BD Zuidpolder Fase 2 Regels
Tekst van het document
Bij toepassing van dakkapellen is het van belang dat een seriematige uitstraling wordt vermeden. • Het dakvlak bepaalt in grote mate de uitstraling van de schuurwoning. Daarom zijn onderbrekingen zoals dakkapellen, schoorstenen en terugliggende geveldelen ondergeschikte elementen. Hierbij is het van belang dat deze toevoegingen niet seriematig in het dakvlak terugkomen om de uitstraling van de schuur te behouden. • Kopgevels vereisen een verbijzondering, deze mogen niet functioneren als zijgevel. • Ambitie is om ramen en dakkapellen in eenzelfde bouwblok niet repeterend voor te laten komen. Seriematig wonen dient weinig afleesbaar te zijn in de gevel. • Uitzondering bouwmassa op Erf 2 vanwege programma maatschappelijke functie. Bouwmassa mag bestaan uit 2 bouwlagen met flauwe kap. • Bouwmassa erf 2 bestaat uit een plint, middendeel en groen dak uitgevoerd in een moderne interpretatie van een schuurvolume.
MODERNE INTERPRETATIE
ORIGINELE UITVOERING
Figuur 26: uitgangspunten bouwvolumes erven
externe houten constructie
luiken galerij
uitsnede met visueel visueel doorlopende dakkap
uitsnede met dakkapel
wolfskap
dakkapel met hellend dakvlak
VO O
BOU RGE
VEL
BOU
WST
ENE
N LA
ACH T
NGS
ERG
WST
ENE
NK
OPG
EVE
schuifdeur
L
E VEL
GEV
EL 43
*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.
DOORZETTEN DAKVLAK ALS UITBOUW GOOT UITBOUW MINIMAAL OP 2 M
AANBOUW IN VERLENGDE VAN VORM MASSA
PERGOLA LAAT BOUWVOLUME IN TAKT - DEMONTABELE AANBOUW
AANBOUW MET HELLEND DAKVLAK 44
AANBOUW MET HELLEND DAKVLAK (20 GRADEN)
DUIDELIJKE VORMENTAAL
In de voorste strook langs de Achterzeedijk staan representatieve gebouwen met een gebiedseigen stijl of afwijkende kaprichting • Landelijke ligging maakt dit een bijzondere woonlocatie, de architectuur van de bebouwing moet dit ondersteunen Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen (zie www.mooiijsselmonde.nl) •
UITGANGSPUNTEN BEBOUWING ARCHITECTUUR & MATERIALISATIE ARCHITECTUUR • De woningen aan het erf zijn onderdeel van een ensemble. Dit betekent dat de woningen op elkaar lijken, maar niet hetzelfde zijn. • In de voorste strook langs de Achterzeedijk staan representatieve gebouwen met een gebiedseigen stijl of afwijkende kaprichting. • Landelijke ligging maakt dit een bijzondere woonlocatie, de architectuur van de bebouwing moet dit ondersteunen. • Sturing op samenhang: Er worden geen kavelpaspoorten uitgegeven, omdat de totale ontwikkeling per erf wordt ontwikkeld. Hierdoor zal er een samenhang gecreëerd worden, waarbij afstemming plaatsvindt tussen architect en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Per erf (m.u.v. grote erven, zie volgende kopje onder kleur- en materiaalgebruik) dient één thema/sfeer gekozen te worden: bijv. traditioneel of modern. KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK • Materialisatie dient per erf op elkaar afgestemd te worden en uit eenzelfde kleurenpallet te worden opgebouwd. • Algemeen beeld: baksteenarchitectuur (uitstraling van baksteen) met moderne elementen, houten accenten en verbijzonderingen; houten schuurvolumes met traditionele en moderne uitstraling (afhankelijk van gekozen identiteit). • Mogelijke kleuren van de baksteen uitstraling zijn rood, roodbruin en geel, als verwijzing naar vroegere ijsselsteen.
Kleurtinten mogen per bouwmassa genuanceerd van elkaar afwijken, binnen hetzelfde kleurenpallet. Dit mogen geen harde afwijkingen zijn. Onder harde afwijkingen worden contrasterende kleurstellingen bedoeld, waaronder het gebruik van wit gestucte gevels. • Bij het moderne erf dient bij keuze van houten gevelbekleding een genuanceerde houtkleur uitgekozen te worden passend: een lichte onverzadigde kleur, bijv. vergrijsd of lichtbruin hout. De kleur dient aan te sluiten bij het overige kleurenspectrum. • De kleur zwart mag worden toegepast bij het gedraaide volume, het uitzonderingsvolume. Dit volume mag zwart gepotdekseld zijn. Het uitzonderingsvolume in zwart dient als verwijzing naar schuren van vroeger van zwart gepotdekselt hout. De detaillering mag op een moderne manier. • Uitgangspunt is het gebruik van pure materialen. Voorbeeld: houten gevelbekleding is gemaakt van echt hout. • Kozijnen: in neutrale kleur, bijv. antraciet. • Dak: gebakken matte pannen; riet als dakmateriaal is mogelijk maar in afstemming met de sfeer van het erf. Bij het uitzonderingsvolume mag de materialisatie van het dakvlak afwijken. Bij het moderne erf mag de materialisatie van het dakvlak afwijken. • Er dient een 3D model per erf te komen, waarin de afstemming van de sfeer afleesbaar is, wetende dat ieder erf in één keer ontwikkeld wordt.
