Bestuursrapportage SD Q1 2023 BD.pdf
Tekst van het document
Bestuursrapportage Sociaal Domein Q1 2023 Gemeente Barendrecht
1
Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 3 Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 1.
2.
3.
Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening .............................................. 5 1.1
Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ................................................................................. 5
1.2
Segmentatie ............................................................................................................................ 9
1.3
In- en uitstroom ..................................................................................................................... 12
1.4
Arbeidsbeperkten .................................................................................................................. 15
1.5
Minimavoorzieningen............................................................................................................ 16
1.6
Schuldhulpverlening .............................................................................................................. 17
Jeugdhulp en wijkteams ............................................................................................................... 18 2.1
Leeftijdsverdeling .................................................................................................................. 18
2.2
Unieke cliënten...................................................................................................................... 19
2.3
Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal ................................................................... 20
2.4
Unieke cliënten per wijk ........................................................................................................ 20
2.5
Verwijzers .............................................................................................................................. 21
2.6
Verwijzingen naar jeugdhulp ................................................................................................. 22
2.7
Wachttijd ............................................................................................................................... 23
2.8
Hulpverlening wijkteams ....................................................................................................... 24
Wmo en doelgroepenvervoer ...................................................................................................... 25 3.1
Trends en ontwikkelingen ..................................................................................................... 25
3.2
Cliënten per wijk.................................................................................................................... 26
3.3
Leeftijdsopbouw .................................................................................................................... 27
3.4
Zorgstapeling ......................................................................................................................... 28
3.5
Beschikkingen ........................................................................................................................ 29
3.6
Doelgroepenvervoer ............................................................................................................. 30
2
Bestuursrapportage Sociaal Domein Q1 2023 Inleiding Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C cyclus. De ontwikkeling van de bestuursrapportage is een continu proces. Elke nieuwe versie van de bestuursrapportage wordt beter en specifieker. We starten de rapportage met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vervolgens treft u de cijfers aan over het eerste kwartaal van 2023 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening, Jeugdhulp en wijkteams en Wmo en doelgroepenvervoer. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 31 maart 2023. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaats vinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces.
Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie Het uitkeringsbestand is over het eerste kwartaal van 2023 iets gestegen. Uitkeringsgerechtigden in Barendrecht hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zien we ook terug in de instroom van met name statushouders door de hoge taakstelling en het inhalen van de achterstand op die taakstelling. Ondanks de krappe arbeidsmarkt is het genereren van uitstroom van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een uitdaging. De ingezette trajecten eind 2022 en in het eerste kwartaal van 2023 sorteren hun effecten later gezien de afstand tot de arbeidsmarkt. Ook is er een groep waar het de voorkeur geniet om zich eerst te richten op hun inburgering om zo de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen en aan hun wettelijke verplichting te voldoen. De mensen die uitstromen doen dit doorgaans wel op een duurzame wijze. Het aantal jongerendossiers in het uitkeringsbestand is gestegen. Dit heeft onze aandacht. De instroom van jonge alleenstaande statushouders is hier mede debet aan. Voor het minimabeleid zien we in het eerste kwartaal 2023 een stijging als het gaat om het aantal aanvragen bijzondere bijstand en overige minimaregelingen. Jeugd In 2021 zagen we dat de zorg werd ingehaald die in 2020 vanwege corona werd uitgesteld.
Het aantal cliënten met zowel zorg in de vorm van zorg in natura (ZIN) als in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) is gedaald sinds het najaar van 2021. Dit beeld zet zich voort in het eerste kwartaal van 2023; hetgeen ook de verwachting is voor de rest van het jaar. De cijfers zijn nu weer redelijk op niveau van voor de coronacrisis. In het eerste kwartaal van 2023 is sprake van een daling in het aantal cliënten dat gebruik maakt van lokale jeugdhulp. Ten opzichte van het jaar 2021 is er echter sprake van een lichte stijging. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van regionale jeugdhulp is ten opzichte van voorgaande gedaald. Dit geldt echter niet voor het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel lokale als regionale jeugdhulp. Hierbij zien we dat in vergelijking met voorgaande jaren het aantal cliënten juist is toegenomen. Vanwege de aanpassing in de bekostigingssystematiek en vanwege een wijziging in de taakvelden kan momenteel niet aangegeven worden in welke mate gebruik wordt gemaakt van de diverse vormen van jeugdhulp, zoals jeugdhulp voor jeugdigen met een beperking, basis Ggz of opname. De gemeente en de huisarts blijven de belangrijkste verwijzers. Opvallend is de afname in het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instelling ten opzichte van vorig jaar.
