CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

gemeenteraad 30 september 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Toekomstbestendig begraafplaatsbeleid5.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN GEMEENTE BARENDRECHT 2026 De raad van de gemeente Barendrecht, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht, …. 2025, gelet op de artikelen 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaats Den Ouden Dijck, Derde Barendrechtseweg 460 en de Algemene begraafplaats aan de Scheldestraat 3a te Barendrecht; b. particulier graf: een graf, keldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en/of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf: een graf, keldergraf daaronder begrepen, bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van overledenen; d. keldergraf: een graf met een betonnen of kunststof constructie die in de grond is geplaatst en afgedekt is met een sluitplaat, wandgraf daaronder begrepen; e. kindergraf: een graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een natuurlijk persoon tot 12 jaar en van levenloos geborenen. f. enkelgraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van slechts één overledene. g. dubbelgraf: twee of meer naast elkaar gelegen particuliere graven voorzien van een gezamenlijke grafbedekking; h.

natuurgraf: een onderhoudsvrij particulier graf met beperkingen ten aanzien van de grafbedekking en asbusbijzettingen; i. urnengraf: een particulier urnengraf, kelderurnengraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; j. urnenplaats: een particuliere bovengrondse plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van asbussen in een object, urn en kunstwerk daaronder begrepen; k. urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; l. urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats waar aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een sierurn. m. urnennatuurgraf: een onderhoudsvrij particulier urnengraf met beperkingen ten aanzien van de grafbedekking;

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

1

n. gedenkplaats: een particuliere plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het zonder begrafenis of zonder asbestemming plaatsen van een gedenkteken om overledenen te gedenken; o. asbus: een bus, een asbox daaronder begrepen, ter berging van as van een overledene; p. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen, asboxen of losse as; q. verstrooiplaats: een plaats of kelder bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid; r. grafbedekking: grafbeplanting of gedenkteken die op het graf, de gedenkplaats of de urnenplaats zijn geplaatst; s. gedenkteken: een grafmonument, liggende of staande steen, sierurn of ander object ter nagedachtenis van een overledene; t. herinneringsplaatje: een naam of gedenkplaatje ter plaatsing op een monument, zuil of muur ter herinnering van een overledene; u. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht; v. beheerder: de medewerker die belast is met de exploitatie en de dagelijkse leiding van de gemeentelijke begraafplaatsen of degene die hem vervangt; w.

rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier (urnen-)graf of kelder, een particuliere urnenplaats of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; x. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of algemene urnennis is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; y. eigenaar: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die de grafbedekking op een particulier graf in eigendom heeft of de belanghebbende van een algemeen graf die de grafbedekking geplaatst heeft; z. belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf of asbestemmingsplaats, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende; aa. aanvrager: de persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer – opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een particulier of algemeen graf, gedenkplaats of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is; bb. wet: Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving; cc.

grafrecht: het gebruiksrecht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf en het uitsluitend recht op een particulier (kelder-)graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats; dd. grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; ee. lijkbezorging: het lichaam van een overledene of doodgeborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze; ff. overledene: lijk conform artikel 2 van de Wet op de lijkbezorging gg. samenvoegen: het op verzoek van de rechthebbende samenvoegen van één of meerdere lagen in een graf tot op de onderste laag; hh. schudden: het op verzoek van de rechthebbende leeg maken van een graf waarbij de resten onder de onderste laag worden gebracht; ii. ruimen: het verwijderen van de grafbedekking na afloop of na afstand van het grafrecht en in een latere fase van het volledige graf, waarbij de stoffelijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf; jj. verzamelgraf: een algemeen graf, bij de gemeente in beheer, waar stoffelijke resten van geruimde graven worden bewaard;

