Belastingnota 2023.pdf
Tekst van het document
BARENDRECHT BELASTINGNOTA 2023
Inhoudsopgave 1. Algemeen .......................................................................................................................................... 2 1.1.
Inleiding .................................................................................................................................. 2
1.2.
Gemeentelijke belastingen en heffingen. .......................................................................... 2
1.2.1
Overzicht belastingen en heffingen in Barendrecht................................................. 2
1.2.2 Overzicht belastingen en heffingen die (nog) niet worden geheven in Barendrecht ................................................................................................................................... 4 2. Voorschriften voor de heffing en inning van belastingen ........................................................... 4 2.1. Wettelijke en andere voorschriften ......................................................................................... 4 2.2. Gemeentelijk financieel en woonlastenbeleid ...................................................................... 5 2.3. Heffing, inning en kwijtscheldingsbeleid ................................................................................ 5 3. Tarievenberekening en kostentoerekening .................................................................................. 6 3.1 Inflatiecorrectie gemeentelijke belastingen ............................................................................ 6 3.2 Maximaal kostendekkende tarieven gemeentelijke (gebonden) heffingen ....................... 6 3.2.1 Kostentoerekening en kostenonderbouwing tarieven ....................................................... 6 Toerekenbare directe kosten ......................................................................................................
6 Toerekening overheadkosten ..................................................................................................... 7 Toe te rekenen BTW .................................................................................................................... 7 Kapitaallasten en rente ................................................................................................................ 7 Perceptiekosten (kosten voor de heffing en inning) ................................................................ 7 Kwijtscheldingskosten .................................................................................................................. 7 Overige (indirecte) kosten ........................................................................................................... 7 3.3 Uitwerking uitgangspunten op de afzonderlijke belastingen en heffingen ........................ 8 3.3.1. Onroerende zaakbelastingen........................................................................................... 8 3.3.2. Overige gemeentelijke belastingen ................................................................................. 9 3.3.3. Gemeentelijke (bestemming)heffingen: afvalstoffenheffing en rioolheffing ............ 10 3.3.4. Overige heffingen, leges en retributies ........................................................................ 12 4.
Uit het Meerjarenprogramma Barendrecht 2022 - 2026 .......................................................... 15 5. Voorstellen voor vast te stellen beleid ........................................................................................ 17
1
Barendrecht Belastingnota 2023
1. Algemeen 1.1.
Inleiding
Voor u ligt de nota gemeentelijke belastingen en heffingen 2023 van de gemeente Barendrecht zoals aangekondigd in het Meerjarenprogramma Barendrecht 2022-2026. In deze zgn. Belastingnota zijn de huidige uitgangspunten (kaders) voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid opgenomen. Tevens worden hierin de zogenaamde draaiknoppen in beeld gebracht, op basis waarvan de gemeenteraad het meerjarig belastingbeleid kan beïnvloeden. Deze nota omvat grofweg de volgende onderwerpen: 1. De aard en grondslag van de gemeentelijke belastingen en heffingen; 2. De uitgangspunten voor de belastingheffing en heffing van rechten/leges en de randvoorwaarden en ontwikkelingen waarmee rekening moet worden gehouden; 3. De wijze van de tarievenberekening. Het beleid met betrekking tot privaatrechtelijke tarieven valt buiten deze nota en wordt hier niet beschreven. 4. Eventueel te maken (beleids)keuzes op het gebied van de lokale belastingen en leges. Als algemeen uitgangspunt geldt dat belastingen en tarieven jaarlijks met maximaal de inflatiecorrectie worden verhoogd. Daarnaast vindt bij de berekening van de tarieven toerekening plaats van wettelijk toegestane kosten aan de gemeentelijke diensten en producten. Uiteindelijk is het een politieke afweging om gemeentelijke belastingen te heffen en daartoe de hoogte van de tarieven te bepalen.
Nadat de opbrengstramingen in de programmabegroting zijn vastgesteld worden de definitieve tarieven voor het nieuwe jaar als onderdeel van de belastingverordeningen ter vaststelling aangeboden aan de raad. De hoogte van de tarieven zijn dus gebaseerd op de in de begroting geraamde opbrengsten. In de paragraaf Lokale Heffingen van de programmabegroting worden jaarlijks nadere onderbouwingen van de tarieven opgenomen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten voor de burgers van Barendrecht in relatie tot referentiegemeenten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de Belastingnota 2023 is gebaseerd op tarieven en opbrengsten uit de begroting 2023. Parallel aan de behandeling van de belastingnota wordt ook gewerkt aan de totstandkoming van de begroting 2024, in deze nota is hiermee nog geen rekening gehouden.
1.2.
Gemeentelijke belastingen en heffingen.
De bevoegdheid voor een gemeente om belastingen en gemeentelijke heffingen te mogen heffen zijn opgenomen in de Gemeentewet. In deze paragraaf worden de gemeentelijke belastingen en heffingen/retributies kort beschreven. Verderop in de nota gaan we dieper op een aantal specifieke belastingen in.
1.2.1 Overzicht belastingen en heffingen in Barendrecht In deze paragraaf worden de gemeentelijke belastingen en heffingen/retributies die thans in Barendrecht worden geheven kort beschreven. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene belasting van onroerende zaken. Algemene belasting betekent dat de opbrengsten vrij besteedbaar zijn voor de gemeente. Er is geen specifieke bestemming voor, noch een opbrengstlimiet. In feite omvat de OZB drie heffingen: voor de eigenaren van woningen, de eigenaren van niet-woningen en de gebruikers van niet-woningen. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. De belasting wordt geheven voor het houden van verblijfsgelegenheid met overnachting binnen de gemeente Barendrecht tegen een vergoeding. Degene die gelegenheid biedt tot verblijf is belastingplichtig en is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt. 2
Barendrecht Belastingnota 2023
Hondenbelasting Hondenbelasting wordt geheven voor het houden van honden. Hoewel de belasting juridisch niet als een bestemmingsbelasting, maar als een algemene belasting moet worden gekarakteriseerd, wordt zij beleidsmatig gezien als een bijdrage in de kosten, die zijn gemoeid met het schoonhouden van straten, plantsoenen, pleinen e.d. Op deze wijze wordt uitwerking gegeven aan de profijtgedachte. Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing De huidige verordening reinigingsrechten van de gemeente Barendrecht bevat twee afzonderlijke heffingen: de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Ingevolge de strekking van de Wet milieubeheer behoren tot de huishoudelijke afvalstoffen alle afvalstoffen die afkomstig zijn uit een particuliere huishouding. Dit betekent dat de kosten die hieruit voortvloeien kunnen worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Deze belasting is dus een bestemmingsbelasting. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is gebaseerd op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De opbrengsten worden gebruikt voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.
Reinigingsheffing De reinigingsrechten zijn gebaseerd op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Deze rechten worden wel aangeduid als respectievelijk 'gebruiksretributies' en 'genotsretributies'. Bij de reinigingsrechten is sprake van een prestatie van de gemeente in de vorm van het daadwerkelijk meenemen van huishoudelijke of bedrijfsmatige afvalstoffen. NV BAR afvalbeheer biedt de mogelijkheid voor een aantal “kleine” ondernemers in Barendrecht voor het al dan niet periodiek aanbieden van restafval en grondstoffen in de daarvoor bestemde containers en voor gebruik van het afvalaanbiedstation voor bedrijfsafval dat naar aard en omvang overeenkomt met huishoudelijk afval. Rioolheffing De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werk ende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. De gemeente kan de kosten verhalen die ze maakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. Leges Gemeenten heffen leges voor het verrichten van diensten die in het individuele belang van de aanvrager zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanvraag van een reisdocument, rijbewijs of vergunning.
