Begroting 2023 BD def.pdf
Tekst van het document
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing
48
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 activiteiten voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan zijn nu in uitvoering en zijn eind dit jaar gereed. Als laatste zijn er ook rijksmiddelen ontvangen in het kader van de Woningbouw Impuls (WBI) en kunnen we nog verdere middelen binnenhalen voor mobiliteit en infrastructuur. Ook dat wordt dit jaar duidelijk. Deze bijdragen hebben als doel om de gebiedsontwikkeling Stationstuinen verder te versnellen. Verder wordt er dit jaar een voorstel gemaakt voor een vorm van betaald parkeren, gaan we voorbereidingen treffen om bedrijven te gaan verplaatsen naar o.a. Nieuw Reijerwaard, wordt er een Voorlopig Ontwerp opgesteld voor de boven- en ondergrondse infra en inrichting van de buitenruimte en wordt er een civieltechnisch plan opgesteld. Toekomstvisie Oude dorpskern Met de bewoners, vertegenwoordigd door beide verenigingen van de Oude Dorpskern, zijn de behoeften en opgaven zoals die zich in de Oude Dorpskern voordoen geactualiseerd. Knelpunten, dilemma’s en oplossingsrichtingen zijn geformuleerd. De volgende stap is deze opgaven integraal uit te werken naar concrete projecten, en deze ook daadwerkelijk realiseren.
Stedelijke Vernieuwing Centrumaanpak We gaan aan de slag met de voorbereidingen voor het aanpassen van ’t Vlak. Een belangrijke ontwikkeling om te kunnen komen tot een aantrekkelijk centrum. Ook goed en mooi aangelegde parkeerplaatsen met voldoende groen zijn daarvoor belangrijk. Bij het Onderlangs proberen we daarom de garageboxen in eigendom te krijgen. Voor het Achterom werken we tekeningen uit om tot aanbesteding te komen van deze omgeving. Daarbij heeft ook het terugdringen van wateroverlast onze aandacht. Daarnaast blijven we ons inzetten om initiatieven zo goed mogelijk te faciliteren in hun planvorming. Ook op deze wijze vernieuwen en verbeteren we telkens een stukje van het centrum. Hart van Carnisselande Het programmaplan is de basis om binnen de verschillende domeinen te werken aan een bruisend centrum van Carnisselande. Daarvoor is meer betrokkenheid en samenwerking in het gebied nodig. Dat vindt plaats op diverse vlakken binnen de organisatie. Buurt Bestuurt is een belangrijke gesprekspartner voor het contact met de bewoners. Zij is sinds 2018 actief. De verbouwde Bibliotheek Aanzet speelt een centrale rol in de coördinatie van activiteiten in Het Plein en rondom het Middeldijkerplein. In Carnisse Veste is er samenwerking en contact tussen partijen en gemeente via het Keurmerk Veilig Ondernemen Carnisse Veste.
In 2023 wordt het klimaat adaptieve herinrichting van het Havenhoofd gerealiseerd. Het ontwerp is met de input vanuit vele verschillende doelgroepen tot stand gekomen (inwoners, ondernemers, eigenaren). Gedurende 2022 wordt het ontwerp verder uitgewerkt, getoetst en aanbesteed. Met de realisatie van de herinrichting van het Havenhoofd beschouwen we het programma als afgerond. Verder ontwikkelen Zuidpolder Het project Zuidpolder fase 2.1 is mei 2021 in uitvoering gegaan. Flora en Faunaonderzoek (F&F) heeft het grondwerk nu stilgelegd. De reden hiervoor is dat er “2 Rode lijst soorten” zijn aangetroffen, een platte schijfhoren (waterslak) en de Kleine Wolfsmelk (1-jarig plantje). We hebben hiervoor inmiddels een ontheffing bij de provincie Zuid-Holland aangevraagd. In afwachting van de verwachte ontheffing in het vierde kwartaal van 2022, starten we met de aanpassing als gevolg van F&F en de nadere uitwerking van het Voorlopig Ontwerp naar een Definitief Ontwerp. In de eerste twee kwartalen van 2023 vangen we aan met de uitvoering van het grondwerk. De status van het ingediende markinitiatief voor het zuidelijk hiervan – nu nog agrarisch in gebruik – gelegen gedeelte zal worden meegenomen in deze laatste ontwerpfase. Met de daadwerkelijke realisatie van dit definitieve ontwerp Zuidpolder 2.1 zal naar verwachting in het derde kwartaal van 2023 worden gestart.
Doel is en blijft een goede wandel-, fiets- en kanoverbinding te realiseren tussen de eerder al aangelegde gedeelten van de Zuidpolder.
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing
49
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Nr. BBV Indicator
Beschrijving indicator
Begroting 2023
Begroting 2022
BD
NL
BD
NL
1. Woonlasten éénpersoonshuishouden (bron: Coelo)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten.
€632 (2021)
€733 (2021)
€632 (2021)
€733 (2021)
2. Woonlasten meerpersoonshuishouden (bron: Coelo)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten.
€922 (2021)
€810 (2021)
€922 (2021)
€810 (2021)
3. WOZ-waarde woningen (bron: De gemiddelde WOZ waarde van CBS) woningen in euro’s
€337.000 €290.000 €318.000 €270.000 (2021) (2021) (2020) (2020)
4. Nieuwbouw woningen (bron: BAG-ABF)
8,2 (2021)
Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen.
