Beantwoording technische vragen fracties GroenLinks en EVB inzake aanpassingen heffingsverordening en afvalbeleid
Tekst van het document
mr. D. Vermaat Wethouder
Uw brief van: 22 juni 2022
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: mw. E.P.F. Rikaart
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Beantwoording technische vragen voorafgaand
Doorkiesnummer: 14 0180
aan de commissievergadering Algemene Zaken
Datum:
NV BAR Afvalbeheer 27 juni 2022
en Financiën van 27 juni 2022
Geachte raadsleden, Op 22 juni 2022 heb ik schriftelijke vragen van GroenLinks en EVB t.b.v. de commissie Algemene Zaken en Financiën op 27 juni 2022 inzake Aanpassingen heffingsverordening en afval ontvangen. In deze brief beantwoord ik deze vragen. Vragen GroenLinks Vraag 1 Wij willen een overzicht ontvangen van de resultaten (kilo’s en percentages) van afvalinzameling over de jaren 2018-2022. Graag onderverdeeld in restafval, gft en papier/karton. Antwoord 1 2018
2019 2019 t.o.v. 2018
2020 2020 t.o.v. 2019
2021 2021 t.o.v. 2020 2022 t/m april 2022 Geëxtrapoleerd naar heel jaar
2022 t.o.v. 2021
Restafval
13.018.700 12.556.470
-4% 7.140.750
-43% 6.295.270
-12%
1.701.360
5.104.080
GFT
1.024.660
1.191.681
16% 3.106.680
161% 2.822.820
-9%
996.400
2.989.200
-19% 6%
OPK
773.170
811.460
5% 1.790.512
121% 1.689.575
-6%
501.900
1.505.700
-11%
Voor deze resultaten zijn de hoeveelheden na nascheiding genomen. Vraag 2 Wij zien graag een overzicht van de ambities van het college m.b.t de resultaten afvalinzameling voor de periode 2022-2026? Antwoord 2 Zoals reeds aangekondigd zal het college in het najaar met een concreet plan van aanpak alsmede de ambities voor de resultaten afvalinzameling voor de periode 2022-2026 komen.
Pagina 1 van 4
Vraag 3 Wat zijn de gevolgen voor de CO2 uitstoot van uw aanpassingen de komende tijd (2e helft 2022-2026) t.o.v. de jaren 2020 en 2021? Meer restafval bekent meer verbranding/ CO2 uitstoot. Antwoord 3 De exacte hoeveelheid is niet aan te geven. Dit is afhankelijk van het draagvlak van de inwoners om ook zonder financiële prikkel goed te scheiden. Vraag 4 Wat zijn de financiële gevolgen van uw aanpassingen voor de afvalstoffenheffing voor onze inwoners in 20232026 t.o.v. de vorige jaren? Antwoord 4 In 2023 vindt er geen afrekening plaats van de variabele tarieven 2022 en worden weer vaste tarieven per soort huishouden in rekening gebracht. De meerkosten voor het jaar 2023 zijn gecalculeerd met een bandbreedte van € 148.000,- tot € 218.000,-. Het daadwerkelijke effect voor 2023 en meerjarig is op voorhand echter moeilijk in te schatten. Zie ook antwoord op vraag 6. Uitgaande van afgerond 20.000 huishoudens, bedraagt het gemiddelde effect in 2023 € 7,40 tot € 10,90. Vraag 5 Het college wil draagvlak creëren. Wat is het verwachte effect van de aanpassingen op het gedrag van de inwoners die nu al volop scheiden en/of de verwachting hebben dat ze beloond worden voor hun gedrag? Zij zullen de aanpassingen niet logisch vinden. Antwoord 5 Wat het exacte effect is van de aanpassingen op inwoners die nu al volop scheiden is nog niet bekend.
Dat zij de aanpassingen niet logisch vinden is een aanname die niet onderbouwd is. Het is een speculatie, waarvan we nog maar moeten zien of die speculatie uitkomt. Vraag 6 Wat gaat u doen om deze inwoners gemotiveerd te houden na de invoering van uw aanpassingen? De aanpassingen zijn immers slecht voor het milieu en de portemonnee. Antwoord 6 Dat de aanpassingen slecht zijn voor het milieu en de portemonnee is wederom een aanname. Het college meent dat afvalbeleid een meerjarenbeleid dient te zijn en de resultaten ook op termijn moeten worden beoordeeld. Essentieel daarvoor is dat er draagvlak is bij onze inwoners. Die kan gecreëerd worden middels voorlichting en communicatie. Vragen EVB Vraag 1 Wat is de overweging van het college geweest om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 te laten vervallen? Graag een toelichting.
