CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit (1)

commissie Planning en Control 27 mei 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond (Adviserend)11.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook in dat geval wijst het dagelijks bestuur uit zijn midden een ander lid als plaatsvervangend voorzitter aan. Artikel 21 secretaris In het eerste lid van artikel 21 is vastgelegd dat de directeur publieke gezondheid de functie van secretaris vervult. Conform art. 14 Wpg is in het tweede lid vastgelegd dat de directeur publieke gezondheid benoemd en ontslagen wordt door het algemeen bestuur in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijmond (VRR). Deze instemming van de VRR heeft te maken met het feit dat in de Wet veiligheidsregio’s is geregeld dat de directeur publieke gezondheid leidinggeeft aan de GHOR (geneeskundige hulpverlening in crisissituaties en bij rampen). Daarnaast is bepaald dat overeenstemming nodig is met het college B en W van de gemeente Rotterdam, omdat deze de werkgeversfunctie vervult voor de directeur publieke gezondheid. In het vierde lid is bepaald dat de secretaris bij alle vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig is, tenzij het bestuur anders beslist. Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan beraadslagingen waarbij het persoonlijk functioneren van de secretaris aan de orde komt. Het is niet mogelijk om als algemeen of dagelijks bestuur besluiten te nemen in afwezigheid van de secretaris. Artikel 21a Artikel 21a is een uitwerking van artikel 40 van de Archiefwet 1995.

Het zorgdragen voor de archiefbescheiden geschiedt overeenkomstig de Archiefverordening van de uitvoerende gemeente. Artikel 22 commissies Artikel 22 betreft de instelling van (‘lichte’) adviescommissies, zoals bedoeld in artikel 24 Wgr. Op grond van het eerste lid van genoemd artikel 24, regelt het algemeen bestuur bij verordening de samenstelling, bevoegdheden en de werkwijze van de commissie alsmede de openbaarheid van de vergaderingen. De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar samenstelling en bevoegdheden geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk door de voorzitter ingesteld. Indien op enig moment instelling van (‘zware’) bestuurscommissies (taakcommissies), zoals bedoeld in artikel 25 Wgr wenselijk is, zal de onderhavige gemeenschappelijke regeling aangepast dienen te worden. Het eerste lid van genoemd artikel 25 bepaalt namelijk dat het

algemeen bestuur van het openbaar lichaam commissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet. Zie ook de algemene toelichting. Artikel 23 begroting van het lichaam Tweede lid en achtste lid: Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting alsmede begrotingswijzigingen twaalf weken voordat zij ter vaststelling worden aangeboden aan het algemeen bestuur, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen over de ontwerpbegroting dan wel de begrotingswijziging(en) naar voren brengen (artikel 35, derde en zesde lid, Wgr). Tweede lid: Vanwege aanpassing van de termijn van 8 weken naar 12 weken is de uiterste datum voor het toezenden van de ontwerpbegroting verschoven naar 15 april (was 1 mei). Derde tot en met vijfde lid: in aanvulling op de mogelijkheden die de Wgr geeft, is opgenomen dat een extra groei in het budget ten gevolge van veranderd beleid een unaniem besluit behoeft van het algemeen bestuur. Het gaat hierbij om groei als gevolg van endogene, door de regeling zelf te beïnvloeden, oorzaken. Een groei als gevolg van exogeen bepaalde volumewijzigingen, zoals de stijging van het inwoneraantal, wordt buiten beschouwing gelaten. Ook hierbij geldt, dat de gemeenteraden ten minste twaalf weken van tevoren het voorstel toegezonden dienen te krijgen.

Artikel 25 verdeling van de kosten Onder kosten in verband met de instandhouding van het lichaam zijn bijvoorbeeld te verstaan de kosten van de secretariële ondersteuning van het algemeen en het dagelijks bestuur en kosten in verband met vergaderingen. Deze worden in de praktijk verdisconteerd in de overheadkosten die per product(cluster) van het basistakenpakket worden doorberekend aan de gemeenten. Toedeling van kosten geschiedt naar evenredigheid van het aantal inwoners per gemeente. Artikel 26 mediation Artikel 28 Wgr geeft gedeputeerden staten de bevoegdheid om te beslissen in geschillen over de toepassing, in de ruimste zin van het woord, van de regeling. Dit kunnen zijn geschillen tussen deelnemende gemeenten of tussen algemeen bestuur en een of meer deelnemende gemeenten. Gedeputeerde staten kunnen in dat geval het desbetreffende bestuur opdragen een besluit te nemen met inachtneming van het door gedeputeerde staten bepaalde en binnen een door gedeputeerde staten te stellen termijn. Indien het besluit niet binnen de termijn wordt genomen, nemen gedeputeerde staten zelf het besluit. Artikel 26 komt neer op een inspanningsverplichting van partijen om eerst te proberen er via mediation zelf uit te komen. Partijen dienen zich dan van tevoren te onderwerpen aan de voorwaarden voor mediation.