Dit kan mogelijk verklaard worden door de nauwe samenwerking tussen de verschillende wijkteammedewerkers, waardoor het aantal meldingen op het Jeugdbeschermingsplein (JB-plein) is afgenomen en daarmee ook het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instelling is gedaald. Zowel de wijkteammedewerkers Zorg en Veilig als wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning hebben verschillende ondersteuningsvragen opgepakt. Vanwege schaarste op de arbeidsmarkt vormt het opvullen van vacatures van met name de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning een uitdaging. De vaste wijkteammedewerkers Toegang hebben samen met de extra wijkteammedewerkers Toegang, die op interim basis zijn ingezet, de aanvragen in het kader van de Jeugdwet opgepakt. Ondanks deze inzet hebben we niet alle aanvragen binnen de daarvoor geldende termijn kunnen oppakken en is er sprake van een wachtlijst. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De lange termijn verwachting blijft dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg.
3
In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe. Het beeld over de gehele gemeente in 2021, 2022 en het eerste kwartaal van 2023 is dat het aantal cliënten licht is gestegen. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting neemt ook de zorgstapeling toe. In het eerste kwartaal van 2023 zijn is te zien dat de zorgstapeling stabiel is. Het gebruik van het Wmo-vervoer is nog niet volledig genormaliseerd ten opzichte van vóór corona. Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen- en jeugdwetvervoer voor een toename heeft gezorgd. De verwachting is dat door vergrijzing en geen corona maatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.
4
1. Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening* Hieronder is verschillend datamateriaal over werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening gevisualiseerd om inzicht te geven op deze terreinen. Er wordt gestart met het uitkeringsbestand. De data eronder zijn een nadere uitsplitsing van het uitkeringsbestand. Deze data geven inzicht in de opbouw van het uitkeringsbestand. Verschillende kenmerken worden belicht. Hierna gaan we dieper in op de verschillende segmenten. De hoogte van het uitkeringsbestand is afhankelijk van de in- en uitstroom. Allereerst bekijken we in hoeverre we met preventieve maatregelen voorkomen dat mensen instromen. Vervolgens bekijken we de in- en uitstroom, waarbij er extra aandacht is voor een speciale groep instroom, zijnde statushouders. De groep arbeidsbeperkten is een aparte aandachtsgroep binnen het uitkeringsbestand. Hiervoor is dan ook speciale aandacht voor binnen de bestuursrapportage. Bij de verschillende tabellen staat een uitleg van de tabel. De verklaring is opgenomen in de toelichtingsteksten. Het kan zijn dat cijfers van verschillende tabellen niet exact overeenkomen. Dit komt omdat gegevens uit verschillende rapporten worden gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren.
1.1 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand
Uitleg Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘IOAW/IOAZ’ zijn regelingen voor oudere werklozen (IOAW: geboren voor 1965; IOAZ: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'BBZ' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG-budget (Bundeling Uitkering Inkomensvoorzieningen Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals aantal inwoners en de demografie van een gemeente en daarnaast regionale en landelijke trends (stijging/daling). Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget voldoende is. Toelichting In het eerste kwartaal van 2023 zien we een stijging in het uitkeringsbestand. De gestelde KPI is 490. Hier wordt niet aan voldaan. De trajecten die in 2022 en begin 2023 zijn ingezet hebben in het eerste kwartaal van 2023 nog geen effect kunnen sorteren gezien de duur van de trajecten.
Dit komt door de soort instroom (relatieve grote afstand tot de arbeidsmarkt; bv. statushouders, multi-problematiek). In de tabellen hieronder gaan we dieper in op de kenmerken van het uitkeringsbestand. Daarmee visualiseren we bovenstaande toelichting. Met name de verhoogde instroom van statushouders door de verhoogde huisvestingstaakstelling en de eerder opgelopen achterstand hierop, zien we onder meer terug in de tabellen over jongerendossiers, leeftijd, uitkeringsduur, segmentatie (aandeel re-integratie) en leefvorm.
