CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursrapportage SD Q2 2023 BD.pdf

gemeenteraad 7 november 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: 2e Tussenrapportage 20237.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2023 Gemeente Barendrecht

1

Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 3 Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 1.

2.

3.

Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening .............................................. 4 1.1

Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ................................................................................. 4

1.2

Segmentatie ............................................................................................................................ 8

1.3

In- en uitstroom ..................................................................................................................... 11

1.4

Arbeidsbeperkten .................................................................................................................. 15

1.5

Minimavoorzieningen............................................................................................................ 16

1.6

Schuldhulpverlening .............................................................................................................. 17

Jeugdhulp en wijkteams ............................................................................................................... 19 2.1

Leeftijdsverdeling .................................................................................................................. 19

2.2

Unieke cliënten...................................................................................................................... 20

2.3

Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal ................................................................... 21

2.4

Unieke cliënten per wijk ........................................................................................................ 21

2.5

Verwijzers .............................................................................................................................. 22

2.6

Verwijzingen naar jeugdhulp ................................................................................................. 24

2.7

Wachttijd ............................................................................................................................... 24

2.8

Hulpverlening wijkteams ....................................................................................................... 26

Wmo en doelgroepenvervoer ...................................................................................................... 27 3.1

Trends en ontwikkelingen ..................................................................................................... 27

3.2

Cliënten per wijk.................................................................................................................... 28

3.3

Leeftijdsopbouw .................................................................................................................... 29

3.4

Zorgstapeling ......................................................................................................................... 30

3.5

Beschikkingen ........................................................................................................................ 31

3.6

Doelgroepenvervoer ............................................................................................................. 32

2

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q1 2023 Inleiding Dit is de bestuursrapportage tot en met het tweede kwartaal 2023. We starten met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vervolgens treft u de cijfers aan over het tweede kwartaal van 2023 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening, Jeugdhulp en wijkteams en Wmo en doelgroepenvervoer. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 30 juni 2023. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaatsvinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces.

Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie Het uitkeringsbestand is over het tweede kwartaal van 2023 gestegen. Uitkeringsgerechtigden in Barendrecht hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zien we ook terug in de instroom van met name statushouders door de hoge taakstelling en het inhalen van de achterstand op die taakstelling. Ondanks de krappe arbeidsmarkt is het genereren van uitstroom van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een uitdaging. De ingezette trajecten eind 2022 en in de eerste twee kwartalen van 2023 sorteren hun effecten later, gezien de afstand tot de arbeidsmarkt. Ook is er een groep waar het de voorkeur geniet om zich eerst te richten op hun inburgering om zo de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen en aan hun wettelijke verplichting te voldoen. De mensen die uitstromen doen dit doorgaans wel op een duurzame wijze. Het aantal jongerendossiers in het uitkeringsbestand is hoger dan voorheen. Dit heeft onze aandacht onder meer door de ingezette trajecten en een klantmanager die zich hier specifiek voor inzet. De instroom van jonge alleenstaande statushouders is mede debet aan het relatief hoge aantal.

Voor het minimabeleid zien we in het tweede kwartaal 2023 een stijging als het gaat om het aantal aanvragen bijzondere bijstand en overige minimaregelingen. Wijkteam en jeugdhulp De inzet vanuit het wijkteam is gericht op passende dienstverlening en op laagdrempelige hulp en ondersteuning. We werken aan het verlagen van de doorlooptijden van aanvragen jeugdhulp, we zetten in op preventieve hulpverlening en ondersteuning en we blijven ons inzetten om gezinnen met zorgen over veiligheid zo vroeg mogelijk van dienst te zijn. Op deze manier verwachten we op de lange termijn dat we steeds vaker kunnen voorkomen dat jeugdhulp nodig is. We zien namelijk een stijgend aantal jeugdigen dat jeugdhulp nodig heeft. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door onder andere ingehaalde zorg als gevolg van de coronacrisis. Nu deze voorbij is, verwachten we een lichte daling (lokaal, regionaal of een combinatie van beide). In vergelijking met het tweede kwartaal van 2022 is het aantal cliënten dat gebruikmaakt van regionaal ingekochte jeugdhulp (hierna: regionale jeugdhulp) gedaald. Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van lokaal ingekochte jeugdhulp (hierna: lokale jeugdhulp) is weliswaar gestegen. Daarentegen stijgen de kosten voor zowel de regionale jeugdhulp als de lokale jeugdhulp ten opzichte van vorig jaar. Het wijkteam en de huisarts blijven de belangrijkste verwijzers voor jeugdhulp.

