CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

BD Zuidpolder Fase 2 Bijlagenboek deel 2

commissie Ruimte 17 september 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Zuidpolder fase 2 (adviserend)17.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Barendrecht

Bestemmingsplan “Zuidpolder Fase 2” Vaststelling

622.103.40 KUIPERCOMPAGNONS Datum: Augustus 2024

GEMEENTE BARENDRECHT

Bestemmingsplan “Zuidpolder Fase 2”

TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 622.103.40 datum Augustus 2024 bestand J:\622\103\40\3.projectresultaat

Procedureoverzicht Fase

Datum

Ontwerp

November 2023

Vaststelling

Oktober 2024

BIJLAGENBOEK

Bijlage 1 Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2, gemeente Barendrecht, 26 augustus 2021

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2 te Barendrecht Definitieve versie v1.3 26-8-2021

2

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2.

Dialoogtafel 2018 .................................................................................................................... 5

1.3.

Bestaand beleidskader Provincie Zuid-Holland ....................................................................... 7

1.4.

Bestaand beleidskader gemeente Barendrecht ...................................................................... 8

2. Het plan ................................................................................................................................. 10 2.1.

Visie op het gebied ................................................................................................................ 10

2.2.

Plangebied ............................................................................................................................. 10

2.3.

Landschappelijk raamwerk ontwerpschets ........................................................................... 10

2.4.

Deelgebieden......................................................................................................................... 13

3. Uitgangspunten ...................................................................................................................... 17 3.1.

Inleiding ................................................................................................................................. 17

3.2.

Hoofdstrutuur........................................................................................................................ 17

3.3.

Beplanting.............................................................................................................................. 18

3.4.

Recreatieve verbindingen en toegankelijkheid ..................................................................... 21

3.5.

Ontwikkelvelden/erven ......................................................................................................... 23

4. Klimaat, Bodem, Water en Natuur .......................................................................................... 32 4.1.

Klimaat ................................................................................................................................... 32

4.2.

Bodem ................................................................................................................................... 33

4.3.

Water ..................................................................................................................................... 35

4.4.

Natuur.................................................................................................................................... 37

5. Gebruik .................................................................................................................................. 43 5.1.

Recreatie................................................................................................................................ 43

5.2.

Programma ontwikkelvelden/erven...................................................................................... 44

6. Beheer en onderhoud ............................................................................................................. 46 6.1.

Huidige beheer en onderhoud .............................................................................................. 46

6.2.

Wat stellen we voor in Zuidpolder fase 2 en 2.1? ................................................................. 47

6.3.

Organisatie beheer en onderhoud ........................................................................................ 47

6.4.

Vegetarisch landschap met begrazing ................................................................................... 47

6.5.

Peilbeheer.............................................................................................................................. 48

7. Omgevingsproces en communicatie ........................................................................................ 49 8. Samenvatting/speerpunten .................................................................................................... 51 Bijlage 1: Motie 2 juni 2020 ........................................................................................................ 52 Bijlage 2: Ecologie....................................................................................................................... 53 Bijlage 3: Klimaatbufferschets 2013 ............................................................................................ 59

3

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Bijlage 4: Motie Ouderenwonen ................................................................................................. 60 Bijlage 5: Participanten ............................................................................................................... 61 Bijlage 6: Schetsontwerp A3 ....................................................................................................... 62

4

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Inleiding Zuidpolder fase 2 is een participatieve gebiedsontwikkeling in de gemeente Barendrecht die vanuit de grondeigenaren wordt gedragen. GKB heeft de handschoen van de gemeente Barendrecht (zie verderop bij Dialoogtafel 2018) opgepakt en is aan de slag gegaan met een plan om van het gebied een waardevolle afronding van het gehele Zuidpolder project (172 ha) te maken. Initiatiefnemer GKB is een maatschappelijk betrokken Barendrechts familiebedrijf (geen projectontwikkelaar). Recreatie, water en natuur vormen de belangrijkste bestanddelen voor het plan. Om het geheel te kunnen bekostigen wordt gedacht aan het toevoegen van maatschappelijke functies, zoals zorg en wonen in combinatie met een klimaat adaptieve inrichting. Mocht hiervoor de handen op elkaar gaan, dan volgt een procedure voor bestemmingsplanwijziging. Deze gebiedsvisie is een uitwerking om dit voortvarend op te pakken, nadat in juni 2020 de gemeenteraad van Barendrecht daartoe een motie aannam (zie bijlage 1). Bureau Stroming bv is in 2020 gevraagd te adviseren bij deze gebiedsvisie. Inmiddels is in 2021 daaraan toegevoegd stedenbouwkundig bureau RoosRos Architecten uit Oud-Beijerland. Het document in deze vorm is tot stand gekomen in een intensief proces van overleg en afstemming met de gemeente Barendrecht en de provincie Zuid-Holland (zie hoofdstuk 7).

Contactpersonen Arjan Kraaijveld & Dirk Baron (GKB Groep) (dirk@gkbgroep.nl / 0622-458675) Stroming: dhr. G. (Gerard) Litjens

Figuur 1: impressie locatie

1.1. Aanleiding Zuidpolder fase 2 is het laatste gedeelte van het project Zuidpolder. In de afgelopen 20 jaar is de Zuidpolder heringericht. Er heeft een omvorming plaats gevonden van land- en tuinbouw naar natuur en recreatie. Voor de laatste gedeelte, Zuidpolder fase 2 (zie figuur 2), is echter geen budget meer beschikbaar voor herinrichting. De laatste agrarische bedrijven zijn in afwachting van mogelijke

5

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

toekomstige ontwikkelingen. Zij hebben last van wildvraat en zijn beperkt in hun bedrijfsvoering vanwege afnemende perceelgroottes door gedwongen verkoop aan gemeente van perceelkoppen . Vanaf 2015 zijn de eerste fase van het klimaatbufferplan IJsselmonde en de vervolgfase in de herinrichting van de Zuidpolder uitgevoerd. Dit is tot stand gebracht na een visie en financieringsopzet van Bureau Stroming BV i.s.m. ARK Natuurontwikkeling, in nauwe samenwerking met de gemeente Barendrecht en Waterschap Hollandse Delta. Het gebied speelt een rol in de Blauwe Verbinding. GKB heeft de uitvoering verzorgd. Door protesten van grondeigenaren tegen de realisatie van de klimaatbuffer (bezwaar tegen fluctuerende waterstanden) in de Zuidpolder zijn de werkzaamheden in fase 2.1 in 2017 niet afgerond. Hiervoor dienen namelijk eerst gronden te worden verworven (de koppen van de percelen). Deze verwerving loopt onder leiding van de gemeente Barendrecht. In februari 2021 is duidelijk geworden dat deze verwerving op minnelijke wijze is gelukt. Daarmee kan de klimaatbuffer in Zuidpolder fase 2.1 in elk geval worden afgerond.

