CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025-2028 DBP -Zienswijzeprocedure.pdf

gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze Begroting 2025 DBP12.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GR De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk werken samen op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken op basis van de kernwaarden

dichtbij, aandacht, ontwikkeling en zakelijk

Begroting 2025 Versie zienswijzeprocedure

1

Inhoudsopgave INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 BELEIDSBEGROTING ...................................................................................................................................... 5 1.

Programmaplan ............................................................................................................... 6

1.1

Doelstellingen ...................................................................................................................... 6

1.2

Prestatieafspraken en indicatoren ...................................................................................... 8

1.3

Financiën ........................................................................................................................... 10

1.4

Financiële en overige ontwikkelingen ............................................................................... 10

2.

Paragrafen ..................................................................................................................... 13

2.1

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................... 13

2.2

Paragraaf Financiering ....................................................................................................... 17

2.3

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................... 20

2.4

Paragraaf Bedrijfsvoering .................................................................................................. 22

2.5

Openbaarheidsparagraaf................................................................................................... 22

FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................................................. 24 3.

Overzicht van baten en lasten en toelichting .................................................................. 25

3.1

Cijfers begroting ................................................................................................................ 25

3.2

Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd .................................................................. 30

3.3

Overzicht incidentele baten en lasten............................................................................... 33

3.4

Beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves ................................. 34

3.5

Geprognosticeerde meerjarenbalans................................................................................ 34

3.6

EMU-saldo ......................................................................................................................... 35

BIJLAGEN .................................................................................................................................................. 37 Bijlage Investeringen ................................................................................................................ 38 Bijlage Taakvelden.................................................................................................................... 39 Bijlage Overzicht Overhead ...................................................................................................... 40

2

Inleiding Voor u ligt de begroting voor het jaar 2025 van de gemeenschappelijke regeling De BedrijfsvoeringsPartner. De BedrijfsvoeringsPartner (hierna DBP) is het samenwerkingsverband van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken. Het doel van deze samenwerking is het leveren van goede, integraal afgestemde producten en diensten in de gehele keten van de bedrijfsvoering tegen acceptabele kosten met een efficiënt ingerichte en kostenbewuste organisatie. Om op één A-4tje inzicht te krijgen in de cijfers van deze begroting wordt verwezen naar bladzijde 29, het Overzicht van baten en lasten 2025. Samenwerking en Partnerschap De aard van de relatie tussen de drie gemeenten en DBP is partnerschap. Vanuit gezamenlijkheid wordt gewerkt aan goede ondersteuning ten behoeve van de maatschappelijke opgaven bij de drie gemeenten. Daarmee is de bedrijfsvoering een integraal onderdeel van de gemeentelijke processen. Niet een op afstand geplaatste organisatie maar een partner die dichtbij is. Collega’s die samen werken aan opgaven. Elk vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid maar wel altijd met het gezamenlijke doel voorop. In 2024, het eerste jaar na de ontvlechting is veel geïnvesteerd in de samenwerking. Samenwerking binnen de bedrijfsvoering zelf om dienstverlening in samenhang te kunnen bieden.

En samenwerking met de collega’s bij de gemeenten. In 2025 krijgt deze samenwerking een verdere impuls. Met als doel een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering als onderdeel van de gemeentelijke opgaven. Het tweede jaar van DBP Het begrotingsjaar 2025 is het tweede jaar van de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie. 2024 staat in het teken van het opbouwen van de nieuwe organisatie en het ondersteunen vanuit de bedrijfsvoering bij de opbouw van de drie gemeentelijke organisaties. Het gehele jaar 2024 wordt nog gewerkt aan activiteiten op het gebied van de ontvlechting. De aandacht gaat vooral naar het op orde brengen van de basis in de vier nieuwe organisaties. In 2025 verschuift de focus langzamerhand naar de verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering voor de drie gemeenten. En tegelijkertijd zal 2025 ook nog steeds in het teken staan van de basis op orde brengen. Een aantal ontvlechtingsactiviteiten loopt ook nog in 2025 door. Vertrekpunt voor de nieuwe begroting 2025 De begroting 2025 is gebaseerd op de begroting van 2024. Waarmee zoals afgesproken bij de ontvlechting de basisdienstverlening kan worden geleverd. Van belang daarbij is dat om de basisdienstverlening te kunnen blijven garanderen een aantal onvermijdelijke budgetaanpassingen is gedaan. Als gevolg van de ontvlechting heeft zich een aantal structurele financiële effecten voorgedaan.

Met name op het gebied van ICT en dataveiligheid zijn de kosten gestegen. Deze effecten zijn verwerkt in deze begroting. Een andere relevante mutatie is de raming van de nog af te sluiten cao voor het jaar 2025. Op advies van de provincie is de nog af te sluiten cao 2025 al geraamd in deze begroting op basis van de voorgeschreven index. Dit is een wijziging ten opzichte van voorgaande jaren toen de cao altijd achteraf werd verwerkt in de begroting na het verbindend worden van de cao.

3

Relatie begroting met het dienstverleningspakket aan de gemeenten De begroting heeft een relatie met de afgesloten dienstverleningsovereenkomsten (DVO) tussen DBP en de drie gemeenten. Uitgangspunt is dat op basis van de begroting de dienstverlening aan de gemeenten zoals afgesproken in de DVO’s kan worden geleverd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten dienstverlening: - generieke dienstverlening die noodzakelijk én voor iedere gemeente hetzelfde is; dit ten behoeve van schaalgrootte- en efficiëntievoordelen, - dienstverlening waarbij onderscheid per gemeente mogelijk is; dit ten behoeve van flexibiliteit en keuzemogelijkheid voor onze gemeenten. Werken voor drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties In het begrotingsjaar 2024 wordt ervaring opgedaan met de nieuwe werkelijkheid - ontstaan na de ontvlechting per 1 januari 2024 - van het ondersteunen van drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties. In 2025 wordt dat verder ontwikkeld. Waarbij aan de ene kant wordt gewerkt aan zo efficiënte mogelijk ingerichte processen met behoud van kwaliteit en het verminderen van kwetsbaarheid. En aan de andere kant aan het zo goed mogelijk bedienen van de drie afzonderlijke organisaties. Geen nieuwe ambities in begroting 2025 De begroting 2025 betreft bestaand beleid voor de bedrijfsvoeringstaken.

