het behoud van vrijwilligers is een randvoorwaardelijk inrichtingsprincipe in de organisatie van de repressieve brandweerzorg.
3.2 Goede en tijdige ambulancezorg De Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (ARR) ziet al jaren een stevige groei in het aantal te leveren diensten (van 544 in 2014 naar 636 in 2022). De komende jaren zal de vraag naar (acute) zorg flink blijven stijgen. De verwachting is dat landelijk het aantal ambulanceritten met 4 procent per jaar zal blijven stijgen tot 2030. Naast het continu werven van nieuw personeel (lees hier meer over in hoofdstuk 5) vraagt dit om het optimaal afdekken van de regio voor ambulancezorg, maar ook om innovatieve manieren die ertoe leiden de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk te kunnen inzetten.
De ARR zet zich in om op innovatieve wijze optimale spreiding van goede ambulancezorg te realiseren in de regio. Spreidingsplan ARR Het is belangrijk om het postplan/spreidingsplan fundamenteel tegen het licht te houden. Het accent ligt daarbij op het optimaal afdekken van de regio voor ambulancezorg in acuut levensbedreigende situaties (reanimaties, beroertes en dergelijke). De landelijk nieuw in te voeren urgentie-indeling biedt kansen om dit nader uit te werken en de scheiding tussen ‘spoedeisend’ en ‘niet-spoedeisend’ verder te verfijnen. Het gaat om meer gedifferentieerde urgenties op basis van inhoudelijke onderbouwing en kwalitatieve indicatoren. Dit moet ervoor zorgen dat de schaarse professionals effectiever zijn in te zetten. De vorming van één ambulanceorganisatie ARR (de regionale ambulancevoorziening, RAV) biedt de mogelijkheid én het momentum voor structurele keuzes op het gebied van huisvesting (opkomstlocaties en vijf postlocaties). Hiervoor wordt een ‘greenfieldscenario’ uitgewerkt waarbij zonder beperkingen wordt gekeken hoe een optimale spreiding van post- en opkomstlocaties eruit kan zien. Voor postlocaties is het belangrijkste criterium dat het omliggende gebied optimaal is gedekt en dat de postlocaties aanvullend zijn op elkaar en elkaar qua dekkingsgebied dus niet overlappen.
Voor opkomstlocaties is het belangrijkste criterium dat deze optimaal gelegen zijn met het oog op de dienstwissel(s). Een belangrijk aspect bij de heroriëntatie op opkomstlocaties en postlocaties betreft de visie op ‘de optimale opkomstlocatie’ die komend jaar wordt opgesteld. Zorgcoördinatie Er loopt inmiddels een pilot met het Zorgcoördinatiecentrum (ZCC) in Rotterdam-Rijnmond. Door het realiseren van een geïntegreerd zorgcoördinatiecentrum waar de hulpvraag door meerdere professionals uit de acute zorgketen wordt beoordeeld (gezamenlijke triage) is het mogelijk patiënten direct door te verwijzen naar de juiste zorgverlener. Dit moet de druk op de spoedzorg beter coördineren en verminderen. Inzet bike teams Evenementen, werkzaamheden aan toegangswegen en een toenemende bevolkingsdichtheid leiden er mede toe dat aanrijdtijden om de noodzakelijke ambulancezorg te verlenen onder druk komen te staan. Daarnaast kan het aanrijden met een reguliere ambulance tot gevaarlijke situaties leiden voor de aanwezige mensenmassa. Een effectieve en in andere regio’s al beproefde oplossing is de inzet van biketeams. Biketeams zijn wendbaar en kunnen zich gemakkelijker en veiliger verplaatsen tussen bijvoorbeeld winkelend publiek. Door het inschakelen van biketeams kan in drukbezochte gebieden eerder worden gestart met noodzakelijke zorg.
Mocht er vervoer naar een zorginstelling nodig zijn, dan kan alsnog overdracht aan een reguliere ambulance plaatsvinden.
34
Beleidsplan 2023-2027
3.3 Vakbekwaamheid De VRR heeft te maken met ontwikkelingen die het steeds moeilijker maken om goed voorbereid en effectief op te treden bij incidenten. Dit heeft verschillende oorzaken.
De doorstroom van personeel is fors gestegen door: o
De vergrijzing van het personeelsbestand.
o
Korter durende dienstverbanden, zowel bij de vrijwilligers als bij de beroepsbrandweer.
o
Het tweede loopbaanbeleid: medewerkers gaan zich eerder bewegen op de arbeidsmarkt en maken de periode van 20 jaar niet vol.
o
Het is lastig om voldoende, gekwalificeerde brandweervrijwilligers te werven gezien de aard van het dienstverband.
Vrijwilligers zijn minder beschikbaar tijdens de dag-uren omdat ze vaak werkzaam zijn buiten hun woonplaats. Daardoor wordt ten eerste de behoefte aan dagdienstpersoneel in de uitruk steeds minder en dat geldt evenzeer voor de inzet van vrijwilligers in het beroepsrooster.