Figuur 2: fasering Zuidpolder

1.2. Dialoogtafel 2018 Op 29 mei 2018 heeft de gemeente Barendrecht een bijeenkomst over de Zuidpolder gehouden met bewoners en betrokkenen van de Zuidpolder (de dialoogtafel). Dit gebeurde naar aanleiding van verzoek van gemeenteraad om te kijken of het niet mogelijk is om de gronden minnelijk te verwerven. Hierbij werd geschetst wat de stand van zaken was (patstelling tussen eigenaren en gemeente i.v.m. het ontbreken van financiële middelen voor aankoop gronden en gewenste natuuren recreatieontwikkeling). Hierbij werden betrokkenen opgeroepen om te kijken of er ideeën zijn voor de herinrichting/ontwikkeling van het gebied. Naar aanleiding van de dialoogtafel heeft GKB gekeken naar mogelijkheden qua herinrichting van het gebied (creëren van gezamenlijke meerwaarde). Uitgangspunt hierbij was dat er voldoende kostendragers zijn voor uitkoop van bestaande eigenaren en integrale herinrichting van het gebied (natuur en recreatie). Als inspiratie diende dergelijke gebiedsontwikkeling langs het Haringvliet, in

6

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

het kader van het Droomfondsproject Haringvliet. Eén van de daar bestaande plannen bevat een gebiedsontwikkeling met beperkte bouw van natuurwoningen en inrichting als natuur en recreatie. GKB heeft een schets voor de Zuidpolder voorgelegd aan de huidige particuliere eigenaren. Er is draagvlak voor het verwerven van de resterende gronden. Alle eigenaren (op één na ) hebben te kennen gegeven dat zij positief staan tegenover het ontwerp en mogelijke verkoop/deelname. Zij hebben aangegeven dat zij hun bedrijfsvoering in het gebied willen beëindigen. Het project is zo een initiatief van onderaf geworden (gebied/samenleving).

Figuur 3: Plangrens Zuidpolder Barendrecht fase 2 en fase 2.1

7

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 4: Eigendomssituatie per 11 maart 2021 (geanonimiseerd)

1.3. Bestaand beleidskader Provincie Zuid-Holland Het beleidskader vanuit de provincie Zuid-Holland is verwoordt in de Omgevingsvisie van de provincie. Deze is in werking getreden op 1 augustus 2020. In deze visie is het gebied aangewezen als Groene buffer en Grootschalige recreatieve ontwikkelingen (zie onderstaand figuur 5).

Figuur 5: Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland

8

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

De Zuidpolder valt onder type Beschermingscategorie 2. Dit zijn gebieden met een bijzondere kwaliteit, in dit specifieke geval Groene buffer. De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het in stand houden van de specifieke waarden.’ Toelichting Groene buffer: Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leef kwaliteit van het stedelijk gebied. De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare ‘tegenhanger’ van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden.’

1.4. Bestaand beleidskader gemeente Barendrecht Structuurvisie 2012 In de gemeentelijke structuurvisie uit 2012 wordt gesproken over de herinrichting van de Zuidpolder teneinde een gevarieerd aanbod aan extensieve recreatie en natuur te kunnen bieden aan de inwoners van Barendrecht. Het uitgangspunt in 2012 was een geleidelijke transformatie van het agrarisch landschap en nog aanwezige kassen en bedrijven naar in het gebied passende recreatieve functies die landschappelijk goed zijn ingepast. De voorliggende visie geeft invulling aan de doelen uit de structuurvisie.

Landschapspark eiland IJsselmonde Door de Landschapstafel IJsselmonde is een visie op het buitengebied gemaakt. Dit is een visiedocument op de thema’s groen, landschap en recreatie op IJsselmonde. Er zijn 3 hoofdthema’s benoemd: Natuurlijk IJsselmonde gaat over het versterken van de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteit. Bestemming IJsselmonde heeft tot doel om recreatieve plekken te realiseren voor de verstedelijkte delen van het eiland. Bereikbaar IJsselmonde gaat over het verbeteren van de verbindingen tussen gebieden. De Zuidpolder is een belangrijke schakel voor alle drie de doelen.

Mooi IJsselmonde Het doel bij de uitvoering van deze visie is: het gebied IJsselmonde te ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied waar met plezier en tevredenheid wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. In dit inspiratiedocument worden richtlijnen meegeven voor nieuw bebouwing op IJsselmonde (zie ook: www.mooiijselmonde.nl). De betreffende richtlijnen zijn ook van toepassing op de plannen in de Zuidpolder.

Barendrechts buitenboek Met het Barendrechts Buitenboek wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied vergroten door het landschap, de bebouwing en het recreatieve programma met elkaar te

9

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

integreren. Het kwaliteitsdocument moet leiden tot gebieden met een sterke eigen identiteit, waar een relatie bestaat met het onderliggende landschap en de cultuurhistorisch waardevolle elementen. De Zuidpolder is onderdeel van het buitengebied. De bebouwing zal zich daarom moeten voegen naar het landschap. Het nieuwe landschap volgt de natuurlijke en cultuurhistorische lijnen en vult het recreatieve netwerk verder aan.

Convenant Klimaatadaptief Bouwen Voor een klimaatbestendig Barendrecht is de gemeente Barendrecht aangesloten bij het convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. De gemeente Barendrecht hanteert de eisen uit het convenant als nieuwe norm bij ruimtelijke ontwikkelingen.

10

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

2. Het plan 2.1. Visie op het gebied De uitgewerkte visie gaat er van uit maatschappelijke doelen te verwezenlijken door het stapelen van functies: waterkwaliteitsverbetering, natuur, recreatie, zorg en wonen. Het gebied wordt in hoofdzaak natuur en recreatie, met landschappelijk ingepaste bebouwing als dé economische drager. Hierbij wordt aangesloten op de aanwezige verkavelingsstructuur waarbij de woonclusters ofwel erven landschappelijk zijn ingepast, op vijf erven. Er komen recreatieve doorgaande verbindingen met de omgeving, met ruimte voor circulaire vormen van grondgebruik, in aansluiting op een klimaat adaptieve inrichting. Het gebied wordt grotendeels openbaar toegankelijk. Er is ruimte voor toekomstbestendige vormen van wonen waar grote vraag naar is en die uitstekend in een groene omgeving kan worden ingepast, bijvoorbeeld zorgwonen/duowonen en groepswonen, wonen in het groen en de natuur. Het beheerconcept maakt ook deel uit van het totale voorstel. Het gebied komt in beheer- en onderhoud bij de toekomstige eigenaren. De gedachte gaat uit naar het oprichten van een kopers vereniging, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud, en waarvan de kosten structureel deel uitmaken van de exploitatie. Eén agrariër en één boerderijwinkel overwegen voorzetting van de huidige (agrarische) bedrijfsvoering en worden in staat gesteld hun bedrijfsvoering voort te zetten.

De wens is wel deze percelen uiteindelijk bij het recreatiegebied te betrekken.

2.2. Plangebied De plangebied van de Gebiedsvisie wordt begrenst door de snelweg A29 (westzijde), de Kilweg (noordzijde), de Barendrechtseweg (oostzijde) en de Achterzeedijk (zuidzijde). Het plangebied van GKB valt binnen bovengenoemd plangebied en is opgenomen in figuur 3 op pagina 6. Het heeft een totaal oppervlakte van circa 52 hectare. Hierbinnen wordt circa 48 hectare groen/recreatie gerealiseerd.

2.3. Landschappelijk raamwerk ontwerpschets Het ontwerp heeft een helder raamwerk gekregen waarin de polderstructuur leidend is in de vormgeving van het landschap.

