Bestuursrapportage Sociaal Domein BD 2020.pdf
Tekst van het document
Bestuursrapportage Sociaal Domein Gemeente Barendrecht
Jaarrapportage Sociaal Domein over 2020 Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C-cyclus. In de rapportage treft u de cijfers aan over januari tot en met december 2020 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening, Jeugdhulp en wijkteams en WMO en doelgroepenvervoer. In de onderstaande cijfers zijn de cijfers opgenomen met de peildatum 31 december 2020. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaats vinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces. Inhoud 1. Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening • Aantal garantiebanen en nieuw beschut werk • Ontwikkeling van het uitkeringsbestand • Klantgroepen en klantkenmerken • In- en uitstroom • Reden beëindiging • Huisvesting vergunninghouders • Minimabeleidvoorzieningen • Schulddienstverlening
3 3 4 6 8 9 10 11 12
2. Jeugdhulp en wijkteams • Leeftijdsverdeling • Unieke cliënten per contract • Unieke cliënten • Verwijzers • Wachttijd jeugdhulp • Hulpverlening vanuit de wijkteams
13 13 14 15 16 18 19
3. WMO en doelgroepvervoer • Leeftijdsverdeling • Beschikkingen • Doelgroepenvervoer
21 21 22 24
2
1. Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening Aantal garantiebanen en nieuw beschut werk
Loonkostensubsidie Categorie Garantiebaan
Beschut werk 4
4
4
4
40
40
40
40
4
4
39
38
September
Oktober
November
December
38
4 40
Augustus
36
4 39
Juli
36
4
Juni
29
33
April
28
32
Februari
29
4
4 31
Januari
4
December
4
November
Augustus
4
Oktober
3 29
September
3 28
Juli
Juni
Februari
27
3 28
Mei
24
2 29
April
24
Januari
30
1 28
5
5
Maart
5
40
Mei
50
20
2019
2020
Januari
0
Maart
10
2021
Toelichting Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet, een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling. In het eerste half jaar van 2020 is er een lichte stijging te zien van het aantal personen dat een garantiebaan heeft gevonden. Ondanks de gevolgen van de coronacrisis en het wegvallen van werkgelegenheid in een aantal sectoren, is het mogelijk geweest om personen met een arbeidsbeperking te kunnen plaatsen op een betaalde werkplek. Door de inspanningen van werkgevers en de aandacht van de gemeente voor duurzame plaatsing is er geen grote daling geweest bij deze kwetsbare doelgroep. De tweede helft laat dan ook een stabiel beeld zien.
3
Ontwikkeling van het uitkeringsbestand
Toelichting Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘Ioaw/Ioaz’ zijn regelingen voor oudere werklozen (Ioaw: geboren voor 1965; Ioaz: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'Bbz' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. De 'Tozo' is een tijdelijke overbruggingsregeling om zelfstandige ondernemers te ondersteunen tijden de coronacrisis. De 'Algemene Bijstand' laat een stabiel beeld zien met een lichte piek in de zomermaanden. Deze wordt veroorzaakt door een verhoogde instroom. De daling in de tweede helft van 2020 is voornamelijk te danken aan een verlaagde instroom. De moeilijke situatie op de arbeidsmarkt wordt benadrukt door een daling van de uitstroom naar werk. De schommelingen in de Tozo-cijfers zijn te herleiden naar de regelingen Tozo 1 (maart en april), Tozo 2 (mei – september) en Tozo 3 (oktober – heden). Deze laatste groep wordt actief benaderd voor mogelijke heroriëntatie op de arbeidsmarkt
4
30%
19%
51% Barendrecht
Aantal
Werk
Re-integratie
Sociale activering
Totaal
Barendrecht
132
352
207
691
Totaal
132
352
207
691
Toelichting Deze twee diagrammen laten de afstand tot de arbeidsmarkt zien van de uitkeringsgerechtigden. De mensen in het segment “werk” zijn job ready en dus klaar om bemiddeld te worden naar betaalde arbeid. Met de mensen in het segment “re-integratie” worden trajecten ingezet om mensen job ready te maken. De mensen in het oranje deel “sociale activering” hebben een dusdanige afstand tot de arbeidsmarkt dat er eerst moet worden gewerkt aan onderliggende problemen. De absolute aantallen staan in het staafdiagram. De verhoudingen tussen de segmenten zijn weergegeven in het taartdiagram (cirkeldiagram). Deze segmentering is van recente datum, vandaar dat er geen vergelijking in de tijd gemaakt kan worden. In de gemeente Barendrecht heeft drie op de tien uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het aandeel van direct bemiddelbare personen (“werk”) is relatief hoog in de gemeente Barendrecht. Dit komt door de personen die in de Tozo-regeling zitten. In Barendrecht zijn er verhoudingsgewijs veel Tozo-aanvragen gedaan.
