Bestuursrapportage SD 2022 BD.pdf
Tekst van het document
Bestuursrapportage Sociaal Domein 2022 Gemeente Barendrecht
1
Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 3 Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 1.
2.
3
Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening .............................................. 5 1.1
Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ................................................................................. 5
1.2
Segmentatie ............................................................................................................................ 9
1.3
In- en uitstroom ..................................................................................................................... 12
1.4
Arbeidsbeperkten .................................................................................................................. 15
1.5
Minimavoorzieningen............................................................................................................ 15
1.6
Schuldhulpverlening .............................................................................................................. 17
Jeugdhulp en Wijkteams .............................................................................................................. 18 2.1
Leeftijdsverdeling .................................................................................................................. 18
2.2
Unieke cliënten...................................................................................................................... 19
2.3
Unieke cliënten per wijk ........................................................................................................ 21
2.4
Verwijzers .............................................................................................................................. 22
2.5
Wachttijd ............................................................................................................................... 23
2.6
Hulpverlening wijkteams ....................................................................................................... 25
2.7
Cliëntervaring jongeren 2022 ................................................................................................ 26
2.8
Cliëntervaring ouders 2022 ................................................................................................... 27
Wmo en doelgroepenvervoer ...................................................................................................... 28 3.1
Trends en ontwikkelingen ..................................................................................................... 28
3.2
Cliënten per wijk Wmo .......................................................................................................... 29
3.3
Leeftijdsopbouw Wmo .......................................................................................................... 30
3.4
Zorgstapeling Wmo ............................................................................................................... 31
3.5
Beschikkingen Wmo .............................................................................................................. 32
3.6
Doelgroepenvervoer ............................................................................................................. 33
3.7
Cliëntervaringsonderzoek Wmo ............................................................................................ 35
2
Bestuursrapportage Sociaal Domein Q2 2022 Inleiding Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C cyclus. De ontwikkeling van de bestuursrapportage is een continu proces. Elke nieuwe versie van de bestuursrapportage wordt beter en specifieker. We starten de rapportage met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Vervolgens treft u de cijfers aan over 2022 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening, Jeugdhulp en wijkteams en WMO en doelgroepenvervoer. Wij zijn ons ervan bewust dat veel wordt verklaard en toegeschreven aan de coronamaatregelen. Echter, de consequenties van deze maatregelen zijn binnen het sociaal domein goed te zien en daarom van belang om te vermelden.
Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie Het uitkeringsbestand is stabiel gebleven. Er zijn geen grote dalingen of stijgingen te zien. Dit is niet conform de landelijke trend. Uitkeringsgerechtigden in Barendrecht hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zien we ook terug in de instroom. Ondanks de krappe arbeidsmarkt is het genereren van uitstroom van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een uitdaging gebleken. De mensen die uitstromen doen dit doorgaans wel op een duurzame wijze. Verder is er in 2022 een hoge instroom van statushouders geweest middels de huisvestingstaakstelling. Dit komt doordat er is ingelopen op de in 2021 opgelopen achterstand. Dit heeft tot gevolg dat er meer mensen ingestroomd zijn in de uitkering. Deze mensen zijn niet direct bemiddelbaar naar werk. Er wordt ingezet op duale trajecten voor deze groep, maar inburgeren heeft in eerste instantie voorrang op het vinden van werk. Het aandeel jongeren is binnen de gestelde kritische prestatie indicatoren (KPI’s) gebleven maar wel gestegen. Dit heeft onze aandacht. Voor het minimabeleid zien we in 2022 een stijging als het gaat om het aantal aanvragen bijzondere bijstand en overige minimaregelingen.
Jeugdwet In het jaar 2022 is er, ten opzichte van 2021, sprake van een toename van het aantal cliënten dat gebruik maakt van lokaal gecontracteerde zorg. De stijging is vooral zichtbaar in het perceel “Jeugd GGz”. Bij de percelen “jeugdhulp voor jeugdigen met een beperking” en “dyslexie” is daarentegen sprake van een daling van het aantal cliënten dat gebruik maakt van deze vormen van jeugdhulp. Het aantal cliënten dat gebruik maakte van de regionaal ingekochte zorg is ten opzichte van vorig jaar gedaald. In 2022 is minder gebruik gemaakt van pleegzorg en ambulante hulpverlening. Daarentegen is het aantal cliënten bij “opname”, “steun, hulp of behandeling overdag” en “landelijk ingekochte jeugdhulp” gestegen t.o.v. vorig jaar. Het beroep op de wijkteams was ook het afgelopen jaar hoog. De wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning hebben in samenwerking met het gezin en betrokken partners hulpverlening geboden. Door het beter positioneren van het Jeugdbeschermingsplein en de aanstelling van wijkteammedewerkers Zorg & Veilig hebben we hulpvragen op het gebied van veiligheid eerder kunnen oppakken en is het aantal meldingen op het Jeugdbeschermingsplein afgenomen. Om de vragen, die bij de Toegang zijn binnengekomen, te kunnen beantwoorden is in het afgelopen jaar extra capaciteit ingezet.
Ondanks deze inzet hebben we niet alle aanvragen binnen de daarvoor geldende termijn kunnen oppakken en is er sprake van een wachtlijst.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning De lange termijn verwachting blijft dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe, het beeld over de gehele gemeente in 2022 is dat het aantal cliënten licht is gestegen. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting is ook in 2022 sprake van een lichte toename in de zorgstapeling. Dit komt vooral door de toename van de cliënten die gebruik maken van de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Hetzelfde beeld is te zien bij het aantal openstaande en nieuwe beschikkingen. Ook hier is de stijging vooral toe te schrijven aan de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH).
