CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen VVD over Jaarrekening 2024 en begroting 2026 DBP.pdf

gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze jaarrekening 2024 en conceptbegroting 2026 DBP1.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

J.M.M. Stolk RBK MMI Wethouder

Uw brief van:

Ons kenmerk:

Uw kenmerk:

Contactpersoon: R.S.J. de Prez

Bijlage(n):

2025-034166

Cluster:

Onderwerp:

Schriftelijke vragen over jaarstukken 2024 en

Doorkiesnummer:

begroting 2026 DBP

Datum:

22 mei 2025

Geachte raadsleden, Op 14 mei 2025 heeft de fractie van VVD Barendrecht schriftelijke vragen gesteld over de concept jaarrekening 2024 en de begroting 2026 van De BedrijfsvoeringsPartner. Met deze brief beantwoord ik uw vragen. 1. DBP kent over 2024 en batig saldo van € 667K. Dat stemt tot tevredenheid. Dit saldo wordt gereserveerd als bijdrage ter dekking van (voorzienbare) tekorten 2025. Schat u dit bedrag als voldoende in? DBP heeft een voortgangsrapportage over het 1e kwartaal van 2025 opgesteld. Op basis hiervan zijn op dit moment geen ontwikkelingen te melden die aanleiding geven om aan te nemen dat het saldo van de reserve onvoldoende is om incidentele tekorten op te vangen. DBP mag een reserve aanhouden tot maximaal 2% van de omvang van de begroting. Deze reserve kan uitsluitend worden gebruikt voor incidentele uitgaven en is ook bedoeld voor eventuele incidentele uitgaven of tekorten na 2025. 2.

Oorzaken van het batig saldo kunnen zijn:  hogere efficiency;  personele onderbezetting;  doorgeschoven werk;  te hoge initiële budgettering. Wat is de positieve en negatieve financiële omvang van deze factoren afzonderlijk geweest? Het batig saldo is een combinatie van factoren. Hieronder zijn de belangrijkste verklaringen beschreven: 

De onttrekking uit de reserve was € 500.000, terwijl de werkelijke overschrijding van het ontvlechtingsbudget € 360.900 was (onttrekking van € 500.000 gedaan in overleg met de accountant, want de onttrekking diende gelijk te zijn aan het begrote bedrag in de begroting). Dit heeft het resultaat met € 139.100 positief beïnvloed.

Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.

Pagina 1 van 5

      

Eind 2024 hebben we van de Belastingdienst een niet begroot bedrag van € 120.000 aan vertragingsrente ontvangen. Vanuit de voorziening afvloeiing personeelsbestand is een bedrag van € 41.000 vrijgevallen. De kosten voor verlofsparen waren circa € 75.000 lager dan de hiervoor opgenomen stelpost. Deze lasten waren bij gebrek aan historische cijfers lastig te begroten. Van het centrale opleidingsbudget is een bedrag van € 70.000 niet uitgegeven. Vanwege organisatorische drukte i.v.m. de ontvlechting en opbouw van de organisaties in het tweede half jaar van 2024 is dit bedrag niet besteed. Op de facilitaire lasten is een voordeel gerealiseerd van € 75.500. Op het programma Wet Open Overheid (WOO) zijn de uitgaven € 61.300 lager dan begroot. Het resterende voordeel is een optelsom van meerdere kleine afwijkingen.

3. Er was, aldus de tekst, sprake van een hogere personele uitstroom dan instroom. De feitelijke formatie bedroeg in 2024 252,64 fte en bedraagt nu 247 fte. De formele formatie bedroeg en bedraagt echter steeds 267,47 fte. Ergo er zijn 15 tot ruim 20 vacatures aangehouden. Dit levert een financieel voordeel (onderbesteding) op van naar schatting tussen € 1,2 mio en € 1,8 mio (all-in). Het batig saldo 2024 is echter aanmerkelijk minder, namelijk de genoemde € 667K. Dan is er elders ter grootte van het verschil toch sprake geweest van overbesteding. Onderschrift u dit? Zo ja, waarin zat die overbesteding. De formatie is (net als bij de gemeenten) nooit volledig bezet met vaste medewerkers. Er zijn altijd reguliere fluctuaties. In 2024 is de onderbesteding op het loonkostenbudget gecompenseerd door de kosten voor de inhuur van tijdelijke medewerkers. Zodat de bezetting wel op pijl is gebleven. Daarbij sturen we er op dat we zo veel als mogelijk met vaste medewerkers werken. De oorzaken voor het batig saldo van € 666.700 hebben we bij vraag 2 toegelicht. 4. Op de website staan slechts 2 vacatures open (alsmede ‘stage’).