De leges dekken de kosten van de dienstverlening. De leges worden onder andere geheven voor de volgende gemeentelijke diensten: a. Burgerlijke stand en overige publieksdiensten; b. Aanvragen voor vergunningen of ontheffingen volgens de APV en bijzondere wetten; c. In behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunningen. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingskosten worden door de gemeente in rekening gebracht voor het gebruik van, c.q. verband houdende met de begraafplaatsen. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van standplaatsen op het door de gemeente aangewezen marktterrein. Staangeld woonwagencentrum Staangeld wordt geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.
3
Barendrecht Belastingnota 2023
Parkeerbelasting Grote voertuigen Parkeerbelasting wordt geheven voor (een vergunning voor) het parkeren van een groot voertuig, zoals een vrachtwagen of autobus, op binnen de gemeente gelegen, voor het openbaar verkeer openstaande, daarvoor aangewezen terreinen of weggedeelten. Bedrijven Investerings Zones (BIZ)-bijdrage Een BIZ is een door de gemeente aangewezen gebied waarbinnen van alle ondernemers een bestemmingsheffing wordt geheven ter financiering van door de ondernemers in dat gebied gewenste voorzieningen. De BIZ-bijdrage is formeel een gemeentelijke belasting, die terugvloeit naar de vereniging, coöperatie of stichting die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert.
1.2.2 Overzicht belastingen en heffingen die (nog) niet worden geheven in Barendrecht Hierna volgt een overzicht van gemeentelijke belastingen die vooralsnog niet worden geheven in Barendrecht. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, boven of onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De belasting wordt geheven per periode van het gebruik en voor (de omvang van) de ruimte die in beslag wordt genomen. Het wordt ook als regulerende heffing aangemerkt ten aanzien van het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voor het gebruik van de gemeentegrond die voor de openbare dienst bestemd is wordt een vergoeding ontvangen in de vorm van precariobelastingen. Bij wet is het per 1 juli 2017 niet meer mogelijk om precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut (voorwerpen van nutsbedrijven zoals kabels en leidingen onder de grond) te heffen. Baatbelasting Baatbelasting is een belasting die wordt geheven bij de eigenaar, bezitter of beperkt gerechtigde van een onroerende zaak, indien de onroerende zaak is gebaat door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur.
In dat geval worden de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk omgeslagen over de eigenaren, bezitters en beperkt gerechtigden van de onroerende zaak (artikel 222 Gemeentewet). Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven bij personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in de gemeente hebben, meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. Reclamebelasting Reclamebelasting kan worden geheven bij degene die een openbare aankondiging heeft geplaatst of degene ten behoeve van wie een openbare aankondiging is geplaatst. De opbrengst van de reclamebelasting valt volledig toe aan de algemene middelen.
2. Voorschriften voor de heffing en inning van belastingen De bevoegdheid om een belasting in te voeren, te wijzigen en in te trekken, is uitsluitend een bevoegdheid van de gemeenteraad. Er kan een rechterlijke toetsing plaatsvinden of de gemeenteraad de wettelijke voorschriften en andere grenzen in acht heeft genomen bij de vaststelling van de belastingverordening. Hierna worden de wettelijke voorschriften en het gemeentelijk beleid beschreven.
2.1. Wettelijke en andere voorschriften Een gemeente kan een belasting alleen heffen als de wet daar nadrukkelijk de bevoegdheid toe geeft. De meeste gemeentelijke belastingen zijn geregeld in de Gemeentewet. Daarnaast vallen enkele belastingsoorten onder andere wetten zoals de Wet milieubeheer. Meestal bevat de wetgeving ook voorschriften voor de uitwerking van de belastingen. Zo bepaalt de Gemeentewet voor de onroerendezaakbelastingen dat deze belastingen over de zogenoemde WOZ-waarde moeten worden
4
Barendrecht Belastingnota 2023
geheven. Of dat de opbrengsten van bestemmingsheffingen en retributies niet meer dan kostendekkend mogen zijn. De gemeenteraad kan hier niet van afwijken. Naast de wettelijke vereisten kunnen ook de algemene rechtsbeginselen de uitwerking van de belastingen beperken. De volgende beginselen in het bijzonder stellen eisen aan de uitwerking van de belasting binnen de gemeente: De rechtszekerheid, die vereist dat de belasting pas kan worden geheven als de belastingverordening officieel is vastgesteld en bekendgemaakt. Aan een belasting kan geen terugwerkende kracht worden verleend. Aanpassing achteraf is alleen mogelijk als de aanpassing leidt tot een lager belastingbedrag. Het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen moeten bij de belastingheffing gelijk worden behandeld. Het evenredigheidsbeginsel: de belastingdruk mag niet onredelijk op een enkele of kleine groep belastingplichtige(n) komen te rusten.
2.2. Gemeentelijk financieel en woonlastenbeleid Inflatiepercentage Bij het jaarlijks op- en vaststellen van de programmabegroting worden financiële uitgangspunten vastgesteld ten aanzien van de indexering van gemeentelijke heffingen, belastingtarieven en – opbrengsten. Daarbij wordt aangesloten bij het inflatiepercentage van de Geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van de prognose van het Centraal Plan Bureau (CPB) in het jaarlijks Centraal Economisch Plan. Woonlasten burgers De gemeentelijke belastingen die burgers moeten gaan betalen komen tot uiting in de uitgaven voor de gemeentelijke woonlasten. Onder woonlasten wordt verstaan: het totaal verschuldigde bedrag aan onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffingen. Bij de bepaling van de hoogte van de tarieven kunnen gemeenten binnen de wettelijke grenzen invloed uitoefenen op de hoogte van de woonlasten, voor zover daartoe binnen de begroting financiële ruimte bestaat.
2.3. Heffing, inning en kwijtscheldingsbeleid De heffing en inning van gemeentelijke belastingen is in Barendrecht uitbesteed aan GR SVHW. De heffing vindt zijn basis in de door de gemeente vastgestelde belastingverordeningen en –tarieven. Het invorderingsbeleid heeft betrekking op het innen van de (reeds) opgelegde belastingen en heffingen. Heffing en inning verschuldigde belasting Het verschuldigde bedrag van gemeentelijke belastingen kan op de volgende manieren plaats vinden: 1. Uiterlijk 3 maanden na dagtekening Het verschuldigd bedrag dient binnen 3 maanden te zijn betaald. 2. Automatisch incasso Betaling door middel van automatisch incasso in 10 gelijke termijnen. De eerste betaaltermijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. Belastingaanslagen van minder dan € 9,00 worden om doelmatige redenen niet opgelegd. Invorderingsmaatregelen bij niet tijdig betalen Wanneer (een gedeelte van) de belastingaanslag niet is betaald, wordt na het verstrijken van de laatste vervaltermijn een aanmaning verstuurd aan de belastingplichtige. Wanneer de belastingaanslag na het versturen van de aanmaning nog steeds niet volledig is voldaan wordt een postdwangbevel verstuurd. Zowel bij het versturen van een aanmaning als bij het versturen van een dwangbevel worden wettelijke invorderingskosten in rekening gebracht.