• Bij grote erven mogen twee sferen gecombineerd worden zolang de sferen goed op elkaar afgestemd worden. Een voorbeeld kan zijn erf 5. Erf 5 is een diep erf, opgesplitst in twee kleinere clusteringen van woningen. De voorste clustering kan worden uitgevoerd in rode baksteen uitstraling met zwarte daken; de achterste clustering in gele baksteen uitstraling met zwarte daken óf moderne uitvoering met rode kleurstelling. Zo liggen de sferen bij elkaar, maar zit er toch een verschil in identiteit per clustering. • Op de volgende pagina’s worden de sferen toegelicht.
4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023
Figuur 28: uitgangspunten architectuur erven
• • • •
Indien er bij een schuurwoning gekozen wordt om een dakoverstek te maken, dan dient de vorm van de kopgevels in takt te blijven. Zo blijft het schuurvolume afleesbaar. Dakoverstek kan eventueel als pergola constructie worden ingezet, dan al niet half opengewerkt, mits de daklijn doorloopt. Een Dakkapel is onderdeel van de gekozen architectuurstijl; zie omschrijving bij bouwvolumes. Dakkapellen in grote aantallen verstoren het beeld van de architectuur, deze wordt hierdoor te seriematig en het dakvlak wordt teveel onderbroken. Bij toepassing van dakkapellen is het van belang dat een seriematige uitstraling wordt vermeden.
DETAILLERING • Klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen zijn wenselijk, bijvoorbeeld toepassing van ingebouwde nestkasten. Deze maatregelen dienen mee ontworpen te worden met de architectuur. • Hemelwaterafvoer wordt mee ontworpen en is passend bij de architectuur. HWA ligt zo veel mogelijk uit het zicht.
45
*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.
DETAILLERING PASSEND BIJ TRADITIONELE KARAKTER
ZWART (GEPOTDEKSELD) HOUT BIJ AFWIJKENDE BOUWRICHTING 46
VERHARD ERF MET LOSSE GROENE INRICHTING
DUIDELIJKE SCHEIDING GEVEL EN DAKVLAK
UITGANGSPUNTEN BEBOUWING ARCHITECTUUR & MATERIALISATIE HET TRADITIONELE ERF Dit erf krijgt een uitstraling van een traditioneel erf. Dit houdt in dat het op een traditionele manier gematerialiseerd zal worden, met de uitstraling van baksteen. Denk hierbij aan de uitstraling van een gele of licht rode IJsselstenen met antraciet matte gebakken dakpannen en houten elementen. Hierbinnen mag met enige nuance gevarieerd worden met (opengewerkt) metselverband of kleurtint. Mogelijke kleuren zijn rood, roodbruin en geel, als verwijzing naar vroegere IJsselsteen.
4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023
bebouwing dwarsrichting zwart (gepotdekseld) hout/metselwerk ongeglazuurd antraciet keramiek dak
Het uitzonderingsvolume mag worden uitgevoerd in zwarte gevel en zwart dakvlak en wijkt af van de bouwvolumes die de richting van het erf volgen. Het eventueel gedraaide uitzonderingsvolume in zwart dient als verwijzing naar schuren van vroeger van zwart gepotdekselt hout. Dit volume mag in materialisatie afwijken van steen, bijv. zwart gepotdekselt. De detaillering mag op een moderne manier.
bebouwing langsrichting baksteen uitstraling als rode ijsselsteen ongeglazuurd antraciet keramiek dak
Op het traditionele erf wordt middels materialisatie en vormentaal een duidelijk onderscheid gemaakt tussen gevel en dakvlak. Het dak kan aan de kopgevels en/of langsgevels een stuk uitsteken ten opzichte van het hoofdvolume. Bouwkundige uitzonderingen op het bouwvolume, zoals raampartijen, dakkapellen en dakgoten worden zodanig in materialisatie en afmetingen uitgevoerd dat ze passen bij het traditionele karakter van het erf.
bebouwing dwarsrichting zwart (gepotdekseld) hout/metselwerk ongeglazuurd antraciet keramiek dak
bebouwing langsrichting baksteen uitstraling als gele ijsselsteen ongeglazuurd antraciet keramiek dak
*positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeelding dient als voorbeeld. Uitstraling per erf moet nog bepaald worden.
47
*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.