Gelet op het gemeentelijke financiële perspectief zijn er geen nieuwe ambities opgenomen. Er is zeer terughoudend omgegaan met het opnemen van financiële mutaties in de begroting. De enige mutaties die zijn opgenomen betreffen noodzakelijke budgetverhogingen om de basisdienstverlening te kunnen blijven garanderen. Deze zijn onvermijdelijk en grotendeels het gevolg van autonome prijsontwikkelingen en de ontvlechting. Begrotingsjaar 2026 en in beeld brengen van mogelijke ombuigingen Het is van belang een realistische begroting op te stellen. En zoals hierboven al is gesteld heeft DBP begrip en gevoel voor de financiële situatie bij de gemeenten. Zoals het er nu uitziet is het onvermijdelijk dat DBP in 2026 een bijdrage gaat leveren aan de gemeentelijke financiële opgaven. DPB wil hier graag samen met de gemeenten in optrekken en vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid komen tot verantwoorde keuzes. Daarbij is het goed om op te merken dat het (gemeentelijke) financiële perspectief met een aantal onzekerheden is omgeven die betrokken moeten worden bij het maken van verantwoorde keuzes. Onder andere de landelijke trend dat de kosten op het gebied van Informatie en Automatisering de komende jaren blijven stijgen als gevolg van de toenemende digitalisering.

Wij hebben de organisatie de opdracht gegeven om in aanloop naar de begroting 2026 scenario’s in beeld te brengen voor mogelijke ombuigingen ter hoogte van 5% van de begroting. Deze voorstellen worden afgewogen en daarna betrokken bij de besluitvorming over de begroting 2026. Dit geeft de organisatie de mogelijkheid een grondige analyse van de taken en begroting te maken. Zodat in het geval dat er keuzes moeten worden gemaakt, dat keuzes zijn die passen bij een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. En passen bij de opgaven van de gemeenten.

4

Beleidsbegroting

5

1. Programmaplan 1.1

Doelstellingen

De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) DBP is het samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken. Bedrijfsvoering betreft de afdelingen die ondersteunend zijn aan de afdelingen die werkzaam zijn in het primaire proces. Voor DBP gaat het om: Control, Facilitair, Financiën, HRM (human resource management), Informatie & Automatisering inclusief Informatieveiligheid en Privacy, Inkoop, Juridische Zaken en de administratie van het Sociaal Domein. Twee hoofddoelen DBP is een organisatie met twee hoofddoelen: 1. Het ontzorgen van onze drie gemeenten, nu en in de toekomst, op het gebied van de gehele keten van bedrijfsvoering. 2. Een fijne en goede werkgever zijn voor haar medewerkers. Een werkgever met een eigen ‘gezicht’ en eigen identiteit. Een organisatie die er mag zijn. Visie Wij geven veel ruimte voor ontwikkeling. Ontwikkeling van onze medewerkers, de vakgebieden waarop we werkzaam zijn, onze eigen organisatie en de ontwikkelopgaven van onze gemeenten. We werken met elkaar op basis van wederzijds vertrouwen. Dat doen we door veel aandacht te geven aan samenwerking en dichtbij de gemeenten te staan. We leveren maatwerk en werken efficiënt en kostenbewust. Wij werken op basis van realistische, zakelijke afspraken. Wij zijn een organisatie waar het fijn werken is. Onze medewerkers staan centraal.

Iedereen wordt gezien en gestimuleerd het beste uit zichzelf te halen. We zijn trots op onze organisatie, op onze collega’s en op wat we doen voor onze drie gemeenten.

6

Besturingsmodel Onderstaand besturingsmodel is opgenomen in het goedgekeurde Organisatie & Formatie plan. Parallel aan het opstellen van de begroting vindt nog overleg plaats over de exacte invulling van de governance, dat kan nog leiden tot een aanpassing van het besturingsmodel op topniveau.

Hoofdstructuur

Missie Wij leveren met aandacht en plezier hoogwaardige diensten in de gehele bedrijfsvoeringsketen. Daarbij richten we ons op de behoeften van elke afzonderlijke gemeente. Wij zijn een professionele partner met kennis van de drie gemeenten, de bestuurders en de medewerkers. Dat maakt ons uniek. De gemeenten kunnen zich zo focussen op hun inwoners en de maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken. Onze centrale leidraad hierbij is: onze collega’s en bestuurders voelen zich door mij goed geholpen. Organisatie Onze organisatie: - is er voor onze drie gemeenten - ontzorgt het primaire proces vanuit de bedrijfsvoering

7

-

onderscheidt zich door samenwerking, nabijheid en kennis van onze drie gemeenten levert goede producten en diensten tegen acceptabele kosten realiseert schaalvoordelen waarbij maatwerk mogelijk blijft behoudt steeds het goede en verandert mee met de werkelijkheid van de drie gemeentelijke organisaties heeft blijvende aandacht voor de medewerkers

Kernwaarden • dichtbij • aandacht • ontwikkeling • zakelijk Doelstellingen Onze doelstellingen voor de aankomende periode zijn: - 1e fase: 2025: Afronding op orde komen. Daar waar in 2024 nog geen tijd en ruimte is geweest om op orde te komen, zorgen we er voor dat dit in 2025 wordt afgerond. • onze drie gemeenten helpen om op orde te komen • dienstverlening aan onze drie gemeenten optimaliseren • aandacht voor onze medewerkers • onze organisatie op orde brengen • een organisatie die er mag zijn • • • • •

1.2

2e fase: 2025 en verder: Ontwikkeling hoogwaardig partnerschap naar onze gemeenten continue ontwikkeling van de eigen organisatie aandacht voor medewerkers efficiënte dienstverlening tegen acceptabele kosten de gemeenten ondersteunen vanuit de bedrijfsvoering bij hun maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen

Prestatieafspraken en indicatoren

In vorige begrotingen waren bij dit onderdeel prestatieafspraken en indicatoren opgenomen waarin de hoofddoelstellingen van de voormalige GR BAR werden uitgewerkt. Dit is niet meer opgenomen. Voor DBP worden in 2024 nieuwe prestatieafspraken en indicatoren ontwikkeld. Een aantal van deze indicatoren komt zodra deze zijn vastgesteld terug in de verslaglegging van DBP. Vanuit de visie en missie geven we DBP vorm en onderscheiden we drie thema’s: 1. Partner in standaard producten en diensten We bieden kosteneffectief hoge kwaliteit standaard producten, diensten en advies die onze gemeenten in staat stellen om zich te richten op de maatschappelijke opgaven en politieke ambities die volgen uit de collegeprogramma’s. Wij ontzorgen op beleidsarme terreinen. We bieden kostenefficiënte kwaliteit. 2. Partner in opgaven DBP combineert bedrijfsvoeringsexpertise met een diepgaande kennis van onze drie gemeenten en is daardoor de beste adviseur voor Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk. Daarmee zorgen we, op een krappe arbeidsmarkt, voor bundeling van kennis en expertise. Van HRM tot juridisch tot ICT en systeem. We verminderen kwetsbaarheid en zijn in staat om vanuit de gehele keten van bedrijfsvoering te ondersteunen bij de opgaven van

8

de gemeenten. 3. Partner in ontwikkeling We gaan uit van langdurige samenwerking en onderlinge afhankelijkheid. Om goede producten en diensten te kunnen blijven bieden zullen we ‘bij moeten blijven’. Onze vakgebieden ontwikkelen snel: wet- en regelgeving komt op ons af, de arbeidsmarkt verandert, de eisen aan rechtmatig werken worden steeds dwingender en digitalisering is niet meer weg te denken uit onze primaire processen. Goede dienstverlening betekent ook het ‘eigen huis op orde’ hebben en bijblijven. We ontwikkelen DBP om ook in de toekomst optimale diensten te kunnen bieden aan onze klanten en om onze eigen medewerkers te blijven binden en boeien. Deze drie thema’s vormen de basis voor onze organisatie. De basis om onze drie gemeenten toekomstvast te kunnen voorzien van goede adviezen en standaard producten en diensten.

