CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursrapportage SD 2021 BD.pdf

commissie Planning en Control 20 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Jaarstukken 20217.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuursrapportage Sociaal Domein 2021 Gemeente Barendrecht

1

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................................. 3 Samenvatting .......................................................................................................................................................... 3 Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening ................................................................... 5 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ............................................................................................................ 5 Ontwikkeling uitkeringen 2021 ........................................................................................................................... 6 In- en uitstroom .................................................................................................................................................. 7 Preventie Instroom ............................................................................................................................................. 8 Uitstroom ............................................................................................................................................................

9 Segmentatie ...................................................................................................................................................... 10 Doorstroom segment re-integratie .................................................................................................................. 11 Hallo Werk! ....................................................................................................................................................... 12 Ontwikkeling segment sociale activering ......................................................................................................... 13 Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk ...................................................................................... 14 Klantgroepen en klantkenmerken .................................................................................................................... 15 Klantgroepen en klantkenmerken .................................................................................................................... 15 Uitkeringsduur .................................................................................................................................................. 16 Uitkeringsdossiers per wijk ...............................................................................................................................

18 Taakstelling vergunninghouders ....................................................................................................................... 19 Minimavoorzieningen ....................................................................................................................................... 20 Schulddienstverlening ...................................................................................................................................... 21 Jeugdhulp en Wijkteams ...................................................................................................................................... 22 Leeftijdsverdeling ............................................................................................................................................. 22 Unieke cliënten ................................................................................................................................................. 23 Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal .............................................................................................. 24 Unieke cliënten per wijk ...................................................................................................................................

25 Meervoudige problematiek .............................................................................................................................. 26 Verwijzers ......................................................................................................................................................... 27 Wachttijd .......................................................................................................................................................... 28 Hulpverlening wijkteams .................................................................................................................................. 29 Wmo en doelgroepenvervoer .............................................................................................................................. 30 Cliënten per wijk wmo ...................................................................................................................................... 31 Leeftijdsopbouw wmo ...................................................................................................................................... 32 Zorgstapeling wmo ...........................................................................................................................................

33 Beschikkingen wmo .......................................................................................................................................... 34 Doelgroepenvervoer ......................................................................................................................................... 35 Succesverhalen ..................................................................................................................................................... 36

2

Bestuursrapportage Sociaal Domein over 2021 Inleiding Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C cyclus. De ontwikkeling van de bestuursrapportage is een continu proces. Elke nieuwe versie van de bestuursrapportage wordt beter en specifieker. In de rapportage treft u de cijfers aan over januari tot en met december 2021 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening, Jeugdhulp en wijkteams en WMO en doelgroepenvervoer. We starten de rapportage met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein, vervolgens wordt per onderdeel ingegaan op de ontwikkelingen. We sluiten de rapportage af met een succesverhaal van het afgelopen jaar uitgelicht. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 31 december 2021. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaats vinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces. Wij zijn ons ervan bewust dat veel wordt verklaard en toegeschreven aan de coronamaatregelen. Echter, de consequenties van deze maatregelen zijn binnen het sociaal domein goed te zien en daarom van belang om te vermelden.

Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie Over 2021 is het uitkeringsbestand stabiel gebleven. Er zijn geen grote dalingen of stijgingen te zien. Door de versoepelingen vanaf mei 2021 trekt de werkgelegenheid weer aan. Er zijn meer vacatures beschikbaar. Ook kunnen wij kandidaten weer plaatsen op vrijwilligerswerk, stages en werkervaringsplekken. Dit zien we ook terug in onze cijfers. Ten opzichte van 2020 zijn er meer personen op werk geplaatst en ook het aantal trajecten is flink gestegen ten opzichte van 2020. Ook voor de doelgroep arbeidsbeperkten zien wij een stijging van het aantal garantiebanen. Een ander positief resultaat is dat bijna alle plaatsingen naar werk duurzaam zijn. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk zijn gegaan, in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn gebleven. Ondanks de onzekerheid van alle coronamatregelen in 2021 hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk kandidaten door te plaatsen naar werk, een werkervaringsplek, vrijwilligerswerk of een ander passend traject. Wij hebben samen met maatschappelijke partners en ondernemers zoveel mogelijk kandidaten bemiddeld en begeleid. We zijn een samenwerking met Randstad gestart voor de inzet van een poortinstrument.