Ook in het tweede kwartaal van dit jaar is ingezet op een betere samenwerking en afstemming met de huisartsen. Opvallend is de afname in het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instelling ten opzichte van vorig jaar. Dit kan mogelijk verklaard worden door de inzet van het wijkteam. Door zorgen en hulpvragen in de eerste lijn zorg van het wijkteam op te pakken voorkomen we opschaling naar Gecertificeerde Instellingen en doorverwijzingen vanuit hen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De lange termijn verwachting blijft dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe. Het beeld over de gehele gemeente in 2021, 2022 en het eerste halfjaar van 2023 is dat het aantal cliënten licht is gestegen. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting neemt ook de zorgstapeling toe. In het eerste halfjaar van 2023 zijn is te zien dat de zorgstapeling licht stijgt. Het gebruik van het Wmo-vervoer is nog niet volledig genormaliseerd ten opzichte van vóór corona.

Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen- en jeugdwetvervoer voor een toename heeft gezorgd. De verwachting is dat door vergrijzing en geen corona maatregelen het

3

Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.

1. Participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening* Hieronder is verschillend datamateriaal over participatie, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening gevisualiseerd om inzicht te geven op deze terreinen. Er wordt gestart met het uitkeringsbestand. De data eronder zijn een nadere uitsplitsing van het uitkeringsbestand. Deze data geven inzicht in de opbouw van het uitkeringsbestand. Verschillende kenmerken worden belicht. Hierna gaan we dieper in op de verschillende segmenten. De hoogte van het uitkeringsbestand is afhankelijk van de in- en uitstroom. Allereerst bekijken we in hoeverre we met preventieve maatregelen voorkomen dat mensen instromen. Vervolgens bekijken we de in- en uitstroom, waarbij er extra aandacht is voor een speciale groep instroom, zijnde statushouders. De groep arbeidsbeperkten is een aparte aandachtsgroep binnen het uitkeringsbestand. Hiervoor is dan ook speciale aandacht voor binnen de bestuursrapportage. Bij de verschillende tabellen staat een uitleg van de tabel. De verklaring is opgenomen in de toelichtingsteksten. Het kan zijn dat cijfers van verschillende tabellen niet exact overeenkomen. Dit komt omdat gegevens uit verschillende rapporten worden gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren.

1.1 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Uitleg Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘IOAW/IOAZ’ zijn regelingen voor oudere werklozen (IOAW: geboren voor 1965; IOAZ: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'BBZ' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG-budget (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals aantal inwoners en de demografie van een gemeente en daarnaast regionale en landelijke trends (stijging/daling). Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget voldoende is. Toelichting In het tweede kwartaal van 2023 zien we een stijging in het uitkeringsbestand. De gestelde KPI is 495. Hier wordt niet aan voldaan. De trajecten die in 2022 en begin 2023 zijn ingezet hebben in het tweede kwartaal van 2023 nog geen effect kunnen sorteren gezien de duur van de trajecten.

Dit komt door de soort instroom (relatieve grote afstand tot de arbeidsmarkt; bv. statushouders, multi-problematiek). In de tabellen hieronder gaan we dieper in op de kenmerken van het uitkeringsbestand. Daarmee visualiseren we bovenstaande toelichting. Met name de verhoogde instroom van statushouders door de verhoogde huisvestingstaakstelling en de eerder opgelopen achterstand

4

hierop, zien we onder meer terug in de tabellen over jongerendossiers, leeftijd, uitkeringsduur, segmentatie (aandeel re-integratie) en leefvorm.

Uitleg De rode lijn geeft aan dat er teveel jongeren zijn ingestroomd ten opzichte van de gestelde KPI en de groene lijn geeft aan dat de aantal jongeren dat instroomt onder de gestelde KPI is gebleven. In de tabel is het aantal jongerendossiers te zien. Het betreft het aantal uitkeringsdossiers waarbij de cliënt en (indien van toepassing) de partner jonger dan 27 jaar zijn. De KPI in 2023 is mede gebaseerd op het landelijke percentage “aandeel jongerendossiers” ten opzichte van het totaal aantal dossiers. Toelichting De gestelde doelstelling voor het tweede kwartaal 2023 over het aantal jongerendossiers is niet behaald. Er is een relatief hoog aantal te zien in het aantal jongerendossiers (dit is ook terug te zien in de tabel “leeftijd”). Dit heeft onze aandacht. De oorzaak ligt mede in de instroom van jonge statushouders die met hun inburgering bezig zijn.