De prestatieafspraken van de DBP met de gemeenten zijn vastgelegd in Dienstverleningsovereenkomsten en op basis van deze afspraken worden in 2024 de sturingsprocessen ingericht en operationeel. Beleidsindicatoren bedrijfsvoering In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) zijn 39 beleidsindicatoren verplicht voorgeschreven. Vijf van deze beleidsindicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering en zijn daarom in de DBP-begroting opgenomen, zie het hierna volgende overzicht. De bedoeling van deze indicatoren is de begroting en het jaarverslag beleidsmatiger te maken, zodat het bestuur zich een beeld kan vormen over behaalde en te behalen beleidsresultaten en ook om een onderlinge vergelijking tussen gemeenten mogelijk te maken. Nr. Indicator Omschrijving Jaar Uitkomst Bron fte per 1000 inwoners 2025 2,18 Eigen begroting 1 Formatie 267,47 fte

2

Bezetting 252,64 fte

fte per 1000 inwoners

2025

2,06 Eigen begroting

3

Apparaatskosten € 34.544.800

kosten per inwoner

2025

€ 281 Eigen begroting

4

Externe inhuur € 271.800

2025

1,1% Eigen begroting

5

Overhead € 30.438.600

percentage van de totale loonsom (€ 23.563.000) + het totaal van de externe inhuur (€ 271.800) = € 23.834.800 percentage van de totale lasten € 35.099.900

2025

86,7% Eigen begroting

9

Toelichting: 1. Dit betreft de toegestane formatie (formatieplan). 2. Dit betreft het werkelijk aantal fte dat werkzaam is bij DBP (per 1 januari 2024). 3. Apparaatskosten, ook wel organisatiekosten, zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. In het geval van DBP gaat het om het totaal van de begroting (netto). 4. Externe inhuur betreft de werkzaamheden uitgevoerd door externen in opdracht van DBP, waarbij personele capaciteit en deskundigheid wordt ingezet zonder arbeidsovereenkomst of aanstelling. 5. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing van de organisatie en de ondersteuning van het primaire proces. (de uitkomst van deze indicator is indicatief, de berekening is bewust globaal en eenvoudig gehouden) - fte = full-time equivalent, oftewel voltijdsequivalent: het equivalent van een 36-urige werkweek. - inwoners = 122.858, is het totaal aantal inwoners van de drie gemeenten per 1 januari 2024, bron: landelijke database Gemeentelijke Basis Administratie (GBA-V), januari 2024.

1.3

Financiën

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel is weergegeven wat de totale netto lasten van De Bedrijfsvoeringspartner zijn. De Bedrijfsvoeringspartner heeft, in tegenstelling tot de gemeenten, slechts één programma, namelijk bedrijfsvoering. De programmabudgetten van de gemeenten zijn opgenomen in de begrotingen van de gemeenten zelf. De in de tabel genoemde bedragen zijn gesaldeerde bedragen van de baten en de lasten (exclusief de bijdragen van de gemeenten)

Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten) Overige bedrijfsvoerings lasten

Begroting 2025 Bestaand beleid 21.602.800 10.240.900

Noodzakelijke budgetwijzigingen 2.036.600 664.500

31.843.700

2.701.100

TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)

Begroting 2025 23.639.400 10.905.400 34.544.800

Voor een verdere specificatie van deze cijfers wordt verwezen naar het onderdeel Overzicht van baten en lasten 2025 in de financiële begroting op bladzijde 29. De Bedrijfsvoeringspartner heeft als belangrijkste inkomstenpost de bijdragen van de drie gemeenten. Er is geen apart bedrag voor onvoorzien geraamd. Eventuele tegenvallers worden of binnen de eigen begroting van De Bedrijfsvoeringspartner opgevangen of doorbelast aan de gemeenten, bijvoorbeeld als het nieuwe taken of meerwerk betreft.

1.4

Financiële en overige ontwikkelingen

Cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties Voor de werknemers van DBP is de cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO) van toepassing. Afgesproken is dat voor de financiële gevolgen van een cao de gemeentelijke bijdragen mogen worden verhoogd. Tot en met de begroting 2024 was het de gedragsregel dat zodra de financiële consequenties van een nieuwe cao bekend waren die werden verwerkt in de P&C-documenten van DBP. Dat was dan de eerstvolgende tussenrapportage of begroting na het verbindend worden van de cao. Maar dit uitgangspunt wijzigt in deze begroting. Op advies van de Provincie wordt een schatting opgenomen van de cao die gaat gelden voor het eerste begrotingsjaar, in dit geval 2025. Als er dan vervolgens actuelere informatie beschikbaar komt in de vorm van een nieuw afgesloten cao kan de raming / schatting uit de begroting in de P&C-documenten worden geactualiseerd. De schatting wordt gebaseerd op het cijfer “Loonvoet sector overheid”.

10

Dat deed DBP tot dusver niet. Dat betekent dat er in deze begroting éénmalig 2 cao’s verwerkt zitten. De structurele gevolgen van de huidige cao die een looptijd heeft van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. En een schatting voor de cao 2025 die gaat gelden vanaf 1 april 2025. Prijsstijgingen De te hanteren prijsstijging voor de inflatiegevoelige posten in de begroting wordt ieder jaar gebaseerd op de prognose in het jaarlijks verschijnende Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB). In het CEP 2024 van 22 februari 2024 gaat het CPB uit van een inflatie voor 2025 van 2,5%. Dit gaat om een bedrag van € 203.600. Afgesproken is dat De BedrijfsvoeringsPartner door de gemeenten wordt gecompenseerd voor de inflatie. In de praktijk zien we dat indexatie van lopende contracten regelmatig hoger is dan het gemiddelde wat door het CPB is bepaald. Voor de meerjarenraming van De Bedrijfsvoeringspartner (2026 - 2028) worden constante prijzen gehanteerd. Doorloop ontvlechtingswerkzaamheden In de inleiding is aangegeven dat een aantal ontvlechtingswerkzaamheden nog doorloopt in 2025. Dat betreft de ontvlechting van de ICT-applicaties, het transitiebureau en de begeleiding en reintegratie van de langdurig zieken.