11

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 6: Huidige polderstructuurkaart

12

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 7: Landschapsstructuurkaart

De vier belangrijkste punten van het ontwerp zijn:

1:

Richting van de polder als structuurdrager van ontwikkelingen

Het plangebied is onderdeel van de historische Zuidpolder welke een karakteristieke verkaveling heeft die noord-zuid is georiënteerd (zie figuur 7 Landschapsstructuurkaart). Deze verkavelingsstructuur en de openheid in het centrale deel van gebied wordt de structuurdrager van fase 2. De slotenstructuur is overgenomen en verschillende elementen van water en bos zijn ingepast binnen deze kavelstructuur. Vanaf de randen (Kilweg en Achterzeedijk) van het gebied komen diverse zichtlijnen/doorzichten naar deze open ruimte. Enkele verkavelingslijnen worden versterkt: De oude Haven met een wandelpad en het centrale fietspad met een bomenlaan. De verkavelingsstructuur van de polder past zo bij de ambities van het Barendrechts Buitenboek.

2:

Gevarieerde natuurlijke landschappelijke inrichting

Het plangebied wordt natuurlijk en gevarieerd ingericht door langs de zuid- en noordrand van gebied natuurlijk grasland, water met plasdras oevers, weides en afwisselende natuurbossen met mantelvegetaties en coulissen te ontwikkelen. Er ontstaat zo een afwisselend landschap met veel ecologische variatie. De natuurwaarden in het gebied worden vergroot en het gebied wordt aantrekkelijk voor bezoekers door de aanwezige variatie.

13

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

3:

Ontwikkeling recreatief netwerk

Het hele gebied wordt recreatief ontsloten met wandelpaden, struinroutes, fietspaden en een kanoroute. Deze worden zo goed mogelijk aangesloten op de bestaande routestructuur naar de bebouwde kom van Barendrecht, aangrenzende stukken van de Zuidpolder en de Vredepolder/Oude Maas. Ook gaan er wandelroutes door de nieuwe erven zodat er een open en zeer goed toegankelijk gebied ontstaat. Bewoners van Barendrecht en bezoekers kunnen zo optimaal genieten van dit deel van de Zuidpolder.

4:

Ontwikkeling nieuwe erven langs Achterzeedijk

Langs de Achterzeedijk worden enkele compacte erven ingepast binnen de verkavelingsstructuur en de bestaande bebouwing. Het landelijke karakter van de Achterzeedijk wordt zoveel mogelijk behouden door de erven waar mogelijk achter bestaande bebouwing te plaatsen en door zichtlijnen naar de open polder te creëren. De erven worden binnen de groenstructuur ingepast en zo ontstaat er een groene en aantrekkelijke woonomgeving.

2.4. Deelgebieden Het landschap in het ontwerp is opgedeeld in drie deelgebieden. Dit betreft het Noorden (kleine en grote duiker met fietspad), het Open middenstuk en de Zuidrand (lint met bospercelen met de nieuw ingepaste erven).

Figuur 8: Schetsontwerp landschap (een vergrote versie is opgenomen als bijlage)

Noorden Aan de noordkant is een open gebied met veel grasland en ruigtenatuur. Langs de noordelijke rand is de Grote Duiker verbreed tot een aantrekkelijke kanoroute met veel natuuroevers en een flexibel

14

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

waterpeil (zie ook hoofdstuk 4). Over deze rand loopt ook een gevarieerd wandelpad met diverse bruggetjes, eilanden en kleine bosjes. De geplande doorgaande fietsroute is hier ingepast en gebruikers ervaren hier de open polder. De fietsroute wordt een doorgaande route die de oost en westkant van de Zuidpolder verbindt en waar wandelaars en hardlopers ook gebruik van kunnen maken. Dit deel komt overeen met Zuidpolder fase 2.1. Een goede overgang naar het open middenstuk is essentieel.

Open middenstuk In het middengebied is natuurontwikkeling het uitgangspunt. De klimaatadaptieve inrichting bestaat uit een op basis van de polderstructuur vormgegeven fijnmazige waterstructuur met rechte vormen. Dit water kan enkele decimeters fluctueren. De oevers hebben een natuurlijke oever met veel riet, zeggen, biezen en ruigte en er zijn mogelijkheden voor recreatie door de aanleg van enkele wandelroutes op het land. Door het water ontstaat er een aantrekkelijk en afwisselend landschap voor wandelaars. De waterstructuur is een aaneengesloten netwerk waardoor het kan circuleren, wat goed is voor de waterkwaliteit. In het plangebied wordt beperkt agrarisch gebruik gehandhaafd. Dit betreft de bestaande tuinder welke zijn bedrijf voortzet (westzijde plangebied). Indien de traditionele tuinder zijn werkzaamheden zal beëindigen zal er nog slechts ruimte zijn voor natuurinclusieve landbouw op zeer kleine schaal. Dit deel van het plangebied wordt minder intensief ontsloten voor recreanten. Hierdoor ontstaan er kansen voor meer biodiversiteit (o.a. gebruik door (broed)vogels en andere dieren). Dit in combinatie met de mogelijkheid tot afsluiting tijdens (broed)periodes. De aanwezigheid van de historische kreekrug blijft als verhoging in het landschap gehandhaafd. Waar deze is verdwenen door huidig gebruik wordt hij globaal hersteld.

Op informatiepanelen wordt de kreekrug benoemd als historisch landschapselement.

Zuidrand In de zuidrand worden kleine bospercelen en water ontwikkeld. Er ontstaat zo een aantrekkelijke woonomgeving voor bestaande en nieuwe erven aan de Achterzeedijk. Door de opgaande beplanting worden de erven ingepast in het groen. Vanaf de open polder zijn de erven ingepast langs bosranden en water met erfbeplanting. Door enkele open plekken te houden en te versterken door water, een tuinderij en grasland ontstaan er zichtlijnen vanaf de Achterzeedijk de polder in waardoor de open polder beleefbaar blijft en de erven los van elkaar liggen.

15

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 9. Doorzicht oostzijde plangebied

Figuur 10. Doorzicht westzijde plangebied

Erven In het ontwerp wordt rekening gehouden met de inpassing van bebouwing die ontsloten wordt via de Achterzeedijk. Hierbij wordt voortgebouwd op een verdichting van de Achterzeedijk in de vorm van landelijke erven. Deze erven passen bij het ruimtelijk beeld en de historische structuur van bouwen in de polder. Het historische agrarische karakter wordt zo benadrukt. Bij het inpassen van de erven wordt rekening gehouden met de uitgangspunten volgens Barendrechts Buitenboek.

16

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 11: Locatie en nummering erven

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

17

3. Uitgangspunten In de afgelopen maanden zijn er diverse overleggen geweest met de gemeente Barendrecht en de provincie Zuid-Holland. Hierin zijn de uitgangspunten bepaald voor wat betreft de gewenste toekomstige inrichting.

3.1. Inleiding De basis voor de uitgangspunten waren onder andere: • • • • • • • • •

Aansluiting bij het Barendrechts buitenboek; Financiële haalbaarheid plan GKB; Klimaat adaptieve inrichting (zie hoofdstuk 4); Draagvlak bij huidige grondeigenaren en bewoners in gebied; Ontwikkeling gericht op natuur- en recreatie; Behoud open polders; Ontwikkeling waar mogelijk voor specifieke doelgroepen (zie H5 en motie in bijlage 4); Beperkte verkeerstoename; Het gebied aantrekkelijker maken voor fietsers en wandelaars door verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit door het creëren van nieuwe verbindingen zowel in als buiten het projectgebied van GKB.

De uitgangspunten zijn door middel van ‘beelden’ verwoordt en opgenomen in deze en volgende paragraven inclusief impressies en referentiebeelden. Deze dienen als uitgangspunt voor verdere planuitwerking.