De wereld verandert snel. Branden worden complexer en treden minder vaak op. Hierdoor is het van belang om meer te trainen en te oefenen zodat medewerkers, op het moment dat zij nodig zijn, beter voorbereid zijn. Dit vraagt een grotere oefeninspanning van vrijwilligers en beroepskrachten. Bij beroepskrachten betekent dit dat de drie oefendagen niet meer voldoen om op het gewenste niveau te blijven. Bij de vrijwilligers zal vanwege de intensiteit van het oefenprogramma herbezetting nodig zijn, wat onherroepelijk leidt tot extra kosten.
De VRR zet zich in om alle operationele medewerkers dusdanig te bekwamen dat zij een goede basis hebben om op vakkundige, veilige en effectieve wijze incidenten te bestrijden en hulp te verlenen. Daarnaast ziet de VRR erop toe dat operationele medewerkers het geleerde onderhouden, in kunnen spelen op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die invloed hebben op het werk en over up-to-date vakinhoudelijke kennis beschikken. Vakbekwaam worden Om de bezetting van bluseenheden te kunnen continueren en bovendien veilig en effectief te kunnen blijven optreden is het noodzaak steeds vaker een beroep te doen op aanvullend beroepspersoneel en zijn extra vrijwilligers nodig. Dit vraagt om:
Uitbreiding van het personeelsbestand.
Verhoging van de opleidingscapaciteit.
Het - naast de landelijke generieke opleiding - verzorgen van een uitbreiding van het opleidingsprogramma, zodat de inhoud van de opleiding aansluit bij het risicoprofiel van de regio Rotterdam-Rijnmond.
Vakbekwaam blijven Ook wordt er de komende jaren een flinke inhaalslag gemaakt in het opleiden van instructeurs - en daarna van alle medewerkers - om vakbekwaam te blijven. Hierbij zijn de doelstellingen:
Vakbekwaamheid wat betreft maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Meer realistisch oefenen voor vrijwilligers.
Verhogen van de oefenfrequentie (ook voor piketfunctionarissen). Dit geldt ook voor multidisciplinaire oefeningen.
Leren van incidenten samen met crisispartners waaronder de politie, de GHOR en de waterschappen.
Rijvaardigheidstraining.
Gebruik van het ‘veiligheidspaspoort’ en ‘profchecks’ om opgeleid personeel te toetsen.
36
Beleidsplan 2023-2027
3.4 Piketorganisatie versterken Inwoners van deze regio kunnen vertrouwen op een kundige en betrouwbare hulpverlening. Medewerkers in de piketorganisatie van brandweer, GHOR en crisisbeheersing vervullen cruciale functies in de processen leiding en coördinatie, logistiek en ondersteuning tijdens de bestrijding van branden, rampen en crises. Deze medewerkers vervullen deze belangrijke functies naast een gewone aanstelling bij de VRR of partnerorganisatie. De piketorganisatie van de VRR staat onder druk. Dit heeft een aantal oorzaken:
Crises zijn steeds vaker complex, langdurig en onvoorspelbaar (creeping crises).
De samenleving verwacht steeds meer van de overheid en accepteert minder risico’s.
Het speelveld van crises wordt steeds uitgebreider en complexer.
Er wordt steeds meer gevraagd van de piketfunctionaris in de preparatiefase.
Vergrijzing van het personeelsbestand.
In totaal ruim maken 80 piketfunctionarissen bij de VRR meer dan 25.000 uren in de piketfunctie. Dat is vaak meer dan waarmee rekening is gehouden in de reguliere dagdienstfunctie. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de vakbekwaamheid, continuïteit en het welzijn van de piketmedewerkers. In de komende beleidsperiode streeft de VRR daarom naar versterking en verduurzaming van de piketorganisatie om de kwaliteit en uitvoering ook in de toekomst te kunnen waarborgen. De VRR doet dit in samenwerking met haar crisispartners.
De VRR investeert in de continuïteit, toekomstbestendigheid en kwaliteit van haar piketorganisatie. Onderzoek naar duurzame piketfuncties Elke piketfunctie heeft een andere werkdruk. Officieren van de brandweer rukken vaker uit dan een informatiemanager. Daarom onderzoekt de VRR de komende beleidsperiode per piketfunctie hoe belastend zo’n functie is. Maatwerk in versterking Aan de hand van de onderzoeksresultaten kan een piketpool worden uitgebreid of op een andere manier worden versterkt: het gaat hier overduidelijk om maatwerk. Daarbij staat de mens centraal: een juiste balans tussen piket- en dagfunctie leidt uiteindelijk tot de beste hulp op straat. Evaluaties GRIP-incidenten De VRR en ook haar crisispartners streven ernaar een lerende organisatie te zijn, ook op multidisciplinair gebied. Evaluaties van incidenten die vallen binnen de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure (GRIP) en multidisciplinaire oefeningen spelen hierbij een belangrijke rol. Het structureel uitvoeren van de evaluaties biedt een duidelijk inzicht in de operationele teamprestaties. Tegelijk wordt de kwaliteit van het multidisciplinaire optreden gemeten.
De uitkomsten van deze evaluaties en een systematische toepassing van de gebleken leerpunten vormen vervolgens de basis van onder meer het vakbekwaamheidsprogramma, de planvorming, de inzet bij incidenten en de vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen. Deze werkwijze vergroot daardoor het lerend vermogen van de crisisorganisatie als geheel en van de crisisfunctionarissen in het bijzonder.