Conform de bestuurlijke afspraken worden de kosten van de ontvlechting van de ICT en het transitiebureau in rekening gebracht bij Barendrecht en Ridderkerk. De kosten van langdurig zieke medewerkers worden door de drie gemeenten betaald en verrekend via de Tussenrapportages. Effecten van de ontvlechting Ook staat in de inleiding beschreven dat een aantal noodzakelijke financiële mutaties is opgenomen die voor een deel het gevolg zijn van de ontvlechting. Deze mutaties zijn onvermijdelijk om de basisdienstverlening te kunnen blijven garanderen. In 2025 zijn we nog aan het (op)bouwen en ontwikkelen binnen DBP zelf en ondersteunend aan de verdere ontwikkeling van de drie gemeentelijke organisaties. Wij verwachten dat we de komende jaren volop in beweging zijn en evalueren onze relatie met de gemeenten, onze prestaties op de opgaven en de relatie tot de begroting regelmatig. En maken daar waar nodig aanvullende afspraken over het gewenste niveau van dienstverlening. Hiermee zijn wij in staat om onze interactie en dienstverlening te laten aansluiten bij de voortdurend veranderende omstandigheden. Geleidelijk groeien we toe naar de ideale organisatie die in de gehele keten aan onze drie gemeenten duurzaam goede bedrijfsvoering biedt tegen acceptabele kosten.

Groeiende digitalisering - de ICT budgetten maken een steeds groter onderdeel uit van de begroting Dit is een algemene, landelijke ontwikkeling (bron: trendrapport-ict-benchmark-gemeenten-2023) en deze trend zal zich de komen jaren voortzetten: - de digitalisering neemt toe, de absolute kosten en daaruit volgend het percentage van de begroting, - er is sprake van een verschuiving van kosten richting ICT bijvoorbeeld door het automatiseren van processen verschuiven kosten van personele kosten naar ICT-kosten,

11

-

de ontvlechting van de BAR-organisatie leidt structureel tot hogere ICT-kosten voor de bestaande contractuele ICT-verplichtingen.

Hierbij zijn de volgende ontwikkelingen te zien: • de steeds verdergaande digitalisering vertaalt zich bij gemeenten onder meer in digitale dienstverlening ten behoeve van de inwoners en daarmee tot nieuwe ict-investeringen. • op het gebied van wet- en regelgeving krijgen we de komende jaren te maken met de “digital decade”. Dit is een set van in eerste instantie 13 wetten die in 2026 geïmplementeerd moeten zijn wat kosten geeft. • Het leveringsmodel van de softwareleveranciers verandert van ‘verkopen van software’ naar het ‘aanbieden van diensten’ (bekend als Cloud- of SaaS-diensten). Op termijn verschuiven hiermee de kosten van personeel (technisch beheer) naar ICT (diensten van leveranciers). • het hybride werken (thuis en op kantoor) en het digitaal vergaderen via MS-teams leidt tot meer ICT-kosten voor tools zoals MS-teams. • meer digitalisering betekent (helaas) ook meer cybercriminaliteit. Bescherming daartegen vereist middelen voor zowel technische als menselijke capaciteit. • een groeiende behoefte, een tekort aan technisch personeel en een competitieve arbeidsmarkt leiden tot hogere personeels- en/of inhuurkosten. • de grote maatschappelijke opgaven en uitdagingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, het versnellen de woningbouw, ondermijning, et cetera vragen om ICTmiddelen.

Hogere ICT-lasten (hardware en software) door de ontvlechting van de BAR-organisatie De ontvlechting leidt tot hogere kosten van softwarecontracten zeker in het geval van Cloud- en SaaS-oplossingen. Dit volgt uit het moeten splitsen van software door privacyregels waardoor leveranciers meerdere omgevingen moeten beheren. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat er ook op het gebied van software en applicaties verschillen gaan ontstaan in de behoeften per gemeente wat leidt tot kostenstijgingen. Hoge inflatie op ICT contracten De afgelopen jaren zien we een hoge indexatie als gevolg van de inflatie op onze ICT contracten. Deze indexatie is veelal hoger dan de gebruikelijke generieke index in onze begroting. In 2025 voorzien we dat deze trend zich voortzet. Met stevig onderhandelen zijn we er tot nu toe in geslaagd de opgelegde prijsstijgingen deels naar beneden bij te stellen. Desondanks zijn de prijsverhogingen substantieel. We vangen deze prijsverhogingen in de begroting 2025 op door zoveel als mogelijk gebruik te maken van bestaande dekking. Maar het is belangrijk om deze trend wel te noemen omdat het de ICT budgetten sterk onder druk zet. Nieuwe Europese wetgeving op het gebied van Informatieveiligheid (NIS2) Er is een grote, nieuwe Europese wetgevingsoperatie in aantocht op het gebied van informatieveiligheid. Dit gaat extra taken en werkzaamheden met zich meebrengen.

DBP is vertegenwoordigd in een werkgroep van de VNG waarin dit verder wordt uitgewerkt. De financiële gevolgen zijn op dit moment nog niet te kwantificeren en zijn daarom niet meegenomen in de begroting 2025. Maar het is wel belangrijk hier kennis van te nemen. Want dit zal onmiskenbaar financiële / formatieve consequenties hebben. Zowel binnen de bedrijfsvoering als binnen het primaire proces bij de gemeenten. Nieuwe digitale wetgeving ‘Digital Decade’ De komende jaren komen er veel wetten en regels vanuit Europa op ons af. Bekend als 'de digital decade'. Dit zal forse kosten met zich meebrengen. De VNG werkt aan een impactanalyse en we

12

volgen daarbij de ontwikkeling van de algemene uitkering of er ook middelen aan de gemeenten beschikbaar worden gesteld om deze nieuwe wetgeving te kunnen implementeren en uit te voeren. Ontwikkeling formatie en beheersing van de werkdruk Deze begroting betreft bestaand beleid. Dat betekent dat er geen nieuwe ambities zijn opgenomen. En op dat punt zijn er ook geen formatieclaims opgenomen. Wat wel in de begroting zit is een noodzakelijke formatieclaim op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Door de ontvlechting zijn de werkzaamheden op het gebied van deze wettelijke taken significant toegenomen. De uitbreiding is noodzakelijk om aan onze wettelijke taken te kunnen blijven voldoen. Ook op andere plekken in de organisatie zien we effecten op de formatie en de werkdruk om de dienstverlening op het huidige niveau te kunnen houden. Bijvoorbeeld bij HRM en Inkoop. Dit is echter niet vertaald in een gewenste budgetverhoging. Met de gemeentelijke opdrachtgevers wordt hierover het gesprek gevoerd en wordt besproken wat de gewenste dienstverlening is en welke keuzes dat vraagt.

