CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursrapportage SD Q2 2022 Barendrecht.pdf

commissie Planning en Control 3 oktober 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: 2e Tussenrapportage 20226.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2022 Gemeente Barendrecht

1

Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 3 Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening ................................................... 5 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ............................................................................................. 5 Preventie Instroom.............................................................................................................................. 8 Uitstroom ............................................................................................................................................ 9 Segmentatie ...................................................................................................................................... 11 Doorstroom segment re-integratie ................................................................................................... 12 Ontwikkeling segment sociale activering ..........................................................................................

13 Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk....................................................................... 14 Klantgroepen en klantkenmerken ..................................................................................................... 15 Uitkeringsdossiers per wijk ............................................................................................................... 17 Taakstelling vergunninghouders ....................................................................................................... 18 Minimavoorzieningen........................................................................................................................ 19 Schuldhulpverlening .......................................................................................................................... 20 Jeugdhulp en Wijkteams ...................................................................................................................... 21 Leeftijdsverdeling .............................................................................................................................. 21 Unieke cliënten..................................................................................................................................

22 Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal ............................................................................... 24 Unieke cliënten per wijk .................................................................................................................... 26 Verwijzers .......................................................................................................................................... 27 Wachttijd ........................................................................................................................................... 29 Hulpverlening wijkteams ................................................................................................................... 30 Cliëntervaring jongeren 2021 ............................................................................................................ 31 Cliëntervaring ouders 2021 ............................................................................................................... 32 Wmo en doelgroepenvervoer .............................................................................................................. 33 Cliënten per wijk Wmo ......................................................................................................................

34 Leeftijdsopbouw Wmo ...................................................................................................................... 35 Zorgstapeling Wmo ........................................................................................................................... 36 Beschikkingen Wmo .......................................................................................................................... 37 Doelgroepenvervoer ......................................................................................................................... 38

2

Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2022 Inleiding Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C cyclus. De ontwikkeling van de bestuursrapportage is een continu proces. Elke nieuwe versie van de bestuursrapportage wordt beter en specifieker. In de rapportage treft u de cijfers aan over het eerste halfjaar van 2022 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening, Jeugdhulp en wijkteams en WMO en doelgroepenvervoer. De rapportage start met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein, waarna per onderdeel wordt ingegaan op de ontwikkelingen. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 30 juni 2022. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaatsvinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces. Wij zijn ons ervan bewust dat veel wordt verklaard en toegeschreven aan de coronamaatregelen. Echter, de consequenties van deze maatregelen zijn binnen het sociaal domein goed te zien en daarom van belang om te vermelden.

Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie In het eerste halfjaar van 2022 is het uitkeringsbestand stabiel gebleven. Er zijn geen grote dalingen of stijgingen te zien. Een aantal ontwikkelingen zijn (nog) niet direct terug te zien in de cijfers. Deze ontwikkelingen zorgen voor een samenspel van factoren waarvan de uitkomst ongewis is. Deze worden nauwgezet gevolgd. De verdere versoepelingen rondom COVID19 maken het mogelijk om gemakkelijker trajecten in te zetten. De verdere afbouw van de ondersteuningsmaatregelen kunnen er voor zorgen dat bedrijven en zelfstandigen alsnog in de problemen komen. Wel is er een verwachte economische groei in 2022. Nog steeds is er sprake van een krappe arbeidsmarkt. Dit alles moet in het licht worden gezien van de ontwikkelingen in Oekraïne, de hoge energieprijzen en een flinke inflatie. De samenwerking met Randstad voor de inzet van een poortinstrument moet ertoe leiden dat kandidaten die nog in het aanvraagproces van een uitkering zitten, direct door bemiddeld worden naar werk. Hiermee zorgen we voor minder instroom en blijft de mindset van de kandidaten gericht op werk in plaats van het aanvragen van een uitkering.