3.2. Hoofdstructuur Gebied is opgebouwd door natuurlijke en cultuurhistorische lijnen. De natuurlijke lijnen zijn de basis van het landschap. Dit zijn de Oude Maas, de Grote en de Kleine Duiker en de archeologische kreekrug. Deze natuurlijke lijnen kenmerken zich door hun oost-west richting en hun natuurlijke vormen. De cultuurhistorische lijnen volgen een noord-zuid patroon. Dit zie je terug in de Oude Trambaan, de Oude Haven en het kavelpatroon van het gebied. Gezamenlijk vormen deze lijnen de basis voor de hoofdstructuur van het gebied en vormen belangrijke elementen in de verdere uitwerking van het plan.

18

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 12. Natuurlijke en cultuurlijke lijnen in het gebied

Figuur 13. links de natuurlijke lijnen, rechts de cultuurlijke lijnen

3.3. Beplanting Het landschap wordt bepaald door de groene inrichting. Per deelgebied zijn er verschillende landschapselementen. Het noorden kenmerkt zich door struweel en kleine boomgroepen waarlangs in zuidelijke richting het gebied in kan worden gekeken. Het open middenstuk kenmerkt zich door graslanden en natuurlijke oevers met riet. Het zuidelijke deel wordt dichter beplant, met name rondom de erven. De doorzichten vanaf de Achterzeedijk worden vrijgehouden van hoge beplanting. De erven worden op de eigen kavel beplant met opgaand groen. Deze beplanting dient afscherming van de bebouwing naar het nieuwe recreatiegebied.

19

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Om de hoofdstructuur te benadrukken wordt langs de Oude Trambaan een bomenlaan aangeplant, De Oude Haven blijft vrij van beplanting om de historische functie te benadrukken.

Figuur 14. Bestaande en toekomstige beplanting Zuidpolder 2

Figuur 15: Referenties beplanting uit Zuidpolder fase 1

20

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Transparantie beplanting De transparantie van de beplanting is afhankelijk van het gebruik aan weerszijden van de beplanting. Vanuit de erven is het bijvoorbeeld gewenst om het nieuwe recreatiegebied te beleven. Vanuit het recreatiegebied is het minder gewenst de erven te ervaren. Afhankelijk van de situatie en het gebruik kan voor onderstaande principes worden gekozen.

Figuur 16: Voorbeelden transparantie beplanting

Zichtlijnen Langs de doorzichten vanaf de Achterzeedijk is het uitgangspunt zo min mogelijk van de bebouwing te zien, hier moet gesloten beplanting komen. Op de koppen van de erven tegen het middengebied wordt een bredere overgang van beplanting gecreëerd. In het noorden en middengebied zijn er brede zichtvensters, vanaf de Achterzeedijk zijn deze smaller.

Figuur 17: Indicatie zichtlijnen en beplanting

21

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

3.4. Recreatieve verbindingen en toegankelijkheid In het gebied worden verschillende soorten recreatieve paden aangelegd, zoals wandel-, struin- en fietspaden. De paden zullen zowel verhard, onverhard als half-verhard worden uitgevoerd. De verharde paden zullen met name bedoeld zijn voor fietsers en hardlopers welke zich wat sneller door het gebied willen en kunnen verplaatsen. De onverharde en half-verharde paden zullen juist meer voor natuurliefhebbers en hondenbezitters geschikt zijn. Noorden: verhard fietspad en onverhard pad langs de watergang. Het open midden zal vooral bestaan uit natuurlijke struinpaden (gemaaid gras). De erven worden in grote mate verhard uitgevoerd, de paden ten noorden van de erven zullen vooral half-verhard worden uitgevoerd. Figuur 18 en 19 geven een indicatie van toekomstige routes en de uitvoering daarvan met referenties uit Zuidpolder fase 1. Naast de ontwikkeling van recreatieve verbindingen in het gebied ligt er tevens een uitdaging op het gebied van veilige verbindingen naar andere recreatiegebied zoals die aan de Oude Maas. Met het intensievere gebruik van het gebied is het noodzakelijk de verkeerveiligheid op/langs de Achterzeedijk te verbeteren.

Figuur 18: Netwerk fietser en voetganger

22

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 19: Referenties paden Zuidpolder fase 1

Entrees gebied Om het gebied geschikt te maken voor recreatie is het van belang voldoende (zichtbare) entrees te creëren. Zowel door het doortrekken van bestaande recreatieve routes als het realiseren van nieuwe recreatieve routes. De nieuwe recreatieve routes zijn nu voorzien vanaf de 3e Barendrechtseweg en de begraafplaats alsmede de parallelweg van de Kilweg. Daarnaast zal men ook via/langs de nieuw te ontwikkelen erven het gebied in kunnen. Onderstaand is dit schematisch weergegeven door groene (openbaar) en rode (semi-openbaar) pijlen.

Figuur 20: Entrees gebied

23

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Recreatief netwerk kano Bij de ontwikkeling van Zuipolder fase 2 wordt tevens gekeken naar de mogelijkheden om de kanoroute door fase 2.1 (noordzijde) met de rest van fase 2 te integreren. In onderstaande tekening is dit als mogelijkheid weergegeven.

Figuur 21: Netwerk kano

24

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

3.5. Ontwikkelvelden/erven Voor de ontwikkeling van de erven is rekening gehouden met de ontwerpprincipes volgend uit het Barendrechts Buitenboek en de folders van Mooi IJsselmonde. De principes zijn de basis voor de ontwikkeling van de erven. Bij het uitwerken van de erfopzet is inpassing in het landschap daarmee het uitgangspunt. Dit komt terug in de verkaveling, de architectuur en de inrichting van het erf. In deze paragraaf worden deze punten verder toegelicht.

Huidige bebouwing De bestaande bebouwing is gesitueerd aan de Achterzeedijk. Hier zijn verschillende bebouwingstypen aanwezig, te weten: monumentale boerderijen, moderne boerenerven en polderwoningen. De opzet van de kavel kenmerkt zich door een ‘woonzone’ direct aan de Achterzeedijk met daarachter de van oudsher functionele erfzone. Bij de nieuwe erven wordt deze opzet ook toegepast, alleen kan de erfzone hier ook een woonfunctie vervullen.

Figuur 22: Huidige en nieuwe erven

25

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 23: Bestaande bebouwing in Zuidpolder

Uitgangspunten erfopzet Voor de bebouwing van de erven zijn een aantal uitgangspunten van toepassing. Voor de verkaveling van de erven zijn de volgende punten van toepassing: • • • •

Het erf volgt de richting van het landschap Gebouwen staan aan het erf Woningen aan de Achterzeedijk verbijzonderen door gebiedseigen stijl of kaprichting Geen voortuinen en stoepen

Figuur 23: schematische weergave uitgangspunten erfopzet

26

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Ontsluiting erven Ontsluiting van de te ontwikkelen erven dient zoveel mogelijk over bestaande erven plaats te vinden. Op plekken waar dit niet mogelijk is kan hier van worden afgeweken indien dit belangrijke doorzichten niet schaadt. De ontsluiting van de erven dienen veelal ook als ontsluiting van het achterliggende recreatiegebied. In figuur 24 zijn de uitgangspunten voor de ontsluiting van de erven weergegeven.