Is de feitelijke omvang van nu 247 fte dan voldoende of wordt er gestreefd naar realisatie van de formele omvang van de personele organisatie van 267,47 fte? Zo ja hoe denkt DBP dit financieel te dekken (boven de genoemde € 667K)? Het aantal vacatures op de website is altijd een moment opname. Door het jaar heen zijn ook gewoon vacatures ingevuld. Daarnaast is in het licht van komende bezuinigingen – zeker in de tweede helft van 2024 - redelijk conservatief omgegaan met openstaande vacatures. En is tijdelijk extra ingehuurd. De kosten hiervoor worden gedekt uit de reguliere begroting. De genoemde € 666.700 heeft hier overigens niets mee te maken; de reserve wordt niet aangewend om structurele vacatures in te vullen. 5. Van het ontvlechtingsbudget ad €500K resteerde per 31-12-2024 nog € 139K. Vermeld is dat het resterende saldo terugvloeit naar Barendrecht en Ridderkerk. Betekent dit dat er geen gelden meer zullen worden onttrokken en de ontvlechting dus ook financieel is afgerond? In welke verhouding komt het saldo ter beschikking van beide gemeenten. Is dit volgens de vaste verdeelsleutel of daarvan afwijkend?

Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.

Pagina 2 van 5

In de reserve van DBP zit het resterende saldo van € 139.100 dat door de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk is ingebracht voor de afronding van de ontvlechting. De ontvlechting zal in 2025 worden afgerond. DBP heeft een prognose opgesteld van de werkelijke kosten voor de afronding van de ontvlechting in 2025. Deze prognose houdt in dat het resterende saldo van € 139.100, dat onderdeel is van de reserve, volledig gebruikt gaat worden. 6. Een categorie medewerkers wordt begeleid naar ander werk. Is dit afgerond? Komt dit ten laste van het hiervoor aangehaalde ontvlechtingsbudget of worden die kosten op andere wijze gedekt? Dit traject is nog niet afgerond. Op het moment zitten er nog drie medewerkers in het transitiebureau (van werk naar werk traject). De loonkosten van deze medewerkers (€ 67.500 per kwartaal) komen ten laste van uit het ontvlechtingsbudget en zijn dus onderdeel van de prognose van de totale ontvlechtingskosten van € 650.000 in 2025 bij de beantwoording van vraag 5. 7. Het ziekteverzuim is relatief hoog, te weten 7,72% en inclusief langdurige zieken zelfs 12,3%. Terwijl het gemiddeld totale ziekteverzuim bij gemeentelijke organisaties 6,7% (2022), respectievelijk 6,5% (2023) bedraagt. Waaraan wordt het relatief hoge ziekteverzuim toegeschreven? Overigens zou het ziekteverzuim in gemeentelijke organisaties dalen, met uitzondering van de grote steden.

Het relatief hoge verzuim binnen de organisatie is deels een gevolg van de ontvlechting van de BAR-organisatie. Zowel de voorbereidingsfase, de ontvlechting zelf als de nieuwe situatie hebben geleid tot een toename van werk gerelateerd verzuim. Daarnaast zijn medewerkers met langdurig verzuim vanuit de BAR-organisatie bij de DBP achtergebleven, vanwege de wettelijke verplichting tot loondoorbetaling. Wanneer deze medewerkers zouden zijn overgeplaatst naar de gemeenten, zou een nieuwe termijn van twee jaar loondoorbetaling ingaan. Omdat sommige van deze medewerkers op het moment van de ontvlechting al meer dan een jaar ziekgemeld waren , is vanuit kostenoverwegingen gekozen om hen binnen de DBP te houden. Tot slot hebben eind 2024 verschillende seizoensgebonden virusuitbraken geleid tot extra uitval. Deze ontwikkeling sluit aan bij de landelijke trend en heeft eveneens invloed gehad op het totale verzuimcijfer. 8. In juli 2021 is een onderzoek van Regioplan (Samen Beter) opgeleverd naar factoren van het relatief hoge ziekteverzuim binnen gemeentelijke organisaties. Zo bleek een belangrijke factor de leidinggevenden te zijn. De recent uitgekomen personeelsmonitor van het A&O fonds, zie hieronder, bevestigt dat het verzuimpercentage DBP in 2024 boven het gemiddelde van 6,7% lag. Uit de gesprekken met de Arbo arts is niet gebleken is dat daar het management aan ten grondslag ligt.