De hoogte van deze invorderingskosten is afhankelijk van de hoogte van het openstaande bedrag en of er een aanmaning of een postdwangbevel wordt verstuurd. Actueel is op dit moment dat SVHW op verzoek van de deelnemers waaronder Barendrecht onderzoekt om het zogenaamd sociaal invorderen te implementeren. Dit houdt in dat er alvorens een aanmaning wordt verstuurd, eerst een kosteloze herinnering wordt verstuurd. Kwijtscheldingsbeleid Gemeenten zijn bij het innen van belastingen gebonden aan de regels in de Invorderingswet. Die regels maken het ook mogelijk om kwijtschelding te verlenen. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is gebonden aan Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. 5
Barendrecht Belastingnota 2023
De afvalstoffenheffing en de rioolheffing komen onder voorwaarden voor volledige kwijtschelding in aanmerking. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.
3. Tarievenberekening en kostentoerekening De belastingtarieven en of opbrengsten waarvoor geen specifiek beleid wordt gevoerd t.a.v. het verkrijgen van een bepaald dekkingspercentage zoals bij de gebonden heffingen, worden jaarlijks telkens gecorrigeerd met de inflatiecorrectie conform de begrotingsuitgangspunten van het betreffende belastingjaar. De raad is vrij om, bijvoorbeeld indien de financieel-economische situatie daartoe noopt, van dit uitgangspunt af te wijken.
3.1 Inflatiecorrectie gemeentelijke belastingen In beginsel geldt voor de gemeentelijke belastingen zoals de onroerende zaakbelastingen, de hondenbelasting, en de toeristenbelasting dat de tarieven elk jaar met de inflatiecorrectie worden gecorrigeerd.
3.2 Maximaal kostendekkende tarieven gemeentelijke (gebonden) heffingen Voor het bepalen van de hoogte en de samenstelling van de tarieven voor (gebonden) heffingen geldt de wettelijke bepaling dat deze tarieven maximaal kostendekkend moeten zijn. Dit houdt in dat de opbrengsten niet boven de geraamde kosten mogen uitkomen. Het gaat hier overigens om de lasten en baten op begrotingsbasis (voorcalculatorisch). Dit uitgangspunt betekent dat de stijging van de tarieven meer of minder dan de inflatiecorrectie kan uitvallen. Immers, de dekking van de kosten is hier bepalend. Ook hiervoor geldt dat de raad vrij is om bepaalde kosten niet mee te laten nemen bij de tarievenberekening of om de toegerekende kosten niet volledig te dekken uit de heffing, om zodoende eventuele tariefstijging te matigen. Dit speelt met name bij de tarievenberekening van afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges.
3.2.1 Kostentoerekening en kostenonderbouwing tarieven De aan de heffing toe te rekenen kosten hebben een relatie met de te verlenen gemeentelijke dienstverlening. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft hiervoor de handreiking kostentoerekening leges en tarieven gepubliceerd. Deze handreiking tracht duidelijkheid te scheppen over de kosten die mogen worden doorberekend aan de burgers en het bedrijfsleven. Tevens bevat de handreiking handvatten voor de doorberekening van de kosten. Toepassing van de handreiking zou moeten leiden tot een inzichtelijker kostenopbouw van de tarieven van de gebonden heffingen. Er wordt bij toerekenbare kosten een onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte lasten. Onder directe lasten wordt verstaan: de lasten die rechtstreeks samenhangen met, c.q. veroorzaakt worden door, de door het bestuursorgaan verrichte dienstverlening. Onder indirecte lasten wordt verstaan: de lasten die niet rechtstreeks samenhangen met, c.q. veroorzaakt worden door, de door het bestuursorgaan verrichte dienstverlening. Indirecte lasten zijn meer gerelateerd aan de afweging van het algemene belang dan aan het individuele belang. Directe lasten: In de eerdergenoemde handreiking wordt gebruik gemaakt van taakvelden.
Deze verplichte indeling biedt de mogelijkheid om een overzicht op te stellen van de taakvelden waarvan (een deel van) de lasten in de heffing kunnen worden meegenomen. Indirecte lasten: De indirecte lasten bestaan uit de overhead en de rente omslag. De toerekening van de kosten aan de desbetreffende taakvelden en de daarbij behorende onderbouwing maken onderdeel uit van de tarievenberekening en zijn extracomptabel vastgelegd. De kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen wordt, op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV), verplicht opgenomen in de paragraaf lokale heffingen. Daarin wordt per heffing een overzicht gegeven van de ramingen en indien van toepassing ook de mate van kostendekkendheid. Toerekenbare directe kosten Directe lasten die doorberekend mogen worden, zijn de volgende: 6
Barendrecht Belastingnota 2023
-
Personeelskosten; Huisvestingskosten; Specifieke automatiseringskosten; Materiële kosten; Overhead; (niet aftrekbare) BTW, ook indien gecompenseerd via het BTW Compensatiefonds; Kapitaallasten (rente en afschrijving op duurzame goederen); Kosten van heffing en invordering (perceptiekosten inclusief oninbare vorderingen) Kosten van kwijtschelding Bijdragen aan bestemmingsreserves en vervangingsvoorzieningen
Toerekening overheadkosten De overheadkosten die verhaald mogen worden, zijn de kosten die weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband staan met die dienstverlening. Het betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Grofweg kunnen ze worden verdeeld in ondersteunende afdelingen (bijv. personeelszaken, facilitaire zaken, financiën) en ondersteunende personen op de taakvelden (bijv. leidinggevenden, secretariaat). In overeenstemming met de regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Barendrecht, wordt elk jaar een opslag berekend voor de kosten van overhead. Dit wordt vervolgens meegenomen in de tarievenberekening. Toe te rekenen BTW De omzetbelasting (BTW) die ingevolgde de Wet op het BTW-compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit het fonds wordt ook tot de verhaalbare kosten gerekend. De aan de gemeente in rekening gebrachte BTW kan als kostenpost worden verhaald via de tarieven. Op grond van het BTWCompensatiefonds hebben gemeenten voor bepaalde prestaties recht op compensatie van de aan hen in rekening gebrachte BTW.
Ondanks dat het overheidslichaam die BTW-last vergoed krijgt door het BTW-compensatiefonds, mag die BTW toch ook als kostenpost worden aangemerkt en kan deze ook worden doorberekend. Dit volgt namelijk uit de wet: artikelen 228a, derde lid en 229b, tweede lid, Gemeentewet voor de rioolheffing, respectievelijk de gemeentelijke rechten, artikel 15.33, tweede lid, Wet milieubeheer voor de afvalstoffenheffing. Gecompenseerde BTW mag dus als last worden doorberekend in de tarieven, omdat deze BTW wordt gefinancierd door een verlaging van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Op totaalniveau verloopt de Wet BCF zodoende budgetneutraal. Het is daarom wel noodzakelijk dat de compensabele BTW in de tarieven van de heffingen wordt opgenomen. Gemeenten mogen voor de tariefbepaling van heffingen uitgaan van de 100% kosten, verhoogd met de te compenseren BTW op overheidsactiviteiten (Gemeentewet, artikel 229b). Kapitaallasten en rente Dit betreft de rente- en afschrijvingslasten die verhaalbaar en dus toe te rekenen zijn. Perceptiekosten (kosten voor de heffing en inning) Een gedeelte van de jaarlijkse deelnemersbijdrage aan GR SVHW wordt als kosten toegerekend en in de tarievenberekening meegenomen. Deze toerekening geschiedt naar rato van de opbrengst en de kosten van de heffing van betreffend heffingssoort.