Hiermee willen we kandidaten die nog in het aanvraagproces van een uitkering zitten, direct door bemiddelen naar werk. Hiermee zorgen we voor minder instroom en blijft de mindset van de kandidaten gericht op werk in plaats van het aanvragen van een uitkering. Als we kijken naar de uitgaven van het BUIG budget dan is dit positief. De begroting van het BUIG budget kan als volgt worden gedefinieerd: De werkelijke inkomensoverdracht van het Rijk en gemeentelijke begroting + de ontvangsten uit terugvordering en verhaal – de uitgaven op de BUIG. In 2021 is er geen overschrijding van de begroting geweest. Dit komt doordat het uitkeringsbestand in 2021 stabiel is gebleven. Voor het minimabeleid zijn de aanvragen stabiel en in lijn met de verwachting. Ondanks de coronamaatregelen hebben we geen exponentiele groei van de aanvragen gezien. Bij de taakstelling voor statushouders zien we voor 2021 een verdubbeling van de taakstelling ten opzichte van 2020. Op dit moment is de huizenmarkt binnen de gemeente Barendrecht zeer krap en is het zeer lastig om geschikte permanente woningen te vinden voor deze doelgroep. De taakstelling voor 2021 is dan ook niet behaald. Ook tijdelijke woningen bieden geen oplossing. In de praktijk is gebleken dat deze statushouders alsnog via urgenties doorgeplaatst moeten worden naar een permante woning.

Voor 2022 wordt er aan oplossingen gewerkt om het tekort aan geschikte woningen voor deze en andere doelgroepen op te lossen.

3

Jeugdwet Hoewel in het eerste half jaar van 2021 nog sprake was van een toename van het aantal cliënten met een PGB, is er in het tweede half jaar een daling zichtbaar. Ook voor het aantal ZIN-cliënten is in het tweede half jaar van 2021 een daling ingezet. De cijfers zijn nu weer op niveau van 2020. De stijging in het eerste half jaar lijkt te wijten aan de versoepelde coronamaatregelen van die periode. Er is daardoor meer gebruik gemaakt wordt van uitgestelde zorg van 2020. Het mogelijke beroep dat op uitgestelde zorg wordt gedaan is nog steeds een onzekere factor. Nu in 2022 corona-maatregelen vrijwel volledig zijn versoepeld en de scholen weer open zijn gegaan, kan er ook weer beter gesignaleerd worden. Dit zou er voor kunnen zorgen dat het aantal jeugdigen dat ondersteuning nodig heeft, weer kan toenemen. Het aantal verwijzingen vanuit de huisartsen is in 2021 gestegen en het aantal gemeentelijke toewijzingen is gedaald. Deze ontwikkeling speelt al langer en momenteel wordt er gericht ingezet op een betere samenwerking en afstemming met de Barendrechtse huisartsen. Het doel is dat hierdoor een aantal verwijzingen vanuit de huisartsen zal afnemen. Wet Maatschappelijke ondersteuning De lange termijn verwachting is dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen.

De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe, het beeld over de gehele gemeente in 2021 is dat het aantal cliënten licht is gestegen. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder. In lijn met de lange termijn verwachting is in 2021 sprake van een toename in de zorgstapeling. Dit komt vooral door de toename van de cliënten die gebruik maken van de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Het zelfde beeld is te zien bij het aantal openstaande en nieuwe beschikkingen. Ook hier is de stijging vooral toe te schrijven aan de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Zoals eerder gerapporteerd neemt het aantal cliënten in zorg en het aantal beschikkingen van Begeleiding (en dagbesteding) in tegenstelling tot afgelopen jaren (tot en met 2019) af. We verwachten dat in de komende periode, nadat corona een minder grote rol speelt in ons dagelijks leven, de aantallen BG weer zullen toenemen tot minimaal het niveau van dec 2019 en mogelijk zelfs een autonome groei laten zien. De verwachting dat rond juni het aantal ritten van Wmo vervoer zou toenemen is uitgekomen. Op dit moment is er sprake van een bezettingsgraad tussen de 60 en 70%.

Sinds de scholen weer open zijn is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer ook weer volledig genormaliseerd.

4

Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening Ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Algemene toelichting Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘Ioaw/Ioaz’ zijn regelingen voor oudere werklozen (Ioaw: geboren voor 1965; Ioaz: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'Bbz' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Financiële toelichting Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG budget (Gebundelde Uitkering Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals regionale en landelijke trends (stijging/daling), maar ook aantal inwoners en de demografie van een gemeente. Het BUIG budget van de gemeente wordt onder meer gebaseerd op regionale en landelijke trends. Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget wordt gebruikt. Over 2021 zien we uiteindelijk een stabilisatie het uitkeringsbestand. We blijven hiermee binnen het begrootte budget. Nadere toelichting Over 2021 zien we dat het uitkeringsbestand stabiel blijft. Er zijn geen grote stijgingen of dalingen geweest.

Zie voor verdere toelichting ontwikkeling uitkeringen 2021.

