Besluit (1)
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Onderwerp: Omgevingswet: Delegatiebesluit en Adviesrecht
Gemeenteraad: 22 februari 2022
Zaaknummer: 435869
Commissie Ruimte 1 februari 2022
De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 11 januari 2022; gezien het advies van Commissie Ruimte op 1 februari 2022; gelet op Omgevingswet overwegende, dat De Omgevingswet vraagt om snellere besluitvorming; De raad de mogelijkheid heeft de verdeling van beslissingsbevoegdheden over de fysieke leefomgeving naar eigen inzicht in te richten; Het bestaande delegatiebesluit en lijst van gevallen waarvoor bij een omgevingsvergunning geen verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig is van 29 november 2011 komt te vervallen;
BESLUIT: 1. Kennis te nemen van de toelichting op de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten conform bijlage 1 bij dit voorstel; 2. Ter voorbereiding op de Omgevingswet het delegatiebesluit vast te stellen conform bijlage 2 bij dit voorstel; 3. Gevallen aan te wijzen waarvoor het adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten van toepassing is conform bijlage 3 bij dit voorstel; 4. Gevallen aan te wijzen waarvoor participatie bij omgevingsvergunningen met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is conform bijlage 3 bij dit voorstel.
Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 22 februari 2022.
Raadsvoorstel Onderwerp: Omgevingswet: Delegatiebesluit en Adviesrecht
College van burgemeester en wethouders 11 januari 2022
Zaaknummer 435869
Portefeuillehouder Arnoud Proos
Commissie Ruimte 1 februari 2022
Openbaar
Gemeenteraad 22 februari 2022
Geadviseerd besluit 1. Kennis te nemen van de toelichting op de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten conform bijlage 1 bij dit voorstel; 2. Ter voorbereiding op de Omgevingswet het delegatiebesluit vast te stellen conform bijlage 2 bij dit voorstel; 3. Gevallen aan te wijzen waarvoor het adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten van toepassing is conform bijlage 3 bij dit voorstel; 4. Gevallen aan te wijzen waarvoor participatie bij omgevingsvergunningen met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is conform bijlage 3 bij dit voorstel.
Raadsvoorstel Inleiding Via dit voorstel neemt de gemeenteraad een aantal besluiten die noodzakelijk zijn ter voorbereiding op de Omgevingswet. Deze wet treedt 1 juli 2022 in werking. Het voorstel heeft betrekking op 2 nieuwe instrumenten uit deze wet, namelijk het delegatiebesluit en het adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Onder de Omgevingswet worden regels over de fysieke leefomgeving vastgelegd in het omgevingsplan. Hiermee regelt de gemeente voor het gehele grondgebied welke functies en activiteiten per locatie worden toegestaan. De wereld verandert continu. De regels in het omgevingsplan zullen niet altijd overeenkomen met nieuwe wensen uit de samenleving. Wenselijke ontwikkelingen die niet passen binnen de (afwijkings)regels van het omgevingsplan kunnen via 2 routes alsnog toegestaan worden. Route 1: Wijzigen van het omgevingsplan. De raad stelt nieuwe regels vast, waarmee een ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. De benodigde proceduretijd is ongeveer een jaar, vergelijkbaar met de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening. Route 2: Het vergunnen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het college kan een vergunning afgeven voor een zogenoemde “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” of afgekort: “BOPA”. Dit is een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
Deze route vervangt de omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken op basis van de Wabo artikel 2.12, lid 1, sub a onder 2 (kruimelregeling) en onder 3 (uitgebreide procedure). Het grote verschil is dat de beslistermijn op een BOPA standaard korter is, namelijk 8 weken in plaats van 26 weken. Naar verwachting zullen de meeste initiatieven onder de Omgevingswet via route 2 mogelijk gemaakt gaan worden. Deze route is qua proceduretijd namelijk het kortst. Grotere, meer complexe plannen zullen route 1 doorlopen. Via de instrumenten “delegatiebesluit” en “adviesrecht” krijgt de gemeente de mogelijkheid om de besluitvorming over ontwikkelingen in de fysiek leefomgeving meer naar eigen wensen in te richten. Concreet betekent dit een mogelijke herverdeling van beslissingsbevoegdheden tussen het college en de raad. In het geval van een wijziging van het omgevingsplan kan de bevoegdheid overgedragen worden van de raad naar het college. In het geval van een omgevingsvergunning met BOPA kan de raad gevallen aanwijzen waarbij de raad eerst een advies moet uitbrengen voor het college de activiteit kan vergunnen. In de geest van de omgevingswet moet besluitvorming sneller plaatsvinden. Bij het voorstel over toepassing van de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht is aansluiting gezocht bij de huidige manier van werken.
