Beantwoording technische vragen leerlingenvervoer fractie GroenLinks
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
R. Bol Wethouder
Uw brief van: 9 april 2025
Ons kenmerk:
Uw kenmerk:
Contactpersoon: M. Bijl
Bijlage(n): Onderwerp:
Cluster:
2025-016736 Maatschappij
Beantwoording technische vragen Groen Links
Doorkiesnummer: 14 0180
Verordening leerlingenvervoer
Datum:
14 april 2025
Geachte raadsleden, Op 9 april 2025 heeft de fractie van GroenLinks technische vragen gesteld over het voorstel Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer 2025. Hierbij de beantwoording van de vragen: 1. Kunt u een overzicht van het huidige gebruik van het aangepast vervoer? a. Hoeveel kinderen gaan met aangepast vervoer naar welke scholen in Barendrecht? Op dit moment bezoeken 11 leerlingen een school in Barendrecht met gebruik van het leerlingenvervoer. Dit betreft 6 leerlingen in de taalklas, 4 leerlingen in het speciaal basisonderwijs (SBO) en 1 leerling op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). b. Hoeveel kinderen gaan met aangepast vervoer naar welke scholen buiten Barendrecht, gespecificeerd naar scholen voor regulier en (voortgezet) speciaal onderwijs? In totaal bezoeken 129 leerlingen vanuit Barendrecht een school buiten Barendrecht.
Hiervan gaan: - 67 kinderen naar speciaal onderwijs in Rotterdam, dit zijn 29 leerlingen in het VSO, 24 leerlingen in het SBO, 6 leerlingen in zintuiglijk onderwijs, 8 leerlingen op mytyl of tyltylschool; - 1 leerling bezoekt een VSO school in Gouda; - 11 kinderen gaan naar het SBO in Oud-Beijerland; - 32 kinderen gaan naar het SBO in Ridderkerk; - 1 leerling gaat naar SBO van Horizon in Spijkenisse; - 1 leerling gaat naar Kentalis onderwijs in Zoetermeer; - 11 leerlingen gaan naar een mytylschool in Dordrecht; - 2 leerlingen gaan naar speciaal onderwijs in Schiedam: 1 leerling naar SBO en 1 leerling naar VSO; - 1 leerling gaat naar het SBO in Sliedrecht; - 1 leerling gaat naar het SBO in Papendrecht; - 1 leerling gaat naar het VMBO in Klaaswaal.
pagina 1 van 3
c. De wethouder heeft de uitspraak gedaan dat hij alle gezonde leerlingen uit het aangepast vervoer wil halen. Hoeveel kinderen betreft dat en naar welke scholen gaan ze? De uitspraak verwijst naar het uitgangspunt dat leerlingen zonder medische of structurele beperking, die in staat zijn om zelfstandig of met hulp van ouders naar school te reizen, geen gebruik hoeven te maken van aangepast vervoer. Dit betreft met name de groep leerlingen die de taalklas (ISK) bezoeken, waarbij géén sprake is van een beperking die leerlingenvervoer noodzakelijk maakt. Voor deze groep geldt dat vanaf het nieuwe schooljaar per leerling samen met ouders wordt bekeken wat er wél mogelijk is aan eigen vervoer of begeleiding. Waar nodig wordt ondersteuning geboden, bijvoorbeeld via het traject Mee op Weg, waarbij leerlingen op een veilige manier leren zelfstandig naar school te reizen – lopend, op de fiets of met het OV, afhankelijk van leeftijd en situatie. Het gaat om een beperkt aantal leerlingen – het exacte aantal kan variëren per schooljaar. De grootste groep reist naar de ISK-locaties in Rotterdam-Zuid en Rotterdam-Noord, beide binnen een afstand van 8 tot 11 kilometer van Barendrecht.
Het doel van deze benadering is niet om vervoer te onthouden, maar om leerlingen die dat aankunnen stapsgewijs zelfstandig te maken, ouders meer te betrekken én schaarse vervoerscapaciteit in te zetten voor kinderen die het écht nodig hebben. 2. In het voorstel wordt gerekend met een bezuiniging van totaal € 295.000 ( € 95.000 voor aftstanden < 6 km en € 200.000 > 6 km). a. Kunt u een specificatie geven van de bezuiniging van € 95.000? De besparing van € 95.000 is gebaseerd op de leerlingen die over een relatief korte afstand met aangepast vervoer naar de taalklas gebracht worden. De afstand is tot ongeveer 2 kilometer per rit. Het betreft hier 34 kinderen die vanaf de zomervakantie van 2025 geen gebruik meer maken van het leerlingenvervoer. De kosten per leerling naar de taalklas bedragen ongeveer € 7,00 per rit x 2 ritten per dag = € 14,00 per dag x 5 schooldagen per week = € 70,00 per schoolweek. Uitgaande van 40 schoolweken per jaar betekent dat een besparing van 40 schoolweken x € 70,00 x 34 leerlingen = € 95.200,00. b. Onze aanname is dat u het gehele aangepast vervoer binnen Barendrecht afschaft. Is dat juist? Nee dit is niet juist. Als college zijn wij verplicht om vervoer te organiseren voor leerlingen met een handicap die niet in staat zijn de school op een andere manier te bereiken.