3
Het gebruik van het Wmo-vervoer is nog niet volledig genormaliseerd ten opzichte van vóór corona. Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen- en jeugdwetvervoer voor een toename heeft gezorgd. Het aantal leerlingen en jeugdigen dat gebruik heeft gemaakt van vervangend vervoer is in januari t/m december 2022 toegenomen met circa 17,6%. De verwachting is dat door vergrijzing en geen corona maatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugden leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.
4
1. Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening Hieronder is verschillend datamateriaal over werk en inkomen, minimavoorzieningen en schuldhulpverlening gevisualiseerd om inzicht te geven op deze terreinen. Er wordt gestart met het uitkeringsbestand. De data eronder zijn een nadere uitsplitsing van het uitkeringsbestand. Deze data geven inzicht in de opbouw van het uitkeringsbestand. Verschillende kenmerken worden belicht. Hierna gaan we dieper in op de verschillende segmenten. De hoogte van het uitkeringsbestand is afhankelijk van de in- en uitstroom. Allereerst bekijken we in hoeverre we met preventieve maatregelen voorkomen dat mensen instromen. Vervolgens bekijken we de in- en uitstroom, waarbij er extra aandacht is voor een speciale groep instroom, zijnde statushouders. De groep arbeidsbeperkten is een aparte aandachtsgroep binnen het uitkeringsbestand. Hiervoor is dan ook speciale aandacht voor binnen de bestuursrapportage. Bij de verschillende tabellen staat een uitleg van de tabel. De verklaring is opgenomen in de toelichtingsteksten. Het kan zijn dat cijfers van verschillende tabellen niet exact overeenkomen. Dit komt omdat gegevens uit verschillende rapporten worden gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren.
1.1 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand
Uitleg Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘Ioaw/Ioaz’ zijn regelingen voor oudere werklozen (IOAW: geboren voor 1965; IOAZ: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'BBZ' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals aantal inwoners en de demografie van een gemeente en daarnaast regionale en landelijke trends (stijging/daling). Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget wordt gebruikt. Toelichting In 2022 zien we fluctuaties in het uitkeringsbestand. Deze hebben een bandbreedte van 39 dossiers. De gestelde KPI is 490. Hier wordt niet aan voldaan. Het vastgestelde budget voor 2022 was niet toereikend voor de te verstrekken uitkeringen.
Het stabiele beeld van het uitkeringsbestand is niet in lijn met landelijke ontwikkelingen waar er door de economische groei in 2022 en de krappe arbeidsmarkt een daling te zien is. De trajecten die in 2022 zijn ingezet hebben in 2022 onvoldoende effect gesorteerd. Dit komt door de soort instroom (relatieve grote afstand tot de arbeidsmarkt; bv. statushouders, multi-problematiek) en doordat trajecten die ingezet zijn voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt tijd nodig hebben om uitstroom te genereren. In de tabellen hieronder gaan we dieper in op de kenmerken van het uitkeringsbestand. Daarmee visualiseren we bovenstaande toelichting.
5
Uitleg De rode lijn geeft aan dat er teveel jongeren zijn ingestroomd ten opzichte van de gestelde KPI en de groene lijn geeft aan dat het aantal jongeren dat instroomt onder de gestelde KPI is gebleven. In de tabel is het aantal jongerendossiers te zien. Het betreft het aantal uitkeringsdossiers waarbij de cliënt en (indien van toepassing) de partner jonger dan 27 jaar zijn. Toelichting De gestelde doelstelling voor 2022 over het aantal jongerendossiers is niet behaald. Er is een stijging te zien in het aantal jongerendossiers (dit is ook terug te zien in de tabel “leeftijd”). Deze stijging heeft onze aandacht. De oorzaak ligt mede in de instroom van jonge statushouders die met hun inburgering bezig zijn.
Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn gewijzigd. Er zijn steeds meer jongeren die een beroep doen op een uitkering, van 0 t/m 27 jaar is aan het stijgen, namelijk 60 in januari en 75 in december. De doelgroep 28 t/m 45 jaar is stabiel gebleven en de doelgroep 46 jaar en ouder is met 15 gestegen van 297 in januari naar 312 in december. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen.
6
Uitkeringsduur Deze tabel verdeelt het uitkeringsbestand in hoe lang mensen een uitkering ontvangen.
Toelichting Binnen het uitkeringsbestand zien we een verschuiving van de duur dat mensen in de uitkering zitten. Het aandeel van mensen dat minder dan 1 jaar uitkeringsgerechtigd is, is gestegen ten opzichte van mensen die 1-3 jaar een uitkering ontvangen. De verklaring hiervoor is dat de instroom in 2022 meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft (multi-problematiek) en/of eerst met hun inburgering aan de gang moeten (statushouders). Dit is terug te zien in de segmentering die later aan bod komt. Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is gedaald in Barendrecht. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.
Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen: bij alleenstaande is een stijging te zien van 38 (294 in januari 2022 en 332 in december), bij alleenstaande ouders is een daling te zien van 7 ( 86 in januari en 79 in december) en bij gehuwden is een lichte stijging te zien van 2 (110 in januari en 112 in december).
7
Uitkeringsbestand per wijk Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. De grootte van de wijk speelt een rol. In de tabel is te zien dat daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zullen zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink toe. Ten opzichte van voorgaande jaren hebben er in 2022 wijzigingen plaatsgevonden in bepaalde wijken.
8
1.2 Segmentatie Uitleg Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers.
De 3 segmenten zijn: 1. Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 6 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn weinig tot geen belemmeringen. 2. Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 6 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. 3. De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (51,24%) ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 33,65% is het doen van vrijwilligerswerk en het meedoen in de samenleving op dit moment het hoogst haalbare en voor 15,11% is het mogelijk direct aan het werk te gaan eventueel met bemiddeling. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Tevens zien we dat dit aandeel stijgt. Dit is in lijn met de tabel uitkeringsduur.
