Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028.pdf
Tekst van het document
2025 1.284.400 632.800
Dotatie voorziening riolering
2.154.000
Aanwending voorziening riolering
-1.346.100
Netto kosten van de activiteit
2.725.100
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
563.800
Overhead
396.900
Compensabele BTW
656.800
Totale kosten
4.342.600
Opbrengst rioolheffing
4.342.600
Dekkingspercentage
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
100%
79
De tarieven rioolheffing op basis van het huidige tarievensysteem zien er voor 2025 als volgt uit: Rioolheffing woningen
2024
2025
Eenpersoonshuishoudens
67,32
82,08
Tweepersoonshuishoudens
129,48
157,92
Huishouden van 3 of meer personen
198,96
242,64
Rioolheffing niet-woningen
2024
2025
Percentage van de WOZ
0,0434%
0,0529%
met een maximum van
3.700,00
4.500,00
Overige gebruikers: van 0 m3 t/m 20 m3
0,00
0,00
van 21 m3 t/m 500 m3
89,10
108,70
van 501 m3 t/m 1.000 m3
488,00
595,40
van 1.001 m3 t/m 1.500 m3
979,10
1.194,50
van 1.501 m3 t/m 2.000 m3
1.770,60
2.160,10
van 2.001 m3 t/m 3.000 m3
2.614,00
3.189,10
van 3.001 m3 t/m 4.000 m3
4.922,60
6.005,60
van 4.001 m3 t/m 8.000 m3
6.621,00
8.077,60
van 8.001 m3 t/m 15.000 m3
9.799,50
11.955,40
meer dan 15.000 m3
14.399,50
17.567,40
Overige heffingen en rechten Leges burgerzaken, omgevings- en APV-vergunning Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn, waarbij de mogelijkheid tot kruissubsidiëring bestaat. Dit wil zeggen: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Berekening kostendekkendheid leges HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING
Totale Kosten taakveld
Totale Kostendekking Opbrengsten
paragraaf
1 Burgerlijke stand
69.600
52.100
75%
paragraaf
2 Reisdocumenten Nederlandse identiteitskaart
756.600
690.400
91%
paragraaf
3 Rijbewijzen
219.200
192.900
88%
paragraaf
4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
24.100
6.700
28%
paragraaf
5 Bestuursstukken
0
0
0%
paragraaf
6 Vastgoedinformatie
0
0
0%
paragraaf
7 Overige publiekszaken
36.600
28.900
79%
paragraaf
8 Gemeentearchief
0
0
0%
paragraaf
9 Bijzondere wetten
33.400
54.700
164%
paragraaf
10 Gereserveerd
TOTAAL ALGEMENE DIENSTVERLENING
80
0% 1.139.500
1.025.700
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
90%
HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET paragraaf
Totale Kosten 3 Bouwactiviteiten
TOTAAL LEGES OMGEVINGSVERGUNNING HOOFDSTUK 3 EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN
Totale Kostendekking Opbrengsten
2.145.200
1.545.500
72%
2.145.200
1.545.500
72%
Totale Kosten
Totale Kostendekking Opbrengsten
paragraaf
1 Horeca
27.500
10.400
38%
paragraaf
2 Seksbedrijven
0
0
0%
paragraaf
3 Winkeltijdenwet
0
0
0%
paragraaf
4 Organiseren evenement of markt
500
1.600
320%
paragraaf
5 Standplaatsen
0
500
0%
paragraaf
6 Huisvestingswet 2014
0
0
0%
paragraaf
7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
11.800
9.300
79%
39.800
21.800
55%
3.324.500
2.593.000
78%
TOTAAL DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Barendrecht worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. Om de kostendekkendheid te vergroten worden de tarieven met 10% verhoogd. Het dekkingspercentage stijgt met 5% ten opzichte van 2024 (56%). De in de lijkbezorgingskosten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Kostenonderbouwing Lijkbezorgingsrechten Kosten personeel en materieel
2025 379.300
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente
518.200
Netto kosten van de activiteit
897.500
Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten Dekkingspercentage
322.000 1.219.500 748.200 61%
Markt- en standplaatsgelden Voor het gebruik of genot van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op de aangewezen openbare standplaatsen en marktterrein, worden rechten geheven zoals de standplaats- en marktgelden. Deze openbare plaatsen zijn tevens voorzien van elektra-aansluitingen. Voor het gebruik van deze voorzieningen zijn afzonderlijke tarieven opgenomen in de verordening op de heffing en invordering van de fysieke leefomgeving. De kosten en opbrengsten zijn als volgt: Kostenonderbouwing markt- en standplaatsgelden
2025
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente
74.500
Netto kosten van de activiteit
74.500
Overhead
16.700
Compensabele BTW
7.100
Totale kosten
98.300
Opbrengst markt- en standplaats gelden
60.700
Dekkingspercentage
62%
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
81
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Indien de belastingplichtige niet of slechts met veel moeite de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
2025
Rioolheffing
77.000
Afvalstoffenheffing
170.000
Totaal
247.000
Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Omschrijving
2024*
2025
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut In %
A1: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
67,32
82,08
14,76 22%
Afval
241,44
274,08
32,64 14%
Totaal
308,76
356,16
47,40 15%
Rioolgebruik
129,48
157,92
28,44 22%
Afval
377,04
428,28
51,24 14%
Totaal
506,52
586,20
79,68 16%
Rioolgebruik
198,96
242,64
43,68 22%
Afval
441,24
501,12
59,88 14%
Totaal
640,20
743,76
103,56 16%
Rioolgebruik
67,32
82,08
14,76 22%
Afval
241,44
274,08
32,64 14%
OZB-eigendom
426,71
437,27
10,56 2%
Totaal
735,47
793,43
