CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

BD Zuidpolder Fase 2 Regels

gemeenteraad 1 oktober 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Zuidpolder fase 223.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de dijkwoningen en dijkboerderijen, deze zijn langs op de dijk gepositioneerd en hebben vaak ook een veel kleinere

Uitgangspunten erfopzet

meer bedrijfsmatige ‘versteende’ achterzijde. De randen

kavel ter beschikking.

Hoofdvorm

Voor de bebouwing van de erven zijn een aantal uitgangspunten van toepassing. Voor de verkaveling van de erven zijn de volgende punten van toepassing:

zijn vaak aan de zijkanten voorzien van een forse dichte

Landelijke bebouwing heeft een eenvoudige en heldere hoofdvorm van één bouwlaag met een ruim

beplanting die zorgt voor een karakteristiek contrast met

bemeten kap. Traditioneel hebben huizen op IJsselmonde Zo is het goed! Voorbeeld voor landelijke gebouwen die met aandacht voor streekeigen karakteristieken zijn geplaatst.

Figuur 23: Bestaande bebouwing in Zuidpolder

staat met de schuren op het achtererf. Net als bij het

is gepositioneerd, op ruime afstand van watergangen, slo-

een zadeldak (eventueel met wolfseind) met een steile

• • • •

op en weidse agrarische productielandschap.

dakhelling van meer dan 45 graden. Door deze grote kap valt de bebouwing minder op en trekt zich terug in zijn de omgeving. De daken van de schuren hebben geen onderbrekingen.

90 Barendrechts Buitenboek

De goothoogte van het woongebouw en de schuren is

Architectuur van de bebouwing

maximaal 4 meter.

Het woonhuis bestaat vaak uit twee bouwlagen en

De gevelindeling van het woongebouw is eenvoudig en

flauwe kap en heeft daardoor meer het karakter van een

bestaat uit grote ramen (luiken ontbreken). Het ontbreken van detailleringen in kleur en metselwerk is kenmerkend voor de bebouwing op het moderne boerenerf. De schuren verschillen in materiaalgebruik en detaillering; deze is eenvoudiger dan die van het woon-

rijtjeshuis dan dat van een boerenwoning. Later zijn er ook (grotere) woonhuizen gebouwd van één bouwlaag

gebouw.

met een steile kap die daarmee beter aansluiten bij het

De laatste jaren vindt er door de behoefte aan grotere

agrarische karakter van het boerenerf. Bij de ontwikkeling

bedrijfsruimten op veel moderne boerenerven een flinke schaalvergroting plaats. De oudere houten schuren worden vervangen door grote loodsen die slecht passen bij het landelijke agrarische karakter van het moderne boerenerf.

29

daarom de voorkeur.

Erfbeplanting

soms baksteen voor de wanden en kunststof voor de daken. De dakhelling van deze schuren is meestal beperkt en niet meer 20° tot 25°. Het kleurgebruik varieert van geel, groen, bruin en zwart voor de damwandprofielen

Een mooi ingepaste traditionele schuur

74 Barendrechts Buitenboek

tot rood, oranje, groen en zwart voor de daken. Door de Een lage goothoogte zodat er een dak-gevelverhouding van 2:1 ontstaat heeft daarom de voorkeur. Door deze lage dakgoot krijgen de schuren ook “geaardheid” en horen meer bij het veld. Verder gaat het om robuuste, niets verhullende architectuur met een eenvoudig vorm. Een schuur kent geen dakkapellen, balkons of erkers, de abstracte pure vorm spreekt voor zich. In het streven naar eenvoud is het van belang architectuur te maken waarin de achterliggende gedachte, het concept van de gebiedseigen boerenschuur, zichtbaar is. Deze werkwijze

De schuren hebben vaak een groter volume dan de woning en bestaan uit een bouwlaag met één kap. Op elk modern boerenerf bevindt zich tenminste één schuur die De bouwmassa’s van het woongebouw en de schuren bestaan uit één bouwlaag en een kap. De bebouwing heeft een zadeldak met een (bij voorkeur) steile dakhelling van circa 45° die aansluit bij de karakteristieken van

Traditionele boerderijen Barendrechts Buitenboek 73

historiserend te zijn. Bewezen kwaliteiten en oplossingen uit het verleden kunnen worden ingezet in nieuwe ontwerpen die

Uitgangspunten bij erfbeplanting zijn: • De erven krijgen een groen en natuurlijk karakter (erfbeplanting met hagen, struiken en fruitbomen). Ze worden ingepast met veel groen op het erf en water waardoor ze minder aanwezig zijn in het open landschap. • Beplanting wordt op het te ontwikkelen erf zelf geplant. De uitzondering hierop is als de erfontsluiting niet over het bestaande erf loopt en er geen doorzichten worden doorkruist. • Tussen de erfgrens en nieuwe gebouwen zit minimaal 4 meter ten behoeve van erfbeplanting • Gebruik inheemse soorten • Zorg voor afwisseling in soorten of cultivars • Kies voor toekomstgerichte en duurzame soortenkeuze

Figuur 23: schematische weergave uitgangspunten erfopzet

groter is dan het woongebouw.

leidt tot architectuur die verwijst naar de context zonder

Compositie van de erven

klaar zijn voor de toekomst. Het ontwerp kan op een moderne manier “spelen” met historische karakteristieken

Het meest voorkomende boerderijtype op IJsselmonde

van boerenschuren door deze abstracter te maken, bijvoorbeeld door ze op een nieuwe manier toe te passen of uit te vergroten.

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

van nieuwe woongebouwen heeft deze laatste variant

Het materiaalgebruik bestaat uit damwandprofielen en

Goed ingepaste nieuwe eigentijdse schuren bij bestaande bebouwing

Het erf volgt de richting van het landschap Gebouwen staan aan het erf Woningen aan de Achterzeedijk verbijzonderen door gebiedseigen stijl of kaprichting Geen voortuinen en stoepen

Basisprincipes/Bebouwing/Polder

is het Vlaamse schuurtype. Deze zijn karakteristiek voor de uitstraling van de dijklinten en het silhouet van het

waardoor deze zich kan invoegen in een landschappelijke

52 Barendrechtsstructuur. BuitenboekBouwen in een uitgekleed open landschap leidt tot verrommeling, bebouwing opgenomen in een

landschap. De boerderijen van het Vlaamse schuurtype

Bebouwing in de open polder (hier zelfs op een voetstuk geplaatst) is heel aanwezig.

kunnen op twee verschillende manieren in het landschap

bosrand kan zelfs wat toevoegen aan de ruimtelijke

worden geplaatst; op een boerenerf aan de dijk of op

kwaliteit. En als de bebouwing in de lengterichting van de bosrand ligt dan kan het dak de bosrand nog eens extra

een boerenerf achter de dijk. Beide boerenerven hebben

benadrukken.

elk een eigen opzet en compositie die karakteristiek zijn

Wat af en toe wel in de polder voorkomt zijn boerenschuren. Soms lagen de boerderijen te ver van de

voor IJsselmonde. Naast verschillen tussen beiden zijn er

velden zodat het handig kon zijn om landbouwwerktuigen dichterbij te kunnen opbergen. Deze schuurtjes hebben

ook overeenkomsten. Kenmerkend bij beide erven is het

een bescheiden en eenvoudig uiterlijk dat zich subtiel invoegt in de landschappelijke context. In principe dus liever geen bebouwing in de polder maar als het

onderscheid tussen het ‘voor’ en ‘achter’. ‘Voor’ is de zijde

Beplanting heeft een camouflerende effect

recreatieve gebruik het toevoegen van bebouwing

waar zich de woning bevindt en was netjes en geordend.

noodzakelijk maakt, dan willen wij teruggrijpen op de streekeigen typologie van de boerenschuur.

Hier bevonden zich de bleek, de waterput en de siertuin.

Maar wat maakt een boerenschuur tot een

‘Achter’ is de zijde waar zich de schuur bevindt en was

boerenschuur? Schuren hebben een informeel karakter,

Basisprincipe en een typologie die zich leent voor meerdere functies.

grootschaliger. De maat der dingen werd hier bepaald

Neem bebouwing op in de bosrand

Dat is altijd zo geweest: wonen, werken, stallen

enzovoorts — alles onder één kap. Het beeld van een

door het boerenbedrijf (o.a. het vee en de wagens). De

boerenschuur wordt dus ook bepaald door het dak.