5
Klantgroepen en klantkenmerken
INSTELLING 25
24 22 20
20
14
13
13
12
12
10
23
22
24 22
20
Aantal cliënten 23
23
23
21 19
18
17 15
25
17
17
12 9
2019
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
April
Maart
Februari
Januari
0
Mei
5
2020
2021
Geen gegevens beschikbaar
Deels werk / deels uitkering 79
80 70 60
57
57
57
59
55
55
53
53
49
69
68
61
57
53
DOSSIERNR
55
53
55
54
57
55
53
40 31
2019
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Februari
Januari
0
Maart
20
2020
LEEFTIJD 1.500
725
716
531
520
Leeftijdscategorie 0 t/m 27 28 t/tm 45 46 jaar en ouder
1.000
164
165
163
161
161
162
86
84
83
85
81
81
81
80
77
81
84
84
80
80
2019
151
155
117
115
122
119
2020
1-jan-2021
6
237
238
247
246
83
103
101
99
99
169
Januari
163
379
December
166
Augustus
161
Juli
162
373
269
Juni
166
278
Mei
169
April
167
363
282
Maart
168
363
November
284
387
Oktober
279
390
September
388
283
Februari
280
Januari
278
December
290
November
286
Oktober
282
September
281
Augustus
287
Juli
286
Juni
282
Mei
279
April
284
Maart
283
Februari
0
284
Januari
500
382
2021
Klantgroepen en klantkenmerken
UITKERINGSDUUR 1.500
936
Uitkeringsduur 1-3 jaar 3 jaar en langer Tot 1 jaar
925
30 307
38 302
47 300
296
292
287
282
278
276
273
270
265
265
265
183
186
181
178
175
174
168
164
160
156
152
152
148
147
147
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
312
Juni
307
Mei
177
289
April
171
281
Maart
164
343
Februari
165
352
Januari
109
2019
2020
Januari
161
39 315
341
December
155
35 334
323
November
159
38 317
Oktober
156
32 320
September
156
34 326
Augustus
155
Juni
32 335
Mei
33 337
April
33 338
Maart
38 342
Februari
0
33 345
Januari
500
37 346
Juli
1.000
2021
LEEFVORM 1.500
727
711
97
97
582
583
Leefvorm Alleenstaande Alleenstaande ouder Gehuwd
109
110
110
317
320
89 333
89 325
86 325
89 326
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Januari
Februari
0
Januari
327
2019
113
443
450
449
439
93 328
2020
199
205
209
97
99
100
100
410
404
414
415
196
Januari
115
88 328
101
December
116
92 317
101
November
114
94 317
100
Oktober
113
97
99
September
117
95
235
Augustus
116
91 317
240
Juli
117
91 320
237
Juni
119
89 326
236
Mei
121
91 320
April
123
90
Maart
121
Maart
500
Februari
1.000
2021
Toelichting Het gaat in bovenstaande tabellen om klantgroepen en kenmerken: • Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is gedaald. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf. • Het aantal uitkeringsgerechtigden met een parttime aanstelling en daarnaast een aanvullende uitkering fluctueert in de tweede helft van 2020. Door de verschillende Tozo-regelingen en de correctie die nog moet plaats vinden op de maand december door de achteraf verrekende parttime inkomsten, is er moeilijk een lijn te vinden voor de tweede helft van 2020. • De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn licht gewijzigd. Er zijn relatief weinig jongeren die een beroep doen op een uitkering. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze jobready zijn. In de maanden maart en april is er een stijging te zien van het aantal personen. Dit komt doordat de cijfers van de TOZO hierin meegenomen zijn. Door de Tozo-aanvragen is het aandeel 46 jaar en ouder iets afgenomen en de groep ’28 t/m 45’ iets toegenomen. • Hoe langer mensen een uitkering hebben hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen periode is er een toename in instroom in de bijstand geweest. Hierdoor is de groep personen die kort in de uitkering zitten (korter dan een jaar) toegenomen. Dit komt met name door de gevolgen van de coronacrisis.