5

Ontwikkeling uitkeringen 2021

Toelichting Uitkeringsdossiers Ten opzichte van begin 2021 is het uitkeringsbestand stabiel gebleven. Over 2021 is er geen stijging van het uitkeringsbestand. Wij blijven hiermee onder de doelstelling van 533 verstrekte uitkeringen of lager en voldoen aan de gestelde KPI voor 2021. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden en ook kunnen we weer meer kandidaten op vrijwilligerswerk en werkervaringsplekken plaatsen ten opzichte van 2020, maar de invloed van corona blijft zichtbaar. Door de aantrekkende arbeidsmarkt worden personen die aan het werk kunnen ook snel doorbemiddeld naar werk. Er blijft een doelgroep over met gemiddeld een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is ook zichtbaar bij het onderdeel segmentatie. Bij deze doelgroep is er meer tijd nodig om belemmeringen weg te nemen en te begeleiden naar de arbeidsmarkt. Voor deze doelgroep zijn in 2021 waar mogelijk werkervaringsplekken of andere trajecten ingezet. Voor 2022 willen ook inzetten op de doelgroep met een grote aftand tot de arbeidsmarkt. Dit willen we doen door intensiever samen te werken met maatschappelijke organisaties en (lokale) ondernemers om onze kandidaten van een passend traject of baan te voorzien. Daarnaast wordt op dit moment een aanbesteding in de markt gezet voor de inkoop van jobcoaching en werktrajecten voor de doelgroep arbeidsbeperkten.

*De tabel historisch komt niet overeen met de tabel ‘ontwikkeling uitkeringsbestand 2021’. Dit komt omdat de grafieken uit 2 verschillende systemen wordt gehaald. Er wordt aan gewerkt dit op te lossen. De informatie uit de grafiek ‘ontwikkelingen uitkeringen 2021’ is leidend ** Bij de cijfers van de uitkeringsdossiers zijn de volgende regelingen in meegenomen: Participatiewet, IOAW,IOAZ en BBZ. Ook zit hier de tijdelijke regeling vereenvoudigde BBZ in. Deze regeling is tot stand gekomen nadat de TOZO en TONK regelingen voor ondernemers zijn beëindigd. Met de vereenvoudigde BBZ is het voor ondernemers makkelijker om ondersteuning te krijgen via de BBZ. Deze regeling is per 1 oktober 2021 gestart en loopt in ieder geval tot 1 april 2022.

Toelichting Jongeren Relatief weinig jongeren hebben een uitkering. Ook ten tijde van de coronapandemie zien wij geen sterke stijging van het aantal jongeren in de bijstand. Wij blijven hiermee beter scoren dan de doelstelling die gesteld is voor 2021 (maximaal 15% jongeren met een uitkering). Wel zien we in de maanden oktober, november en december een lichte stijging van het aantal jongeren met een uitkering.

6

In- en uitstroom

Algemene toelichting Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Over 2021 zien we dat gemiddeld genomen het uitkeringsbestand stabiel blijft. De coronamaatregelen hebben nog invloed maar er zijn ook meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden.

7

Preventie Instroom

Algemene toelichting Om ervoor te zorgen dat het uitkeringenebstand niet stijgt is het een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden werk tijdens het aanvraag proces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met werk of een opleiding. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventie quote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.). Nadere toelichting Voor 2021 is te zien dat er van de 88 meldingen van jongeren uiteindelijk 27 een uitkering hebben ontvangen. Dit komt neer op een preventie quote van 69%. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 50%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar werk of een opleiding. Voor volwassenen (ouder dan 27) ligt de preventiequote op 57%.

Van de 141 meldingen zijn er 60 toegekend. Ook hiermee voldoen wij op dit moment aan de preventie doelstelling van 40%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering.

8

Uitstroom

Algemene Toelichting Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor 2021 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. *Deze cijfers komen niet 1 op 1 overeen met het historisch overzicht van in- en uitstroom. Dit komt omdat de gegevens uit 2 verschillende systemen wordt gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren. Uitstroom naar werk en opleiding In 2021 willen wij 90 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. We zien in 2021 een grotere uitstroom naar werk of een opleiding ten opzichte van 2020. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden. SRoI In 2021 zijn er 3 personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting. Op dit moment wordt er intensief samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk In 2021 had ongeveer 9,5% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten. De doelstelling was, om dit tenminste 10% te laten zijn.