Voor het minimabeleid zien we in het eerste halfjaar van 2022 een stijging als het gaat om het aantal aanvragen bijzondere bijstand en overige minimaregelingen. Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we een in 2022 opgelopen achterstand. Er is een plan van aanpak opgesteld om in te lopen op de taakstelling. De plaatsingen komen weer op gang. De op gang komende migratiestromen en de druk op de asielketen resulteert in meer druk op de huisvestingstaakstelling. Jeugdwet In 2021 zagen we dat de zorg werd ingehaald die in 2020 vanwege corona werd uitgesteld. Het aantal cliënten met zowel zorg in de vorm van ZIN als in de vorm van een PGB is gedaald sinds het najaar van 2021. Dit beeld zet zich voort in het eerste half jaar van 2022; hetgeen ook de verwachting is voor de rest van het jaar. De cijfers zijn nu weer redelijk op niveau van voor de coronacrisis. De daling gedurende het eerste halfjaar zien we op zowel lokaal als regionaal niveau. We zien dat de huisarts nog een groot aandeel heeft in het verwijzen naar met name regionaal gecontracteerde zorg. Momenteel wordt er gericht ingezet op een betere samenwerking en afstemming met de Barendrechtse huisartsen. Het doel is dat hierdoor een aantal verwijzingen vanuit de huisartsen zal afnemen.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning De lange termijn verwachting is dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe, het beeld over de gehele gemeente in 2021 is dat het aantal cliënten licht is gestegen. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting is ook in het eerste halfjaar van 2022 sprake van een toename in de zorgstapeling. Dit komt vooral door de toename van de cliënten die gebruik maken van de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Hetzelfde beeld is te zien bij het aantal openstaande en nieuwe beschikkingen. Ook hier is de stijging vooral toe te schrijven aan de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH).

3

Het gebruik van het Doelgroepenvervoer is in de achterliggende jaren sterk beïnvloed door de coronamaatregelen. Na de lockdown van december 2021 is de bezettingsgraad van Wmo-vervoer circa 84% ten opzichte van december 2019 (voor corona). Met uitzondering van de periodes dat de scholen door de coronamaatregelen waren gesloten, is het aantal leerlingen en jeugdigen dat gebruik maakt van vervangend vervoer in het eerste halfjaar licht gestegen. Het aantal klachten dat binnen het eerste halfjaar is geuit is laag en beneden de gestelde marge van 0.3% van het aantal gereden ritten.

4

Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening Ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Algemene toelichting Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘Ioaw/Ioaz’ zijn regelingen voor oudere werklozen (Ioaw: geboren voor 1965; Ioaz: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'Bbz' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen.

Financiële toelichting

5

Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG budget (Gebundelde Uitkering Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals regionale en landelijke trends (stijging/daling), maar ook aantal inwoners en de demografie van een gemeente. Het BUIG budget van de gemeente wordt onder meer gebaseerd op regionale en landelijke trends. Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget wordt gebruikt. Er is nog geen goede prognose te geven voor de financiële gevolgen, gezien de eerder omschreven onzekerheden. Wel is er sprake van een stabiel beeld rond het uitkeringsbestand. Nadere toelichting In het eerste half jaar van 2022 is het uitkeringsbestand stabiel gebleven. Er zijn geen grote dalingen of stijgingen te zien. Met het huidige uitkeringsbestand voldoen we aan de gestelde KPI. Een aantal (macro) ontwikkelingen zijn (nog) niet direct terug te zien in de cijfers. Deze ontwikkelingen zorgen voor een samenspel van factoren waarvan de uitkomst ongewis is. Deze worden nauwgezet gevolgd. De verdere versoepelingen rondom COVID19 maken het mogelijk om gemakkelijker trajecten in te zetten.

De verdere afbouw van de ondersteuningsmaatregelen kunnen er voor zorgen dat bedrijven en zelfstandigen alsnog in de problemen komen. Wel is er een verwachte economische groei in 2022. Nog steeds is er sprake van een krappe arbeidsmarkt. Dit alles moet in het licht worden gezien van de ontwikkelingen in Oekraïne, de hoge energieprijzen en een flinke inflatie. Door de directe begeleiding naar werk blijft er een groep over met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zien we terug in de segmentering van het uitkeringsbestand. Om deze afstand te overbruggen worden er trajecten ingezet om belemmeringen weg te nemen. Hier wordt verder op ingezet door een intensievere samenwerking met maatschappelijke organisaties en (lokale) ondernemers. Toelichting Jongeren Relatief weinig jongeren hebben een uitkering. Ook ten tijde van de coronapandemie is er geen sterke stijging van het aantal jongeren in de bijstand waargenomen.