2. Paragrafen 2.1

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

DBP voert de ondersteunende bedrijfsvoeringsfuncties uit voor en namens de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk. Voor deze gemeenten wordt actief beleid gevoerd op de beheersing van de risico’s die gezamenlijk worden gelopen. Door inzicht te behouden op de actuele risico’s en de mogelijke maatregelen, worden organisatie en bestuur in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Alle risico’s worden tenminste twee keer per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Alle geïdentificeerde onzekerheden of risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen, worden vanaf het moment dat zij kwantificeerbaar zijn opgenomen in het risicoprofiel. Per 1 januari 2024 is de GR BAR niet langer de uitvoeringsorganisatie voor en namens de gemeenten waar het de uitvoering van taken op het gebied van beleid en uitvoering betreft. Hiermee ontwikkelt zich richting 2025 een nieuw risicoprofiel passend bij de nieuwe situatie. In de loop van 2024 zal het risicoprofiel scherper aan gaan sluiten op de specifieke bedrijfsvoeringstaken en een afgebakende set aan primaire taken van DBP. Het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit van DBP zal, voor de dekking ervan, onderdeel uitmaken van de risicoprofielen van de gemeenten.

Weerstandvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de risico’s, oftewel: weerstandscapaciteit - risico’s = weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan bestaan uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, het bedrag voor onvoorzien en stille reserves. Geen van deze componenten is aanwezig binnen de DBP omdat deze zelf geen weerstandscapaciteit heeft. In deze paragraaf wordt de benodigde weerstandscapaciteit van DBP geïnventariseerd om als geconsolideerd risico ondergebracht te kunnen worden in de gemeentelijke risicoprofielen conform de vastgestelde verdeelsleutel. Top 10 belangrijkste risico’s Deze verzameling van de belangrijkste risico’s vormt het risicoprofiel van DBP. Deze inventarisatie is gericht op de situatie op 31 januari 2024 maar zal richting 2025 volledig worden herijkt passend bij de nieuwe realiteit. De belangrijkste risico’s behorend bij de primaire processen van de gemeenten staan in de risicoprofielen van de gemeentelijke bestuursrapportages.

13

Het totaal aan risico’s van DBP bedraagt € 2.795.000 en wordt afgedekt door de deelnemende gemeenten. Deze top tien vertegenwoordigt 92,8% van het totaal aan geïdentificeerde risico’s zoals ingeschat tot en met 31 januari 2024.

Maximaal

Invloed

risico

(%)

Positie

Risicogebeurtenis

Gevolgen

Maatregelen / info

1

Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatietechniek en informatiebeveiliging

Financieel, imago, continuïteit gemeentelijke dienstverlening

Kwaliteitsontwikkeling, organisatieontwikkeling, Jaarlijkse IT audit, opzet en doorontwikkeling informatieveiligheid en privacy

€ 1.275.000

2

Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen / -structuur

Financieel, tijd- uitstel doelstelling, imago

Consolidatie en rationalisatie, procesmanagement, organisatieontwikkeling, Good governance

€ 500.000

3

Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt, Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld / aanwezig zijn kost meer dan geraamd.

Financieel, kwaliteit dienstverlening, imago

Business Continuity management, HRM, begeleiding en ontwikkeling,

€ 400.000

4

Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance)

Financieel, imago

Procesmanagement, organisatieontwikkeling, ontwikkelen Governance, Risk en Compliance competenties

5

Cluster risico’s Fraude en Integriteit

Financieel- extra kosten en boetes, imagoschade

6

Bedreiging business continuïteit door / tijdens crisissituatie(s)

Financieel- extra kosten en boetes, imagoschade

Business Continuïteit management, Risicomanagement, beveiliging.

€ 200.000

7

Aansprakelijkheid door fouten / onwetendheid / niet handelen van personeel

Financieel, imago

HRM, begeleiding en ontwikkeling

€ 200.000

8

Brand- en gevolgschade + glasschade

Lagere verzekerings kosten door eigen risico

Acceptatie van deel van kosten door schade i.p.v. duurdere verzekeringen

€ 250.000

9

Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten

Financieel, schade voor de gemeente

Contractbeheer / -management, procesmanagement, organisatieontwikkeling

€ 250.000

10

Onvoorziene kosten doorontwikkeling DBP

Financieel

monitoring, organisatieontwikkeling, procesmanagement

€ 100.000

Procesmanagement, organisatieontwikkeling, verbeteren compliance functie,

€ 525.000

€ 755.000

36,6

15,5

9,1

8,8

7,0

4,6

3,8

2,9

2,4

2,1

92,8 %

Ontwikkeling risicoprofiel DBP Het actuele risicoprofiel is sterk beïnvloed door de ontvlechting en de lopende ontwikkeling van de nieuwe organisatie in 2024. In de fase waarin de jonge organisatie zich momenteel bevindt wordt

14

gekeken hoe de risico’s zich ontwikkelen in de nieuwe situatie waarin de primaire taken zijn ondergebracht bij de gemeenten. Voor verschillende onderwerpen worden scenario’s geschetst waarover in goed overleg keuzes en afspraken (moeten) worden gemaakt. Op het gebied van bijvoorbeeld ICT / data, personeel, processen, producten en diensten is hard gewerkt aan de best mogelijke oplossingen waarmee de interne klanten en de burger op de juiste dienstverlening kunnen blijven rekenen. In 2024 wordt er gefaseerd een nieuw risicoprofiel van DBP opgesteld dat aansluit bij de nieuwe samenwerking met de gemeenten en de nieuwe omstandigheden die hierbij van toepassing zijn. Bij de realisatie van dit alles wordt pas afstand genomen van het oude profiel als er volledige herijking plaats heeft kunnen vinden. Top 10 risico’s met korte toelichting en opsomming belangrijke trends en ontwikkelingen 1. Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatietechniek en informatiebeveiliging Door de ontwikkeling van nieuwe technologieën en digitalisering is digitaal werken en het belang van veiligheid online fundamenteel. Stilstaan is achteruitgang, maar aanhaken vraagt veel van organisaties qua ontwikkeling en inzet van middelen. Er worden continu meer eisen gesteld aan een goedwerkende en veilige digitale werkomgeving. Zeker nu hybride werken als de nieuwe norm geldt.

De ontvlechting vraagt deels om een nieuwe opzet en inrichting. Om in de nieuwe situatie in 2024 dezelfde dienstverlening te kunnen waarborgen worden er naast de lopende bedrijfsvoering veel wijzigingen doorgevoerd om de gemeenten ook straks optimaal te kunnen ondersteunen. Trends en ontwikkelingen: • continu aandacht voor het mentaal welbevinden: medewerkers die door stress, drukte en vermoeidheid minder scherp zijn bij het in acht nemen van de beveiligingsrichtlijnen. • door het hybride werken is er een grotere kans op problemen met of inbraak in de ICTsystemen, de veiligheid bij online samenwerken staat onder druk (verdere digitalisering samenleving en aantal diensten). • digitale transformatie van overheidsdienstverlening neemt verder toe in omvang en complexiteit. • er ontstaat een generatie collega’s die niet optimaal kan functioneren en taken niet / moeizamer kan uitvoeren door onvoldoende digitale vaardigheden. • niet of beperkt in (kunnen) vullen van de technische bedrijfsfuncties behorend bij de noodzakelijke technologie en het expertiseniveau (schaarste arbeidsmarkt). • cyberaanval / hackacties waardoor bedrijfsvoering (deels) stil komt te liggen. 2. Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen / -structuur DBP investeert doorlopend in het actualiseren en optimaliseren van de processen.