Dit komt door de instroom van statushouders (en hun inburgering) en mensen met een dusdanige complexe problematiek dat zij ondanks de krappe arbeidsmarkt niet direct bemiddelbaar zijn.
Segment ‘Werk’ Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor 2022 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. De uitstroom zit nog niet op het gewenste niveau wel zien we dat de mensen die uitstromen ook duurzaam uitstromen.
9
Uitleg Uitstroom naar werk en opleiding In 2022 wilden wij minimaal 90 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. Er zijn 54 personen bemiddeld naar werk of een opleiding. Hiermee hebben wij de KPI niet behaald. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. In het laatste deel van 2022 zijn er verschillende zaken uitgezet om (in een later stadium) een hogere uitstroom te genereren. Te denken valt aan een nog beter inzicht in het uitkeringsbestand (diagnose-instrument) en meer en beter aansluitende trajecten. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit is zowel voor de inwoners als voor de gemeente een voordeel. Dit noemen we duurzame uitstroom. Het percentage duurzame uitstroom is met 96,5% ruim boven de gestelde norm van 70%. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt. SRoI In 2022 zijn er twee personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting.
Op dit moment wordt er samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk In 2022 heeft 13,28% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling is, om dit tenminste 10% te laten zijn. Hierdoor voldoen wij op dit moment aan de gestelde doelstelling. Segment ‘Re-Integratie’ Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk.
10
Toelichting In 2022 was het doel om voor meer doorstroom tussen het segment, re-integratie en werk te zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ te maken. Dit betekent dat er over 2022 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en reintegratie naar werk. Over 2021 was de doorstroom naar segment werk 8,5%. Over 2022 is dit 6,7%. Dit betekent dat er krimp zit in de doorstroom en dat de doorstroom naar het segment werk nog niet voldoet aan de doelstelling van 20%. Wij hebben in 2022 74 opleidingstrajecten kunnen aanbieden (33 gestart in 2022), 36 keer een werkervaringsplek ingezet (20 gestart) en 212 keer een traject ingezet dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt (143 gestart). Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Met name in de tweede helft van 2022 zijn er veel trajecten ingezet. Het aantal werkervaringsplekken blijft achter. De reden hiervan is dat het lastig is om kwalitatief goede werkervaringsplekken te vinden. Deze plekken moeten qua werkzaamheden en begeleiding aansluiten op de behoefte van de desbetreffende persoon. De gemeente Barendrecht is continu op zoek naar goede plekken. Bij een gebrek hieraan zijn er alternatieve trajecten ingezet om mensen wel de stappen te kunnen laten zetten die zij nodig hebben om de afstand naar de arbeidsmarkt te verkleinen.
Dit is terug te zien in het hoge aantal ‘Overige trajecten’. Segment ‘Sociale activering’ Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij.
11
Uitleg Voor het segment sociale activering is voor 2022 een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2022 wilden wij dat in ieder geval 70 personen vrijwilligerswerk verrichten. In 2022 zien we een kleine daling van het aantal mensen dat vrijwilligerswerk verricht. Om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is, is een verdere intensivering van de samenwerking met onze partners nodig. Daarbij was het streven in 2022 dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 21%. Daar waar nodig worden mensen door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichtingen. Wij proberen regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden. Opvallend is de stijging van het percentage ontheffingen korter dan een jaar. De reden wordt onderzocht.
1.3
In- en uitstroom
De in- en uitstroom bepaalt uiteindelijk de hoogte van het uitkeringsbestand. De instroom is mede afhankelijk van landelijke trends. Op dit moment is er een krappe arbeidsmarkt. De instroom is in vergelijking met 2021 iets lager. Toch is er een aantal factoren dat er voor zorgt dat de instroom niet nog lager is, namelijk de instroom van statushouders en het technisch vergemakkelijken van een aanvraag (om die mensen te kunnen ondersteunen die daar recht op hebben). De gemeente Barendrecht wil ook voorkomen dat mensen afhankelijk worden van een uitkering als dit nodig is. Dit wordt uitgedrukt in de preventiequote. Ook is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in de soort instroom zodat mensen zo kort mogelijk niet deelnemen aan het arbeidsproces. Hoe langer een uitkering hoe moeilijker het wordt om weer aan het werk te gaan. Eerst kijken we naar de hoogte van de in- en uitstroom, vervolgens naar het voorkomen van instroom en een specifieke instroom (statushouders) en als laatste naar de soort uitstroom. In- en uitstroom Uitleg Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is.
Toelichting: Het uitkeringsbestand blijft stabiel. Preventiequote Uitleg Om ervoor te zorgen dat het uitkeringsbestand niet stijgt, is een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden van werk tijdens het aanvraagproces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in
12
het bijzonder voor jongeren. De gemeente Barendrecht vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met in eerste instantie een opleiding en anders werk. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventiequote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.). Aangezien in maart de implementatie van eDiensten heeft plaatsgevonden wijkt de lay out af van de reguliere visualisatie en kunnen er lichte afwijkingen zijn. Dit doet niks af aan de resultaten in grote lijnen.