6

In- en uitstroom

Algemene toelichting Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Het uitkeringsbestand blijft stabiel. We zien een relatief lage in- en uitstroom.

7

Preventie Instroom

Algemene toelichting Om ervoor te zorgen dat het uitkeringsbestand niet stijgt is een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden van werk tijdens het aanvraagproces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met werk of een opleiding. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventie quote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.). Nadere toelichting Voor het eerste halfjaar van 2022 is te zien dat er van de 19 meldingen van jongeren uiteindelijk 7 een uitkering hebben ontvangen. Dit komt neer op een preventiequote van 63% (69% in 2021). Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 50%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar werk of een opleiding.

Voor volwassenen (ouder dan 27) ligt de preventiequote op 67% (57% in 2021). Van de 24 meldingen zijn er 8 toegekend. Ook hiermee voldoen wij op dit moment aan de preventie doelstelling van 40%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering.

8

Uitstroom

Algemene Toelichting Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor 2021 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. *Deze cijfers komen niet 1 op 1 overeen met het historisch overzicht van in- en uitstroom. Dit komt omdat de gegevens uit 2 verschillende systemen wordt gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren. Uitstroom naar werk en opleiding In 2022 willen wij minimaal 90 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. Op dit moment hebben wij 15 personen naar werk of een opleiding bemiddeld. SRoI In 2022 zijn er nog geen personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting. Op dit moment wordt er intensief samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk

9

In het eerste halfjaar van 2022 had ongeveer 11,48% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling is, om dit tenminste 10% te laten zijn. Hierdoor voldoen wij op dit moment aan de gestelde doelstelling. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit is zowel voor de inwoners als voor de gemeente een voordeel. Dit noemen we duurzame uitstroom. In het eerste halfjaar van 2022 hebben we de doelstelling gesteld om ervoor te zorgen dat in ieder geval 55% van de uitstroom naar werk duurzaam is. Dat betekent dat kandidaten die aan het werk zijn gegaan in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn en blijven Op dit moment is de duurzame uitstroom bijna 97%. Dit betekent dat de personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt.

10

Segmentatie

Algemene toelichting Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: - Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 3 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn geen belemmeringen. - Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 3 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. - Sociale activering: De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (50,97%) enige ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 32,64% is het doen van vrijwilligerswerk het hoogst haalbare en voor 16,39% is het mogelijk direct aan het werk te gaan. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

Een oorzaak hiervoor is dat er meer tijd nodig is om mogelijke belemmeringen weg te nemen of werkgevers te vinden die ruimte hebben voor meer begeleiding op de werkvloer. Personen die direct aan het werk kunnen, stromen over het algemeen ook snel uit. Hierdoor is de uitstroom uit het segment werk groter dan de instroom in segment werk en is dit segment in verhouding klein.

11

Doorstroom segment re-integratie

Algemene Toelichting Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk. Nadere toelichting In 2022 willen wij zorgen voor meer doorstroom tussen het segment, re-integratie en werk zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ maken. Dit betekent dat er over 2022 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over 2021 was de doorstroom naar segment werk 9,8%. Over het eerste halfjaar 2022 12,8%. Wij hebben in 2022 tot op heden 8 personen een opleidingstraject kunnen aanbieden, 10 personen een werkervaringsplek en in ieder geval hebben 32 personen een traject gevolgd dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt. Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren.