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

2

kk. dierengraf: particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van kleine gezelschapsdieren en/of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met urnen; Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'particulier graf’ mede verstaan: particulier kindergraf, particulier keldergraf, natuurgraf, urnen(kelder)graf, urnennatuurgraf, urnenplaats, urnennis en particuliere gedenkplaats. Artikel 3. Beheer 1. Het beheer van de begraafplaats berust bij het college. 2. Het beheer omvat in ieder geval: a. dagelijkse leiding van de begraafplaats; b. het faciliteren van uitvaarten; c. de bijbehorende gravenadministratie; d. het onderhouden van de begraafplaats. 3. Het college wijst een beheerder aan voor de exploitatie van de begraafplaatsen en de dagelijkse leiding, en een administratief beheerder voor de gravenadministratie. Medewerkers kunnen gemandateerd worden voor specifieke taken en verantwoordelijkheden. HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST Artikel 4. Openstelling begraafplaats 1. De gemeentelijke begraafplaatsen in Barendrecht zijn dagelijks toegankelijk gedurende door het college vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden via nadere regels bekend. 2.

Ter handhaving van de orde en rust op de gemeentelijke begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3. Ten behoeve van werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder tijdelijk delen voor publiek afsluiten. 4. Het is verboden gedurende de tijd dat de gemeentelijke begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een uitvaart, de bezorging van as of een herdenkingsbijeenkomst. Artikel 5. Ordemaatregelen 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder en de begraafplaatsmedewerkers. 2. Tijdens plechtigheden mogen op de begraafplaats zonder toestemming van de beheerder geen werkzaamheden plaatsvinden. 3. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 4. Het college kan nadere regels vaststellen voor ordemaatregelen. Artikel 6. Plechtigheden 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en overige plechtigheden op de begraafplaats, niet zijnde een begrafenis, kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder van de

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

3

begraafplaatsen. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel 7. Opgraven, samenvoegen en ruimen 1. Het schudden van graven is niet toegestaan. 2. Het samenvoegen van de bovenste graflagen bij de onderste graflaag op verzoek van een rechthebbende is éénmalig mogelijk, mits een volledige vertering van de stoffelijke resten heeft plaatsgevonden. 3. Het samenvoegen van graflagen op het natuurgedeelte van begraafplaats Den Ouden Dijck is niet toegestaan. 4. Bij het opgraven van overledenen, het samenvoegen van lagen en de ruiming van graven, zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. 5. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven van overledenen, het samenvoegen van begraaflagen en het ruimen van graven. HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR BEZORGING VAN OVERLEDENEN Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.

Degene die wil doen begraven meldt dit schriftelijk aan de beheerder, uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de begraving en degene die as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, uiterlijk zeven werkdagen voorafgaande aan de bijzetting of verstrooiing. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of door derden die daarvoor opdracht hebben verkregen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 3. Nabestaanden kunnen onder toezicht van een begraafplaatsmedewerker betrokken worden bij het dalen van de kist en het geheel of gedeeltelijk sluiten van het graf indien de aanvrager hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder heeft kenbaar gemaakt en de omstandigheden het toelaten. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Aanwijzingen van de begraafplaatsmedewerkers dienen ten alle tijden te worden opgevolgd.

Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften 1. Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. 2. Aanvragers zijn verplicht op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven. 3. Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. 4. Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van de overledene belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn. 5. Het is niet toegestaan om asbussen of urnen in een kist of ander lijkomhulsel samen te Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

4

voegen met een overledene. 6. De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan. Artikel 10. Te overleggen stukken 1. Tot begraven wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het omhulsel van de overledene zijn overgelegd aan de beheerder. Het registratiedocument bevat een registratienummer dat overeenkomt met het nummer op het omhulsel van de overledene, de naam van de overledene, overlijdensen geboortedatum van de overledene dan wel het geslacht van de doodgeborene. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient vooraf een machtiging tot het openen van het graf en het plaatsen van de asbus aan de beheerder te worden overlegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende. 3. Indien in het geval van lid 2 niet tijdig, uiterlijk drie werkdagen voor de begrafenis, een nieuwe rechthebbende wordt doorgegeven wordt de aanvrager van de begrafenis de nieuwe rechthebbende. 4.

Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. Indien de rechthebbende is overleden dient zich eerst een nieuwe rechthebbende te melden. 5. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven of uitstel heeft verleend voor begraving binnen 6 werkdagen, dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd. 6. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn en geeft pas toestemming tot begraven indien deze voldoen aan alle daarvoor geldende wet- en regelgeving. Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging Het college bepaalt bij nadere regels de tijden van begraven, bijzetten en van asbezorging. Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen 1. Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk te worden aangevraagd bij de beheerder, uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden. 2.