MODERNE DETAILLERING
ENSEMBLE VAN ARCHITECTUUR MODERN METSELVERBAND
MODERNE DETAILLERING GEVELOPENINGEN 48
GEVEL EN DAK VORMEN ÉÉN GEHEEL
UITGANGSPUNTEN BEBOUWING ARCHITECTUUR & MATERIALISATIE HET MODERNE ERF Het moderne erf is ingericht als een erf met een meer abstracte uitstraling. Met abstract wordt bedoeld dat gevel en dak één geheel vormen of onderscheid met een groen dak, ten opzichte van het traditionele erf waar juist een duidelijk verschil zit tussen dakvlak en gevel. Gevel en dak worden in eenzelfde uitstraling / kleur uitgevoerd, een verholen goot moet wel mogelijk zijn.
4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023
bebouwing beide richtingen rode baksteen uitstraling, modern gemetseld ongeglazuurd keramiek dak
Het moderne erf wordt uitgevoerd in traditionele materialen, maar dan op een moderne manier ingezet. Zo kan er bijvoorbeeld in het metselwerk een verschil in het metselverband gemaakt worden. Ook wijkt het pallet iets af van het tradionele erf. De tonen ten opzichte van het traditionele erf gaan meer richting lichte onverzadigde kleuren, die aansluiten bij het overige kleurenspectrum. De grootte en/of detaillering van de raampartijen en andere architectuurelementen kunnen op een dergelijke manier worden uitgevoerd die past bij het moderne karakter.
bebouwing beide richtingen óf volledig houten uitstraling natuurlijke uitstraling lichtoranje / lichtbruin / vergrijsd hout
Bij het moderne erf dient bij keuze van houten gevelbekleding een licht onverzadigde houtkleur uitgekozen te worden: bijv. vergrijsd of lichtbruin hout. De kleur dient aan te sluiten bij het overige kleurenspectrum. zonnepanelen
De verschillende uitvoeringen (hout en baksteen uitstraling) mogen gecombineerd worden op het erf, onder voorwaarde dat de rode licht onverzadigde kleur samenwerkt met de houten gevelbekleding. De massa’s moeten samen een ensemble vormen.
*positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeelding dient als voorbeeld. Uitstraling per erf moet nog bepaald worden.
49
*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.
bebouwing dwarsrichting uitstraling als zwart gepotdekseld hout ongeglazuurd antraciet keramiek dak
bebouwing dwarsrichting uitstraling als zwart gepotdekseld hout ongeglazuurd antraciet keramiek dak
bebouwing langsrichting baksteen uitstraling als rode ijsselsteen ongeglazuurd antraciet keramiek dak
bebouwing beide richtingen baksteen uitstraling rode steen, modern gemetseld ongeglazuurd keramiek dak
bebouwing langsrichting baksteen uitstraling als gele ijsselsteen ongeglazuurd antraciet keramiek dak bebouwing beide richtingen óf volledig houten uitstraling natuurlijke uitstraling lichtoranje / lichtbruin / vergrijsd hout
zonnepanelen zoveel mogelijk in zelfde kleurtint als dakvlak zonnepanelen zoveel mogelijk in zelfde kleurtint als dakvlak
HET TRADITIONELE ERF - ROOD
HET TRADITIONELE ERF - GEEL
*
50
* opengewerkt metselwerk in tint van gele baksteen.
HET MODERNE ERF
4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023
UITGANGSPUNTEN BEBOUWING BOUWWERKEN pergola constructie
in contrast met hoofdgebouw bouwvolume blijft zichtbaar los van open constructie
aanbouw op kopgevel volg hoofdgebouw
aanbouw dakvlak volgt hoofdgebouw
aanbouw dakvlak helling van 20 graden
BO
UW
STE
NE
PRINCIPE BERGINGEN
<10 m
OU
<7 m
opties achterkant
<10 m
<5,5 m
KE
N
opties massa
10 m
bergingen worden in massa opgenomen - op kopgevels of tussen woningen in.
B
B
20
3 (links in tekst: optie 2)
bergingen (gebundeld per 2 woningen) in tuin, alleen mogelijk (bij oneven aantal mag er één berging los geplaatst worden)
tuin (zie pagina 43)
B
B
1
bergingen worden opgenomen in massa / aangebouwd aan massa. Bij aanbouw wordt leefkwaliteit ter discussie gelegd.
B
opties voorkant
bergingen worden opgenomen in massa alszijnde aanbouw of inbouw tot aan 2 m lijn erf.
10
ER
<5,5 m
B B
B B B B B
Schaal 1:500
B
<20 m
max 3m
2m
max 3m
<10 m
max 3m
B
B
B
WW
<5,5 m
bergingen worden opgenomen in massa alszijnde aanbouw of inbouw - let op grens maximale bouw volgens principes verharding
B B B B B
+/- 10 m
NB
UITZONDERING BEUKBREEDTE KLEINER DAN 5,5M onderzoeken in volgorde 1, 2, 3 - toetsen bij welstand
2m
AAN- EN UITBOUWEN, BIJGEBOUWEN EN OVERKAPPINGEN • Het bestemmingsplan is leidend wat betreft maatvoering. • De richting van het hellingsvlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde is gelijk aan de richting van het hellingsvlak van het hoofdgebouw. • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen alleen aansluitend aan het hoofdgebouw gebouwd worden. De maximale diepte van deze werken komt overeen met de maximale diepte van het terras aan de achterzijde. • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen mee te gaan met de vorm/uitstraling van het hoofdgebouw. • Het dakvlak van een aanbouw heeft een minimale helling van 20 graden. Hierbij is van belang dat de minimale goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen 2,0m is. • Aanvullend hierop mogen open aanbouwen zonder dakvlak (zoals pergola constructies) hiervan afwijken. Een open aanbouw mag alleen in hout worden uitgevoerd. Een gesloten dakvlak mag niet gerealiseerd worden, wel mag dit een tijdelijke zonwering zijn (bijv. een canvas doek gespannen tussen de pergolaconstructie). De minimale hoogte van een open aanbouw is 2,0m. De maximale hoogte is gelijk aan de goothoogte van het hoofdgebouw.