Jongeren Melding Toekenning preventiequote januari 6 1 83% februari 5 2 60% maart 8 4 50% april 1 0 100% mei 3 1 67% juni 9 1 89% juli 5 1 80% augustus september 7 1 86% oktober 3 0 100% november 6 3 50% december 1 0 100% Totaal 54 14 74%
Volwassenen Melding Toekenning Preventiequote januari 10 4 60% februari 6 1 83% maart 8 3 63% april 12 6 50% mei 10 9 10% juni 13 11 15% juli 14 10 29% augustus 17 8 53% september 3 2 33% oktober 6 6 0% november 10 7 30% december 10 8 20% Totaal 119 75 37%
Toelichting Er is te zien dat in 2022 de preventiequote voor jongeren 74% bedraagt. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 60%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar in eerste instantie een opleiding en anders werk. Voor volwassenen (ouder dan 27) is de preventiequote 37%. Dit is lager dan de gestelde KPI van 50%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering. Huisvestingstaakstelling statushouders/vergunninghouders Uitleg: De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers.
De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. De vertaling naar aantal uitkeringsdossiers is hiermee niet 1 op 1 te maken. Er wordt er van uitgegaan dat het aantal uitkeringsdossiers 40% is van het gehuisveste aantal personen. Dit is afhankelijk van de migratiestroom en de mogelijkheid tot gezinshereniging.
13
Toelichting: Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we een in 2021 opgelopen achterstand. Er is met woningcorporaties, het COA en de Provincie een plan van aanpak opgesteld om in te lopen op de taakstelling. De plaatsingen zijn in 2022 weer op gang gekomen. Met name in de tweede helft van 2022 is er een inhaalslag gemaakt op de taakstelling. Door migratiestromen, de druk op de asielketen en de krapte op de woningmarkt ontstaat er meer druk op de huisvestingstaakstelling. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2022 was 28. De achterstand op de huisvestingstaakstelling bedroeg 49. Dat betekent dat de cumulatieve opdracht van de provincie 77 personen bedroeg. Er zijn in de eerste helft van 2022 28 mensen gehuisvest. Dat betekent dat de achterstand op 1 juli 2022 49 personen was. De taakstelling voor de tweede helft van 2022 was 38. Dat betekent dat de cumulatieve opdracht van de provincie 87 personen behelsde. In de tweede helft van 2022 zijn er 68 personen gehuisvest. Dat betekent een achterstand van 19 personen. De achterstand is 30 personen minder dan aan het begin van 2022. Dit betekent dat er meer mensen ingestroomd zijn in de uitkering. Uitstroom Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand afgesloten is uitgesplitst naar reden van beëindiging.
Toelichting: Er is in 2022 geen grote verschuiving te zien in reden van uitstroom. Het deel waar de gemeente invloed op heeft (m.n. opleiding en werk) is verder uitgewerkt in de prestatie-indicatoren die zijn opgenomen in de jaarstukken.
14
1.4 Arbeidsbeperkten Uitleg: Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar te stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de BUIG. Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling.
Toelichting: In 2022 waren er 62 lopende garantiebanen waarvan er 16 gestart zijn in dat jaar. Hiermee voldoen we aan de doelstelling die voor 2022 is gesteld (45). Er zijn 4 personen met een advies beschutte werkplek en die daar werken.
1.5 Minimavoorzieningen
15
Algemene Toelichting De verwachte stijging van het aantal minima ten gevolge de Corona-crisis, blijft uit. We zien wel een andere ontwikkeling, namelijk de stijging van de vaste lasten ten gevolge van de inflatie en de hoge energiekosten. In 2022 hebben we aan een grote groep minima Energietoeslag verstrekt. Deze aanvragen zijn apart geregistreerd en komen niet terug in de hierboven genoemde cijfers. De aanvraagtermijn van de Energietoeslag staat open tot april 2023. Via de bijzondere bijstand is naast de Energietoeslag ook apart beleid opgesteld voor de energiekosten waarbij individueel gekeken kan worden naar wat er nodig is. Hier is bijna geen gebruik van gemaakt. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling Ook in 2023 zal er een Energietoeslag worden verstrekt. Dit kan pas na vaststelling van de wet in de tweede helft van het jaar.
16
1.6 Schuldhulpverlening
Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLAN-groep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staat in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: De inflatie en stijging van de vaste lasten raakt veel inwoners. Dit raakt de bestaanszekerheid van steeds meer inwoners. Inwoners die financiële problemen ondervinden, melden zich niet meteen, maar na een paar jaar en dat is zorgelijk. Dit heeft er mee te maken dat het hebben van financiële problemen nog geen problematische schuldensituatie betreft. Ook ervaren inwoners schaamte en mogelijk een drempel. Ten opzichte van 2021, zien we in 2022 een daling van het aantal aanmeldingen alsmede het aantal dossiers in behandeling. In oktober 2022 zijn we gestart met de implementatie van de applicatie waarin klantinformatie wordt geregistreerd en vanuit die applicatie wordt ook gerapporteerd en beschikt. De implementatie is nog niet afgerond en om die reden zijn de cijfers van het laatste kwartaal niet verwerkt.
17
2. Jeugdhulp en Wijkteams 2.1 Leeftijdsverdeling
Algemene toelichting De verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in 2022 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in 2020 en 2021. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie. Nadere toelichting Het percentage cliënten met jeugdhulp is bij alle leeftijdscategorieën, met uitzondering van 12-17 jaar, vergelijkbaar met dat van vorig jaar. In de leeftijdscategorie 12-17 jaar is sprake van een lichte stijging. De oorzaak kan gelegen liggen in de gevolgen van de Coronacrisis, waarbij maatregelen als bv het sluiten van onderwijs invloed hebben gehad op het mentaal welbevinden van jongeren en daarmee het gebruik van basis GGz.
18
2.2 Unieke cliënten
Per zorgvorm
Algemene toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: Zorg In Natura (ZIN), Persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting In 2022 is sprake van een daling van het aantal ZIN-cliënten ten opzichte van vorig jaar. Ook het aantal cliënten dat gebruik maakt van een persoonsgebonden budget (PGB) is ten opzichte van vorig jaar gedaald. Dit is mede veroorzaakt doordat een aantal cliënten is doorgestroomd naar de Wet langdurige zorg (Wlz). PGB’s worden zowel ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp. Ook het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel ZIN als PGB is gedaald.
