CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit (1)

gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Voornemen uittreding gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde1.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT Onderwerp: Voornemen uittreding gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

Gemeenteraad: 30 januari 2024

Zaaknummer: 766705

Commissie Algemene Zaken en Financiën BD 15 januari 2024

De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 12 december 2023; gezien het advies van Commissie Algemene Zaken en Financiën BD op 15 januari 2024;

BESLUIT: 1. Voornemens te zijn uit de gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde te treden. 2. De brief aan het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde over dit voornemen vast te stellen en te versturen.

Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 30 januari 2024.

Raadsvoorstel Onderwerp: Voornemen uittreding gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde

College van burgemeester en wethouders 12 december 2023

Zaaknummer 766705

Portefeuillehouder Lennart Linden

Commissie Algemene Zaken en Financiën BD 15 januari 2024

Openbaar

Gemeenteraad 30 januari 2024

Geadviseerd besluit 1. Voornemens te zijn uit de gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde te treden. 2. De brief aan het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde over dit voornemen vast te stellen en te versturen.

Raadsvoorstel Inleiding Heroverweging en aanleiding voorstel In het Meerjarenprogramma ‘Barendrecht Werelddorp 2022-2026’ is opgenomen dat we nut, noodzaak en doelmatigheid van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (hierna: NRIJ) onderzoeken. Onderliggende vraag is of we taken beter zelf uit kunnen voeren, mede in relatie tot onze ambities de komende jaren. De afgelopen periode is benut om informatie te vergaren over de huidige positie van Barendrecht in het NRIJ en de mogelijke gevolgen van een uittreden van Barendrecht uit het NRIJ. In dat kader is op 4 juli 2023 het NRIJ verzocht inlichtingen te verstrekken over de kosten en baten per gebied van het NRIJ, waarmee alle deelnemers de financiële aantrekkelijkheid van deelname aan het NRIJ zouden kunnen beoordelen. Ook is verzocht inlichtingen te verstrekken over het onderhoudsniveau van de verschillende gebieden en een specificatie van de reserves voor groot onderhoud per gebied te verstrekken. Op 27 oktober 2023 heeft het dagelijks bestuur van het NRIJ gereageerd op dit verzoek. Het dagelijks bestuur heeft aangegeven dat een plan van aanpak “begeleiding besparingen” is vastgesteld. Gedurende dat proces komt er, aldus het NRIJ, naar verwachting vergelijkbare informatie beschikbaar als waarom verzocht en deze wordt dan aan de deelnemers beschikbaar gesteld.

Naar aanleiding hiervan wordt nu voorgesteld het voornemen tot uittreding kenbaar te maken aan het NRIJ. De argumentatie daarvoor is opgenomen onder ‘Argumenten’. Omwille van transparantie is het NRIJ reeds geïnformeerd over het indienen van dit raadsvoorstel en het voornemen van het college om een gelijkluidend besluit te nemen als de raad instemt met dit raadsvoorstel (zie verder onder ‘Uitvoering/vervolgstappen’). Historie NRIJ In 1958 stelde Gedeputeerde Staten de Werkcommissie Recreatieplan Oude Maas in om te onderzoeken of de noordelijke oever van de Oude Maas geschikt kon worden gemaakt voor recreatiedoeleinden. In deze commissie waren de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Rotterdam, Barendrecht, Heerjansdam, Poortugaal, Rhoon en Zwijndrecht, de Stichting Zuid-Hollands Landschap en de provinciale planologische dienst vertegenwoordigd. Conform de aanbevelingen van de commissie werd in 1964 een gemeenschappelijke regeling opgericht, onder de naam Recreatieschap Oude Maas. Deelnemers waren de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Rotterdam, Barendrecht, Heerjansdam, Poortugaal, Rhoon en Zwijndrecht. Vanaf 1970 werd nagedacht om al het landelijke gebied op het eiland IJsselmonde bij het Recreatieschap Oude Maas onder te brengen. In 1986 werd het openbaar lichaam Rijnmond opgeheven, dat diverse bevoegdheden had op het gebied van openluchtrecreatie.