8,9 (2021)
2,3 (2020)
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing
8,9 (2020)
50
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
Wat mag het kosten? Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing Overzicht lasten en baten op taakveldniveau
Begroting 2022 na wijziging
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten 8.1:Ruimte en leefomgeving
2.720.900
1.428.700
1.427.600
1.447.500
1.439.500
8.2:Grondexploitatie
6.211.500
12.536.600
13.294.900
2.584.500
9.497.500
8.3:Wonen en bouwen
1.674.300
1.540.400
1.515.500
1.517.800
1.510.000
Totaal Lasten
10.606.700
15.505.700
16.238.000
5.549.800
12.447.000
8.2:Grondexploitatie
-5.915.200
-11.036.600
-13.294.900
-2.584.500
-9.497.500
8.3:Wonen en bouwen
-1.837.700
-1.447.400
-1.366.500
-1.366.500
-1.366.500
Totaal Baten
-7.752.900
-12.484.000
-14.661.400
-3.951.000
-10.864.000
Saldo lasten en baten programma 9 VHROSV
2.853.800
3.021.700
1.576.600
1.598.800
1.583.000
Baten
Toelichting meerjarenbeeld (Kolom Begroting 2022 na wijziging is bedrag na 1e Turap 2022) Taakveld 8.1 ruimte en leefomgeving Voor 2022 heeft de Raad een bedrag van €1.090.000 beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van de Stationstuinen en zijn er incidentele budgetten opgenomen voor de Omgevingsvisie (€69.600) en een Haalbaarheidsonderzoek ontwikkelkader Dierensteinweg/Lorenztweg (€68.500). Taakveld 8.2 grondexploitatie De begrote bedragen voor de grondexploitaties zijn op basis van de actuele Meerjaren Prognose Grondexploitaties 2022 (MPG). Voor 2022 is een bedrag van ca. €500.000 en voor 2023 een bedrag van €1.500.000 aan de lastenkant begroot voor de ontwikkeling van de Zuidpolder. De baten (onttrekking aan de bestemmingsreserve) zijn niet in dit programma opgenomen, maar bij de algemene dekkingsmiddelen. Taakveld 8.3 wonen en bouwen In de 2e Turap 2022 zijn de leges voor bouwvergunningen met €869.000 afgeraamd in verband met het doorschuiven van de vergunningaanvragen van een aantal grote woningbouwprojecten, zoals Stationstuinen, Vrouwenpolder en Lagewei van 2022 naar 2023. Dit is verwerkt in de begroting 2023. Dit is toegelicht bij het meerjarenperspectief (nr. 14).
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing
51
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
Algemene dekkingsmiddelen
Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van de gemeente waar geen directe dienstverlening en/of bestedingsverplichtingen tegenover staat. Zoals de algemene uitkering en de inkomsten Onroerende Zaakbelastingen. Het zijn dan ook vrij besteedbare middelen die jaarlijks worden ingezet ter dekking van de uitgaven in de diverse programma’s. Binnen de Algemene dekkingsmiddelen hebben we ook taakvelden opgenomen die niet passen binnen de reguliere programma’s zoals bijvoorbeeld beheer overige gebouwen en gronden, overhead en treasury. Hieronder treft u aan een overzicht op taakveld-niveau. In de financiële begroting, bij de toelichting op de baten en lasten, worden deze nader toegelicht.
Algemene dekkingsmiddelen
52
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Exploitatie
Begroting 2022 na wijziging
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
1.882.800
1.972.900
1.832.100
1.831.600
1.824.000
0.4:Overhead
16.075.900
17.048.200
16.924.000
16.887.700
16.795.600
0.5:Treasury
-129.500
-184.600
-301.500
-389.100
-365.600
0.61:OZB woningen
300.000
370.100
370.100
370.100
370.000
0
0
0
0
0
Lasten Algemene Dekkingsmiddelen
0.62:OZB niet-woningen 0.63:Parkeerbelasting
8.400
8.100
8.000
8.100
8.000
0.64:Belastingen overig
147.500
140.900
140.400
140.800
140.000
0.8:Overige baten en lasten
89.600
89.500
489.500
889.500
1.289.500
0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)
64.700
219.700
64.700
64.700
64.700
18.439.400
19.664.800
19.527.300
19.803.400
20.126.200
-1.399.700
-1.434.900
-1.399.700
-992.700
-992.700
Totaal lasten Baten Algemene Dekkingsmiddelen 0.3:Beheer overige gebouwen en gronden 0.4:Overhead
-74.400
-74.400
-74.400
-74.400
-74.400
0.5:Treasury
-414.000
-572.100
-571.700
-571.600
-571.600
0.61:OZB woningen
-7.123.800
-7.672.700
-7.760.000
-7.871.400
-7.893.100
0.62:OZB niet-woningen
-3.560.800
-3.676.900
-3.711.100
-3.745.100
-3.750.700
0.64:Belastingen overig
-288.700
-299.600
-299.600
-299.600
-299.600
0.7:Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
-74.074.000
-76.669.000
-81.268.000
-85.442.000
-80.409.000
8.000
8.000
8.000
8.000
8.000
Totaal baten
-82.927.400
-90.453.400
-95.114.400
-99.002.800
-94.001.700
Saldo lasten en baten Algemene Dekkingsmiddelen
-64.488.000
-70.788.600
-75.587.100
-79.199.400
-73.875.500
0.8:Overige baten en lasten
Algemene dekkingsmiddelen
53
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
Paragrafen De 7 paragrafen geven voor het desbetreffende onderwerp een dwarsdoorsnede door de begroting. Een paragraaf is een verplicht onderdeel uit het BBV. Hieronder is een overzicht gegeven van de paragrafen die van toepassing zijn voor de gemeente Barendrecht: 1. § § Lokale heffingen 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. § Onderhoud Kapitaalgoederen 4. § Financiering 5. § Bedrijfsvoering 6. § Verbonden partijen 7. § Grondbeleid Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.
Paragrafen
54
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
1. § Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemene uitgangspunten lokale heffingen Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd. Het inflatiepercentage voor 2023 is 4,3%. Woonlasten en tarieven De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerendezaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf vergelijken we de woonlasten van vergelijkbare gemeenten met de lasten van Barendrecht. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Reinigingsrecht, Rioolheffing, Bedrijven Investeringszone (BIZ), Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. Voor de belastingtarieven van de OZB, toeristenbelasting en de hondenbelasting geldt dat de tarieven niet meer dan trendmatig stijgen (inflatiecorrectie). Er zal ingezet worden op het beperken van belasting- en (afval)tarieven verhogingen.