Bebouwing in de polder

siertuin had meestal een eenvoudige opzet en bevond

In een open polderlandschap gebouwen 51 van Barendrechtszijn Buitenboek verre zichtbaar. Bebouwing wordt daarom in een open

zich altijd voor de voorgevel van de woning. De moestuin

landschap ook vaak als storend element ervaren. Maar de soms schreeuwende zichtbaarheid van bebouwing is niet

en een kleine boomgaard lagen, afhankelijk van de situ-

de enige reden waarom er liever niet in het open veld zou moeten worden gebouwd. De natte polderbodem

atie, meestal voor, opzij of achter de boerderij.

is geen geschikte plek om te bouwen. Traditioneel zoekt men voor bebouwing juist de droge plekken langs de

Boerenerven achter de dijk

dijken op. Bouwen in het open veld ligt dus niet in de logica van het polderlandschap zelf.

Deze boerenerven hebben een ruime entree die in

Maar de karakteristieke openheid van het poldergebied in Barendrecht verandert met de aanleg van het natuur-

verbinding staat met de inrijdeuren van de boerenschuur.

en recreatiegebied Zuidpolder in een landschap waarin de langgerekte polderkavels deels worden ingevuld

Moderne eigentijdse variant van het Vlaamse Schuurtype

met opgaande beplanting zoals bomen. In het Zuidelijk Randpark is deze ontwikkeling al gebeurd: het landschap is niet langer meer in een keer te overzien, elkaar afwisselende open en gesloten velden laten verrassende ruimtelijke momenten ontstaan. In een landschap waar bossen aanwezig zijn is bebouwing beter in te passen, omdat de bomen zelf al een opgaande ruimtelijke structuur vormen. Het bos vormt een driedimensionaal kader voor de bebouwing

50 Barendrechts Buitenboek

6

68 Barendrechts Buitenboek

Vaak wordt het erf aan meerdere zijden omringd door

Figuur 29: Uitgangspunten erfbeplanting en referenties

VOORAFGAAND

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

Dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld om richting te geven aan de kwaliteit van architectuur, openbaar toegankelijke ruimte en natuur in de Zuidpolder van Barendrecht. Het document dient ter inspiratie en geeft uitgangspunten aan ontwerpers. Daarnaast vormt het beeldkwaliteitsplan een toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de toets op dit beeldkwaliteitsplan is de tekst leidend en het beeld aanvullend. Voor de ontwikkeling van de Zuidpolder fase 2 wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan vormt een juridisch bindend kader voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Dit beeldkwaliteitsplan omvat zowel fase 2 als fase 2.1. Zuidpolder fase 2 is een participatieve gebiedsontwikkeling in de gemeente Barendrecht die in de afgelopen jaren in samenwerking met een aantal grondeigenaren tot stand is gekomen door GKB. Aanleiding daarvoor vormde een door de gemeente georganiseerde dialoogtafel in mei 2018 over de afronding van de totale Zuidpolder (182 ha). De gebiedsvisie voor fase 2 is op 21 september 2021 unaniem vastgesteld door de gemeenteraad. Recreatie, water en natuur vormen daarbij de belangrijkste bestanddelen. Om het geheel te kunnen bekostigen is gedacht aan maatschappelijke functies, zoals zorg en wonen.

De gebiedsvisie omvat de beleidskaders uit Barendrechtse Buitenboek, de structuurvisie Barendrecht (2012) en het Landschapspark Eiland IJsselmonde en sluit aan op de provinciale Omgevingsvisie 2020 en het convenant Klimaatadaptief Bouwen. Leeswijzer Het beeldkwaliteitsplan geeft eerst een inleiding op het gehele plangebied, de historie en de huidige situatie. Vervolgens worden de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristieken en plannen benoemd. In het beeldkwaliteitsplan wordt de landschappelijke en architectonische kwaliteit uitgewerkt aan de hand van principedoorsneden, uitgangspunten en referentiebeelden. Om de kwaliteit te waarborgen van de overgangen tussen deze deelgebieden met eigen karakteristieken zijn verschillende principedoorsneden uitgewerkt. Achtereenvolgend worden de uitgangspunten voor het landschap rondom de erven, de inrichting van de erven en de bebouwing geformuleerd. De architectonische en landschappelijke uitgangspunten worden uiteengezet in woord en beeld.

7

N��������� IJ���������

Legenda Buitendijkse natuur Natura 2000 Getijdenatuur maken Binnenwateren Biodiversiteit versterken Primaire kering Overige dijken Uitzichtpunten Belangrijke waterverbindingen Verbindingen over water

8

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

INLEIDING Zuidpolder fase 2 is het laatste gedeelte van het project Zuidpolder. In de afgelopen 20 jaar is de Zuidpolder heringericht. Er heeft een omvorming plaats gevonden van land- en tuinbouw naar natuur en recreatie. Voor het laatste gedeelte, Zuidpolder fase 2, is echter geen budget meer beschikbaar voor herinrichting. De laatste agrarische bedrijven zijn in afwachting van mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Zij hebben last van wildvraat en zijn beperkt in hun bedrijfsvoering vanwege afnemende perceelgroottes door gedwongen verkoop aan gemeente van perceelkoppen. GKB en JP Projectontwikkeling heeft een schets voor de Zuidpolder voorgelegd aan de huidige particuliere eigenaren. Er is draagvlak voor het verwerven van de resterende gronden. Alle eigenaren hebben te kennen gegeven dat zij positief staan tegenover het ontwerp en mogelijke verkoop/deelname. Zij hebben aangegeven dat zij hun bedrijfsvoering in het gebied (op termijn) willen beëindigen. Het project is zo een initiatief vanuit de samenleving geworden. Het beleidskader vanuit de provincie Zuid-Holland is verwoord in de Omgevingsvisie en de provinciale verordening. In deze visie is het gebied aangewezen als Groene buffer en Grootschalige recreatieve ontwikkelingen. De herinrichting van fase 2 en 2.1 wordt integraal opgepakt.

Figuur 4: Eigendomssituatie per 11 maart 2021 (geanonimiseerd)

1.3. Bestaand beleidskader Provincie Zuid-Holland Het beleidskader vanuit de provincie Zuid-Holland is verwoordt in de Omgevingsvisie van de provincie. Deze is in werking getreden op 1 augustus 2020. In deze visie is het gebied aangewezen 1 als Groene buffer en Grootschalige recreatieve ontwikkelingen (zie onderstaand figuur 5).

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

het kader van het Droomfondsproject Haringvliet. Eén van de daar bestaande plannen bevat een gebiedsontwikkeling met beperkte bouw van natuurwoningen en inrichting als natuur en recreatie.

Figuur 2: fasering Zuidpolder

1.2. Dialoogtafel 2018 Op 29 mei 2018 heeft de gemeente Barendrecht een bijeenkomst over de Zuidpolder gehouden met bewoners en betrokkenen van de Zuidpolder (de dialoogtafel). Dit gebeurde naar aanleiding van verzoek van gemeenteraad om te kijken of het niet mogelijk is om de gronden minnelijk te verwerven. Hierbij werd geschetst wat de stand van zaken was (patstelling tussen eigenaren en gemeente i.v.m. het ontbreken van financiële middelen voor aankoop gronden en gewenste natuuren recreatieontwikkeling). Hierbij werden betrokkenen opgeroepen om te kijken of er ideeën zijn voor de herinrichting/ontwikkeling van het gebied.

GKB heeft een schets voor de Zuidpolder voorgelegd aan de huidige particuliere eigenaren. Er is draagvlak voor het verwerven van de resterende gronden. Alle eigenaren (op één na ) hebben te kennen gegeven dat zij positief staan tegenover het ontwerp en mogelijke verkoop/deelname. Zij hebben aangegeven dat zij hun bedrijfsvoering in het gebied willen beëindigen. Het project is zo een initiatief van onderaf geworden (gebied/samenleving).