De gedachte achter mediation is dat partijen beter gebaat zijn bij een oplossing die zij gezamenlijk (onder begeleiding) hebben bereikt, dan bij een oplossing die ‘van bovenaf’ is opgelegd. Levert mediation niets op, of wensen partijen hier niet aan mee te werken, dan beslissen dus gedeputeerde staten zoals hiervoor beschreven. Artikelen 27 t/m 30 toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Gelet op de risico’s die de gemeente Rotterdam loopt in verband met de uitvoering van het basistakenpakket, alsmede de eisen die zijn gesteld in de Wgr, zijn nadere regels gesteld voor uittreding van een gemeente. In ieder geval dienen de frictiekosten en desintegratiekosten te worden vastgesteld en dient geregeld te worden op welke wijze deze door de uittredende gemeente dienen te worden vergoed. Een gemeente die gebruik maakt van het recht tot uittreding, dient voorts een opzegtermijn van drie jaar in acht te nemen. Met artikel 28 lid 4 t/m 7 is invulling gegeven aan de in artikel 9 lid 1 Wgr vervatte verplichting om in de regeling bepalingen op te nemen omtrent uittreding omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon. Bij frictiekosten moet bijvoorbeeld

worden gedacht aan de kosten voor het herplaatsen van personeel dat taken uitvoerde voor de uittredende gemeente en dat door de uittreding overtollig wordt, of voor het beëindigen van de huur van ruimten die na de uittreding overbodig zijn. Desintegratiekosten ontstaan onder meer doordat de kosten van centrale ondersteunende (financiële, juridische, HR, etc.) functies nu moeten worden opgebracht door een kleinere organisatie. Artikel 30, tweede en derde lid, gaat over de liquidatie en de vereffening van het vermogen van het openbaar lichaam na opheffing. De organen van het lichaam, te weten de voorzitter, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, blijven voor zover dit voor de liquidatie nodig is nog in functie. Artikel 31a evaluatie Met artikel 31a is invulling gegeven aan artikel 11a van de Wgr. Artikel 31b participatie Met dit artikel is invulling gegeven aan artikel 10, zevende lid, van de Wgr.

GEM EENTEBARENDRECHT Binnenhof 1. 2991 AA Barendrecht Postbus 501 , 2990 EA Barendrecht

14 0180 (AgemeennLrnmer) gemeente@barendrecht.nl www,barendrecht.nl Bank: 30.54.00.215 Rabobank (Iban: N L04RABC)03054002 15,

swift/BIC: RABONL2U) KvK nummer: 24494374

Het algemeen bestuur van de GR GGD Rotterdam-Rijnmond

Schiedamsedijk95 3011 EN Rotterdam

Uw brief van:

Ons kenmerk:

Uw kenmerk:

Contactpersoon: L. Baidenmann Cluster: Maatschappij

Bijlage(n): Onderwerp:

958011

Zienswijzebrief ontwerp wijziging GR GGD

Doorkiesnummer:14 0180

Rotterdam-Rijnmond

Datum:

27 februari 2024

Geacht algemeen bestuur,

Op 19 januari 2024 heeft u de ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond toegestuurd. U heeft om onze zienswijze gevraagd op dit concept. Wij hebben deze stukken besproken in onze raadsvergadering van 27 februari 2024.

A. Zienswijzen bij besluiten Wij zijn van mening dat er naast de begroting(swijzigingen) geen andere besluiten zijn waar de raad, gelet op zijn kaderstellende en controlerende roI, eerst een zienswijze op zou moeten geven

B. Participatie Doel van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is onder andere het vergroten van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen. Daarom vinden wij het van belang dat het spreekrecht wordt verleend in vergaderingen van het algemeen bestuur van gemeenschappelijke regelingen Wij verzoeken u in de regeling een artikel toe te voegen dat luidt: “Belanghebbenden kunnen bij het algemeen bestuur inspreken over de onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur. Het reglement van orde stelt in ieder geval regels over aanmelding, toelating en spreektijd."

C. Informatieplicht Deze is geregeld in artikel 12. Wij missen echter welke informatie in ieder geval verstrekt moet worden. Wij verzoeken u:

Pagina 1 van 2

a

Een nieuw tweede lid op te nemen met de tekst: “De verslagen van het algemeen bestuur, de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening en bijbehorende accountantsrapportage behoren in ieder geval tot de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun

taken b.

En aan het nieuwe derde lid (was 2') toe te voegen: “Deze inlichtingen worden ter kennis gebracht van alle radenvan de deelnemendegemeenten.”