De gemeente Barendrecht kent namelijk al een delegatiebesluit voor bestemmingsplannen en een ‘lijst van gevallen’ waarvoor bij omgevingsvergunningen geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ nodig is. Dit besluit uit 2011 is bijgewerkt zodat deze ‘omgevingswetproof’ is. Daarnaast biedt de Omgevingswet de mogelijkheid aan gemeenten om voor route 2, gevallen aan te wijzen waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Voor deze aangewezen gevallen moet een initiatiefnemer verplicht een participatietraject vormgeven voor een vergunning kan worden aangevraagd. Beoogd effect De gemeente goed voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Te zorgen voor een goede rolverdeling tussen raad en college als het gaat om besluitvorming over de fysieke leefomgeving, zodat de gemeente adequaat kan reageren op maatschappelijke vraagstukken. Relatie met beleidskaders n.v.t. Argumenten 1.1 De toelichting (bijlage 1) bevat een nadere uitleg van de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht. Daarnaast bevat dit document een toelichting bij ieder artikel. Bij eventuele onduidelijkheid over de toepassing van de artikelen, kan teruggegrepen worden op deze toelichting.
2.1 In het delegatiebesluit (bijlage 2) zijn alleen zaken opgenomen die noodzakelijk zijn voor een goede bedrijfsvoering na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het omgevingsplan is voortdurend aan verandering onderhevig. Het delegatiebesluit beoogd vooral praktische zaken (administratieve handelingen) en uitvoer van beleid over te laten aan het college. Dit voorkomt dat de agenda van de raad vol raakt met wijzigingsvoorstellen waar geen politieke afweging (meer) voor nodig is. 2.2 De raad kan via gebiedsvisies en ontwikkelkaders sturen op de mate waarin het college bevoegd is nieuwe ontwikkelingen via aanpassing van het omgevingsplan (route 1) mogelijk te maken. In het delegatiebesluit is opgenomen dat het college het omgevingsplan mag wijzigen op basis van bijvoorbeeld een door de raad vastgestelde gebiedsvisie of ontwikkelkader. Voorwaarde is dat in desbetreffende visie of bijbehorend besluitdocument concreet moet staan dat het college het omgevingsplan mag wijzigen. Het instrument ‘delegatiebesluit’ wordt op die manier toegepast op een vergelijkbare manier als ‘wijzigingsbevoegdheden’ onder de Wet ruimtelijke ordening. 3.1 De Omgevingswet vraagt om terughoudend gebruik van het instrument adviesrecht. In de geest van de Omgevingswet moet besluitvorming sneller plaatsvinden. De beslistermijn op een omgevingsvergunning voor een BOPA (route 2) is standaard 8 weken.