5
Uitleg De rode lijn geeft aan dat er teveel jongeren zijn ingestroomd ten opzichte van de gestelde KPI en de groene lijn geeft aan dat de aantal jongeren dat instroomt onder de gestelde KPI is gebleven. In de tabel is het aantal jongerendossiers te zien. Het betreft het aantal uitkeringsdossiers waarbij de cliënt en (indien van toepassing) de partner jonger dan 27 jaar zijn. De KPI in 2023 is mede gebaseerd op het landelijke percentage “aandeel jongerendossiers” ten opzichte van het totaal aantal dossiers. Toelichting De gestelde doelstelling voor het eerste kwartaal 2023 over het aantal jongerendossiers is niet behaald. Er is een stijging te zien in het aantal jongerendossiers (dit is ook terug te zien in de tabel “leeftijd”). Deze stijging heeft onze aandacht. De oorzaak ligt mede in de instroom van jonge statushouders die met hun inburgering bezig zijn.
6
Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn gewijzigd. Er zijn steeds meer jongeren die een beroep doen op een uitkering, van 0 t/m 27 jaar is met 7 gestegen, namelijk 82 in januari 2023 en 89 in maart 2023. De doelgroep 28 t/m 45 jaar is met 9 gestegen, namelijk 171 in januari 2023 en 180 in maart 2023 en de doelgroep 46 jaar en ouder is met 5 gestegen, namelijk 314 in januari en 319 in maart 2023. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen. Uitkeringsduur Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoe lang mensen een uitkering ontvangen.
Toelichting Binnen het uitkeringsbestand zien we een verschuiving van de duur dat mensen in de uitkering zitten. Het aandeel van mensen dat minder dan 1 jaar uitkeringsgerechtigd is, is gestegen ten opzichte van mensen die 1-3 jaar een uitkering ontvangen. De verklaring hiervoor is dat de instroom in het eerste kwartaal van 2023 meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft (multi-problematiek) en/of eerst met hun inburgering aan de gang moeten (statushouders). Dit is terug te zien in de segmentering die later aan bod komt. Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel en relatief laag in Barendrecht. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.
7
Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen: bij alleenstaande is een stijging te zien van 19 (339 in januari 2023 en 358 in maart 2023), bij alleenstaande ouders is een lichte stijging te zien van 1 (85 in januari 2023 en 86 in maart 2023) en bij gehuwden is een lichte stijging te zien van 1 (114 in januari 2023 en 115 in maart 2023).
Uitkeringsbestand per wijk Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. De grootte van de wijk speelt een rol. In de tabel is te zien dat daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Ten opzichte van 2022 hebben er in het eerste kwartaal van 2023 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.
8
1.2 Segmentatie Uitleg Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: 1. Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 6 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn weinig tot geen belemmeringen. 2. Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 6 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. 3. De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.
Toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (52,26%) ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 32,16% is het doen van vrijwilligerswerk en het meedoen in de samenleving op dit moment het hoogst haalbare en voor 15,58% is het mogelijk direct aan het werk te gaan eventueel met bemiddeling. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Tevens zien we dat dit aandeel stijgt. Dit is in lijn met de tabel uitkeringsduur. Dit komt door de instroom van statushouders (en hun inburgering) en mensen met een dusdanige complexe problematiek dat zij ondanks de krappe arbeidsmarkt niet direct bemiddelbaar zijn. Segment ‘Werk’ Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor het eerste kwartaal van 2023 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. De uitstroom zit nog niet op het gewenste niveau. Wel zien we dat de mensen die uitstromen ook duurzaam uitstromen.
9
Uitleg Uitstroom naar werk en opleiding In 2023 willen wij minimaal 100 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. Er zijn 6 personen bemiddeld naar werk of een opleiding. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. In het eerste kwartaal van 2023 zijn er verschillende zaken uitgezet om (in een later stadium) een hogere uitstroom te genereren. Te denken valt aan een nog beter inzicht in het uitkeringsbestand (diagnose-instrument) en meer en beter aansluitende trajecten. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit noemen we duurzame uitstroom. Het percentage duurzame uitstroom is met 100% ruim boven de gestelde norm van 70%. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt. SRoI In het eerste kwartaal van 2023 zijn er geen personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting. Op dit moment wordt er samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting.
Inkomsten uit deeltijd werk In het eerste kwartaal van 2023 heeft 8,20% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling is, om dit tenminste 10% te laten zijn. Hierdoor voldoen wij op dit moment niet aan de gestelde doelstelling. Segment ‘Re-Integratie’ Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk.