Per contractvorm
Algemene toelichting: De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Dit betreft een voorlopig beeld omdat tot 40% van de toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt. Nadere toelichting: In het jaar 2022 is er, ten opzichte van vorig jaar, sprake van een toename van het aantal cliënten dat gebruik maakt van lokaal gecontracteerde zorg. De inzet van de regionaal ingekochte zorg is ten opzichte van vorig jaar gedaald.
19
Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal
Algemene toelichting Bovenstaande grafieken geven het aandeel cliënten weer per perceel (lokaal) of per opdracht (regionaal). De bovenste grafiek geeft het aantal cliënten weer met lokaal gecontacteerde zorg. De onderste grafiek geeft het aantal cliënten weer voor regionale zorg. De donkerblauwe balk geeft het aantal cliënten van 2022 weer en de lichtblauwe balk het aantal cliënten van 2021 in dezelfde periode. De zwarte lijn is het aantal cliënten aan het einde van vorig jaar. Nadere toelichting Wat betreft de lokaal gecontracteerde zorg, zien we dat bij perceel “Jeugd GGz” sprake is van een stijging van het aantal cliënten t.o.v. van 2021. Bij de percelen “jeugdhulp voor jeugdigen met een beperking” en “dyslexie” is daarentegen sprake van een daling van het aantal cliënten dat gebruik maakt van deze vormen van jeugdhulp.
20
Op regionaal niveau zien we dat 2022 minder gebruik is gemaakt van pleegzorg (opdracht A) en ambulante hulpverlening (opdracht E). De inzet van ambulante hulpverlening is lager dan vorig jaar als gevolg van de aanpak van de wachtlijsten vanuit de GRJR. De afname wordt veroorzaakt door de gevolgen van de aanpassing van het Woonplaatsbeginsel, waardoor cliënten zijn uitgestroomd. Daarnaast is de trend dat Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond minder snel over gaat tot het uit huis plaatsen van een jeugdige. Wanneer dit toch nodig is, dan is de problematiek van de jongeren vaak te complex, waardoor zij niet terecht kunnen bij pleegouders. Het aantal cliënten in opdracht B: opname, is licht toegenomen onder andere als gevolg van de uitstroom vanuit jeugdhulp plus en gesloten residentiele zorg en de instroom naar een open residentiele behandelsetting. De landelijk ingekochte jeugdhulp is t.o.v. 2021 licht gestegen. Dit past in de landelijke trend van de toegenomen zorgvraag en zorgzwaarte van de jeugdigen. Artsen en medisch specialisten zijn hierbij de belangrijkste verwijzers.
2.3 Unieke cliënten per wijk Lokale Jeugdhulp
Regionale Jeugdhulp
Algemene toelichting
21
De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. Net als vorig jaar wonen de meeste cliënten met een indicatie voor jeugdhulp in de wijken Vrijenburg, Meerwede, Nieuweland en Buitenoord. In de wijken Vrijenburg en Meerwede staan in verhouding meer sociale huurwoningen. Tevens wonen er in de wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen, hetgeen kan verklaren dat in die wijken meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgerichte interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.
2.4 Verwijzers Lokale jeugdhulp
Toelichting Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam (gemeente). Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan.
Regionale jeugdhulp
Toelichting
22
Bovenstaande tabel maakt de verwijzers naar regionale jeugdhulp inzichtelijk. De huisarts is daarbij, naast de gemeente en de Gecertificeerde Instelling, de belangrijkste verwijzer. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Huisartsen verwijzen voornamelijk naar ambulante specialistische jeugdhulp en de Gecertificeerde Instellingen verwijzen met name naar jeugdhulp met verblijf.
Toelichting Bovenstaande tabel laat zien hoeveel verwijzingen er naar lokale jeugdhulp en naar regionale jeugdhulp hebben plaatsgevonden. Nadere toelichting Uit de tabel kunnen we opmaken dat er meer wordt doorverwezen naar lokale jeugdhulp, dan naar regionale jeugdhulp. Dit is in de lijn van de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp.
2.5 Wachttijd Lokaal
23
Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp, op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum, inzichtelijk. Er worden echter nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen vaak later binnenkomen bij de backoffice. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien. Hoe langer je terug kijkt, des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp.
24
2.6 Hulpverlening wijkteams
Algemene toelichting Per 1 januari 2022 is er in het kader van de doorontwikkeling van de wijkteams gestart met een nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze vloeit voor uit de aanbesteding Inzet Wijkteams, welke in 2021 is doorlopen. Er zijn twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de situatie van voor 2022, waarbij de wijkteammedewerkers preventie en ondersteuning de taak hebben om inwoners te ondersteunen en hulp te bieden bij hun vraag. Daarnaast ligt de focus op het outreachend en preventief werken, door nauw samen te werken met onder andere scholen, kinderopvang, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg. De wijkteammedewerkers Toegang hebben de taak om de aanvragen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet, in behandeling te nemen. Zij onderzoeken de hulpvraag, beschrijven de bevindingen in het onderzoeksrapport, toetsen op voorliggende voorzieningen en komen tot een besluit; een beschikking voor jeugdhulp of een gemotiveerde afwijzing. De Wijkteammedewerkers Zorg en Veilig zijn vanaf dit jaar verantwoordelijk voor de Intensief vrijwillige hulpverlening (voormalige drangtrajecten die door de Gecertificeerde Instellingen werden uitgevoerd).