Een gemeentelijke organisatie telt ruim 1.300 processen die actueel en werkend moeten worden gehouden. Bijvoorbeeld het ondersteunen van een goedwerkende en veilige geautomatiseerde ondersteuning, actuele processen, stuurinformatie, toepassing van actuele wet- en regelgeving, doorontwikkelen van competenties en het op juiste wijze beleggen van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Trends en ontwikkelingen: • hogere werkdruk en stress door hoger verloop en verzuim, andere prioriteiten (invloed op welbevinden). Uitval van personeel door ziekte speelt vooralsnog een belangrijke rol. • procesoptimalisatie wordt mogelijk vertraagd door de opbouw van de nieuwe organisatie. 3. Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt. Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld / aanwezig zijn kost meer dan geraamd.

15

De arbeidsmarkt wordt al een langere periode gekenmerkt door schaarste. Het werven van personeel met de juiste competenties is hierdoor moeilijk. De kans dat er op specifieke competenties moet worden ingehuurd blijft groot. Trends en ontwikkelingen: • het is momenteel moeilijker om personeel te werven. • toename in eisen aan kennis, ervaring en specifieke vaardigheden (competenties). 4. Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance) De verantwoordelijkheid voor het compliant zijn is verdeeld over verschillende rollen en staat onder druk door de invoering en wijzigingen van wetgeving en daarmee de uitbreiding van gemeentelijke taken en plichten. Compliance-management en juridische control zijn sterk in ontwikkeling. Trends en ontwikkelingen: • beheersen van nieuwe en complexe regelgeving vereist continue doorontwikkeling. • uitvoering geven aan wet- en regelgeving met betrekking tot informatiebeveiliging en privacybescherming vereisen en leggen een toenemend beslag op specifieke competenties. • Veerkracht / weerbaarheid van lokale overheid staat onder druk door veel veranderingen inen uitbreiding van taken. 5. Clusterrisico’s Fraude en Integriteit Door onvoldoende capaciteit toe te kennen aan een uitgebreide frauderisicoanalyse worden bestuur en management onvoldoende in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid.

Trends en ontwikkelingen: • risicoanalyse fraude en integriteit wordt geborgd in het geactualiseerde beleid. • verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten. • eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 6. Bedreiging business continuïteit door / tijdens crisissituatie(s) Op de belangrijkste / kritieke processen wordt Business continuïteit-management gevoerd om bij een onverhoopte crisissituatie operationeel te kunnen blijven. Dit vereist onderhoud en actualisatie van maatregelen die alleen worden toegepast onder bijzondere omstandigheden. Trends en ontwikkelingen: • tijdens de opbouw van de nieuwe organisatie is er mogelijk minder aandacht voor de continuïteit (kritieke processen) bij eventuele calamiteiten. • nieuwe samenwerkingsvorm kan kwetsbaarheid opleveren tijdens periode van verandering. • de crisisorganisatie op niveau en bemenst houden is een uitdaging gelet op het feit dat ook de crisisorganisaties zijn opgesplitst. 7. Aansprakelijkheid door fouten / onwetendheid / niet handelen van personeel De praktijk toont aan dat het personeel een veerkrachtig geheel vormt en onder moeilijke omstandigheden in staat is te schakelen en met beperkte mogelijkheden te blijven presteren. De kans dat er iets misgaat onder de huidige omstandigheden is wel hoger. De taken op lokaal niveau nemen toe en worden steeds ingewikkelder.

De blijvende toename van het aantal taken en vereiste kennis door diverse nieuwe wetten of aanpassingen in wetten komen hier extra bij. Trends en ontwikkelingen: • afname mentaal welbevinden door stress, drukte, vermoeidheid.

16

• • •

hogere werkbelasting door toename belasting van lokale overheid en invoering van nieuwe regelgeving. nieuwe en gewijzigde wetten en regels vragen ook ontwikkeling van bijkomende competenties. Het niet of onvolledig invullen van competenties vormt een aanzienlijk risico. uitval en vertrek personeel door ziekteverzuim en / of hoge werkdruk, hoger ziekteverzuim.

8. Brand- en gevolgschade + glasschade in / aan gebouwen in eigendom of beheer van de gemeenten Het is in bepaalde situaties beter om risico’s te accepteren en indien van toepassing af te dekken vanuit de eigen middelen dan te kiezen voor vaak kostbare verzekeringen. Het betreft hier geaccepteerde risico’s waarvoor het verkeringsmanagement is belegd bij DBP. 9. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij inkoop- en contractmanagement beperken dit risico. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor vele uitdagingen. De opbouw van de organisatie vraagt om gerichte aandacht voor het te voeren contractmanagement. Ook het gegeven dat na de ontvlechting contracten vanuit vier organisaties doorgegeven dienen te worden aan contractbeheer vraagt meer aandacht vanuit de gemeenten en DBP om (de sturing op) contractmanagement goed vorm te geven. Trends en ontwikkelingen: • proceseigenaarschap is opnieuw verdeeld en vereist nieuwe borging. • verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten. • toenemende eisen discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een keten- / netwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt. 10.

Onvoorziene kosten ontwikkeling DBP Ondanks een zorgvuldige aanpak kunnen er zich onvoorziene situaties voordoen die de ontwikkeling van specifieke ondersteuning in de nieuwe situatie kan verstoren en er incidenteel (nood)oplossingen moeten worden toegepast. Trends en ontwikkelingen: • de ontvlechting van beleid en uitvoering heeft gevolgen voor het takenpakket van DBP. Er ontstaat een situatie waarbij niet één maar drie gemeentelijke organisaties ondersteund moeten worden met dezelfde capaciteit. • veranderde inrichting gemeenten vraagt om nieuwe invulling van rollen, vaardigheden, middelen en aanpassingstijd.

2.2

Paragraaf Financiering

Kaders De wettelijke kaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. In het treasurystatuut BAR-organisatie (De BedrijfsvoeringsPartner) 2024 zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid van de DBP is vorm gegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de treasuryfunctie. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is juiste, tijdige en volledige financiële informatie - zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning - van essentieel belang.

17

De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft DBP over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen die boven een bepaald drempelbedrag uitkomen aan te houden in ’s Rijksschatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat de eigen uitgaven financiert op de geld- en kapitaalmarkten: de zogenoemde ‘inleenrente’. De verwachting is dat er in 2025 geen sprake is van langdurige overliquiditeit en we daarom minimaal gebruik maken van deze mogelijkheid. Renterisicobeheer In dit onderdeel wordt inzicht gegeven in de renterisico’s van DBP. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: • de kasgeldlimiet, heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar, • de renterisiconorm, heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf één jaar.