5

Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn gewijzigd. Er zijn steeds meer jongeren die een beroep doen op een uitkering, van 0 t/m 27 jaar is met dertien gestegen, namelijk 85 in januari 2023 en 98 in juni 2023. De doelgroep 28 t/m 45 jaar is met dertien gestegen, namelijk 172 in januari 2023 en 185 in juni 2023 en de doelgroep 46 jaar en ouder is met elf gestegen, namelijk 314 in januari en 325 in juni 2023. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen. Uitkeringsduur Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoe lang mensen een uitkering ontvangen.

Toelichting Binnen het uitkeringsbestand zien we een verschuiving van de duur dat mensen in de uitkering zitten. Het aandeel van mensen dat minder dan 1 jaar uitkeringsgerechtigd is, is gestegen met tien ten opzichte van mensen die 1-3 jaar een uitkering ontvangen is gedaald met veertien. De verklaring hiervoor is dat de instroom in het tweede kwartaal van 2023 meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft (multi-problematiek) en/of eerst met hun inburgering aan de gang moeten (statushouders). Het aandeel van mensen dat een uitkering vanaf 3 jaar ontvangen is gestegen met 17. Dit is terug te zien in de segmentering die later aan bod komt.

6

Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel en relatief laag in Barendrecht. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.

Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen: bij alleenstaande is een stijging te zien van 28 (343 in januari 2023 en 371 in juni 2023), bij alleenstaande ouders is een lichte stijging te zien van één (85 in januari 2023 en 86 in juni 2023) en bij gehuwden is een stijging te zien van zeven (114 in januari 2023 en 121 in juni 2023).

Uitkeringsbestand per wijk Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. De grootte van de wijk speelt een rol. In de tabel is te zien dat daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Ten opzichte van 2022 hebben er in het tweede kwartaal van 2023 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.

7

1.2 Segmentatie Uitleg Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: 1. Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 6 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn weinig tot geen belemmeringen. 2. Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 6 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. 3. De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.

8

Toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (52,16%) ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 32,76% is het doen van vrijwilligerswerk en het meedoen in de samenleving op dit moment het hoogst haalbare en voor 15,08% is het mogelijk direct aan het werk te gaan eventueel met bemiddeling. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Tevens zien we dat dit aandeel stijgt. Dit is in lijn met de tabel uitkeringsduur. Dit komt door de instroom van statushouders (en hun inburgering) en mensen met een dusdanige complexe problematiek dat zij ondanks de krappe arbeidsmarkt niet direct bemiddelbaar zijn. Segment ‘Werk’ Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor het tweede kwartaal van 2023 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. De uitstroom zit nog niet op het gewenste niveau. Wel zien we dat de mensen die uitstromen ook duurzaam uitstromen.

Uitleg Uitstroom naar werk en opleiding In 2023 willen wij minimaal 120 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. Er zijn 21 personen bemiddeld naar werk of een opleiding. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. In het tweede kwartaal van 2023 zijn er verschillende zaken uitgezet om (in een later stadium) een hogere uitstroom te genereren. Te denken valt aan een nog beter inzicht in het uitkeringsbestand (diagnose-instrument) en meer en beter aansluitende trajecten. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit noemen we duurzame uitstroom. Het percentage duurzame uitstroom is met 94,1% ruim boven de gestelde norm van 70%. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt. SRoI In het tweede kwartaal van 2023 zijn er vijf personen geregistreerd aan het werk gegaan een plaatsing via een SRoI verplichting. Hiermee is de KPI niet behaald. Mogelijk zijn er meer plaatsingen maar zijn deze door de wijze van registreren niet zichtbaar in onze data.

Op dit moment wordt er samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk In het tweede kwartaal van 2023 heeft 9,13% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling is, om dit tenminste 10% te laten zijn. Hierdoor voldoen wij op dit moment niet aan de gestelde doelstelling.

9

Segment ‘Re-Integratie’ Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk.