Wel stuurt het management op verlagen van het verzuim.

Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.

Pagina 3 van 5

9. Sprake is van een bezuiniging ad € 1 mio. Hiervoor is reeds gerefereerd aan een onderbezetting van ruim 20 fte. Ondanks dat wordt voorgesteld om op het aantal leidinggevenden te bezuinigen. Hoe blijft het niveau van de dienstverlening dan geborgd? Temeer omdat sedert de start van de ontvlechting frequent melding is gemaakt van personele onderbezetting en informatie daardoor verlaat en te laat werd opgeleverd. Voorafgaand aan de begroting 2026 zijn de relevante ontwikkelingen in kaart gebracht. Diverse bezuinigingsvoorstellen zijn aan het bestuur voorgelegd en zorgvuldig besproken. Daarbij is gekeken naar de haalbaarheid en de gevolgen voor de organisatie en de dienstverlening aan gemeenten. Dit heeft geleid tot scherpe keuzes. Waarbij de inschatting is dat met dit pakket bezuinigingsmaatregelen de dienstverlening zoals gewenst door de gemeenten kan worden gehandhaafd. 10. Verder wordt bijvoorbeeld €100K bezuinigd op inhuur ten behoeve van het tijdig opleveren van WOO-informatie. Dit werk zal dan toch door eigen medewerkers moeten worden verricht en ook daar zijn kosten aan verbonden. Is die € 100k voor of na verrekening van die kosten? Deze bezuiniging van € 100.000 is na verrekening van kosten. Praktijk is dat we veel zelf hebben gedaan, kostenefficiënt, op basis van beschikbare middelen en software. Daarmee zijn de kosten lager dan begroot budget.

Om die reden hebben we – met de kanttekening dat er altijd een risico is natuurlijk – in de bezuinigingsopgave aangegeven dit budget vanaf 2026 te verlagen. 11. Los van de aangekondigde bezuiniging van € 1 mio, wordt een budgetverhoging voorgesteld ad € 1,8 mio, waarvan €1,6 mio structureel in 2026, €1,5 mio in 2027

Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.

Pagina 4 van 5

en € 1,8 mio in 2028. Hoe verhoudt zich dit? Of moet deze budgetverhogingen worden gezien in het licht van het op sterkte brengen van de personele formatie (zie vraag 3 en vraag 4). Een deel van de budgetverhogingen heeft te maken met cao- en inflatieontwikkelingen. Deze zijn opgenomen in de begroting onder de punten 6 en 7, waarvoor in principeafspraken is vastgelegd dat DBP hiervoor compensatie ontvangt van de gemeenten. Het gaat om een totaalbedrag van € 691.400. Om de verhouding tussen de budgetverhogingen en de bezuinigingen correct te kunnen beoordelen, is het belangrijk om deze verplichte posten buiten beschouwing te laten. Doen we dat niet, dan ontstaat het beeld dat de stijging van de uitgaven veel groter is dan de bezuinigingen, terwijl dat niet klopt. De daadwerkelijke, noodzakelijke budgetverhogingen bedragen in totaal € 1.123.000, waarvan € 913.000 structureel en € 210.000 incidenteel voor de jaren 2026 en 2027. Deze moeten worden afgezet tegen de opgenomen bezuinigingen van 4,5%, oftewel € 1.035.000. In 2027 nemen de bezuinigingen verder toe tot € 1.534.500. Voor het vaststellen van de budgetverhogingen is hetzelfde proces gevolgd als voor de bezuinigingen (zoals toegelicht in vraag 9). Voorafgaand aan het opstellen van de begroting zijn relevante ontwikkelingen geïnventariseerd en zijn onvermijdelijke kostenstijgingen aan het bestuur voorgelegd.

Na uitgebreide bespreking zijn de goedgekeurde onvermijdelijke budgetverhogingen verwerkt in de begroting voor 2026. Een deel van de budgetverhogingen heeft inderdaad betrekking op de personele formatie en is bedoeld om de organisatie op sterkte te brengen. Daarnaast zijn er verhogingen nodig vanwege de groei van de organisatie, ontwikkelingen in de markt en het herstellen van zogenoemde 'weeffouten' die zijn ontstaan bij de overdracht van budgetten tijdens de ontvlechting van de BAR-organisatie. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

J.M.M. Stolk RBK MMI

Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15605774/1