Deze twee normen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken. • Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximumbedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het begrotingsjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen dienen deze rapportages te worden toegezonden aan onze financiële toezichthouder de provincie, met daarbij een plan om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder volgt een prognose van de kasgeldlimiet over 2025. De financieringsbehoefte van DBP is over het algemeen laag. Als op korte termijn liquiditeitsbehoefte ontstaat, wordt dit opgevangen door een tijdelijke ophoging van de wekelijkse bijdragen van de gemeenten. Dit wordt gecorrigeerd met lagere bijdragen later in het jaar, waardoor de bijdragen over het hele jaar verspreid aansluiten bij de begroting. Wanneer het toch nodig is kortlopende leningen af te sluiten, wordt de kasgeldlimiet gehanteerd als grens.

18

• Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Uit onderstaand overzicht blijkt dat DBP ruimschoots onder de renterisiconorm blijft. Dat komt omdat DBP op dit moment geen langlopende leningen heeft.

19

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat financiering met externe middelen zoveel mogelijk wordt beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de bijdragen van de deelnemende gemeenten heeft DBP in principe geen geldleningen nodig anders dan voor de aanschaf of vervanging van bedrijfsmiddelen met een meerjarig nut (investeringen). In het geval dat een liquiditeitstekort niet intern kan worden opgevangen, wordt beoordeeld of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende leningen waarbij de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden betrokken. Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

memorie memorie memorie memorie memorie memorie

Alle bedragen staan op memorie. Er zijn op dit moment geen langlopende leningen afgesloten. Of er in 2025 kortlopende geldleningen moeten worden afgesloten is op dit moment niet bekend.

2.3

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

De eigen activa van DBP betreffen de bedrijfsvoering en bestaan uit investeringen voor Informatisering & Automatisering en Facilitair.

20

In deze begroting zijn de benodigde investeringen inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie de Bijlage Investeringen). In de begroting 2025 is € 1.565.500 aan kapitaallasten opgenomen. Meerjarige dekking van de investeringen vindt in principe plaats binnen de vrijval van bestaande kapitaallasten. I&A investeringen Bij de software investeringen 2025 kan het volgende worden vermeld: • Wet & Regelgeving De “Digital decade” wordt een begrip. De Europese ambitie (“strategisch plan Horizon Europe”) kent 5 missies die worden ondersteund door onder meer de digital decade. Het gaat om een set van in eerste instantie 13 wetten die in 2026 geïmplementeerd moeten zijn. Een impactanalyse middels expertgroepen georganiseerd door de VNG zullen in 2024 de impact bepalen. Zowel financieel als voor wat betreft uitvoering. De financiële impact voor 2025 is dus nog onbekend maar gezien de grote hoeveelheid wetten zal die naar verwachting significant zijn. • eDepot Aansluiten bij een eDepot volgt uit de nieuwe archiefwet en zal eenmalige en structurele kosten met zich meebrengen. • Digitalisering in brede zin Digitale dienstverlening is een groeiende vorm van dienstverlening. Doorontwikkeling van concepten als ‘track & trace’ voor inwoners en vernieuwing van interne applicaties zullen ook in 2025 een investering vereisen.

• Ontvlechting De ontvlechting van de BAR-organisatie en de nieuwe situatie vanaf 2024 zullen leiden tot afstemming met de drie gemeenten over hun wensen en eisen voor 2025. Maatschappelijke thema’s als ondermijning en de energietransitie zullen naar verwachting in 2025 tot projecten en aanschaf van software leiden. • Centric Per 1 januari 2022 is ons contract met Centric aangepast met als doel lagere jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Dit zal ook in 2025 het geval zijn. • Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten af uit de cloud of als SaaS (Software as a Service). Door de ontvlechting van de BAR-organisatie heeft de verSaaSing vertraging opgelopen waardoor dit in 2025 nog zal doorlopen. • Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG en begint steeds meer te leiden tot praktische toepassingen op het gebied van dienstverlening. In 2024 zijn wij, met subsidie van de VNG, betrokken in ‘samen organiseren’ ontwikkeltrajecten die, naar verwachting, in 2025 tot volwassenheid zullen komen. • Vervanging en aanbestedingen Van verschillende softwareproducten en -diensten loopt in 2024 of 2025 het contract af en/of zijn pakketten aan vervanging toe.

Dit leidt mogelijk tot aanbestedingen en aanschaf van nieuwe software of SaaS-diensten.

21

2.4

Paragraaf Bedrijfsvoering

Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (op grond van het BBV) waarin ten minste inzicht moet worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Maar omdat DBP alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in het programmaplan van deze begroting en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig.

2.5

Openbaarheidsparagraaf

De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf geeft hier invulling aan voor de begroting 2025. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2025 is budget beschikbaar gesteld. Woo-contactfunctionaris Naar verwachting zal in 2024 óf in 2025 een nieuwe Woo-contactfunctionaris worden aangesteld. Passieve openbaarmaking Dit betreft lopende zaken waar in 2025 geen structurele veranderingen of investeringen voorzien zijn. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden.

Over de ingangsdatum - deze wordt bij Koninklijke Besluiten per informatiecategorie genomen - is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf. Mede gezien de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 zullen de informatiestromen (van ‘brondocument tot publicatie’) complexer worden. DBP blijft zorgdragen voor de verdere implementatie van de Woo. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar - gerekend vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. Dit is een meerjarig traject waarin met jaarplannen voor de uitvoering wordt gewerkt. Hierbij worden de punten van de VNG (“Woo - wat moeten we nu”) als leidraad gehanteerd voor de prioritering in de komende jaren. 1. Iedere gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-depotvoorziening. In 2025 verwachten we volledig aangesloten te zijn. 2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Dit is een meerjarige inspanning die ook in 2025 doorloopt. 3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering.

22

4. 5.

6.

7.

Naar verwachting zal in 2024 een proef rondom “Capstone” (een methodiek voor het archiveren van e-mails van zogenaamde sleutelfiguren) plaatsvinden zodat in 2025 deze methodiek geïmplementeerd kan worden. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten. De verwachting is dat dit beheer in 2025 is geïmplementeerd. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Een informatiebeheerplan is een levend document. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. We hebben een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer en zullen dit blijven uitbreiden. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld. Wij hebben het metagegevensschema vastgelegd en zullen dit blijven doorontwikkelen om te voldoen aan dan geldende standaarden en ontwikkelingen. Dit is een doorlopende inspanning.