Het aantal uitkeringsgerechtigden met een parttime aanstelling en daarnaast een aanvullende uitkering is in het tweede helft van 2021 licht gestegen. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit is zowel voor de inwoners als voor de gemeente een voordeel. Dit noemen we duurzame uitstroom. Voor 2021 hebben we de doelstelling gesteld om ervoor te zorgen dat in ieder geval 55% van de uitstroom naar werk duurzaam is. Dat betekent dat kandidaten die aan het werk zijn gegaan in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn en blijven. Omdat wij hier iets over een langere periode meten (uitstroom langer dan 6 maanden) wordt voor 2021 het peiljaar juli 2020 t/m juli 2021 aangehouden. Op dit moment is de duurzame uitstroom bijna 94%. Dit is gemeten over de periode van 1 juli 2020 tot 1 juli 2021. Dit betekent dat de personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt.

9

Segmentatie

Algemene toelichting Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: - Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 3 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn geen belemmeringen. - Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 3 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. - Sociale activering: De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (52%) enige ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 32% is het doen van vrijwilligerswerk het hoogst haalbare en voor 16% is het mogelijk direct aan het werk te gaan. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

Een oorzaak hiervoor is dat er meer tijd nodig is om mogelijke belemmeringen weg te nemen of werkgevers te vinden die ruimte hebben voor meer begeleiding op de werkvloer. Personen die direct aan het werk kunnen, stromen over het algemeen ook snel uit. Hierdoor is de uitstroom uit het segment werk groter dan de instroom in segment werk en is dit segment in verhouding klein.

10

Doorstroom segment re-integratie

Algemene Toelichting Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk. Nadere toelichting In 2021 wilden wij zorgen voor meer doorstroom tussen het segment, re-integratie en werk zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ maken. Dit betekent dat er over 2021 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over 2021 is de doorstroom naar segment werk 9,8%. En hebben de gestelde KPI voor doorstroom niet behaald. Wij hebben in 2021 52 personen een opleidingstraject kunnen aanbieden, 24 personen een werkervaringsplek en in ieder geval hebben 77 personen een traject gevolgd dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt. Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Door de beperkte mogelijkheden de afgelopen periode om personen te activeren en via een werkervaringsplek meer ervaring op laten te doen, hebben we de doelstellingen voor werkervaringstrajecten en overige trajecten niet behaald.

Wel is er ten opzichte van 2020 en de eerste helft van 2021 een stijging van het aantal (opleidings)trajecten te zien. We verwachten dat deze lijn doorgezet kan worden naar 2022. Wel hebben we de doelstelling voor het aantal opleidingstrajecten weten te behalen.

11

Hallo Werk!

Hallo Werk! profielen Barendrecht 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Helpen

Maken

Aanpakken

Vervoeren

Verkopen

Algemene toelichting Een instrument wat gebruikt wordt om kandidaten in het segment werk direct aan een baan te helpen, is Hallo Werk! Hallo werk is een online platform waar werkgevers en werkzoekenden aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Daarbij worden er voor de werkzoekenden workshops georganiseerd waarbij er aan de hand van hun talenten en wensen CV’s gemaakt worden. Werkzoekenden worden ingedeeld in verschillende profielen, die aansluiten bij hun talenten. Door de kandidaten in te delen in profielen, kan er gerichter naar vacatures gezocht worden. Het gaat hierbij om kandidaten die een voorkeur hebben uitgesproken voor een werksoort. Een kandidaat kan in meerdere profielen worden ingedeeld.

Nadere toelichting Er is te zien dat het merendeel van de aangemelde deelnemers ingedeeld is in het profiel helpen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan functies in de zorg, het onderwijs of (administratief) ondersteunende functies. In 2021 zijn er 42 succesvolle matches gecreëerd ( 17 in eerste helft van 2021).

12

Ontwikkeling segment sociale activering

Algemene toelichting Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting Voor het segment sociale activering hebben wij ook een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2021 willen wij dat in ieder geval 60 personen vrijwilligerswerk verrichten. Over 2021 hebben 46 personen een vrijwilligersplek. Op dit moment zijn wij de samenwerking met onze maatschappelijke partners aan het evalueren en intensiveren om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is. Daarbij streven wij er naar dat er maximaal 15% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 21%. De ontheffingen worden door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichten. Wij proberen wel regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden.

13

Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk

Algemene toelichting Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar te stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: In 2021 hebben we 57 lopende garantiebanen en 17 nieuwe garantiebanen gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling die voor 2021 is gesteld. Ondanks de gevolgen van de coronacrisis en het wegvallen van werkgelegenheid in een aantal sectoren, is het mogelijk geweest om personen met een arbeidsbeperking te kunnen plaatsen en behouden op een betaalde werkplek.