In de maanden maart en april is er een stijging te zien van het aantal personen. Dit komt doordat de cijfers van de TOZO hierin meegenomen zijn. Er is ook een lichte daling te zien van de mensen die langer dan een jaar een uitkering hebben. • Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen zijn gewijzigd. Voor de coronacrisis was het aandeel ‘Gehuwd’ 21%. Vanaf de Tozo-2 regeling is dat iets minder dan 30%. 2 In de maanden maart en april is er een stijging te zien van het aantal personen. Dit komt doordat de cijfers van de TOZO hierin meegenomen zijn. 7
In- en uitstroom
Categorie Instroom
Uitstroom
30 25
26 20
20 15
13
14
17
16 12
11
10
18
11
21
20 17
14
13
13
11
10
6
5
4
6
0 -5
-11
-12 -15 -17 -20
-5
-6
-10
-10
-11
-13
-10
-12
-11
-11 -15
-18
-15
-18
-20
-21
-18
-12
-16
-20
-21
-25
2019
2020 Jaar, Maand
Toelichting Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is. De Tozo is hierin niet meegenomen. Er is een algemene trend te zien in de eerste helft van 2020 van meer instroom. De instroom is te verklaren door de recente ontwikkelingen omtrent het coronavirus. Na de zomer is er een flinke daling van de instroom te zien. Ook de uitstroom is lager dan in dezelfde periode in 2019. Dit houdt een grotere inactiviteit op de arbeidsmarkt in.
8
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
-27 -30
Januari
Aantal
21 19
Reden beëindiging
Beëindigingsreden Andere oorzaak
Geen invloed
Schenden verplichtingen
Studie
Werk
Ander inkomen
30 11 25
2
2019
4
3
4
1
2
2
2 December
1
2
2
1 9
November
1
3
5
Oktober
8 3
2 1
6
5
September
5
Augustus
6
6
1 1 4
Juli
1
7
9
6
Juni
1
4
3
3
Januari
1
2
1 6
Mei
4
7
2 1 6
April
5
December
Maart
1 4
1 1 2
6
1 3
4
Maart
2 1 4
4 7
1 6
November
2
1 2
Februari
Januari
1 4
2 4
4
5
0
5
7
September
3
8
2
Augustus
2
Juli
3
3
1 7
4
1 8
1 7
Juni
10
1 2
Mei
15
1 2
Oktober
6
6
9
13
Februari
2
1 5
April
20
2020 2019
Aantal cliënten
2020
Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Andere oorzaak
8
2
2
1
1
4
1
3
7
4
1
7
6
1
1
2
3
2
Geen invloed
3
4
1
2
4
4
5
4
7
2
2
8
6
5
5
6
6
6
Schenden verplichtingen
2
3
1
1
2
1
1
1
1
Studie
1
2
Werk
5
6
5
3
2
7
Ander inkomen
1
1 7 2
13
4
2 9
1
1
6
4
3
2
1
4
11
2
3
1
1
6
8
1
4
2
2
2
4
4
9
2
5
1
3
1 7
6
3
1
4
9
6
1
Toelichting Het aantal uitkeringsdossiers dat afgesloten is naar reden van afsluiting. De redenen van beëindiging zijn gegroepeerd in hoofdcategorieën. De cijfers van de Tozo zijn hierin niet opgenomen. De gemiddelde afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. Het is lastig deze doelgroep op of naar de arbeidsmarkt te bemiddelen en neemt meer tijd in beslag. In 2020 zijn er minder mensen naar werk begeleid. Door de maatregelen rondom Corona is het lastiger om mensen naar werk te begeleiden.
9
Huisvesting vergunninghouders
Toelichting De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er iets meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2020 is 15 vergunninghouders en voor de tweede helft 18. Voor heel 2020 was de taakstelling dus 33. De voorsprong op de huisvestingstaakstelling op 1 januari 2020 was 1 persoon. Er zijn in 2020 33 mensen gehuisvest. De Gemeente Barendrecht heeft exact het aantal mensen gehuisvest als de hoogte van de taakstelling. Dat betekent dat de voorsprong per 1 januari 2021 1 persoon is.