57,96 8%
Rioolgebruik
129,48
157,92
28,44 22%
Afval
377,04
428,28
51,24 14%
OZB-eigendom
426,71
437,27
10,56 2%
Totaal
933,23 1.023,47
90,24 10%
Rioolgebruik
198,96
242,64
43,68 22%
Afval
441,24
501,12
59,88 14%
OZB-eigendom
426,71
437,27
10,56 2%
1.066,91 1.181,03
114,12 11%
B1: Tweepersoonshuishouden met een huurwoning
C1: Meerpersoonshuishouden met een huurwoning
A2: Eénpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 498.600**
B2: Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 498.600**
C2: Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 498.600**
Totaal * Definitief vastgestelde tarieven ** Gemiddelde WOZ-waarde o.b.v. geschatte waardestijging van 2,6%, t.o.v. WOZ waarde 2024: €486.000 (Coelo)
82
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
Barendrecht ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2025 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2024. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Barendrecht en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een eenpersoonshuishouden en een gezin (meerpersoonshuishouden) met zowel een koopwoning (woningeigenaren) als een huurwoning (huurders). Tenslotte wordt een vergelijking gegeven van de ontwikkeling van de woonlasten in 2024 ten opzichte van 2023 middels de hiernavolgende grafiek. Tarieven per gemeente 2024 (eenpersoonshuishouden) Gemeente
afvalstoffenheffing rioolheffing OZB tarief
gemiddelde woningwaarde woonlasten eigenaar* woonlasten huurder*
Barendrecht
241
67
0,0878%
486.000
735
309
Zwijndrecht
338
322
0,0866%
389.000
998
660
H.I. Ambacht
278
184
0,0934%
465.000
820
237
Ridderkerk
279
108
0,0903%
395.000
850
386
Albrandswaard
293
221
0,1006%
513.000
1.030
514
*Coelo-Atlas 2024 Tarieven per gemeente 2024 (meerpersoonshuishouden) Gemeente
afvalstoffenheffing rioolheffing OZB tarief
gemiddelde woningwaarde woonlasten eigenaar* woonlasten huurder*
Barendrecht
441
199
0,0878%
486.000
1.067
640
Zwijndrecht
368
322
0,0866%
389.000
1.027
690
H.I. Ambacht
410
218
0,0934%
465.000
986
402
Ridderkerk
386
215
0,0903%
395.000
957
493
Albrandswaard
425
294
0,1006%
513.000
1.236
719
*Coelo-Atlas 2024
Grafiek per gemeente
bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2023 en 2024
2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
83
weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 2 september 2024. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen vanaf 2024 binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven.
De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 94% van alle geïdentificeerde risico’s. Tien belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Nr.
Risico
Maatregelen/Opmerkingen
1/1
Geconsolideerd risico Project de Stationstuinen
Gecontroleerde projectomgeving, fasering, prioritering, partneroverleg ! zie punt 6
5
max.€ 9.123.000 +
2/4
Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence
5
max.€ 1.100.000 +
3/3
Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving Informatiebeveiliging en Privacy
De BedrijfsvoeringsPartner, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance.
5
max.€ 1.000.000 ~
4
Cluster BUIG, (Participatiewet) gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Optimaliseren uitvoering processen preventie, activering en handhaving
5
max.€ 1.000.000 ~
5/5
Risico(cluster) dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
De BedrijfsvoeringsPartner, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling
4
max.€ 922.000
6/6
Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan leiden tot onvoorziene uitgaven
Beperkte invloed, GRBAR organisatie, monitoring, business intelligence
3
max.€ 1.000.000 ~
7/8
Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
5
max.€ 400.000
~
8
Lagere rijksbijdrage door wijzigingen in verdelings-maatstaven en/of bezuinigingen Rijk zorgt na maatregelen voor tekorten
Her-prioritering, bezuinigingen, inkomsten verhogen. ! in 2026 wordt er uitgegaan van een lagere bijdrage die in 2025 al tot noodzakelijke maatregelen kan leiden
5
max.€ 400.000
+
9/9
Risico’s projecten
Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse
4
max.€ 500.000
~
10/2
Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde-/nieuwe taken
Monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP. ! BUIG uit risicocluster (4) gehaald
4
max.€ 300.000
-
Totaal van alle risico 's: € 17.894.800
84
Klasse Financieel gevolg
Bedragen in top 10 zijn afgerond op €1.000
-
Risico daalt in de top 10 en/of neemt af.
+
Risico stijgt in de top 10 en/of neemt toe.
~
Risico blijft gelijk in de top 10.
!
Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
+
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar 1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 17.894.800 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
10%
€ 2.171.124
25%
€ 2.730.846
50%
€ 3.381.347
75%
€ 4.124.903
90%
€ 4.794.241
95%
€ 5.144.892
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 75% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.124.903 (benodigde weerstandscapaciteit). We hanteren een lager dekkingspercentage direct voortvloeiend uit toegepaste beheersmaatregelen in de wijze van begroten. Hierin worden reeds opgetreden gevolgen van de belangrijkste risico’s meegenomen in een reële begrotingsraming.