De methode die hierbij wordt toegepast is om de toe te rekenen kosten te berekenen op basis van de verhouding tussen de totale uitvoeringskosten belastingen en de omvang van de opbrengst van bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing tot de totale opbrengst van alle heffingen. Kwijtscheldingskosten De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid zijn verhaalbaar en kunnen worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen. Overige (indirecte) kosten De overige (indirecte) kosten die toegerekend en meegenomen worden in de tarievenberekening zijn de kosten voor straatvegen, baggeren, toezicht en handhaving.
7
Barendrecht Belastingnota 2023
Verhaalbare kosten van straatreiniging en -vegen Straatvegen doet de gemeente om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afvalstoffen verkeerd aanbieden en voor de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling tussen de drie redenen is niet te bepalen. Bij de toedeling van deze kosten zal een redelijke inschatting gemaakt worden welke delen worden toegerekend aan de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De toerekenbare veegkosten voor rioolheffing bedraagt tussen de 25% - 60% van de totale veegkosten. De rechter heeft in een uitspraak bepaald dat een derde van de totale kosten van straatreiniging en reinigingspolitie mag worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht bedrijfsvuil, omdat het aanbieden van afvalstoffen in zakken nevenvervuiling (zwerfvuil) met zich brengt en dat controle nodig is op het juist aanbieden van afval. Een dergelijke keuze maakt deel uit van de vrije beleidsruimte van het gemeentebestuur. De kosten voor de inzet van toezicht en handhaving inzake aanbiedregels en controle op zwerfafval zijn kosten die toerekenbaar zijn aan de afvalstoffenheffing. Ook hier is de vrije beleidsruimte van de gemeente van toepassing en zal op basis van een redelijke inschatting van deze toerekenbare kosten gemaakt worden.
3.3 Uitwerking uitgangspunten op de afzonderlijke belastingen en heffingen In dit hoofdstuk gaan wat dieper in op (de totstandkoming en jaarlijkse bepaling van) een aantal belastingen.
3.3.1. Onroerende zaakbelastingen OZB-tarief Het tarief van de OZB is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. OZB-aanslag: WOZ-waarde als grondslag De hoogte van de aanslag OZB hangt af van de WOZ-waarde van de onroerende zaak en wordt berekend door deze waarde te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Tarievenberekening OZB: Geen meeropbrengst door waardestijging onroerende zaken wel door areaaluitbreiding en inflatiecorrectie De berekening van de tarieven geschiedt op grond van de geschatte totale WOZ-waarden uitgaande van een geschatte waarde- of prijsontwikkeling in het betreffende begrotingsjaar. Een verwachte waardestijging ten opzichte van de vorige peildatum mag niet tot hogere inkomsten uit de OZB leiden en zal dus gecorrigeerd worden door een verlaging van de OZB-tarieven met de verwachte waardestijging. En andersom; een verwachte waardedaling leidt tot een verhoging van de OZBtarieven om de OZB opbrengst in de begroting constant te houden. Een toename van de totale WOZ-waarde, als gevolg van areaaluitbreiding (door nieuwbouwprojecten) leidt dan weer wel tot extra OZB-opbrengsten. Dit komt door de relatie die areaaluitbreiding heeft met de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Bij deze waarde toename stijgt namelijk de belastingcapaciteit van de gemeente.
Minder uitkering uit het gemeentefonds als gevolg hiervan wordt opgevangen door extra opbrengst vanuit de OZB. Daarnaast zorgt de inflatiecorrectie voor verhoging van de OZB-opbrengst. Netto OZB-opbrengst Bij de tarievenberekening wordt een netto OZB-opbrengst berekend. Factoren die een negatieve invloed hebben op de OZB-opbrengst worden in de tarieven verdisconteerd of in mindering gebracht op de totale OZB-opbrengst. Dit betreffen wettelijke vrijstelling in het kader van de Wet WOZ, geschatte OZB-verminderingen als gevolg van bezwaren, leegstand van bedrijfspanden en oninbare bedragen. Bij de berekening van de OZB-opbrengst en –tarieven gelden dus de volgende uitgangspunten: Inflatiecorrectie op het tarief met dien verstande dat deze correctie naar beneden wordt bijgesteld bij een gemiddelde waardestijging en naar boven bij een gemiddelde waardedaling van huizenprijzen; Kwijtschelding en voorziening dubieuze debiteuren worden verdisconteerd in de tarieven; Er wordt een netto OZB-opbrengst berekend, waarbij rekening is gehouden met: o Leegstandsrisico; o Hogere of lagere definitieve WOZ-waarden; 8
Barendrecht Belastingnota 2023
o
Meer of minder vrijstellingen.
Extra opbrengst uit areaaluitbreiding door nieuwbouw De areaaluitbreiding door nieuwbouw leidt tot extra opbrengsten. De huidige verwachte areaaluitbreiding staat in onderstaand overzicht opgenomen.
De geschatte extra OZB-opbrengsten als gevolg van deze verwachte areaaluitbreiding zijn meerjarig (2024 – 2027) : Jaar 2024
WOZuitbreiding 25.500.000
Tarief 2024 0,0872%
extraOZB € 22.240
2025
38.750.000
0,0872%
€ 33.796
2026
117.300.000
0,0872%
€ 102.304
2027
87.000.000
0,0872%
€ 75.877
2028
70.500.000
0,0872%
€ 61.487 € 295.704
3.3.2. Overige gemeentelijke belastingen Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Het huidige tarief bedraagt € 0,75 per persoon per overnachting. Voor vaste en seizoenstandplaatsen wordt de volgende forfaitaire bedragen berekend voor mobiele kampeeronderkomens, stacaravans etc.: Op vaste standplaatsen of seizoenstandplaatsen voor max 9 maanden € 60,00 Op vaste standplaatsen of seizoenstandplaatsen voor max 11 maanden € 105,00 Het tarief van € 0,75 is de afgelopen tien jaren stabiel gebleven en was er geen aanleiding om de inflatiecorrectie hierop toe te passen. De jaarlijks geraamde opbrengst uit toeristenbelasting blijft eveneens stabiel op € 25.000. Hondenbelasting De hondenbelasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. De opbrengsten komen in beginsel in de algemene middelen terecht en wordt aangewend voor kosten voor het hondenbeleid en de inrichting van de openbare ruimte. De tarieven worden jaarlijks met inflatiecorrectie aangepast en zien er in 2023 als volgt uit. 2023 1 hond 2 honden
€ 110,40 € 262,08
bij meer dan 2 honden extra boven het bedrag van Tarief voor kennels geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland. Per kennel
€ 168,72 € 430,92
De totale opbrengst van de Hondenbelasting bedraagt in 2023 € 299.600. Dit is inclusief de 5 hondenkennels die wij momenteel hebben in Barendrecht. 9
Barendrecht Belastingnota 2023
Op 8 november 2022 is de motie “Van blaftax naar kwispeltax” aangenomen waarin het college is gevraagd om het hondenbeleid te actualiseren en als uitgangspunt daarin op te nemen dat de opbrengsten van de hondenbelasting volledig worden ingezet voor goede voorzieningen voor honden(bezitters). Zie hierover verder in hoofdstuk 5 onder “Hondenbelasting”. Parkeerbelasting Grote voertuigen Voor een door het gemeentebestuur verleende vergunning voor het parkeren van grote voertuigen zoals vrachtwagens en autobussen op de bedrijventerreinen Dierenstein, Bijdorp en Ziedewij en voor het vrachtwagenparkeerterrein op de Eurekaweg geldt een vast tarief per jaar. De tarieven worden jaarlijks met inflatiecorrectie aangepast. De tarieven van 2023 zien er als volgt uit: Voertuigtype
Tarief parkeervergunning per voertuig per jaar (2023)
Parkeren op het vrachtwagenparkeerterrein voor grote voertuigen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid c, d en e (< 10 meter). Parkeren op het vrachtwagenparkeerterrein voor grote voertuigen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid c, d en e (> 10 meter). Parkeren op straat voor alle voertuigen zoals bedoeld in deze verordening.