10
Minimabeleidvoorzieningen
Minimabeleid Categorie Afwijzing / Intrekking
Toekenning BB Eigen-risico
Toekenning Bijzondere Bijstand
80
-20
-20
6
8
-23
-25
-14
-14
-12
18 15
10 1
4
-29
2019
4 5
6 3 -7
-17
6
2 6
-2
-3
Oktober
-25
3
7 8
September
-25
11
26
-23 December
4
12
20
November
4
14
-11
-15
-23
11
September
4
11
23
Augustus
13
18
Augustus
-13
13
Juli
-15
8
15
Juni
4
14
22
14
17
Mei
Mei
-15
2
12
12
13
April
-19
7 5
3
12
1 26
17
Februari
-19
April
-23 Maart
-19
Februari
-40
-19
Januari
-20
9
15
30
Januari
6
17
25
December
8
0
11
1 25
November
8
13
17
18
Oktober
8
17
September
16
21
Augustus
14
21
Juli
12
16
Juni
20
1 13
Maart
21
17
20
Toekenning Studietoeslag
21
60 40
Toekenning Inkomenstoeslag
34
2020
Meedoen Categorie Afwijzing / Intrekking
Toekenning Meedoen
Toekenning Schoolkosten
80 3 59
8 54
-2
2019
-5
-3
-2
-6
-7
9 10 -2
2020
Toelichting Het aantal aanvragen 'Meedoen' is vanaf de start van de crisis vrij laag. De aanvragen van de regelingen binnen de bijzondere bijstand zijn stabiel en niet hoog ten opzichte van het jaar ervoor. Bij 'Meedoen' is de lockdown, waarbij veel activiteiten stil kwamen te liggen, een mogelijke oorzaak. Over het gebruik van alle minimaregelingen zal de armoedemonitor 2020 meer inzicht geven. De armoedemonitor 2020 is gereed voor het zomerreces 2021. Het geringe aantal aanvragen Meedoen betekent echter niet dat er financieel een overschot is bij het minimabeleid. Op ander andere onderdelen zijn de uitgaven gestegen.
11
5 4 -6 December
-3
4 11
November
-4
10
Oktober
-6
1 6
Juli
-7
11
Juni
Juni
-4
8
April
Mei
-1
13
Februari
-2
8
2 23
Januari
-3
10 8
December
-1
2 15
November
-1
1 11
3 34
4 26
Oktober
2 23
2 21
April
-4
Februari
-20
-1
Januari
0
1 14
Maart
20
September
5 25
Augustus
32
Juli
40
Mei
5 44
Maart
60
Schulddienstverlening
Schulddienstverlening 20
Nieuwe aanmeldingen BAR Schuldbemiddeling PG Nieuwe dossiers PG Crisisinterventie PG Doorverwijzing WSNP(*) PG Lopende dossiers PG
150
15
10
50
Lopende dossiers PG
100
2019
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
0
Februari
5
0
2020
Toelichting We zien in het tweede kwartaal 2020 ten opzichte van diezelfde periode 2019 een daling in het aantal hulpvragen. Naar alle waarschijnlijkheid komt dit door de coronacrisis. In tegenstelling dat het realistisch te verwachten was dat ten gevolge van de coronacrisis het aantal hulpvragen zou stijgen, is er juist sprake van een daling. Ook zien we een daling in het aantal crisisinterventies en aanvragen WSNP. De kans bestaat dat we in 2021 wel te maken gaan krijgen met een stijging in het aantal hulpvragen. Het is o.a. afhankelijk van het verloop alsmede (het stopzetten) van de steunmaatregelen.
12
2. Jeugdhulp en wijkteams Leeftijdsverdeling
Toelichting Het betreft de verhouding jeugdigen in zorg in de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in 2020 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen per 1-1-2019 (volgens de GBA data). Het percentage cliënten met jeugdhulp is in 2020 ten opzichte van 2019 grotendeels gelijk gebleven. Hier is echter sprake van een voorlopig beeld omdat veel beschikkingen voor met name regionale zorg met terugwerkende kracht worden toegekend. Verder was als gevolg van Corona vanaf maart 2020 sprake van minder instroom voor zowel regionaal als lokale zorg. Doordat er minder instroom is, wordt met signalerende partners als het onderwijs en CJG in periodieke covid-overleggen geïnventariseerd welke kinderen niet in beeld zijn.
13
Unieke cliënten per contractvorm
Toelichting De verhouding jeugdigen in zorg in de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in 2020 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen per 1-1-2019 (volgens GBA data). Het percentage cliënten met jeugdhulp is ten opzichte van 2020 gedaald, dit gaat echter om een voorlopig beeld omdat veel beschikkingen voor met name regionale zorg met terugwerkende kracht worden toegekend. Over het gehele jaar heen zien we echter dat de eerdere stijging van de lokale jeugdhulp over de laatste maanden afvlakt ten opzichte van regionale jeugdhulp die grotendeels stabiel blijft. Ook is als gevolg van Corona er vanaf maart sprake van minder instroom voor zowel regionaal als lokale zorg.