10
Toelichting In het eerste kwartaal van 2023 was het doel om voor meer doorstroom tussen het segment re-integratie en werk te zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ te maken. Dit betekent dat er over 2023 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over het eerste kwartaal van 2023 is dit 1,7%. Dit betekent dat er krimp zit in de doorstroom en dat de doorstroom naar het segment werk nog niet voldoet aan de doelstelling van 20%. Wij hebben in het eerste kwartaal van 2023 37 opleidingstrajecten kunnen aanbieden (waarvan er 4 gestart zijn in het eerste kwartaal van 2023), 10 keer een werkervaringsplek ingezet (waarvan er 4 gestart zijn in het eerste kwartaal van 2023) en 134 keer een traject ingezet dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt (waarvan er 44 gestart zijn in het eerste kwartaal van 2023)3. Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Het aantal werkervaringsplekken blijft achter. De reden hiervan is dat het lastig is om kwalitatief goede werkervaringsplekken te vinden. Deze plekken moeten qua werkzaamheden en begeleiding aansluiten op de behoefte van de desbetreffende persoon. De gemeente Barendrecht is continu op zoek naar goede plekken.
Bij een gebrek hieraan zijn er alternatieve trajecten ingezet om mensen wel de stappen te kunnen laten zetten die zij nodig hebben om de afstand naar de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit is terug te zien in het hoge aantal overige re-integratie trajecten. Hierbij valt te denken aan jobcoaching, Bewegen werkt, Taalpunt, Werkfit traject, Jonge Krijger en proefplaatsing. Segment ‘Sociale activering’ Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem/haar langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.
11
Uitleg Voor het segment sociale activering zijn voor het eerste kwartaal van 2023 een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2023 willen wij dat in ieder geval 70 personen vrijwilligerswerk verrichten. In de tabel hierboven zijn helaas niet alle cijfers goed inzichtelijk. Te zien is dat in het eerste kwartaal van 2023 8 mensen gestart zijn met vrijwilligerswerk. In totaal zijn er 62 inwoners die vrijwilligerswerk doen in het kader van sociale activering. Om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is, is een verdere intensivering van de samenwerking met onze partners nodig. Daarbij was het streven in het eerste kwartaal van 2023 dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 20%. Daar waar nodig worden mensen door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichtingen. Wij proberen regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden. Opvallend is de stijging van het percentage ontheffingen korter dan een jaar. De reden wordt onderzocht.
1.3 In- en uitstroom De in- en uitstroom bepaalt uiteindelijk de hoogte van het uitkeringsbestand. De instroom is mede afhankelijk van landelijke trends. Op dit moment is er een krappe arbeidsmarkt. De instroom in het eerste kwartaal van 2023 is in vergelijking met 2022 iets lager in de maand januari en in februari gelijk en in maart iets hoger. Toch is er een aantal factoren dat ervoor zorgt dat de instroom niet nog lager is, namelijk de instroom van statushouders en het technisch vergemakkelijken van een aanvraag (om die mensen te kunnen ondersteunen die daar recht op hebben). De gemeente Barendrecht wil ook voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een uitkering. Dit wordt uitgedrukt in de preventiequote. Ook is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in de soort instroom zodat mensen zo kort mogelijk niet deelnemen aan het arbeidsproces. Hoe langer een uitkering hoe moeilijker het wordt om weer aan het werk te gaan. Eerst kijken we naar de hoogte van de in- en uitstroom, vervolgens naar het voorkomen van instroom, specifieke instroom (statushouders) en als laatste naar de soort uitstroom. In- en uitstroom Uitleg Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is.
12
Toelichting: Het uitkeringsbestand van januari 2023 is in vergelijking met januari 2022 gedaald zoals voor instroom als voor uitstroom, voor februari is instroom gelijk, uitstroom is gedaald en voor maart is instroom gestegen en uitstroom gedaald. De reden wordt onderzocht. Preventiequote Uitleg Om ervoor te zorgen dat het uitkeringsbestand niet stijgt is een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden van werk tijdens het aanvraagproces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente Barendrecht vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met in eerste instantie een opleiding en anders werk. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventiequote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.).