Voor gevallen waarop adviesrecht van toepassing is, wordt deze termijn niet gehaald. Los van vertraging, heeft dit ook andere consequenties voor gemeente en initiatiefnemers (zie kanttekeningen). 3.2. De lijst van gevallen (bijlage 3) is een balans tussen snellere besluitvorming en de wensen van de raad. Er is gezocht naar een goede balans tussen snellere besluitvorming (geest van de Omgevingswet) en de wens van een deel van de raad om de bestaande bevoegdheden in de besluitvorming over de ruimtelijke ordening (straks fysieke leefomgeving) voort te zetten. In de geest van de Omgevingswet beslist de raad op hoofdlijnen over de fysieke leefomgeving. Waar de grens tussen hoofdlijnen en uitvoering ligt kan per gemeente verschillen. De gehanteerde begrenzing is toegelicht in bijlage 1 van dit voorstel. 3.3 De voorgestelde lijst van gevallen voorkomt dat initiatieven met een relatief kleine maatschappelijke impact standaard op de agenda van de raad komt. In de huidige situatie kon het college via de landelijke kruimelregeling (bijlage II, artikel 4, Bor) in bepaalde gevallen al zelfstandig besluiten een buitenplanse omgevingsvergunning te verlenen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, konden onder de kruimelregeling ook grote projecten vergund worden. De kruimelregeling komt onder de Omgevingswet te vervallen.
De kruimelregeling is deels vertaald naar de voorgestelde lijst van gevallen waarop adviesrecht van toepassing is. 3.4 Voor de gevallen die niet onder het adviesrecht vallen kan de raad op andere manieren sturen. Dit kan door het opstellen van beleid waaraan het college een omgevingsvergunning dient te toetsen, zoals een gebiedsvisie of ontwikkelkader. Daarnaast kan de raad nog gebruik maken van de bestaande instrumenten, zoals het indienen van moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en geldt de actieve informatieplicht van het college. Ook kan het college eventueel op eigen initiatief tijdens de informele fase van vooroverleg de raad om advies vragen. In dat geval kan de raad ook meer aan de voorkant sturen in plaats van achteraf via het adviesrecht. 4.1 Participatieplicht geldt als stok achter de deur bij grotere ontwikkelingen, maar is geen wondermiddel. In principe is het voor elk initiatief met een BOPA wenselijk dat een initiatiefnemer de omgeving betrekt. Participatie is maatwerk en hangt grotendeels af van de omvang en impact van de het initiatief. Net als in de huidige situatie worden initiatiefnemers door de gemeente aangemoedigd participatie goed te organiseren. Met de participatieplicht wordt voorkomen dat een initiatiefnemer een vergunningaanvraag doet zonder enige vorm van participatie te organiseren.
De participatieplicht kan echter niet garanderen dat daadwerkelijk een goed participatieproces wordt doorlopen. De gemeente mag namelijk geen eisen opleggen aan de (verplichte) participatie, zie kanttekening 4.1. 4.2 Participatie verplicht stellen voor alle BOPA’s mag niet. De wet biedt alleen de mogelijkheid om voor ‘aangewezen gevallen’ participatie verplicht te stellen. Alle BOPA’s aanwijzen mag dus niet. Gelet op het doel van participatie en de potentiële regeldruk die bij een participatieplicht komt kijken, is dit ook niet wenselijk. Gelet op huidige ervaringen met particuliere initiatieven is een verplichting in de meeste gevallen ook niet nodig.
4.3 De gemeente werkt aan een handreiking voor participatie bij initiatieven De gemeente wil initiatiefnemers die geen ervaring hebben met het inrichten van een participatieproces op weg helpen door middel van een handreiking. De handreiking is bedoeld als hulpmiddel en zou bij elk initiatief gebruikt kunnen worden. Ook voor de gevallen waarvoor geen participatieplicht geldt. Overleg gevoerd met N.v.t. Kanttekeningen 3.1 Bij toepassing van adviesrecht bij BOPA’s wordt de beslistermijn van 8 weken niet gehaald. De beslistermijn mag weliswaar eenmalig 6 weken opschuiven. Het is echter sterk de vraag of deze verlenging toereikend is. Voor alleen al het agenderen van een raadsvoorstel zijn in het meest gunstige geval al minimaal 8 weken nodig. Het niet halen van de beslistermijn op een omgevingsvergunning heeft consequenties. Van een vergunning van rechtswege is geen sprake. Wel kan de gemeente een last onder dwangsom opgelegd krijgen. Ook kan een aanvrager beroep instellen bij niet tijdig besluiten. Een bestuursrechter kan bij gegrondverklaring van het beroep in zijn uitspraak de hoogte van de verbeurde dwangsom vaststellen. 3.2 Hoe vaker adviesrecht wordt toegepast, hoe minder aantrekkelijk de gemeente is voor initiatiefnemers. Indien adviesrecht van toepassing is, moet er een extra raadsvoorstel voorbereid worden. Voor die gevallen duurt besluitvorming langer.