14
Unieke cliënten
1.000
800
600
400
703
674
687
679
681
695
59 44
60 45
68 41
64 47
70
70
46
45
698
698
68 39
60 34
711
714
717
704
696
696
687
673
660
672
683
674
679
687
683
669
611
200
0
69 42
68 47
75
83
83
90
85
75
69
67
69
73
73
75
75
47
51
50
49
54
57
55
56
58
59
54
51
50
69 44
67 36
Jan - 19 Feb - 19 Mrt - 19 Apr - 19 Mei - 19 Jun - 19 Jul - 19 Aug - 19 Sep - 19 Okt - 19 Nov - 19 Dec - 19 Jan - 20 Feb - 20 Mrt - 20 Apr - 20 Mei - 20 Jun - 20 Jul - 20 Aug - 20 Sep - 20 Okt - 20 Nov - 20 Dec - 20 Jan - 21 Gecombineerd
PGB
ZIN
Toelichting Het gaat in bovenstaande tabel om het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking (lokaal en regionaal) voor Zorg in Natura, een Persoonsgebonden budget of een combinatie van beiden. Het totale aantal cliënten ZIN is in 2020 relatief stabiel gebleven. Het totale aantal unieke cliënten is niet opvallend toegenomen. Voor regionale zorg nemen de kosten niet gelijk af met de afname in aantal unieke cliënten. Dit wordt ook veroorzaakt door de hogere gemiddelde kosten per unieke cliënt en de gemiddeld langere duur van de toewijzing van zorg.
15
Verwijzers Verhouding verwijzers naar lokale jeugdhulp Dec - 20 Nov - 20 Okt - 20 Sep - 20 Aug - 20 Jul - 20 Jun - 20 Mei - 20 Apr - 20 Mrt - 20 Feb - 20 Jan - 20 Dec - 19 Nov - 19 Okt - 19 Sep - 19 Aug - 19 Jul - 19 Jun - 19 Mei - 19 Apr - 19 Mrt - 19 Feb - 19 Jan - 19
2%
49%
17%
47%
73%
12%
75%
5%
73% 10%
23% 21%
69%
4% 6%
76%
4%
16% 16%
77% 94% 66% 86% 70% 71%
11% 5% 11% 12%
6% 23% 10% 19% 18% 19%
81% 5% 3%
64%
32% 72% 64%
8% 6%
22% 28% 74% 87% 65%
12% 13%
3% 17%
3% 13%
24% 20% 26%
67%
5% 7% 7% 5%
2%
10% 12%
68% 86% 43%
7% 7%
43% 92%
0%
10%
20%
Verwijzer Gecertificeerde instelling Onbekend
30%
40%
Gemeente
3%
50%
Huisarts
60%
70%
Medisch specialist
80%
Jeugdarts
90%
100%
Zelfverwijzer/geen verwijzer
Verhouding verwijzers naar regionale jeugdhulp Dec - 20 Nov - 20 Okt - 20 Sep - 20 Aug - 20 Jul - 20 Jun - 20 Mei - 20 Apr - 20 Mrt - 20 Feb - 20 Jan - 20 Dec - 19 Nov - 19 Okt - 19 Sep - 19 Aug - 19 Jul - 19 Jun - 19 Mei - 19 Apr - 19 Mrt - 19 Feb - 19 Jan - 19
12%
33%
34% 18%
40%
16% 26%
12% 15%
41% 54%
25%
36%
36%
27% 22% 17%
6% 9%
52% 41% 49%
12%
48%
10%
44%
10%
65%
16%
29% 16%
24% 13%
46%
33% 17% 20%
14% 15%
36%
8%
20%
64% 16%
53%
27%
12%
13%
55% 52% 13%
32%
26% 39%
49% 20%
6%
46% 40%
31%
9%
10%
14% 30%
2% 3%
49%
12% 20%
10%
2% 26% 8%
24% 37%
11%
3% 4% 4% 3%
29%
22% 20%
7%
15% 16% 18% 18%
47%
10% 3%
0%
4% 26%
31%
8%
13%
41%
3%
14%
42%
40%
50%
Verwijzer Gecertificeerde instelling Medisch specialist
29% 60%
70% Huisarts Jeugdarts
16
80%
90%
2% 2% 8% 3% 7% 2% 2% 6% 10% 6% 6% 1% 100%
05 - Verwijzers 80
Betaalwijze Lokaal Regionaal
70
60
50
40
77 62
30
51 20
45
45
39 31
10 14
28
33
31 19
36 30 17
38
43 35
36 37
36 35
41 31
22
40
35
35
50 39
35
33
27 17
21
39 32
31 25
17
47
39 27
42
30 22 24
24
0 Jan - 19 Feb - 19 Mrt - 19 Apr - 19 Mei - 19 Jun - 19 Jul - 19 Aug - 19 Sep - 19 Okt - 19 Nov - 19 Dec - 19 Jan - 20 Feb - 20 Mrt - 20 Apr - 20 Mei - 20 Jun - 20 Jul - 20 Aug - 20 Sep - 20 Okt - 20 Nov - 20 Dec - 20
Toelichting De belangrijkste verwijzers voor de lokale jeugdhulp zijn de gemeente en de huisartsen. Voor regionale specialistische jeugdhulp zijn naast de gemeente en de huisartsen de Gecertificeerde Instellingen belangrijke verwijzers. De verhouding tussen de verwijzers en het aantal verwijzingen fluctueert per maand. Het percentage verwijzingen door medisch specialisten en huisartsen naar regionale jeugdhulp is opvallend hoog. Dit betreft psychiaters die vaak intern doorverwijzen naar een andere zorgaanbieder specialistische GGZ of huisartsen die vaak direct doorverwijzen naar specialistische GGZ. De gemeente heeft nog onvoldoende invloed op deze route en wordt hierin beperkt door kaders van de Jeugdwet; wettelijk verwijzers hebben de mogelijkheid om zonder tussenkomst van de gemeente door te verwijzen.