Pagina 2 van 4
Antwoord 1 Er is zowel in de samenleving als in de raad geen draagvlak voor het sinds 1 januari 2021 ingevoerde betalen per klepbeweging. Invoering per 1 januari 2023 zou betekenen dat er in 2023 nog zou moeten worden afgerekend op basis van klepbewegingen en men bovendien een hoger (vast) tarief zou moeten betalen. Nog afgezien van de administratieve kosten meent het college dat het met terugwerkende kracht terugdraaien van het betalen per klepbeweging in bestuurlijk en communicatief opzicht het meest duidelijk is. Er komt een nieuw beleid! Vraag 2 Zijn er verschillende scenario’s tegen elkaar afgewogen? Antwoord 2 Jazeker. Stoppen m.i.v. 1 januari 2022 of m.i.v. 1 januari 2023. Zie beantwoording vorige vraag. Vraag 3 Wat zijn de financiële consequenties wanneer gekozen zou worden van het laten vervallen van Diftar per 1 januari 2023, zowel voor de gemeente als voor de huishoudens. Antwoord 3 In 2023 stappen wij weer over naar een vast tarief voor de afvalstoffenheffing. Hierin zijn alle kosten opgenomen. Indien wij stoppen in 2023 met het variabele tarief betalen onze inwoners in 2023 het variabele deel van de afvalstoffenheffing 2022 geraamd op € 1.169.000,- (op basis van 20.000 huishoudens is dit € 58,45 gemiddeld) en het volledige tarief 2023. Voor de volledigheid, tegenover deze extra kosten voor de inwoners in 2023 staat de identieke lagere afvalstoffenheffing in 2022.
Voor de gemeente zou dit betekenen dat een bedrag van € 1.169.000,- niet afgeboekt hoeft te worden. Vraag 4 Wat is het percentage van doorbelasting jaargang 2022 rekening houdend met het voorstel? Antwoord 4 Het kostendekkingspercentage zoals gepresenteerd op pagina 59 van de begroting 2022 daalt van 98% naar 80%. Vraag 5 In het beleidsplan Van afval naar grondstoffen, dat in april 2019 is vastgesteld staat verrekening achteraf: Inwoners die minder afval aanbieden, krijgen geld terug en inwoners die meer aanbieden moeten bijbetalen. In december 2021 is hier door het toenmalige college vanaf geweken door een laag vast tarief voor te stellen en achteraf het gehele variabele deel in rekening te brengen. De fractie van EVB heeft hier eerder vragen over gesteld en bezwaren over geuit. Wat is volgens het huidige college de overweging van het toenmalige college geweest om af te wijken van het goedgekeurde beleidsplan afval en grondstoffen uit 2019 om het volledige variabele deel achteraf in rekening te brengen bij inwoners?
Pagina 3 van 4
Antwoord 5 Bij voorheffing is het risico dat er onvoldoende prikkel uitgaat PMD+rest goed te scheiden groter dan bij naheffing. Bovendien zou het uiteindelijk door het college gekozen model minder administratieve fricties geven. Vraag 6 Wat zouden de financiële consequenties van het stoppen met Diftar miv 1 januari 2022 zijn geweest wanneer het vorige college niet af was geweken van hetgeen in het beleidsplan afval en grondstoffen uit 2019 was opgenomen? Antwoord 6 Het beleidsplan ging uit van een voorschot in 2022 van de variabele vergoeding afvalstoffenheffing in 2022. Indien voorheffing zou zijn toegepast, zouden de kosten hoger uitvallen. Het variabele tarief geraamd op € 1.169.000,- had niet geïnd mogen worden. Alle aanslagen dienen gecorrigeerd te worden en de betaalde voorschotten gerestitueerd te worden. Hoogachtend,
mr. D. Vermaat
Pagina 4 van 4