Aangezien in maart de implementatie van eDiensten heeft plaatsgevonden wijkt de lay out af van de reguliere visualisatie en kunnen er lichte afwijkingen zijn. Dit doet niks af aan de resultaten in grote lijnen.
13
Toelichting Er is te zien dat in het eerste kwartaal van 2023 de preventiequote voor jongeren 87% bedraagt. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 60%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar in eerste instantie een opleiding en anders werk. Voor volwassenen (ouder dan 27) is de preventiequote 36%. Dit is lager dan de gestelde KPI van 50%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering. Huisvestingstaakstelling statushouders/vergunninghouders
Uitleg: De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. De vertaling naar aantal uitkeringsdossiers is hiermee niet 1 op 1 te maken. Er wordt ervan uitgegaan dat het aantal uitkeringsdossiers 40% is van het gehuisveste aantal personen. Dit is afhankelijk van de migratiestroom en de mogelijkheid tot gezinshereniging.
Toelichting: Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we een in 2021 opgelopen achterstand. Er is met woningcorporaties, het COA en de Provincie een plan van aanpak opgesteld om in te lopen op de taakstelling. De plaatsingen zijn in 2022 weer op gang gekomen. Met name in de tweede helft van 2022 is er een inhaalslag gemaakt op de taakstelling. Door migratiestromen, de druk op de asielketen en de krapte op de woningmarkt ontstaat er meer druk op de huisvestingstaakstelling. In 2023 zijn de plaatsingen gecontinueerd. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2023 was 59. Dit is ruim anderhalf keer hoger dan de vorige taakstelling. De achterstand op de huisvestingstaakstelling bedroeg 19. Dat betekent dat de cumulatieve opdracht van de provincie 78 personen bedroeg. Er zijn in de eerste 3 maanden van 2023 37 (7+15+15) mensen gehuisvest. Dat betekent dat er voor 1 juli 2023 nog 40 personen gehuisvest moeten worden om de taakstelling te behalen. De verhoogde taakstelling en het wegwerken van de achterstand op de taakstelling betekent dat er in de eerste 3 maanden van 2023 relatief veel statushouders instromen in het uitkeringsbestand. Uitstroom Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand afgesloten is uitgesplitst naar reden van beëindiging.
14
Toelichting: Er is in het eerste kwartaal van 2023 geen grote verschuiving te zien in reden van uitstroom. Het deel waar de gemeente invloed op heeft (m.n. opleiding en werk) is verder uitgewerkt in de prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de jaarstukken.
1.4 Arbeidsbeperkten Uitleg: Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimumloon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling.
Toelichting: In het eerste kwartaal van 2023 hebben we 62 lopende garantiebanen en 3 gestarte garantiebanen gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling die voor het eerste kwartaal van 2023 is gesteld (52). Er zijn 10 personen met een advies beschutte werkplek en 4 lopende beschutte werkplekken.
15
1.5 Minimavoorzieningen
Algemene Toelichting De verwachte stijging van het aantal minima ten gevolge van de Coronacrisis blijft uit. We zien wel een andere ontwikkeling, namelijk de stijging van de vaste lasten ten gevolge van de inflatie en hoge energiekosten. In 2022 hebben we aan een grote groep minima Energietoeslag verstrekt. Deze aanvragen zijn apart geregistreerd en komen niet terug in de hierboven genoemde cijfers. De aanvraagtermijn van de Energietoeslag staat open tot en met april 2023. Via de bijzondere bijstand is naast de Energietoeslag ook apart beleid opgesteld voor de energiekosten waarbij individueel gekeken kan worden naar wat er nodig is. Hier is bijna geen gebruik van gemaakt. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling Ook in 2023 zal er een Energietoeslag worden verstrekt. Dit kan pas na vaststelling van de wet in de tweede helft van het jaar.
16
1.6 Schuldhulpverlening
Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLANgroep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staan in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Door de NVVK was een stijging van 30% aangekondigd voor wat betreft de betalingsachterstanden vaste lasten en aanvragen schuldhulpverlening ten gevolge van de Corona-crisis. Deze verwachte stinging is niet uitgekomen. De huidige ontwikkeling betreft een stijging in de vaste lasten en een inflatie. Dit raakt de bestaanszekerheid van de inwoners. Inwoners die financiële problemen ondervinden, melden zich niet meteen, maar na een paar jaar. Dit heeft er mee te maken dat het hebben van financiële problemen nog geen problematische schuldensituatie betreft. Ook ervaren inwoner schaamte en mogelijk een drempel. We zijn net van start met onze nieuwe aanbieder de Kredietbank Nederland. Het aantal gemiddelde dossiers blijft vooralsnog hetzelfde.