17
Wachttijden Jeugdhulp
Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd inzichtelijk voor zorg in natura voor lokale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum. En in de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. De ambitie om de wachttijden voor met name regionale jeugdhulp te verminderen, leveren onvoldoende resultaat op.
18
Hulpverlening vanuit de wijkteams
Uitstroom van dossiers
Afsluiten
Monitoren
Plan uitvoeren
Plan maken
Intake
Gestarte intakes
Nieuwe dossiers
700
600
500
400
300
200
100
2019
2020
19
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
-100
Januari
0
Hulpverlening vanuit de wijkteams Toelichting Het aantal nieuwe dossiers fluctueert per maand en is in het jaar 2020 hoger ten opzichte van het jaar 2019. Als gevolg van Corona is het aantal intakes, gestarte intakes, maar ook de uitvoering van de ondersteuningsplannen met de gezinnen ten opzichte van vorig jaar gedaald. Het aantal gezinnen dat gemonitord wordt is ten opzichte van vorig jaar daarentegen fors gestegen. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat gezinnen op een wachtlijst staan voor regionale specialistische jeugdhulp. Om escalaties bij kwetsbare gezinnen te voorkomen is bij aanvang van de Coronacrisis, maar ook gedurende het jaar bekeken welke kwetsbare gezinnen langer en intensiever gemonitord zouden moeten worden. Hierdoor hebben de wijkteams escalaties in gezinnen weten te voorkomen. Tevens zijn er vanwege de crisis in verhouding meer herindicaties aangevraagd en afgegeven, omdat hulpverlening is vertraagd en/of suboptimaal is uitgevoerd. De uitstroom is hoger dan in 2019. Dit komt o.a. door de toegenomen sturing op de caseload door de gedragsdeskundigen aan de hand van caseloadnormering en te hanteren doorlooptijden van casuïstiek. Gevolgen Corona Voor zover mogelijk hebben wijkteamprofessionals binnen de richtlijnen van het RIVM hulpverlening geboden aan gezinnen.
De verwachting is dat het aantal meldingen in het nieuwe jaar weer zal toenemen, onder andere vanwege de gevolgen van de 2e lockdown en de signalerende functie vanuit de scholen. Vanwege de Corona-maatregelen is minder hulpverlening vanuit specialistische aanbieders geboden. Wijkteamprofessionals hebben ingezet op het organiseren van alternatieve vormen van opvang, hulp en ondersteuning. Op basis van de gezinssituatie is bekeken of toegeleid kon worden naar lokaal gecontracteerde aanbieders. De verwachting is dat als gevolg van de opgelegde maatregelen en de daarbij behorende beperkingen dat hulpverleningstrajecten langer nodig zullen zijn. Tevens is de verwachting dat door de sluiting van de scholen in de 2e lockdown de druk op de huishoudens, waar al een zorgtaak ligt, extra druk gelegd wordt op het organiseren van alternatieve vormen van opvang. Wijkteamprofessionals geven daarin advies en denken met ouders mee in het vinden van een alternatieve oplossing. Hiervoor hebben zij ook contact met mogelijke aanbieders die hierin ondersteuning kunne bieden. Wachttijden Binnen de wijkteams is sprake van wachttijden, welke mede worden veroorzaakt door de toename van het aantal meldingen vanuit Veilig Thuis, wachttijden bij de Raad voor de Kinderbescherming en wachttijden bij regionale specialistische zorg.