Figuur 24: uitgangspunten ontsluiting erf met referenties

Parkeren Voor het parkeren op de erven gelden de volgende uitgangspunten: • • • • • •

Parkeerplaatsen liggen op de erven Parkeerplaatsen worden zo landschappelijk mogelijk vormgegeven Parkeerplaatsen liggen zo veel mogelijk uit het zicht Parkeerplaatsen worden geclusterd Gemeentelijke beleid parkeernormen is het uitgangspunt Per erf wordt deelmobiliteit georganiseerd.

27

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 25: uitgangspunten parkeren op erven

Uitgangspunten bouwvolumes Voor het volume van de bebouwing geldt het volgende: • • • •

Alle volumes bestaan uit 1 bouwlaag met een kap. Grotere volumes blijven 1 bouwlaag met kap, dit betekent dat een groter volume en grotere kap krijgt. De kap ligt in dezelfde lijn als het landschap Het volume dient met zo min mogelijk uitstekende delen (dakkappelen/schoorstenen) te worden uitgevoerd

Figuur 26: uitgangspunten bouwvolumes erven

28

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 27: referenties bouwvolumes

Uitgangspunten architectuur De architectuur van de erfbebouwing geldt het volgende: •

De woningen aan het erf zijn onderdeel van een ensemble. Dit betekent dat de woningen op elkaar lijken, maar niet hetzelfde zijn • In de voorste strook langs de Achterzeedijk staan representatieve gebouwen met een gebiedseigen stijl of afwijkende kaprichting • Landelijke ligging maakt dit een bijzondere woonlocatie, de architectuur van de bebouwing moet dit ondersteunen Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen (zie www.mooiijsselmonde.nl)

Figuur 28: uitgangspunten architectuur erven

29

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Erfbeplanting Uitgangspunten bij erfbeplanting zijn: • De erven krijgen een groen en natuurlijk karakter (erfbeplanting met hagen, struiken en fruitbomen). Ze worden ingepast met veel groen op het erf en water waardoor ze minder aanwezig zijn in het open landschap. • Beplanting wordt op het te ontwikkelen erf zelf geplant. De uitzondering hierop is als de erfontsluiting niet over het bestaande erf loopt en er geen doorzichten worden doorkruist. • Tussen de erfgrens en nieuwe gebouwen zit minimaal 4 meter ten behoeve van erfbeplanting • Gebruik inheemse soorten • Zorg voor afwisseling in soorten of cultivars • Kies voor toekomstgerichte en duurzame soortenkeuze

Figuur 29: Uitgangspunten erfbeplanting en referenties

30

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

31

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 30: Principeschetsen (bureau Stroming) van ingepaste erven langs Achterzeedijk

32

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

4. Klimaat, Bodem, Water en Natuur 4.1. Klimaat Nederland staat voor de opgave om de delta van Rijn, Maas en Schelde voor te bereiden op een nog niet eerder vertoonde snelle klimaatverandering. De problematiek in delta’s wereldwijd is vaak dezelfde: toenemende zeespiegelstijging, meer hoog water op de rivier en heftiger regenbuien, maar ook meer dagen met zeer lage afvoer, langere periodes zonder neerslag en daardoor steeds meer verzilting. De regio Rotterdam en het eiland IJsselmonde bieden een scala aan mogelijkheden om te laten zien hoe een “natuurlijke klimaatbuffer” werkt en wat dat oplevert: voor het waterbeheer, voor de natuur, voor recreatie en voor een goed woon- en werkklimaat. Samen met partners uit de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers werkte ARK aan de realisatie van een klimaatbuffer op IJsselmonde.

Klimaatbuffer als spons Op IJsselmonde is gewerkt aan een klimaatbuffer die als een “natuurlijke spons” werkt. Deze spons vangt het water op als het regent en levert het weer af in droger tijden. Zo vangt de klimaatbuffer de eerste klappen van klimaatverandering op en ontstaat er minder afhankelijkheid van de verziltende rivieren rond IJsselmonde. Het watersysteem en de bijbehorende ecologie worden daardoor dynamischer en robuuster. Tegelijkertijd ontstaan er meer mogelijkheden voor natuur, recreatie en ruimtelijke kwaliteit. Klimaatbuffer IJsselmonde bestaat uit verschillende deelgebieden met verschillende functies. In totaal is het een 1.000 ha groot gebied, met als ruggengraat een 10 km lange Blauwe Verbinding tussen het Zuiderpark in Rotterdam, via het Zuidelijk Randpark en de Koedoodzone naar de Zuidpolder. Samen vormen deze onderdelen een duurzame en klimaatbestendige oplossing voor het waterbeheer op de korte en lange termijn. Klimaatverandering vraagt om meerdere redenen om tot een adaptieve strategie te komen naar een robuust systeem. De momenten met extreme neerslag nemen toe naar 1 x per jaar, het aantal tropische nachten neemt toe van 7 dagen in 2020 naar 21 dagen in 2050 (zie figuur 12).

Figuur 31: de Blauwe Verbinding en de oude Haven komen hier bij elkaar

33

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 32: Effecten klimaatverandering op de regio Rotterdam (Bron: https://www.rotterdam.nl/wonen-

leven/rotterdams-weerwoord/Urgentiedocument-2020_NL.pdf)

4.2. Bodem Op basis van gegevens van het waterschap (bodemtype en vigerende peilbesluiten) en Stiboka (Bodemkaart van Nederland, 1:250.000, 1985) blijkt dat de ondergrond van IJsselmonde-midden uit kalkrijke poldergronden bestaat. Dit zijn bodems waarin dunne lagen veen, zand of al dan niet kalkrijke kleilagen kunnen voorkomen. De bodem varieert van lichte zavel (Mn15A, licht groen) tot zware klei (Mn45A, donker groen). De maaiveldhoogte varieert van -1,3 meter NAP tot -0,5 meter NAP op de kreekruggen

34

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 33: Uitsnede uit AHN kaart. De kreekruggen die voor hoogteverschillen van ca 80 centimeter zorgen zijn duidelijk zichtbaar als lichte verkleuringen van oost naar west.

Uit booronderzoeken die inzichtelijk zijn op het dinoloket, blijkt dat de bodem bij de kreekrug is opgebouwd uit een kleidek van circa 1,5 meter, een zandlaag van cicra 2 meter met daaronder een afwisseling veen- en kleilagen. Er is geen diep booronderzoek beschikbaar op de lagere delen in het plangebied, maar aangenomen mag worden dat de zandlaag daar niet aanwezig is. Voor de waterkwaliteit is het van belang de diepte van de veenlaag in kaart te brengen bij het graven van open water. Deze veenlaag mag nl. niet in aanraking komen met het water.

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

35

Figuur 34: Boorprofiel in de Zuidpolder op een kreekrug

4.3. Water Inleiding In 2013 en 2015 was er wateroverlast in onze regio door extreme buien. In 2018 was het extreem droog. De laatste jaren horen zelfs bij de warmste 10 jaren sinds het begin van de metingen, zowel in Nederland als de wereld. Klimaatverandering is een feit. We weten nog niet hoe snel het gaat en hoe groot de gevolgen kunnen zijn. Maar we kunnen ons er wel op voorbereiden en aanpassen door maatregelen te nemen. Het waterschap richt zich, samen met anderen op veilig en duurzaam wonen, werken en recreëren voor inwoners en bedrijven met als doel om de effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden en zo mogelijk te beperken1. Na de zomer van 2020 heeft een eerste gesprek over de inrichting van het watersysteem in de fase 2 van de Zuidpolder plaatsgevonden met Waterschap Hollandse Delta. Half september is hierover vervolgoverleg geweest. Eind december 2020 heeft het Waterschap laten weten dat het Waterschap géén opgave heeft in de Zuidpolder.