4 Het samenwerkingsplatform voor veiligheid De VRR brengt kennis, ervaring, ketenpartners, burgers, bedrijven en organisaties bij elkaar om daarmee op een effectieve en efficiënte wijze de veiligheid te bevorderen. Dit is een belangrijk uitgangspunt waaruit de meerwaarde van de veiligheidsregio direct blijkt. De VRR bleek de afgelopen jaren een goed platform te zijn om crises of andere ontwikkelingen die de veiligheid in de regio bedreigen samen met partners aan te pakken. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens de coronacrisis, vluchtelingenopvang, de lekkage uit de Bow Jubail met de schoonmaak van zwanen, de Brexit en terreurdreiging. De VRR pakte steeds haar rol als regionaal verbinder. De samenwerking tussen en met gemeenten speelde ook een belangrijke rol bij recente crises als de coronapandemie en de opvang van vluchtelingen in de regio. Bevolkingszorg ontwikkelde zich tot een volwaardig partner van de hulpdiensten. Dat organische proces vraagt nu om verdere professionalisering om steeds betere zorg aan de inwoners van de regio te kunnen bieden. Naast samenwerking met partners in de crisisbeheersing speelt ook de beschikbaarheid van informatie een belangrijke rol. Informatie is cruciaal voor het nemen van besluiten tijdens een crisis of incident.
Het Multi Intelligence Center levert een belangrijke bijdrage aan de effectiviteit van de crisisbeheersing en incidentbestrijding in de regio door de juiste informatie, in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment, in de juiste vorm bij de juiste hulpverlener of crisisfunctionaris te krijgen Om de crises van de toekomst het hoofd te kunnen bieden en het samenwerkingsplatform voor veiligheid te blijven richt de VRR zich de komende beleidsperiode op een versteviging van de netwerkfunctie van de eigen organisatie, de verdere professionalisering van bevolkingszorg en de ontwikkeling van een Multi Intelligence Center.
38
Beleidsplan 2023-2027
4.1 Netwerkfunctie veiligheidsregio’s De VRR is al jaren het samenwerkingsplatform bij rampen en crises. Maar door een complexer wordende maatschappij zien we naast de klassieke flitsrampen steeds vaker ongekende en nieuwe crisistypes. Bestaande samenwerkingen met partners richten zich voornamelijk op klassieke risico’s met een lokale impact, waarbij sprake is van een duidelijk bron- en effectgebied. Nieuwe crises zijn langduriger, complexer en onvoorspelbaar van aard, ‘creeping crises’. Dat bleek bijvoorbeeld uit de coronacrisis, de vluchtelingenopvang en de overstromingen in Limburg.
De VRR ontwikkelt zich tot een crisisorganisatie die voorbereid is op traditionele rampen en crises én op hedendaagse ‘creeping crises’. De aard en omvang van een crisis moeten bepalend zijn voor de crisisbestrijding en niet de grens van een regio, de begrenzing van bestuurlijke bevoegdheden of het werkgebied van organisaties. Om dit type crises het hoofd te bieden dient de VRR de crisisbeheersingsorganisatie te verbreden. De versteviging van de netwerkfunctie van de VRR is daarom de komende beleidsperiode een belangrijk speerpunt. Het is van belang om dit samen met partners en gemeenten te doen. Verstevigen netwerkfunctie VRR Crisismanagement is netwerkmanagement. Het bestrijden van nieuwe, ongekende crises doet de VRR met meerdere partijen, zowel binnen als buiten het publiek domein. Bijvoorbeeld een grote hack bij een waterkering. Hierbij is kennis van buitenaf nodig en kunnen verschillende publieke- en private partijen aansluiten aan bij de crisisbeheersing. Daarom investeert de VRR de komende jaren in samenwerking om nieuwe typen crises het hoofd te bieden. Het gaat daarbij vooral om:
Het verstevigen van deelname aan bestaande samenwerkingsverbanden, zoals op het gebied van waterveiligheid samen met de waterschappen in de regio.
Het deelnemen aan nieuwe samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld op het gebied van digitale verstoringen.
Het oprichten van nieuwe samenwerkingsverbanden als de situatie daarom vraagt.
Een crisis bestrijden vanuit een netwerk vereist crisisfunctionarissen met verbindende eigenschappen. Daarom is vereist:
Het ontwikkelen en verbeteren van verbindende competenties bij Operationeel Leiders en Leiders Commando Plaats Incident.
GHOR Ondanks de discussie die momenteel gevoerd wordt over de positie van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) is de VRR ervan overtuigd dat de GHOR de onmisbare publieke schakel in het grotendeels geprivatiseerde zorglandschap is. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) moet slagvaardig kunnen opereren op het snijvlak van de publieke gezondheid, acute zorg en het veiligheidsdomein. Dit vraagt om een netwerkorganisatie waar door middel van het stellen van gezamenlijke doelen en het nemen van eigen verantwoordelijkheden adequaat zorg is te verlenen wanneer zich een ongeval, ramp of crisis voordoet. De GHOR moet hier goed op voorbereid zijn. Naar aanleiding van de coronacrisis en de evaluaties van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en Wet publieke gezondheid (Wpg) moet er een antwoord komen op wat de verantwoordelijkheden, de positie en de taken zijn van de GHOR in het krachtenveld van de acute gezondheidszorg, de publieke gezondheidszorg en het veiligheidsdomein, oftewel de ‘witte kolom’ van hulpverlening. Zorgcontinuïteit is een belangrijke factor
gebleken in de coronacrisis. Een goede beoordeling hiervan staat of valt bij toegang tot het netwerk en informatie van zorgpartners, waarbij vertrouwen over en weer een sleutelrol speelt. De komende beleidsperiode streeft de VRR daarom naar:
Het versterken van regie- en coördinatiefunctie van de GHOR en een doorontwikkeling naar een vernieuwde GHOR 2.0.