We stellen een belastingnota op met de uitgangspunten (kaders) voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid. Algemene (beleids)ontwikkelingen Benchmark woonlasten Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark woonlasten van het Coelo. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Deze informatie kunnen gemeenten gebruiken bij het maken van keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten de hoogte van de woonlasten voor een gezin (meerpersoonshuishoudens) met een koopwoning. Met de vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijker gemaakt. Het overzicht vergelijkt de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente. Begrotingsregels en kostenonderbouwing tarievenberekening Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven moeten zijn opgenomen. Dit geldt in het bijzonder voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn de kostenonderbouwingen opgenomen volgens het BBV-model.
Deze geven inzicht in de opbouw van de geraamde baten en lasten. Onderdeel van de begrotingsregels zijn richtlijnen voor de berekening van de overhead. De overhead wordt binnen de gemeentelijke begrotingen afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In overeenstemming met de regels met betrekking tot de berekening van de overhead en de toe te rekenen kosten conform de financiële verordening van Barendrecht, wordt een opslag voor de kosten van overhead meegenomen in de tarievenberekening. Het jaarlijkse percentage aan toerekenbare overhead wordt berekend door de totale overheadkosten vanuit de BAR-begroting en (deels) gemeentebegroting te delen door de overblijvende directe kosten van de BARbegroting. Het berekende overheadpercentage per gemeente wordt vervolgens als toeslag berekend over de directe personeelslasten die specifiek aan de heffing/ het tarief zijn toe te schrijven. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Onderstaand totaaloverzicht geeft u inzicht in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden en gebonden heffingen. Voor de gebonden heffingen zijn ook de kosten van de dienstverlening en het dekkingspercentage opgenomen. De tarieven van gebonden heffingen mogen, zoals hiervoor is vermeld, maximaal 100% kostendekkend zijn.
Paragrafen
55
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Ongebonden heffingen Onroerendezaakbelastingen
2022
2023
2024
2025
2026
10.913.800 11.411.400
11.509.000
11.630.500
11.662.400
Hondenbelasting
288.700
299.600
299.600
299.600
299.600
Toeristenbelasting
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Gebonden heffingen
2022
2023
2024
2025
2026
Afvalstoffenheffing
5.100.000*
6.279.800
6.325.100
6.281.200
6.441.800
Rioolheffing 3.249.600 *=op basis van vast tarief (raadsbesluit 5 juli 2022)
3.357.200
3.358.200
3.375.100
3.397.200
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het dan geldende OZB-tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ en areaaluitbreiding. Bij de woningen wordt een waardestijging van 14% verwacht. Bij de niet-woningen een waardestijging van 1,7%. Als gevolg daarvan en met toepassing van de inflatiecorrectie van 4,3% dalen de tarieven voor woningen en stijgen de tarieven voor niet-woningen. OZB-tarieven 2023 Op basis van het voorgaande zien de tarieven OZB voor 2023 er als volgt uit: Tarieven
2022
2023
Eigenaren woningen
0,1016%
0,0930%
Eigenaren niet-woningen
0,1870%
0,1918%
Gebruikers niet-woningen
0,1540%
0,1579%
Onroerende zaakbelastingen
Hondenbelasting De uitvoeringskosten voor het hondenbeleid (onder meer schoonmaken, toezicht houden, perceptiekosten, losloopgebieden en afvalbakken) worden gedekt door de inkomsten uit de hondenbelasting. Hieronder is het overzicht opgenomen van de (jaar)tarieven van de Hondenbelasting. De tarieven zijn voor 2023 verhoogd met het inflatiepercentage van 4,3%. Hondenbelasting
2022
2023
Eerste hond
105,90
110,40
Tweede hond
145,50
151,68
Derde en elke volgende hond
161,80
168,72
Per kennel
413,20
430,92
Toeristenbelasting Het gaat hierbij om belasting voor overnachtingen in een hotel, camping of Bed & Breakfast. Voor 2023 blijft het tarief van € 0,75 per persoon per nacht gehandhaafd.
Paragrafen
56
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te betalen die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De tarieven voor 2023 worden met het inflatiepercentage van 4,3% verhoogd. De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing
2023
Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer
3.623.600
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
3.122.200
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen
-966.000
Netto kosten van de activiteit
5.779.800
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
530.500
Overhead
211.200
BTW
1.167.800
Totale kosten
7.689.300
Opbrengst afvalstoffenheffing
6.279.800
Dekkingspercentage
82%
Voor 2022 was een nieuwe heffingssystematiek ingevoerd, een vast en een variabel deel, gebaseerd op de aangeboden hoeveelheid restafval die wordt aangeleverd. Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad besloten om te stoppen met het variabele tarief voor afval. In onderstaande tabel is te zien wat de oorspronkelijke tarieven waren en wat de gewijzigde tarieven voor 2022 geworden zijn na kwijtschelding van het variabele deel. Afvalstoffenheffing
2022
2023
Eenpersoonshuishoudens (oorspronkelijk tarief)
207,51
216,48
Kwijtschelding variabel deel
-39,03
Eenpersoonshuishoudens (tarief na kwijtschelding)
168,48
Tweepersoonshuishoudens (oorspronkelijk tarief) Kwijtschelding variabel deel
324,19
Tweepersoonshuishoudens (tarief na kwijtschelding)
269,52
Huishouden van 3 of meer personen (oorspronkelijk tarief) Kwijtschelding variabel deel
379,43
Huishouden van 3 of meer personen (tarief na kwijtschelding)
301,44
338,16
-54,67 395,76
-77,99
Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. De rioolheffing wordt geheven bij gebruikers van woningen en niet-woningen. Er is een tariefdifferentiatie op basis van een-, één twee- en een meerpersoonshuishouden. Bij de rioolheffing voor gebruikers van niet-woningen is sprake van een gecombineerde heffingsmaatstaf. Hier wordt de hoogte van de aanslag bepaald door een percentage van de WOZ-waarde, verhoogd met een gestaffeld tarief per m3 waterverbruik. Bij het bepalen van het tarief voor niet-woningen is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de niet-woningen. De tarieven zijn voor 2023 verhoogd met 3% conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022.