3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
7.924.300
9.959.000
10.403.700
6.492.300
5.183.200
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 31-12-2024 Ratio weerstandsvermogen
0 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
0
7.924.300 0
1,9
4.124.900
85
31-12-2025 Ratio weerstandsvermogen
0 Beschikbare weerstandscapaciteit
0
9.959.000 0
Benodigde weerstandscapaciteit
2,4
4.124.900
31-12-2026 Ratio weerstandsvermogen
0 Beschikbare weerstandscapaciteit
0
10.403.700 0
Benodigde weerstandscapaciteit
2,5
4.124.900
31-12-2027 Ratio weerstandsvermogen
0 Beschikbare weerstandscapaciteit
0
6.492.300 0
Benodigde weerstandscapaciteit
1,6
4.124.900
31-12-2028 Ratio weerstandsvermogen
0 Beschikbare weerstandscapaciteit
0
5.183.200 0
Benodigde weerstandscapaciteit
1,3
4.124.900
Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht valt met 1,9 in klasse B, wat staat voor ruim voldoende weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Realisatie 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
Netto schuldquote
Kengetallen
86,0%
105,5%
111,2%
104,8%
99,6%
103,6%
Solvabiliteitsratio
24,2%
21,2%
20,4%
18,7%
20,9%
20,5%
Structurele exploitatieruimte
-3,3%
0,0%
0,4%
-2,5%
-0,8%
-0,5%
Grondexploitatie
5,7%
1,1%
-0,4%
-0,2%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit
105,8%
107,3%
118,8%
118,8%
118,8%
118,8%
De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote en solvabiliteitsratio een middelhoge score zien en voor de belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie en structurele exploitatieruimte heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
Kengetal
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
86
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of deze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De kengetallen fluctueren nogal. Dit komt omdat het percentage volgens de voorschriften bepaald moet worden op basis van de begrote inkomsten. De berekening is als volgt: bedragen * 1.000 Netto schuldquote
Realisatie Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2023
2024
2025
2026
2027
Prognose 2028
Vaste schulden
+
105.973
125.589
137.752
138.030
128.702
127.798
Netto vlottende schuld
+
26.180
22.848
22.446
23.702
23.338
22.652
Overlopende passiva
+
33.466
33.466
33.466
33.466
33.466
33.466
165.619
181.903
193.664
195.198
185.506
183.916 1.597
Totale bruto schuld Financiële activa (uitzettingen > 1 jaar)
-
1.597
1.597
1.597
1.597
1.597
Verstrekte leningen
-
0
0
0
0
0
0
Uitzettingen < 1 jaar
-
21.307
12.852
12.852
12.852
12.852
12.852
Liquide middelen
-
333
0
0
0
0
0
Overlopende activa
-
15.590
15.590
15.590
15.590
15.590
15.590
Totale netto schuld
126.792
151.864
163.625
165.159
155.467
153.877
Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
126.792
151.864
163.625
165.159
155.467
153.877
H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
147.453
143.925
147.104
157.565
156.052
148.535
Netto schuldquote
86,0%
105,5%
111,2%
104,8%
99,6%
103,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
86,0%
105,5%
111,2%
104,8%
99,6%
103,6%
De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is ca. 20% voor 2025, wat betekent dat 80% met vreemd vermogen is gefinancierd. bedragen * 1.000 Solvabiliteit
Realisatie
Prognose
2023
2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
A. Eigen vermogen
+
55.654
50.787
51.041
46.139
50.696
49.126
B. Totaal passiva
/
229.966
239.879
250.736
247.194
242.468
239.933
24,2%
21,2%
20,4%
18,7%
20,9%
20,5%
Solvabiliteit
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
2023
2024
Prognose 2025
2026
2027
Prognose 2028
Totale structurele lasten
-
143.057
146.122
146.611
162.338
151.495
150.105
Totale structurele baten
+
137.579
140.925
146.264
157.565
149.362
148.535
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
-
100
3.629
0
0
0
0
Totale structurele onttrekkingen aan reserves
+
774
8.788
939
899
860
792
Totale structurele resultaat Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
/
-4.804
-38
592
-3.874
-1.273
-778
tekort
tekort
overschot
tekort
tekort
tekort
147.453
143.925
147.104
157.565
156.062
148.535
-3,3%
0,0%
0,4%
-2,5%
-0,8%
-0,5%
87
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie
+
Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
/
Grondexploitatie
Realisatie
Prognose
2023
2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
8.354
1.564
-568
-242
0
0
8.354
1.564
-568
-242
0
0
147.453
143.925
147.104
157.565
156.052
148.535
5,7%
1,1%
-0,4%
-0,2%
0,0%
0,0%
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit naar verwachting in 2025 boven het landelijk gemiddelde met 118,8%. Dit komt met name door de stijging van de afvalstoffenheffing. bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit
Realisatie Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2023
2024
2025
2026
2027
2028
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
410
427
437
437
437
437
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
193
199
243
243
243
243
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
396
441
501
501
501
501
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
0
0
0
999
1.067
1.181
1.181
1.181
1.181
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
/
944
994
994
994
994
994
105,8%
107,3%
118,8%
118,8%
118,8%
118,8%
6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Het weerstandsvermogen van de gemeente staat al een langere periode onder druk en dit zal ook nog wel een periode het geval blijven. De gemeente ontvangt ruim de helft van hun inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meeste gemeenten voorzien vanaf 2026 grote tekorten omdat de algemene uitkering met ingang van 2026 terugloopt. Om hierop in te spelen moet er nu al actie worden ondernomen om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen. De weerstandscapaciteit kan onder ratio 1 uitkomen. Dit houdt in dat er met alleen de algemene reserve onvoldoende buffer is om alle bekende risico’s volledig af te dekken. Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden, worden bezuinigingsmogelijkheden onderzocht en wordt er naar andere weerstandscomponenten (bijvoorbeeld onbenutte belastingcapaciteit) gekeken om de dekking te herstellen en de dienstverlening op peil te houden. Project De Stationstuinen.