Een open constructie dient in contrast te zijn met het hoofdgebouw, zo blijft het oorspronkelijke bouwvolume zichtbaar. • Een aanbouw aan de kopgevel neemt de maatvoering van het bouwvolume over (nok- en goothoogte). Dichte delen dienen te worden voortgezet in eenzelfde materialisatie als dak- en geveloppervlak, open delen worden uitgevoerd in hout ter verbijzondering. Uiteraard is deze optie alleen mogelijk als daar maat voor is op het kavel. • Mocht de beukmaat van een rijwoning onder de 5,5m liggen dan mag er uitzondering gemaakt worden op eventuele in/aangebouwde bergingen volgens bouwbesluit i.v.m. leefkwaliteit. Als de integratie van bergingen in de bouwmassa voldoende is onderzocht en niet mogelijk blijkt te zijn (beoordeeld door Commissie Ruimtelijke Kwaliteit), zijn er twee varianten. • Optie 1: de bergingen worden gebundeld en als één schuurvolume geplaatst op het erf. • Optie 2: de bergingen per woning als los volume in de tuinen, mits deze tuinen niet langs een zichtas lopen. Bij het uitzonderingsvolume is bovenstaand niet van toepassing. • Uitstraling: • Optie 1: gebundelde bergingen dienen een schildkap te hebben; • Optie 2: bergingen in tuin dienen uitgevoerd te worden met een schildkap of lessenaarsdak. • Materialisatie dient afgestemd te worden op de architectuur van het erf, beoordeeld door Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
• Uitzondering voor het plaatsen van een bergingsblok geldt bij de rug-aan-rug woningen. De bergingen worden gebundeld als bergingsblok en de locatie mag afwijken van de hierboven aangedragen opties. Dit blok moet mee ontworpen worden in de inrichting van het erf en wordt als uitzondering los op het erf geplaatst.
B B B
B B
2 (links in tekst: optie 1)
bergingen gebundeld als één schuurvolume elders op erf
51
*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.
ENSEMBLE VAN ARCHITECTUUR MET KLEINE VARIATIES
HOOFDRICHTING BOUWVOLUMES 52
AUTOLUW BINNENGEBIED
TRADITIONELE ERFINRICHTING
UITGANGSPUNTEN BEBOUWING DUURZAAMHEID AMBITIES - CONVENANT KLIMAATADAPTIEF BOUWEN AANHOUDEN -
NIET ZO
4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023
TECHNIEK INTEGREREN IN ARCHITECTUUR
ENERGIE & TECHNIEK • PV panelen aaneengesloten verdelen over het dakvlak • PV-panelen vallen zo min mogelijk op • Benodigde energie is niet leidend voor het aantal zonnepanelen. Aantal zonnepanelen dient mee ontworpen te worden met architectuur • 1 richting van de zonnepanelen • Panelen in 1 vlak, geen onderbreking door ramen • Waar nodig wordt buitenunits van warmtepomp en/of airconditioning meegenomen in de architectuur • De buitenunit mag vanaf de openbare ruimte niet rechtstreeks zichtbaar zijn • Indien de buitenunit wel zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, dan dient de buitenunit ten minste voorzien te worden van een behuizing, die aansluit bij de stijl van de woning. Bijvoorbeeld door in kleur afstemming te zoeken van het toegepaste gevelmateriaal, een schijnconstructie toe te passen (zoals een valse gevel) of het inpandig opnemen van de buitenunit • Een eventuele technische ruimte wordt architectonisch opgenomen in het totaal ontwerp van de woning • Per erf wordt waar nodig (elektrische) deelmobiliteit gerealiseerd. SOCIALE DUURZAAMHEID • Doorstroom van huishouden (levensfases) mogelijk op en tussen de erven. Faciliteren van gemakkelijke aanpasbaarheid woningen. • Collectieve buitenruimte met gedeelde faciliteiten voor sociale cohesie van het erf, bijv. bbq, schuur met gereedschap, picknicktafels, moestuin.