Ik ben van mening dat aangepast vervoer beschikbaar moet zijn voor die leerlingen waar aangepast vervoer echt noodzakelijk voor is. En dan ook zonder dat zij onnodig lang in het aangepast vervoer moeten reizen omdat er onvoldoende chauffeurs beschikbaar zijn, doordat leerlingen die het aangepast vervoer niet persé nodig hebben er toch gebruik van maken. c. Kunt u een specificatie geven van de € 200.000? Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde ritprijs van € 30,00 per rit, berekend over de 3 vervoerspercelen die we binnen het leerlingenvervoer kennen. Er van uitgaande dat 60% van de ouders in staat is om 2 ritten per schoolweek zelf te organiseren, betekent dit bij 60% van 140 leerlingen = 84 leerlingen x 2 ritten per week = € 60,00 per week =€ 5.040 per schoolweek. Voor een schooljaar van 40 weken is dit een besparing van € 201.600.
pagina 2 van 3
d. Om het heel concreet te maken: hoeveel ouders met kinderen in het (voorgezet) speciaal onderwijs moeten zelf 1 of ritten per week maken om de bezuiniging te realiseren? Op basis van de huidige gegevens wordt ervan uitgegaan dat bij ongeveer 60% van de leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ouders in staat zijn om twee ritten per week (heen of terug) zelf te verzorgen. Dit komt neer op ongeveer 84 leerlingen waarvan ouders een deel van het vervoer op zich zouden kunnen nemen. De inschatting is gebaseerd op ervaringen in de praktijk en gesprekken die de Maatschappelijke Adviesraad heeft gevoerd met ouders. Ouders van vier leerlingen gaven aan bereid en in staat te zijn hun kind ten minste één of twee dagen per week zelf naar school te brengen of op te halen. Belangrijk hierbij is dat dit geen verplichting is, maar een mogelijkheid die in overleg met ouders wordt besproken. Als blijkt dat het voor een gezin écht niet haalbaar is om zelf bij te dragen aan het vervoer, blijft volledige inzet van leerlingenvervoer mogelijk. 3.
In de beantwoording van de wethouder op vragen van het CDA schrijft hij “Op basis van de aanvragen in het afgelopen schooljaar blijkt dat slechts een beperkt aantal ouders daadwerkelijk een eigen bijdrage heeft moeten betalen” en “Voor het aankomende schooljaar geldt dat ouders met een gezamenlijk inkomen onder de €31.500 geen eigen bijdrage hoeven te betalen”. Wij leiden uit deze tekst af dat de ouders die gebruik maken van aangepast vervoer tot de huishoudens met lage inkomens behoren. Is dat juist? Die conclusie kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden getrokken. Bij de beoordeling van aanvragen voor leerlingenvervoer wordt bovendien geen gebruikgemaakt van inkomensgegevens; het inkomen van ouders is geen criterium en wordt ook niet geregistreerd in het aanvraagproces. Uit het financiële systeem van de gemeente blijkt wel dat een beperkt aantal ouders daadwerkelijk een eigen bijdrage betaalt. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Zo zijn ouders met een gezamenlijk inkomen onder de grens van €31.500 vrijgesteld van betaling, maar ook ouders van kinderen met een structurele beperking of ouders van leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs hoeven op grond van de wet géén bijdrage te betalen, ongeacht hun inkomen.
Op basis van de cijfers zoals genoemd in deze brief blijkt dat het overgrote deel van de leerlingen dat gebruikmaakt van aangepast vervoer onderwijs volgt in het speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs of het VSO. Voor deze vormen van onderwijs gelden wettelijke vrijstellingen van de eigen bijdrage. Het is daarom aannemelijk dat het lage aantal bijdragen vooral voortkomt uit deze vrijstellingen en niet automatisch duidt op een lage sociaal-economische positie van de ouders. Met vriendelijke groet,
Roeland Bol
pagina 3 van 3