Naar aanleiding van de dialoogtafel heeft GKB gekeken naar mogelijkheden qua herinrichting van het gebied (creëren van gezamenlijke meerwaarde). Uitgangspunt hierbij was dat er voldoende kostendragers zijn voor uitkoop van bestaande eigenaren en integrale herinrichting van het gebied 2 (natuur en recreatie). Als inspiratie diende dergelijke gebiedsontwikkeling langs het Haringvliet, in

9

Achterzeedijk 48 10

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

HISTORISCHE ONTWIKKELING In dit hoofdstuk worden de cultuurhistorische waarden van de Zuidpolder en omgeving beschreven. Het betreft een waardering van de nog aanwezige landschappelijke structuren, historische bebouwing en civiele werken. De dijken, waaronder de Achterzeedijk, vertellen het verhaal van de landaanwinning op de rivier, de aanleg van de polders en de ruimtelijke ontwikkeling van 1483 tot nu. Onderstaande tekst is een samensmelting van cultuurhistorisch onderzoek uit: Rijk aan dijken, Dijkenvisie Barendrecht (september 2016). In 1649 werd de Zuidpolder ten zuiden van de Middeldijk drooggelegd. De zeekleipolder wordt begrensd door inpolderingsdijken langs de Oude Maas. Dijken, polderwegen en de Oude Haven zijn de belangrijkste historische structuren in de polders. Alle bewoning en economische activiteit concentreerde zich op en langs de dijken. De Velofabriek aan de Achterzeedijk staat symbool voor deze opkomende handel en industrie. De bewoning was voornamelijk geconcentreerd aan de binnenzijde van de dijk. Door de polders heen lagen polderwegen zoals de Carnisseweg en de Barendrechtseweg. De Oude Haven is met de aanleg van nieuwe dijken steeds mee gegaan. Op een kaart uit 1572 ligt buiten de Middeldijk de haven van de Vliet. Na de bedijking van de Zuidpolder komt die haven aan het eind van de Oude Haven aan de Oude Maas te liggen.

1890

1980

1920

2000

1960

2021

De Achterzeedijk ontstond na de inpoldering van de Zuidpolder rond 1649. De dijk heeft zijn naam te danken aan het feit dat het de achterste dijk ten opzichte van de Middeldijk en de Voordijk is waar eb en vloed van de zee merkbaar zijn. Na de Watersnoodramp van 1953 is het dijklichaam verzwaard en verhoogd. Karakteristiek aan de Zuidpolder is het polderlandschap met langgerekte kavelstructuur. In het verlengde van de Zuidpoldersche boezem lopen kreken zoals de Groote- en Kleine Duiker, dienende als structuurdrager van oost naar west. Rond de 18e eeuw werd er een boerderij aan de Achterzeedijk gebouwd, deze boerderij op nummer 48 is nog steeds intact en is een Rijksmonument. In het verlengde van de Vliet (de Oude Haven) werd in 1871 een stoomgemaal gebouwd voor de bemaling van de Zuidpolder en de polder Buitenland. Dit gemaal werd in 1929 vervangen door het elektrisch gemaal De Bastemeijerij aan de Achterzeedijk. De functie van dit gemaal werd op zijn beurt weer overgenomen door het gemaal Breeman aan de Koedood uit 1957 dat als gevolg van de watersnoodramp en de samenvoeging van polderbesturen werd gebouwd. Alle Barendrechtse polders worden nog steeds door dit gemaal bemalen. Het gemaal De Bastemeijerij is een gemeentelijk monument sinds 5 september 2023. Deze sluizen en gemalen zijn onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Barendrechtse dijken en polders.

Daarnaast zijn de beide gemalen ook van architectuurhistorische betekenis. Bij de Achterzeedijk werd ten behoeve van de stoomtram (1898) een deels betonnen brug over de dijksloot gebouwd van baksteen en beton. Het tracé van de stroomtram, dat tot 1956 dienst heeft gedaan, werd omgevormd tot een regionaal fietspad. In dat verband is ook de betonnen kilometerpaal in het talud van de Achterzeedijk van cultuurhistorische waarde. Dit deel van de Achterzeedijk maakte deel uit van de provinciale weg van Rotterdam via de Barendrechtsebrug naar de Hoeksche Waard. Vanaf 1969 verandert de Zuidpolder van vorm. De komst van de snelweg A29 en de Kilweg deelt de polder op in kleinere eenheden. Ten westen van de snelweg komt met Carnisselande een nieuwe woonwijk gedeeltelijk in de polder te liggen. Aan de oostzijde van de snelweg komen de wijken Vrouwenpolder, Lagewei en Ter Leede in de polder te liggen. Hierdoor wordt de Zuidpolder kleiner. Met de komst van de nieuwe natuur- en recreatiegebieden vanaf 2012 ten oosten van de 3e Barendrechtseweg verandert het agrarische landschap definitief van kleur.

11

KILW

2

EG

A

B C

D

E

F

G

1

ACH T

ERZ

EED

1a

IJK

H

I

J

K L

M

1b 2 3

4

5

BARENDRECHTSEWEG

A29

3

6

Achterzeedijk 48 4

LEGENDA projectgrens erfgrens

5

Plankaart Schaal 1:5.000

100

200

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

HUIDIGE SITUATIE Karakteristiek aan het gebied is het polderlandschap met dijken en langgerekte kavelstructuur, die bij de inpoldering zijn gemaakt in de vruchtbare zeeklei. In het verlengde van de Zuidpoldersche boezem lopen kreken zoals de Groote- en Kleine duiker dienende als structuurdrager van oost naar west. De Achterzeedijk en de Koedood worden aan de kant van de Oude Maas omsloten door hooggelegen buitendijks gebied met zwaar bosplantsoen. Het zicht op de rivier wordt hierdoor ontnomen. Het plangebied wordt begrenst door de snelweg A29 (westzijde), de Kilweg (noordzijde), de Barendrechtseweg (oostzijde) en de Achterzeedijk (zuidzijde).

1

2

In verband met de waterkerende functie heeft het dijklichaam van de Achterzeedijk een forse hoogte met brede groene dijkhellingen. De boomloze Achterzeedijk is de waterkering in de oorspronkelijke zin. De uitstraling wordt vooral bepaald door functionaliteit en veiligheid. De rijbaan bevindt zich halverwege of onderaan het dijktalud. Het landelijke groene karakter wordt aan de noordzijde bepaald door het polderlandschap en aan de zuidzijde door het recreatielandschap van de Oude Maas. Tussen de Zuider Carnisseweg en de Oude Haven loopt de weg aan de voet van de dijk, daarna verder op de kroon. De Achterzeedijk is alleen incidenteel bebouwd, waarbij rond het Velo bedrijventerrein sprake is van een kleine buurtschap. Verder bevindt zich bebouwing in de buurt van de Barendrechtseweg en langs de achterkade in de richting van de Noldijk. Aan de noordzijde van de dijk is de bebouwing beneden aan de dijk gesitueerd. De landelijke villa’s en boerenerven worden via duikers over de dijksloot heen ontsloten. Tussen de bebouwing zijn grote open stukken met vrij uitzicht over de Zuidpolder. Met uitzondering van het Veloterrein is er aan de zuidzijde nauwelijks bebouwing. Hier is sprake van typische dijkwoningen die boven aan de dijk staan. Het Velo-terrein met de monumentale schoorsteen vormt een belangrijke oriëntatiepunt langs de dijk.

ZICHT VANAF WESTZIJDE NAAR ZUIDPOLDER

3

Open Noorden Groote Duiker en de akkers zijn goed zichtbaar vanaf de Kilweg en het parallelle fietspad. Hier reiken de gemengde akkerbouw- en volle grond-tuinbouwpercelen tot aan de brede watergang. In het oostelijke deel van het plangebied is vanaf de Kilweg de oude haven goed zichtbaar. Deze historische haven, samen met kade en jaagpad, deed lange tijd dienst als goederentransportroute en kerkepad tussen de Oude Maas en het historische centrum van het dijkdorp Barendrecht. De Groote Duiker is onderdeel van de zogenaamde Blauwe verbinding, waarmee schoon water vanuit de Waal wordt doorgevoerd in de richting van de Koedood en het Zuiderpark. Deze route wordt recreatief gebruikt met kano’s en bevat goed ontwikkelde water- en oevervegetaties met helder water. Aan de oostzijde grenst het gebied aan het Barendbos, aan de westzijde aan het circa 10 jaar geleden ingerichte recreatiegebied met het parkeerterrein. Het Middenstuk In het middenstuk ligt tenminste één (en wellicht nog meerdere) oude kreekrug, die boven het omliggende maaiveld uitsteekt. Het huidige grondgebruik is agrarisch en varieert van jaar tot jaar. Het gebied is verder niet toegankelijk en vooral beleefbaar vanaf de Trambaan, die in het verleden een belangrijke verbindingsweg tussen de Hoeksche waard en Rotterdam vormde en aansloot op de verkeersbrug over de Oude Maas.

De smalle watergangen zijn diep gelegen met een waterpeil van ca. 0,8 m onder maaiveld.

BOSSAGE NOORDZIJDE

4

OUDE HAVEN VANAF KILPAD

5

ACHTERZEEDIJK 48 - MONUMENTALE BOERDERIJ

6

De Zuidrand De zuidrand is een aantrekkelijke woonomgeving voor de bestaande erven, die ontsloten worden door de weg op en ten dele langs de Achterzeedijk. De bebouwing is ten dele gekoppeld aan het agrarische grondgebruik met schuren en kassen, ten dele aan de waterhuishouding en bestaan uit een los van elkaar staande ruime huiskavels en landschappelijke erven. Aan de oostelijke zijde ligt de met groen omgeven begraafplaats op een opgehoogde bodem.