KLIMAAT & NATUURINCLUSIVITEIT • Water passerend en open verharding of een combinatie t.p.v. parkeren. • Veel groenvoorziening (incl. fruitbomen) voor biodiversiteit en waterhuishouding. • Integratie van de drie V’s voor al aanwezige en toekomstige natuur en biodiversiteit: vluchtplekken, voedsel en voortplanting. • Nestgelegenheid voor vogels, vleermuizen, insecten & vlinders • Voor de erven is het van belang om te zorgen voor plekken met voldoende voedsel, nesten (voortplanting) en schuilmogelijkheden (veilige beschutting tegen predatie). Dit kan door beplanting met voldoende bessen en vruchten, met hagen en struiken, en nestgelegenheid in en aan de woningen. • De woningen vormen geen belemmering voor het flexibele waterpeil door zorgvuldig onderbouwde aanleghoogte. • De ambitie is om zoveel mogelijk in CLT (cross laminated timber), HSB (houtskeletbouw) of andere CO2 neutrale bouwmethoden te bouwen. • Een ecoloog voert soortenonderzoek uit. De doelsoorten die hieruit komen bepalen de inrichting van verschillende soorten plekken en de keuze van de beplanting.
WATER PASSEREND EN OPEN VERHARDING of een combinatie
STRUIKEN VOOR VOGELS groenblijvend & met vruchten
MUUR MET NESTGELEGENHEID insecten
MOESTUINEN
NESTKASTEN oost: huismus, zwaluw west: vleermuizen, vlinders zuid: vleermuizen, insecten
FRUITBOMEN
WATER
53
Bijlage 2
Activiteitenplan, ABO-Milieuconsult, 4 oktober 2023
Bestemmingsplan ‘Zuidpolder fase 2’ Regels Vaststelling
Activiteitenplan Zuidpolder te Barendrecht fase 2
Toelichting aanvraag ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming
Opdrachtgever
:
GKB Realisatie bv t.a.v. de heer D. Baron Middelweg 1 2992 SP Barendrecht
Vestiging
:
ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn tel. +31 (0)172 449827
Projectnummer
:
ANL23-7843
Datum rapportage
:
4 oktober 2023
Auteur:
De heer R. Sluijs (Ecoloog)
Projectadviseur:
De heer D.D.C.A. Bijl
Handtekening:
Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager
Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.
Inhoud 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................3 1.2 Relevante verbodsbepalingen en soort voor ontheffingsaanvraag ..........................................3 1.3 Alternatieven afweging .............................................................................................................4
2
PROJECTBESCHRIJVING ..............................................................................................................5 2.1 Plangebied ................................................................................................................................5 2.2 Omschrijving activiteiten en werkzaamheden ..........................................................................6 2.3 Planning en uitvoering werkzaamheden ..................................................................................7 2.4 Wettelijke belangen ..................................................................................................................7
3
ECOLOGISCHE ONDERZOEKEN ................................................................................................ 10 3.1 Uitgevoerde ecologische onderzoeken ................................................................................. 10 3.2 Aanwezigheid beschermde soorten ....................................................................................... 11 3.3 Functies van het plangebied voor de soorten .......................................................................... 13 3.4 Kritische perioden voor de soorten .......................................................................................... 14
4
MAATREGELEN ............................................................................................................................ 15 4.1 Mitigerende maatregelen ....................................................................................................... 15 4.2 Algemeen geldende mitigerende maatregelen ........................................................................ 15 4.3 Specifieke mitigerende maatregelen voorafgaand aan de activiteit ........................................ 16 4.4 Mitigerende maatregelen tijdens de uitvoering van de activiteit .............................................. 17 4.5 Compenserende maatregelen na uitvoering van de activiteit ................................................. 17 4.6 Zorgplicht ................................................................................................................................. 19 4.7 Ecologische begeleiding en zorgvuldig handelen ................................................................. 20
5. ONDERBOUWING STAAT VAN INSTANDHOUDING ..................................................................... 21 5.1 Landelijke staat van instandhouding ....................................................................................... 21 5.2 Regionale staat van instandhouding ....................................................................................... 22 GEBRUIKTE LITERATUUR EN WEBSITES, BIJLAGEN ..................................................................... 23
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 2 van 25
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van de GKB Realisatie bv wordt in de Zuidpolder fase 2 van het natuur- en recreatiegebied uitgevoerd. De Zuidpolder ligt aan de oostkant van de A29 tussen de Kilweg en de Achterzeedijk. Er worden o.a. watergangen en vijvers gegraven. Deze worden middels duikers met elkaar in verbinding gesteld. Voor recreatieve doeleinden worden er wandelpaden aangelegd. Als één van de laatste werkzaamheden wordt het geheel aangeplant. De initiatiefnemer heeft het voornemen de bebouwing (zie afbeelding 2), zijnde agrarische bebouwing in de zin van kassen en enkele schuren, te slopen en woningen voor privé, zorg en maatschappelijk te realiseren. Het plangebied bestaat nu uit agrarische percelen die lopen van de woningen aan de Achterzeedijk tot de Groote Duiker. Het gehele gebied behoort tot het plan Zuidpolder. Het plangebied wordt nog gebruikt voor teelt van tarwe en verschillende soorten groenten. Groenten en fruit worden nog geteeld in de kassen die o.a. worden gesloopt. Met de herontwikkeling kan een deel van de woningbehoefte binnen de gemeente worden opgelost. Door de ontwikkeling naar woningen te maken wordt ook een bijdrage geleverd aan de doorstroming op de woningmarkt in Barendrecht. De ontwikkelingen zijn eveneens onderdeel een natuur- en recreatiezone. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een ecologische quickscan en een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd.