12

Ontwikkeling segment sociale activering

Algemene toelichting Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting Voor het segment sociale activering hebben wij ook een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2022 willen wij dat in ieder geval 100 personen vrijwilligerswerk verrichten. Momenteel hebben 50 personen een vrijwilligersplek. Op dit moment zijn wij de samenwerking met onze maatschappelijke partners aan het evalueren en intensiveren om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is. Daarbij streven wij er naar dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 20%. De ontheffingen worden door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichten. Wij proberen wel regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden.

13

Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk

Algemene toelichting Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar te stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: In 2022 hebben we 58 lopende garantiebanen en 5 nieuwe garantiebanen gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling voor 2022.

14

Klantgroepen en klantkenmerken Algemene toelichting Het gaat in bovenstaande tabellen om klantgroepen en kenmerken: Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.

Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn ongewijzigd. Er zijn relatief weinig jongeren die een beroep doen op een uitkering. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen.

15

Uitkeringsduur We zien in het eerste halfjaar van 2022 een toename van personen die korter dan 1 jaar een uitkering ontvangen. De uitkeringsduur 1 tot 3 jaar en langer dan 3 jaar blijven stabiel. Het gaat hier om personen die langere tijd een uitkering ontvangen. Vaak zijn er belemmeringen waardoor zij niet gelijk aan het werk kunnen. Over het algemeen stromen personen die korten dan 1 jaar een uitkering ontvangen ook sneller weer uit, mits er geen belemmeringen zijn. De afstand tot de arbeidsmarkt is korter. Er is dan ook geen eenduidige verklaring voor de toename van deze doelgroep. Het is aannemelijk dat ook hier de coronamaatregelen een rol spelen.

Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen blijven ongewijzigd.

16

Uitkeringsdossiers per wijk

Algemene toelichting Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. Daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, zullen over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Nadere toelichting Ten opzichte van voorgaande jaren hebben er in 2022 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.

17

Taakstelling vergunninghouders

Algemene Toelichting De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er iets meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we een in 2021 opgelopen achterstand. Er is met woningcorporaties, het COA en de Provincie een plan van aanpak opgesteld om in te lopen op de taakstelling. De plaatsingen komen weer op gang. De op gang komende migratiestromen en de druk op de asielketen resulteert in meer druk op de huisvestingstaakstelling. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2022 is 28. De achterstand op 1 januari was 49. De huisvestingstaakstelling komt hiermee op 77. Op 31 maart zijn er 11 vergunninghouders gehuisvest.

Op dit moment is de huizenmarkt binnen de gemeente Barendrecht zeer krap en is het zeer lastig om geschikte permanente woningen te vinden voor deze doelgroep.

18

Minimavoorzieningen

Algemene Toelichting De verwachte stijging van het aantal minima ten gevolge de Corona-crisis, blijft uit. We zien wel een andere ontwikkeling, namelijk de stijging van de vaste lasten ten gevolge van de inflatie. De minima hebben daarnaast te maken met de energiearmoede. We gaan de Energietoeslag verstrekken aan de minima via de categoriale bijzondere bijstand. Deze toeslag is mogelijk niet toereikend voor de gestegen energielasten. Het inkomen, waaronder de uitkering, is veelal niet meer toereikend voor de stijging van alle kosten levensonderhoud. Gemeentebreed is er ook een plan om de energiearmoede te beperken en om de leefsituatie te verduurzamen. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling Het aantal aanvragen in het eerste half jaar 2022 van minimaregelingen is stabiel met uitzondering van Meedoen. De aanvragen Meedoen zijn flink toegenomen. Na twee coronajaren komt het sociale leven weer op gang en wordt er weer meer uitgegeven aan uitjes, sport en cultuur.

19

Schuldhulpverlening

Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLANgroep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staan in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: De inflatie en stijging van de vaste lasten raakt veel inwoners. Dit raakt de bestaanszekerheid van steeds meer inwoners. Inwoners die financiële problemen ondervinden, melden zich niet meteen, maar na een paar jaar en dat is zorgelijk. Dit heeft er mee te maken dat het hebben van financiële problemen nog geen problematische schuldensituatie betreft. Ook ervaren inwoners schaamte en mogelijk een drempel. Ten opzichte van het 1e halfjaar, zien we een daling als het gaat om het aantal aanmeldingen. Deze trend zien we jaarlijks. Mogelijk dat de uitbetaling van vakantiegeld aan schulden worden besteed. Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (Q2 2021) zien we dat de aantallen nagenoeg gelijk blijven.

