CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit (1)

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein3.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSBESLUIT Onderwerp: Windenergie Vaanplein

Gemeenteraad: 26 maart 2024

Zaaknummer: 958046

Commissie Ruimte 19 maart 2024

De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 5 maart 2024; gezien het advies van Commissie Ruimte op 19 maart 2024; overwegende, dat • •

• •

•

•

• • • •

•

• • •

tussen de gemeenten uit de voormalige Stadsregio Rotterdam op 21 juni 2012 het "Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam" is afgesloten; de provincie Zuid-Holland bij de partiële herziening van de Verordening Ruimte en Mobiliteit zoals vastgesteld op 20 december 2017 diverse locaties waaronder de locatie Vaanplein aangewezen heeft ten behoeve van realisatie van windenergie; de provincie Zuid-Holland de locaties uit de VRM inmiddels heeft opgenomen in de Omgevingsverordening; de provincie Zuid-Holland de wettelijke bevoegdheden tot het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning heeft overgedragen aan de gemeente Barendrecht met de "Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente"; in de "Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente de verplichting is opgenomen om de gemeentelijke coördinatieregeling ex artikel 3.30 tot en met artikel 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening toe te passen; de termijn rond het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan zoals genoemd in de bestuursovereenkomst met de provincie Zuid-Holland, te weten uiterlijk 30 juni 2021, ruimschoots is overschreden; de in het kader van het planMER uitgevoerde onderzoeken gereed zijn; de effecten op de leefomgeving nadrukkelijk aanwezig zijn waarbij alle planMER alternatieven extra ernstig

geluidsgehinderden ontstaan; de klankbordgroep vanuit de uitgebreide participatie de nu voorliggende kaders kan ondersteunen; de effecten getoetst dienen te worden aan het door de gemeenteraad vastgestelde "Toetsingskader Windenergie 2015" waarin is opgenomen dat er "Geen onaanvaardbare toename van geluidbelasting" mag optreden; de te stellen eisen aan een mogelijke ontwikkeling dusdanig dienen te zijn dat een goede afweging plaatsvindt tussen enerzijds de milieu-effecten en anderzijds de noodzaak rond de energietransitie en de economische haalbaarheid; besluitvorming rond de gunning van het optierecht aan een mogelijke ontwikkelaar door de grondeigenaar is genomen; de ontwikkelaar een verzoek kan doen tot het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie ter plaatse; er geen lokale kaders zijn voor de toetsing van een mogelijke aanvraag;

• • •

• • •

de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 11 oktober 2023 het "Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving" voor zienswijzen ter inzage gelegd; dit ontwerpbesluit aanleiding heeft gegeven de lokale kaderstelling aan te passen naar de strengere kaders zoals geformuleerd in het ontwerpbesluit; er op dringend verzoek van de provincie een tweetal bijeenkomsten met provincie ZuidHolland, DCMR, klankbordgroep en initiatiefnemer Statkraft zijn georganiseerd rond de kaderstelling; de kaderstelling voorzien is van een onderbouwing waarbij de diverse kaders zijn beschreven; de deelnemers aan de twee bijeenkomsten een reactie hebben gegeven op de onderbouwing van de kaders; de reacties hebben geleid tot een verdere verfijning van de onderbouwing van de kaders;

BESLUIT: 1. Het planMER met bijlagen vast te stellen. 2. De volgende lokale kaders volgend uit het planMER en bijlagen bij toepassing van de mitigerende maatregelen vast te stellen: • ruimtelijk binnen de in de Visie Ruimte en Mobiliteit vastgelegde locatie de mogelijkheid te bestemmen tot realisatie van twee windturbines aan de noordwest zijde van het Vaanplein met een totaal opgesteld vermogen van minimaal 9 MW; • de maximale tiphoogte te beperken tot 180 meter; • de minimale afstand tussen turbine en geluidgevoelige objecten conform de definitie zoals opgenomen in de wet Geluidhinder te bepalen op twee maal de tiphoogte; • obstakelverlichting dient tot een minimum beperkt te worden inclusief toepassing van naderingsdetectie; • slagschaduw ter plaatse van woningen en andere gevoelige objecten te beperken tot maximaal 1 uur per object per jaar; • de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder te beperken tot een waarde van 45 dB Lden conform de grens zoals naar verwachting zal worden opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving; • voor de nachtperiode (23:00-7:00 uur) de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder te beperken tot 41 dB LAeq,max 10 min.; • de turbines dienen in het kader van laagfrequent geluid te voldoen aan de Vercammencurve ter plaatse van de

geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder; • aangetoond moet worden dat door slijtage, verstoring en het gebruik van giftige stoffen geen negatieve gezondheidseffecten optreden gedurende de exploitatieperiode. 3. Met de mogelijke initiatiefnemer worden afspraken gemaakt en vastgelegd in een private overeenkomst gelijktijdig met de besluitvorming rond de publiekrechtelijke omgevingsvergunning rond het instellen van een gebiedsfonds waarbij met name de extra gehinderden worden betrokken en financiële participatie waarbij minimaal 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd conform de uitgangspunten van de gedragscode NWEA.

Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 26 maart 2024.

Raadsvoorstel Onderwerp: Windenergie Vaanplein

College van burgemeester en wethouders 5 maart 2024

Zaaknummer 958046

Portefeuillehouder Lennart Linden

Commissie Ruimte 19 maart 2024

Openbaar

Gemeenteraad 26 maart 2024

Geadviseerd besluit 1. Het planMER met bijlagen vast te stellen. 2. De volgende lokale kaders volgend uit het planMER en bijlagen bij toepassing van de mitigerende maatregelen vast te stellen: • ruimtelijk binnen de in de Visie Ruimte en Mobiliteit vastgelegde locatie de mogelijkheid te bestemmen tot realisatie van twee windturbines aan de noordwest zijde van het Vaanplein met een totaal opgesteld vermogen van minimaal 9 MW; • de maximale tiphoogte te beperken tot 180 meter; • de minimale afstand tussen turbine en geluidgevoelige objecten conform de definitie zoals opgenomen in de wet Geluidhinder te bepalen op twee maal de tiphoogte; • obstakelverlichting dient tot een minimum beperkt te worden inclusief toepassing van naderingsdetectie; • slagschaduw ter plaatse van woningen en andere gevoelige objecten te beperken tot maximaal 1 uur per object per jaar; • de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder te beperken tot een waarde van 45 dB Lden conform de grens zoals naar verwachting zal worden opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving; • voor de nachtperiode (23:00-7:00 uur) de geluidimmissie ter plaatse van geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder te beperken tot 41 dB LAeq,max 10 min.; • de turbines dienen in het kader van laagfrequent geluid te voldoen aan de Vercammencurve ter

plaatse van de geluidgevoelige objecten conform de definitie uit de wet Geluidhinder; • aangetoond moet worden dat door slijtage, verstoring en het gebruik van giftige stoffen geen negatieve gezondheidseffecten optreden gedurende de exploitatieperiode. 3. Met de mogelijke initiatiefnemer worden afspraken gemaakt en vastgelegd in een private overeenkomst gelijktijdig met de besluitvorming rond de publiekrechtelijke omgevingsvergunning rond het instellen van een gebiedsfonds waarbij met name de extra gehinderden worden betrokken en financiële participatie waarbij minimaal 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd conform de uitgangspunten van de gedragscode NWEA.

Raadsvoorstel Inleiding Op basis van het afgesloten "Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam 2012", verlengd tot 2025, dat is ondertekend door alle gemeenten in de voormalige stadsregio, is aangegeven dat op de locatie Vaanplein windenergie mogelijk gemaakt zou moeten worden. Voor deze locatie is het uitgangspunt dat er plaatse de realisatie van minimaal 9 MW aan opgesteld vermogen mogelijk gemaakt wordt. Ruimtelijk heeft de provincie Zuid-Holland dit mogelijk gemaakt door de locatie in eerste instantie op te nemen in de Visie Ruimte en Mobiliteit. Nu zit de locatie ook in de omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland. Op basis van de Elektriciteitswet is de provincie bevoegd gezag voor de realisatie. De provincie heeft deze bevoegdheid middels een bestuursovereenkomst van 28 januari 2021 overgedragen aan de gemeente Barendrecht. De gemeenteraad heeft eind 2021 besloten om in voorbereiding op het bestemmingsplan het planMER op te laten stellen en uitgebreide participatie uit te voeren. Op basis van deze informatie kunnen dan eigen lokale kaders worden vastgesteld. In voorbereiding op het opstellen van het planMER is een nota reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld. Deze nota heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen, waarbij ook de direct betrokkenen in een cirkel van 1 km schriftelijk benaderd zijn.