D. Evaluatie Wij vinden het wenselijk dat een evaluatieplicht wordt opgenomen van één keer in een bestuursperiode van vier jaar. Onze suggestie is op te nemen dat een evaluatie in het derde jaar in een bestuursperiode zal plaatsvinden en dat de eerste zal zijn in 2024. De evaluatie zou dan moeten gaan over de samenwerking en de resultaten, Het algemeen bestuur moet dit initiëren. De deelnemende colleges van burgemeester en wethouders zouden moeten worden bevraagd op hun ervaringen en de uiteindelijke evaluatie moeten ontvangen. De raden van de deelnemende gemeenten zouden op de hoogte gesteld dienen te worden van de resultaten van de evaluatie, de conclusies en de wijzigingen die naar aanleiding van de evaluatie

worden/zijn doorgevoerd E. Uittreding Een verdere regeling van de uittreding dan zoals door u voorgesteld, lijkt ons niet zinvol F. Aanpassing begrotingscyclus Wij hebbengeen redentot het makenvan opmerkingen. G. Overige aanpassingen De voorgestelde wijzigingen, naast de verplichte wijzigingen als gevolg van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen, geven ons verder geen reden tot het maken van opmerkingen Hoogachtend, De gemeenteraad van Barendrecht, de griffier,

de voorzitter

<7 drs

;hneider

pagina 2 van 2

Raadsvoorstel Onderwerp: Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond (Adviserend)

College van burgemeester en wethouders 23 april 2024

Zaaknummer 2024-007430

Portefeuillehouder Miranda de Hoop

Commissie Algemene Zaken en Financiën BD 27 mei 2024

Openbaar

Gemeenteraad 4 juni 2024

Geadviseerd besluit 1. Toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders om de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond vast te stellen.

Raadsvoorstel Inleiding Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Een aantal wijzigingen is in werking getreden op 1 juli 2022, maar vóór 1 juli 2024 moet een deel opgenomen zijn in de diverse gemeenschappelijke regelingen. Eind 2023 heeft de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond daartoe een ontwerp-gewijzigde gemeenschappelijke regeling voor een zienswijze voorgelegd. Het betreft een collegeregeling. Op 27 februari 2024 heeft u uw zienswijze hierover vastgesteld. Bij brief van 29 maart 2024 is de gewijzigde gemeenschappelijke regeling ter vaststelling aangeboden, zoals besloten in het AB GGD van 28 maart 2024. Deze brief en de gewijzigde regeling zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. In bijlage 3 is de eerder afgegeven zienswijze van uw raad opgenomen. Alle regiogemeenten uit de GGD trachten de vaststelling voor 4 juli geregeld te hebben. Beoogd effect Het hebben van een actuele gemeenschappelijke regeling die tijdig voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. Relatie met beleidskaders Nota verbonden partijen 2016-2020 en de Handleiding Verbonden Partijen 2017-2020. Argumenten 1.1 Wettelijk is voorgeschreven dat de toestemming van uw raad vereist is, om als college de wijziging van de gemeenschappelijke regeling te kunnen vaststellen.

Op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het college pas de regeling vaststellen nadat uw raad hiervoor toestemming heeft verleend. 1.2 Van de in de eerdere zienswijzebrief opgenomen opmerkingen/verzoeken is een aantal overgenomen. B. Het verzoek om de mogelijkheid tot participatie te openen. In de regeling is expliciet opgenomen dat belanghebbenden een spreekrecht hebben in elke openbare vergadering (artikel 31b, eerste lid). D. Het verzoek om een evaluatieplicht op te nemen in een bestuursperiode van vier jaar. Er is gekozen voor een evaluatie na afloop van het derde jaar van een raadsperiode (artikel 31a lid 1). 1.3 Het niet overnemen van de overige opmerkingen/verzoeken is geen reden om de vereiste toestemming niet te verlenen. De onderstaande opmerkingen uit de zienswijzebrief zijn niet verwerkt in de definitieve regeling. A. Anders dan in de zienswijze van uw raad verwoord, is aan de regeling toegevoegd dat wanneer sprake is van grote beleids- of structuurwijzigingen, eveneens de raden om een zienswijze zullen worden gevraagd (zie artikel 10a, eerste lid). C. Het verzoek om aan artikel 12 een tweede lid toe te waarin specifiek te verstrekken informatie zou moeten worden opgenomen, is niet overgenomen. De stukken voor het AB GGD zijn openbaar toegankelijk en op hetzelfde moment beschikbaar voor raadsleden en bestuurders.

Op de website van de GGD staan ook de begrotingen, jaarverslagen, tussentijdse rapportages, verslagen van het AB, verslagen van het DB en alle andere vergaderstukken. Het AB GGD ziet dan ook geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. Bij E, F en G had uw raad geen toevoegingen gevraagd. Uw raad kan toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Hier is, gezien bovenstaande niet in de regeling verwerkte zaken, geen sprake van. Overleg gevoerd met Regiogemeenten Rotterdam-Rijnmond, GGD. Kanttekeningen N.v.t.

Uitvoering/vervolgstappen Zodra de colleges van alle 13 gemeenten binnen de GR de gewijzigde regeling hebben vastgesteld wordt deze gepubliceerd. Evaluatie/monitoring N.v.t. Financiën N.v.t. Juridische zaken N.v.t. Duurzaamheid N.v.t. Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Het raadsbesluit wordt openbaar gemaakt op onze gemeentelijke kanalen.

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Brief raden reactie zienswijzen.pdf Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam_gewijzigdv9 def.pdf Ondertekende brief Zienswijze wijziging GR GGD Rotterdam Rijnmond.pdf Advies openbare commissie AZ&F 27 mei 2024.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203615/1