17
2.
Jeugdhulp en wijkteams
De rapportages die volgen gaan in op de Jeugdhulp die de gemeente vanuit de Jeugdwet 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
2.1
Leeftijdsverdeling Unieke cliënten Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal Unieke cliënten per wijk Verwijzers Verwijzingen naar jeugdhulp Wachttijd Hulpverlening wijkteams
Leeftijdsverdeling
Toelichting Bovenstaande tabel geeft de verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn weer t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in de gemeente Barendrecht. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in het eerste kwartaal van 2023 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in het eerste kwartaal in 2021 en 2022. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie. Nadere toelichting Het percentage cliënten, dat gebruik maakt van jeugdhulp, is bij alle leeftijdscategorieën ten opzichte van vorig jaar gedaald. De oorzaak kan liggen in de gevolgen van de coronacrisis, waarbij in 2021 sprake was van uitgestelde zorg en deze in 2022 is ingezet en in 2023 iets afneemt. In zijn totaliteit gaat het echter om een voorlopig beeld, omdat veel beschikkingen met terugwerkende kracht worden toegekend.
18
2.2
Unieke cliënten
Per contractvorm
Toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: zorg in natura (ZIN), persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting In het eerste kwartaal van 2023 is, ten opzichte van de eerste kwartalen van 2021 en 2022, sprake van een daling van zowel het aantal ZINcliënten als het aantal cliënten dat gebruik maakt van een PGB of van een combinatie van beide. PGB’s worden ook ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp.
Per zorgvorm
Toelichting De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Nadere toelichting Als we het eerste kwartaal van 2023 vergelijken met dat van 2022 zien we een daling in het aantal cliënten dat gebruik maakt van lokale jeugdhulp. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021 is sprake van een lichte stijging.
19
Het aantal cliënten dat gebruik maakt van regionale jeugdhulp is ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021 en 2022 gedaald. Dit geldt echter niet voor het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel lokale als regionale jeugdhulp. Hierbij zien we dat in vergelijking met voorgaande jaren het aantal cliënten juist is toegenomen.
2.3
Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal
In voorgaande bestuursrapportages werden 2 grafieken getoond, waarbij het aandeel cliënten per perceel werd weergegeven voor enerzijds de lokaal gecontacteerde zorg en anderzijds de regionaal gecontracteerde zorg. Bij deze rapportage is dat helaas niet mogelijk. Dit wordt door de volgende oorzaken verklaard. Ten eerste hebben we in 2022 een Europese aanbestedingen uitgevoerd ten behoeve van lokale jeugdhulp. Hierbij zijn we overgestapt naar een andere bekostigingssystematiek (van arrangementenmodel naar P x Q). Hierdoor is het (op dit moment) niet mogelijk om een vergelijking met voorgaande jaren te maken t.a.v. de inzet van de specifieke onderdelen van lokale jeugdhulp. Daarnaast hebben de ministeries van BZK en VWS halverwege 2022 besloten de taakvelden o.a. op het gebied van Jeugd aan te passen en te verfijnen, omdat deze te grofmazig waren voor het aanleveren van o.a. begrotingscijfers. Hierdoor was het voorgaande jaren lastiger om op landelijk niveau data met elkaar te vergelijken en belangrijke trends eruit te kunnen halen. De komende periode gaan we nadere invulling geven aan het verzamelen van data, zodat wederom tabellen met unieke cliënten per perceel gegenereerd kunnen worden.
2.4
Unieke cliënten per wijk
Lokale Jeugdhulp
Regionale jeugdhulp
20
Toelichting De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke cliënten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. In bijna alle wijken is het gebruik van jeugdhulp gedaald. In de wijken Oranjewijk, Paddewei en Vrouwenpolder is het gebruik hetzelfde gebleven. Net als vorig jaar wonen de meeste cliënten met een indicatie voor jeugdhulp in de wijken Vrijenburg, Meerwede, Nieuweland en Buitenoord. In de wijken Vrijenburg en Meerwede staan in verhouding meer sociale huurwoningen. Tevens wonen er in de wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen, waardoor er in die wijken meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgerichte interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.