In dit grote project wil de gemeente in een periode van ongeveer 10 jaar een moderne wijk met circa 3.500 woningen realiseren. De ontwikkeling van de risico’s hierbij zal fluctueren. In de fase waarin het project zich bevindt zijn er verschillende scenario’s denkbaar als het gaat om bijvoorbeeld specifieke parkeeroplossingen, aantal parkeerplaatsen, aanbesteding parkeerhubs en verplaatsing van bedrijven. Het hoge prijsniveau van grond-/ brandstoffen, bouwmateriaal en personeel heeft uiteraard ook invloed op de hoogte van het risico dat dient te worden beheerst. Momenteel is dit risicocluster met € 9.123.000 aan maximaal berekend risico de grootste in het risicoprofiel van de gemeente. Er wordt in dit project rekening gehouden met diverse scenario’s waaronder dat het bestemmingsplan onverhoopt vertraging oploopt of in het meest negatieve geval niet goed wordt gekeurd. Besluitvorming over het integrale meerjarige financiële effect van dit project in onze meerjarenbegroting vindt plaats eind 2024. Onderdeel van de besluitvorming is het inzicht geven in het meest actuele risicoprofiel, hoe deze zich ontwikkelt in de tijd en de daarmee samenhangende weerstandsratio’s. Daarom is de bovenstaande
88
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
€ 9.123.000 niet meegenomen in de calculatie van de gemeentelijke weerstandsratio, die berekend wordt op basis van de (vrije) algemene reserve. Wanneer we een doorkijkje maken inclusief de totale risico’s van de Stationstuinen, dan zou de weerstandsratio zich als volgt ontwikkelen: Ratio weerstandsvermogen 2024
2025
2026
2027
2028
Huidig
1,9
2,4
2,5
1,6
1,3
Incl. De Stationstuinen
0,9
1,1
1,2
0,7
0,6
Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde budgetten ook komend jaar groot. De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een verstevigd risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB berekent richting 2025 landelijk opnieuw een kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet oplopend tot ruim 8%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot en met 2025 hoog blijven en ook hier wordt landelijk een kostenstijging van 1,5% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren.
De uitvoering van de BUIG (Participatiewet) laat eveneens een negatieve trend zien met een trage maar aanhoudende groei van uitkeringsgerechtigden. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt blijkt er in veel gevallen maar beperkt aansluiting te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. Dit risico is uit het cluster gedecentraliseerde taken gehaald en staat nu als risico BUIG zichtbaar in dit risicoprofiel. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot circa € 105. Deze risico’s maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van processen waar De BedrijfsvoeringsPartner zorg voor draagt.
De wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming wijst de gemeente altijd als risico eigenaar aan en stelt harde toenemende eisen aan techniek, inrichting, beschikbare competenties en capaciteit. Dit alles is noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden, maar helaas ook om kwaadwillenden te weren uit onze digitale omgeving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Informatiebeveilingsdienst en De BedrijfsvoeringsPartner. Risico’s De BedrijfsvoeringsPartner: De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverleningsprocessen van de gemeente(n) worden per 1 januari 2024 door De BedrijfsvoeringsPartner uitgevoerd. De bedrijfsvoeringsrisico’s die hierbij bestaan vormen het risicoprofiel van de BedrijfsvoeringsPartner. De gemeente deelt naar rato in het afdekken van een deel van deze risico’s. Dit risico is als één cluster opgenomen in de top 10. Risico’s door garantstellingen: De gemeente verstrekt garantstellingen en neemt hiermee ook risico’s. Op voorhand worden de risico’s afgewogen en wordt gekeken naar de voordelen die er bereikt kunnen worden. Denk hierbij aan het ondersteunen van de lokale economie en maatschappelijke doelen zoals sociale woningbouw en verduurzamingsprojecten. De gemeenten in Nederland zorgen samen met de rijksoverheid voor degelijke vangnetconstructies.
Hierdoor zijn de risico’s relatief klein.
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
89
Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds): Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Zoals eerder aangegeven zorgen de teruglopende bijdragen van het gemeentefonds en de nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds voor grote onzekerheid. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit het Rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en waaraan altijd risico’s zijn verbonden.