Dit wordt ingezet naar aanleiding van een jeugdbeschermingstafel in gezinnen waar onveiligheid speelt of sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkelingskansen van kinderen en er onvoldoende draagvlak lijkt van betrokkenen om hulpverlening te accepteren. Intensief vrijwillige hulpverlening is weliswaar vrijwillig maar niet vrijblijvend. Daarnaast ondersteunen zij collega’s bij vragen op gebied van veiligheid en huiselijk geweld. Door de splitsing van taken is de wijze van registreren gewijzigd en wordt in verschillende systemen geregistreerd. Op dit moment wordt aandacht besteed aan het verzamelen van data uit de 2 systemen, zodat nieuwe, passendere tabellen met data gegenereerd kunnen worden. Nadere toelichting Het beroep op de wijkteams was het afgelopen jaar groot. Met name bij de wijkteammedewerkers Toegang. Er was enerzijds sprake van een toename van het aantal nieuwe vragen (o.a. vanwege de effecten van de Coronacrisis) en anderzijds door het afgeven van herindicaties. De herindicaties zijn vanaf 2022, in tegenstelling tot voorgaande jaren, als aparte aanvragen in het kader van de Jeugdwet behandeld. Daarnaast is het lastig gebleken om vacatures op vaste formatiebasis in te vullen. Om de vragen van onze jeugdige inwoners te kunnen beantwoorden zijn extra wijkteammedewerkers Toegang op interim basis ingezet.
Ondanks de extra inzet hebben we niet alle aanvragen binnen de daarvoor gelden termijn kunnen oppakken en was er sprake van een wachtlijst. Zowel de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning als de wijkteammedewerkers Zorg en Veilig hebben verschillende ondersteuningsvragen opgepakt, hebben hulpverlening geboden en casusregie gevoerd in samenwerking met het gezin en de direct betrokken partners. Door een goede onderlinge samenwerking zijn hulpvragen op het gebied van veiligheid eerder opgepakt, waardoor het aantal meldingen op het Jeugdbeschermingsplein is afgenomen. Vanwege schaarste op de arbeidsmarkt vormt het opvullen van vacatures van de wijkteammedewerkers Preventie en Ondersteuning eveneens een uitdaging.
25
2.7 Cliëntervaring jongeren 2022
Toelichting cliëntervaring 2022 De waardering voor het wijkteam van de gemeente is in 2022 over de meeste onderdelen gestegen ten opzichte van 2021. Van de respondenten die het gesprek prettig vonden is zelfs een stijging van 30% te zien. Alleen bij het onderdeel ‘wist van de cliëntondersteuner’ is een daling te zien van 21%. Het gemiddelde cijfer dat respondenten geven voor de hulp die zij krijgen is een 7,2, dat is net wat hoger dan in 2021. Over de vragen over de kwaliteit van de hulp zijn door onvoldoende respondenten antwoord gegeven. In plaats van resultaten in grafieken is ervoor gekozen om twee citaten op te nemen die door jongeren zijn geschreven bij de open vraag. De meeste respondenten geven aan dat de hulp het gewenste resultaat oplevert. Opvallend is wel dat 18% van de respondenten aangeeft niet tevreden te zijn met het (tot nu toe) bereikte resultaat van de hulp. Het is van belang om te benoemen dat de respons voor jongeren aan de lage kant zit (7%). Dat betekent dat we niet met zekerheid kunnen zeggen of het onderzoeksresultaat representatief is voor de hele populatie.
26
2.8 Cliëntervaring ouders 2022
Toelichting cliëntervaring 2022 De waardering voor het wijkteam van de gemeente is in 2022 over de meeste onderdelen niet veel veranderd ten opzichte van 2021. Er zijn geen grote schommelingen in de waardering te zien bij ouders. Het gemiddelde cijfer dat respondenten geven voor de hulp die zij krijgen is een 7,7, dat is een half punt hoger dan in 2021. De resultaten met betrekking tot de kwaliteit van de hulp is verbeterd ten opzichte van 2021. Daarnaast geven de meeste respondenten aan dat de hulp het gewenste resultaat oplevert. Net als bij de jongeren geeft 18% van de respondenten aan niet tevreden te zijn met het (tot nu toe) bereikte resultaat van de hulp. Het respons van de ouders ligt met 14% hoger dan het respons van de jongeren die hebben deelgenomen aan dit onderzoek. Dat betekent dat het resultaat van het onderzoek bij de ouders een betrouwbaarder beeld geeft van de ervaring dan dat van de jongeren. Omdat de respons ook hier aan de lage kant is, is niet met zekerheid te zeggen of het onderzoeksresultaat representatief is voor de hele populatie.
27
3 Wmo en doelgroepenvervoer De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. Trends en ontwikkelingen Wmo 2. Wmo cliënten per wijk 3. Leeftijdsverdeling Wmo 4. Zorgstapeling Wmo 5. Wmo beschikkingen 6. Doelgroepenvervoer 7. Cliëntervaringsonderzoek Wmo
3.1 Trends en ontwikkelingen Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toeneemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden1. Het kabinet wil voor specifiek de huishoudelijke hulp naar een ‘eerlijkere eigen bijdrage’, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens2. Het kabinet wil vanaf 1 januari 2025 de eigen bijdrage aanpassen. Voor de meeste huishoudens heeft het voorstel echter geen gevolgen en blijft de eigen bijdrage € 19 per maand. Voor huishoudens met een inkomen boven de 185% van het sociaal minimum gaat de eigen bijdrage geleidelijk omhoog. 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen.
Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%3. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de Wet verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.
1 DERDE MONITOR ABONNEMENTSTARIEF WMO – 2021 pag. 24-32 2 Ministerie van VWS, Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo, 28 maart 2022, p. 9. 3 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.