14

Klantgroepen en klantkenmerken

Klantgroepen en klantkenmerken Instelling

Deels werk/deels uitkering

Leeftijd

15

Uitkeringsduur

Leefvorm

16

Algemene toelichting Het gaat in bovenstaande tabellen om klantgroepen en kenmerken: Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf. Parttime inkomsten Het aantal uitkeringsgerechtigden met een parttime aanstelling en daarnaast een aanvullende uitkering is in 2021 niet veel gedaald of gestegen. Vaak gaat het om flexibele contracten, waar enige fluctuatie mogelijk is. Als er gekeken wordt naar de afgelopen jaren dan is te zien dat er tijdens de eerste lockdown (maart/april/mei 2020) een daling is van parttime inkomsten. Een tweede daling is te zien tijdens de 2e lockdown vanaf oktober 2020. Dat de coronamaatregelen hier een rol spelen is aannemelijk. Wij verwachten dat de parttime inkomsten weer zullen toenemen met de recente versoepelingen van de coronamaatregelen. Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn ongewijzigd. Er zijn relatief weinig jongeren die een beroep doen op een uitkering. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen. Uitkeringsduur We zien in 2021 een geleidelijke toename van personen die korten dan 1 jaar een uitkering ontvangen. De uitkeringsduur 1 tot 3 jaar en langer dan 3 jaar blijven stabiel. Het gaat hier om personen die langere tijd een uitkering ontvangen.

Vaak zijn er belemmeringen waardoor zij niet gelijk aan het werk kunnen. Over het algemeen stromen personen die korten dan 1 jaar een uitkering ontvangen ook sneller weer uit, mits er geen belemmeringen zijn. De afstand tot de arbeidsmarkt is korter. Er is dan ook geen eenduidige verklaring voor de toename van deze doelgroep. Het is aannemelijk dat ook hier de coronamaatregelen een rol spelen. leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen blijven ongewijzigd.

17

Uitkeringsdossiers per wijk

Algemene toelichting Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. Daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, zullen over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Nadere toelichting Ten opzichte van voorgaande jaren hebben er in 2021 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.

18

Taakstelling vergunninghouders

Algemene Toelichting De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er iets meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2021 is verdubbeld ten opzichte van de taakstelling in 2020. Voor de eerste helft van 2021 is de taakstelling 38 personen. Voor de tweede helft van 2021 zijn dit er 31. Op dit moment is de huizenmarkt binnen de gemeente Barendrecht zeer krap en is het zeer lastig om geschikte permanente woningen te vinden voor deze doelgroep. Voor 2021 is de taakstelling dan ook niet behaald. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met de woningbouwverenigingen om te kijken hoe dit probleem opgelost kan worden. Voor het woningen tekort is helaas geen snelle oplossing.

19

Minimavoorzieningen

Algemene Toelichting Meedoen; In 2021 is de gewijzigde verordening Meedoen ingegaan en krijgen bijstandsgerechtigden een automatische toekenning van Meedoen. Het inkomen en vermogen wordt weer gecontroleerd en dat leidt tot minder toekenningen. De bestedingsmogelijkheden zijn aanvullend op die van Stichting Leergeld, schoolkosten, kleding, computer en fiets zijn zaken die kinderen niet meer met het budget van Meedoen kunnen betalen. De uitgaven laten daarom een lager bedrag zien. Ook was 2021 een jaar met verschillende lockdowns waardoor sporten en uitjes beperkt mogelijk waren. Bijzondere bijstand; De nieuwe tijdelijke regeling ‘Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten’ (TONK) heeft voor meer aanvragen bijzondere bijstand gezorgd. Er zijn in 2021 213 aanvragen ingediend. Individuele Inkomenstoeslag; Het aantal aanvragen is gedaald in 2021, er zijn minder langdurig minima die een beroep doen op deze regeling. In 2021 zijn er 234 aanvragen ingediend (in 2020 262). Nadere toelichting/trend/ontwikkeling De ten gevolge van corona verwachtte stijging van het aantal minima is tot op heden uitgebleven. Wel is landelijk een nieuw probleem geconstateerd, de energiearmoede. Komend jaar zal de gemeente een Energietoeslag gaan verstrekken aan minima via de categoriale bijzondere bijstand. Deze toeslag is mogelijk niet toereikend voor de stijgende vaste lasten.

Het inkomen en de uitkering is veelal niet meer toereikend voor de stijging van alle kosten levensonderhoud. Gemeentebreed is er ook een plan om de energiearmoede te beperken en om de leefsituatie te verduurzamen.

20

Schulddienstverlening

Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLANgroep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staan in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: We zien een dalende lijn in het aantal aanmeldingen; dit houdt in dat minder inwoners zich melden voor schuldhulpverlening. Dit vertaalt zich door naar minder doorgeleidingen (nieuwe aanmeldingen Plangroep) alsmede minder dossiers in behandeling.

