Besluit (1)
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Onderwerp: Programma Stedelijk Water 2024-2028
Gemeenteraad: 27 februari 2024
Zaaknummer: 933266
Commissie Ruimte 6 februari 2024
De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 19 december 2023; gezien het advies van Commissie Ruimte op 6 februari 2024; gelet op Wet milieubeheer Wet gemeentelijke watertaken Omgevingswet Gemeentewet Waterwet;
BESLUIT: 1. Het Programma Stedelijk Water Barendrecht 2024-2028 vast te stellen. 2. Toekomstige rioolvervanging uit te voeren conform variant 1 ‘Klimaat- en toekomstgericht: alleen nog vervangen, niet meer relinen’. 3. De financiële gevolgen om vanaf 2025 structureel € 1.020.000 extra investeringsbudget beschikbaar te stellen voor rehabilitatie/vervanging wegen, te betrekken bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota en Begroting 2025.
Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 27 februari 2024.
Raadsvoorstel Onderwerp: Programma Stedelijk Water 2024-2028
College van burgemeester en wethouders 19 december 2023
Zaaknummer 933266
Portefeuillehouder Dirk Vermaat
Commissie Ruimte 6 februari 2024
Openbaar
Gemeenteraad 27 februari 2024
Geadviseerd besluit 1. Het Programma Stedelijk Water Barendrecht 2024-2028 vast te stellen. 2. Toekomstige rioolvervanging uit te voeren conform variant 1 ‘Klimaat- en toekomstgericht: alleen nog vervangen, niet meer relinen’. 3. De financiële gevolgen om vanaf 2025 structureel € 1.020.000 extra investeringsbudget beschikbaar te stellen voor rehabilitatie/vervanging wegen, te betrekken bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota en Begroting 2025.
Raadsvoorstel Inleiding Vanuit de Wet milieubeheer was de gemeente verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen waarin de verschillende aspecten van het beheer van riolering werden vastgelegd. Sinds de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken moest het GRP ook ingaan op het beheer van grondwater en hemelwater. Voorgesorteerd op de Omgevingswet – waarin beleid wordt uitgewerkt in programma’s – heeft de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een nieuwe naam: Programma Stedelijk Water (PSW). Het PSW Barendrecht 2024-2028 beschrijft het beleid op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater en is daardoor meer integraal dan het GRP. Op basis van het PSW worden de tarieven voor de rioolheffing bepaald. Beoogd effect Een betrouwbaar & toekomstbestendig rioolstelsel en watersysteem. Relatie met beleidskaders Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026 Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 Beheerplan Wegen 2022-2026 Gemeente Barendrecht Belastingnota 2023 Barendrecht Milieuopgave Barendrecht 2023 Argumenten 1.1 De looptijd van het GRP 2018-2022 is verstreken. Het PSW is de opvolger van het GRP en heeft een looptijd van 2024-2028.
Dat het GRP/PSW niet in 2022 is geactualiseerd/opgesteld, heeft te maken met beschikbare ambtelijke capaciteit, het gesloten Afvalwaterakkoord (november 2022) en de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. 1.2 De kwaliteit en capaciteit van het rioolstelsel wordt geborgd. Het PSW geeft inzicht in de benodigde inspecties, onderhoudsmaatregelen en vervangingen. Door het uitvoeren van deze maatregelen blijft het rioolstelsel betrouwbaar. Dit is in het belang van de volksgezondheid. 1.3 Het PSW is een integraal plan dat alle wateraspecten beschrijft waar de gemeente een rol in heeft. Ten opzichte van een traditioneel GRP zijn ook de aspecten op het gebied van oppervlaktewater opgenomen in het PSW. Thema’s als onderhoud, aanleg nieuw open water, ecologie, invasieve exoten, vis- en zwemwater worden in het PSW 2024-2028 nader uitgewerkt. Een goed functionerend oppervlaktewatersysteem is immers een belangrijk onderdeel van een klimaatadaptieve en biodiverse stedelijke omgeving. Daarbij is het afvalwatersysteem en oppervlaktewatersysteem nauw aan elkaar verbonden en borgt het PSW deze integraliteit. 1.4 Het PSW is in lijn met het Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026.
Het PSW geeft invulling aan belangrijke aspecten (goed waterbeheer, beter bestand tegen wateroverlast, lokale waterberging, verbeteren waterkwaliteit etc.) uit programma 6 “Een groen en bruisend dorp” van het Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026. 2.1 Bij alle vervangingsprojecten is rekening gehouden met budget voor klimaatadaptieve maatregelen. Het PSW sluit daarmee aan bij de Strategie Klimaatadaptatie. Dit houdt in dat we nieuwe rioolstelselontwerpen toetsen aan zwaardere buien waarbij ruime berging aanwezig moet zijn in de openbare ruimte (met vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater) om wateroverlast in woningen en winkels te voorkomen. In het GRP 2018-2022 werd bij de helft van de projecten rekening gehouden met klimaatadaptatie.