Na verwerking van alle opmerkingen is de NRD in het college vastgesteld en is het planMER opgesteld. Naast de resultaten uit het planMER, wat de minimale en maximale mogelijkheden heeft onderzocht, is een rekenexercitie opgesteld. Hierbij is een milieutechnisch gezien de zo optimaal mogelijke variant gezocht, waarbij ook de energetische opbrengst zo optimaal mogelijk blijft. Nadrukkelijk is geen businesscase opgesteld, dit is aan de marktpartij. In aanloop naar de behandeling van dit voorstel in het college, hebben de provincie, NWEA en het bestuurlijk overleg een reactie gestuurd. Die is betrokken bij de beraadslaging in het college. De reactie van het college aan deze partners is toegevoegd aan het voorstel. Beoogd effect Vaststelling van kaders waar een door een potentiële ontwikkelende partij in te dienen plan kan worden getoetst bij het opstarten van de ruimtelijke procedure onder de Omgevingswet. Relatie met beleidskaders Toetsingskader Windenergie 2015, Convenant Windenergie, Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente. Argumenten 1.1 Het planMER is de basis voor de daaruit volgende kaders. Door het vaststellen van het planMER inclusief alle bijlagen waaronder de rekenexercitie is de basis vastgelegd rond de daaruit volgende kaders. 2.1 Kaders zijn nodig.

Om duidelijkheid te verschaffen aan een ieder moeten de kaders waarbinnen windenergie gerealiseerd mag worden op voorhand bekend zijn. Zo wordt een ruimtelijke enveloppe beschreven waarbinnen marktpartijen uiteindelijk hun omgevingsvergunning kunnen aanvragen. De kaders volgen uit het planMER en de uitgevoerde rekenexercitie. 2.2 De keuze voor twee windturbines met een tiphoogte van 180 meter en een vereist vermogen van minimaal 9 MW is de minst hinder gevende variant. In het planMER wordt ingegaan op een breed scala aan milieueffecten waarbij in basis drie MERalternatieven zijn bezien, te weten: • drie windmolens met een tiphoogte van 150 meter (conform het planMER wat ten grondslag ligt aan het provinciaal beleid, i.c. de herziening van de Visie Ruime en Mobiliteit);

• •

twee windmolens met een tiphoogte van 250 meter (conform vrijstelling van hoogtebeperking zoals aangegeven door de Inspectie Leefomgeving en Transport); drie windmolens met een tiphoogte van 250 meter (conform vrijstelling van hoogtebeperking zoals aangegeven door de Inspectie Leefomgeving en Transport).

Naast deze drie MER-varianten is ook een windturbine opstelling van vier windturbines met een tiphoogte van 100 meter bezien en is ook een variant doorgerekend op geluid en energieopbrengst voor een opstelling van twee windmolens met een tiphoogte van 180 m. Deze laatste variant is met name een rekenexercitie naar milieutechnische (geluid)aspecten in samenhang met de energetische opbrengst. Deze mogelijkheid valt binnen het speelveld van het planMER. Uitgangspunt voor de rekenexercitie is een mogelijke opstelling met het minst aantal ernstig gehinderden en binnen de kaders van het vereiste opgestelde vermogen. In het door de gemeenteraad vastgestelde toetsingskader Windenergie 2015 is rond de geluidhinder opgenomen dat er geen onaanvaardbare toename van geluidbelasting mag optreden. Dit kader is niet kwantitatief ingevuld en is daardoor een voor discussie vatbare toetsingsgrond. Naast de drie MER varianten is een variant doorgerekend op met name geluid. Dit betreft een variant waarbij met twee windturbines met een tiphoogte van 180 meter de convenantsdoelstelling van 9 MW opgesteld vermogen wordt gehaald. Om te bepalen of MER-alternatieven mogelijk aanvaardbaar zijn is gebruik gemaakt van de geluidsnorm 45 dB Lden, zoals nu wordt opgenomen in het ontwerp besluit windturbines leefomgeving.