Tijdens een bijeenkomst over het Waterbeheerprogramma 2021-2026 is aangegeven dat het Waterschap open staat voor deelname aan plantrajecten waarin gezocht wordt naar klimaatadaptieve oplossingen die zijn gericht op de ontwikkelingen voor 2050, waarin de nieuwe Groenvisie van WSHD (in voorbereiding) gestalte krijgt en de doelstellingen van KRW voor 2027 worden gehaald en initiatieven die gericht zijn op biodiversiteitsherstel worden omarmd. Wat momenteel geen opgave is kan dus in de toekomst een opgave worden2. Concreet betekent dit dat het voorliggende plan wordt ontwikkeld om bij te dragen aan de doelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit en biodiversiteit. Toenemend areaal land/water overgangen en een flexibel peilbeheer zorgen voor deze kwaliteitsimpuls. Daarnaast draagt het plan bij aan toekomstige klimaatadaptatiedoelen om het landschap in te richten voor het opvangen van piekbuien en het voorkomen van droogte.

1 2

Deze alinea is ontleend aan het Waterbeheerprogramma 2016-2021

Zie ook https://www.wshd.nl/ruimtelijke-adaptatie-in-gebied-hollandse-delta?origin=/van-stresstest-totuitvoeringsprogramma-de-gemeenten-beheergebied-hollandse-delta

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

36

Randvoorwaarden inrichting watersysteem De Zuidpolder wordt gevoed met water uit de Waal (het Waaltje), neerslagwater en inzijging van kwel vanuit de Oude Maas. Het waterpeil ligt momenteel op NAP -2,00 m. Het gebied maakt deel uit van de Blauwe Verbinding waarmee water naar Zuiderpark in Rotterdam wordt gevoerd om het gebied door te spoelen, zodat de waterkwaliteit op orde blijft. In de zomer werd in 2013 via de Blauwe Verbinding gemiddeld 18-24 m3 per minuut doorgespoeld, in de winter circa 6 m3/minuut3. Als doorspoeldebiet in de Blauwe verbinding wordt inmiddels genoemd een maximum van 28 m3/minuut4. Sinds 2010 wordt de ‘klimaatbuffer IJsselmonde’ in fasen gerealiseerd, waarbij in de Zuidpolder de Kleine Duiker is verbreed (2013) en de naastgelegen Vrouwenpolder is afgekoppeld in 2015-2017. Daardoor is een relatief schoonwatersysteem ontstaan van circa 15 ha in de gehele Zuidpolder. De watervergunning om de tot dusver geplande werken af te ronden eindigt eind 2021, al is er nog een peilbesluit nodig om langs de Grote Duiker ook tot peilvariatie te komen. Zie daarvoor onderstaand figuur.

Vrouwenpolder

Figuur 35: de vervolgfase van de klimaatbuffer Zuidpolder met afkoppeling Vrouwenpolder (2015, lichtblauw)) en de verdere aansluiting op de Gaatkensplas (donkerder blauwe pijl).

Nu de koppen van de percelen in de Zuidpolder zijn verworven, kan in principe een volgende stap gemaakt worden naar dit gevarieerde peil (NAP -1,80 tot NAP -2,0 m). Hiervoor moet ook het peilbesluit worden aangepast en moeten huidige landeigenaren en andere belanghebbenden akkoord gaan met peilfluctuatie. Bij samenwerking gemeente en voorliggend plan zijn stuwen niet nodig voor een peilscheiding. Daarmee kan een grotere mate van berging en klimaat adaptieve inrichting worden bereikt, wat ten goede komt aan de waterkwaliteit en ecologische functies van de Zuidpolder en Gaatkensplas. De functie is flexibel inzetbaar, als de vraag verandert. Op 20 mei 2021 heeft er een gesprek plaats gevonden met hydrologen van het waterschap Hollandse Delta. Dit heeft geleidt tot inzichten in het watersysteem die zijn meegenomen in het ontwerp en in sommige gevallen nog nader onderzoek behoeven.

3

Klimaatbuffer XXL 2013

4

Zie studie Gaatkensplas 2019

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

37

Belangrijk nieuw inzicht is dat bij toename van het open water ook de doorspoelbehoefte kan stijgen. Daarnaast is het voor de waterkwaliteit van belang dat de verblijftijd van het water beperkt blijft. Dit leidt tot de volgende randvoorwaarden die worden meegenomen in de uitwerking van het waterontwerp in de Zuidpolder: • • • • •

Het ontwerp geven we vorm zodat er geen extra doorspoelbehoefte ontstaat. Het waterontwerp en de waterpeilen worden zo vormgegeven dat de verblijftijd (en daarmee de waterkwaliteit) in het gebied beperkt blijft (minder dan 10 dagen). De aan te leggen watergangen worden niet al te breed, met een V profiel en verlaagd maaiveld aan de oevers (natuurvriendelijke oevers). Bij de plaatsing van stuwen (zoals bij het perceel van de tuinder welke bedrijfsvoering doorzet) dienen deze automatisch te werken. Er wordt nader verkend met het waterschap hoe een flexibel peilbeheer kan worden gerealiseerd met in achtneming van de bovenstaande voorwaarden.

4.4. Natuur Het raamwerk voor de natuur is weergegeven in de figuur hieronder, de omgevingsvisie van de provincie Zuid Holland. De figuur daarna (17) is afkomstig uit de Toekomstvisie Groen en recreatie van de landschapstafel IJsselmonde. Getijdenrivier Oude Maas is buitendijks van belang, binnendijks is de Blauwe Verbinding een belangrijke ordenende structuur. Momenteel is het plangebied voornamelijk in gebruik als akkergebied. De wateren bestaan voornamelijk uit oude, ondiepe sloten. Deze sloten hebben een breedte van plusminus 7 meter en zijn gedeeltelijk voorzien van een houten beschoeiing. De oevers zijn zeer steil. De diepste sloten hebben een waterdiepte van ongeveer 1,20 meter.

Figuur 36: Omgevingsvisie Zuid Holland 5, het plangebied bevat meerdere recreatieve en groene doelstellingen

5 (https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/).

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

38

Figuur 37: het plangebied in de Zuidpolder creëert een aaneengesloten raamwerk van natuur- en recreatiegebieden in IJsselmonde

Huidige waarden In 2013 zijn de wateren in Zuidpolder en omgeving door bureau Stadsnatuur onderzocht op het voorkomen van hogere planten, amfibieën, macrofauna en vissen6. Naast de sloten zijn ook de gegraven plassen geïnventariseerd (zie ook bijlage 2). In de Zuidpolder zijn 21 plantensoorten waargenomen. Het gemiddeld aantal soorten per onderzocht transect bedroeg 9,2 soorten. Het betreft voornamelijk zeer algemene water- en oeverplanten, zoals Aarvederkruid, Smalle waterpest en Liesgras, maar ook soorten als Engelwortel, Blaartrekkende boterbloem en Stijve waterranonkel. Wat betreft de macrofauna zijn onder andere 8 soorten libellen en 7 soorten mollusken (slakken en mosselen) aangetroffen. Het betreft allemaal algemene soorten aangetroffen. Geen van deze soorten is beschermd of stelt bijzondere eisen aan het leefmilieu (o.a. waterkwaliteit). Bij het onderzoek in 2013 zijn nauwelijks amfibieën aangetroffen, maar wel diverse vissoorten. Van de 16 in de Blauwe Verbinding aangetroffen vissoorten komt het merendeel in de Zuidpolder voor, met vooral opvallende populaties van het Vetje, die in kleine polderslootjes voorkomt. Verder zijn Ruisvoorn, Kleine modderkruiper, Tiendoornige stekelbaars en Blankvoorn goed vertegenwoordigd. Opvallend afwezige is de Aal. Dit wordt geweten aan gebrekkige migratie met de buitenwateren van de Oude Maas.