Uit het nader onderzoek is gebleken dat in het plangebied meerdere groeiplaatsen van kleine wolfsmelk aanwezig zijn. Tevens is in een van de sloten in het plangebied de aanwezigheid van Platte schijfhoren vastgesteld. Deze watergang zal worden gedempt. De watergang, waarin de Platte schijfhoren is vastgesteld, vormt leefgebied van de beschermde soort. Onder water is voldoende vegetatie aanwezig waardoor de sloot kan dienen als voortplantingsgebied. De watergang staat in verbinding met omringende sloten. Hiermee vormt het onderdeel van een watersysteem dat in het geheel leefgebied vormt voor de slak. 1.2
Relevante verbodsbepalingen en soort voor ontheffingsaanvraag
Door de geplande werkzaamheden, te weten de herinrichting van de gronden, gaan de aanwezige groeiplaatsen van kleine wolfsmelk verloren. Dit betreft een overtreding van de verbodsbepaling zoals opgenomen in artikel 3.10, eerste lid onder c, van de Wnb. Voor deze overtreding wordt een ontheffing van de Wnb aangevraagd. De ontheffing voor kleine wolfsmelk wordt aangevraagd ‘In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. Secondair voor de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daar op volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied en in het kader van het algemeen belang. In onderstaande tekst wordt het belang en de nut en noodzaak van dit project verder toegelicht. De platte schijfhoren is opgenomen in de Habitatrichtlijn. De watergang, dat leefgebied vormt van de Platte schijfhoren, wordt gedempt. Hiermee wordt art. 3.5.4 van de Wet natuurbescherming overtreden: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Voorafgaand aan het dempen van een deel van de watergangen worden individuen van de Platte schijfhoren verplaatst naar andere delen van het leefgebied (buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden).
Ondanks zorgvuldig handelen is het onvermijdelijk dat bij de uitvoering van deze werkzaamheden individuen van de Platte schijfhoren gedood worden en eieren worden vernield. Hierbij worden de verbodsbepalingen zoals genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wnb overtreden. De ontheffing voor Platte schijfhoren wordt aangevraagd in het kader van de volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 3 van 25
1.3
Alternatieven afweging
1.3.1 Andere bevredigende oplossingen in de tijd Voor beide beschermde soorten is het gekozen moment van de uitvoering (najaar – winter), de meest gunstige periode. Ten aanzien van de Platte schijfhoren zou de verplaatsing van plantenmateriaal met slakken: -
later in het jaar leiden tot meer potentiële slachtoffers, omdat dan een aanzienlijk deel van de dieren alweer richting bodem gaat, voor winterrust. Dit zou effectieve mitigatie om zo min mogelijk dieren te doden onmogelijk maken; eerder in het jaar dichter op de reproductieperiode komen te zitten, waarbij geldt dat jonge exemplaren in de regel kwetsbaarder zijn dan dieren van (sub)adulte leeftijd.
Derhalve wordt geconcludeerd dat september-oktober, met nog voldoende watervegetatie aanwezig, bij uitstek de periode voor verplaatsing is. Ten aanzien van de Kleine wolfsmelk is gekozen voor een periode na de zaadzetting. De zaden van de huidige planten worden opgevangen en na afronding van de werkzaamheden op geschikte plekken uitgezaaid. De huidige groeiplaats verdwijnt op het moment dat de zaden al gewonnen zijn en de planten op natuurlijke wijze afsterven. Werken op andere momenten in het jaar zal tot gevolg hebben dat de aanwezige planten niet tot bloei of zaadzetting komen. Hierdoor kan het voortbestaan van de lokale populatie met lokaal zaaigoed niet uitgevoerd worden. 1.3.2 Andere bevredigende oplossingen in de ruimte Voor zowel de Platte schijfhoren als Kleine wolfsmelk geldt dat niets doen geen optie is. De reguliere landbouw zorgt voor uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen naar de watergang waar de Platte schijfhoren leeft. Dit zal op de lange termijn leiden tot het verdwijnen van de soort die slecht bestand is tegen dergelijke invloeden (Boesveld et al. 2011). De intensieve wijze waarop de agrarische percelen worden gebruikt geven Kleine wolfsmelk geen kansen om zich te ontwikkelen. De zaden zijn waarschijnlijk wel in de grond aanwezig, maar krijgen binnen de reguliere akkerbouw geen mogelijkheid om zich te ontwikkelen.