2.2 Variant 1 vlakt ook de voorziene rioolvervangingspiek 2054-2073 enigszins af. Met de aanleg van Carnisselande is sprake van een rioolvervangingspiek in de periode 2054-2073. Ook is de afgelopen jaren veel vuilwaterriolering uit de jaren 70 gerelined (hierbij wordt aan de binnenzijde van het riool een kunststof kous aangebracht). Aan de naastgelegen hemelwaterriolering zijn geen werkzaamheden uitgevoerd omdat deze nog van goede kwaliteit was. Hiermee wordt de levensduur van het vuil- en hemelwaterriool maximaal opgerekt, maar het betekent ook dat dat riool vervangen moet worden in de periode 2054-2073. De keuze om riolering niet meer te relinen maar te vervangen bij einde levensduur vergroot de rioolvervangingspiek 2054-2073 niet, maar vlakt deze enigszins af. 2.3 Keuze voor variant 2 (50% vervangen en 50% relinen) is mogelijk maar niet klimaat- en toekomstgericht. Meer relinen betekent een minder integrale en klimaatadaptieve aanpak van de buitenruimte. Ook vergroot deze variant de nu al voorziene forse rioolvervangingspiek in 2054-2073 (vanwege vervanging rioolstelsel Carnisselande). De helft minder riool vervangen betekent ook een halvering van het benodigde investeringsbudget voor rehabilitatie/vervanging van wegen (€510.000 per jaar) – zie argument 3.1. 3.1 Meer riool vervangen betekent ook meer wegen rehabiliteren.
Niet meer op grote schaal riolering relinen maar alles vervangen, betekent ook meer kosten voor rehabilitatie/herinrichting/reconstructie van de wegen. De rioolvervangingsplanning is daarmee leidend voor de investeringsplanning wegen. Dit betekent dat vanaf 2025 een structureel investeringsbudget van € 1.020.000 voor wegen noodzakelijk is om variant 1 uit het PSW de komende jaren te kunnen uitvoeren. Overleg gevoerd met Waterschap Hollandse Delta. Kanttekeningen 1.1 Verplichting tot opstellen GRP vervalt bij inwerkingtreding Omgevingswet. Maar ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) blijft een beleidsdocument noodzakelijk om de hoogte van de rioolheffing vast te kunnen stellen en transparant te blijven richting inwoners. 2.1 Het PSW voorziet een forse stijging van de rioolheffing in de komende jaren (bij variant 1 meer dan bij dan variant 2) Hogere kosten voor onderhoud, energie en materiaal zorgen voor een forse stijging van de rioolheffing tijdens de looptijd van dit PSW (zie p. 44 PSW en Financiële informatie voor toelichting en onderbouwing). Met deze stijging borgen we de stabiliteit van onze rioolfinanciering, voorkomen we abrupte en grotere tariefverhogingen in de toekomst en laten we geen financiële erfenis na voor komende bestuursperiodes.
Variant 1 in het PSW 2024-2028 gaat uit van een tariefstijging rioolheffing met 3% in 2024 (gebaseerd op GRP 2018-2022), 22% in 2025, 21% in 2026, 4% in 2027 en 2% in 2028. Dit betekent een totale tariefstijging van ruim 56% in de periode 2024-2028. Bij variant 2 is de tariefstijging rioolheffing 3% in 2024 (conform GRP 2018-2022), 12% in 2025, 2026 en 2027 en 2% in 2028. Dit betekent een totale tariefstijging van ruim 43% in de periode 2020-2028. Al deze stijgingen zijn exclusief inflatiecorrectie. Variant 1
Variant 2
Uitvoering/vervolgstappen De uitvoering van de werkzaamheden wordt opgenomen in meer gedetailleerde jaarwerkplanningen. Evaluatie/monitoring Het PSW 2024-2028 wordt geëvalueerd in het PSW 2029-2033. In de jaarrekening wordt jaarlijks teruggeblikt op het kapitaalgoed ‘riolering’. Financiën De belangrijkste financiële mutaties in het PSW worden veroorzaakt door: • hogere kosten voor rioolvervangingen door de keuze om riolering niet meer op grote schaal te relinen maar te vervangen bij einde levensduur;
•
•
hogere eenheidsprijzen als gevolg van prijsstijgingen voor het onderhoud aan gemalen, het reinigen van kolken, het reinigen en inspecteren van riolering en extra kosten voor onderhoud van het grondwatermeetnet; investeringsbudgetten voor klimaatadaptieve maatregelen die als zelfstandig project worden uitgevoerd zoals de aanleg van waterbergende wegfunderingen.