23

Financiële begroting

24

3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1

Cijfers begroting

De begroting 2025 is opgebouwd vanuit de meerjarenraming van de begroting 2024 en daaraan zijn enkele noodzakelijke / onontkoombare budgetverhogingen 2025 toegevoegd. Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten)

Begroting 2025 Noodzakelijke Bestaand beleid budgetwijzigingen 21.602.800

- Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025)

745.600

355.200 1.253.200 0 3.488.600

0 0 0 400.400

- Businesssoftware

221.700

- Automatisering

178.700

Wagenpark/ gereedschap/ machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

0 3.500 5.140.400

0 0 264.100

- Inflatie 2025

203.600

- Uitbreiding contract externe partij voor data veiligheid

60.500

TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)

23.639.400

1.291.000

- Cao 2025 (vanaf 1 april 2025)

Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT

2.036.600

Begroting 2025

31.843.700

2.701.100

355.200 1.253.200 0 3.889.000

0 3.500 5.404.500

34.544.800

Aanloop naar de begroting 2025 Voorafgaand aan het opstellen van deze begroting zijn de op dat moment bekende ontwikkelingen in de begrotingsjaren 2024 en 2025 in beeld gebracht. Vervolgens is kritisch gekeken naar de door de organisatie aangeleverde mutaties: - een aantal kleine(re) mutaties wordt niet opgenomen in de conceptbegroting 2025 en wordt door DBP zelf opgelost, - van een aantal mutaties is geconcludeerd dat meer inzicht nodig is om een budgetverhoging te rechtvaardigen en zijn derhalve niet opgenomen in de conceptbegroting 2025, - onderzocht is welke financiële effecten DBP - in elk geval incidenteel - zelf kan dekken, - sommige kosten blijken onvermijdelijk en zijn in beeld gebracht. Daarnaast zijn op dit moment DBP en de gemeenten aan het ondervinden wat het werken in de nieuwe situatie per 1 januari 2024 (na de ontvlechting) inhoudt en wat dat betekent voor de kosten, formatie en dienstverlening van DBP. Door de ontvlechting is deels een beweging te zien van centralisatie naar decentralisatie. Hierdoor komt een deel van de in de voorgaande jaren behaalde efficiency onder druk te staan. Dit is merkbaar op het gebied van I&A, maar ook bij bijvoorbeeld HRM en Inkoop. Dit brengt in sommige gevallen extra structurele kosten met zich mee. Deze gesignaleerde ontwikkeling is echter nog niet voldoende in

25

beeld gebracht en geanalyseerd. Daarom wordt op dit moment zeer terughoudend omgegaan met budgetverhogingen. Die kunnen nog niet voldoende worden onderbouwd. En dit vraagt ook nadere afstemming met de gemeentelijke opdrachtgevers over de gewenste dienstverlening. Dat gesprek voeren we in 2024 en 2025. Hoe om te gaan met de financiële gevolgen van de in beeld gebrachte ontwikkelingen is ook een dilemma. Enerzijds is de financiële druk vanuit de gemeenten voelbaar en is er oog en begrip voor de financiële positie van de gemeenten. Anderzijds staat DBP voor de opbouw van een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. Waar ruimte blijft voor innovatie en ontwikkeling om te kunnen blijven bijdragen aan de gemeentelijke vraagstukken en opgaven. Het bovenstaande is zorgvuldig overwogen en heeft tot het volgende geleid. Begrotingsjaar 2024 lost DBP zelf op DBP wil incidenteel voor 2024 proberen alle budgetstijgingen zelf op te vangen binnen de lopende begroting. De inschatting op dit moment is dat dit met de nodige inspanningen en budgetdiscipline mogelijk is. Op deze wijze hoeven de gemeenten in 2024 niet om extra middelen te worden gevraagd met het risico dat dit overblijft in de jaarrekening. Hiermee wordt een gecalculeerd risico genomen.

Als in de loop van het jaar de financiële positie daar aanleiding toe geeft kan er zo nodig worden bijgesteld in de 2e tussenrapportage 2024. Begroting 2025 alleen noodzakelijke budgetverhogingen Voor de begroting 2025 is een aantal structurele effecten zichtbaar. Voor een deel treden die ook al op in 2024 (incidenteel te dekken door DPB) en voor een deel zijn ze nieuw. Net als in de vorige begroting 2024 zijn alleen de noodzakelijke, onontkoombare budgetverhogingen opgenomen. Die zijn te onderscheiden in autonome ontwikkelingen en volumegroei en gestegen kosten door de ontvlechting. Er is geen sprake van nieuw beleid of nieuwe ambitie. De opgenomen budgetverhogingen zijn nodig om de basisdienstverlening op peil te houden. Onvermijdelijke budgetverhogingen 2025 • Autonome ontwikkelingen en volumegroei 1. Inflatie 2025 - € 203.600, structureel Voor de inflatie voor 2025 is uitgegaan van 2,5%. Het inflatiecijfer is zoals altijd gebaseerd op het (jaarlijks verschijnende) Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) van 22 februari 2024. 2. Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025) - € 1.291.000, structureel In deze cao zijn twee loonsverhogingen afgesproken: 1 januari 2024: 4,75% 1 oktober 2024: 1,25% De gevolgen voor het begrotingsjaar 2024 van deze cao worden incidenteel opgenomen in de 1e Tussenrapportage 2024. 3.

Cao 2025 (vanaf 1 april 2025) - € 745.600 in 2025

26

In deze begroting zijn éénmalig de financiële gevolgen van 2 cao’s opgenomen. Die van de huidige cao, zie punt 2 hiervoor. En op advies van de Provincie wordt deze keer voor het eerst een schatting opgenomen voor de gevolgen van de cao 2025 die gaat gelden vanaf 1 april 2025. De schatting is gebaseerd op het cijfer “Loonvoet sector overheid”. Voor 2025 is dat 4,4%. •

Onvermijdelijke kostenstijgingen ICT 4. Businesssoftware - € 221.700, structureel Een groot aantal businessapplicaties zijn of worden gesplitst naar de drie gemeentelijke omgevingen. Dit heeft tot gevolg dat de contracten aangepast worden. Vaak wordt het beheer per omgeving in rekening gebracht. Dit heeft een kosten opdrijvend effect. Dit is een autonome prijsontwikkeling die de softwareleveranciers bij ons in rekening brengen omdat ze in plaats van één omgeving drie omgevingen moeten beheren. De oorspronkelijke prijsstijging lag nog hoger. Maar door stevig onderhandelen is dit bedrag zo veel als mogelijk naar beneden bijgesteld. Dit is een onontkoombare aanpassing omdat het lopende contracten zijn. Het aanpassen of opzeggen van de contracten is geen optie. Het gaat om applicaties die randvoorwaardelijk zijn om binnen de gemeenten de taken uit te voeren. 5. Automatisering - € 178.700, structureel Om de ICT-omgeving voor de vier organisaties stabiel te houden is de noodzakelijke extra servercapaciteit ingekocht. Dit brengt extra onderhoud en licentiekosten met zich mee. Ook zijn de digitale werkplekken duurder geworden als gevolg van extra licentiekosten. Het contract met Microsoft is ge-updated en biedt nu meer functionaliteit waarmee het voldoet aan het programma van eisen van de VNG. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14194132/1