21

Jeugdhulp en Wijkteams Leeftijdsverdeling

Algemene toelichting: De verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in 2021 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in 2020. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie. Nadere toelichting: Over 2021 is het aandeel jeugdigen in de leeftijdscategorie 4 t/m 11 gedaald t.o.v. 2020 dit komt ook door een afname in het totaal aantal jeugdigen in die leeftijdscategorie. In de categorie 12 t/m 17 jaar is een lichte toename te zien in het aantal cliënten. De leeftijdscategorieën 0 t/m 3 en 18 t/m 23 jaar laten een minimale stijging zien.

22

Unieke cliënten

Per contractvorm

Algemene toelichting: De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: Zorg In Natura (ZIN), Persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. Nadere toelichting: Ten op zichte van 2020 zien we een lichte stijging van het aantal ZIN-cliënten over 2021. In 2020 is veel zorg uitgesteld als gevolg van de coronacrisis, in 2021 is hier gebruik van gemaakt. Vanaf mei zien we een daling in het aantal cliënten dat gebruik maakt van PGB’s. PGB’s worden zowel ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp.

Per zorgvorm

Algemene toelichting: De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Dit betreft een voorlopig beeld omdat tot 40% van de toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt. Nadere toelichting: Aan het begin van 2021 zagen we een lichte stijging in het aantal unieke cliënten dat gebruik maakt van jeugdhulp. In de tweede helft van 2021 zien we echter een daling op zowel lokale- als regionale jeugdhulp. De verhouding regionale- versus lokale jeugdhulp blijft ongeveer gelijk en illustreert dat de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp structureel effect heeft.

23

Unieke cliënten per perceel lokaal en regionaal

De bovenstaande grafiek maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk. Ten opzichte van 2020 zien we op de percelen een toename van het aantal cliënten binnen alle percelen, behalve binnen dyslexie. Dit is mogelijk het gevolg van de uitgestelde zorg door de coronacrisis. De afname binnen dyslexie, zou te maken kunnen hebben met de schoolsluitingen gedurende de coronaperiode.

Bovenstaande tabel geeft een beeld van het aantal unieke cliënten per zorgvorm van de regionale jeugdhulp, ook is de inzet van landelijke jeugdhulp in beeld gebracht. Er is sprake van een lichte toename van de inzet van pleegzorg en crisishulp, dit lijkt een direct gevolg van meer inzet van spoed en crisis sinds de 2de lockdown eind 2020. De meeste van deze cliënten stromen snel uit naar andere zorgvormen (lokaal of regionaal). Er is sprake van een afname van de inzet van ambulante hulpverlening, dit lijkt mede het gevolg te zijn van de inzet van de wachttijden.

24

Unieke cliënten per wijk

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. Wat de verschillen per wijk verklaart, is op dit moment lastig te duiden. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgerichte interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.

25

Meervoudige problematiek

Algemene toelichting Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk wat de verhouding is tussen het aantal cliënten per combinatie van lokale jeugdhulp in relatie tot meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden). Vooral de combinatie van JMEB-JGGZ wordt ingezet.

Algemene toelichting Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk wat de verhouding is tussen het aantal cliënten per combinatie van regionale jeugdhulp in relatie tot meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden). Het aantal unieke cliënten lijkt af te nemen. Voor de top 3 combinaties van percelen in 2021 zien we vooral dat de combinatie van pleegzorg in combinatie met ambulante hulpverlening wordt ingezet.

26

Verwijzers Lokaal

Toelichting: Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Het aandeel verwijzingen vanuit de gemeente is in de tweede helft van 2021 toegenomen t.o.v. de eerste helft van 2020. Momenteel wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen. Het beoogd effect van deze inzet is dat het aantal verwijzingen vanuit de wijkteams toeneemt en verwijzingen vanuit de huisartsen afnemen. Regionaal

Toelichting: Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers regionale jeugdhulp inzichtelijk. In vergelijking met het 2e kwartaal van 2020 is het beeld wat betreft de verwijzers wisselend maar zien we geen structurele veranderingen in de percentages. Belangrijkste verwijzer blijft de huisarts, dit betreft met name naar ambulante specialistische jeugdhulp. Verwijzingen naar jeugdhulp met verblijf verlopen in meerderheid via de gecertificeerde instellingen.