Toelichting In het tweede kwartaal van 2023 was het doel om voor meer doorstroom tussen het segment re-integratie en werk te zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ te maken. Dit betekent dat er over 2023 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over het tweede kwartaal van 2023 is dit 4,7%. Dit betekent dat er krimp zit in de doorstroom en dat de doorstroom naar het segment werk nog niet voldoet aan de doelstelling van 20%. Wij hebben in het eerste kwartaal van 2023 39 opleidingstrajecten kunnen aanbieden (waarvan er acht gestart zijn in het tweede kwartaal van 2023), twaalf keer een werkervaringsplek ingezet (waarvan er zes gestart zijn in het tweede kwartaal van 2023) en 177 keer een traject ingezet dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt (waarvan er 88 gestart zijn in het tweede kwartaal van 2023). Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Het aantal ingezette werkervaringsplekken blijft achter. Deze plekken moeten qua werkzaamheden en begeleiding aansluiten op de behoefte van de desbetreffende persoon. De gemeente Barendrecht is continu op zoek naar goede matches.

Bij een gebrek hieraan zijn er alternatieve trajecten ingezet om mensen wel de stappen te kunnen laten zetten die zij nodig hebben om de afstand naar de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit is terug te zien in het hoge aantal overige re-integratie trajecten. Hierbij valt te denken aan jobcoaching, Bewegen werkt, Taalpunt, Werkfit traject, Jonge Krijger en proefplaatsing. Segment ‘Sociale activering’ Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem/haar langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.

10

Uitleg Voor het segment sociale activering zijn voor het tweede kwartaal van 2023 een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2023 willen wij dat in ieder geval 70 personen vrijwilligerswerk verrichten. Te zien is dat in het tweede kwartaal van 2023 twaalf mensen gestart zijn met vrijwilligerswerk. In totaal zijn er 56 inwoners die vrijwilligerswerk doen in het kader van sociale activering. Om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is, is een verdere intensivering van de samenwerking met onze partners nodig. Daarbij was het streven in het tweede kwartaal van 2023 dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 15%. Daar waar nodig worden mensen door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichtingen. Wij proberen regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden. Opvallend is de stijging van het percentage ontheffingen korter dan een jaar. De reden wordt onderzocht.

1.3 In- en uitstroom De in- en uitstroom bepaalt uiteindelijk de hoogte van het uitkeringsbestand. De instroom is mede afhankelijk van landelijke trends. Op dit moment is er een krappe arbeidsmarkt. De instroom in het tweede kwartaal van 2023 is in vergelijking met 2022 iets lager in de maand april en in mei en in juni gelijk. Toch is er een aantal factoren dat ervoor zorgt dat de instroom niet nog lager is, namelijk de instroom van statushouders en het technisch vergemakkelijken van een aanvraag (om die mensen te kunnen ondersteunen die daar recht op hebben). De gemeente Barendrecht wil ook voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een uitkering. Dit wordt uitgedrukt in de preventiequote. Ook is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in de soort instroom zodat mensen zo kort mogelijk niet deelnemen aan het arbeidsproces. Hoe langer een uitkering hoe moeilijker het wordt om weer aan het werk te gaan. Eerst kijken we naar de hoogte van de in- en uitstroom, vervolgens naar het voorkomen van instroom, specifieke instroom (statushouders) en als laatste naar de soort uitstroom.

11

In- en uitstroom Uitleg Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is.

Toelichting: Het uitkeringsbestand van april 2023 is in vergelijking met april 2022 gedaald zoals voor instroom als voor uitstroom, voor mei is instroom gedaald, uitstroom is gedaald en voor juni is instroom gelijk en uitstroom gedaald. De reden wordt onderzocht. Preventiequote Uitleg Om ervoor te zorgen dat het uitkeringsbestand niet stijgt is een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden van werk tijdens het aanvraagproces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente Barendrecht vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met in eerste instantie een opleiding en anders werk. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventiequote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.).

12

Toelichting Er is te zien dat in het tweede kwartaal van 2023 de preventiequote voor jongeren 93% bedraagt. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 60%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar in eerste instantie een opleiding en anders werk. Voor volwassenen (ouder dan 27) is de preventiequote 37%. Dit is lager dan de gestelde KPI van 50%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering.