40
Beleidsplan 2023-2027
4.2 Bevolkingszorg Bevolkingszorg is volop in ontwikkeling. Er zijn al diverse stappen gezet naar het verder professionaliseren van bevolkingszorg in een samenleving die sterk in verandering is en waarbij risico’s veranderen. Zowel op landelijk als op regionaal niveau bestaat de wens bevolkingszorg verder te versterken en te werken aan een toekomstbestendige bevolkingszorg waarbij ook ingespeeld kan worden op nieuwe soorten crises.
Bevolkingszorg realiseert een hoogwaardige gemeentelijke crisisorganisatie in deze regio, om zo een betere zorg aan en met de inwoners te kunnen leveren. Hierbij werkt de VRR op regionaal niveau samen waar het kan, en versterkt op lokaal niveau waar het moet. Bevolkingszorg is daarbij een volwaardige partner van de andere hulpdiensten. Bevolkingszorg zal een eigen beleidsplan 2023-2027 opstellen, waarin wordt beschreven hoe deze missie wordt omgezet in een visie op de ontwikkelrichting van bevolkingszorg en de strategische doelstellingen voor de komende vier jaar. Momenteel zijn er drie landelijke programma’s binnen het domein bevolkingszorg: o Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg van het Veiligheidsberaad. o Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg van het ministerie van Justitie en Veiligheid. o Programma Doorontwikkeling Bevolkingszorg van het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg. Vanuit Rotterdam-Rijnmond is de VRR goed aangesloten bij deze programma’s, en de uitkomsten hiervan vormen een belangrijke bijdrage aan het eigen beleidsplan. Daarnaast zullen ook de leerpunten uit de meest recente crises een rol spelen. De belangrijkste thema’s in het beleidsplan Bevolkingszorg zijn: 1. Regionale samenwerking en coördinatie Bevolkingszorg is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, waarbij regionaal wordt samengewerkt onder coördinatie van de Veiligheidsregio.
Uit de evaluatie van de Wvr is het advies naar voren gekomen de verantwoordelijkheid voor de regie op bevolkingszorg bij het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio te leggen. In veiligheidsregio wil de VRR binnen het Algemeen Bestuur verdere afspraken maken over de regionale samenwerking, afstemming, coördinatie en komen tot een uniform kwaliteitsniveau, waardoor zowel regionale als bovenregionale samenwerking gemakkelijker wordt. Daarbij is het van belang een evenwicht te vinden tussen expertise van een bepaald domein en de kennis van de lokale gemeenschap. Daarnaast krijgt de positie van de Commissie van Advies Gemeenten (CAGEM) aandacht, met het oog op regionale afstemming en advisering aan het Algemeen Bestuur. 2. Meer hybride organisatievorm Nieuwe soorten crises vragen een ander soort expertise en zijn vaak langduriger dan de traditionele flitsrampen. Daarom is het van belang vooral te investeren in de kernfuncties en taken binnen bevolkingszorg. Daaromheen kan dan een hybride organisatievorm tot stand komen, waarbij expertise wordt gemobiliseerd vanuit de staande organisatie op basis van wat nodig is. Door deze organisatievorm wordt het makkelijker langdurigere crises het hoofd te bieden en gemeentelijke disciplines te laten aanhaken voor een brede belangenafweging. 3.
Versterken van bevolkingszorg Bevolkingszorg is een belangrijk onderdeel van de multidisciplinaire crisisbeheersing en is op weg een volwaardig partner te worden van de overige hulpdiensten. In het plan van aanpak ‘Basis op orde’ zijn afspraken gemaakt en stappen gezet naar verdere professionalisering van bevolkingszorg. Met de
ontwikkeling van regionale kwalificatieprofielen en opleidingskaders, de eerste stappen in het opzetten van gezamenlijke opleidings-, oefen- en trainingsactiviteiten, het verbeteren van de informatiedeling en het opstellen van heldere afspraken met betrekking tot crisiscommunicatie. Dit proces is nog volop gaande. De komende jaren zal de VRR hierin blijven investeren. Aandachtspunten daarbij zijn:
Vakbekwaam worden en blijven.
Bevolkingszorg als netwerker/verbinder (tussen hoofdstructuur en gemeentelijke diensten).
Effectief en efficiënt omgaan met de capaciteit en expertise binnen de regio (elkaar kennen en weten waar welke expertise zit, onderzoek naar mogelijkheden van gezamenlijke piketpools, enzovoort).
Verder verbeteren van de informatiepositie van bevolkingszorg. 4. Crisiscommunicatie
Crisiscommunicatie
wordt
als
een
belangrijk
proces
binnen
bevolkingszorg
ervaren.