2.5
Verwijzers
Lokale jeugdhulp
Toelichting Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam (gemeente). Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan.
21
Regionaal
Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verwijzers naar regionale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting De huisarts en de gemeente zijn daarbij de belangrijkste verwijzers. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal verwijzingen in het eerste kwartaal vanuit de Gecertificeerde Instelling gedaald. Dit kan mogelijk verklaard worden door het feit dat wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning en Zorg en Veilig nauw met elkaar samenwerken, waardoor het aantal meldingen op het JB-plein is afgenomen en daarmee ook het aantal verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instelling is gedaald. Zij verwijzen met name naar jeugdhulp met verblijf. Huisartsen verwijzen voornamelijk naar ambulante specialistische jeugdhulp.
2.6
Verwijzingen naar jeugdhulp
Toelichting Bovenstaande tabel laat zien hoeveel verwijzingen er naar lokale jeugdhulp en naar regionale jeugdhulp hebben plaatsgevonden. Nadere toelichting Uit de tabel kunnen we opmaken dat over het algemeen meer wordt doorverwezen naar lokale jeugdhulp, dan naar regionale jeugdhulp. Dit is in de lijn met de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp.
22
2.7
Wachttijd
Lokale jeugdhulp
Regionale jeugdhulp
Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. Er worden echter nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen vaak later binnenkomen bij de backoffice. Nadere toelichting De wachttijden laten per maand een ander beeld zien: des te langer je terugkijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp. Via Berichtenverkeer Jeugdwet wisselen gemeenten en zorgaanbieders informatie uit in het kader van de Jeugdwet. Het indiceren, toewijzen en leveren van zorg wordt via deze dienst geregistreerd en gevolgd in de vorm van (retour)berichten. Vanuit het berichtenverkeer wordt vanaf 1 april 2023 de overstap gemaakt naar een nieuwe standaard (versie 3.2). Om dit in goede banen te leiden zijn minder berichten verstuurd en is er eind maart een freeze periode ingelast. De verwachting is dat aanbieders vanaf april weer startzorgberichten gaan versturen.
23
2.8
Hulpverlening wijkteams
Algemene toelichting In 2022 is er in het kader van de doorontwikkeling van de wijkteams gestart met een nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze vloeit voort uit de aanbesteding Inzet Wijkteams, welke in 2021 is uitgevoerd. Er zijn twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de situatie van voor 2022 waar de wijkteammedewerkers zowel hulp verleenden als indiceerden naar jeugdhulp. Vanaf 2022 hebben de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning de taak om inwoners te ondersteunen en hulp te bieden bij hun vraag. Daarnaast ligt de focus op het outreachend en preventief werken, door nauw samen te werken met onder andere scholen, kinderopvang, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg. De wijkteammedewerkers Toegang hebben de taak om de aanvragen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet, in behandeling te nemen. Zij onderzoeken de hulpvraag, beschrijven de bevindingen in het onderzoeksrapport, toetsen op voorliggende voorzieningen en komen tot een besluit: een beschikking voor Jeugdhulp of een gemotiveerde afwijzing. De Wijkteammedewerkers Zorg en Veilig zijn verantwoordelijk voor de Intensief vrijwillige hulpverlening (voormalige drangtrajecten die voorheen door de Gecertificeerde Instelling werden uitgevoerd).
Dit wordt ingezet naar aanleiding van een Jeugdbeschermingstafel in gezinnen waar onveiligheid speelt of sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkelingskansen van kinderen en er onvoldoende draagvlak lijkt van betrokkenen om hulpverlening te accepteren. Intensief vrijwillige hulpverlening is weliswaar vrijwillig maar niet vrijblijvend. Daarnaast ondersteunen zij collega’s bij vragen op gebied van veiligheid en huiselijk geweld. Door de splitsing van taken is de wijze van registreren gewijzigd en wordt in verschillende systemen geregistreerd. Op dit moment wordt aandacht besteed aan het verzamelen van data uit de twee systemen, zodat nieuwe, passendere tabellen met data gegenereerd kunnen worden. Nadere toelichting Zowel de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning als de wijkteammedewerkers Zorg en Veilig hebben verschillende ondersteuningsvragen opgepakt, hebben hulpverlening geboden en casusregie gevoerd in samenwerking met het gezin en de direct betrokken partners. Door een goede onderlinge samenwerking zijn hulpvragen op het gebied van veiligheid vroegtijdig(er) opgepakt. Vanwege schaarste op de arbeidsmarkt vormt het opvullen van vacatures van de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning een uitdaging.