€ 622,70
€ 1.131,80 € 566,30
Staangeld woonwagencentrum Voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen wordt er staangeld geheven. De tarieven worden jaarlijks met de inflatiecorrectie aangepast. De tarieven van 2023 zien er als volgt uit:
1 Het staangeld bedraagt per woonwagen per jaar bedrag per maand 2 Indien een berging/doucheruimte ontbreekt, bedraagt het staangeld per woonwagen per jaar bedrag per maand
2023 € 629,80 € 52,30 € 327,00 € 27,30
Het tarief van € 629,80 komt overeen met een WOZ-waarde van € 721.420 (721.420 x 0,0873% (OZB-tarief). Vergeleken met een eigenaar van een gemiddelde woning met een WOZ-waarde van € 500.000 en een OZB-last van € 436,50, wordt er meer aan lasten betaald door de bewoner van een woonwagen voor een staanplaats. Daarnaast worden de bewoners van een standplaats ook aangeslagen voor rioolheffing en afvalstoffenheffing.
3.3.3. Gemeentelijke (bestemming)heffingen: afvalstoffenheffing en rioolheffing Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing (AFV) wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De opbrengsten worden gebruikt voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. Kostendekkende tarieven De opbrengsten uit afvalstoffenheffing mogen de begrote kosten niet overschrijden. Er kan dus maximaal sprake zijn van 100% dekking. Middelen uit voorzieningen kunnen hierbij worden ingezet waardoor een lagere kostendekking ontstaat met het gevolg een tariefstijging te matigen. Dit is het geval in 2023. De begroting 2023 laat de volgende kostendekking zien.
10
Barendrecht Belastingnota 2023
Kostendekkendheid gebonden heffingen Afvalstoffenheffing
2023 Opbrengst Kosten raming raming 6.279.800 7.689.300
Dekking in % 82%
Toegerekende kosten Bij de tarievenberekening zijn de volgende kosten als volgt meegenomen: Toegerekende kosten voor de afvalstoffenheffing
2023
Jaarlijkse bijdrage aan NV BAR Afvalbeheer voor de kosten de inzameling en ophaal van bedrijfs- en huishoudelijk afval
3.623.600
Kosten voor afvalverwerking papier/textiel/plastic/glas, GFT en restafval Rente- en afschrijvingslasten (kapitaalslasten)
2.494.400
Kosten voor heffing en inning door SVHW
106.600
Opbrengst uit grondstoffen papier/textiel/plastic/glas, ophalen grof afval, bedrijfsafval en overig afval
-966.000
Netto kosten de inzameling en verwerking van bedrijfs- en huishoudelijk afval
5.779.800
Kosten voor toezicht en handhaving, BOA inzake aanbiedregels, zwerfafval Toe te rekenen kosten ivm bijplaatsingen
183.500
Toerekenbare kosten voor straatreiniging: schoonmaken en (toezien op) schoonhouden van de openbare ruimte van veeg- en zwerfafval
73.300
Kosten voor kwijtschelding afvalstoffenheffing
140.700
Overhead
211.200
Toe te rekenen BTW
1.167.800
Totaal toegerekende overige kosten
1.909.500
Totaal te verhalen kosten
7.689.300
521.200
133.000
Ter dekking van de totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing
6.279.000
Inzet voorzieningen en algemene middelen
1.410.300
Totale dekking
7.689.300
Dekkingspercentage
82%
Rioolheffing De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. De gemeente kan de kosten verhalen die ze maakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. De voorzieningen waarvan de kosten kunnen worden verhaald sluiten aan bij de maatregelen die de gemeente in het kader van het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) onderneemt. Hoofdregel bij het kostenverhaal is dat de kosten via de heffing mogen worden verhaald die worden gemaakt ter nakoming van de zorgplichten. De begroting 2023 laat de volgende kostendekking zien. Kostendekkendheid gebonden heffingen Rioolheffing
2023 Opbrengst Kosten raming raming 3.357.200 3.357.200
Dekking in % 100%
Toegerekende kosten De toegerekende kosten zien er als volgt uit: Toerekening kosten voor taakveld riolering
2023
Kosten personeel en materieel BAR-organisatie
402.800
Rente- en afschrijvingslasten (kapitaalslasten)
240.000
11
Barendrecht Belastingnota 2023
Onderhoudskosten riolen en gemalen
565.400
Energiekosten
368.000
Overige kosten (advies, verzekeringen, software, belastingen, en telefoonkosten
107.600
Kosten voor heffing en inning door SVHW
61.800
Dotatie vervanging riolering
1.435.000
Aanwending voorziening riolering
-1.255.400
Netto kosten taakveld riolering
1.925.200
Kosten voor kwijtschelding rioolheffing
106.300
Kosten van baggeren, kolkreiniging en straatvegen
421.300
Overhead over personeel
380.500
Toe te rekenen BTW
523.900
Totaal toegerekende overige kosten
1.432.000
Totaal te verhalen kosten
3.357.200
Ter dekking van de totale kosten Opbrengst rioolheffing
3.357.200
Totale dekking
3.357.200
Dekkingspercentage
100%
3.3.4. Overige heffingen, leges en retributies Leges De leges worden geheven voor het door de gemeente verlenen van diensten, zoals het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. De naam ‘leges’ komt als zodanig niet voor in de Gemeentewet, in de wet is sprake van rechten voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Degene die de dienst aanvraagt, betaalt ook. De heffingsmaatstaf is afhankelijk van de soort dienst en wordt vermeld in de tarieventabel die bij de legesverordening hoort. Maximaal kostendekkende tarieven leges Een aantal tarieven van leges is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van de leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De ontvangen gelden voor de gebonden heffingen vloeien niet in de algemene middelen, maar dienen om de specifieke kosten van de betreffende producten/diensten te dekken. Toe te rekenen kosten De legestarieven worden berekend door toerekening van alle voor de dienstverlening te maken kosten. De directe kosten bestaan uit personele- en materiële kosten. Daarnaast worden kosten voor overhead en BTW toegerekend.