Mede naar aanleiding hiervan werd het Recreatieschap Oude Maas in 1989 uitgebreid met alle buitenstedelijke recreatieprojecten op IJsselmonde. Dit besluit paste tevens in het streven van de wetgever tot oprichting van enkele grote samenwerkingsverbanden op het gebied van recreatie. De gemeenten Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht traden nu toe tot de nieuwe gemeenschappelijke regeling, die per 1 januari 1990 werd opgericht onder de naam Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. De overige deelnemers waren dezelfde als in het Recreatieschap Oude Maas: de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Albrandswaard (in 1985 ontstaan uit een fusie van de gemeenten Rhoon en Poortugaal), Barendrecht, Zwijndrecht, Rotterdam en Heerjansdam (per 1 januari 2003 opgegaan in de gemeente Zwijndrecht). Met ingang van 1 januari 2018 zijn de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland uitgetreden, maar deze zijn nog steeds betrokken bij het NRIJ, zowel inhoudelijk als financieel. De gemeente

Rotterdam en de provincie Zuid-Holland hebben zich eraan verbonden tot en met 2025 financieel bij te dragen aan het NRIJ. Taak NRIJ Het NRIJ heeft tot taak in onderlinge samenhang het behartigen van het gemeenschappelijk belang van de deelnemers voor wat betreft de ontsluiting, de ontwikkeling, aanleg en het beheer in het kader van de openluchtrecreatie en het toerisme en waar mogelijk van natuur en landschap in het werkgebied (artikel 2, vierde lid, van de gemeenschappelijke regeling). Beoogd effect Barendrecht kan een definitieve beslissing nemen over de positie van Barendrecht in het NRIJ, zodat we onze ambities ten aanzien van NRIJ-gronden kunnen verwezenlijken. Relatie met beleidskaders Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022 – 2026 Groenvisie Barendrecht 2030 Argumenten 1.1 We hebben ambities ten aanzien van NRIJ-gronden. We willen meer grip op de recreatieve ontwikkeling van de eigen natuurgebieden en meer grip op het onderhoudsniveau. We willen de kwaliteit van het groen in deze gebieden verhogen. Het belang dat Barendrecht hecht aan natuur- en recreatiegebieden blijkt ook uit de uitbreiding van onze natuur- en recreatiegebieden met ruim 45 ha in de Zuidpolder.

Daarnaast willen we meer zeggenschap over het gebruik van de gronden van het NRIJ in Barendrecht, zoals het in algemeen passend is dat deelnemers een sterkere stem hebben in het gebruik van gronden van het NRIJ binnen hun gemeente. Verder vinden we het van belang dat de samenwerking met ondernemers prettig en met aandacht voor de lokale situatie verloopt. 1.2 We kunnen nu niet goed onze positie in het NRIJ analyseren. We hebben het NRIJ verzocht inlichtingen te verstrekken waarmee alle deelnemers de (financiële) aantrekkelijkheid van deelname aan het NRIJ zouden kunnen beoordelen. Het NRIJ heeft deze informatie niet verstrekt. We hebben de informatie nodig om een definitieve beslissing te nemen over onze positie in het NRIJ. 1.3 Met een conceptuittredingsplan komt alle relevante informatie op tafel. Een conceptuittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding alsmede een voorlopige uittreedsom. Relevant daarvoor is ook een analyse van de huidige situatie. Ten behoeve van het conceptuittredingsplan wordt een projectgroep samengesteld, onder leiding van een onafhankelijke deskundige. Al deze informatie stelt Barendrecht in staat een definitieve beslissing te nemen over onze positie in het NRIJ en zal bovendien naar verwachting meer informatie opleveren dan het door het NRIJ aangekondigde plan van aanpak.

Om die reden wordt het NRIJ verzocht het voornemen tot uittreding te behandelen conform de uittredingsbepalingen uit de voorgestelde gemeenschappelijke regeling zoals besproken door het dagelijks bestuur van het NRIJ op 6 november 2023. 1.4 Een voornemen tot uittreding betekent niet definitief dat Barendrecht uit het NRIJ treedt. De definitieve beslissing om wel of niet uit het NRIJ te treden, volgt immers pas na vaststelling van het conceptuittredingsplan. Bovendien nodigen we het NRIJ uit om mee te denken over andere oplossingsrichtingen. 1.5 We werken graag samen als het Barendrecht vooruit helpt en kijken daarom kritisch naar nut en noodzaak van gemeenschappelijke regelingen.