Daarnaast is in de kaderstelling ook een meetbaar en handhaafbaar geluidsniveau benoemd voor de nachtperiode van 41 dB LAeq10min. Dit (meetbare) niveau is vergelijkbare met een berekende waarde L night van 39 dB. Op basis van deze normstelling heeft DCMR de mogelijkheid om hierop toe te zien en eventueel handhavend op te treden. Uit de afweging blijkt dat binnen de kaders de oplossing met een tiphoogte van 180 m. het minst hinder geeft en ook vanuit de omgeving, en met name de klankbordgroep als redelijk aanvaardbare oplossing wordt gezien. 2.3 De kaders zijn een toevoeging op het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Gerealiseerd moet worden dat de realisatie van twee windturbines valt binnen de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Conform het Activiteitenbesluit Milieubeheer mag een gemeente alleen strengere geluidsnormen voorschrijven bij bijzondere lokale omstandigheden. Het grote aantal woningen en de aanwezigheid van grote geluidsbronnen in de vorm van de snelwegen gelden als bijzondere lokale omstandigheid. Door het stellen van strengere normen zoals opgenomen bij de mitigerende maatregelen uit het planMER wordt de leefomgeving zo veel mogelijk beschermd. Dit is ook als basis genomen bij het opstellen van het "Toetsingskader Windenergie 2015".

2.4 De kaders zijn besproken met diverse partijen Met de Klankbordgroep windenergie Vaanplein heeft intensief overleg plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in de reactie zoals die ook is bijgevoegd waarbij de reactie is verwerkt in de kaderstelling. Ook is overlegd met de stichting Tegenwind. Deze stichting stelt zich landelijk op het standpunt dat windenergie in bebouwd gebied niet mogelijk is. De stichting verwijst hierbij naar met name de eisen die gesteld worden aan industrielawaai. Dit zijn echter geen eisen die op dit moment van toepassing zijn. Daarnaast zou het stellen van dergelijke eisen juridisch niet houdbaar worden, omdat hier sprake is van twee turbines. Deze opstelling valt nog steeds onder het huidige Activiteitenbesluit waarbij in een bijzondere situatie, lees bebouwde omgeving, aanvullende eisen gesteld kunnen worden aanvullend op de kaders van het Activiteitenbesluit. 2.5 De kaders lijken juridisch houdbaar. De kaders inclusief de uitgebreide onderbouwing zijn extern juridisch getoetst en lijken juridisch houdbaar. Zekerheid kan niet vooraf worden gegeven gezien de mogelijke uiteindelijke beoordeling door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

2.6 De kaders maken onderdeel uit van uitgebreide participatie. In het kader van het opstellen van de nu voorliggende kaders heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden zowel middels direct mail als via de geformeerde klankbordgroep. De klankbordgroep heeft positief geadviseerd over de nu voorliggende kaders. 2.7 De onderbouwing van de kaders is besproken met stakeholders. Om duidelijkheid te scheppen is een samenvattende onderbouwing opgesteld door een externe partij. Deze onderbouwing is mede op dringend verzoek van de provincie Zuid-Holland besproken in een tweetal bijeenkomsten. Bij deze bijeenkomsten zijn naast de provincie ook de DCMR, de klankbordgroep en de initiatiefnemer Statkraft aanwezig. In algemene zin kunnen partijen zich vinden in de geformuleerde kaders behoudens de gestelde tiphoogte. 3.1 Lokaal eigenaarschap is het uitgangspunt. Om het lokaal eigenaarschap te borgen wordt met de initiatiefnemer hierover afspraken gemaakt in een afzonderlijke overeenkomst rond dit eigenaarschap. Overleg gevoerd met Commissie Ruimte, de eerdere opmerkingen, waaronder de schriftelijke vragen van de fractie EVB, zijn in dit voorstel verwerkt. Kanttekeningen 2.1 Kaders vanuit "Toetsingskader Windenergie 2015" zijn niet kwantificeerbaar. Met name de toetsing rond geluid is niet kwantificeerbaar opgenomen in het toetsingskader.