Ook worden er extra ambtelijke kosten gemaakt die nodig zijn voor de voorbereiding en afhandeling van het extra raadsvoorstel. Vooral bij kleinere initiatieven heeft dit een bijzonder nadelig effect omdat deze extra kosten naar verhouding zwaarder wegen dan bij grootschalige projecten. Gelet op de kanttekening bij 3.1 ontstaat tevens het risico dat de raad vaker bijeen moet komen om vergunningaanvragen tijdig van advies te voorzien. 4.1 Participatieplicht is geen garantie voor een goed participatieproces. Een initiatiefnemer mag ook bij verplichte participatie zelf bepalen hoe de participatie wordt vormgegeven. De participatieplicht kan niet voorkomen dat een initiatiefnemer participatie onvoldoende vormgeeft, of zelfs informatie over het participatieresultaat weglaat. Het blijft namelijk een verantwoordelijkheid van bevoegd gezag om een zorgvuldig besluit te nemen. Bij de toetsing mag bevoegd gezag alleen constateren dat uit de participatie onvoldoende informatie is voortgekomen om een besluit te nemen. De vergunning mag op basis hiervan echter niet geweigerd worden. De gemeente zal in dat geval, binnen de beslistermijn, zelf informatie moeten inwinnen. De beslistermijn mag eenmalig 6 weken worden opgeschoven. Uitvoering/vervolgstappen Het raadsbesluit wordt via een publicatie in het gemeenteblad bekendgemaakt.
Evaluatie/monitoring Er volgt binnen 1,5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie van de instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht. Deze tijd is nodig om voldoende informatie op te doen over de werking van de instrumenten in de praktijk. Het college bereidt de evaluatie voor, eventueel aangevuld met een voorstel voor aanpassing. Financiën N.v.t. Juridische zaken De instrumenten ‘delegatiebesluit’ en adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn publiekrechtelijk verankert in de Omgevingswet (respectievelijk art 2.8 Omgevingswet en 4.22 omgevingsbesluit). De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend (art 16.55 lid 7 Omgevingswet). Duurzaamheid Voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie vallen volgens dit voorstel onder het adviesrecht van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Communicatie/participatie na besluitvorming Het raadsbesluit wordt via een publicatie in het elektronisch gemeenteblad bekendgemaakt.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
advies commissie Ruimte 1 februari 2022.pdf 435869 Brief wethouder Proos toezeggingen commissie Ruimte van 1 februari 2022.pdf 435869 Bijlage bij brief-Was wordt lijst.pdf 435869 Bijlage bij brief-Toetsingscriteria voor evaluatie delegatiebesluit en adviesrecht Barendrecht.pdf 435869 Bijlage bij brief-Aanwijzingsbesluit Wabo en delegatiebesluit Wro d.d. 29-11-2011.pdf Bijlage 1 Toelichting bij instrumenten delegatiebesluit en adviesrecht Barendrecht.pdf Ondertekend raadsbesluit Omgevingswet - Delegatiebesluit en Adviesrecht.pdf Ondertekend raadsbesluit bijlage 2 Omgevingswet - Delegatiebesluit en Adviesrecht.pdf Ondertekend raadsbesluit bijlage 3 Omgevingswet - Delegatiebesluit en Adviesrecht.pdf