ZICHT VANAF ACHTERZEEDIJK

OUDE TRAMBAAN - FIETSPAD NOORD-ZUID 13

grasland

nieuw bos en voedselbos

elzenwal

bomenlaan

bomen solitair

knotwilgen

14

grasland

erf beplanting

nieuw bos en voedselbos

water

elzenwal

natuurvriendelijke oever

bomenlaan

erf

bomen solitair

locatie wolfsmelkmigratie

knotwilgen

aangepast kruidenmengsel (kreekrug)

erf beplanting

water

Landschapsplan stedenbouwkundig plan

Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

GEBIEDSVISIE UITGANGSPUNTEN

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

De gebiedsvisie Zuidpolder wil maatschappelijke doelen realiseren door het combineren van functies. Natuur toevoegen, recreatiegebied uitbreiden, maatschappelijke organisaties huisvesten en een bijzonder woonmilieu toevoegen. Het gebied wordt grotendeels natuur- en recreatiegebied. Bebouwing wordt ingepast in het landschap en is de kostendrager voor de ontwikkeling van het landschap. De nieuwe inrichting sluit aan op de huidige verkavelingsstructuur. Er komen recreatieve, doorgaande verbindingen met de omgeving met een klimaatadaptieve inrichting en er is ruimte voor toekomstbestendige vormen van wonen. Denk hierbij aan verzorgd wonen, zorg, wonen op een gemeenschappelijk erf, altijd in combinatie met de natuur. In de visie is dit in 4 uitgangspunten benoemd: 1. Richting van de polder als structuurdrager van ontwikkelingen 2. Gevarieerde natuurlijke landschappelijke inrichting 3. Ontwikkeling van een recreatief netwerk 4. Ontwikkeling van nieuwe erven langs de Achterzeedijk. Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in specifieke uitgangspunten voor de inrichting die de basis zijn voor dit beeldkwaliteitsplan.

HUIDIG POLDERSTRUCTUUR HUIDIGE POLDERSTRUCTUUR

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

15

LANDSCHAPSPLAN LANDSCHAPSSTRUCTUURKAART 1 Richting van de polder als structuurdrager van ontwikkelingen Het plangebied is onderdeel van de historische Zuidpolder welke een karakteristieke verkaveling heeft die noord-zuid is georiënteerd. Deze verkavelingsstructuur en de openheid in het centrale deel van gebied wordt de structuurdrager van fase 2. De slotenstructuur is overgenomen en verschillende elementen van water en bos zijn ingepast binnen deze kavelstructuur. Vanaf de randen (Kilweg en Achterzeedijk) van het gebied komen diverse zichtlijnen/doorzichten naar deze open ruimte. Enkele (cultuur) historische lijnen worden versterkt: De oude Haven krijgt een jaagpad (struinpad) en een kanoroute; de historische tramtracé wordt fiets- en wandelroute met bomenlaan; de historische kreekrug wordt eveneens voorzien van een fietsroute.

STRUINPAD FIETSPAD VERHARD VOETPAD WATER AUTO NATUURVRIENDELIJKE OEVER KANO

De verkavelingsstructuur van de polder past bij de ambities van het Barendrechts Buitenboek. 2 Water en natuurvriendelijke oevers Het watersysteem van de poldersloten heeft een variabel waterpeil en natuurvriendelijke plasdrasoevers. Met de vrijkomende grond uit de te (ver)graven watergangen worden de nieuwe bospercelen opgehoogd. Er ontstaat zo een afwisselend landschap met veel ecologische variatie. De natuurwaarden in het gebied worden vergroot en het gebied wordt aantrekkelijk voor bezoekers door de aanwezige variatie. Klimaatbuffer IJsselmonde Het water ontwikkelt zich tot een klimaatbuffer met uitbundige open water- en moerasvegetaties met een grote biodiversiteit aan zoetwatervissen, ongewervelde dieren, amfibieën, libellen, moeras- en watervogels en kleine zoogdieren (o.a. otter). De wateren hebben een variabel peil en de waterkwaliteit neemt steeds verder toe, ondanks de gestage temperatuurstijging en toename van het aantal warme dagen. 3 Open gebied, bos en houtwallen Het plangebied wordt natuurlijk en gevarieerd ingericht met langs de zuid- en noordrand van het gebied natuurlijk grasland, bospercelen met mantel- en zoomvegetatie. Een groot deel van het gebied wordt open veld met natuurlijk grasland dat een open karakter behoudt.

WATER EN NATUURVRIENDELIJKE OEVERS

ONTSLUITING

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

FIETS / WANDELAAR AUTO

Open gebied In het open gebied ontwikkelt zich een natuurlijke vegetatie met veel variatie. Van oost naar west meandert een oude kreekrug door het open veld. Deze ligt circa 40 cm hoger en de ondergrond bestaat uit zand. De vegetatie zal door het microreliëf gaan afwijken, zodat deze beter zichtbaar in het landschap wordt. Bij realisatie inzaaien met een afwijkend kruidenmengsel kan deze variatie stimuleren.

LOCATIE WOLFSMELKMIGRATIE AANGEPAST KRUIDENMENGSEL (KREEKRUG)

‘SPECIAAL’ ‘PLANK OVER DE SLOOT ‘ KANOSTEIGER

Eén perceel aan de noordzijde van het plangebied wordt ingericht voor de mitigatie van Klein wolfsmelk, een kruidachtige plant die in de huidige situatie aanwezig is. Bos Aan de noord- en zuidzijde van het te ontwikkelen gebied worden kleine natuurlijke bossen aangeplant. Door deze bossen ontstaat er een groenbuffer tussen de erven/de Kilweg en het open veld. De bossen zo natuurlijk mogelijk aangelegd met gevarieerde inheemse soorten die passen bij het gebied. Langs de randen van de bossen zijn brede stroken met mantel- en zoomvegetaties waardoor de bossen geleidelijk opgebouwd worden en er geen harde, hoge randen ontstaan. Door bloeiende ruigtes en struiken trekken de bosranden insecten en vogels aan, wat de natuurwaarden en beleving verhoogt. De genetische herkomst van de aangebrachte boom- en struiksoorten zorgt voor veerkracht qua klimaatverandering en biodiversiteit.

16

KUNSTWERKEN

KRUIDEN

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

LANDSCHAPSPLANLANDSCHAP THEMA’S Ten westen van erf 2 en tussen erf 3 en 4 wordt bos aangeplant met een afwijkend assortiment. Hier worden soorten geplant die noten en vruchten produceren en daardoor geliefd zijn bij vogels, wild en insecten. Houtwallen Langs verschillende sloten worden houtwallen gerealiseerd, bestaande uit elzen. Zij benadrukken de lineaire verkaveling en vormen, samen met de erfbeplantingen, een zachte overgang tussen erf en polder. Een gedeelte van de houtwallen wordt aangeplant en er is ook ruimte voor spontane ontwikkeling van beplanting.

BOS BOS

LAAN LAAN ELZENWAL ELZENWAL SOLITAIRE BOOM (KNOTWILG) SOLITAIRE BOOM (KNOTWILG)

4 Ontwikkeling recreatief netwerk Het hele gebied wordt recreatief ontsloten met wandelpaden, struinroutes, fietspaden en een kanoroute. Deze worden aangesloten op de bestaande structuren (de bebouwde kom van Barendrecht, aangrenzende delen van de Zuidpolder en de Vredepolder/Oude Maas). Ook lopen er wandelroutes over de nieuwe erven zodat er een goed toegankelijk gebied ontstaat. Bewoners van Barendrecht en bezoekers kunnen hierdoor optimaal genieten van dit deel van de Zuidpolder. Het gebied wordt op verschillende manieren doorkruist met fiets-, wandel- en struinpaden die worden aangesloten op de bestaande structuren en parkeerplaatsen in de omgeving. Op een deel van het water kan worden gekanood. Ook lopen er wandelroutes over de nieuwe erven zodat er een goed toegankelijk gebied ontstaat. Zo ontstaat een netwerk van recreatieve routes die goed toegankelijk zijn voor omwonenden en bezoekers. De recreatieve routes maken het mogelijk om te sporten, te fietsen en te wandelen of met de kinderwagen of rollator op pad te gaan.