3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Onze buitenruimte bestaat uit verschillende openbare voorzieningen zoals wegen, verlichting, groen, speeltoestellen, water etc. Dit zijn onze kapitaalgoederen. Voor veilig gebruik en om kapitaalvernietiging te voorkomen, is verzorgend, cyclisch en projectmatig onderhoud nodig. Aan het eind van de levensduur is rehabilitatie of vervanging noodzakelijk. Het is niet alleen belangrijk om onze kapitaalgoederen voor de huidige gebruikers duurzaam in stand te houden, maar ook voor toekomstige generaties. En omdat goed te organiseren zijn beheer- en beleidsplannen essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die plannen. Beheerplan
Jaar van vaststelling
Jaar van herziening
Financiële reserve/ voorziening
Gemeentelijk beleid
Wegen
2023
2026
Nee
- Beheerplan wegen gemeente Barendrecht 20222026 (2022)
Civiele Kunstwerken
2020
2025
Nee
- Factsheet civiele kunstwerken (2020)
Openbaar groen en bomen
2024
2028
Nee
- Groenbeheerplan 2024-2028 (2024)
- Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013)
- Beleidsdoelen en –uitgangspunten Bomenverordening (2024) - Groene Kaart gemeente Barendrecht (2019) - Bomenverordening gemeente Barendrecht (2013) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) - Groenbeleidsplan ‘Barendrecht ziet groen’ (2008)
Openbare verlichting
2020
2025
Nee
Speelvoorzieningen
2020
2025
Nee
Straatmeubilair en
2015
2025
Nee
- Appendix duurzaamheid beleidsplan openbare verlichting (2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004) - Speelruimteplan 2024 ‘Spelen met ruimte’ (2024) - Notitie schoolpleinen (2013)
Verkeersvoorzieningen
- Algemene Plaatselijke Verordening (2020) - Parkeernormen gemeente Barendrecht (2018) - Parkeernota Barendrecht (2012)
Riolering
2024
2028
Ja
- Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024)
Waterhuishouding
2020
2025
Nee
- Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024)
Accommodaties
2014
-
n.v.t
- Kadernota Vastgoed (2014)
2024 (plan)
2029
Nee
- Integraal huisvestingsplan (IHP)
2025 (plan)
-
Nee
- Integraal Accommodatie Plan (IAP)
2022
2027
Ja
- Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) 2023-2027
- Waterbeheerprogramma 2022-2027 WSHD (2021)
90
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
Wegen Het beheer van gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden richt zich niet alleen op het veilig gebruik maar ook op de afvoer van hemelwater en het bestrijden van onkruid. Naast landelijke normen houden we rekening met vastgestelde kwaliteitsniveaus (Hoog in de centra en Basis voor de rest van Barendrecht). Met periodieke inspecties, lokale metingen en schouwen krijgen we informatie over de toestand van onze verhardingen. Met behulp van een geautomatiseerd beheerprogramma vertalen we deze informatie naar een meerjarenonderhoudsplanning. Deze planning stemmen we af met ander werkzaamheden en planontwikkelingen in de buitenruimte. In dezelfde inspectie nemen we ook het klein onderhoud mee. Dat zijn kleinere gebreken die op korte termijn opgelost/ gerepareerd kunnen worden. Direct onderhoud vindt plaats als de (verkeers)veiligheid in het geding is. Ook asfaltonderhoud voeren we op tijd uit. Bij uitstel zijn immers na verloop van tijd zwaardere (en duurdere) maatregelen nodig en is er kans op kapitaalvernietiging.
Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Elk civiel kunstwerk laten we iedere vijf jaar uitgebreid inspecteren conform landelijke kaders en richtlijnen. Houten bruggen en kunstwerken vragen meer onderhoud en daarom laten we die in de tussenliggende periode nog een aantal keer visueel schouwen. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze variëren van klein onderhoud (schilderen, brugdekdelen repareren, slijtlagen vervangen, metselwerk herstellen etc.) tot grootschalige vervanging.
Openbaar groen in beheer bij gemeente Onze bomen, struiken, rozen, vaste planten, hagen en gras bepalen in belangrijke mate het groene beeld van de gemeente. Bomen laten we minimaal 1x per 3 jaar inspecteren (zorgplicht). De resultaten van deze boomveiligheidscontrole zijn leidend voor het uitvoeren van veiligheids- en snoeimaatregelen. Het beheer is gericht op een optimale groeibegeleiding en duurzame boomontwikkeling. Beplanting en gras onderhouden we conform vastgestelde kwaliteitsniveaus (Hoog in de centra en Basis voor de rest van Barendrecht). Op bestek basis voeren aannemers het dagelijks onderhoud uit (snoeien beplanting, schoffelen onkruid, knippen hagen, maaien gras etc.) Beschadigde of dode bomen en beplanting vervangen we (inboet). Dat geldt ook voor bomen en beplanting aan het eind van de levensduur, bij afnemende vitaliteit, ziektes of onbeheerbare situaties. Grote groenrenovaties en boomvervangingsprojecten leggen we voor en bespreken we met direct omwonenden. Bij aanplant van bomen in verharding schenken we aandacht aan het verbeteren van de ondergrondse groeiruimte. Ook proberen we de buitenruimte klimaatadaptiever in te richten (extra bomen aanplanten, meer biodiversiteit creëren, tegels vervangen door groen ed.).
Openbare verlichting We vormen de openbare verlichting gefaseerd om naar led-verlichting. Alle grote vermogens faseren we uit. Armaturen die we nog niet vervangen, verduurzamen we met retroledlampen. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 20 tot 25 jaar. Om kapitaalvernietiging te voorkomen, wegen we de restlevensduur van oude armaturen af tegen de kosten voor een snellere overstap naar compleet nieuwe ledarmaturen. Bij lampvervanging laten we onze lichtmasten visueel inspecteren (gemiddeld elke vier jaar). Stabiliteits-/sterktemetingen vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties lossen we direct op.
Speelvoorzieningen Speeltoestellen worden elk jaar vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Onveilige situaties lossen we gelijk op. De gemiddelde levensduur van speeltoestellen is ongeveer 12 jaar. We houden hierbij geen rekening met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen, aanleiding zijn om een speelplek op de herinrichtingsplanning te zetten. Gebruikers en buurtbewoners betrekken we bij de voorbereiding.
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
91
Daarbij bieden we eerst de mogelijkheid ideeën kenbaar te maken. Op basis van de meest realistische ideeën maken we twee ontwerpen. Tenslotte kan iedereen –bij voorkeur de kinderen– hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen leggen we aan.