Paragrafen
57
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid rioolheffing
2023
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie
402.800
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
1.342.800
Dotatie voorziening vervanging riolering
1.435.000
Aanwending voorziening beklemde middelen
-1.255.400
Netto kosten van de activiteit
1.925.200
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
527.600
Overhead
380.500
BTW
523.900
Totale kosten
3.357.200
Opbrengst rioolheffing
3.357.200
Dekkingspercentage
100%
De tarieven rioolheffing zien er voor 2023 dan als volgt uit: Rioolheffing woningen
2022
2023
Eenpersoonshuishoudens
63,60
65,40
Tweepersoonshuishoudens
122,16
125,76
Huishouden van 3 of meer personen
187,68
193,20
Rioolheffing niet-woningen
2022
2023
Percentage van de WOZ
0,0410%
0,0421%
met een maximum van
3.700,00
3.700,00
Overige gebruikers: van 0 m3 t/m 20 m3
0,00
0,00
van 21 m3 t/m 500 m3
84,00
86,52
van 501 m3 t/m 1.000 m3
460,00
473,80
van 1.001 m3 t/m 1.500 m3
923,00
950,69
van 1.501 m3 t/m 2.000 m3
1.669,00
1.719,07
van 2.001 m3 t/m 3.000 m3
2.464,00
2.537,92
van 3.001 m3 t/m 4.000 m3
4.640,00
4.779,20
van 4.001 m3 t/m 8.000 m3
6.241,00
6.428,23
van 8.001 m3 t/m 15.000 m3
9.237,00
9.514,11
meer dan 15.000 m3
13.573,00
13.980,19
Overige heffingen en rechten Leges burgerzaken, omgevings- en APV-vergunning Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige
Paragrafen
58
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. De Commissie BBV heeft in de “Notitie Lokale Heffingen 2021” een nieuw model aangereikt voor het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van Leges op hoofdstuk- en paragraafniveau van de Tarieventabel Leges. De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Berekening kostendekkendheid leges ALGEMENE DIENSTVERLENING
Kosten Overhead taakveld
BTW
Lasten
Baten Dekking
1. Algemene dienstverlening 1.1. Burgerlijke stand
38.600
22.800
200
61.700
35.400
57%
1.2. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
225.600
90.500 1.000
317.000
256.300
81%
1.3. Rijbewijzen
156.200
89.600
900
246.800
163.400
66%
1.4. Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
46.800
34.000
400
81.200
1.200
2%
99.000
13.500
100
112.600
93.300
83%
21.800
21.000
200
43.000
1.700
4%
TOTAAL ALGEMENE DIENSTVERLENING
588.000
271.400 2.800
862.200
551.300
64%
LEGES OMGEVINGSVERGUNNINGEN
Kosten Overhead taakveld
1.5. Bestuursstukken 1.6. Vastgoedinformatie 1.7. Overige publiekszaken 1.8. Gemeentearchief 1.9. Bijzondere wetten 1.10. Diversen
BTW
Lasten
Baten Dekking
2. Dienstverlening in het kader van de Omgevingswet 2.1. Begripsomschrijving 2.2. Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.3. Omgevingsvergunning
837.300
674.000 7.100 1.518.400 1.380.900
91%
TOTAAL LEGES OMGEVINGSVERGUNNING
837.3000
674.000 7.100 1.518.400 1.380.900
91%
DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN
Kosten Overhead taakveld
2.4. Verminderingen 2.5. Teruggaaf 2.6. Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7. Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8. Ontheffing geluidhinder bouwen en slopen 2.9. Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
BTW
Lasten
Baten Dekking
71.300
700
150.200
9.400
6%
3.000
100 0%
3. Dienstverlening waarop de Europese dienstenrichtlijn van toepassing is 3.1. Horeca
78.200
3.2. Sexbedrijven 3.3. Winkeltijdenwet
3.100
3.4. Organiseren evenement of markt
208.100
195.100 2.000
405.200
1.000
3.5. Standplaatsen
14.400
13.800
100
28.300
14.400
0%
3.6. Landelijke Register Kinderopvang
8.500
8.100
100
16.700
6.800
40%
8.100
100
17.400
800
5%
299.400 3.100
617.800
32.400
5%
1.746.800 1.244.800 13.000 2.998.400 1.964.600
66%
3.7. Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking TOTAAL DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
Paragrafen
9.200 321.500
59
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Barendrecht worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingskosten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
2023
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie
363.200
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
374.800
Netto kosten van de activiteit
738.000
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead, inclusief omslagrente
324.200
Totale kosten
1.062.200
Opbrengst lijkbezorgingsrechten
530.200
Dekkingspercentage
50%
Marktgelden Voor de kosten die de gemeente maakt voor de twee markten in Barendrecht worden marktgelden in rekening gebracht aan standplaatshouders. De kosten en opbrengsten zijn als volgt: Berekening kostendekkendheid marktgelden
2023
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie
16.700
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
45.300
Netto kosten van de activiteit
62.000
Overhead
16.100
BTW
100
Totale kosten
78.300
Opbrengst marktgelden
55.200
Dekkingspercentage
70%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
2023
Rioolheffing
106.300
Afvalstoffenheffing
140.700
Totaal
247.000
Paragrafen
60
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk.. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt:
Omschrijving
2022
2023
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut In %
A1: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
63,60 65,40
1,80 3%
Afval
207,51 216,48
8,97 4%
Totaal
271,11 281,88
10,77 4%
Rioolgebruik
122,16 125,76
3,60 3%
Afval
324,19 338,16
13,97 4%
Totaal
446,35 463,92
17,57 4%
B1: Tweerpersoonshuishouding met een huurwoning
C1: Meerpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
187,68 193,20
5,52 3%
Afval
379,42 395,76
16,34 4%
Totaal
567,10 588,96
21,86 4%
Rioolgebruik
63,60 65,40
1,80 3%
Afval
207,51 216,48
8,97 4%
OZB-eigendom
323,09 337,12
14,03 4%
Totaal
594,20 619,00
24,80 4%
Rioolgebruik
122,16 125,76
3,60 3%
Afval
324,19 338,16
13,97 4%
OZB-eigendom
323,09 337,12
14,03 4%
Totaal
769,44 801,04
31,60 4%
Rioolgebruik
187,68 193,20
5,52 3%
Afval
379,42 395,76
16,34 4%
OZB-eigendom
323,09 337,12
14,03 4%
Totaal
890,19 926,08
35,89 4%
A2: Eénpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 362.500
B2: Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 362.500
C2: Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 362.500
Op basis van de oorspronkelijke tarieven voor afvalstoffenheffing, exclusief de kwijtschelding van het variabel deel.