BOOMGAARD BOOMGAARD

BOOMBEPLANTING

BOOMBEPLANTING LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

ZICHTLIJNEN ZICHTLIJNEN LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

De aanleg van het nieuwe oost-west fietspad zorgt dat er een lang aaneengesloten fietspad ontstaat dat alle delen van Zuidpolder met elkaar verbindt. Langs de noordrand en de nieuwe erven worden de meeste wandelaars verwacht en zijn de paden halfverhard en goed toegankelijk. In het open veld worden de meeste paden als struinroute (maaipad) uitgevoerd. 5 Ontwikkeling nieuwe erven langs Achterzeedijk Langs de Achterzeedijk worden enkele compacte erven ingepast binnen de verkavelingsstructuur en de bestaande bebouwing. Het landelijke karakter wordt zoveel mogelijk behouden door de erven waar mogelijk achter bestaande bebouwing te plaatsen en door zichtlijnen naar de open polder te creëren. De erven worden binnen de groenstructuur ingepast en zo ontstaat er een groene en aantrekkelijke woonomgeving.

TOPLAAG KREEKRUG VERSCHRALEN GRONDAANVULLING (MOGELIJK)

GRONDAANVULLINGEN

ERVEN

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV

17

grasland

nieuw bos en voedselbos

elzenwal

bomenlaan

bomen solitair

knotwilgen

18

grasland

erf beplanting

nieuw bos en voedselbos

water

elzenwal

natuurvriendelijke oever

bomenlaan

erf

bomen solitair

locatie wolfsmelkmigratie

knotwilgen

aangepast kruidenmengsel (kreekrug)

erf beplanting

water

Stedenbouwkundig plan Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp landschapsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

STEDENBOUWKUNDIG PLAN KARAKTERISTIEKE DOORSNEDEN

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

19

A

B

C LEGENDA Deelgebied A / noordrand Deelgebied B / middendeel Deelgebied C / zuidrand 20

Uitgangspunten deelgebieden

Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN DEELGEBIEDEN Het gebied is opgesplitst in drie deelgebieden: de Noordrand, het Middendeel en de Zuidrand. Allen met eigen karakteristiek en randvoorwaarden. Deze worden nader toegelicht op volgende pagina’s. DOORZICHTEN De doorzichten maken het uitgestrekte langwerpige karakter van het poldergebied visueel. Daardoor is het van belang deze doorzichten te waarborgen. RECREATIE-ASSEN Het gebied krijgt twee hoofdassen voor voetgangers en fietsers. De eerste as loopt noord-zuid over de voormalige tramlijn. Typerend voor deze laan is de bomenrij die zich aan weerszijden bevindt. De tweede as loopt west-oost over de kreekrug en loopt door het open middendeel. Verschillende paden sluiten aan op deze hoofdassen waardoor een fijnmazig routenetwerk ontstaat.

DOORZICHT AAN ZUIDZIJDE PLANGEBIED

DOORZICHT AAN ZUIDZIJDE PLANGEBIED

© Stroming

© Stroming

21

Uitgangspunten Deelgebied A // noordrand

Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

22

UITGANGSPUNTEN DEELGEBIEDEN NOORDRAND

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

Aan de noordkant is een gebied met veel bospercelen die een afscherming vormen naar de Kilweg en een duidelijke begrenzing van het open middendeel vormt. Door dit gebied loopt een wandelpad met verschillende doorzichten naar het open middendeel. In de Zuidpolder is veel oppervlaktewater aanwezig. Afgelopen jaren waren er ook perioden van droogte en water tekorten. De waterkwaliteit van de buffer is daarbij van belang, wat in droge perioden een uitdaging is. Door nieuwe inzichten van onder andere het Waterschap is gekozen om in de uitwerking van het ontwerp minder oppervlaktewater te realiseren. De strook tussen de nieuwe fietsroute en het Kilpad heeft daardoor een andere inrichting gekregen dan in het de gebiedsvisie is voorzien. De inrichting van de strook is gericht op een omvorming van de akkerlanden naar natuurakkers met een gevarieerde beplanting. De voorwaarden worden gecreëerd om spontane natuur de ruimte te geven. Geleidelijke overgangen van oppervlaktewater naar hogere, drogere delen in de vorm van flauwe, natuurvriendelijke oevers resulteert in natuurlijke gradiënten. De oevers van bestaande afwateringssloten worden op verschillende plaatsen vergraven tot natuurvriendelijke oevers. Het beheer zal gericht zijn op in mate toelaten van spontane ontwikkeling en sinusbeheer, ter bevordering van grote soortenrijkdom.

Delen worden ingezaaid om het gewenste beeld sneller te realiseren.

23

Uitgangspunten Deelgebied B // middendeel

Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

24

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN DEELGEBIEDEN MIDDENDEEL In het middengebied is natuurontwikkeling een belangrijk uitgangspunt. De klimaatadaptieve inrichting bestaat uit een op basis van de polderstructuur vormgegeven fijnmazige waterstructuur met rechte vormen. Dit water kan enkele decimeters fluctueren conform huidig peilbesluit. Veel oevers hebben een natuurlijke oever met oevervegetatie.

9

Vanaf de doorgaande fietsroute over de kreekrug heb je een goed zicht op het gebied. Uiteraard kunnen wandelaars en hardlopers ook gebruik maken van deze route. Door het water ontstaat er een aantrekkelijk en afwisselend landschap voor wandelaars. Verschillende struinpaden nodigen uit om het landschap verder te verkennen.

1

2

3

4 10

11 5

6

7

8 12

25

Uitgangspunten Deelgebied C // zuidrand

Landschappelijke inrichting Zuidpolder te Barendrecht 2358 Schetsontwerp schaal 1: 1000, 19 oktober 2023

26

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN DEELGEBIEDEN ZUIDRAND De Zuidrand is een afwisselend gebied. Kleine bospercelen, water, open gebieden en erven wisselen elkaar af. Er ontstaat zo een aantrekkelijke woonomgeving voor bestaande en nieuwe erven aan de Achterzeedijk. De erven zijn ingepast langs bosranden en sloten met opgaande erfbeplanting. Door enkele open plekken te houden ontstaan er zichtlijnen vanaf de Achterzeedijk de polder in waardoor de open polder beleefbaar blijft en de erven los van elkaar liggen. BOSSEN De bossen dienen als groene, geleidelijke en uniforme overgang tussen erven en open polder. De opbouw bestaat uit diverse streekeigen soorten bomen en struiken, door verschil in hoogte en door een rafelige rand ontstaan verschillende micro-milieus die positief bijdragen aan de biodiversiteit. ERVEN In het ontwerp wordt rekening gehouden met de inpassing van bebouwing die ontsloten wordt via de Achterzeedijk. Hierbij wordt voortgebouwd op een verdichting van de Achterzeedijk in de vorm van landelijke erven. Deze erven passen bij het ruimtelijk beeld en de historische structuur van bouwen in de polder. Het historische agrarische karakter wordt zo benadrukt. De inrichtingseisen zullen in het volgende hoofdstuk verder worden uitgewerkt.

kavelgrens

kavelgrens

erfgrens

middendeel

sloot

erfgrens

min. 4m

min. 4m

sloot

bossage

PRINCIPEDOORSNEDE

overgangsgroen

PRINCIPEDOORSNEDE

Schaal 1:200

5

10

27

Deelmobiliteit (elektrisch)

Openverharding t.p.v. parkeren

Doorstroomwoning

Doorstroomwoning

Energieopwekking

Toepassing groen t.b.v. stimulering biodiversiteit

Moestuin

Doorstroomwoning

Ruimte om samen te komen met communitiy bbq, speeltuin, buurtfeest, etc.

ENERGIEOPWEKKING 28

FACILITEITEN

NATUURINCLUSIEF

DOORSTROOM MOGELIJK OP ERF

• • • •

UITGANGSPUNTEN ERF ERFOPZET ERFOPZET • Het erf volgt de richting van het landschap. • Gebouwen staan aan het erf; als 1 groot schuurvolume; als meerdere volumes aan het erf meegaande in de richting van het erf en het landschap. Een enkele uitzondering van gedraaid volume wordt geaccepteerd bij grote erven om kleinschaligheid van een (enkel) erf te waarborgen. • Woningen aan de Achterzeedijk verbijzonderen door gebiedseigen stijl of kaprichting. • Geen voortuinen aan het erf, de karakteristiek van een verhard erf wordt nagestreefd. Wel kan een zone gesuggereerd worden door verschil in verharding voor de bewoners om plantenpotten / bankjes te plaatsen. • Bij woningen, zoals de rug-aan-rug woningen en de maatschappelijke doelgroepen zonder achtertuin geldt de voortuin als buitenruimte. Voor de inrichting van deze voortuinen gelden dezelfde regels als de collectieve voortuinen. Deze moeten mee ontworpen worden met de erfinrichting. • De erven zijn openbaar toegankelijk. POSITIONERING BEBOUWING • De lengterichting van de bebouwing gaat met de lengterichting van het landschap mee. Een uitzondering mag gemaakt worden om een erf af te bakenen en een kleinere schaal te waarborgen. • De afstand van de insteek tot de bebouwing is minimaal 6 tot 10 meter, afhankelijk van de breedte van het betreffende erf. Zo kan een groene buffer gemaakt worden.