27

Wachttijd Lokaal

Toelichting: De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. En in de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. Dit komt doordat arrangementen vaak later binnekomen bij de backoffice. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp. Regionaal

Toelichting: De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. En in de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Er lijkt sprake te zijn van een stijging van het aantal toewijzingen waarbij de wachttijd onbekend is, de hulp is dan nog niet gestart en daarmee lijken ook de wachttijden toe te nemen. Ook vragen zorgaanbieders nog regelmatig een toewijzing met terugwerkende kracht aan, waardoor niet alle wachttijden inzichtelijk zijn.

28

Hulpverlening wijkteams

Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Het aantal nieuwe dossiers en gestarte intakes fluctueren per maand en is toegenomen ten opzichte van het jaar 2020. De complexiteit van de casussen is eveneens toegenomen. Als gevolg van Corona is het aantal gestarte intakes, intakes, maar ook de uitvoering van de ondersteuningsplannen en het aantal gezinnen dat gemonitord wordt, ten opzichte van vorig jaar gedaald. Om escalaties bij kwetsbare gezinnen te voorkomen is bij het begin van de Coronacrisis en de periode daarna onderzocht welke kwetsbare gezinnen langer en intensiever gemonitord zouden moeten worden. Hierdoor hebben de wijkteams escalaties in gezinnen weten te voorkomen. Tevens zijn er vanwege de crisis in verhouding meer herindicaties aangevraagd en afgegeven, omdat hulpverlening is vertraagd en/of suboptimaal is uitgevoerd. De uitstroom is hoger dan in 2020. Dit komt o.a. door de toegenomen sturing op de caseload door de gedragsdeskundigen aan de hand van caseloadnormering en te hanteren doorlooptijden van de casuïstiek. Gevolgen Corona De wijkteammedewerkers hebben waar mogelijk binnen de richtlijnen van het RIVM hulpverlening geboden aan gezinnen. Het aantal meldingen is in de afgelopen maanden gelijk gebleven, waarbij in de maand mei sprake was van een lichte stijging. Vanwege de Corona-maatregelen is minder hulpverlening vanuit specialistische aanbieders geboden.

Wijkteamprofessionals hebben ingezet op het organiseren van alternatieve vormen van opvang, hulp en ondersteuning. Op basis van de gezinssituatie is bekeken of toe geleid kon worden naar lokaal gecontracteerde aanbieders. De verwachting is dat als gevolg van de opgelegde maatregelen en de daarbij behorende beperkingen dat hulpverleningstrajecten langer nodig zullen zijn.

Samenwerking huisartsen De samenwerking tussen de wijkteammedewerkers en de huisartsen is goed. Ze weten elkaar steeds beter te vinden maar we zien nog steeds dat huisartsen vaak direct doorverwijzen naar lokale- of specialistische jeugdhulp. Door te overleggen met de huisartsen en aanbieders van specialistische jeugdhulp, zetten we in op het optimaal afstemmen van de verwijzingen en het op- en afschalen van zorg. In de tweede helft van 2021 is gestart met een pilot praktijkondersteuner huisartsen Jeugd GGZ. Hiermee hopen we een kwalitatieve verbetering in te zetten alsmede een vermindering van verwijzingen naar lokale- en regionale jeugdhulp.

29

Wmo en doelgroepenvervoer De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. Trends en ontwikkelingen Wmo 2. Wmo cliënten per wijk 3. Leeftijdsverdeling Wmo 4. Zorgstapeling Wmo 5. Wmo beschikkingen 6. Doelgroepenvervoer Trends en ontwikkelingen Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van he abonnementstarief in 2018 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toe neemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden1. 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe.

De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%2. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.

1 DERDE MONITOR ABONNEMENTSTARIEF WMO – 2021 pag. 24-32 2 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.

30

Cliënten per wijk wmo

Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de jaren 2018 tot 2021. Over het algemeen is het beeld dat het aantal cliënten in zorg door de jaren heen toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Ook is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier vooral personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af.

31

Leeftijdsopbouw wmo

Toelichting De gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2021 – december 2021 is het aantal cliënten licht gestegen met circa 1% (+25 cliënten). In 2021 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen (jongere) Wmo cliënten zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden), hierbij is vaak individuele begeleiding een passende oplossing.

32

Zorgstapeling wmo

Toelichting Legenda:  HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft.  HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening.  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: De gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerkvoorzieningen zien. In de periode januari - december 2021 is het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) toegenomen met circa 6% (+96). De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG), een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.

