CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen leerlingenvervoer PvdA

gemeenteraad 15 april 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer 20251.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

R. Bol Wethouder

Uw brief van: 10 april 2025

Ons kenmerk:

Uw kenmerk:

Contactpersoon: M. Bijl

Bijlage(n): Onderwerp:

Cluster:

2025-016736 Maatschappij

Beantwoording technische vragen PvdA

Doorkiesnummer: 14 0180

Verordening leerlingenvervoer

Datum:

14 april 2025

Geachte raadsleden, Op 10 april 2025 heeft de fractie van de PvdA technische vragen gesteld over het voorstel Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer 2025. In deze brief de beantwoording van de vragen: In de nieuwe beleidsregels, artikel 10, wordt bepaald dat ouders moeten aantonen dat zij geen andere oplossing in hun netwerk kunnen organiseren. Dit legt de bewijslast volledig bij ouders. 1. Op welke juridische grondslag is deze eenzijdige bewijslast gebaseerd? De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek, inclusief het vervoer van en naar school, ligt primair bij ouders of verzorgers. Dit volgt uit het Burgerlijk Wetboek (art. 1:247 BW), waarin is vastgelegd dat ouders verantwoordelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen, waaronder ook het begeleiden naar school valt. Leerlingenvervoer is een aanvullende, door de overheid gefinancierde voorziening, bedoeld voor situaties waarin ouders deze verantwoordelijkheid niet redelijkerwijs kunnen dragen. Van ouders mag verwacht worden dat zij zich – binnen redelijke grenzen – inspannen om zelf vervoer of begeleiding te organiseren. Dit kan bijvoorbeeld door werktijden aan te passen, gebruik te maken van een sociaal netwerk, of samen te werken met andere ouders.

De vraag om leerlingenvervoer is vergelijkbaar met andere vormen van ondersteuning vanuit de overheid, zoals binnen de Wmo of de Participatiewet. Ook daar wordt van inwoners gevraagd om eerst te kijken wat zij zelf kunnen doen of wat hun omgeving kan bijdragen. De bepaling in artikel 10 sluit dan ook aan bij dit bredere uitgangspunt van eigen kracht en eerstelijnsondersteuning, en is bedoeld om zorgvuldig en doelmatig om te gaan met publieke middelen. Ouders hoeven niet te bewijzen dat zij álles geprobeerd hebben, maar wel om aannemelijk te maken dat er geen redelijke alternatieven zijn. Deze informatie is nodig om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken.

pagina 1 van 3

2. Hoe voorkomt het college dat ouders zonder netwerk – of met een kwetsbare positie – hierdoor structureel buiten de regeling vallen? De verordening sluit ouders zonder netwerk of met een kwetsbare positie nadrukkelijk niet uit van leerlingenvervoer. Ouders van een leerling met een structurele handicap kunnen altijd een aanvraag indienen. De beoordeling daarvan gebeurt zorgvuldig, op basis van maatwerk. In de verordening is opgenomen dat bij iedere aanvraag een gesprek plaatsvindt met de ouders. Daarin wordt samen gekeken naar wat zij zelf al hebben geprobeerd en welke mogelijkheden er nog zijn om het vervoer (deels) zelf te organiseren. Het uitgangspunt is niet dat ouders vijf dagen per week zelf vervoer moeten regelen, maar dat gekeken wordt naar wat wél haalbaar is binnen hun situatie. Als uit het gesprek blijkt dat ouders geen mogelijkheden hebben om ook maar een deel van het vervoer zelf op zich te nemen – bijvoorbeeld door het ontbreken van een sociaal netwerk, onmogelijkheid om werktijden aan te passen of het ontbreken van andere ouders om mee samen te reizen – dan wordt in die gevallen leerlingenvervoer toegekend voor alle benodigde schooldagen. De verordening biedt dus ruimte voor maatwerk. Kwetsbare situaties krijgen daarbij extra aandacht.