13

Huisvestingstaakstelling statushouders/vergunninghouders

Uitleg: De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. De vertaling naar aantal uitkeringsdossiers is hiermee niet 1 op 1 te maken. Er wordt ervan uitgegaan dat het aantal uitkeringsdossiers 40% is van het gehuisveste aantal personen. Dit is afhankelijk van de migratiestroom en de mogelijkheid tot gezinshereniging. Toelichting: Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we een in 2021 opgelopen achterstand. Er is met woningcorporaties, het COA en de Provincie een plan van aanpak opgesteld om in te lopen op de taakstelling. De plaatsingen zijn in 2022 weer op gang gekomen. Met name in de tweede helft van 2022 is er een inhaalslag gemaakt op de taakstelling.

Door migratiestromen, de druk op de asielketen en de krapte op de woningmarkt ontstaat er meer druk op de huisvestingstaakstelling. In 2023 zijn de plaatsingen gecontinueerd. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2023 was 59. Dit is ruim anderhalf keer hoger dan de vorige taakstelling. De achterstand op de huisvestingstaakstelling bedroeg 19. Dat betekent dat de cumulatieve opdracht van de provincie 78 personen bedroeg. Er zijn in de eerste 6 maanden van 2023 79 (7 personen in januari + 15 personen in februari + 15 personen in maart + 23 personen in april + 9 personen in mei + 10 personen in juni) mensen gehuisvest. Dat betekent dat op 1 juli 2023 de taakstelling is behaald en 1 persoon extra is gehuisvest. Uitstroom Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand afgesloten is uitgesplitst naar reden van beëindiging.

14

Toelichting: Er is in het tweede kwartaal van 2023 geen grote verschuiving te zien in reden van uitstroom. Het deel waar de gemeente invloed op heeft (m.n. opleiding en werk) is verder uitgewerkt in de prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de jaarstukken.

1.4 Arbeidsbeperkten Uitleg: Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimumloon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling.

Toelichting: In het tweede kwartaal van 2023 hebben we 67 lopende garantiebanen en tien gestarte garantiebanen gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling die voor het tweede kwartaal van 2023 is gesteld (52). Er zijn twaalf personen met een advies beschutte werkplek en vijf lopende beschutte werkplekken.

15

1.5 Minimavoorzieningen

Algemene toelichting en trends Het gebruik van de bijzondere bijstand (inclusief de individuele inkomenstoeslag) en de regeling Meedoen laat een stijging zien op de aanvragen en de uitgaven. Er is nog geen informatie beschikbaar die deze stijging verklaart.

16

1.6 Schuldhulpverlening Aantal aanmeldingen 2023

Aantal crisisinterventies 2023

Aantal actieve minnelijke trajecten bij de Kredietbank

17

Algemene Toelichting In het eerste tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij hebben ontvangen per 1 januari 2023 tot en met augustus 2023. In het tweede tabel het aantal crisisinterventies. En in het laatste tabel alle actieve dossiers en aantal gestarte minnelijke trajecten bij de Kredietbank Nederland. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling We zijn in 2023 van start gegaan met onze nieuwe aanbieder de Kredietbank Nederland. De dossiers bij Plangroep zijn aflopend. Op dit moment hebben wij 24 dossiers lopen bij Plangroep. De aflosperiode van een minnelijke schuldregeling (Msnp) is vanaf 1 juli 2023 verkort van 36 naar 18 maanden door middel van wetswijzigingen. Hierdoor hebben onze inwoners sneller perspectief op een duurzaam schuldenvrije toekomst. De verwachting is dat de verkorting van de aflostermijn zal zorgen voor meer hulpvragen. We zien na 1 juli een stijging van het aantal aanmeldingen. De verkorting van het minnelijk traject kan daar een reden van zijn.

18

2 2.1

Wijkteam en Jeugdhulp

Leeftijdsverdeling

Toelichting Bovenstaande tabel geeft de verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn weer t.o.v. het totaal aantal jeugdigen woonachtig in de gemeente Barendrecht. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in het tweede kwartaal van 2023 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in het tweede kwartaal van 2021 en 2022. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie. Nadere toelichting Het percentage cliënten met jeugdhulp is bij bijna alle leeftijdscategorieën ten opzichte van het tweede kwartaal 2022 gedaald. Het percentage in de categorie 18 t/m 23 jaar is ongeveer gelijk gebleven. De oorzaak kan gelegen liggen in de gevolgen van de coronacrisis, waarbij in 2021 sprake was van uitgestelde zorg en deze in 2022 is ingezet en in 2023 iets afneemt. Het aantal cliënten neemt licht af, maar de kosten voor jeugdhulp stijgen weliswaar. Als de afname van het aantal cliënten blijft doorzetten, dan is dit in lijn der verwachting. In zijn totaliteit gaat het echter om een voorlopig beeld omdat veel beschikkingen met terugwerkende kracht worden toegekend.