Paragrafen
61
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Barendrecht ten opzichte van buurgemeenten We gaan hierbij uit van een gezin (meerpersoonshuishouden) in een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Tarieven per gemeente 2022 afvalstoffen heffing
rioolheffing
OZB tarief
gemiddelde woningwaarde
woonlasten*
Ba rendrecht
301
188
0,1016%
318.000
812
Zwi jndrecht
373
306
0,0957%
315.000
980
H.I. Amba cht
374
191
0,0974%
375.000
930
Ri dderkerk
328
186
0,0985%
332.000
842
Al bra nds wa a rd
383
270
0,1172%
423.000
1.150
Gemeente
Woonl a s ten zi jn i ncl us i ef kwi jts chel di ng va ri a bel deel va n de a fva l s toffenheffi ng, excl us i ef kwi jts chel di ng va ri a bel deel va n de a fva s toffenheffi ng bedra gen de woonl a s ten €890.
Paragrafen
62
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. 2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 28 juni 2022. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.
De belangrijkste trends en ontwikkelingen worden aangehaald en we nemen een geconsolideerd Corona risico op direct gerelateerd aan de mogelijke scenario’s op korte termijn (1 jaar). Dit geldt eveneens voor de Impact en de groeiende onzekerheid die de oorlog in Oekraïne op diverse vlakken met zich meebrengt. De gevolgen hiervan laten zich echter zien en voelen binnen diverse reeds bestaande aandachtsgebieden binnen het risicoprofiel. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s.
Paragrafen
63
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Tien belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Nr.
Risico
Maatregelen/Opmerkingen
1/1
Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken sociaal domein.
GRBAR organisatie, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP
4
max.€ ~ 1.500.000
2/2
Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy
GRBAR organisatie, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance
4
max.€ ~ 1.000.000
3/4
Risico dat de BAR-organisatie haar taken niet GRBAR organisatie , monitoring, kan uitvoeren binnen het beschikbaar business intelligence, gestelde budget. competentieontwikkeling.
4
max.€ + 1.200.000
4/5
Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
Beperkte invloed, GRBAR organisatie, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence
4
max.€ ~ 1.000.000
5/6
Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven.
Frequent toepassen audits, Analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen.
3
max.€ ~ 1.000.000
6/3
Cluster Corona risicodekking Barendrecht
Uitkomst van corona risicosimulatie
5
max.€ 566.000
-
7/8
Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening: preventie, Schulddienstverlening, Schuldhulp- verlening, competentieontwikkeling, business bijzondere bijstand intelligence
4
max.€ 400.000
+
8/7
Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, GRBAR organisatie, monitoring, business intelligence
5
max.€ 400.000
+
9/12
Risico’s projecten
Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse
4
max.€ 500.000
+
10/9
Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen
3
max.€ 400.000
~
Totaal van alle risico 's: € 10.481.000
Klasse Financieel gevolg
Bedragen in top 10 zijn afgerond op €1000
-
Risico daalt in de top 10 en/of neemt af.
+
Risico stijgt in de top 10 en/of neemt toe.
~
Risico blijft gelijk in de top 10.
!
Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.
Paragrafen
64
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Kwantiteit Referentiebeelden
Kans klasse
Toelichting kans klasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar 3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar 4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
5
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€10.481.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
5%
€ 2.784.022
25%
€ 3.272.140
50%
€ 3.823.114
75%
€ 4.356.320
90%
€ 4.832.910
95%
€ 5.109.285
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.832.910 (benodigde weerstandscapaciteit). 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve
1-1-2023
1-1-2024
1-1=2025
1-1-2026
1-1-2027
18.330.200
18.133.900
19.907.500
26.198.200
35.880.700
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Paragrafen
65
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 1-1-2023 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
18.330.200 4.832.900
=
3,79
1-1-2024 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
18.133.900 4.832.900
=
3,75
1-1-2025 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
19.907.500 4.832.900
=
4,12
1-1-2026 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
26.198.200 4.832.900
=
5,42
1-1-2027 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
35.880.700 4.832.900
=
7,42
Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht valt in 2023 met 3,79 binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Realisatie 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Netto schuldquote
90,9%
100,6%
103,7%
97,3%
94,5%
85,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd
90,5%
100,1%
103,2%
96,8%
94,0%
84,8%
Solvabiliteitsratio
24,7%
23,8%
22,8%
25,1%
29,3%
31,9%
Structurele exploitatieruimte
-3,7%
0,2%
1,2%
4,6%
7,5%
3,3%
Grondexploitatie
5,2%
4.8%
-0,6%
-3,7%
-4,8%
-5,3%
Belastingcapaciteit
113,6%
100,1%
102,5%
102,5%
102,5%
102,5%
Kengetallen
De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote een middelhoge score zien en voor de solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.