20

Jeugdhulp en Wijkteams Leeftijdsverdeling

Algemene toelichting De verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in het eerste halfjaar van 2022 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in 2020 en 2021. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie.

Nadere toelichting Alle leeftijdscategorieën (m.u.v. de leeftijdscategorie 18-23) laten in 2022 een lager percentage cliënten zien ten opzichte van 2021.

21

Unieke cliënten

Per contractvorm

Algemene toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: Zorg In Natura (ZIN), Persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting Het eerste halfjaar van 2022 laat, ten opzichte van het eerste halfjaar in 2021, een stijging zien van het aantal cliënten voor lokale jeugdhulp. In het tweede halfjaar van 2022 is echter sprake van een daling van het aantal cliënten voor lokale jeugdhulp ten opzichte van vorig jaar. Tevens is, ten opzichte van vorig jaar, sprake van een daling van het aantal cliënten voor regionale jeugdhulp. Dit geldt ook voor het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel lokale als regionale jeugdhulp. Een mogelijke verklaring voor een afname van het aantal cliënten kan gelegen liggen in het feit dat hulpvragen door de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning worden opgepakt in plaats van dat cliënten toegeleid worden naar 2e lijns jeugdhulp.

22

Algemene toelichting: De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Dit betreft een voorlopig beeld omdat tot 40% van de toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt. Nadere toelichting: Het aantal cliënten dat gebruik maakt van een persoonsgebonden budget (PGB) en een combinatie van ZIN en PGB is lager ten opzichte van vorig jaar. PGB’s betreffen een andere verstrekkingsvorm en worden ingezet als alternatief voor zowel lokale en regionale jeugdhulp. Het aantal cliënten dat een PGB ontvangt daalt, maar het bedrag per indicatie neemt echter toe vanwege de toenemende complexiteit van de zorgvraag.

23

Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal

Algemene toelichting Bovenstaande grafiek geeft het aandeel cliënten weer per perceel. De linker grafiek geeft het aantal cliënten weer met lokaal gecontacteerde zorg. De rechter grafiek geeft het aantal cliënten weer voor regionale zorg. De donkerblauwe balk geeft het aantal cliënten van 2022 weer, en de lichtblauwe balk het aantal cliënten van 2021 in dezelfde periode. De zwarte lijn is het aantal cliënten aan het einde van vorig jaar. Nadere toelichting Wat betreft de lokaal gecontracteerde zorg, zien we binnen ieder perceel een lichte daling t.o.v. van 2021. Ook op regionaal niveau is sprake van een lichte afname van het aantal cliënten in het eerste halfjaar. De daling is voornamelijk zichtbaar bij perceel E (ambulante hulpverlening). Dit lijkt mede het gevolg te zijn van meer inzet op het voorkomen van wachtlijsten. Alleen binnen perceel D (steun, hulp of behandeling) is een lichte toename te zien t.o.v. 2021.

24

Algemene toelichting De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. Net als vorig jaar wonen de meeste cliënten met een indicatie voor jeugdhulp in de wijken Vrijenburg, Meerwede en Nieuweland. In de wijken Vrijenburg en Meerwede staan in verhouding meer sociale huurwoningen. Tevens wonen er in de wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen, hetgeen kan verklaren dat in die wijken meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgerichte interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.

25

Unieke cliënten per wijk

Algemene toelichting Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk wat de verhouding is tussen het aantal cliënten per combinatie van lokale jeugdhulp in relatie tot meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden). Nadere toelichting Bovenstaande tabel laat zien dat voor meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden) vooral de combinatie van JMEBJGGZ wordt ingezet. Jongeren met een licht verstandelijke beperking, die weet hebben van hun beperking, hebben vaak ook last van psychische problemen, waardoor hulpverlening op beide nodig is.