19

2.2

Unieke cliënten

Per contractvorm

Toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: zorg in natura (ZIN), persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting Na een stijging van het aantal ZIN-cliënten in het jaar 2022, zien we het aantal ZIN-cliënten in het tweede kwartaal 2023 eveneens stijgt. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van een persoonsgebonden budget (PGB) daalt echter. De PGB’s worden ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp. We verwachten dat deze ontwikkeling zich blijft doorzetten. Het afgeven van Zorg in Natura heeft de voorkeur, omdat we daarop beter dan bij PGB’s kunnen sturen op de doelmatigheid van de ingezette jeugdhulp.

Per zorgvorm

Toelichting De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide.

20

Nadere toelichting Als we het tweede kwartaal van 2023 vergelijken met dat van 2022 zien we dat er sprake is van een daling in het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel regionale jeugdhulp als een combinatie van lokale en regionale jeugdhulp . Het aantal cliënten, dat in 2023 gebruik maakt van lokale jeugdhulp, is echter gestegen. Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van regionale jeugdhulp daalt, hetgeen in lijn is met onze doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp ten opzichte van regionale jeugdhulp. Op de lange termijn zal de afname van regionale jeugdhulp naar verwachting zorgen voor een lastenvermindering. Regionale jeugdhulp is immers over het algemeen zwaarder en duurder dan lokale jeugdhulp. In samenwerking met het lokale veld blijven we onderzoeken hoe we inwoners nog eerder en beter van dienst kunnen zijn zodat ook lokale jeugdhulp voorkomen kan worden.

2.3

Unieke cliënten per perceel

In voorgaande bestuursrapportages werden 2 grafieken getoond, waarbij het aandeel cliënten per perceel werd weergegeven voor enerzijds de lokale jeugdhulp en anderzijds de regionale jeugdhulp. Bij deze rapportage is dat helaas niet mogelijk. Dit wordt door de volgende oorzaken verklaard. Ten eerste hebben we in 2022 een Europese aanbesteding uitgevoerd ten behoeve van lokale jeugdhulp. Hierbij zijn we overgestapt naar een andere bekostigingssystematiek (van arrangementenmodel naar P x Q). Hierdoor is het (op dit moment) niet mogelijk om een vergelijking met voorgaande jaren te maken t.a.v. de inzet van de specifieke onderdelen van lokale jeugdhulp. Daarnaast hebben de ministeries van BZK en VWS halverwege 2022 besloten de taakvelden o.a. op het gebied van Jeugd aan te passen en te verfijnen, omdat deze te grofmazig waren voor het aanleveren van o.a. begrotingscijfers. Hierdoor was het voorgaande jaren lastiger om op landelijk niveau data met elkaar te vergelijken en belangrijke trends eruit te kunnen halen. De komende periode gaan we nadere invulling geven aan het verzamelen van data, zodat wederom tabellen met unieke cliënten per perceel gegenereerd kunnen worden.

2.4

Unieke cliënten per wijk

Lokale Jeugdhulp

21

Regionale jeugdhulp

Toelichting De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke cliënten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting Er is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. In alle wijken is het gebruik van jeugdhulp gedaald ten opzichte van 2022. De meeste cliënten met een indicatie voor jeugdhulp wonen in de wijken Vrijenburg, Meerwede, Nieuweland, Noord en Buiten Barendrecht. In de wijken Vrijenburg en Meerwede staan in verhouding meer sociale huurwoningen. Tevens wonen er in die wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen, waardoor er in die wijken meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de wens om meer wijkgericht interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventieve ondersteuning te organiseren. Naar verwachting zal hier nog meer invulling aan worden gegeven in de loop van 2024. De aantallen, die zichtbaar zijn in de tabellen, betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht worden verwerkt.