Daarmee blijft een discussie bestaan rond de term onaanvaardbaar. In de huidige energiecrisis is de neiging wellicht om de grens ontoelaatbaar te schuiven. In deze situatie is er echter van een marginale verslechtering sprake tegenover een groot maatschappelijk belang. 2.2 De variant met 180 meter tiphoogte is niet in het gehele traject besproken. De variant van 180 meter tiphoogte is relatief laat in het proces besproken met de klankbordgroep, die zich hier uiteindelijk in kan vinden. Uitvoering/vervolgstappen Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de volgende vervolgstappen ingezet: • informeren van de klankbordgroep; • informeren van het bestuurlijk overleg windenergie; • informeren Staatsbosbeheer (als grondeigenaar); • bij het ontvangen van een aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de procedure op basis van de Omgevingswet opgestart.. Evaluatie/monitoring Het verdere proces rond de ontwikkeling van het gebied wordt gevolgd tot en met de procedure in het kader van de Omgevingswet, het sluiten van de anterieure overeenkomst en het kostenverhaal op basis van de Omgevingswet en de overeenkomst rond het lokaal eigenaarschap. Financiën De gemaakte kosten rond de gehele ontwikkeling tot op moment van besluitvorming belopen afgerond een bedrag van € 480.000,--. Deze kosten worden ingebracht bij het opstellen van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer.

Bij het niet bereiken van een anterieure overeenkomst worden de kosten verwerkt in de procedure op basis van de Omgevingswet. Juridische zaken Door het starten van de ruimtelijke procedure op basis van de Omgevingswet wordt voldaan aan het regionale convenant en de bestuursovereenkomst. In deze procedure worden de kaders ruimtelijk vastgelegd als basis voor een mogelijke realisatie. Ondanks het feit dat de termijn uit de bestuursovereenkomst al ruimschoots is verstreken is het niet de verwachting dat de provincie alsnog de bevoegdheden zelf gaat uitoefenen, zeker gelet op de geformuleerde besluiten.

Door het proces op basis van de Omgevingswet te gaan voeren na indiening van een aanvraag omgevingsvergunning, dat zo min mogelijk effecten heeft maar toch economisch uitvoerbaar is, kan de gemeente volledige regie voeren en haar lokale normen realiseren. Hiermee wordt voorkomen dat gedeputeerde staten alsnog gebruik maken van hun bevoegdheden tot het volgen van een eigen procedure. Deze provinciale procedure, wat mogelijk een groter windpark met meer effecten mogelijk maakt, is voor de gemeente ongewenst. Duurzaamheid Door in te zetten op opwek met een opgesteld vermogen van minimaal 9 MW wordt een stevige bijdrage geleverd aan de noodzakelijke omschakeling naar alternatieve energiebronnen. Een modern windpark van 9 MW levert genoeg elektriciteit om circa 10.000 huishoudens van stroom te voorzien. Communicatie/participatie na besluitvorming Na besluitvorming in de gemeenteraad vindt uitgebreide, inhoudelijke communicatie plaats waarbij ook de verantwoording van de keuze om te komen tot het alternatief van twee windturbines uitgebreid aan de orde zal komen.

Bijlagen 1. Beantwoording schriftelijke reacties n.a.v. bijeenkomst 2 februari 2024 v.20240222.pdf 2. Motivering lokale normenkader.pdf 3. Nota van wijziging voorstel Windenergie Vaanplein 2024-02-27.pdf 4. PlanMER Windenergie Vaanplein 2-1 221111.pdf 5. Bijlage A - Akoestisch onderzoek planMER Windenergie Vaanplein 1-2 221111.pdf 6. Bijlage B - Slagschaduw Vaanplein Barendrecht v1-0.pdf 7. Bijlage C Externe veiligheid Vaanplein v1-0.pdf 8. Bijlage D - Landschappelijke beoordeling Vaanplein v1-0.pdf 9. Landschappelijke Bijlage A - Visualisaties Barendrecht.pdf 10. Bijlage E - Ecologische knelpuntenanalyse windenergie Zuidelijk Randpark.pdf 11. Bijlage F - literatuurlijst ecologie.pdf 12. Rekenexercities hinder windturbinegeluid Vaanplein 220824.pdf 13. Imissiewaarden woningen 220628.pdf 14. M2022065900R001v3 Windpark Vaanplein - Definitief.pdf 15. Gedragscode-WoL-opgemaakt.pdf 16. Ondertekende bestuursovereenkomst 28-01-2021 inzake overdracht bevoegdheden realisatie windopgave gemeente Barendrecht.pdf 17. Schriftelijke vragen EVB over Kaders Windturbines Vaanplein.pdf 18. Antwoorden raadsbijeenkomst commissie Ruimte 04-10-2022.pdf 19. Klankbordgroep Normenkader Windenergie Vaanplein.pdf 20. Advies Klankbordgroep Project Windenergie Vaanplein - 7 september 2023.pdf 21. Beantwoording brief klankbordgroep 2023-09-07.pdf 22. Barendrecht-IWTs-Vaanplein-TWNL-WA-04-2023-03-29.pdf 23.