Op smallere erven (tot 60 meter breed) mag minimaal 6 meter aangehouden worden, idealiter is 10 meter. Op de bredere erven (groter dan 60 meter breed) moet minimaal 10m afstand van de insteek tot massa worden aangehouden. • De zijdelingse afstand tussen massa’s (gemeten gevel tot gevel) is minimaal 8 meter. • Oriëntatie: de voorkant van de woningen ligt over het algemeen aan het erf, dan wel aan de binnenzijde van het erf. Sommige kopgevels vereisen een verbijzondering doordat deze gevels in het zicht liggen vanaf de straat (aangegeven in principeplattegrond met stippellijn). Deze verbijzondering wordt nader in de stukken toegelicht.

Het erf volgt de richting van het landschap Gebouwen staan aan het erf Woningen aan de Achterzeedijk verbijzonderen door gebiedseigen stijl of kaprichting Geen voortuinen en stoepen

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

water natuurvriendelijke oever

Figuur 23: schematische weergave uitgangspunten erfopzet

tuin

bossage & bomenrij groene verzachting overgang polder-erf

tuinafscheiding afscheiding tussen woningen eerst hekwerk dan groen als afscheiding

overgang polder bos erf

entree afscheiding d.m.v. textuur bestrating

bos

uitzondering richting massa en kapvorm ter beëindiging cluster aan massa’s

min. 4 m

uitzonderingsvolume

min. 6 m (<60 m) min. 10 m (>60 m) doorgaande recreatieve route

min. 6 m (<60 m) min. 10 m (>60 m) massa en kapvorm in richting van landschap

stippellijn positie verbijzondering in kopgevels

verbreding voor gemeenschappelijk gebruik terras diepte max 3 of 4m verhard afhankelijk van typologie

gemeenschappelijke plek op erf

tuin groeninvulling

min. 8 m

schutting diepte max 3 of 4m afhankelijk van typologie

vernauwing begrenzing erf

insteek onderhoudszone min. 6 m (<60 m) min. 10 m (>60 m) bouwvlak

heg overige tuinafscheiding groen invulling

overgang onderhoud / tuin

Schaal 1:500

10

20

29

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

KASSEIEN MET GRASVOEG

kken klinkers

RODE GEBAKKEN KLINKERS, KEIFORMAAT

NATUURLIJKE AFSCHEIDINGSELEMENTEN; VERDIEPING TUINEN TOV LANDSCHAP 30

OPEN VERHARDING

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN ERF STANDAARDPROFIELEN ALGEMEEN • Het erf wordt ontworpen tot aan de gevel. • De overgang tussen privé grond - collectieve buitenruimte - rijweg kan gemaakt worden door bijvoorbeeld een verschil in materialisatie, een regengoot aan te leggen of te spelen met de open/dicht verhouding in de verharding, etc. • Een eventuele afscheiding tussen de overgangen kan gemaakt worden door bouwelementen en/of door inrichtingselementen. • Semi-openbare entree (2m) wordt ingevuld met een andere verharding en/of verband dan de verharding van het erf (verkeer). Door het verschil in verharding wordt de entreezone afgebakend. Bewoners mogen deze strook zelf indelen met bijvoorbeeld plantenpotten of een bankje. • Bij het midden profiel wordt ruimte gereserveerd voor gemeenschappelijke erfruimte. tuin Om zo grote • Bij het grote profiel dient ruimte te worden gecreëerd voor groen. stukken verharding (en dus hittestress) te voorkomen en infiltratie van regenwater te bevorderen. • Bewoners mogen in de eerste halve meter aan de gevel de tegels ‘wippen’ om een geveltuin aan te leggen. Het is niet de bedoeling dat er grotere voortuinen worden aangelegd. Dit gaat tegen het erfprincipe in.

tuin

woning

entree

2m

erf (verkeer)

1m

4,5 m

entree

1m

woning

tuin

2m

10,5-12 m

PRINCIPEDOORSNEDE MINIMAAL PROFIEL breedte 10,5-12 m

woning

entree

2m

erf

entree

1,5-5,5

2m

erf (verkeer)

1m

4,5 m

1m

woning

tuin

12-16 m

max 10 m

PRINCIPEDOORSNEDE MIDDEN PROFIEL breedte 12-16 m

10,5 m

tuin

Schaal 1:500

10

20

woning

entree

2m

erf (verkeer)

1m

4,5 m

1m

erf (groen)

entree

1,5-5,5

2m

16-20 m

MAXIMALE OVERLAP BIJ MINIMAAL PROFIEL

PRINCIPEDOORSNEDE GROOT PROFIEL breedte 16-20 m

woning

Schaal 1:200

tuin

5

10

31

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

BEBOUWING OMZOOMEN MET BEPLANTING

AFSCHEIDING DOOR MATERIAALGEBRUIK 32

GEMEENSCHAPPELIJKE MOESTUINEN

INTEGRATIE VAN INRICHTINGSELEMENTEN

AFSCHEIDING DOOR VERDIEPING/VERHOGING

AFSCHEIDING DOOR BOUWELEMENTEN

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN ERF AFSCHEIDING ALGEMEEN

•

• • • • • • • •

De erven krijgen een groen en natuurlijk karakter (erfbeplanting met hagen, struiken en (fruit)bomen). Aan de lange zijden van het erf worden de oevers voorzien van rijen knotwilgen die met de overige beplantingen zorgen voor een zachte overgang landschap - bebouwing. Voor de omgeving Barendrecht, dus ook de Zuidpolder fase 2, wordt het gebruik van inheemse soorten gestimuleerd. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in: http:// www.mooiijsselmonde.nl/landschappen-op-ijsselmonde/coulissenlandschap/ Er wordt gezorgd voor afwisseling in soorten en/of cultivars. Keuze voor toekomstgerichte (klimaatbestendige) en duurzame soortenkeuze in beplanting. Een groene overgang wordt gecreëerd door de aanleg van bos aan de noordzijde van de erven naar het open middenstuk. Tussen woningen worden aan de achterzijde groene erfafscheidingen zoals hagen geplaatst. De eerste 3 of 4m (afhankelijk van woningtypologie) aan de achterzijde van de woning mag een schutting worden geplaatst. Schuttingen dienen integraal mee ontworpen te worden met de architectuur. Omheiningen en bouwsels in tuinen dienen niet het karakter van het erf te bepalen. Principes op volgende pagina’s waarborgen die gedachte. Het onderscheid tussen private ruimte en collectieve buitenruimte aan de voorkant wordt gemaakt door middel van verschil in materialisatie in het erf.

Vaste, grondgebonden erfafscheidingen zoals een haag of schutting zijn niet toegestaan. Verplaatsbare afscheidingen zoals een plantenbak of bloempot zijn wel toegestaan.

Bos noordzijde erven

Gemengde haag max 1,4 m hoog vanaf tuin zie p. 41

OVERGANG TUIN - OPEN LANDSCHAP Bloemen-/ moestuin plant en zaaibedden gescheiden door graspaden

HAGEN PRIVÉ KAVELS Knotwilgen a-ritmisch aangeplant ogende als natuurlijke groei

BOOMGAARD

Opgaande beplanting in tuinen

GEVARIEERDE BEPLANTING 33

KWEEPEER

PRUIM KNOTWILGEN

LEIBOOM

LIGUSTERHAAG

BOOMGAARD HORTENSIA

MOESTUIN 34

STOKROZEN

GEMENGDE LOSSE HAAG

MOERBEI

Erfbeplanting

UITGANGSPUNTEN ERF OVERGANGEN ERF MET OMGEVING ALGEMEEN • De paden op het erf dienen openbaar toegankelijk te zijn. • De bezoeker moet zich welkom voelen bij betreding van het erf (geen hekwerken met slot) • De gezamenlijke buitenruimtes voor de maatschappelijke doelgroepen mogen worden voorzien van een natuurlijke groene afscheiding passend bij de inrichting van het erf. • De routing aangegeven op ‘schetsontwerp Zuidpolder fase 2’ moet continue zijn en logisch. Er moet nagedacht worden over de markering van deze routing op het erf. Dit kan door middel van verschil in textuur of eenvoudige routepaaltjes. • Het openbare deel dient gevoelsmatig geen smalle gang te zijn. Het moet meer zijn dan simpelweg een achterpad. • Er dient voldoende ruimte te worden ingedeeld voor een privé gedeelte om te voorkomen dat de openbare ruimte toegeëigend wordt door de bewoners. • De voetgangersbruggen zijn van het type ‘plank over de sloot’. Eventueel kunnen ze voorzien worden van een eenvoudige reling aan één zijde. Om de plek ook van afstand te herkennen worden deze bruggen gemarkeerd met een solitaire boom met bijzondere sierwaarde. • Langs de lange zijden van de erven worden knotwilgen op de insteek van het talud aangebracht. Dit hoeft geen continue lijn aan knotwilgen te zijn.