26

Verwijzers Lokaal

Toelichting Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Er zijn echter geen opvallende veranderingen in de percentages.

Regionaal

27

Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verwijzers regionale jeugdhulp inzichtelijk. Belangrijkste verwijzer blijft de huisarts, dit betreft met name naar ambulante specialistische jeugdhulp. Verwijzingen naar jeugdhulp met verblijf verlopen in meerderheid via de gecertificeerde instellingen.

28

Wachttijd Lokaal

Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. Er worden echter nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen vaak later binnenkomen bij de backoffice. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp.

29

Hulpverlening wijkteams Algemene toelichting Per 1 januari 2022 is er in het kader van de doorontwikkeling van de wijkteams gestart met een nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze vloeit voor uit de aanbesteding Inzet Wijkteams, welke in 2021 is doorlopen. Er zijn twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de situatie van voor 2022, waarbij de wijkteammedewerkers preventie en ondersteuning de taak hebben om inwoners te ondersteunen en hulp te bieden bij hun vraag. Daarnaast ligt de focus op het outreachend en preventief werken, door nauw samen te werken met onder andere scholen, kinderopvang, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg. De wijkteammedewerkers Toegang hebben de taak om de aanvragen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet, in behandeling te nemen. Zij onderzoeken de hulpvraag, beschrijven de bevindingen en hun conclusie na onderzoek en stellen aan de hand van een onderzoeksrapport een beschikking op De Wijkteammedewerkers Zorg en Veilig zijn vanaf dit jaar verantwoordelijk voor de Intensief vrijwillige hulpverlening (voormalige drangtrajecten). Dit wordt ingezet naar aanleiding van een jeugdbeschermingstafel in gezinnen waar onveiligheid speelt en of sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkelingskansen van kinderen en er onvoldoende draagvlak lijkt van betrokkenen om hulpverlening te accepteren.

Intensief vrijwillige hulpverlening is weliswaar vrijwillig maar niet vrijblijvend. Daarnaast ondersteunen zij collega’s bij vragen op gebied van veiligheid en huiselijk geweld. Door de splitsing van taken is de wijze van registreren gewijzigd en wordt in verschillende systemen geregistreerd. Op dit moment wordt aandacht besteed aan het verzamelen van data uit de 2 systemen, zodat nieuwe, passendere tabellen met data gegenereerd kunnen worden. Nadere toelichting In het afgelopen half jaar is sprake van een toename van het aantal vragen. Deze vragen komen niet alleen van inwoners die al bij ons bekend zijn, maar ook veel nieuwe vragen. Dit zorgt voor een hoge werkvoorraad binnen de wijkteams, vooral bij de medewerkers in de toegang. De hoge instroom en werkvoorraad is een zorgpunt. Om de vragen te kunnen beantwoorden worden momenteel extra wijkteammedewerkers Toegang ingezet. Hiermee beogen we de instroom onder controle te krijgen.

30

Cliëntervaring jongeren 2021

31

Cliëntervaring ouders 2021

32

Wmo en doelgroepenvervoer De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. Trends en ontwikkelingen Wmo 2. Wmo cliënten per wijk 3. Leeftijdsverdeling Wmo 4. Zorgstapeling Wmo 5. Wmo beschikkingen 6. Doelgroepenvervoer Trends en ontwikkelingen Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief in 2018 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toeneemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden1. Het nieuwe kabinet wil voor specifiek de huishoudelijke hulp naar een ‘eerlijkere eigen bijdrage’, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens.2 Deze ontwikkelingen volgen we op de voet. 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a.

als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%3. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de Wet verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.

1 DERDE MONITOR ABONNEMENTSTARIEF WMO – 2021 pag. 24-32 2 Ministerie van VWS, Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo, 28 maart 2022, p. 9. 3 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.

