CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit BD

gemeenteraad 17 december 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Participatiebeleid Omgevingswet1.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT Onderwerp: Participatiebeleid Omgevingswet

Gemeenteraad: 17 december 2024

Zaaknummer: 2024-093399

Commissie Ruimte 3 december 2024

De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 5 november 2024; gezien het advies van Commissie Ruimte op 3 december 2024; gelet op Omgevingswet overwegende, dat • •

de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden; het opstellen van participatiebeleid nodig is voor de kerninstrumenten van de Omgevingswet;

BESLUIT: 1. Het Participatiebeleid Omgevingswet vast te stellen.

Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 17 december 2024.

Raadsvoorstel Onderwerp: Participatiebeleid Omgevingswet

College van burgemeester en wethouders 5 november 2024

Zaaknummer 2024-093399

Portefeuillehouder Lennart Linden

Commissie Ruimte 3 december 2024

Openbaar

Gemeenteraad 17 december 2024

Geadviseerd besluit 1. Het Participatiebeleid Omgevingswet vast te stellen.

Raadsvoorstel Inleiding In de nieuwe Omgevingswet is participatie een belangrijk thema. Participatie is het vroegtijdig betrekken van inwoners, organisaties, bedrijven of andere instanties bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Door belanghebbenden vroegtijdig te betrekken vergroot dit mogelijk de draagvlak voor het plan en kan het ook zijn dat bezwaren voorkomen worden in de formele procedure. Voor de kerninstrumenten omgevingsvisie, programma (soort uitvoeringsprogramma) en het omgevingsplan, die wij als gemeente zelf opstellen, hebben wij als gemeente een motiveringsplicht om aan te tonen hoe wij belanghebbenden vroegtijdig laten participeren in het proces. In dit participatiebeleid zijn de beleidsregels beschreven hoe wij als gemeente participatie inzetten voor de omgevingsvisie, programma en het omgevingsplan. Bij alle andere initiatieven in de fysieke leefomgeving heeft de wetgever bepaald dat de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer ligt. In sommige gevallen is er sprake van verplichte participatie door de initiatiefnemer. Voor deze gevallen stelt het college, als bevoegd gezag, aparte beleidsregels op voor de verplichte participatie (bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten). Voor de overige gevallen van de initiatieven is een aparte handreiking participatie voor initiatiefnemers opgesteld.

Zie hiervoor de raadsinformatiebrief over de handreiking participatie voor initiatiefnemers. Beoogd effect Helderheid voor alle partijen, opstellers van de kerninstrumenten en belanghebbenden over hoe en op welke wijze participatie ingezet gaat worden voor de omgevingsvisie, programma en het omgevingsplan. Het participatiebeleid legt vast hoe de motiveringsplicht voor de kerninstrumenten volgens de Omgevingswet ingezet wordt. Relatie met beleidskaders Omgevingswet Overleg gevoerd met N.v.t. Argumenten 1.1 Vergroten van de betrokkenheid voor inwoners, organisaties, bedrijven bij onze gemeente door ze vroegtijdig te laten participeren bij de kerninstrumenten In dit participatiebeleid staat wat er minimaal nodig is aan participatie bij het opstellen van de omgevingsvisie, programma en het omgevingsplan. Hiermee vergroten wij de betrokkenheid van onze inwoners. 1.2 Dit participatiebeleid gaat over het proces rondom participatie. Vaak wordt gedacht dat participatie betekent dat iedereen het eens moet zijn met het voorstel, het plan, in dit geval de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Met dit beleid willen wij laten zien dat het belangrijk is dat er een goed participatieproces uitgerold wordt, waarin helder is wie er betrokken worden, op welke wijze, wat er met de input wordt gedaan en hier ook terugkoppeling op wordt gegeven richting participanten.

Het gaat over afspraken met elkaar over het proces van participatie en dat daar over is nagedacht. Wij werken met een participatieaanpak aan het begin van het proces en aan het einde volgt er een een participatieverslag waarin gemotiveerd wordt hoe er is geparticipeerd, wat de opgehaalde input is en wat er met deze input is gedaan. 1.3 Wij voldoen aan de motiveringsplicht in de Omgevingswet. Wij moeten voldoen aan de motiveringsplicht participatie voor de omgevingsvisie, programma en het omgevingsplan. Voor het omgevingsplan geldt er nog een extra kennisgevingsplicht. Door dit beleid vast te stellen kunnen wij op basis van dit beleid motiveren hoe de participatie is ingeregeld bij de kerninstrumenten.