Paragrafen
66
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of deze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De kengetallen fluctueren nogal. Dit komt omdat het percentage volgens de voorschriften bepaald moet worden op basis van de begrote inkomsten. Deze verschillen nogal per jaar, met name door de grondexploitaties. De berekening is als volgt: bedragen * 1.000 Netto schuldquote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Totale bruto schuld Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen) Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totale netto schuld Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Realisatie 2021 127.696 9.962 20.778 158.436 0 620 29.106 1.292 11.994 116.044 115.424 127.609 90,9% 90,5%
+ + + -
Prognose
Prognose
2022 117.676 16.992 20.779 155.447 0 606 15.572 0 11.994 127.881 127.275 127.097 100,6% 100,1%
Prognose
2023 124.932 16.913 20.779 162.624 0 593 15.572 0 11.994 135.058 134.465 130.253 103,7% 103,2%
2024 122.591 16.908 20.779 160.278 0 590 15.572 0 11.994 132.712 132.122 136.432 97,3% 96,8%
Prognose
Prognose
2025 113.163 16.034 20.779 149.976 0 588 15.572 0 11.994 122.410 121.822 129.559 94,5% 94,0%
2026 102.337 16.668 20.779 139.784 0 586 15.572 0 11.994 112.218 111.632 131.629 85,3% 84,8%
De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is ca. 23% voor 2023, wat betekent dat 77% met vreemd vermogen is gefinancierd. bedragen * 1.000 Solvabiliteit A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ +
Realisatie 2021 57.232 231.582 24,7%
Prognose
2022 52.236 219.873 23,8%
Prognose
Prognose
2023 51.322 224.870 22,8%
2024 56.646 226.027 25,1%
Prognose
Prognose
2025 65.386 223.490 29,3%
2026 68.731 215.519 31,9%
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte A. Saldo van baten en lasten B. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves C. Begrotingssaldo = A+B D. Waarvan incidentele baten en lasten E. Structureel begrotingssaldo = C-D F. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) G. Structurele exploitatieruimte =E/F
+ -
Paragrafen
Realisatie 2021 -2.437 4.338 1.901 6.586 -4.685 127.609 -3,7%
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2022 -4.996 5.100 104 -186 290 127.097 0,2%
2023 -914 2.687 1.773 254 1.519 130.253 1,2%
2024 5.324 967 6.291 -36 6.327 136.432 4,6%
2025 8.740 943 9.683 -36 9.719 129.559 7,5%
2026 3.345 903 4.248 -36 4.284 131.629 3,3%
67
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie
Realisatie
Prognose
Prognose
2021
2022
2023
2024
2025
2026
+
6.693
6.045
-771
-5.107
-6.240
-6.950
6.693
6.045
-771
-5.107
-6.240
-6.950
/
127.608
127.097 4,8%
130.253 -0,6%
136.432 -3,7%
129.559 -4,8%
131.629 -5,3%
Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie
5,2%
Prognose Prognose
Prognose
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit in 2023 iets boven het landelijk gemiddelde met 102,5%. In 2022 zijn de lasten lager door een lager tarief (kwijtschelding variabel deel) voor de afvalstoffenheffing. Zonder de kwijtschelding zou het percentage voor 2022 109,7% bedragen. Het percentage is gebaseerd op de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2021
2022
2023
2024
2025
2026
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
326
323
337
337
337
337
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
182
188
193
193
193
193
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
373
301
396
396
396
396
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
0
0
0
881
812
926
926
926
926
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1
/
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
776
811
904
904
904
904
113,6%
100,1%
102,5%
102,5%
102,5%
102,5%
6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht Hier worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Het risicoprofiel laat ons zien dat er op dit moment sprake is van een zeer onrustige periode. Diverse risico’s die momenteel (deels) optreden en/of toenemen zijn direct aan elkaar gerelateerd en/of versterken elkaar. De kwaliteit van- en de tevredenheid over de dienstverlening komt in deze onrustige periode onder druk te staan en vraagt om realistische ambities passend bij de actuele omstandigheden en mogelijkheden. Het sociaal domein laat nog steeds een trend zien van sterk stijgende kosten als het gaat om de het Wmo en de Jeugdwet. De kosten voor de uitvoering van de participatiewet stabiliseren. Het rijk past niet structureel bij. Als de stijgende kosten gedekt moeten worden uit het bedrag waarmee het gemeentefonds jaarlijks wordt aangepast leidt dat in de toekomst tot bezuinigingen.
Risico decentralisaties: De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond werkt met ingang van 2023 niet meer met het vlaktaks model waardoor iedere deelnemende gemeente alleen nog uitgaven zal gaan hebben voor hun jeugdigen. Vanaf begroting 2023 wordt als kosten verdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023). Vanuit de ervaringen die komende periode worden opgedaan kan de risicobeheersing sterk worden verbeterd en het opgenomen risico veel scherper worden ingeschat. Corona maakt inmiddels deel uit van ons bestaan. Ten tijde van het opstellen van dit profiel zijn de maatregelen nagenoeg volledig afgeschaald geweest maar worden in de zorg voorzichtig weer maatregelen geactiveerd. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames neemt weer toe en wordt er rekening gehouden met overbelasting door schaarste van personeel in de zomer. Nieuwe pieken worden voorspeld in de herfst doorlopend tot aan het voorjaar van 2023. De scenario’s die hierbij worden geschetst zijn wel milder van toon qua geschetste gevolgen en maatregelen.
We zien dat de hieraan gekoppelde financiële risico’s m.b.t. corona nog steeds stevig zijn, maar substantieel lijken af te nemen ten opzichte van voorgaande jaren.
Paragrafen
68
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
De oorlog in Oekraïne: De aanhoudende oorlog heeft in toenemende mate gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn organiseren kunnen voor een grotere toename van benodigde weerstandscapaciteit gaan zorgen. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang en begeleiding van vluchtelingen en de administratieve organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin zijn ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog wel degelijk aanwezig is en toe zal nemen met het aanhouden ervan. Sterk stijgende energieprijzen, hoge inflatie. Onder andere door de oorlog en de sancties die het Westen oplegt aan Rusland blijven de prijzen van allerlei producten stijgen. Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie flink is gestegen. De koopkracht neemt zo snel af dat het voor veel huishoudens problemen op kan gaan leveren. Bouw- en onderhoud kosten lopen eveneens hard op. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand.
Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en dit beperkt zich niet tot vooral de lage inkomens. Oplopende kosten bedrijfsvoering. Zoals eerder aangegeven versterken diverse ontwikkelingen elkaar momenteel. De capaciteit die nu op de aan crisis gerelateerde activiteiten wordt ingezet levert elders gebrek aan capaciteit op, Er is sprake van hoger ziekteverzuim onder gemeenteambtenaren, extra uitgaven op inhuur en een hogere werkdruk. Er is hierbij sprake van een krappe arbeidsmarkt ook wel een werknemersmarkt. Het werven van goed personeel wordt steeds lastiger en duurder. Vrijwillig ontslag kan een vlucht nemen en een toenemend risico gaan vormen omdat de vraag in de arbeidsmarkt groot is en de lokale overheid een lastige concurrentiepositie heeft. ICT/ Informatiebeveiliging. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. De gemiddelde kosten per inwoner ontwikkelt zich komende periode van € 95 richting € 100.
Dit heeft alles te maken met de toenemende eisen die noodzakelijkerwijs worden opgelegd en synchroon hieraan onder meer de ontwikkeling van kennis en kunde bij kwaadwillenden. Het verschil tussen de investering die werkelijk wordt gedaan en wat er gemiddeld nodig is vormt een belangrijke indicatie voor de risico-inschatting. De gemeente krijgt steeds meer last van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc.). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Dit kan gaan zorgen voor vertraging en oplopende prijzen in het onderhoud voor de gemeente. Bij gemeentelijke projecten worden risicoanalyses uitgevoerd. Hierbij worden scenario’s geschetst van positief tot meest negatief. Deze scenario’s zijn belangrijk om een bandbreedte voor het risicoprofiel op te kunnen stellen. Op dit moment komt dit risicocluster terug in de top 10 van belangrijkste risico’s omdat de kans dat een project vertraging oploopt of niet door kan gaan toeneemt. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden.
Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds vormt een risico. Dit risico valt momenteel net buiten de top 10. Verbonden partijen. Risico’s van bijna alle risicodragende verbonden partijen worden in de loop van 2022 en 2023, in één cluster samengevoegd gerelateerd aan paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd. Op dit moment komt dit clusterrisico niet terug in de top 10. Uitzondering hierop vormt nu nog de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond welke nu nog onderdeel is van het cluster risico decentralisaties en de uitvoering van de
Paragrafen
69
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Jeugdwet, welke prominent aanwezig zijn in de top 10. Het risico van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard levert momenteel een positief risico op en is hierdoor niet langer negatief van invloed op de benodigde weerstandscapaciteit.
Paragrafen
70
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026
3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Onze buitenruimte bestaat uit diverse openbare voorzieningen zoals wegen, verlichting, groen, speeltoestellen, water etc. Deze voorzieningen zijn de kapitaalgoederen van de gemeente. Om veilig gebruik van deze voorzieningen te verzekeren en om kapitaalvernietiging te voorkomen, is verzorgend, dagelijks en planmatig onderhoud nodig. Aan het eind van de levensduur wacht rehabilitatie of vervanging. Dit is niet alleen belangrijk om de kapitaalgoederen voor de huidige gebruikers duurzaam in stand te houden, maar ook voor toekomstige generaties. Om het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen beleidsmatig en planmatig te organiseren, zijn beheer- en beleidsplannen essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die beheer- en beleidsplannen. Beheerplan
Jaar van vaststelling
Jaar van herziening
Financiële reserve/ voorziening
Gemeentelijk beleid
Wegen, fiets- en voetpaden
2020
2025
Nee
- Kwaliteitsverbetering openbare ruimte (2015)
Civiele Kunstwerken
2020
2025
Nee
Groen en Recreatie
2020
2025
Nee
- Integrale Visie Openbare Ruimte (2008)
gebieden
- Kwaliteitsverbetering openbare ruimte (2015) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008) - Integrale Visie Openbare Ruimte (2008)
Openbare verlichting
2020
2025
Nee
Speelvoorzieningen
2020
2025
Nee
- Appendix duurzaamheid (2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004) - Speelruimteplan 2010-2020 (2009) - Notitie schoolpleinen (2013)
Straatmeubilair en
2015
2021
Nee
Verkeersvoorzieningen
- Parkeernota Barendrecht (2008) - Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Riolering
2017
2023
Ja
- Het Gemeentelijk Rioleringsplan 20182022
Waterhuishouding
2020
2025
Nee
- Waterbeheerprogramma 2016-2021 van Waterschap Hollandse Delta. - Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart van gemeente Barendrecht
Accommodaties
Ja
- Kadernota Vastgoed (2014) - Integraal HuisvestingsPlan (IHP)
Wegen Beheer Het beheer van gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden richt zich niet alleen op veilig gebruik maar ook op afvoer van hemelwater en bestrijding van onkruid. Naast landelijke normen houden we rekening met vastgestelde kwaliteitsniveaus. Met periodieke inspecties, lokale metingen en wijkschouwen krijgen we informatie over de toestand van onze verhardingen. Met behulp van een geautomatiseerd beheerprogramma vertalen we deze informatie naar een meerjarenonderhoudsplanning. Deze planning stemmen we af met ander werkzaamheden en planontwikkelingen in de buitenruimte. In dezelfde inspectie nemen we ook het klein onderhoud mee. Dat zijn kleinere gebreken die op korte termijn opgelost/gerepareerd kunnen worden. Direct onderhoud vindt plaats als de verkeersveiligheid in het geding is. Verder moet asfaltonderhoud op tijd plaatsvinden. Bij uitstel zijn na verloop van tijd zwaardere (en duurdere) maatregelen nodig en is kans op kapitaalvernietiging. Bij elementenverharding is dat minder; uitstel is vooral te zien aan een teruglopende beeldkwaliteit. Vooruitblik 2023
Paragrafen
71
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Naast het dagelijks onderhoud staat een aantal grotere projecten op de planning. Het opknappen van Buitenoord gaat verder met o.a. Klipper fase 3, Boeier, Kogge en een deel van het fietspad langs de Ziedewijdse Baan. Ook staat revitalisering van de Talmaweg en delen van Donge, Vecht en Van Koetsveld-akker op het programma. Civiele kunstwerken Beheer Onder civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Elk civiel kunstwerk laten we iedere vijf jaar uitgebreid inspecteren conform landelijke kaders en richtlijnen. Houten bruggen en kunstwerken vragen meer onderhoud en laten we daarom in de tussenliggende periode nog een aantal keer visueel schouwen. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervanging. Vooruitblik 2023 Voor 2023 staan geen grootschalige vervangingen op de planning. Wel laten we dagelijks onderhoud uitvoeren zoals schilderen, leuningen en brugdekdelen repareren, slijtlagen vervangen, metselwerk herstellen en taludbekleding herstraten. Openbaar groen in beheer bij gemeente Beheer Onze bomen, struiken, rozen, vaste planten en gras bepalen in belangrijke mate het groene beeld van de gemeente.