28
3.2 Cliënten per wijk Wmo
Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de jaren 2020 tot en met 2022. Te zien is dat in de meeste wijken het aantal cliënten in zorg toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Een stijging wordt ook in 2023 verwacht. Daarnaast is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen die inmiddels zijn verhuisd naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal toeneemt wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt. De groep die inmiddels is verhuisd wordt immers steeds groter naar mate de tijd vordert.
29
3.3 Leeftijdsopbouw Wmo
Toelichting Het gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2022 – maart 2022 was de toename van het aantal cliënten in vergelijking met de maanden iets groter. Dit komt voornamelijk doordat de toenmalige wachtlijst in deze periode is weggewerkt. In de periode april – juni 2022 steeg het aantal cliënten licht. Over heel het jaar 2022 is een lichte stijging te zien in het aantal cliënten in zorg. Ook in 2022 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen Wmo cliënten onder de 60 jaar zijn minder groot.
Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden); hierbij is vaak individuele begeleiding passend.
30
3.4 Zorgstapeling Wmo
Toelichting Legenda HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft. HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening. BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: Het gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerkvoorzieningen zien. In lijn met de lange termijn verwachting is in 2022 het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) verder toegenomen. De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.
31
3.5 Beschikkingen Wmo
Toelichting tabel: AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning; BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding; HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening; RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas; WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;
Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ Het gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe (donkerblauw) en openstaande (lichtblauw) beschikkingen Wmo zien. In 2022 was sprake van een lichte toename met circa 2%. De grootste toename is te zien bij de HH en WV. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale lange termijn ontwikkelingen. De toename van HH in het 2e halfjaar wordt veroorzaakt door herindicering. Vanaf mei 2022 wordt AVS niet meer geïndiceerd. Dit zorgt voor een flinke afname bij AVS en een flinke toename bij HH. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in januari heeft te maken met de administratieve herindicatie van de Begeleidingsindicaties en het ingaan van de PGB’s voor 2022.
32
3.6 Doelgroepenvervoer KPI's Doelgroepenvervoer - Resultaten Barendrecht augustus 2020 t/m dec 2022 Bron stipheid, ritduur, gebruikersaantallen: Dashboard Ritduur gepland gemiddeld in min. (max. 90 minuten) Maand
LLV
Jeugd
Schakel
Maand
%
Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
28,0 42,8 41,4 40,6 40,3 23,9 27,8 28,9 29,0 30,8 31,1 31,4 29,6 31,6 32,0 32,3 32,8 30,6 31,8 32,5 31,9 32,9 32,5 33,1 31,5 30,9 31,2 31,0 30,6
16,0 21,9 21,8 22,7 20,4 16,4 16,7 18,1 18,4 18,6 20,1 19,6 19,4 22,3 23,9 25,2 24,8 25,6 26,8 25,6 27,0 26,7 25,3 22,8 25,9 26,2 24,9 26,2 25,9
21,0 28,6 28,1 28,6 28,4 geen 23,0 21,8 22,4 22,7 23,4 28,5 18,0 20,7 19,9 19,7 18,0 12,8 13,0 13,4 12,3 18,4 15,0 13,2 10,3 12,2 12,9 11,0 10,6
Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
96,1 93,5 96,9 96,0 96,3 97,1 95,8 90,0 93,5 93,2 88,8 89,3 92,3 93,4 93,8 95,0 93,9 97,4 96,8 95,2 93,0 92,8 91,9 86,9 80,6 89,3 92,7 91,7 90,5
Klachten Wmo-vervoer augustus 2020 t/m dec 2022
Klachten Leerlingen- en Jeugdhulp vervoer augustus 2020 t/m dec 2022
Bron klachten: Klachtenrapportages Munckhof
Bron klachten: Klachtenrapportages Munckhof Percentage gegronde klachten wmo t.o.v. het aantal ritten
Ongegrond
Totaal
1 4 0 2 2 1 1 0 3 3 6 5 1 6 4 6 4 2 0 3 7 5 2 13 8 6 4 6 5
0 0 0 1 1 0 1 0 1 1 1 1 4 0 1 1 2 0 1 1 4 2 1 0 0 0 0 0 3
2 7 3 3 3 1 2 0 4 4 7 6 5 6 5 7 6 2 1 4 11 7 3 13 8 6 4 6 8
Categorie klacht Communicatie Gedrag medewerker Diversen Niet verreden Prijs Tijdigheid Voertuig Totaal
Aantal ritten 1446 1574 1182 1180 1146 1005 965 1379 1239 1463 1690 1736 1669 1997 2204 1923 1581 1433 1762 2171 2040 2268 2455 1992 1911 2384 2487 2679 2462
% (max 0,3) 0,07% 0,25% 0,00% 0,17% 0,17% 0,10% 0,10% 0,00% 0,24% 0,21% 0,36% 0,29% 0,06% 0,30% 0,18% 0,31% 0,25% 0,14% 0,00% 0,14% 0,34% 0,22% 0,08% 0,65% 0,42% 0,25% 0,16% 0,22% 0,20%
2020
Gegrond
2021
Maand Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
Maand
Gegrond
Ongegrond
Totaal
Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
1 6 2 4 0 0 1 0 2 2 1 2 0 4 3 4 4 4 2 2 2 2 0 1 6 10 1 2 5
0 2 1 0 0 0 0 0 1 0 0 1 0 2 3 0 3 0 0 0 0 0 0 1
1 8 3 4 0 0 1 0 3 2 1 3 0 6 6 4 7 4 2 2 2 2 0 2 6 10 1 3 5