Het feit dat het plangebied een jaar lang niet bewerkt is, heeft er toe geleid dat de planten zich konden ontwikkelen. Als de recreatieve verbinding niet wordt aangelegd dan zullen de agrarische percelen weer op reguliere wijze worden bebouwd. Dit betekent dat de kansen voor de Kleine wolfsmelk weer verdwijnen. Dankzij de aanleg van de recreatieve verbinding wordt permanent leefgebied gerealiseerd met een aangepast beheer. 1.3.3 Andere bevredigende oplossingen m.b.t. de werkwijze Bij de werkzaamheden worden mitigerende maatregelen genomen om het negatieve effect op beide beschermde soorten tot een minimum te beperken. Er wordt zorgvuldig gehandeld ten aanzien van aanwezige individuen.
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 4 van 25
2
Projectbeschrijving
2.1
Plangebied
Ten zuiden van de bebouwde kom van Barendrecht ligt de Zuidpolder. De agrarische polder wordt de komende jaren omgevormd tot een natuur- en recreatiegebied. Het voornemen is om op zes kavels woningbouw (woningen/zorg/maatschappelijk) te realiseren. De overige gronden worden natuur en recreatie. In het plangebied worden mogelijk enkele sloten gedempt / vergraven. Tevens worden nieuwe watergangen gegraven.
Afbeelding 1: Plangebied (belicht). Zes kavels zijn bestemd voor bebouwing. De overige gronden zijn bestemd voor natuur en recreatie.
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 5 van 25
2.2
Omschrijving activiteiten en werkzaamheden
Om het plangebied geschikt te maken voor woningbouw, recreatie en natuur worden enkele kassen en schuren gesloopt (afbeelding 2). Verder wordt akkerland vergraven en omgeploegd ten behoeve van natuur, recreatie en watergangen (zie ook afbeelding 1). Nabij de vindplaatsen van kleine wolfsmelk, wordt natuur ingericht voor kleine wolfsmelk (afbeelding 9). Enkele watergangen zullen worden gedempt, andere worden vergraven en nieuwe watergangen worden gegraven.
Afbeelding 2: De kassen en schuren met rood kruis op bovenstaande afbeelding worden gesloopt.
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 6 van 25
2.3
Planning en uitvoering werkzaamheden
De werkzaamheden vangen aan in het derde kwartaal 2024 en duren tot eind vierde kwartaal 2025. Voorwaarde voor de aanvang van de werkzaamheden is dat de ontheffing van de Wnb is verleend. Indien gestart wordt binnen het broedseizoen van vogels, dat loopt van half maart tot half juli en voor watervogels tot half augustus, moet voorafgaand aan de start van de werkzaamheden het plangebied door een deskundig ecoloog worden gecontroleerd op eventuele aanwezige broedvogels. 2.4
Wettelijke belangen
De aanleg van Zuidpolder fase 2 vormt een reden van groot openbaar belang. De natuur- en recreatieverbinding vormt een essentieel onderdeel voor het functioneren van het natuur- en recreatiegebied. Het natuur- en recreatiegebied Zuidpolder vormt een belangrijk gebied om invulling te geven aan de behoefte van de bewoners uit Barendrecht, Rhoon en Rotterdam-Zuid. In de Omgevingsvisie van de Provincie Zuid-Holland (2020) is de Zuidpolder vastgesteld als ‘Groene Buffer’ en aangewezen voor ‘Grootschalige natuur en recreatieve ontwikkelingen’. De Zuidpolder valt in de Beschermingscategorie 2. Dit zijn gebieden met een speciale kwaliteit. De Provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden, omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. Ze leveren een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de Provincie Zuid-Holland. Over de functie als Groene Buffer vermeldt de Omgevingsvisie het volgende: ‘Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leef kwaliteit van het stedelijk gebied. De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare ‘tegenhanger’ van de stedelijke dynamiek en verdichting.
Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden.’ Fase 2 vormt binnen de Zuidpolder een essentiële verbinding tussen het oostelijke en westelijke deel om de functie als Groene Buffer goed invulling te kunnen geven. Op gemeentelijk niveau is deze visie vastgelegd in de ‘inrichtingsvisie Regiopark Midden IJsselmonde‐Zuidpolder Barendrecht’ en is later overgenomen in de ‘Structuurvisie Barendrecht’ (2012). De inrichtingsvisie is door middel van een herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' juridisch‐planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan 'Zuidpolder'. Diverse gronden met een agrarische bestemming zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de natuurbestemming. Voor enkele gronden werd een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een gefaseerde inrichting mogelijk te maken en enige mate van flexibiliteit in te bouwen bij het zoeken naar nieuwe gebruiksmogelijkheden voor (voormalige) agrarische bebouwing. Het uitgangspunt van natuurontwikkeling voor het gehele plangebied is op dit moment niet langer haalbaar. Op enkele percelen komt woningbouw. Dit heeft slechts een gering effect op het totale gebied Zuidpolder. Het grootste deel blijft bestaan uit natuur en recreatie.
Te meer omdat de woningbouw grotendeels plaatsvindt op de aanwezige en te slopen glastuinbouw. Een natuurzone ten zuiden van de Kilweg blijft de verbinding vormen tussen het oostelijke en het westelijke deel van de natuurontwikkeling. Daarnaast zorgt het bestaande fietspad voor een goede noord‐zuid verbinding tussen het westelijke deel van Barendrecht en het natuur- en recreatiegebied aan de Oude Maas ten zuiden van de Achterzeedijk.