Voor het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, de aula op begraafplaats Den Ouden Dijck inbegrepen, kan het college nadere regels vaststellen. HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN Artikel 13. Indeling graven en asbezorging 1. Het college bepaalt bij nadere regels welke graven en asbestemmingen kunnen worden uitgegeven. 2. Op de gemeentelijke begraafplaatsen van Barendrecht kan as worden verstrooid op een verstrooiplaats. De beheerder bepaalt welke plaatsen van de begraafplaats daarvoor in aanmerking komen. Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen 1. Het college bepaalt bij nadere regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel bijzettingen van asbussen er in en op de particuliere urnengraven en urnenplaatsen kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

5

2. Het college bepaalt bij nadere regels hoeveel overledenen kunnen worden bijgezet in algemene graven. Asbus bijzettingen in algemene graven zijn niet toegestaan. Artikel 15. Volgorde van uitgifte 1. Het college kan nadere regels vaststellen onder welke voorwaarden graven worden uitgegeven. 2. Het college kan nadere regels vaststellen onder welke voorwaarden het reserveren van graven mogelijk is. 3. De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. Dit is ter beoordeling van de beheerder. Artikel 16. Categorieën Het college kan nadere regels vaststellen voor het onderverdelen van de algemene en particuliere graven in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden. Artikel 17. Termijnen particuliere en algemene graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, grafrechten. Het college bepaalt bij nadere regels de termijnen. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf wordt uitgegeven. Ter bevestiging van het verleende grafrecht wordt een grafakte opgesteld. 2.

Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met via nadere regels vast te stellen termijnen, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3. Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is verlengd vervalt het grafrecht na het einde van die termijn terug aan de begraafplaats van de gemeente. 4. Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een bij nadere regels vast te stellen termijn. Deze termijn kan niet worden verlengd. 5. De bijzetting van een asbus impliceert dat de rechthebbende of gebruiker opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as indien niet wordt verlengd of niet tijdig voor afloop van de graftermijn een andere bestemming kenbaar is gemaakt. In dat geval wordt de as verstrooid. De verstrooiing vindt ambtshalve plaats, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden. 6. Bij de verwijdering van een asbus vervalt het grafrecht, tenzij anders overeengekomen. Artikel 18. Keldergraven 1. Voor plaatsing van een keldergraf is een schriftelijke vergunning van het college nodig. 2. De plaatsing van nieuwe keldergraven op de begraafplaats aan de Scheldestraat is niet toegestaan. 3.

Voor aanpassing van bestaande keldergraven is een schriftelijke vergunning van het college nodig. 4. Het college kan nadere regels vaststellen aan het gebruik van nieuwe en bestaande keldergraven. Artikel 19. Overschrijving van verleende rechten 1. Het recht op een particulier (urnen-)graf, urnenplaats of gedenkplaats kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het college kan nadere regels vaststellen en voorwaarden verbinden aan wie het recht kan worden overgeschreven.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

6

2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Indien dit niet tijdig gebeurt wordt de aanvrager van de begrafenis de nieuwe rechthebbende. Het college kan nadere regels vaststellen voor voorwaarden aan wie het recht kan worden overgeschreven. 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats te doen vervallen verklaren. 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats dat inmiddels is geruimd. 5.

De rechthebbende en/of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de beheerder door te geven, alsmede de wijziging van hun adres. 6. Aan het overschrijven van grafrechten zijn kosten verbonden. Artikel 20. Vervallen (graf-)rechten 1. Het (graf-)recht vervalt: a. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; b. indien de rechthebbende afstand doet van het recht; c. indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen de in artikel 19, lid 2 genoemde termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende; d. indien (een deel van) de begraafplaats wordt opgeheven. 2. Het college kan de (graf-)rechten vervallen verklaren: a. indien de betaling van het (graf-)recht ̶ ondanks een aanmaning ̶ niet binnen zes maanden na aanvang van die termijn is geschied; b. indien de rechthebbende ̶̶ ̶ ondanks een aanmaning ̶ in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; c. indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning ̶ niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf of gedenkplaats dat in verval is. 3. Onder in verval zijnde graven en gedenkplaatsen wordt verstaan: a. breuk van het monument of de afdekplaat; b. een verzakking van het monument van meer dan 10 cm ten opzichte van het maaiveld; c.