De
evaluatiecommissie Wvr adviseert crisiscommunicatie een eigenstandig proces te laten zijn onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. In de aankomende beleidsperiode wordt verder uitgewerkt wat dit betekent voor de taken en verantwoordelijkheden tussen VRR en gemeenten.
42
Beleidsplan 2023-2027
4.3 Multi Intelligence Center Informatie is er bij de VRR volop, maar vaak niet op het juiste moment op de juiste plaats. In de huidige situatie ontbreekt daardoor vaak doelmatigheid en doeltreffendheid. Veel functionarissen steken gelijktijdig veel tijd in het inwinnen en delen van uiteindelijk dezelfde informatie. Daarbij is de beschikbare informatie vaak niet voldoende, komt deze laat beschikbaar, is deze niet te vinden of niet toegankelijk. Dat leidt ertoe dat bij incidenten beslissers hun oordeel niet goed onderbouwd kunnen maken en hulpverleners soms onnodig meer risico’s lopen. Het gevolg is dat incidenten regelmatig langer duren dan nodig omdat het meer tijd kost om bijvoorbeeld relevante informatie over een bouwwerk op te vragen. Met de ontwikkeling van het Multi Intelligence Center (MIC) is de VRR uniek in Nederland. Het MIC zorgt ervoor dat alle relevante informatie, zowel ten tijde van een incident als daarbuiten, beschikbaar is voor alle betrokken functionarissen. Het MIC is een samenwerking van:
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Gezamenlijke Brandweer Rotterdam
Het Informatieknooppunt (IKP) – in samenwerking met GGD en TNO
Het Realtime Intelligence Center (RTIC) van de politie
Meldkamer Rotterdam
Landelijk wordt ingezet op een Knooppunt Coördinatie regio’s - Rijk (KCR2) om informatie-uitwisseling efficiënter te laten plaatsvinden in samenwerking tussen veiligheidsregio’s onderling, tussen Rijk en regio’s, tussen de algemene en functionele kolom en andere crisispartners. Ook in de aankomende beleidsperiode levert het MIC hieraan een bijdrage.
De VRR maakt met het MIC de crisisbeheersing en de incidentbestrijding effectiever en slagvaardiger, verhoogt de veiligheid van de mensen in het veld, verstevigt de gemeenschappelijke informatiepositie van de beslissers en voert centraal de regie op veiligheidsaspecten. Met en door het MIC ontwikkelt de VRR zich van een ‘organisatie met informatie’ naar een ‘informatieorganisatie’. Daarbij staat informatie-gestuurde incident- en crisisbestrijding centraal. Voor iedereen die professioneel is betrokken bij incidenten en crises en informatie wil over potentiële risico’s, ontwikkelende situaties, incidenten en crises is het Multi Intelligence Center (MIC) een centrum dat zeven dagen per week onafgebroken datastromen ontvangt, analyseert, duidt en presenteert en op grond daarvan prognoses maakt. Samenwerking met partners is hierbij van groot belang. In tegenstelling tot het huidige systeem van informatiemanagement is het eindresultaat van het MIC gericht op het geven van een real time-overzicht met hoge kwaliteit intelligence, gebaseerd op een combinatie van gevalideerde informatie, big data, duiding en kunstmatige intelligentie. Het MIC gaat bijdragen aan een effectievere, slagvaardigere, veiligere en informatie-gestuurde crisisbeheersing en incidentbestrijding door:
Informatieverbinding tussen de verschillende diensten en crisispartners te organiseren in de ‘koude’ situatie om ook direct te kunnen gebruiken in de ‘lauwe’ of ‘warme’ fase.
Het versterken van de positie van de calamiteiten-coördinator.
De juiste informatie, in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment, in de juiste vorm bij de juiste hulpverlener/crisisfunctionaris te krijgen (voorafgaand, tijdens en na incidentbestrijding, rampenbestrijding en crisisbeheersing) met als doel het juiste besluit te kunnen nemen.
Samen te werken met partners.
Samen te werken met de wetenschap door met behulp van universiteiten een MIC-fieldlab tot stand te brengen (naast het operationele MIC) om zich met de daaruit voortvloeiende gegevens continu te blijven ontwikkelen en groeien.
44
Beleidsplan 2023-2027
5. Klaar voor de toekomst De VRR is een organisatie die elk uur van de dag en 365 dagen per jaar hulp en zorg verleent: de VRR is er altijd! Daarnaast moet de VRR als crisisorganisatie altijd rekening houden met het ondenkbare. Er is altijd een ‘what if’ component in het werk, waarop de VRR onmiddellijk moet kunnen inspelen. Dat maakt de VRR tot een unieke organisatie. Dit betekent dat de VRR moet kunnen schakelen van dagelijks werk naar oplossend vermogen voor de toekomst. Dit vraagt om flexibiliteit van de ondersteunende afdelingen. Ook zij krijgen te maken met de veranderingen in de samenleving en binnen de eigen organisatie. Wendbaarheid, duurzaamheid, openheid en informatiebeveiliging zijn daarom belangrijke thema’s voor de komende beleidsperiode, die hieronder één voor één een verdere toelichting krijgen.