2022 Aantal 7 17 1 12 7 28 0 72
Percentage gegronde klachten wmo t.o.v. het aantal ritten
Aantal klachten per maand
2022
2022
2021
2020
Aantal klachten per maand
Soort klacht Wmo-vervoer 2021 Aantal % 4 8% 13 25% 0 0% 5 9% 2 4% 27 51% 2 4% 53 100%
2020
Schakel (personen) 1 1 1 1 1 geen 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 4 14 13 6 17 16 14 22 23
2021
Jeugd (personen) 12 23 23 22 21 20 23 24 24 24 24 23 20 23 28 31 31 36 34 31 33 34 31 29 29 32 34 32 29
2020
LLV (personen) 78 112 115 116 116 41 98 117 118 113 114 113 97 127 130 128 126 122 125 131 128 134 134 122 121 136 138 137 135
2021
Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December
Wmo (ritten) 1446 1574 1182 1180 1146 1005 965 1379 1239 1463 1690 1736 1669 1997 2204 1923 1581 1433 1762 2171 2040 2268 2455 1992 1911 2384 2487 2679 2462
2022
2022
2021
2020
Maand
Stiptheid Wmo
2022
Gebruikersaantallen per doelgroep
% 10% 24% 1% 17% 10% 39% 0% 100%
Categorie klacht Communicatie Gedrag mdw Diversen Niet verreden Prijs Tijdigheid Planning Voertuig Totaal
33
1
Aantal ritten 236 4112 3196 4140 2231 948 1300 4262 3107 2111 3828 2109 502 4388 3313 4449 2273 5655 5428 6374 6207 6812 6902 2239 2752 6817 6676 7197 4530
% (max 0,3) 0,42% 0,15% 0,06% 0,10% 0,00% 0,00% 0,08% 0,00% 0,06% 0,09% 0,03% 0,09% 0,00% 0,09% 0,09% 0,09% 0,18% 0,07% 0,04% 0,03% 0,03% 0,03% 0,00% 0,04% 0,22% 0,15% 0,01% 0,03% 0,11%
Soort klacht Leerlingen- en Jeugdhulp vervoer Schooljaar 2020-2021 Schooljaar 2021-2022 Schooljaar 2022-2023 Aantal % Aantal % Aantal % 6 29% 6 22% 0 0% 5 24% 5 19% 5 22% 1 5% 0 0% 1 4% 1 5% 5 19% 4 17% 0 0% 0 0% 0 0% 6 29% 9 33% 8 35% 2 10% 2 7% 4 17% 0 0% 0 0% 1 4% 21 100% 27 100% 23 100%
Toelichting KPI’s Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes heeft een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. Voor de eerste maanden in 2022 betekende de herinvoering van verschillende coronaregels per 12 november 2021 en de lockdown per 19 december 2021 een daling in het aantal ritten in de periode november ’21 tot en met januari ’22. Na de opheffing van de lockdown in januari ’22 is het gebruik van het Wmo-vervoer weer toegenomen tot 2268 ritten in mei ’22. Ten opzichte van december ’19 (voor corona) was de bezettingsgraad in mei ’22 circa 84%. Dit percentage nam af in de zomervakantieperiode en bleef stabiel in de periode septemberdecember 2022. Nadat de scholen weer open gingen (januari 2021) is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer weer volledig genormaliseerd. Mede door toename van de doelgroep en complexere zorgbehoefte is het landelijke en regionale beeld dat het gebruik van het leerlingen- en jeugdwetvervoer voor een toename heeft gezorgd.
Het aantal leerlingen en jeugdigen dat gebruik heeft gemaakt van vervangend vervoer is in januari t/m december 2022 toegenomen met circa 17,6% De verwachting is dat door vergrijzing en geen corona maatregelen het Wmo-vervoer een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.
Toelichting klachtenrapportage Doelgroepenvervoer Het aantal klachten dat binnen de eerste maanden is geuit is laag en beneden de gestelde marge van 0.3% van het aantal gereden ritten gebleven. Bij het Wmo-vervoer zijn de meeste (gegronde) klachten geuit over de tijdigheid en het gedrag van de medewerker. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de onder druk staande beschikbare capaciteit en door (het gedrag van) de chauffeurs. In samenwerking met onze Wmovervoerder is gezocht naar oplossingen voor de capaciteit. De vervoerder had dit per juni 2022 weer op orde. Bij het Leerlingen- en Jeugdhulp en schakelklasvervoer zijn de meeste klachten geuit over communicatie en tijdigheid. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de vervoerscentrale en (het gedrag) van de chauffeur. Ook speelt de beschikbare capaciteit een rol. In overleg met onze vervoerder wordt actief ingezet op het vergroten van de capaciteit door onder andere bemiddeling vanuit het gemeentelijke uitkeringenbestand en een wervingscampagne in de lokale media.
34
3.7 Cliëntervaringsonderzoek Wmo
Toelichting cliëntervaring 2022 Het contact met de gemeente is in 2022 op verschillende punten een stuk hoger gewaardeerd in vergelijking met 2021. Met name de ervaring hoe snel men werd geholpen was met +7% aanzienlijk hoger. Het gemiddelde cijfer dat respondenten geven voor de ondersteuning die zij krijgen is een 7.5. In 2021 was dat een 7.7. Verreweg de meeste deelnemers aan het onderzoek vinden de ontvangen ondersteuning goed van kwaliteit (80%) en passend bij de hulpvraag (79%), alhoewel dit wel lager scoort dan in 2021. De meeste deelnemers geven in het onderzoek aan dat de ondersteuning het gewenste resultaat oplevert. Het percentage deelnemers dat niet het gewenste resultaat ziet op de ontvangen ondersteuning is ten opzichte van 2021 wel gestegen. Opvallend is verder de goede respons van 46%, in vergelijking met het landelijk gemiddelde van 35%.