6

Visfauna Blauwe Verbinding, inventarisatie, inrichtings- en beheeradvies, verwachtingen, Bureau Stadsnatuur, Niels Godijn 2013, rapport 213

39

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Natuurontwikkeling De klimaatbuffer met de voorgestelde inrichting draagt bij aan de ontwikkeling en het beheer van land-waterovergangen en kruiden- en faunarijk(e) grasland en akker (resp. natuurtype N12.02 en N12.05). Het flexibele waterpeil in de klimaatbuffer zorgt ervoor dat de nog te realiseren flauwe oevers in het ontwerp (langs de huidige en nieuwe sloten, zie par. 2.3) zich goed kunnen ontwikkelen. Voor een optimale ontwikkeling van de oevers is het van belang dat het waterpeil in de winter op het hoogste punt staat (1,80 m-NAP) en in het zomerseizoen mag uitzakken (2,00 m-NAP). De flauwe oevers zorgen voor een uitbreiding van het areaal land-waterovergangen. Ook de kwaliteit zal toenemen omdat in de verbrede overgangszone en de tijdelijk droogvallende delen nieuwe soorten water- en oeverplanten kansen krijgen om te ontkiemen. Een gevarieerde gemeenschap van water- en oeverplanten vormt een goede basis voor een rijke gemeenschap van macrofauna, vissen en amfibieën.

Figuur 38: Voorgestelde peilfluctuatie zoals dat in de Zuidpolder zal plaatsvinden zodra het peilbesluit is vastgesteld.

Daarnaast zorgt de klimaatbuffer voor een verbetering van de kwaliteit van de graslanden en akkers. Deze zullen zich ontwikkelen tot kruiden- en faunarijk(e) grasland en akker (resp. N12.02 en N12.05). De aanwezige kreekruggen zorgen al voor een gevarieerde uitgangssituatie qua bodemhoogte. Het flexibele waterpeil, aangevuld met het lokaal afgraven van de voedselrijke bovengrond zal zorgen voor nog meer variatie in bodemhoogte, vochtgehalte en voedselrijkdom. Hierdoor krijgen kruiden meer kans.

Bosontwikkeling Op deze rijke kleigronden kan zich een soortenrijk bos ontwikkelen, met enkele tientallen soorten loofbomen, struiken en vruchtdragende bomen. Afhankelijk van de wijze waarop dit bos zich kan vestigen, spontaan of aangeplant, begraasd of niet begraasd, ontwikkelt het zich langzaam of sneller vanuit een open terreinsituatie met akkers of grasland. Indien gekozen wordt voor aanplant gaat de voorkeur uit naar plantmateriaal van inheemse genetische herkomst. De variatie in het bos kan groot zijn, door vanaf de waterkant spontaan wilgensoorten, zwarte populier en zwarte els zich te laten vestigen. Op de drogere delen kan het hardhoutbos zich

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

40

ontwikkelen, met eik, es, esdoorn, zoete kers, linde, iep en nog vele andere struiksoorten zoals meidoorns, sleedoorn en roos, wilde appel, walnoot en peer. De bossen bevatten na verloop van enkele decennia rijke vogel- en insectenpopulaties, in de mantels en zomen ontwikkelen zich kruidenrijke vegetaties.

Natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie op de woonerven Om de biodiversiteit op en rond de woningen te vergroten is het belangrijk om uit te gaan van de 3 V’s (voedsel, voortplantingsgelegenheid en veiligheid). Een soort hoeft niet alle functie – alle 3 V’s te vinden in of op gebouwen. Vaak is één van de V’s voor een soort in een bepaald gebied het meest beperkend (bijv. nestgelegenheid). Als die functie wordt aangeboden heeft dat groot ecologisch nut. Bekende groepen die profiteren van het aanbieden van een functie op of in gebouwen zijn vleermuizen (voortplanting en veiligheid) en verschillende soorten vogels (voortplanting in kasten, vides, etc. en op daken). Ook insecten zoals bijen en vlinders profiteren, m.n. van voedselaanbod (denk aan groene daken, en kruidenrijke erven). Opties: • • • • • • • • •

De gebruikelijke voorzieningen zoals nestgelegenheid voor gierzwaluw en huismus en verschillende typen verblijven voor meerdere soorten vleermuizen. Groene daken: aantrekkelijk voor mossen, kleine plantjes, tal van insecten (dit kan lastig zijn bij de gewenste beeldkwaliteit voor de boerenerven). Bruine daken: o.a. voor zwarte roodstaart (idem). Grinddaken: worden gebruikt door visdief, scholekster en meeuwen. Innovatieve daken: combinaties van groen, bruin en grind met ook wat hogere vegetatie in het broedseizoen en mogelijk zelfs permanent ondiep water. Groene gevels: er zijn verschillende succesvolle systemen op de markt Uitsparingen in gevels, o.a. groeiplekken voor varens en nestgelegenheid voor hommels en solitaire bijen. Bloeiende inheemse planten op erven voor vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen en andere bestuivers. Ingebouwde bijenhotels of uitsparingen daarvoor; deze zouden jaarlijks of een keer per zoveel jaar moeten worden beheerd. Denk aan nieuw droog riet.

41

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 39: Van linksboven met de klok mee: bloeiende vroegeling en korstmossen op muur, zwarte roodstaart op dak, tongvaren en grote bladsnijder (een solitaire bij die in holletjes nestelt en daar bladeren in stopt).

Dit onderdeel van het ontwerp wordt in de volgende fase van het proces nader uitgewerkt met diverse partners zoals Vogelbescherming e.a.. Dit zorgt voor hoogwaardige uitwerkingen, die aansluiten bij het Deltaplan Biodiversiteit en andere ontwikkelingen rond circulair bouwen.

Klimaat adaptief bouwen Energieneutraliteit en natuurinclusiviteit zijn belangrijke na te streven uitgangspunten, waarover nog met de initiatiefnemers en stedenbouwkundige adviseurs zal worden overlegd. • • • • •

Duurzaam, toekomstbestendig bouwen en circulaire gebiedsontwikkeling wordt nagestreefd. De Milieu Prestatie Gebouwen en GWW-werken (MPG) is 1,0 en wordt waarschijnlijk verscherpt naar 0,8 in 2021 Er wordt uitgegaan van een gasloze ontwikkeling; Voor de benodigde energieopwekking geldt dat dit op een landschappelijk verantwoorde wijze in of nabij de woningen/bebouwing wordt toegepast. Zo natuur-inclusief mogelijk bouwen (in uitwerking t.z.t. opnemen)

42

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

•

Er zal een stikstofberekening moeten worden uitgevoerd.