Het doel is om ondersteuning te bieden waar het echt nodig is, zonder onnodige uitsluiting, maar ook zonder het vervoer automatisch voor alle dagen toe te kennen als daar geen objectieve aanleiding voor is. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat de uitvoering in de praktijk nu al tot problemen leidt, bijvoorbeeld bij leerlingenvervoer van ISK-leerlingen na het eerste jaar of bij doorstroom naar het reguliere onderwijs zonder vergoeding van reiskosten. 3. Wat is het plan van de wethouder om deze knelpunten op te lossen als de nieuwe beleidsregels in werking treden? De regeling voor leerlingenvervoer is bedoeld voor leerlingen die door een structurele handicap niet zelfstandig of met begeleiding naar school kunnen reizen. Het is nadrukkelijk geen voorziening voor het vergoeden van algemene reiskosten, ook niet in het kader van doorstroom of vervolgonderwijs. Bij leerlingen van de Internationale Schakelklas (ISK) geldt dat vervoer alleen wordt toegekend wanneer er sprake is van een beperking die zelfstandig reizen onmogelijk maakt. De ISK-locaties in RotterdamZuid liggen op een fietsafstand van maximaal 8 kilometer vanaf Barendrecht. De locatie in RotterdamNoord ligt op ongeveer 11 kilometer afstand. Voor leerlingen van 12 jaar en ouder die nog niet zelfstandig kunnen reizen, is de training “Mee op Weg” beschikbaar.

Deze richt zich op het aanleren van veilige reisvaardigheid, te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Zo wordt de zelfredzaamheid vergroot en wordt voorkomen dat reiskosten een belemmering vormen. Als er signalen zijn dat leerlingen tussen wal en schip dreigen te vallen, wordt per situatie bekeken of aanvullende ondersteuning nodig is. Daarvoor blijft ruimte in de vorm van maatwerk en – indien echt noodzakelijk – de hardheidsclausule. Eventuele structurele knelpunten worden gemonitord via de klantgesprekken en in overleg met scholen. De inzet blijft: vervoer organiseren voor wie dat écht nodig heeft, en stimuleren van zelfstandigheid en inclusie waar dat kan.

pagina 2 van 3

In artikel 4 lid 2 van de verordening wordt het college de bevoegdheid gegeven om aanvullende voorwaarden te stellen. Tegelijkertijd is niet duidelijk waar de grenzen van die bevoegdheid liggen. 4. Hoe waarborgt het college de rechtszekerheid voor ouders wanneer er zo veel ruimte is om aanvullende voorwaarden te stellen? En op welke manier worden ouders hierover tijdig, duidelijk en laagdrempelig geïnformeerd? De bevoegdheid voor het college om aanvullende voorwaarden te stellen is vastgelegd in artikel 4, lid 2 van de verordening. Deze bevoegdheid is niet onbegrensd. Om rechtszekerheid te waarborgen, zijn de aanvullende voorwaarden concreet uitgewerkt in de beleidsregels leerlingenvervoer Barendrecht 2025. Deze beleidsregels geven invulling aan de kaders van de verordening en zorgen voor duidelijkheid en consistentie in de uitvoering. Zowel de verordening als de beleidsregels worden openbaar gepubliceerd via overheid.nl en zijn daarnaast beschikbaar via de gemeentelijke website. Op verzoek kunnen ouders de documenten ook fysiek of digitaal toegestuurd krijgen. Voor nieuwe aanvragen wordt gewerkt met een aanvraagformulier dat ouders stap voor stap meeneemt in de voorwaarden en de procedure. Daarbij wordt in begrijpelijke taal uitgelegd wat van hen wordt verwacht en waarop een beslissing wordt gebaseerd.

Ook op de website komt laagdrempelige informatie beschikbaar in de vorm van een toelichting, veelgestelde vragen en – op termijn – een informatiefolder die via scholen wordt verspreid, zoals ook door de Maatschappelijke Adviesraad is geadviseerd. Op deze manier wordt de ruimte voor maatwerk gecombineerd met transparantie en rechtszekerheid voor ouders. Ik dank u voor uw vragen en vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Met vriendelijke groet,

Roeland Bol

pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15423159/1