33

Beschikkingen wmo

Toelichting Legenda:  AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning;  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding;  HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening;  RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren  VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas;  WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;

Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ De gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe en openstaande beschikkingen Wmo zien. In 2021 is sprake van een toename met circa 3% (+143 beschikkingen). De grootste toename is te zien bij de AVS (+162, +29%) en WV (+80, +20%). Het aantal beschikkingen voor RO en VV zijn licht gedaald. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale lange termijn ontwikkelingen. Het aantal beschikkingen voor BG is in 2021 met 9.5% gedaald (-42 beschikkingen). Zoals aangegeven bij de Jaarrapportage 2020 en de eerste Bestuursrapportage 2021 is deze daling een trendbreuk met voorgaande jaren. We verklaren dit onder andere doordat de onzekerheid die door corona is ontstaan waarschijnlijk een rol speelt bij het wel of niet melden bij de gemeente. De verwachting was dat de daling zou afnemen. Dat is in het ook gebeurd. We verwachten dat in de komende periode, nadat corona een minder grote rol speelt in ons dagelijks leven, de aantallen BG weer zullen toenemen tot minimaal het niveau van dec 2019 en mogelijk zelfs een autonome groei laten zien. De stijging van het aantal beschikkingen in december 2020 heeft te maken met de administratieve herindicatie van de Begeleidingsindicaties. De ingangsdatum voor de nieuwe beschikkingen viel ook in december waardoor trajecten dubbel in de cijfers zijn weergegeven.

34

Doelgroepenvervoer

Toelichting Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is gedurende het laatste jaar sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. De sluiting van het onderwijs, het verbieden van evenementen en de oproep van om 1.5meter afstand te houden heeft gedurende 2020 en 2021 een duidelijke impact gehad op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. De Wmo-vervoerders schaalden gedurende 2020 het aantal diensten af en experimenteren met een flexibele schil om zo de fluctuerende vraag op te kunnen vangen en zich voor te bereiden op de periode die voor ons ligt. Het Wmo-collectief-vervoer is na de eerste lock-down in 2020 niet meer op het oude niveau teruggekomen en blijft ook in 2021 fluctueren. De verwachting dat rond juni 2021 het aantal ritten zou toenemen is uitgekomen. In december 2021 is de bezettingsgraad ten opzichten van december 2019 circa 60%. Sinds de scholen weer open zijn (februari 2021) is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer weer volledig genormaliseerd. We volgen de ontwikkelingen in de landelijke coronamaatregelen en de richtlijnen van de VNG hierover nauwgezet. De verwachting is dat zonder coronamaatregel het Wmo-vervoer door de vergrijzing een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gebruikers. Het jeugden leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid licht stijgen.

35

Succesverhalen Om deze rapportage over 2021 af te sluiten lichten we een van onze succesverhalen over 2021 uit.

Subsidieregeling cultuurpartners in de coronacrisis In 2021 hebben het college en de gemeenteraad ervoor gezorgd dat de circulairegelden voor cultuur in onze algemene uitkering ook binnen de cultuursector besteed zijn aan nieuwe vraaggerichte plannen van cultuurpartners. De bijzondere subsidieregeling ‘Cultuurplannen in en na de coronacrisis’ is hierna vastgesteld en uitgevoerd. Met deze subsidieregeling hebben wij meer inzetten op cultuur als middel die bijdraagt aan de maatschappelijke effecten in de nota ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’. Met de subsidies zijn er nieuwe partners aangesloten die nieuwe activiteiten organiseren, gaan bestaande partners samen nieuwe programmering ontwikkelen en zijn er plannen ontwikkelen voor het bereiken van nieuwe doelgroepen en het weer bereiken van oude doelgroepen die door de coronacrisis minder goed bereikbaar waren. Ook is er een nieuwe partner die in samenwerking met Het Kruispunt Live en KijkopWelzijn zal werken aan de bijdragen van maatschappelijke effecten zoals bestrijding van eenzaamheid en het bereiken van bijzondere doelgroepen. Inwoners krijgen een kans om weer naar buiten te treden. Vooral de doelgroep die sinds de coronacrisis in maart 2020 achter het scherm nog minder contact heeft gemaakt. Met een educatief traject (workshop) en nagesprek (reflectie en interactie) geven inwoners de kans om weer naar buiten te treden.

(Im)perfectie(s) worden bespreekbaar, er is cultuureducatie & Preteaching en participatie & Interactie; toegang tot kunst en cultuur’. Verder is er een project ontwikkeld dat de leerlingen in het voortgezet onderwijs leerlingen onze cultuurpartners in een ‘dorpstour bezoeken’. Ook heeft deze subsidieregeling geleid tot deelname aan het landelijk programma ‘Méér Muziek in de Klas (zie ook de website). CultuurLocaal probeert nu meer lokale partners aan te laten haken., Wij willen het restant budget met de jaarrekening 2021 overhevelen naar boekjaar 2022. Wij zullen bij de eerste tussenrapportage 2022 het verzoek indienen om het restant budget te plaatsen op de begroting 2022.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11497050/1