Af en toe een (willekeurige) onderbreking is toegestaan, zodat ook hier een gevarieerd en afwisselend beeld ontstaat. • De diepte van het terras / schutting / aanbouw (3 of 4m) is afhankelijk van het woningtype. • Eventuele afscheiding van tuin naar openbare ruimte kan gemaakt worden door de tuin verdiept te leggen.

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT

Uitgangspunten bij erfbeplanting zijn: 03-11-2023 • De erven krijgen een groen en natuurlijk karakter (erfbeplanting met hagen, struiken en fruitbomen). Ze worden ingepast met veel groen op het erf en water waardoor ze minder aanwezig zijn in het open landschap. AFSCHEIDING BESCHREVEN • Beplanting wordt op het te ontwikkelen erf zelf geplant. De uitzondering hierop is als de IN GEBIEDSVISIE erfontsluiting niet over het bestaande erf loopt en er geen doorzichten worden doorkruist. • Tussen de erfgrens en nieuwe gebouwen zit minimaal 4 meter ten behoeve van erfbeplanting • Gebruik inheemse soorten • Zorg voor afwisseling in soorten of cultivars • Kies voor toekomstgerichte en duurzame soortenkeuze

ca. 1,5 m woning

tuin

moestuin + pad

tuin

variabel

variabel

variabel

erf

KASTANJE/WILGEN SCHUTTING NATUURLIJKE UITSTRALING

PRINCIPEDOORSNEDE OVERGANG 1 toegang tussen woningen - openbare ruimte

schutting groene erfafscheiding ensemble aan groen max. 1,4 m hoog kale stam: daklijn verbergen, max. 2,0 m hoog vanuit tuin doorzicht behouden vanuit tuin

Figuur 29: Uitgangspunten erfbeplanting en referenties

natuurvriendelijke oever 1,4 m

3 afstand tussen bomen varieert voor natuurlijke uitstraling

woning

2

terras

tuin

pad

bossage

3 of 4 m

variabel

2m

2m

sloot

polder

PRINCIPEDOORSNEDE OVERGANG 2 overgang verdiepte tuinen - open polder

3-4 M SCHUTTING NATUURLIJK MATERIAAL

erf oplopende schaal en intensiteit begroeïng

Figuur 29: Uitgangspunten erfbeplanting en referenties

7-11,5 m

moestuin

haag max. 1,4 m hoog vanuit tuin

1

bijzondere boom als markering entree 1,4 m

woning

terras

tuin

pad

3 of 4 m

variabel

2m

bos

PRINCIPEDOORSNEDE OVERGANG 3 overgang verdiepte tuinen - bos Schaal 1:1.000

20

50

Schaal 1:200

5

10

VERVOLG AFSCHEIDING GEMENGDE HAAG 35

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

TUINVERHARDING 36

VERDIEPTE TUINRAND

CONNECTIE BINNEN-BUITEN

STEENSCHOTTEN ALS TERRAS

SFEER BEPLANTING

UITGANGSPUNTEN ERF BEPLANTING

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

Rondom de erven komt een gevarieerde beplanting als overgang naar het open poldergebied. Bij de overgang naar het Middendeel wordt een bosperceel aangeplant en langs de sloten wordt wisselend aan weerszijden van het water ‘beredeneerd willekeurig’ rijen knotwilgen geplant. De overgangen naar de privékavels worden ingericht met gemengde hagen afgewisseld met (solitaire) heesters en bomen, waarbij het de beplanting niet 1 op 1 gekoppeld is aan de privékavels, maar bijvoorbeeld doorloopt in een de collectieve moestuin. Tezamen met de rij knotwilgen vormt dit vanuit de omgeving een gevarieerd totaalbeeld met een landschappelijke uitstraling. Voor de beplanting worden met name inheemse soorten gebruikt, waardoor er een bijdrage wordt geleverd aan het vergroten van de biodiversiteit, een term die vroeger niet bestond maar vanzelfsprekend was. Inheemse soorten zijn veelal goed bestand tegen het grillige klimaat van de lage landen, van belang is daarbij wel dat het ook plantmateriaal in Nederland is opgekweekt uit inheems zaad. Voor de privé tuinen stellen we eenzelfde beplantingsoplossing voor, waarbij rekening gehouden wordt met natuurinclusiviteit en klimaatbestendige soorten. De beplanting op de erven is gevarieerd en oogt natuurlijk.

Daarnaast sluit de beplanting aan bij de oorspronkelijke boerenerven en vervullen min of meer dezelfde functies: • Bescherming tegen wind en zon • Als afbakening van percelen • Voedsel • Sierbloemen • Geriefhout Op de nieuwe erven komen: • Gemengde hagen • Leibomen, met name aan de zuidzijde van de woning • Boomgaarden met verschillende soorten fruit als pruimen, moerbei en appel • Moestuinen • Siertuinen op de gemeenschappelijke ‘binnenplaats’ met vaste planten en sierheesters als jasmijn en hortensia • Aan de zijden van het erf waarbij de afscheiding op het erf wordt gecreëerd, worden er knotbomen aangelegd over de gehele lengte van de kavel. Dit hoeft geen continue lijn te zijn, af en toe een (willekeurige) onderbreking is toegestaan, zodat ook hier een gevarieerd en afwisselend beeld ontstaat. Voor de randen van de erven worden inheemse, streekeigen soorten voorgesteld zoals: • Meidoorn • Gewone liguster • Kardinaalsmuts • Gelderse roos • Hazelaar • Struikwilg • Els • Wilg • Populier • Lijsterbes • Eik Voor de collectieve binnenterreinen kunnen meer gecultiveerde soorten, passend bij het karakter van boerderijtuinen, toegepast worden zoals: • Hortensia • Jasmijn • Walnoot • Beuk • (Lei)linde • Kastanje

37

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

SOLITAIRE BOOM MET BIJZONDERE SIERWAARDE 38

KNOTWILGEN LANGS ERFZIJDE SLOOT

VOETGANGERSBRUGGEN

BEWEGWIJZERING DMV EENVOUDIGE ROUTEPAAL

GEVARIEERDE BEPLANTING

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN ERF VERHARDING TUIN ca. 2 m

ALGEMEEN • Vanuit de achtergevel is er een maximale diepte waar verhard mag worden en een maximaal oppervlakte verharding aangegeven ten behoeve van een terras en/of het aan/uitbouwen van de woning. Tevens is deze diepte ook de maximale diepte van een hoge (dichte) schutting (max 2,0m hoog). Daarna zal de schutting in de vorm van groenafscheiding moeten plaatsvinden. • In de achtertuin (totale oppervlakte - oppervlakte marges terras) mag (afhankelijk van type) 15-25 m2 verhard worden. • In de zijtuin (verlengde van de woning tot aan zijkant perceel) mag (afhankelijk van type) 15-25 m2 verhard worden. • Het erf wordt ontworpen tot aan de gevel. Eventuele geveltuin mag maximaal 0,5m diep en moet aan de gevel liggen. Zie groene arcering aan voorzijde.

geveltuin max. 0,5 m diep

rug-aan-rug

rug-aan-rug

ca. 2 m

10 m

zijtuin max 15 m2 verhard

geveltuin max. 0,5 m diep

geveltuin max. 0,5 m diep

geveltuin max. 0,5 m diep

<4 m

max 4 m

terras max 30 m2 verhard

>200 m2

100-200 m2 terras max 45 m2 verhard

terras max 40 m2 verhard

<20 m

terras max 21 m2 verhard

terras max 30 m2 verhard

achtertuin max 20 m2 verhard

max 3m

<100 m2

10-15 m

<10 m

<49 m2

max 3m

<70 m2

2m

achtertuin max 15 m2 verhard

max 3m

achtertuin max 15 m2 verhard

achtertuin max 25 m2 verhard >10 m

<10 m

achtertuin max 15 m2 verhard <10 m

max 3m

<7 m

<20 m

<10 m

geveltuin max. 0,5 m diep

>20 m

ca. 2 m

>15 m

zijtuin max 25 m2 verhard

zijtuin max 15 m2 verhard

geveltuin max. 0,5 m diep

>4 m

geveltuin max. 0,5 m diep

>7 m Schaal 1:200

5

10

39

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

INRICHTING GEVELTUIN

PARKEREN IN DE BOOMGAARD 40

PARKEERKOFFERS MET WATER PASSERENDE EN/OF OPEN VERHARDING

AFSCHEIDING PARKEERKOFFERS MIDDELS HAGEN

weergegeven. weergegeven. weergegeven.