12
Barendrecht Belastingnota 2023
De toegerekende kosten voor het begrotingsjaar 2023 zien er als volgt uit:
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de huidige legestarieven niet kostendekkend zijn. Het vigerend beleid is dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het inflatiepercentage. Het is ter keuze van de raad om te besluiten om de leges in meer of mindere mate naar kostendekkend niveau te brengen ten gunste resp. ten laste van de begroting. De kosten gaan soms voor de baten uit, bijvoorbeeld met de leges van omgevingsvergunningen. Hierdoor kennen zowel de jaarlijkse baten als de lasten op het gebied van dergelijke vergunningen uitschieters. Naast het gesprek over de mate van kostendekkendheid wordt aanbevolen om ook mogelijkheden rondom de inzet van een egalisatievoorziening nader te onderzoeken. Kruissubsidiëring Het feit dat de wetgeving aangeeft dat de tarieven voor het geheel aan legesproducten opgenomen in de legesverordening, gezamenlijk het geheel aan geraamde kosten voor deze legesproducten niet mogen overschrijden betekent dat er in principe geen rechtstreeks verband hoeft te bestaan tussen de hoogte van de geheven leges en de kosten van de dienstverlening voor een individuele legesdienst. Dit betekent dat er ruimte is om afnemers van bepaalde groepen producten te ontzien, of juist extra te laten betalen.
Ook kan de opbrengst van een meer dan kostendekkend tarief gebruikt worden om een tarief vast te stellen dat minder dan kostendekkend is (bijvoorbeeld vanwege vastgestelde maximumtarieven door het Rijk). De beleidslijn die bij de bepaling de leges wordt gehanteerd is een integrale kostendekking van maximaal 100%. Bij de berekening daarvan vormen de leges voor de omgevingsvergunning zowel absoluut als relatief de hoofdmoot. Ook vanwege het per jaar wisselende bouwprogramma, zijn de leges omgevingsvergunning voor wat betreft de mate van kostendekking onvoorspelbaar. De overige diensten hebben dus minder effect op de volledige kostendekking. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingskosten worden door de gemeente in rekening gebracht voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaats. Hier geldt de wettelijke bepaling dat opbrengsten de kosten niet mogen overschrijden. Er kan dus maximaal sprake zijn van 100% dekking. Er mag door de gemeente 13
Barendrecht Belastingnota 2023
geen winst worden gemaakt op deze rechten. De tarieven zijn dus maximaal kostendekkend vastgesteld. Toegerekende kosten De toegerekende kosten (gebaseerd op de begroting 2023) zien er als volgt uit: Toerekening kosten voor taakveld behoren bij de gemeentelijke taken op het terrein van de lijkbezorging
2023
Kosten personeel en materieel BAR-organisatie
363.200
Rente- en afschrijvingslasten (kapitaalslasten)
128.900
Onderhoudskosten begraafplaatsen
218.000
Overige kosten (energiekostn, advies, verzekeringen, software, belastingen en telefoonkosten)
27.900
Netto kosten taakveld begraafplaatsen
738.000
Overhead over personeel
324.200
Totaal toegerekende overige kosten
324.200
Totaal te verhalen kosten
1.062.200
Ter dekking van de totale kosten Opbrengst Lijkbezorgingsrechten
530.200
Totale dekking
530.200
Dekkingspercentage
50%
Marktgelden Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op het krachtens de ‘Marktverordening van de gemeente Barendrecht’ aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “marktgeld” een recht geheven. De tarieven van de marktgelden zijn maximaal kostendekkend. De te leveren dienst bestaat uit het onderhouden en schoonhouden van de marktplaats daarnaast zijn toezichthouders ingezet voor handhaving van de openbare orde. De kosten hiervan worden gedekt uit de opbrengsten marktgelden. De extra kosten als gevolg van de herinrichting van het nieuwe plein voor de marktstandplaatsen zijn buiten de kostentoerekening gehouden. Toegerekende kosten De toegerekende kosten zien er als volgt uit: Toerekening kosten voor taakveld marktstandplaatsen
2023
Personeelslasten marktmeester
16.700
Onderhoud en schoonmaakkosten (incl. uitbesteed werk)
45.300
Netto kosten taakveld marktstandplaatsen
62.000
Overhead over personeel
16.100
BTW
100
Totaal toegerekende overige kosten
16.200
Totaal te verhalen kosten
78.200
Ter dekking van de totale kosten Opbrengst marktgelden
55.200
Totale dekking
55.200
Dekkingspercentage
71%
Met ingang van 2023 is een nieuw tariefsysteem ingevoerd. Dit tariefsysteem is tot stand gekomen in overleg met de marktcommissie van Barendrecht. Voor het innemen van een standplaats met een tent, kraam, verkoopwagen of andere soortgelijke inrichting gelden met ingang van 2023 de tarieven 14
Barendrecht Belastingnota 2023
per staffel aan de hand van de eerder ingemeten m2’s. Het verschuldigde bedrag aan marktgelden wordt berekend aan de hand van de staffel waar de ingenomen m2 oppervlakte onder valt. Per staffel wordt een vast bedrag berekend. Het nieuw tariefsysteem ziet er als volgt: Voor het innemen van een standplaats met een tent, kraam, verkoopwagen of andere soortgelijke inrichting gelden de volgende tarieven per staffel waar de ingenomen m 2 oppervlakte onder valt:
staffel
m2 0 0-1
€ per/dag
€ per/jaar
€
€
-
-
1 1-10 2 11-20
€ 7,87 € 14,96
€ 409,38 € 777,83
3 21-30
€ 21,26 € 1.105,33
4 31-40
€ 26,77 € 1.391,90
5 41-50 6 51-60
€ 31,49 € 1.637,53 € 35,43 € 1.842,22
7 61-70
€ 38,58 € 2.005,97
8 71-80 9 81-90
€ 40,94 € 2.128,78 € 42,51 € 2.210,66
10 91-100
€ 43,30 € 2.251,60
Er vindt een evaluatie plaats van dit nieuwe tariefsysteem met de stakeholders/marktcommissie. Aan de hand van de resultaten van deze evaluatie zal bezien worden of dit systeem aanpassing behoeft of gehandhaafd kan blijven. Zie verder in hoofdstuk 5 onder ‘Voorstellen vast te stellen beleid’. Bedrijven Investerings Zones-bijdrage Een Bedrijven Investeringszone (kortweg BI-zone of BIZ) is een door de gemeente aangewezen gebied waarbinnen van alle ondernemers een bestemmingsheffing (BIZ-bijdrage) wordt geheven ter financiering van door de ondernemers in dat gebied gewenste voorzieningen. Het initiatief komt van de ondernemers in een gebied, die er ook in meerderheid voor moeten stemmen. De gemeente heeft een faciliterende rol bij het innen van de gelden (BIZ-bijdrage) en stelt de verordening vast waarin de heffing wordt geregeld. De BIZ-bijdrage is dus formeel een gemeentelijke belasting waarbij de geïnde bedragen volledig terugvloeit naar de vereniging, coöperatie of stichting die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De looptijd van een BIZ is in principe maximaal 5 jaar, maar hij kan worden verlengd. De heffing is per onroerende zaak met als heffingsmaatstaf de WOZ-waarde of een vast bedrag. In Barendrecht kennen we momenteel de BI-zone Dierenstein 2019-2023. Bij deze regeling wordt een vast bedrag van € 350 per onroerende zaak geheven.
