Beantwoording technische vragen EVB Verordening leerlingenvervoer.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
R. Bol Wethouder
Uw brief van: 3 april 2025
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: M. Bijl
2025-016736
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Beantwoording technische vragen EVB
Doorkiesnummer: 14 0180
Verordening leerlingenvervoer
Datum:
Maatschappij 7 april 2025
Geachte raadsleden, Op 3 april 2025 heeft de fractie van Echt voor Barendrecht (EVB) technische vragen gesteld over het voorstel Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer 2025. In deze de beantwoording van de vragen: 1. Hoe wordt de "handicap" van een leerling objectief vastgesteld? Voor het vaststellen van de handicap, wordt uitgegaan van de aangegeven diagnoses en de ervaren belemmeringen die de leerling en/of ouder aangeeft tijdens het gesprek. Wanneer er twijfel bestaat of deze belemmeringen passen bij de benoemde handicap of geen logisch gevolg zijn, kan aanvullende informatie via de leerling of ouders opgevraagd worden aan de behandelend arts of specialist (BIG of SKJ-geregistreerd). Wanneer dit onvoldoende bevestiging geeft van de handicap, kan door het college onafhankelijk medisch advies opgevraagd worden. 2. Wat zijn de consequenties als een aanvraag voor leerlingenvervoer na de deadline van 19 mei 2025 wordt ingediend? Wanneer de aanvraag na 19 mei ingediend wordt, kan het zijn dan de beoordeling voor toekenning van leerlingenvervoer en het inplannen van de leerling in een rit van het leerlingenvervoer door het vervoersbedrijf, niet op tijd is afgerond. Dit betekent dat ouders mogelijk na de zomervakantie de eerste periode hun kind nog zelf naar school moeten brengen. Getracht wordt dit zoveel mogelijk te voorkomen.
Ouders met kinderen die nu al gebruik maken van het leerlingenvervoer worden in april per brief geïnformeerd op tijd het vervoer aan te vragen. Ouders worden hier begin mei nogmaals middels een brief aan herinnerd. 3. Hoe wordt bepaald of een leerling in aanmerking komt voor de hardheidsclausule? De hardheidsclausule kan toegepast worden indien een leerling volgens de Verordening niet in aanmerking komt voor leerlingenvervoer en er daardoor een schrijnend probleem ontstaat wat tot onnodig schoolverzuim kan leiden en dit schrijnende probleem niet op een andere manier op te lossen is.
pagina 1 van 3
4. Is er een overgangsregeling voor leerlingen die nu gebruikmaken van het vervoer, maar volgens de nieuwe regels niet meer in aanmerking komen? Ja, leerlingen die nu al gebruik maken van het vervoer en mogelijk niet meer in aanmerking na de zomervakantie, worden in de maanden april of mei telefonisch benaderd. Met hen zal een gesprek gevoerd worden om te kijken naar andere mogelijkheden die dan na de zomervakantie ingevoerd kunnen worden. Er is dan een overgangsperiode van mei tot september, waarin de leerling en/of ouders de reis naar school op een andere manier kunnen organiseren. 5. Wat gebeurt er als een ouder niet in aanmerking komt voor leerlingenvervoer, maar geen financiële middelen heeft om hun kind zelf te vervoeren of een fiets/OV-abonnement aan te schaffen? Leerlingenvervoer wordt niet toegekend op financiële gronden. Leerlingenvervoer is bedoeld voor leerlingen die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig, van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken als gevolg van structurele belemmeringen in de zelfredzaamheid. Wanneer er geen financiële middelen zijn voor een fiets of een OV-abonnement, kan een ouder een beroep doen op bijvoorbeeld de Meedoen-regeling of bijzondere bijstand. 6.
Voor kinderen van statushouders worden er volgens de nieuwe regels geen uitzonderingen meer gemaakt in het kader van het bezoeken van taalklassen. Is er echter maatwerk mogelijk voor kinderen binnen deze doelgroep met aantoonbare psychische klachten? Wanneer deze kinderen structurele belemmeringen ervaren in de zelfredzaamheid en daardoor niet in staat zijn., zelfstandig of met begeleiding naar school te reizen, komen zij net als andere leerlingen met een structurele psychische handicap, in aanmerking voor leerlingenvervoer. Wanneer de afstand naar school minder dan 6 kilometer bedraagt, zal onderzocht worden waarom deze leerling die afstand niet lopend of fietsend met bijvoorbeeld een ouder als begeleider kan overbruggen. Maatwerk blijft altijd mogelijk als de situatie zou leiden tot een schrijnend probleem en onnodig schoolverzuim waar geen andere oplossing voor gevonden kan worden. 7. Hoeveel leerlingen zullen naar verwachting geen gebruik meer kunnen maken van leerlingenvervoer door de nieuwe regels? In afstemming met De Draaimolen, Vluchtelingenwerk en de klantmanagers inburgering maken, vanuit een pilot, sinds de zomervakantie 34 leerlingen van statushouders geen gebruik meer van het leerlingenvervoer wanneer de afstand van huis naar school minder dan 6 kilometer bedraagt. Dit heeft niet geleid tot schoolverzuim of andere niet gewenste problemen.
Er zijn nog 11 leerlingen die een indicatie voor leerlingenvervoer hebben over een afstand van minder dan 6 kilometer naar school. Met de ouders van deze leerlingen vindt in april of mei een gesprek plaats om te kijken of er andere oplossingen mogelijk zijn. Daarnaast vragen de nieuwe regels meer inzet van eigen kracht van ouders. Dit betekent niet dat leerlingen geen gebruik meer kunnen maken van leerlingenvervoer. Dit betekent dat verwacht wordt dat ouders minimaal 2 ritten naar school zelf organiseren in plaats van dat er 10 ritten aangepast vervoer toegekend worden. De verwachting is dat 80% van de ouders (betreft ongeveer 110 leerlingen) zelf minimaal 2 ritten kunnen organiseren en uitvoeren.
pagina 2 van 3
8. Wat gebeurt er als uit monitoring blijkt dat bepaalde groepen leerlingen toch uitvallen door het gebrek aan vervoer? Als blijkt dat bepaalde groepen structureel uitvallen door het gebrek aan vervoer, is dat een signaal dat aanpassingen in de regelgeving noodzakelijk is want dat is niet wenselijk en zeker niet het beoogde doel. In de tussenliggende tijd zoeken we voor deze groep leerlingen een passende oplossing of passen, indien noodzakelijk, de hardheidsclausule toe. 9. Hoe vaak wordt de effectiviteit van de nieuwe regeling geëvalueerd? Bij start van het schooljaar worden alle aanvragen leerlingenvervoer besproken door de klantmanager, de kwaliteitsmedewerker en de beleidsmedewerker. Zo wordt bewaakt dat leerlingen geen vervoer hebben maar er ook geen andere passende oplossing is. Daarnaast geeft dit een concreet beeld van hoeveel leerlingen niet in aanmerking komen (of niet voor een volledige schoolweek) voor leerlingenvervoer. Aan het einde van het kalenderjaar wordt met cijfers bekeken wat het effect is van de nieuwe regels, zowel in aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer, het aantal uitgevoerde ritten als de kosten voor leerlingenvervoer. Ook richting het einde van het volgend schooljaar worden deze cijfers opnieuw geëvalueerd om het effect te kunnen meten. Met vriendelijke groet,
Roeland Bol
pagina 3 van 3