1.4 Door participatie zo vroegtijdig in het proces in te zetten willen wij als gemeente latere bezwaar- en beroepsprocedures voorkomen. Belanghebbenden zijn vroeg in het proces betrokken. Waar mogelijk wordt gekeken of de ideeën of suggesties die zij aandragen van waarde zijn voor het plan, waardoor er betere plannen gaan ontstaan. Door een vroege betrokkenheid van belanghebbenden hopen wij bezwaar- en beroepsprocedures te voorkomen in het latere proces. Dit geldt overigens alleen voor het omgevingsplan. De omgevingsvisie en het programma zijn zelfbindend voor de gemeente en hier staat geen bezwaar en beroep tegen open. Kanttekeningen 1.1 Het participatiebeleid geeft handvatten voor participatie, maar participatie blijft maatwerk. Mocht een proces een andere participatiebenadering vragen dan wat bepaald is in het beleid, dan kan dit mogelijk zijn. Uiteindelijk is het belangrijk dat wij als gemeente kunnen motiveren hoe de participatie is ingezet, wat wij met de input hebben gedaan en bij afwijkingen ook kunnen motiveren waarom dat is. 1.2 Participatie is niet dat alle belanghebbenden eens moeten zijn met het plan of dat alle ontvangen input verwerkt moeten worden door de gemeente.

Participatie gaat erom dat belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om zo vroegtijdig mogelijk hun belangen kenbaar te maken, dat belanghebbenden betrokken worden en hun meningen en suggesties kunnen laten horen. Uiteindelijk is het aan de gemeente om met alle opgehaald input een algemene afweging te maken en hier een besluit over te nemen. 1.3 De omgevingsvisie en het programma zijn zelfbindend voor de gemeente. Dit betekent dat alleen de gemeente zelf zich moet houden aan wat er in de omgevingsvisie en het programma staat. In een programma worden de doelstellingen uit de omgevingsvisie bijvoorbeeld nader uitgewerkt in concrete uitvoeringsstappen. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie of het programma kunnen belanghebbenden geen bezwaar of beroep indienen. In het participatietraject moet dit vooraf helder en duidelijk gecommuniceerd worden, zodat de verwachtingen helder zijn. 1.4 Bij het vaststellen van het omgevingsplan kan men wel beroep instellen. De eerdere doelstellingen in de omgevingsvisie en de uitvoeringstappen in het programma worden nader uitgewerkt in de juridische regels van het omgevingsplan. Afhankelijk van in welke mate de participatie heeft plaatsgevonden voor de omgevingsvisie en het programma kan bekeken worden of er extra participatie nodig is bij het vaststellen van het omgevingsplan.

Voor het omgevingsplan geldt er een kennisgevingsplicht zodat belanghebbenden weet hebben dat er een wijziging van het omgevingsplan plaats gaat vinden. 1.5 Dit participatiebeleid staat los van de nieuwe Wet versterking participatie op decentraal niveau. De Wet versterking participatie op decentraal niveau is door de Eerste kamer aangenomen en treedt naar verwachting 1 januari 2025 in werking. De inspraakverordening uit de Gemeentewet moet worden omgezet naar een participatieverordening binnen een overgangstermijn van 2 jaar. Deze verordening richt zich op de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid (op alle beleidsterreinen) en dit is breder dan de fysieke leefomgeving. Financiën Met het participatiebeleid verduidelijken we hoe we participatie voor ons zien. Dit kan ertoe leiden dat hiermee meer middelen voor participatie nodig zijn dan toen de Omgevingswet er nog niet was. Welk effect dat heeft hangt echter erg af van het individuele plan. Bij de concrete plannen en initiatieven zal daarom bij planning hiervan explicieter rekening moeten worden gehouden met het participatietraject.

Gedacht kan worden aan kosten voor: • vroegtijdig participatie op zetten vraagt extra tijd en geld, zoals intern overleg, het inzetten of uitbesteden van media middelen, het huren van zalen et cetera; • daarnaast moet er een participatieaanpak en -verslag opgesteld worden bij de omgevingsvisie, programma en het omgevingsplan.

Op voorhand is evenwel niet te zeggen of en hoeveel extra kosten hiermee gemoeid zijn. Dat moet per situatie worden beoordeeld. En de dekking met ook per geval gevonden worden. Het is weinig zinvol om hiervoor een apart algemeen participatiebudget te ramen. Bij de opdrachtverstrekking moet rekening gehouden worden met extra budget voor het uitvoeren van het participatiebeleid. Juridische zaken N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Het participatiebeleid wordt bekendgemaakt door publicatie in het elektronisch Gemeenteblad (Overheid.nl). Uitvoering/vervolgstappen Het participatiebeleid wordt ingebed binnen de gemeentelijke organisatie. Evaluatie/monitoring De uitvoering van het participatiebeleid wordt periodiek gemonitord binnen de organisatie.

Bijlagen 1. Participatiebeleid Omgevingswet.pdf 2. Advies gecombineerde commissie Ruimte-AZenF 3 december 2024.pdf 3. Ondertekend raadsbesluit Participatiebeleid Omgevingswet.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14970739/1