Deze regeling eindigt op 31 december 2023. De volgende BIZ-regelingen zijn reeds beëindigd door de looptijd van 5 jaren. BI-zone centrum Barendrecht 2015-2019. Deze regeling is beëindigd op 31 december 2019 en kende een vast bedrag per onroerende zaak. BI-zone Bijdorp 2015-2019. Deze regeling is beëindigd op 31 december 2019 en kende een vast bedrag per onroerende zaak.
4. Uit het Meerjarenprogramma Barendrecht 2022 - 2026 In het Meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026 staat concreet het volgende vermeld over de gemeentelijke belastingen. “Onze belastingen en (afval)tarieven verhogen we met maximaal de inflatiecorrectie. We stellen een belastingnota op met de uitgangspunten (kaders) voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid. Wel brengen we meer balans aan in de onroerendezaakbelasting die ondernemers en inwoners betalen. Barendrechtse ondernemers betalen nu aanzienlijk minder onroerendezaakbelasting (ozb niet-woningen) dan gemiddeld in onze provincie. De komende jaren willen we toegroeien richting dit gemiddelde. In 2023 zetten we daarvoor al een 15
Barendrecht Belastingnota 2023
kleine eerste stap. Deze extra inkomsten voor 2023 gebruiken we om de lasten voor onze inwoners te verlagen.”
4.1 Herverdeling OZB opbrengsten Uit een benchmark (een vergelijking met de omliggende gemeenten en in de provincie Zuid-Holland) ten tijde van het opstellen van de begroting 2023, bleek dat de OZB-tarieven in 2022 voor de nietwoningen in Barendrecht lager lagen dan de gemiddelde tarieven van deze gemeenten (zie onderstaand overzicht). Tarieven OZB niet-won 2022 Gemiddelde gemeenten in prov Z-H Gemiddelde omliggende gemeenten Barendrecht
OZB eig N-W 0,3086 0,3056 0,1870
OZB gebr N-W 0,1849 0,2083 0,1540
Vervolgens is besloten om de tarieven OZB niet-woningen te verhogen en de tarieven OZB woningen als volgt te verlagen.
Tarieven Onroerende zaakbelastingen Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
2022
2023
0,1016% 0,1870% 0,1540%
0,0873% 0,2160% 0,1780%
In het Meerjarenprogramma is aangegeven dat de wens is om de komende jaren toe te groeien naar een meer gemiddeld tarief voor de OZB niet-woningen. Van jaar tot jaar zal ons tarief in dat licht worden bezien en afgezet tegen de tarieven van andere gemeenten. De OZB-tarieven 2023 afgezet tegen omliggende gemeenten geeft het volgende actuele beeld:
Uit bovenstaande vergelijking blijkt dat het OZB-tarief van niet-woningen in Barendrecht zich nog steeds aan de onderkant van het spectrum bevindt. Een verdere aanpassing van het OZB-tarief is legitiem en maakt onderdeel uit van de begrotingsbehandeling 2024.
16
Barendrecht Belastingnota 2023
5. Voorstellen voor vast te stellen beleid Kostendekkende tarieven Er is bij een aantal heffingssoorten (leges, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten en marktgelden) sprake van niet kostendekkende tarieven. Het is ter keuze van de raad om te besluiten om de tarieven van de (bestemmings)heffingen en leges in meer of mindere mate naar kostendekkend niveau te brengen en hiervoor desgewenst incidentele middelen uit voorzieningen als dekking in te zetten. Inflatiecorrectie belastingen en heffingen Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd dan wel trendmatig verhoogd. In de Voorjaarsnota wordt het inflatiepercentage als uitgangspunt voor de op te stellen begroting jaarlijks bepaald. Indien de werkelijke inflatie afwijkt van het vooraf bepaalde percentage, is het gerechtvaardigd om bij de berekening van de belastingen en heffingen hiervan af te wijken. Er worden verschillende standaarden gehanteerd om het inflatiepercentage te bepalen, op basis waarvan de diverse ramingen in de begroting en tarieven zijn gebaseerd. Het is van belang om duidelijke afspraken vast te leggen om de juistheid en eenduidigheid rondom het toepassen van inflatiecorrectie te kunnen waarborgen.
Wij stellen daarom voor om de systematiek rondom het toepassen van inflatiecorrectie ten behoeve van belastingen en heffingen de komende tijd opnieuw tegen het licht te houden. Over de uitkomsten van ons onderzoek zullen wij u nader berichten. Onroerende zaakbelastingen De vigerende tarievenberekening voor de OZB is tot nu formeel niet vastgelegd. We stellen voor om met deze nota het beleid vast te stellen voor de berekening van het OZB-tarief. Dit houdt het volgende in: Bij de berekening van de OZB-opbrengst en –tarieven gelden de volgende uitgangspunten: Inflatiecorrectie op het huidige tarief met dien verstande dat deze correctie naar beneden wordt bijgesteld bij een gemiddelde waardestijging en naar boven bij een gemiddelde waardedaling van huizenprijzen; Kwijtschelding en voorziening dubieuze debiteuren worden verdisconteerd in de tarieven; Er wordt een netto OZB-opbrengst berekend, waarbij rekening is gehouden met: o Leegstandsrisico; o Hogere of lagere definitieve WOZ-waarden; o Meer of minder vrijstellingen. Daarnaast wordt voorgesteld om jaarlijks te bezien hoe onze OZB tarieven zich verhouden tot de tarieven in omliggende gemeenten. De vergelijking van de OZB-tarieven met de omliggende gemeenten laat momenteel het volgende beeld zien;
N-W N-W 2023 WON EIG GEBR Gemiddelde tarief 0,0881% 0,2964% 0,2192% Barendrecht 0,0873% 0,2160% 0,1780% -1% -27% -19% De OZB-tarieven van de niet-woningen zijn lager dan de tarieven van de omliggende gemeenten. Voor het begrotingsjaar 2024 stellen we voor om, ten aanzien van de OZB-tarieven van de nietwoningen, het verschil van deze tarieven kleiner te laten zijn door de tarieven van de OZB nietwoningen op een vergelijkbaar gemiddelde niveau van de tarieven van de omliggende gemeenten te laten zijn. Met andere woorden de tarieven van de niet-woningen stijgen met meer dan de inflatiecorrectie. De extra OZB-opbrengst als gevolg hiervan zullen worden aangewend om het tarief voor woningen verder omlaag te krijgen. Bij de vaststelling van de definitieve tarieven wordt dit voorstel verder uitgewerkt. Afvalstoffenheffing Op dit moment wordt in Barendrecht gewerkt aan de totstandkoming van nieuw afvalbeleid. Te maken keuzes rondom het afvalbeleid kunnen ook van invloed zijn op de systematiek en bepaling van het 17
Barendrecht Belastingnota 2023
tarief afvalstoffenheffing. Besluitvorming hierover vindt plaats na behandeling van de Belastingnota 2023. Tijdens de begrotingsbehandeling zal jaarlijks worden bezien of er sprake kan zijn van kostendekkende tarieven of dat er mogelijk incidentele middelen uit voorzieningen zullen worden aangewend om een matiging van de tarieven te bereiken. Hondenbelasting Uitvoering motie ‘van blaftax naar kwispeltax’ (M2022 – 029) Ter uitvoering van de motie van blaftax naar kwispeltax wordt er gewerkt aan een nieuw eenvoudig hondenbeleid met hoogwaardige hondenvoorzieningen. Concreet gaat dit over het realiseren van meer en betere voorzieningen. Denk aan meer afvalbakken, hekwerken, onderhoudskosten, handhaving enz. Hiervoor zal er een meerjarenprogramma worden opgesteld. De extra kosten voor de voorzieningen zullen gedekt worden uit de opbrengst van de hondenbelasting. Het nieuwe hondenbeleid zal nog afzonderlijk door de raad worden vastgesteld. Het, onder voorwaarden, in aanmerking komen voor een gereduceerd kenneltarief, dat qua hoogte vergelijkbaar is met het tarief dat iemand betaalt voor het bezitten van 3 honden, vinden wij niet rechtvaardig tegenover andere hondenbezitters. Daarnaast kunnen hondenkennels overlast veroorzaken voor hun omgeving. Wij stellen daarom voor om het kenneltarief met ingang van 2024 af te schaffen.