Straatmeubilair Straatmeubilair is het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer te geleiden, maar te voorzien in behoeften van allerlei aard. Voorbeelden zijn zitbanken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken etc. Het onderhoud richt zich op het schoon, bruikbaar, heel en veilig houden. Aan het einde van de technische levensduur vervangen we die objecten die niet meer gerepareerd kunnen worden. Daarbij kijken we ook of het object nog functioneel is en het nog aan de gebruiksbehoefte voldoet.
Riolering De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de riolering zijn vastgelegd in het Programma Stedelijk Water (PSW) 2024-2028. Ook hierin staat hoe de gemeente haar wettelijke zorgplicht –voor afvalwater, hemelwater en grondwater– invult. Met de zorg voor riolering wordt gewerkt aan bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en bescherming van het milieu en de natuur. Het taakveld riolering is een kostendekkend product. Dit betekent dat alle kosten die hiermee gepaard gaan via de rioolheffing in rekening worden gebracht. Ook bouwen we een financiële voorziening op voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Klimaatverandering is in heel Nederland voelbaar. Wateroverlast bij forse regenbuien is niet alleen op te lossen met het aanleggen van grotere rioolbuizen. Daarnaast hebben we ook te maken met perioden van extreme droogte. Om tot een goed evenwicht te komen van vasthouden, bergen en (vertraagd) afvoeren van hemelwater, bekijken we deze vraagstukken integraal. Dit doen we in samenwerking met andere beheerdisciplines, inwoners, ondernemers en het waterschap Hollandse Delta. Kortom: maatwerk voor ieder vraagstuk afzonderlijk. Bij het reinigen van riolering wordt de helft ook direct geïnspecteerd. Deze inspectieresultaten vormen de basis voor een (grootschalig) renovatie- of vervangingsplan en het uitvoeren van kleine reparaties.
Daarnaast vervangen we riolering bij integrale projecten in de buitenruimte. Ook renoveren we de komende jaren veel oude drukrioleringsinstallaties. Daarbij zetten we in op optimalisatie van de pompinstallaties. Dit gebeurt door renovatie met innovatieve en duurzame nieuwe technieken.
Afvalinzameling Het onderhoud, reiniging en de garantie van de ondergrondse containers is geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft verzamelcontainers voor PMD/restafval, papier/karton, glas en GFT cocons. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor het vervangen van verzamelcontainers is een meerjarenvervangingsplan opgesteld. Dit staat toegelicht bij 'Investeringen'.
Waterhuishouding Op basis van steekproeven voor kwaliteits- en kwantiteitsmetingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke gemeentelijke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert haar eigen watergangen maar als de aanliggende grond van de gemeente is, heeft de gemeente een ontvangstplicht of betalen we het transport en de afvoer van deze bagger. Om de doorstroming te borgen, vindt in alle watergangen maaionderhoud plaats. Riet en waterplanten worden verwijderd waarbij ook stukken blijven staan (gefaseerd maaien uit oogpunt van ecologie). Beschoeiingen vervangen we op basis van inspecties waarbij veiligheid vaak doorslaggevend is. We vervangen alleen daar waar nodig of we vormen –waar mogelijk– beschoeiing om tot natuurvriendelijke oever.
92
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
Onderhoud openbare ruimte De begrote bedragen voor het onderhoud van de openbare ruimte in 2025 zijn als volgt: Omschrijving
2025
groen
3.918.800
wegen
2.941.500
riolering
2.936.600
straatreiniging
1.006.500
waterwegen
894.400
speelvoorzieningen
845.500
openbare verlichting
600.200
straatmeubilair
152.800
kunstwerken
129.400
gladheidsbestrijding
28.900
Budgetten openbare ruimte
13.454.600
Accommodaties Maatschappelijk Vastgoed Voor het beheer en het onderhoud van de maatschappelijk vastgoedportefeuille is het uitgangspunt het (blijven) bieden van een hoogwaardig functioneel voorzieningsniveau, met kwalitatief goede accommodaties. De maatschappelijke vastgoedportefeuille faciliteert de gemeente beleidsdoelstellingen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, enzovoorts. Op dit moment heeft de gemeente 70 gebouwen in eigendom, waarvan de meeste in goede tot redelijke bouwkundige staat verkeren. Ook hebben de meeste gebouwen al een relatief laag energieverbruik, maar voldoen ze nog niet volledig aan de eisen van het Klimaatakkoord. In november 2023 heeft de gemeente Barendrecht de “Milieuopgave Barendrecht 2023-2026” vastgesteld. Dit plan streeft ernaar het elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving te beperken en, waar financieel haalbaar, gebouwen energie-neutraal (ENG) te maken. Dit betekent dat het energieverbruik van gebouwen volledig op locatie zelf wordt opgewekt, wat resulteert in een neutrale CO2-uitstoot. Deze ambitie sluit aan bij de energiebesparingsplicht en de bredere doelen van het Klimaatakkoord. Het huidige meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2023-2027, vastgesteld in 2022, zal aangepast worden naar de verduurzamingsmaatregelen die in de komende vijf jaar nodig zijn om aan de beleidsdoelen en het Klimaatakkoord te voldoen.