Deze meldingen dienen met voorrang opgepakt te worden, wat tot gevolg heeft dat reguliere meldingen langer op de wachtlijst staan. Wanneer sprake is van wachttijden biedt het wijkteam overbruggingszorg. We ondernemen diverse acties om meer grip op de wachtlijst te krijgen. Dit doen we door, naast het sturen op de caseload, de functies en bijbehorende taken op het gebied van hulpverlenen, indiceren en evalueren scherp te stellen. Hiermee beogen we een efficiencyslag in de uitvoering van de wijkteams en de hulpverlening aan onze inwoners te maken. Samenwerking huisartsen De samenwerking tussen de wijkteamprofessionals en de huisartsen is goed, maar we zien dat huisartsen, in de rol als wettelijk verwijzer, vaak rechtstreeks doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Door in gesprek te gaan met de (praktijkondersteuner van de) huisartsen en aanbieders van specialistische jeugdhulp, zetten we in op het afstemmen van de verwijzingen en het op- en afschalen van zorg. Hierdoor beogen we meer inzicht en grip te krijgen op deze routing om uiteindelijk één route richting specialistische jeugdhulp te realiseren, waarbij een weging/triage plaatsvindt en de beperkt beschikbare zorg zo eerlijk en efficiënt mogelijk wordt ingezet.
20
3. Wmo en Doelgroepenvervoer Leeftijdsverdeling
% Cliënten in verhouding tot totaal aantal
17,5% 12,5%
75 jaar of ouder
30 tot 45 jaar
2019
1,9%
0,8%
60 tot 75 jaar
0,3%
45 tot 60 jaar
0,3% jonger dan 30 jaar
1,5% 75 jaar of ouder
30 tot 45 jaar
2018
0,6%
60 tot 75 jaar
0,3%
45 tot 60 jaar
0,3% jonger dan 30 jaar
1,7% 75 jaar of ouder
30 tot 45 jaar
0,9%
60 tot 75 jaar
0,3%
45 tot 60 jaar
0,1% jonger dan 30 jaar
9,5%
2020
Gemeente Barendrecht 2018
2019
Aantal clienten Barendrecht
Aantal inwoners
2020
Aantal clienten
Aantal inwoners
Aantal clienten
Aantal inwoners
jonger dan 30 jaar
210
16.913
206
16.147
197
30 tot 45 jaar
170
7.589
193
7.904
172
7.915
45 tot 60 jaar
304
11.680
313
11.835
317
11.776
60 tot 75 jaar
578
7.571
652
7.815
662
7.990
75 jaar of ouder
1.528
3.478
1.591
3.595
1.609
3.674
Toelichting Ten opzichte van 2019 is de totale bevolking iets gegroeid (circa 1,5%). De bevolking is in 2020 verder vergrijst. Het percentage 60-plussers ten opzichte het voorgaande jaar was in 2019 circa 3.2% in 2020 is dat circa 2.2%. Het aantal unieke cliënten in zorg is ten opzichte van 2019 nagenoeg gelijk gebleven. Ondanks dat het totaal aantal cliënten nagenoeg gelijk blijft, kan het voorkomen dat bepaalde productsoorten wel stijgen. Dit kan doordat cliënten meerdere productsoorten tegelijk ontvangen, met andere woorden een zorgstapeling.
21
16.718
Beschikkingen
22
Beschikkingen
Toelichting Per saldo neemt het totaal aantal indicaties voor de diensten huishoudelijke hulp in 2020 verder toe. De bij de tussenrapportage gerapporteerde stijging van het aantal beschikkingen van de Algemene Voorziening Schoonmaak (AVS) heeft zich in het tweede halfjaar doorgezet. Over heel 2020 is het aantal beschikkingen met 34% gestegen (periode jan - dec: +144). Inwoners die een melding huishoudelijke hulp indienen leiden we actief toe naar de AVS, deze stijging is dus conform ons beleid. De daling bij de Maatwerkvoorziening (HH) heeft zich ook doorgezet, namelijk een daling van 15% (periode jan/dec ’20: -52). Deze daling komt vooral door het eerste halfjaar. Bij de Woonvoorzieningen (WV) (toilet- en douchevoorzieningen, trapliften en woningaanpassingen) is een stijging te zien van circa 10% (periode jan/jul ’20: +53). De voorzieningen Scootmobielen (VV) en rolstoelen (RO) zijn nagenoeg stabiel gebleven in 2020 (RO circa 445 en VV circa 2000). De genoemde stijgingen zijn te verklaren door onderstaande drie trends: 1. Door abonnementstarief doet een (nieuwe) groep mensen een groter beroep op Wmo voorzieningen, dit doordat de eventuele financiële drempel niet meer van toepassing is. Dit is vooral het geval bij de hogere inkomensgroepen. Vooral bij de Algemene voorziening schoonmaak (AVS) en trapliften (onderdeel van WV) is dit terug te zien in de aantallen. 2.