De financiële gevolgen voor kennelbezitters zijn lastig in te schatten omdat het aantal honden niet geregistreerd staat en vaak wisselend is. Om een idee te geven van de financiële impact van kennelbezitters: bij een bezit van 5 honden wordt de belasting met 78% verhoogd, bij een bezit van 6 honden is dat 117%. Puppy’s tot 3 maanden hoeven niet geregistreerd te worden, oppashonden zijn geen eigendom. Marktgelden Uit de gehouden evaluatie blijkt dat de marktkooplieden tevreden zijn over de nieuwe geïntroduceerde rekenmethodiek. We stellen voor om het nieuwe in 2023 geïntroduceerde tariefsysteem per staffel aan de hand van ingenomen m2 oppervlakte, te handhaven. Parkeren Grote voertuigen De Parkeerverordening Grote Voertuigen Barendrecht is van 2007. Zowel de parkeerverordening als de parkeerbelasting voor grote voertuigen zijn toe aan een update. Er wordt momenteel onderzocht of het te combineren is met het opstellen van de verordeningen voor het invoeren van betaald en gereguleerd parkeren in de nieuwe wijk De Stationstuinen. Voor deze ontwikkeling zullen nieuwe verordeningen moeten komen die in 2024 zullen worden opgesteld en ter besluitvorming worden aangeboden. Precariobelasting Voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor diverse objecten zoals voertuigen / aanhangers / containers / portocabin / reclameborden etc. worden leges geheven.
Deze heffingen zijn nu te vinden in de tarievenlijst gebruik gemeentelijke accommodaties en gronden en/of de legesverordening. Zie hierna een overzicht met een vergelijking van de onderwerpen die onder precariobelasting vallen en die wel of niet onder de legesverordening zijn gebracht. Belastbare objecten precariobelasting Terras voor het op of boven een terras hebben van banken, stoelen, tafels, bloembakken, windschermen en parasols, per m2 per jaar
Uitstallen van goederen
Thans legesverordening Nee
Precariobelasting mogelijk Ja
Men betaalt alleen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een terrasvergunning Nee
Ja
Ja
Ja
Het uitstallen van goederen en materiaal dienstbaar aan de handel, voor zover de in beslag genomen c.q. overdekte grond zich meer dan 1,00 m¹ buiten de gevellijn bevindt: per m2, per jaar of per constatering Kramen, kiosken e.d.
18
Barendrecht Belastingnota 2023
voor het hebben van kramen, kiosken, wagens of dergelijke voorwerpen ter verkoop van waren of ter promotie van waren: per ingenomen vierkante meter, per dag, per week, maand, kwartaal, half jaar en jaar
Voor de standplaatsen zijn bedragen per m2 opgenomen in de Legesverordening.
Reclamevoorwerpen boven gemeentegrond
Nee
Nee
het hebben van tot reclame dienende lichtbakken, lantaarns, uithangborden of uithangtekens, aankondigingsborden, uithangtekens, uitstalkasten, gevelborden, gevelplaten, reclametegels, van reclame voorziene luifels, zonneschermen en andere tot reclamedoeleinden gebezigde voorwerpen, gemeten naar de grootte van het voorwerp over de grootste oppervlakte, voor elk voorwerp per jaar:
Voor het plaatsen van reclameborden gaat dat via een commercieel bedrijf waarmee de gemeente Barendrecht een privaatrechtelijke overeenkomst heeft.
Dit is privaatrechtelijk geregeld.
Algemeen/Bouwmaterialen en overige
Ja
Ja
Voor het hebben van een loods, keet, afschutting, steiger of stelling en het hebben van bouwmaterialen en gereedschappen buiten de loods of keet en overige voorwerpen waarvoor geen afzonderlijk tarief is opgenomen: per dag, week, maand, kwartaal, half jaar en jaar
In de legesverordening zijn hiervoor tarieven opgenomen per object, per dag (€ 28,80) of per week € 44,00).
Onder de precariobelasting zal het tarief per m2 zijn ipv per object. Hieronder kan ook het gebruik van openbare grond voor zonnepanelen worden ondergebracht, mits er geen privaatrechtelijke overeenkomst voor het gebruik van de grond aanwezig is.
Anders dan bij precariobelasting waar men belasting betaalt voor het hebben van voorwerpen op, boven of onder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond per vierkante meter, wordt er in Barendrecht leges geheven voor het gebruikmaken van de openbare weg voor het plaatsen van objecten/voorwerpen per object, per dag dan wel per week. Voor afgegeven terrasvergunningen worden alleen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor de terrasvergunning. Voor in gebruik nemen van het aantal vierkante meter van de openbare grond wordt er thans geen belasting in rekening gebracht. Door middel van het heffen van precariobelasting kan het gebruik van gemeentegrond voor commerciële doeleinden voortaan belast worden tegen een nader te bepalen tarief per vierkante meter per jaar. Gemeentegrond wordt de laatste tijd gebruik om bijvoorbeeld zonnepanelen te exploiteren. Het zonnepanelenpark “Zonneveld de Punt” in Barendrecht is een voorbeeld hiervan. Het is gelegen op gemeentegrond waar eventueel precariobelasting geheven zou kunnen worden. Er is echter een huurovereenkomst voor het gebruik van de grond, waardoor het de heffing van precariobelasting in de weg staat. Het bedrijf dat het exploiteert mag de grond namelijk de komende 25 jaar van de gemeente huren voor de exploitatie van het zonnepark.
De gemeente heeft in zulke situaties de keuze tussen het privaatrechtelijk regelen van het gebruik van de grond middels een huurcontract tegen vooraf vastgestelde huur zoals in casu het geval is of het jaarlijks heffen van precariobelasting. We stellen voor om onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden (kosten en baten) voor invoering van de precariobelasting voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Hiermee kan een concreter beeld worden verkregen van de mogelijke opbrengsten uit precariobelasting.
19
Barendrecht Belastingnota 2023