2.5

Verwijzers

Lokale jeugdhulp

22

Toelichting Bovenstaande tabel maakt verhouding tussen de verwijzers naar lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam (gemeente). Daarnaast is de huisarts ook een belangrijke verwijzer. De huidige verhouding in verwijzers is vergelijkbaar met voorgaande perioden. Net als vorig jaar wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen door de inzet van een Praktijkondersteuner Huisarts(POH)-GGZ Jeugd. Het beoogd effect van deze inzet is dat het aantal verwijzingen vanuit de huisartsen verder af gaat nemen. Regionale jeugdhulp

Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verhouding tussen verwijzers naar regionale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting De huisarts en de gemeente zijn daarbij de meest voorkomende verwijzers. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal verwijzingen in het tweede kwartaal vanuit de Gecertificeerde Instelling gedaald. Dit kan mogelijk verklaard worden door het feit dat wijkteammedewerkers Preventie & Ondersteuning en Zorg & Veilig (intensieve

23

vrijwillige hulpverlening) nauw samenwerken en omdat er steeds beter wordt samengewerkt met ketenpartners in het jeugdbeschermingsketen. Op die manier daalt het aantal meldingen op het JB-plein en daarmee ook het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instelling. Zij verwijzen met name naar jeugdhulp met verblijf. Huisartsen verwijzen voornamelijk naar ambulante specialistische jeugdhulp (regionale jeugdhulp). Hier geldt ook dat wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen door de inzet van een Praktijkondersteuner Huisarts (POH)-GGZ Jeugd. Het beoogd effect van deze inzet is dat kinderen sneller worden geholpen door de POH. Op die manier voorkomen we waar mogelijk verwijzingen vanuit de huisartsen waardoor het aantal huisartsverwijzingen zal afnemen.

2.6

Verwijzingen naar jeugdhulp

Toelichting Bovenstaande tabel laat zien hoeveel verwijzingen er naar lokale jeugdhulp en naar regionale jeugdhulp hebben plaatsgevonden. Nadere toelichting Uit de tabel kunnen we opmaken dat er meer wordt doorverwezen naar lokale jeugdhulp, dan naar regionale jeugdhulp. Dit is in de lijn van de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp. Lokale jeugdhulp is vaak laagdrempeliger dan zwaardere regionale jeugdhulp. Daarnaast valt er beter te sturen op de doelmatigheid en afschaling van lokale jeugdhulp door de nauwe samenwerking met het wijkteam. We verwachten daarmee op de lange termijn een lastenvermindering te realiseren.

2.7

Wachttijd

Lokale jeugdhulp

24

Regionale jeugdhulp

Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. Er worden echter nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen later binnenkomen bij de backoffice. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terugkijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp. Nadere toelichting Via Berichtenverkeer Jeugdwet wisselen gemeenten en zorgaanbieders informatie uit in het kader van de Jeugdwet. Het indiceren, toewijzen en leveren van zorg wordt via deze dienst geregistreerd en gevolgd in de vorm van (retour-)berichten. Vanuit het berichtenverkeer is vanaf 1 april 2023 de overstap gemaakt naar een nieuwe standaard (versie 3.2). Om dit in goede banen te leiden zijn minder berichten verstuurd en is er eind maart een freeze-periode ingelast.

25

2.8

Hulpverlening wijkteams

Algemene toelichting De hulpverlening vanuit het wijkteam wordt gevormd door 4 verschillende teams, namelijk team Toegang, de Backoffice Jeugd, team Zorg & Veilig en team Preventie & Ondersteuning. Elk team richt zich op een bepaalde vorm van hulpverlening of ondersteuning aan het primaire proces van hulpverlening in de eerste lijn. Nadere toelichting Halverwege 2022 is geconstateerd dat er sprake was van wachtlijsten bij de het team Toegang. Naar aanleiding daarvan is in het tweede kwartaal van 2023 een pakket aan maatregelen beschreven met als doel “het grip krijgen op de doorlooptijden aanvragen jeugdhulp”. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan het effectiever en efficiënter werken om zo meer grip te krijgen op de doorlooptijden van aanvragen jeugdhulp. Ook werken we zo aan een stabiele afhandelingstermijn die voldoet aan het wettelijke kader, te weten het afhandelen van de aanvragen jeugdhulp binnen de termijn van 8 weken. Twee van de maatregelen betreffen uitbreiding van de capaciteit bij het team Toegang en de uitbreiding van de inzet bij de Backoffice Jeugd. Dankzij een goede samenwerking op het gebied van veiligheid slaagt het team Zorg & Veilig er steeds vaker in om hulpvragen vroegtijdig op te pakken.