In het Integraal Huisvesting Plan 2024 (IHP) en het Integraal Accommodatieplan 2025 (IAP), welke binnenkort aan de raad worden voorgelegd, is rekening gehouden met verduurzaaming.” Conditiescore Omschrijving conditie
Toelichting
1
Uitstekend
Incidenteel geringe gebreken
2
Goed
Incidenteel beginnende veroudering
3
Redelijk
Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van gebouw- en installatiedelen niet in gevaar
4
Matig
Functievervulling van bouw- en installatiedelen in gevaar
5
Slecht
De veroudering is onomkeerbaar
6
Zeer slecht
Technisch rijp voor sloop
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
93
Areaalgegevens Onderdeel
Omschrijving
Gemalen
Bergbezinkvoorziening
Aantal
Eenheid
Gemalen
CVK (Centrale Verdeelkast)
Gemalen
Drukriool
Gemalen
Groot gemaal (droog)
2 stuks
Gemalen
Groot gemaal (nat)
60 stuks
Gemalen
Oppervlaktewatergemaal
Groen
Boom
Groen
Cultuurlijke beplanting
Groen
Gras
Groen
Haag
53.954 vierkante meter
Groen
Natuurlijke beplanting
218.434 vierkante meter
Kunstwerken
Fiets-voetbrug
Kunstwerken
Geluidsmuur
Kunstwerken
Overig kunstwerk
Kunstwerken
Verkeersbrug/viaduct
Openbare verlichting
Armatuur
13.586 stuks
Openbare verlichting
Lamp
13.965 stuks
Openbare verlichting
Lichtmast
13.051 stuks
Riolering
Drukriolering
60.844 meter
Riolering
Rioolput
8.876 stuks
Riolering
Rioolvoorziening
2 stuks
Riolering
Vrijvervalleiding
342.317 meter
Spelen
Schoolplein
17 stuks
Spelen
Speel- en sportplek
274 stuks
Spelen
Speeltoestel
1.540 stuks
Spelen
Valondergrond
17.427 vierkante meter
Verkeer
Markering
Verkeer
Verkeersbord
Verkeer
Verkeersteken (paal/drager)
3.831 stuks
Water
Natuurlijke oever
29.691 meter
Water
Natuurvriendelijke oever
4.394 meter
Water
Oeverbeschoeiing
89.531 meter
Water
Watergang
734.788 vierkante meter
Wegen
Asfaltverharding
Wegen
Elementenverharding
1.861.714 vierkante meter
Wegen
Overige verharding
33.991 vierkante meter
Wegen
Goot
4.232 meter
Wegen
Kolk
32.350 stuks
1 stuks 9 stuks 223 stuks
3 stuks 23.637 stuks 311.913 vierkante meter 2.040.297 vierkante meter
103 stuks 4 stuks 228 stuks 40 stuks
2.902.655 vierkante meter 5.164 stuks
797.048 vierkante meter
4. § Financiering Algemeen In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2025 tot en met 2028. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2018. Het college heeft in
94
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd, bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Het treasurystatuut en bijbehorende nota rondom garantstellingen en leningen wordt geactualiseerd in 2024 als onderdeel van een herziening van de financiële verordening en bijbehorende nota's.
Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, de raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente vanaf 1 jaar. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege mogelijke risico’s. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is voor een langere periode tot 2022 historisch laag geweest. In een poging de hoge inflatie vanaf 2022 in te perken heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rentes de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd tot een niveau van 3-4%. Op het moment dat de inflatie onder controle is, zal de ECB het rentetarief naar verwachting weer stapsgewijs naar beneden bijstellen. Dit vooruitzicht zorgt ervoor dat kortlopend kasgeld momenteel een hoger rentepercentage kent dan langlopende leningen van bijvoorbeeld 10 jaar. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze mogelijkheid met inachtneming van de kasgeldlimiet.
Actueel euribor 3 mnd (kortlopend, referentie voor kasgeldlening)
3,55%
euroswap 5 jaar
2,50%
euroswap 10 jaar (langlopend, referentie voor langlopende leningen)
2,60%
Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: • De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar; • En de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille.
Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
95
RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen * 1.000 Renterisico op vaste schuld
2025
2026
2027
2028
begroot
begroot
begroot
begroot
1. Netto renteherziening op vaste schuld
0
0
0
0
2. Betaalde aflossingen
12.215
12.636
13.636
14.136
3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
12.215
12.636
13.636
14.136
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2025
148.827
4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
20%
4. Renterisiconorm
29.765
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
17.550
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2025. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wordt afgewogen of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. bedragen x 1.000 1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
Totaal vlottende schuld
12.000
12.000
12.000
12.000
Totaal vlottende middelen
2.500
2.500
2.500
2.500
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
9.500
9.500
9.500
9.500
12.572
12.572
12.572
12.572
3.072
3.072
3.072
3.072
Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2025
148.827
vastgestelde percentage
8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven.
96
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
Financiering activa De activa van de gemeente zijn per begin 2025 naar verwachting als volgt gefinancierd: bedragen * 1.000 verwachting per 1-1-2025 Boekwaarde activa
206.349
Vaste financieringsmiddelen: Reserves en Voorzieningen
50.787
Langlopende leningen
115.758 166.545
Financieringsoverschot
39.804
Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2025 is deze gemiddeld 1,52%). In onderstaand overzicht is het verloop van de bestaande langlopende leningen en de, op grond van de financieringsbehoefte, verwachte nieuw af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Zoals uit het financieringsoverzicht blijkt, zijn de begrote inkomsten en uitgaven, de investeringsbedragen en de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties niet voldoende om deze met eigen middelen of kortlopende leningen (meerjarig) te kunnen financieren. Uitgaande van de begrote investeringsplanning betekent dit dat in 2025 een langlopende lening van €25 miljoen benodigd is (2026: €30 miljoen; 2027: €10 miljoen; 2028 € 15 miljoen). Bij het bepalen van de benodigde nieuwe leningen is gebruik gemaakt van een meerjarige kasstroomanalyse op basis van de financiële uitgangspunten uit de voorliggende begroting. Hierbij zijn de geraamde investeringen meerjarig getemporiseerd op basis van de realisatiecijfers uit voorgaande jaren om zo tot een realistischere inschatting te komen. Aanpassingen van de investeringsplanning en/of de grondexploitaties en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportage.