5.1 Wendbaar De VRR is wendbaar: zij kan gemakkelijk schakelen tussen het dagelijks werk en de vraagstukken van de toekomst. De VRR geeft talent de ruimte in een steeds veranderende omgeving. De komende beleidsperiode wil de VRR aan zeven thema’s extra aandacht schenken om dit te bereiken: Strategische Personeelsplanning De wendbaarheid die de VRR van zichzelf vraagt heeft haar weerslag op de kwaliteit en kwantiteit van het personeelbestand. Hoe zorgt de organisatie ervoor dat ook in de toekomst de juiste man/vrouw op de juiste plek zit? De VRR wil met Strategische Personeelsplanning als hulpmiddel voor leidinggevenden op een effectieve en gerichte manier een optimale bezetting van de organisatie bewerkstelligen. Dat geldt voor de korte en de lange termijn. Wanneer dit niet gebeurt, leidt dit tot dure oplossingen op de korte termijn zoals veel overwerk, inhuur van relatief duur personeel en het versneld moeten uitvoeren van opleidingen. Het risico daarvan is (langdurige) uitval als gevolg van gezondheidsklachten of uitstroom van personeel. Werving van deskundig personeel Het aantrekken en behouden van personeel op een schaarse arbeidsmarkt is een belangrijk aandachtspunt voor de komende beleidsperiode. Zowel bij de ambulancedienst, de meldkamer als bij de brandweer zal daarom extra aandacht zijn voor de werving van personeel.
Vooral bij verpleegkundig personeel voor inzet in de ambulancezorg bestaat er schaarste. Voortdurend werven van personeel is daarom absolute noodzaak. De werving boort telkens gericht andere en nieuwe doelgroepen aan. Het leveren van meer zorg op maat biedt de mogelijkheid om zorgprofessionals van diverse kwalificatieniveaus in dienst te nemen of de op dit gebied al bestaande formatie (bijvoorbeeld laagen middencomplexe zorg) uit te breiden. Daarnaast is er landelijk een nieuwe opleidingstructuur in de maak voor alle verpleegkundige acute zorgopleidingen. Doel daarvan is medewerkers sneller en meer gericht op te leiden met mogelijkheden voor snellere doorstroom. Ook voor meldkamerfuncties is er sprake van schaarste. Er wordt gezocht naar nieuwe wegen om patiëntenzorg van voldoende kwaliteit en kwantiteit te kunnen blijven bieden. Het toegepaste digitale uitvraagsysteem Professional Quality Assurance (ProQA) biedt hierin mogelijkheden. Wereldwijd wordt al op diverse plaatsen met dit triagesysteem gewerkt door niet-verpleegkundig centralisten. Nietverpleegkundig centralisten staan daarbij onder supervisie van een regie-verpleegkundige. Een dergelijke proef
vraagt
om
moed,
medewerkersparticipatie,
zorgvuldige
implementatie
en
periodieke
evaluatiemomenten. Vrijwilligheid bij de brandweer Het landelijk vraagstuk rondom de bouwsteen verplichtend karakter heeft ook gevolgen voor de VRR. Om te kunnen voldoen aan Europese wetgeving is er een werkgroep opgericht die zich buigt over de mogelijkheden die er zijn om voldoende onderscheid te maken tussen beroepsmedewerkers en vrijwillige medewerkers binnen de brandweer. De VRR is vertegenwoordigd in deze werkgroep en levert zo een bijdrage aan een toekomstbestendige brandweerorganisatie. Hierbij blijft het van belang om de ontwikkelingen op dit dossier op de voet te volgen en in kaart te brengen. De VRR is in grote mate afhankelijk van haar vrijwilligers en zet zich daarom in om een toekomstbestendige oplossing voor dit 46
Beleidsplan 2023-2027 vraagstuk te vinden. Daarnaast blijft de VRR zich inzetten om voldoende vrijwilligers te werven en op te leiden. Ook wordt er in de Visie op Incidentbestrijding onderzocht welke mogelijke alternatieve aanstellingsvormen in de toekomst een bijdrage zouden kunnen leveren aan het werven en behouden van voldoende vrijwilligers. Veilige werkomgeving: diversiteit en inclusie De regio Rotterdam-Rijnmond kenmerkt zich door een hoge diversiteit aan culturen, kennis en zienswijzen. Deze kwaliteiten – de afspiegeling van de samenleving – ziet de VRR graag terug in de organisatie: de VRR wil niet diverser zijn, maar moet diverser zijn. Het is van het grootste belang dat de VRR midden in de maatschappij staat en diversiteit omarmt, zodat verschillen juist worden gewaardeerd. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de dienstverlening. De visie luidt als volgt: ‘De VRR heeft een inclusieve organisatiecultuur waarin diversiteit gewoon is’. Inclusief betekent dat iedereen zich betrokken en gewaardeerd voelt, niet ondanks maar dankzij de verschillen. Niemand wordt op basis van zijn of haar individuele eigenschappen buitengesloten, impliciet of expliciet. Diversiteit betekent dat er op allerlei aspecten verschillen zijn tussen medewerkers, zoals leeftijd, migratieachtergrond, gender, karaktereigenschappen en geaardheid.