Dit zorgt ervoor dat gezinnen - waar het vermoeden is van een onveilige situatie - eerder in beeld zijn en daarmee aanvullende hulp in veel gevallen voorkomen wordt. Dit ligt in lijn met de richting waarop we ons bewegen in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het team Preventie & Ondersteuning blijft inzetten op hun eerste lijn ondersteuning en hulp. De gemeente blijft onderzoeken hoe we deze inzet kunnen versterken in samenwerking met lokale partners. Door het optimaliseren van deze vorm van hulpverlening hopen we inwoners nog beter en eerder van dienst te kunnen zijn. Daarmee verwachten we zwaardere (jeugd)hulp nog meer te kunnen gaan voorkomen.

26

2.

Wmo en doelgroepenvervoer

De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

3.1

Trends en ontwikkelingen Cliënten per wijk Leeftijdsverdeling Zorgstapeling Beschikkingen Doelgroepenvervoer

Trends en ontwikkelingen

Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2019 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toe neemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden. Het kabinet wil weer terug naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens . Het kabinet wil vanaf 1 januari 2026 de eigen bijdrage aanpassen. Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving van de eigen bijdrage zoals die voorheen was, met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de Wmo.1 2.

De (dubbele) vergrijzing

Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%2. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.

1 Ministerie van VWS, Voortgangsbrief Wmo 2015, 8 mei 2023, p. 5. 2 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.

27

3.2

Cliënten per wijk

Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de periode 2021 tot en met het eerste halfjaar van 2023. In 2021 en 2022 is te zien dat het aantal cliënten in zorg toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. De cijfers voor 2023 betreffen het lopende meetjaar (tot 30 juni 2023) en zullen gedurende het jaar verder oplopen. In sommigen wijken is het aantal cliënten in 2023 nu al hoger dan het was in 2021 en 2022. Daarnaast is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen die inmiddels zijn verhuist naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal toeneemt wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt. De groep die inmiddels is verhuist wordt immers steeds groter naar mate de tijd vordert.

28

3.3

Leeftijdsopbouw

Toelichting De gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2023 – juni 2023 was sprake van een toename in het aantal cliënten. Ook in het eerste halfjaar van 2023 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen (jongere) Wmo cliënten zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: -

een beperking of handicap, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden), hierbij is vaak individuele begeleiding een passende oplossing.

29

3.4

Zorgstapeling

Toelichting Legenda   

HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft. HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening. BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding.

Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: De gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerkvoorzieningen zien. In lijn met de lange termijn verwachting is in de periode juni 2021 – juni 2023 het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) verder toegenomen. De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.

30

3.5

Beschikkingen

Toelichting Legenda:      

AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning; BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding; HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening; RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas; WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;

Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ De gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe (blauw) en openstaande (roze) beschikkingen Wmo zien. Over de jaren heen is te zien dat het aantal beschikkingen toeneemt. De grootste toename in het eerste halfjaar van 2023 is te zien bij de HH en WV. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale lange termijn ontwikkelingen. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in januari 2022 heeft te maken met de administratieve herindicatie van de Begeleidingsindicaties. De toename van de nieuwe beschikkingen in oktober 2022 wordt verklaard door de herindicaties Hulp bij het Huishouden. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in maart 2023 (RO en VV) heeft te maken met een administratieve omzetting.

31

3.6

Doelgroepenvervoer

Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes heeft een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. In het tweede kwartaal 2023 is het aantal ritten bij Wmo en het aantal personen binnen leerlingen- en jeugdvervoer in zekere zin in lijn met de aantallen van het vierde kwartaal 2022. Ten opzichte van het tweede kwartaal 2022 zijn de aantallen in 2023 tot nu toe sterk gestegen. De bezettingsgraad lijkt te normaliseren (zoals voor corona). Het stiptheidspercentage is vergelijkbaar met dezelfde periode in 2022, maar hoger dan het laatste kwartaal van 2022. De verwachting is dat door vergrijzing en geen coronamaatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen. Ditzelfde geldt voor het aantal schakelklasleerlingen.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13403761/1