UITGANGSPUNTEN ERF ONTSLUITING & PARKEREN ONTSLUITING • Ontsluiting waar mogelijk over bestaande erven • Ontsluiting voegt zich naar het landschap, zo minimaal mogelijk vormgegeven. • Ontsluiting conform KPVE Zuidpolder.

27 27 27

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2 Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

PARKEREN • De parkeerplaatsen worden zo landschappelijk mogelijk vormgegeven; door de plaatsen bijvoorbeeld te omzoomen met groen en te voorzien van bomen. Door de verharding uit te voeren in grasstenen ontstaat een groene, waterdoorlatende verharding. • De parkeerplaatsen liggen zo veel mogelijk uit het zicht; door de parkeerplaatsen te omzoomen met groen en zoveel mogelijke achter gevellijnen te plaatsen. • De materialisatie van de parkeerplaatsen is niet te licht van kleur. Er dienen natuurlijke kleuren gebruikt te worden. • De parkeerplaatsen worden geclusterd. AFVALINZAMELING • Afvalcontainers niet in het zicht. • Ondergrondse afvalcontainers mee ontwerpen in erfopzet en terreininrichting.

Figuur 25: uitgangspunten parkeren op erven Figuur 25: uitgangspunten parkeren op erven

Uitgangspunten bouwvolumes Figuur 25: uitgangspunten parkeren op erven Uitgangspunten bouwvolumes Voor het volume van de bebouwing geldt het volgende: Uitgangspunten bouwvolumes

Voor het volume van de bebouwing geldt het volgende: • hetAlle volumes uit 1 bouwlaag een kap. Voor volume vanbestaan de bebouwing geldt hetmet volgende: Alle volumes bestaan uit11bouwlaag bouwlaagmet metkap, een dit kap. •• Grotere volumes blijven betekent dat een groter Allekrijgt. volumes bestaan uit11bouwlaag bouwlaagmet metkap, een dit kap.betekent dat een groter • kap Grotere volumes blijven Grotere volumes blijven bouwlaag met kap, dit betekent dat een groter kap krijgt. Figuur 24: uitgangspunten Figuur 24: uitgangspunten ontsluiting Figuur 24: ontsluiting erfuitgangspunten met referenties erf metontsluiting referentieserf met referenties •• De kap ligt in dezelfde lijn1als het landschap kap krijgt. De kap ligt indient dezelfde lijnmin als mogelijk het landschap •• Het volume met zo uitstekende delen (dakkappelen/sc De kap ligt in dezelfde lijn als het landschap • worden Het volume dient met zo min mogelijk uitstekende delen (dakkappelen/s uitgevoerd • worden Het volume dient met zo min mogelijk uitstekende delen (dakkappelen/s uitgevoerd worden uitgevoerd

ParkerenParkeren

Parkeren

Voor het Voor parkeren het parkeren op deVoor erven ophet de gelden parkeren ervendegelden volgende op dedeerven volgende uitgangspunten: gelden uitgangspunten: de volgende uitgangspunten: • • • •

Parkeerplaatsen • Parkeerplaatsen liggen • op Parkeerplaatsen liggen de erven op de erven liggen op de erven Parkeerplaatsen • Parkeerplaatsen worden • Parkeerplaatsen zo worden landschappelijk zo landschappelijk worden mogelijk zo landschappelijk mogelijk vormgegeven vormgegeven mogelijk Figuur 26: uitgangspunten bouwvolumes ervenvormgegeven Figuur 26: uitgangspunten bouwvolumes erven Parkeerplaatsen • Parkeerplaatsen liggen • zo Parkeerplaatsen liggen veel mogelijk zo veel mogelijk uit liggen het zicht zouit veel hetmogelijk zicht uit het zichterven Figuur 26: uitgangspunten bouwvolumes Parkeerplaatsen • Parkeerplaatsen worden • Parkeerplaatsen geclusterd worden geclusterd worden geclusterd

41

*Referenties zijn dienend voor het specifieke element benoemd met tekst in de afbeelding. Positionering massa’s en keuze uitstraling zijn niet gerelateerd aan uiteindelijke uitwerking erven. Afbeeldingen dienen als voorbeeld.

VISUEEL DOORLOPENDE GOOT EN VOLUME

GROEN DAK ALS ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR

VISUEEL DOORLOPEND DAKVLAK 42

DAKKAPEL OPGETROKKEN VANUIT DAKVLAK

MODERNE INTERPRETATIE SCHUURVOLUME

MARKERING ENTREEZONE

MODERNE ARCHITECTUUR

• • •

Grotere volumes blijven 1 bouwlaag met kap, dit betekent dat een groter volume en grotere kap krijgt. De kap ligt in dezelfde lijn als het landschap Het volume dient met zo min mogelijk uitstekende delen (dakkappelen/schoorstenen) te worden uitgevoerd

4639 ZUIDPOLDER BARENDRECHT 03-11-2023

UITGANGSPUNTEN BEBOUWING BOUWVOLUMES WAT KENMERKT EEN SCHUUR? Een schuur bevat een grote mate van gaafheid. Een langgerekt volume van één laag met een kap, met weinig addities. Het dakvlak is prominent aanwezig, een schilddak is kenmerkend. Ingrepen/addities werden gedaan waar nodig, er is geen herkenbaar patroon zichtbaar in deze addities. Een schuur heeft geen seriematige uitstraling, er is weinig tot geen herhaling in de gevel. Schuren hadden vaak grote hoogte in verband met de opslagfunctie. Vaak gaf een schuur onderdak aan meerdere functies (boerenfamilie, vee, hooi, wagens, werktuigen). BOUWVOLUMES • Het bestemmingsplan is leidend wat betreft maatvoering. • Bouwmassa: eenvoudige schuurvorm of boerderij. • Bouwhoogte: één laag met een kap. Grotere volumes blijven 1 bouwlaag met kap, dit betekent dat een groter volume een grotere kap krijgt. Verhoudingen van bouwvolumes en goothoogtes moeten altijd onderzocht worden in verhouding tot de breedte en diepte van het erf. • De lengte van een bouwblok dient aan te sluiten bij het idee van een erf met daarop schuurtypologie. • Goothoogte: min 2,0 m - max 4,0 m. Goothoogte aan de voorkant mag afwijken van de goothoogte aan de achterkant (tuinzijde). De goot aan de achterkant mag in die situatie lager liggen dan de goot aan de voorkant (erfzijde).

Ter plaatse van belangrijk onderdeel van de woning is een afwijking van de goothoogte mogelijk. De goothoogte wordt bepaald door de primaire bouwmassa, de goothoogte van een dakkapel mag afwijken van bovengenoemde hoogte. • Kapvorm: zadeldak, zadeldak met wolfseinde. Op kavel 1b geldt de uitzondering om een mansardekap toe te passen. • Kaprichting: met de lengterichting van het landschap mee. Kleine uitzonderingen zijn mogelijk. • Kaphelling maximaal 55 graden. • Daklijnen dienen continue te zijn. Zo wordt de hoofdvorm van de massa met kap behouden. • Gevelopbouw: gevel en kap. • Gevel: de gevel dient een seriematige uitstraling zo veel mogelijk uit de weg te gaan. De architect dient opzoek te gaan naar het breken van de regelmaat dat seriematig bouwen uitstraalt. • Het volume dient met zo min mogelijke uitstekende delen (dakkapellen/ schoorstenen) te worden uitgevoerd. • Dakkapellen: aan voorzijde met uitsnede geaccepteerd ter verbijzondering entree en ligging aan erf; Dakkapellen: aan de achtergevel dakkapel geaccepteerd, mits dakvlak in tact blijft. Dakkapellen hebben een hellend dakvlak. Zo zetten de dakkapellen zich minder af t.o.v. het dakvlak. • Dakkapellen in grote aantallen verstoren het beeld van de architectuur, deze wordt hierdoor te seriematig en het dakvlak wordt teveel onderbroken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14547855/1