Vanuit de zorgplicht laten we onze bomen structureel controleren en het beheer is gericht op een optimale begeleiding en ontwikkeling van de bomen. Beplanting en gras onderhouden we op basis van integrale frequentiebestekken conform vastgesteld kwaliteitsniveau (dagelijks onderhoud). Beschadigde of dode bomen en beplanting vervangen we (inboet). Dat geldt ook voor bomen en beplanting aan het eind van de levensduur, bij afnemende vitaliteit, ziektes of onbeheerbare situaties (planmatig onderhoud). De grote groengebieden (Zuidelijk Randpark, Zuidpolder, Oude Maas, Wevershoek) zijn niet bij de gemeente in beheer maar bij Staatsbosbeheer. Vooruitblik 2023 De resultaten van de boomveiligheidscontrole zijn leidend voor het uitvoeren van de veiligheids- & beheermaatregelen bij onze bomen. Op bestek basis voeren lokale aannemers het dagelijks onderhoud uit aan beplanting (snoeien, schoffelen, hagen knipper etc.) en gras (maaien, kanten steken). Groenrenovaties en boomvervangingsprojecten leggen we voor en bespreken we met direct omwonenden. Bij aanplant van bomen in verharding schenken we aandacht aan het verbeteren van de ondergrondse groeiruimte zodat bestratingsopdruk wordt voorkomen.
Ook proberen we de buitenruimte klimaatadaptiever in te richten (extra bomen aanplanten, meer diversiteit, geschikte soorten, groen voor tegels etc.) Openbare verlichting Beheer Bij lampvervanging laten we onze lichtmasten visueel inspecteren (gemiddeld elke vier jaar). Stabiliteits/sterktemetingen vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties –vaak gemeld door burgers en bedrijven– lossen we direct op. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 25 jaar. Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor openbare verlichting (bijv. de wegen met verlichting in eigendom van Waterschap Hollandse Delta). Vooruitblik 2023 We verbeteren onze onlinedienstverlening met behulp van nieuwe software en besteden een nieuwe raamovereenkomst aan. Hierbij houden we rekening met technische en wettelijke ontwikkelingen. Februari 2023 stopt de productie van de conventionele PL-lamp (spaarlamp). Dit na wijziging van twee EU-verordeningen (aanscherpen energie-efficiëntie verlichting voor afdwingen duurzamer klimaat en beperken gevaarlijke stoffen in elektr(on)ische apparatuur). PL-lampen zien we terug op plekken waar het licht langdurig moet branden (bijv. langs fiets- en voetpaden en langs wegen in woonwijken en winkelcentra).
Uitfasering van deze lampen betekent dat deze producten na het verstrijken van de geldigheidsdatum, niet meer in Europa op de markt worden gebracht. Gelukkig hoeven we niet direct nieuwe armaturen aan te schaffen. We zijn namelijk al enkele jaren bezig met de ledtransitie en gaan daar in 2023 mee door. Armaturen die we nog niet vervangen, rusten we uit met zogenaamde retrofit ledlampen. Om kapitaalvernietiging te voorkomen, wegen we de restlevensduur van oude armaturen af tegen de kosten voor een snellere overstap naar compleet nieuwe ledarmaturen.
Paragrafen
72
Begroting 2023 meerjarenraming 2024-2026 Speelvoorzieningen Beheer De gemiddelde levensduur van speeltoestellen bedraagt ca. 12 jaar. We houden hierbij geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik. Speelvoorzieningen vervangen we aan de hand van een flexibel vervangingsschema waarbij de budgetten voor vervanging vrijkomen in het theoretische vervangingsjaar. Het moment van daadwerkelijke vervanging bepalen we mede op basis van de technische staat van het toestel. Zo veel als mogelijk richten we de speelplekken in zijn geheel opnieuw in. Dit biedt immers nieuwe kansen om de inrichting nog beter te laten aansluiten op de vraag en het gewenste gebruik. Vooruitblik 2023 De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar 2022 maken we een planning voor 2023. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen, aanleiding zijn om een speelplek op de herinrichtingsplanning te zetten. Gebruikers en buurtbewoners betrekken we bij de voorbereiding. Daarbij bieden we eerst de mogelijkheid ideeën kenbaar te maken. Op basis van de meest realistische ideeën maken we twee ontwerpen met speeltoestellen. Tenslotte kan iedereen –bij voorkeur de kinderen– hieruit een keuze maken.
Het ontwerp met de meeste stemmen leggen we aan. Straatmeubilair Straatmeubilair is het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer te geleiden, maar te voorzien in behoeften van allerlei aard. Voorbeelden zijn zitbanken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken, enzovoorts. Beheer Het onderhoud richt zich op het schoon, bruikbaar, heel en veilig houden. De onderhoudsstrategie bestaat uit vervangen wat niet meer te repareren is en/of vervangen nadat de technische levensduur is bereikt. Daarbij wordt ook bekeken of het nog functioneel is en of het nog aan de behoefte voldoet. Verzoeken van burgers en bedrijven hebben daar invloed op. Riolering Beheer De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan 2018-2022 (GRP). Hoe de gemeente haar wettelijke zorgplicht –voor afvalwater, hemelwater en grondwater– invult, staat in dat GRP. Met de zorg voor riolering wordt gewerkt aan bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en bescherming van het milieu en de natuur. Het taakveld riolering is een kostendekkend product. Dit betekent dat alle kosten die hiermee gepaard gaan via de rioolheffing in rekening worden gebracht. Ook bouwen we een financiële voorziening op voor toekomstige vervangingsinvesteringen.