Een inclusieve cultuur zorgt voor een veilige, open en aantrekkelijke werkomgeving. Door bewustwording, kennisdeling en institutionalisering kunnen diversiteit en inclusiviteit binnen de VRR vanzelfsprekend zijn. Ook een veilige werkomgeving is belangrijk. Er is bij de VRR geen ruimte voor grensoverschrijdend gedrag. Er is behoefte aan een werksfeer waarin dilemma’s, twijfels en angsten bespreekbaar zijn. Er zijn drie interne vertrouwenspersonen, een externe vertrouwenspersoon en een integriteitsfunctionaris waar medewerkers terecht kunnen met hun verhaal. Vitaliteit Vanuit goed werkgeverschap streeft de VRR naar het voorkomen en het structureel op een laag niveau houden van verzuim. De eigenschap om als werkgever scherp in beeld te hebben of medewerkers ‘goed in hun vel’ zitten en mogelijke gezondheidsrisico’s tijdig te kunnen signaleren, levert een waardevolle bijdrage aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Naast een reductie van verzuimkosten resulteert dit in een hogere kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening en tegelijkertijd in meer vitaliteit en werkplezier. Dit vraagt om een cultuuromslag binnen alle lagen van de organisatie en een integrale aanpak op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Leren en ontwikkelen Het zijn van een wendbare organisatie stelt eisen aan de medewerkers: deskundig, toegankelijk, verbindend en onderscheidend.
Voor alle medewerkers geldt de uitdaging om zich te ontwikkelen in een snel veranderende maatschappij en organisatie. De VRR wil een organisatie zijn die leren op alle niveaus (individueel, collectief en op organisatieniveau) stimuleert, de resultaten daarvan koestert en zichzelf als gevolg daarvan steeds verder ontwikkelt. Dit ‘leren en ontwikkelen’ levert een deskundige professional op die dagelijks veilige en kwalitatief goede hulp en zorg verleent, of hier een bijdrage aan levert, in zijn of haar ontwikkeling. Leren en ontwikkelen betekent niet alleen opleiden maar ook werkplekleren, talentontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Een meer inclusieve talentbenadering zorgt ervoor dat de aandacht van Management Development niet alleen gericht is op (potentieel) leidinggevenden, maar zich verbreedt naar (potentiële) senior experts (strategische adviseurs) om te voorkomen dat sleutelposities binnen de VRR onbemand blijven. Het management krijgt ondersteuning door de leden daarvan inzicht te
geven in wat de nieuwe generaties medewerkers belangrijk vinden in hun werk en wat zij nodig hebben om zich voor langere tijd te willen verbinden aan VRR. Hybride werken Ook het hybride werken waarbij er sprake is van tijd- en plaatsonafhankelijk werken draagt bij aan de wendbaarheid van het personeel: dit stimuleert eigen verantwoordelijkheid en ondernemerschap. Met de uitgangspunten ‘vertrouwen, verantwoordelijk en vrijheid’ is het werk optimaal, efficiënt en plezierig te organiseren. De VRR stimuleert haar medewerkers met werkomgevingen waarin zij optimaal kunnen presteren in hun werk. Flexibiliteit en wendbaarheid in werken: de VRR maakt het mogelijk!
48
Beleidsplan 2023-2027
5.2 Duurzaam Landelijk zijn doelen afgesproken in onder meer het Klimaatakkoord, het Grondstoffenakkoord, de Wet Banenafspraak, evenals op internationaal niveau in bijvoorbeeld het beleid rond Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) en de VN-ontwikkelingsagenda 2015-2030 met zijn zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s). Een deel van deze doelen is omgezet in wettelijke verplichtingen en voor een deel neemt de VRR op eigen initiatief haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit blijkt uit de ondertekening van het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Deze ondertekening houdt in dat de VRR naast de inkoopsprijs ook nadrukkelijk oog heeft voor de effecten van inkoop op de omgeving (klimaat, milieu, grondstoffen) en sociale aspecten.
De VRR-brede duurzaamheidsambitie is om een klimaatneutrale en circulaire organisatie te zijn in 2040. De komende jaren houdt de VRR zich aan het MVI-manifest en werkt op weg naar 2040 aan drie aandachtspunten: mens, klimaatbewust en circulair. Deze thema's zijn uitgewerkt in een praktisch en toepasbaar MVI-actieplan dat ertoe moet leiden dat de VRR in 2027 niets meer inkoopt zonder vooraf te toetsen welke MVI-thema’s kansrijk zijn om toe te passen. Hiermee geeft de VRR significant invulling aan een inclusieve en leefbare wereld binnen de daarvoor gestelde kaders. Daarmee wordt duurzaamheid onderdeel van het DNA en het handelen van de VRR. Duurzaamheid begint bij de VRR zelf: als overheidsorganisatie geeft zij het goede voorbeeld.
5.3 Open en transparant Meetbaarheid in beleid Tijdens het gesprek over de ontwikkelagenda van de VRR heeft het bestuur nadrukkelijk aangegeven dat er aandacht moet komen voor het vergroten van de transparantie van het proces van programmabegroting en verantwoording en voor het versterken van de (informatie)positie van het bestuur. Met het oog op een meer transparante informatievoorziening rondom de programmabegroting en verantwoording richt de VRR zich erop de gestelde doelen inzichtelijker, meetbaar en transparanter te maken. Dit zal ook gebeuren door er (prestatie)indicatoren aan te koppelen. Een eerste stap daarin is de programmabegroting 2023. In 2023 wordt dit proces verder verfijnd: de indicatoren worden periodiek gemeten en er vindt een rapportage plaats over de bevindingen. Wanneer maatschappelijke ontwikkelingen in de toekomst leiden tot een aanvulling of bijstelling van het takenpakket van de VRR krijgt het Algemeen Bestuur dit onmiddellijk ter expliciete besluitvorming voorgelegd inclusief bijbehorende financiële consequenties. Proactieve mediastrategie De coronacrisis heeft ertoe bijgedragen dat de naamsbekendheid van de VRR is vergroot. Steeds meer mensen weten de VRR te vinden en weten bij wie ze terecht kunnen voor informatie en eventueel ondersteuning.