Daarnaast zijn er meer ouderen, die bovendien langer thuis blijven wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen (vergrijzing) voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. Tevens blijven inwoners met psychiatrische problematiek vaker in de wijk wonen (ambulantisering) waardoor deze mensen vaker (intensievere) begeleiding vanuit de Wmo krijgen. De maatwerkvoorzieningen begeleiding (BG) is in 2020 met 3% gedaald. Deze daling is een trendbreuk met voorgaande jaren en is ook niet verwacht conform de bovengenoemde drie maatschappelijke trends. Deze daling is onder andere wel te verklaren uit het dalende aantal meldingen, waarbij de onzekerheid door corona waarschijnlijk een rol speelt. We verwachten dat in de komende periode, nadat corona een minder grote rol speelt in ons dagelijks leven, de aantallen weer zullen toenemen tot minimaal het niveau van dec 2019 en mogelijk zelfs een autonome groei laten zien. Toename van inwoners met een hulpvraag Het totaal aantal inwoners met een hulpbehoefte dat aanspraak maakt op de Wmo neemt verder toe. Deze trend zien we over het hele sociale domein. Hoewel de gevolgen van Corona op sommige elementen (zoals bijvoorbeeld individuele begeleiding en vervoer) ertoe leiden dat het zorggebruik tijdelijk is gedaald, zien we desondanks het totaal aantal inwoners met een beschikking toenemen.
Deze toename zal naar verwachting in 2021 verder doorzetten. Beheersbaarheid van toenemende zorgbehoefte De toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van hulp en ondersteuning vanuit het sociaal domein heeft tot gevolg dat de kosten voor de ondersteuning aan deze inwoners parallel toeneemt. Dit betekent dat de uitgave voor onder andere de Wmo in 2020 verder zijn toegenomen. De autonome groei van het aantal inwoners met een hulpbehoefte is onbeheersbaar. Grip krijgen op de toenemende uitgave is mogelijk door keuzes te maken in de kosten voor de geboden voorzieningen. Met deze keuze wordt de afweging gemaakt tussen de mate van ondersteuning enerzijds en de betaalbaarheid anderzijds. Verder is preventieve inzet van nuldelijn zorg mogelijk om inwoners vroegtijdig te ondersteunen, waarmee intensievere ondersteuning wordt vermeden.
23
Doelgroepenvervoer
Toelichting Bovenstaande tabellen geven een overzicht van het aantal ritten Wmo-vervoer en leerlingen- en jeugdvervoer in 2020. Het volume Doelgroepenvervoer is gedurende het laatste jaar sterk beïnvloed door de gevolgen van de Corona-maatregelen. De sluiting van het onderwijs, het verbieden van evenementen en de oproep van ‘social distancy’ heeft gedurende 2020 een duidelijke impact gehad op het aantal ritten en het aantal gebruikers van het doelgroepenvervoer. De verwachting is dat dit zeker ook in 2021 nog van toepassing zal zijn. De Wmo vervoerders schalen gedurende het jaar het aantal diensten af en experimenteren met een flexibele schil om zo de fluctuerende vraag op te kunnen vangen en zich voor te bereiden op het ‘nieuwe normaal’. Het aantal ritten bij het Wmo-vervoer is sinds begin april bijzonder sterk afgenomen. Het Wmo-vervoer is na de volledige lock-down niet meer op het oude niveau teruggekomen en blijft tussen de 40-60% fluctueren. Het aantal gebruikers bij het leerlingen- en jeugdvervoer, inclusief schakelklas zijn normaliter redelijk stabiel gedurende het schooljaar. Ook bij het Leerlingenvervoer zien we een enorme daling in de ritten met betrekking tot Corona. Deze daling is echter anders dan bij het Wmo-vervoer, omdat de leerlingen op een bepaald moment weer volledig of deels naar school konden gaan.
Gedurende een aantal maanden zijn hierdoor bij het leerlingen- en jeugdvervoer bijna 95% van het aantal ritten gerealiseerd. Op dit moment is nog steeds niet duidelijk hoe lang de maatregelen van kracht zijn. We volgen de ontwikkelingen en de richtlijnen van de VNG hierover nauwgezet. De verwachting is dat zonder Corona-maatregel het Wmo-vervoer door de vergrijzing een lichte autonome stijging laat zien. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid redelijk stabiel blijven.
24