TWNL-Opzet-lokale-IWT-regels-V03-2023-03-29.pdf 24. Reactie Tegen Wind tbv normering definitief.pdf 25. TWNL-Barendrecht-Re-Concept-opzet-IWTs-2023-06-16.pdf 26. Windmolens zijn niet duurzaam.pdf 27. Mail mevrouw Bonafasia over ontwikkelingen windenergie Vaanplein.pdf 28. Mail de heer en mevrouw Wolbers-van Gils over reactie op zienswijze windturbines.pdf 29. Mailcorrespondentie Provincie Zuid-Holland gemeente Barendrecht .pdf 30. Brief GS Zuid-Holland over lokale normering windturbines Vaanplein Barendrecht en vooruitblik.pdf 31. Ongevraagd advies Vaanplein aan college Barendrecht van Wijkraden Pendrecht, Zuidwijk en Groot-Oud IJsselmonde.pdf

32. Inspreektekst de heer Karreman namens Statkraft voor commissie Ruimte 3 oktober 2023.pdf 33. Inspreektekst dhr Elzinga namens wijkraad Lombardijen Rotterdam.pdf 34. Inspreektekst dhr Verbeek namens wijkraad Groot- en Oud-IJsselmonde Rotterdam.pdf 35. Inspreektekst de heer Stein - Advies Klankbordgroep t.b.v. Commissievergadering Ruimte 3 oktober 2023.pdf 36. Presentatie Windenergie Vaanplein.pdf 37. GEHEIM juridisch advies.pdf 38. 24 03 04 Brief Convenant aan B en W inz normenkader.pdf 39. Toezendmail brief berekening geluidscontour windmolen 180 m vs 220 m.pdf 40. 20240304 brief NWEA berekening geluidscontour Barendrecht.pdf 41. Reactie convenantspartners 2024-03-06.pdf 42. Reactie NWEA 2024-03-06.pdf 43. Reactie provincie 2024-03-06.pdf 44. 2023-031630 Antwoordbrief wethouder van der Linden op vragen EVB over windenergie Vaanplein.pdf 45. Brief_Gedeputeerde_Potjer_aan_BW_Barendrecht_lokale_turbinenormen.pdf 46. Brief Energie Samen aan college Barendrecht over Windpark Vaanplein.pdf 47. Advies Klankbordgroep Project Windenergie Vaanplein - 8 maart 2024.pdf 48. 958046 Brief wethouder Van der Linden op ingekomen stukken ihkv behandeling kaderstelling windenergie Vaanplein.pdf 49. Technische vragen CDA over Windenergie Vaanplein.pdf 50. 958046 Antwoordbrief wethouder Van der Linden op technische vragen fractie CDA over kaderstelling windenergie Vaanplein.pdf 51.

Schriftelijke inbreng Statkraft commissie Ruimte vergadering van 19 maart 2024.pdf 52. 958046 Reactie wethouder Van der Linden op inbreng Statkraft rond de behandeling kaderstelling windenergie Vaanplein.pdf 53. Inspreekbijdrage dhr. Stein namens Klankbordgroep Project Windenergie Vaanplein.pdf 54. Advies commissie Ruimte 19 maart 2024.pdf 55. Ondertekend raadsbesluit Windenergie Vaanplein.pdf 56. Verworpen A2024-04 Evaluatie realisatie project Windenergie.pdf 57. Verworpen A2024-03 wijziging hoogtebeperking Windenergie Vaanplein.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13976506/1