Het gebruik van social media (Facebook, Instagram, Twitter, LinkedIn en YouTube) als contactkanalen heeft ook het voordeel dat de VRR beter, sneller en gerichter informatie kan plaatsen en aandacht kan schenken aan onderwerpen die op dat moment actueel zijn. De komende beleidsplanperiode wil de VRR zich niet alleen richten op de actuele informatiebehoefte maar ook inspelen op toekomstige thema's door middel van een actieve mediastrategie om zodoende de bekendheid van de VRR nog verder te verbreden. Dat is geen doel op zich, maar draagt wel bij aan de veiligheid door brede informatieverstrekking. Daarnaast is naamsbekendheid ook nodig om personeel aan te trekken: door als werkgever actief te zijn op social media en in persuitingen positioneert de VRR zich op de arbeidsmarkt. Transparant Per 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken. De wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Daarmee komt de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) te vervallen. De VRR profileert zich al jaren als een zeer open organisatie die graag informatie publiceert en deelt. De mediastrategie is erop gericht om proactief informatie openbaar toegankelijk te maken nog voordat de informatievraag is gesteld.
De VRR positioneert zichzelf als informatiekanaal voor veiligheid door een actieve mediastrategie.
50
Beleidsplan 2023-2027
5.4 Informatievoorziening op orde Om de crises van de toekomst te kunnen beheersen is beschikbaarheid van de juiste informatie cruciaal. Goede informatievoorziening zorgt ervoor dat de medewerkers van de VRR hun werk effectiever en veiliger kunnen doen. Daarnaast is er ook een grote informatiebehoefte bij bestuurders, burgers en de pers. Die behoefte bestaat zowel in real-time tijdens een incident of crisis om de juiste besluiten te kunnen nemen, als na afloop om verantwoording af te leggen. Informatieanalyse is hard nodig om de incidenten van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Waar aan de ene kant steeds meer behoefte is aan informatiedeling, klinkt aan de andere kant een oproep voor informatiebeveiliging. Bij de VRR wordt veel informatie verwerkt en gedeeld waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Ook worden medewerkers bewust gemaakt van het veilig omgaan met hun gegevens.
De VRR voorziet haar medewerkers van de juiste informatie en tools om hun werk effectief en veilig te kunnen doen en zorgt voor adequate informatiebeveiliging. Informatievoorziening De VRR beschikt op dit moment deels over de benodigde technische voorzieningen om haar hulpverleners van informatie te kunnen voorzien. De manier waarop dit nu is ingericht is echter nog te weinig professioneel om hierop te kunnen vertrouwen. De huidige voorzieningen zijn heel kwetsbaar, terwijl de hulpverleners op straat afhankelijk zijn van deze voorzieningen om effectief en veilig hun werk te kunnen doen. Wanneer technische voorzieningen uitvallen, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan, zeker omdat incidenten steeds ingewikkelder en langduriger worden. Er is een aantal belangrijke stappen nodig in de informatie-huishouding van de VRR: •
Informatievoorziening voor vitale processen redundant (tweezijdig) uitvoeren zodat beschikbaarheid beter is gewaarborgd.
•
Het beschikbaar hebben van voldoende en goed werkende devices (mobiele telefoons, navigatie tools, pagers, portofoons, enzovoort.) zodat alle medewerkers hun werk kunnen doen.
•
Onderzoeken van de mogelijkheden van informatie-gestuurd werken.
Informatiebeveiliging Datalekken, virusaanvallen, internetcriminaliteit, identiteitsfraude en andere (digitale) dreigingen blijven onverminderd een risico. De VRR is op dit moment te vergelijken met een watermeloen. Door de harde schil is het moeilijk om binnen te komen, maar aan de binnenkant is het beveiligingsniveau nog niet daar waar het wezen moet. Informatiebeveiliging blijft daarom de komende jaren een belangrijk punt van aandacht. De VRR wil de komende beleidsperiode het volgende bereiken: •
Een hoger beveiligingsniveau realiseren, onder meer door het aanbrengen van compartimentering in het VRR-netwerk en betere beveiliging van mobiele devices, zoals smartphones, laptops en tablets.
•
De continuïteit waarborgen door het redundant uitvoeren van de bedrijfs-kritische infrastructuur.
•
Werken volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
•
Trainingen voor medewerkers om bewust en veilig om te gaan met gegevens.
Vaststelling Besluit vaststelling Beleidsplan 2023-2027 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van de VRR d.d. 31 augustus 2022 en overwegende artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s; Besluit: Het Beleidsplan 2023-2027 vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 14 september 2022.
mr. drs. A. Littooij
ing. A. Aboutaleb
Secretaris
Voorzitter
52