Op basis van het PSW moeten de tarieven voor de rioolheffing de komende jaren aanzienlijk stijgen. Dit geldt voor beide varianten. De afgelopen jaren zijn de tarieven niet gecorrigeerd voor inflatie, terwijl de kosten voor onder andere onderhoud en energie wel fors gestegen zijn. Het nadeel is jaarlijks gedekt uit de voorziening beklemde middelen riolering. Het saldo van de voorziening is echter nu ontoereikend om deze nadelen de komende jaren te kunnen opvangen. De voorziening heeft hiervoor onvoldoende buffer, als gevolg van de in de afgelopen periode bovengemiddelde inflatie en gestegen energiekosten zonder de rioolheffing hierop trendmatig te indexeren. Uitgaande van 100% kostendekkende tarieven is een verhoging van het rioolheffingstarief daarom noodzakelijk. De rioolheffing in Barendrecht is relatief laag. Landelijk was de gemiddelde heffing voor een meerpersoonshuishouden € 224 (in Barendrecht € 193,20) en voor een eenpersoonshuishouden € 207 (in Barendrecht € 65,40). Barendrecht heeft daarmee voor 2023 het laagste tarief voor een eenpersoonshuishouden van heel Nederland. De berekende rioolheffing in dit PSW is voorlopig. De heffing wordt ieder jaar bepaald op basis van actuele cijfers en gecorrigeerd voor inflatie. Financiën riolering zijn uitgewerkt onder het hoofdstuk ‘Middelen’ en in de bijlages 7, 8, 9 en 10 van het Programma Stedelijk Water Barendrecht 2024-2028.
De kosten voor rehabilitatie/vervanging wegen zijn berekend op € 600 per meter rioolstelsel. Per jaar 1.700 meter riolering vervangen, betekent dat er structureel extra investeringsbudget (€ 1.020.000) nodig is voor de rehabilitatie/vervanging van de wegen. De jaarlijkse afschrijvingslasten stijgen hierdoor met € 34.000 in 2026 oplopend tot € 136.000 in 2029. Hiervoor is geen dekking aanwezig (deze kosten worden niet gedekt uit de rioolheffing). Voorgesteld wordt het beschikbaar stellen van structureel extra investeringsbudget voor rehabilitatie/vervanging wegen, te betrekken bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota en Begroting 2025. Het effect van deze investering op de netto schuldquote van de gemeente is +0,7% in 2025, +1,4% in 2026 en +1,9% in 2027. Het effect op de ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen’ is +0,7% in 2025, +1,4% in 2026 en +2,0% in 2027. De solvabiliteitsratio voor 2025 blijft gelijk en daalt met 0,2% in de jaren 2026 en 2027. Juridische zaken De gemeente kan op grond van artikel 228a van de Gemeentewet (Gemw) een rioolheffing instellen om watertaken te bekostigen. De rioolheffing is een bestemmingsbelasting. Dit is een belasting waarvan de opbrengsten bestemd zijn voor een specifiek doel.
Dat doel is de gemeentelijke watertaak, ofwel de zorgplichten volgens artikel 228a van de Gemw op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Op basis van het PSW worden de tarieven voor de rioolheffing bepaald. Gemeenten hebben op grond van artikel 10.33 van de Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Onder stedelijk afvalwater wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De gemeente zorgt voor transport van dit water naar een rioolwaterzuivering. De zorgplicht betreft het gehele gemeentelijke grondgebied. De hemelwaterzorgplicht is verankerd in artikel 3.5 van de Waterwet. De gemeenten zijn verplicht de zorg van het hemelwater als onderdeel op te nemen in het gemeentelijk rioleringsplan. Op basis van een integrale afweging op lokaal niveau, beslist de gemeente vervolgens hoe ze dit hemelwater verwerkt.
Burgers en bedrijven zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand. Artikel 3.6 van de Waterwet bevat de gemeentelijke zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In het gemeentelijk rioleringsplan geeft de gemeente aan hoe invulling wordt gegeven aan de grondwaterzorgplicht. Duurzaamheid Riolering en duurzaamheid zijn nauw aan elkaar verbonden. Efficiënt afvoeren van afvalwater vermindert de verontreiniging van het watersysteem en minimaliseert daardoor gezondheidsrisico’s en milieuschade. En door het uitvoeren van tijdig onderhoud aan de riolering (inclusief vervanging), wordt duurzame instandhouding geborgd en kapitaalvernietiging voorkomen. Communicatie/participatie na besluitvorming Na vaststelling van het PSW wordt deze gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl. Communicatie en participatie vindt plaats binnen de specifieke onderhouds- en vervangingsprojecten.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
20231221 PSW Barendrecht.pdf Advies commissie Ruimte 6 februari 2024.pdf Technische vragen GroenLinks over Programma Stedelijk Water 2024-2028.pdf Technische vragen fractie PvdA - Stedelijk Waterplan.pdf Ondertekend raadsbesluit Programma Stedelijk Water 2024-2028.pdf A2024-01 Programma Stedelijk Water 2024-2028.pdf