De vaste wijkteammedewerkers Toegang hebben samen met de extra wijkteammedewerkers Toegang, die op interim basis zijn ingezet, de aanvragen in het kader van de Jeugdwet opgepakt. Ondanks deze inzet hebben we niet alle aanvragen binnen de daarvoor geldende termijn kunnen oppakken en is er sprake van een wachtlijst.
24
3.
Wmo en doelgroepenvervoer
De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
3.1
Trends en ontwikkelingen Cliënten per wijk Leeftijdsverdeling Zorgstapeling Beschikkingen Doelgroepenvervoer
Trends en ontwikkelingen
Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toe neemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden. Het kabinet wil voor specifiek de huishoudelijke hulp naar een ‘eerlijkere eigen bijdrage’, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens . Het kabinet wil vanaf 1 januari 2025 de eigen bijdrage aanpassen. Voor de meeste huishoudens heeft het voorstel echter geen gevolgen en blijft de eigen bijdrage € 19 per maand. Voor huishoudens met een inkomen boven de 185% van het sociaal minimum gaat de eigen bijdrage geleidelijk omhoog. 2.
De (dubbele) vergrijzing
Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%1. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.
1 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.
25
3.2
Cliënten per wijk
Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de periode 2021 tot en met het eerste kwartaal van 2023. Omdat de cijfers voor 2023 het lopende meetjaar betreffen zullen deze gedurende het jaar verder oplopen. Daarom kunnen deze cijfers nog niet worden meengenomen in de analyse. In 2021 en 2022 is over het algemeen te zien dat het aantal cliënten in zorg toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Ook is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen die inmiddels zijn verhuist naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal toeneemt wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt. De groep die inmiddels is verhuist wordt immers steeds groter naar mate de tijd vordert.
26
3.3
Leeftijdsopbouw
Toelichting De gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2023 – maart 2023 was de toename van het aantal cliënten in vergelijking met dezelfde maanden in 2022 kleiner, maar het aantal cliënten in zorg was groter. Ook in het eerste kwartaal van 2023 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen (jongere) Wmo cliënten zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: -
een beperking of handicap, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden), hierbij is vaak individuele begeleiding een passende oplossing.
27
3.4
Zorgstapeling
Toelichting Legenda
HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft. HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening. BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding.
Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: De gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerkvoorzieningen zien. In lijn met de lange termijn verwachting is in de periode april 2021 – maart 2023 het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) verder toegenomen. De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.
28
3.5
Beschikkingen
Toelichting Legenda:
AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning; BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding; HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening; RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas; WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;
Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ De gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe (blauw) en openstaande (roze) beschikkingen Wmo zien. Over de jaren heen is te zien dat het aantal beschikkingen toeneemt. De grootste toename is te zien bij de AVS en WV. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale lange termijn ontwikkelingen. In het eerste kwartaal van 2023 is de optelsom van het aantal openstaande en nieuwe beschikkingen nagenoeg stabiel. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in januari 2022 heeft te maken met de administratieve herindicatie van de Begeleidingsindicaties. De toename van de nieuwe beschikkingen in oktober 2022 wordt verklaard door de herindicaties Hulp bij het Huishouden. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in maart 2023 (RO en VV) heeft te maken met een administratieve omzetting.
29
3.6
Doelgroepenvervoer
Toelichting Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes heeft een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. In het eerste kwartaal 2023 is het aantal ritten bij Wmo en het aantal personen binnen leerlingen- en jeugdvervoer in zekere zin in lijn met de aantallen van het vierde kwartaal 2022. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2022 zijn de aantallen in 2023 tot nu toe sterk gestegen. De bezettingsgraad lijkt te normaliseren (zoals voor corona). Het stiptheidspercentage is vergelijkbaar met dezelfde periode in 2022, maar hoger dan het laatste kwartaal van 2022. Dit is een mooie trend. Helaas zijn de gegevens van maart 2023 nog niet verwerkt door lopende facturatie waardoor er beperkt uitspraken gedaan kunnen worden. De verwachting is dat door vergrijzing en geen coronamaatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.
30