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 7 van 25
De Structuurvisie (2012) geeft op hoofdlijnen richting aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en vormt een afwegingskader voor nieuwe initiatieven. De uitwerking van het in de Structuurvisie beschreven beleid vindt plaats in gebiedsvisies, bestemmingsplannen, beleidsnota’s en projecten. De belangrijkste keuze uit deze Structuurvisie is het benutten van bestaand stedelijk gebied voor nieuwe woningbouwfuncties en het toekennen van een groen en recreatief perspectief voor het buitengebied. De bijzondere functie van Barendrecht als groen en recreatief uitloopgebied van de regio wordt versterkt door investeringen in de natuur- en recreatieve functie van het “Zuidpark” (Zuidpolder en Zuidrand, samen als onderdeel van Deltapoort) en het Zuidelijk Randpark. Hier is duidelijk sprake van een (onderscheidende) regionale kwaliteit. De Structuurvisie zet in op herinrichting van de Zuidpolder, Polder Ziedewij en Koedoodzone om zo een gevarieerd aanbod aan extensieve recreatie en natuur te kunnen bieden. Zo ontstaat een aaneengesloten groengebied van Rhoon naar Ridderkerk/Hendrik-IdoAmbacht. Om de aanleg van fase 2 van de Zuidpolder mogelijk te maken is het bestemmingsplan aangepast. Ter plaatse van het plangebied vigeert bestemmingsplan 'Zuidpolder', welke is vastgesteld op 15 februari 2010.
Het plangebied bestaat uit verschillende percelen die zijn voorzien van de bestemming 'Natuur' en ‘Agrarisch’. Daarnaast is de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie' opgenomen.
Afbeelding 3: Bestemmingsplan Zuidpolder (vastgesteld 2010-02-15). Plangebied is rood omlijnd. Lichtgroen = agrarisch. Dondergroen = natuur. Zie 3a voor aangepast bestemmingsplan uit 2018.
Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 8 van 25
Afbeelding 3a: Bestemmingsplan Zuidpolder 2.1 (vastgesteld 2018-07-03). De percelen natuur uit 2010 zijn tot bestemming lichtgroen = agrarisch verworden.
De verbindingszone, die versterkt gaat worden, is noodzakelijk voor een goed functioneren van het natuur- en recreatiegebied. In de huidige situatie kunnen wandelaars, fietsers en andere recreanten alleen gebruikmaken van de parallelweg langs de Kilweg. Hier rijdt ook bestemmingsverkeer, zoals agrarische voertuigen. Dit kan tot gevaarlijke verkeerssituaties leiden, omdat de verschillende gebruikers elk met hun eigen snelheid op de weg voortbewegen. Bovendien biedt de huidige inrichting geen verbinding over het water. Eén van de doelstellingen van de Zuidpolder is om het mogelijk te maken per kano naar het Zuiderpark in Rotterdam te varen. Een groot deel van deze Blauwe Verbinding is al gerealiseerd (Gemeente Rotterdam 2022). De waterverbinding in het plangebied vormt één van de laatste onderdelen om de kanoroute compleet te maken. Door het vervallen van de agrarische functie in het plangebied is het vrijwel zeker dat kleine wolfsmelk op den duur verdwijnt vanwege de teloorgang van zijn natuurlijke habitat. Daarom wordt de ontheffing voor kleine wolfsmelk aangevraagd in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats.
Secondair voor de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daar op volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied en in het kader van het algemeen belang. Klimaatbuffer (algemeen belang) Het gebied bevat veel mogelijkheden om tijdelijk water op te vangen. Het vormt een soort waterreservoir voor zijn omgeving. In natte tijden wordt het water opgevangen en gebufferd. Het verzilten van rivierwater in tijden dat de waterafvoer minder is vormt een probleem. Het peil kan 20 cm worden verhoogd zodat in droge tijden IJsselmonde niet afhankelijk is van de Oude Maas. En de voedselrijkdom van het rivier water zou een algenbloei kunnen veroorzaken daarom wordt relatief schoon water uit het Waaltje ingelaten. De Kleine Duiker (vroeger ook deels de Kromme Duiker genoemd) voert het water door het gebied. De historische watergang is flink verbreed om een natte zones te creëren. Via een pomp kan het zuidelijke deel van de polder van water worden voorzien, uit eindelijk vloeit het water weer in de Kleine Duiker. Als het water onder de 3e Barendrechtseweg door stroomt heet het water op eens de Groote Duiker. In dit deel van de polder zijn nog niet alle benodigde gronden verworven. Er zijn procedures in gang gezet om de aangrenzende gebieden te verwerven. Nu al is een groot gebied gerealiseerd.
Het zal nog enige tijd duren voor het totale project is afgerond. Zuidpolder fase 2 draagt bij aan de afronding van dit project. Hiermee is het groot openbaar belang gediend. Activiteitenplan, Zuidpolder te Barendrecht fase 2, ANL23-7843
Pagina 9 van 25