Overzicht Langlopende Leningen
(bedragen x € 1.000) 1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
Stand leningen
115.758
128.543
145.908
142.272
Nieuwe lening
25.000
30.000
10.000
15.000
Reguliere aflossingen
11.215
10.385
9.886
9.885
Aflossingen nieuwe leningen
1.000
2.250
3.750
4.250
EMU-saldo Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van het EMU-saldo over de periode 2024 tot en met 2028. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU-saldo. bedragen * 1.000 Overzicht EMU-saldo
2024
2025
2026
2027
2028
+
-4.867
254
-4.902
4.557
-1.570
Mutatie vaste activa (-)
-
25.512
12.989
-3.868
-4.968
-2.535
Mutatie voorzieningen (+)
+
-1.504
-1.158
-174
409
625
Mutatie voorraden (-)
-
-6.790
-2.132
326
242
0
-25.093
-11.761
-1.534
9.692
1.590
Exploitatiesaldo vóór toevoeging en onttrekkingen aan reserves (+)
Totaal EMU-saldo - = tekort en + = overschot
Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Overtollige middelen kunnen via een rekening-courant
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
97
verhouding of via deposito’s in de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). De vergoeding die we ontvangen op deposito's is momenteel lager dan op basis van de rekening-courant verhouding in de schatkist van het Rijk. Daarom maken we op dit moment geen gebruik van de mogelijkheden om bij overliquiditeit deze middelen op een deposito te zetten.
Verstrekte leningen Er zijn geen leningen verstrekt aan derden.
Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2025 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 1,34%. Voor 2025 blijven we rekenen met het omslagpercentage van afgerond 1% uit voorgaande jaren (afwijking is niet meer dan 0,5%). Schema rentetoerekening a1.
Externe rentelasten over lange financiering
+/+
2.500.000
a2.
Externe rentelasten over korte financiering
+/+
420.000
b1.
Externe rentebaten over lange financiering
-/-
0
b2.
Externe rentebaten over korte financiering
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten
87.500 2.832.500
c1.
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties
-/-
58.300
c2.
Rentelast projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
-/-
24.500
c3.
Rentebaat projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
+/+
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
24.500 2.774.200
d1.
Rente over het eigen vermogen
+/+
0
d2.
Rente over voorzieningen
+/+
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
2.774.200
e.
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld treasury Toe te rekenen rente Boekwaarde per 1-1-2025 Gemiddelde rente
-/-
2.107.700 666.500 2.774.200 206.349.000 1,34%
Garantstelling In het verleden zijn er regelmatig garantstellingen verleend voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan we terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2024 is het totaal van de directe garantstellingen € 9,3 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 64,3 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van het weerstandvermogen.
98
Begroting 2025 meerjarenraming 2026-2028
Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats, waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden Ook in 2025 maken we gebruik van verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
5. § Bedrijfsvoering Inleiding Het realiseren van de doelstellingen van de gemeente Barendrecht op een zo efficiënte, effectieve en rechtmatige wijze, vraagt om een goede bedrijfsvoering. Het doel van de bedrijfsvoering is hierbij in het primaire proces optimaal te ondersteunen in het uitvoeren van de opgaven voor onze stad behorende bij het meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026. Voor de realisatie van opgaven is een stabiele en wendbare organisatie noodzakelijk. Het komend jaar richten wij ons op het verder bouwen van onze eigen organisatie en de goede inrichting van de basisprocessen om de kwaliteit door te ontwikkelen of te versnellen. Dit is nodig om te kunnen blijven voldoen aan onze gemeentelijke opgaven.
Ambtelijke organisatie Vanaf 2024 heeft Barendrecht een eigen ambtelijke organisatie. Het beleid en de dienstverlening is vormgegeven binnen clusters en teams door Barendrechtse medewerkers. 2025 staat in het teken van het verder bouwen en ontwikkelen van een organisatie die goed in staat is om de dienstverlening aan, en voorzieningen voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen te verzorgen. De ondersteunde bedrijfsvoeringstaken worden binnen De Bedrijfsvoeringspartner uitgevoerd. Gezien de financiële uitdagingen in meerjarenperspectief moeten er binnen de gemeentelijke organisatie alsmede binnen de Bedrijfsvoeringspartner scherpe keuzes worden gemaakt. In ieder geval zal ingezet worden op het volledig kostprijsdekkend doorbelasten van de kosten van het ambtelijk apparaat naar bijvoorbeeld (civiele) projecten en het optimaal benutten van specifieke inkomstenregelingen. Ook zetten we in op het efficiënter inrichten van functies. Daarnaast zullen vanaf 2027 extra besparingen moeten worden gevonden. Dit zal op een aantal plekken mogelijk leiden tot een versobering van de dienstverlening. In aanloop naar 2027 zal zorgvuldig worden afgewogen op welke plekken een mogelijke versobering van de dienstverlening als acceptabel wordt gezien. Loonkostenbegroting Loonkosten