De heroverweging van onze positie in het NRIJ past bij deze kritische houding. We willen inzicht in de vraag of we taken beter zelf uit kunnen voeren, mede in relatie tot onze ambities (zie argument 1.1) voor de komende jaren. 2.1 Door het voornemen aan het NRIJ kenbaar te maken, wordt het proces dat leidt tot een conceptuittredingsplan in gang gezet. Overleg gevoerd met We hebben onze verschillende stappen kenbaar gemaakt aan het NRIJ. Ook hebben we het NRIJ verzocht inlichtingen te verstrekken waarmee alle deelnemers de (financiële) aantrekkelijkheid van deelname aan het NRIJ zouden kunnen beoordelen. Het NRIJ heeft deze informatie niet verstrekt. Kanttekeningen 1.1 Het voornemen tot uittredingen heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de verhoudingen binnen het NRIJ. Hoewel het voorstel naar ons oordeel past binnen passende zakelijke verhoudingen, is niet uit te sluiten dat de samenwerking stroever gaat verlopen. Uiteraard hadden we graag gezien dat deze stap op dit moment niet nodig was en de informatie om een goede afweging te maken eerder beschikbaar was gesteld door het NRIJ. Gelet op het belang van de heroverweging van de positie van Barendrecht in het NRIJ, is dit nu een noodzakelijke stap en achten we het risico aanvaardbaar. 1.2 De nieuwe gemeenschappelijke regeling is nog niet in werking getreden. De gewenste procedure is daarom nog niet formeel geregeld.

We verzoeken het NRIJ echter om deze toch te volgen. Het NRIJ zal immers zelf voorstellen om deze uittredingsbepalingen vast te stellen. Uitvoering/vervolgstappen Het college van burgemeester en wethouders zal, als afzonderlijke deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, een gelijkluidend besluit nemen en dit aan het NRIJ kenbaar te maken. Indien het NRIJ instemt met het verzoek om te handelen conform de nieuwe uittredingsbepalingen, dan zal een conceptuittredingsplan worden opgesteld, met daarin de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding alsmede een voorlopige uittreedsom. Ten behoeve hiervan wordt een projectgroep samengesteld, onder leiding van een onafhankelijke deskundige. Het conceptuittredingsplan wordt getoetst door de accountant van het NRIJ. Het algemeen bestuur stelt het conceptuittredingsplan uiterlijk acht maanden na het voornemen tot uittreding vast. Het conceptuittredingsplan wordt vervolgens toegezonden aan alle deelnemende gemeenteraden. Op basis van het conceptuittredingsplan beslissen het college en de raad definitief over uittreding uit het NRIJ. Het algemeen bestuur stelt vervolgens in unanimiteit het definitieve uittredingsplan vast binnen acht maanden na het besluit tot uittreding.

Uittreding vindt plaats op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin de uittredende deelnemende gemeente het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt aan het algemeen bestuur. Indien van de maximale termijnen gebruik wordt gemaakt, vindt uittreding dus niet eerder plaats dan per 1 januari 2026. Evaluatie/monitoring Op ambtelijk en bestuurlijk niveau wordt de totstandkoming van het conceptuittredingsplan bewaakt. Financiën De kosten voor de toets van het concept-uittredingsplan door de accountant van het NRIJ komen voor rekening van Barendrecht. De hoogte van deze kosten zijn nog niet bekend, maar wordt ten hoogste op € 10.000 geschat. Deze kunnen worden gedekt uit het budget voor Buitenstedelijke Recreatie (FCL 656015).

De kosten voor de projectgroep die het concept-uittredingsplan moet voorbereiden, vallen niet onder de definitie van frictiekosten (“de kosten die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemende gemeente”) en komen dus voor rekening van het NRIJ. Juridische zaken N.v.t. Duurzaamheid N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Het voornemen tot uittreding wordt kenbaar gemaakt aan het NRIJ.

Bijlagen 1. Advies openbare commissie AZ&F 15 januari 2024.pdf 2. Ondertekend raadsbesluit Voornemen tot uittreding GR NRIJ.pdf 3. Ondertekend Brief GR NRIJ.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13757524/1