het onleesbaar afgesleten zijn van teksten; d. beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting); e. omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt; f. graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats, zoals ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen. 5. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten. 6. Het college kan nadere regels vaststellen voor het vervallen verklaren van grafrechten. 21. Afstand doen van (graf-)rechten 1. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de begraafplaats van de gemeente van het recht op het particuliere (urnen-)graf, urnenplaats of gedenkplaats, ongebruikte voorzieningen

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

7

inbegrepen. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. 2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten. HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN Artikel 22. Vergunning gedenkteken en grafbedekking 1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2. De rechthebbende van een particulier graf of de geregistreerde belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4. Het college kan de vergunning weigeren of intrekken indien: a. Niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie, inclusief het fundament van de grafbedekking, ondeugdelijk is en niet voldoet aan de in de nadere regels genoemde voorwaarden; e. de grafbedekking of het opschrift aanstootgevend is; f. niet aan de financiële verplichtingen behorend bij de uitgifte van het grafrecht is voldaan. 5.

Voor plaatsing van een grafbedekking, gedenkmonument en voorzetplaat voor een wandgraf of urnennis is altijd een schriftelijke melding vooraf aan de beheerder vereist en vervolgens toestemming van de beheerder voor het tijdstip van en handelwijze bij plaatsing. 6. Het college kan in speciale situaties de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen voor een grafbedenking en gedenkteken dat afwijkt van de voorwaarden van de gestelde nadere regels. 7. Het college regelt bij nadere regels het plaatsingsrecht voor herinneringsplaatjes op herdenkingszuilen en herdenkingsmonumenten. Artikel 23. Aansprakelijkheid grafbedekking 1. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking of gedenkplaats. 2. Al hetgeen wat op het graf, urnenplaats en gedenkplaats geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking of gedenkplaats te zijn aangebracht. 3. Schade als gevolg van brand, vandalisme, diefstal, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de eigenaar van de grafbedekking. 4. Indien naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

De kosten van de maatregelen kunnen worden verhaald op de rechthebbende of belanghebbende van het graf. Artikel 24. Onderhoud door de houder van de begraafplaats 1. Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaats, tenzij anders bepaald. 2. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. 3. Het college kan nadere regels vaststellen voor grafonderhoud door de beheerder van de begraafplaats.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

8

Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1. De eigenaar van de grafbedekking is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent een nadere specificering en de wijze van onderhouden. 2. Indien de eigenaar van de grafbedekking nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de eigenaar van de grafbedekking en de rechthebbende of de belanghebbende van het graf door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 4.

Het college kan de eigenaar van de grafbedekking per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. Artikel 26. Grafbeplanting 1. Niet-blijvende beplanting op een graf die, naar oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. 2. Het college kan nadere regels vaststellen voor voorschriften omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting. Artikel 27. Tijdelijke verwijdering grafbedekking 1. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht om voor eigen kosten en risico zelf opdracht te geven voor de tijdelijke verwijdering van de grafbedekking in het geval van een bijzetting in een bestaand graf. De grafbedekking moet drie werkdagen voorafgaande de bijzetting verwijderd zijn. Indien dit niet tijdig gebeurt kan niet tot begraving op het gevraagde tijdstip worden overgegaan. 2.

Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de beheerder van de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. 3. De rechthebbende van een aangrenzend graf is verplicht te gedogen dat de daarop zich bevindende grafbedekking vanwege en op kosten van de begraafplaats geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen of verplaatst indien werkzaamheden dit noodzakelijk maken. 4. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op een graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1. Tot het verstrijken van de termijn van het grafrecht kan de eigenaar van de grafbedekking de grafbedekking of het gedenkteken zelf verwijderen. Melding aan en toestemming van de beheerder is nodig voor het tijdstip en wijze van verwijdering. 2. Indien de grafbedekking of het gedenkteken bij afloop van de termijn van het verleende recht niet verwijderd is, vervalt deze aan de begraafplaats, zonder dat de houder van de begraafplaats tot enige vergoeding verplicht is.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

9

3. De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van uitgifte in opdracht van het college, door de beheerder verwijderd, zonder tijdelijke opslag. 4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bij het niet verlengen van het grafrecht maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht eindigt schriftelijk aan de rechthebbende bekend, gelijktijdig met de aanbieding van een verlenging. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is en wanneer de rechthebbende niet reageert op de mededeling, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking of gedenkteken gedurende ten minste negen maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het (graf-)recht eindigt, door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats bekend. 5. Het college is gerechtigd om de grafbedekking en het gedenkteken over te dragen aan een nieuwe belanghebbende. Artikel 29. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen 1. Het is niet toegestaan om losse voorwerpen te plaatsen op, achter en in de nabijheid van graven en gedenktekens. 2. Zolang het graf of gedenkteken niet geruimd mag worden, blijven de op de graven en gedenktekens bevestigde voorwerpen ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking. 3.

Na afloop van het grafrecht vervalt het recht op de in lid 2 genoemde voorwerpen aan de begraafplaats, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENPLAATSEN Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Na afloop van de graftermijn bepaalt de beheerder de bestemming van het (urnen)graf, urnenplaats en gedenkplaats, alsmede het tijdstip en de werkwijze van verwijdering. Bovengrondse verwijdering van grafbedekking en gedenkteken kunnen eerder plaatsvinden dan ondergrondse verwijdering van de aanwezige resten. 2. Het college is gerechtigd het grafrecht en gedenkteken opnieuw uit te geven aan een belanghebbende. 3. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het (urnen-)graf, nog aanwezige menselijke resten en asbussen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. 4. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf. 5. De aanwezige asbussen in graven en nissen worden verstrooid op een van de daartoe bestemde verstrooiplaatsen van de begraafplaats. 6. De rechthebbende op een particulier graf en een belanghebbende van een algemeen graf kan voorafgaande de afloop van het grafrecht bij de burgemeester een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of voor herbegraving elders. 7.

Het college kan nadere regels vaststellen voor het ruimen, schudden en bezorgen van overblijfselen. HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN Artikel 31. Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt aantekening gemaakt in het grafdossier en het grafregister. 3. Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

10

4. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. 5. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het actualiseren van de lijst uit lid 1, de toetsingscriteria en het onderhoud van deze graven. HOOFDSTUK 8. INRICHTING BEGRAAFPLAATSADMINISTRATIE Artikel 32. Voorschriften inrichting registers en dossiers 1. De begraafplaatsadministratie houdt een openbaar register bij van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. In dit register worden het grafnummer, de naam belanghebbenden van de (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen, met hun namen en adressen. De en voornamen van de overledene, de geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. 2. De begraafplaatsadministratie houdt gegevens bij van alle rechthebbenden en gebruikers, alsmede grafdossiers zijn niet openbaar doch de gegevens van rechthebbenden en gebruikers kunnen worden verstrekt aan derden, indien hun belangen dit rechtvaardigen. 3. De in lid 2 genoemde personen en rechtspersonen zijn verplicht de wijziging van hun NAW-gegevens binnen een maand aan de beheerder door te geven. 4. De begraafplaatsadministratie houdt een plattegrond bij van de begraafplaats, waarop de graven genummerd zijn aangeduid. HOOFDSTUK 9.

SLOTBEPALINGEN Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel 34. Intrekking oude regeling De ‘Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen Barendrecht 2018’, vastgesteld op 19 december 2017 en alle andere voorgaande beheersverordeningen worden ingetrokken gelijktijdig met het in werking treden van deze nieuwe verordening. Artikel 35. Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in artikel 34 genoemde verordening gelden als besluiten genomen krachtens die verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van artikel 18 of 22 van deze verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze nieuwe verordening toegepast. Artikel 36. Strafbepaling Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 37. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. Artikel 38.

Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026’.

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

11

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………… 2025,

De griffier,

De voorzitte

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Barendrecht 2026

12

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15868254/1