33

Cliënten per wijk Wmo

Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de jaren 2020 tot en met 2022. Omdat de cijfers voor 2022 het lopende meetjaar betreffen zullen deze gedurende het jaar verder oplopen. Daarom kunnen deze cijfers nog niet worden meegenomen in de analyse. In 2020 en 2021 is over het algemeen te zien dat het aantal cliënten in zorg toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Een stijging wordt ook in 2022 verwacht. In verschillende wijken is de stijging al waarneembaar (bijv. Buitenoord, Centrum, Meerwede). Daarnaast is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen die inmiddels zijn verhuisd naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal toeneemt wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt. De groep die inmiddels is verhuisd wordt immers steeds groter naar mate de tijd vordert.

34

Leeftijdsopbouw Wmo

Toelichting Het gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2022 – maart 2022 was de toename van het aantal cliënten in vergelijking met de maanden iets groter. Dit komt voornamelijk doordat de toenmalige wachtlijst in deze periode is weggewerkt. In de periode april – juni 2022 steeg het aantal cliënten licht. Ook in 2022 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen Wmo cliënten onder de 60 jaar zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden); hierbij is vaak individuele begeleiding passend.

35

Zorgstapeling Wmo

Toelichting Legenda  HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft.  HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening.  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: Het gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerkvoorzieningen zien. In lijn met de lange termijn verwachting is in de eerste twee kwartalen van 2022 het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) verder toegenomen. De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.

36

Beschikkingen Wmo

Toelichting Legenda:  AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning;  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding;  HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening;  RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren  VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas;  WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;

Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ Het gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe en openstaande beschikkingen Wmo zien. In 2021 was sprake van een lichte toename met circa 3%. In de eerste twee kwartalen van 2022 zet deze stijging verder door. De grootste toename is te zien bij de HH en WV. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale lange termijn ontwikkelingen. De toename van HH in het 2e halfjaar wordt veroorzaakt door her-indicering. Vanaf mei 2022 wordt AVS niet meer geïndiceerd. Dit zorgt voor een flinke afname bij AVS en een flinke toename bij HH. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in januari heeft te maken met de administratieve herindicatie van de Begeleidingsindicaties en het ingaan van de PGB’s voor 2022.

37

Doelgroepenvervoer

Toelichting KPI’s Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes heeft een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. Voor het eerste halfjaar 2022 betekende de herinvoering van verschillende coronaregels per 12 november 2021 en de lockdown per 19 december 2021 een daling in het aantal ritten in de periode november ’21 tot en met januari ’22. Na de opheffing van de lockdown in januari ’22 is het gebruik van het Wmo vervoer weer toegenomen tot 2268 ritten in mei ’22. Ten opzichte van december ’19 (voor corona) is de bezettingsgraad in mei ’22 circa 84%. Sinds de scholen weer open zijn (januari 2021) is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer weer volledig genormaliseerd. Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen en jeugdwetvervoer toeneemt. In het eerste halfjaar is het aantal leerlingen en jeugdigen dat gebruik maakt van vervangend vervoer toegenomen met circa 5%. De verwachting is dat zonder corona maatregelen in het najaar het Wmo-vervoer door de vergrijzing een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten.

Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.

38

Toelichting klachtenrapportage Doelgroepenvervoer Het aantal klachten dat binnen het eerste halfjaar is geuit is laag en beneden de gestelde marge van 0.3% van het aantal gereden ritten gebleven. Bij het Wmo vervoer zijn de meeste (gegronde) klachten geuit over de tijdigheid en het gedrag van de medewerker. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de onder druk staande beschikbare capaciteit en door (het gedrag van) de chauffeurs. In samenwerking met onze Wmovervoerder is gezocht naar oplossingen voor de capaciteit. De vervoerder heeft aangegeven dat deze per juni 2022 weer op orde is. Bij het Leerlingen- en Jeugdhulp en schakelklasvervoer zijn de meeste klachten geuit over communicatie en tijdigheid. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de vervoerscentrale en (het gedrag) van de chauffeur. Ook speelt de beschikbare capaciteit een rol. In overleg met onze vervoerder wordt actief ingezet op het vergroten van de capaciteit door onder andere bemiddeling vanuit het gemeentelijke uitkeringenbestand en een wervingscampagne in de lokale media.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11826655/1