De gemeente Barendrecht heeft het convenant Klimaatadaptief Bouwen, initiatief van de Provincie Zuid-Holland, ondertekend. De minimale eisen ten aanzien van overstroming, wateroverlast, droogte en hitte, alsmede de gevolgen hiervan voor bodemdaling en biodiversiteit zijn hierin vastgelegd. (www.bouwadaptief.nl). Dit convenant vormt het uitgangspunt voor verdere planuitwerking.

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

43

5. Gebruik De volgende punten zijn van belang voor het (recreatieve) gebruik van de Zuidpolder: •

• • • •

•

Deze gebiedsvisie realiseert het laatste onderdeel van gehele bufferstrook Zuidpolder op IJsselmonde, wat nu wordt ingericht als openbare natuur/recreatie strook c.q. groen/blauwe verbinding. Deze strook loopt vanaf het Buitenland van Rhoon aan de westzijde tot Wevershoek/Waalbos aan de oostzijde van het plangebied. Mogelijkheid voor wandelen/fietsen/kanoën in het gebied. Gebied waar veel te zien/te doen is voor kinderen en volwassen (ontdek- en struinplekken) Voedselbos: aanplant ‘eetbaar’ bosplantsoen Gehele gebied is openbaar met uitzondering van de tuinen van de bewoners en de ‘afgescheiden’ delen van maatschappelijke erven. Dit laatste is nader te bepalen aan de hand van nog te selecteren maatschappelijk partijen. De maatschappelijke erven zijn wel altijd ontsloten met wandelpad. De ligging van de paden op het erf is echter afhankelijk van toekomstige partij. Dit betekend dat de erven toegankelijk zijn voor iedereen. Ze zijn ontsloten en verbonden door wandelpaden. Gedurende (broed)seizoen kan het zijn dat enkele stukken struinnatuur zijn afgesloten vanwege kwetsbare flora en/of fauna.

5.1. Recreatie Uit een notitie van de provincie ZH7 blijkt dat nagenoeg de helft van de mensen (47%) die wekelijks sport dit ongeorganiseerd doet in de openbare ruimte. Een belangrijk deel daarvan – en bovendien nog steeds groeiend- is sportief wandelen. Daarvoor biedt de Zuidpolder straks nog meer gelegenheid, aangezien het overgrote deel van het terrein openbaar toegankelijk wordt. Naast wandelen kun je ook denken aan fietsen, kanoën en vissen. Opvallend en zorgwekkend cijfer uit een studie van de provincie ZH is dat van de kinderen van 4 tot 11 jaar maar 56% aan de bewegingsrichtlijnen voldoet. De meeste kinderen spelen maar 3 tot 7 uur per week buiten in 2016, wat tot gevolg is dat motorische vaardigheden achterblijven en overgewicht dreigt. Aangezien Barendrecht veel jeugd heeft is dit een aandachtspunt.

Zuidpolder fase 2.1 en het Landschapspark IJsselmonde De landschapstafel IJsselmonde biedt een belangrijk kader voor het recreatieve gebruik van het gebied. In onderstaand figuur is het eiland IJsselmonde weergegeven als Landschapspark. Dit maakt deel uit van een visie op groen en recreatie en is opgesteld door de ambtelijke werkgroep van de landschapstafel, in samenwerking met gebiedspartners, waaronder gemeente Barendrecht en vier andere gemeenten, Staatsbosbeheer, Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde, Waterschap Hollandse Delta, Het Zuid-Hollands Landschap en de Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon. Er ontstaan mogelijkheden voor wandelen en struinen, fietsen en kanoën.

7

Startnotitie sport en recreatie Zuid Holland

44

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

Figuur 40: Eiland IJsselmonde als landschapspark

5.2. Programma ontwikkelvelden/erven Tijdens eerdere bijeenkomsten en de behandeling van de motie in 2020 is aangegeven dat een (gedeeltelijke) maatschappelijke invulling van toegevoegde waarde kan zijn in het plan. De toevoeging van maatschappelijke waarde sluit aan bij de gedachte van GKB. Bij de nieuwe erven onderscheiden we twee soorten erven: maatschappelijk (incl. ouderen) en wonen. Erf 1, 2 en 4 zijn bestemd voor maatschappelijke functies. Erf 3 en 5 voor wonen. Naast de functie maatschappelijk of wonen vervullen ze ook de functie recreatie. De wandelpaden lopen namelijk ook over de erven. Daarnaast is er eventueel horeca op één van maatschappelijke erven mogelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezige woonfunctie in het gebied. Invulling door maatschappelijke partners is gewenst omdat zij een invulling kunnen geven aan (eenvoudige) beheerstaken in het gebied. Denk daarbij bijvoorbeeld aan onderhoud van groen en paden. In de afgelopen maanden zijn er inventariserende gespreken gevoerd met diverse maatschappelijke partijen. Onderstaande volgt een opsomming van de uitkomst.

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

45

Mogelijke maatschappelijke participanten voor invulling bebouwing •

• • • •

Horses & Co Heerjansdam (zorgboerderij, https://www.horses-enco.nl/) zoekt locatie voor gezinshuis (gecombineerde bestemming van maatschappelijk met wonen) om invulling te geven aan groene beschutte dagbesteding, leertraject uitvallers onderwijs, logeren/ verblijf max. 24 jongen, begeleiden, coachen en behandelen; Distinto logeerhuizen en groepsaccommodaties: zelfde als Horses & Co. Doelgroep verschillend van Horses &Co Legers des heils (heeft inmiddels intentie uitgesproken om zich te vestigen in het gebied) Seniorenhuisvesting (Barendrechtse initiatiefnemers, zie motie 28 januari 2020 bijlage 4) Zorgwonen (div. partijen)

Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met diverse andere (maatschappelijke) partijen. Deze hebben te kennen gegeven zeer geïnteresseerd te zijn maar vinden het nog te vroeg om aan te haken. Dit vanwege het nog niet concreet genoeg zijn van de planning. Voor overzicht van overige participanten verwijzen wij naar bijlage 5.

Bewoning en beheer De erven hebben een ‘open’ karakter. De erven met woonfunctie zijn openbaar toegangelijk. De toegankelijkheid van de erven met maatschappelijke functie is afhankelijk van de ‘doelgroep’ welke zich op zo’n erf vestigd. De inrichting van de erven (vorm en gebruik) is afgestemd op en ten dienste van het omliggende landschap. Dit wordt in vervolgfase nader uitgewerkt op basis van de uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 3. De te bouwen woningtypes voor wonen zijn: starters-, doorstroom- en twee onder één kap woningen (resp. ca 15, 10 en 30 % van totale bebouwing). Hierbij vallen de starterswoningen onder NHG grens. De ‘woningtypes’ voor maatschappelijk worden nader uitgewerkt. Dit is namelijk afhankelijk van de partij welke het betreft. De bewoners/eigenaren vormen samen een vorm van VVE en zijn verantwoordelijk voor het beheeren onderhoud (zie hoofdstuk 6).

Figuur 41: uitgangspunten eigendom erven

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

46

6. Beheer en onderhoud 6.1. Huidige beheer en onderhoud Het beheer van de al heringerichte delen van de Zuidpolder oogt momenteel nogal versnipperd. De overgangen van land naar water zijn op sommige plaatsen moeilijk open te houden en groeien dicht, de bodem is zo vruchtbaar dat het riet ‘s zomers menshoog boven de recreanten uittorent, wat het zicht op het water ontneemt. Langs de watergangen komt wilg op. Het hoge gras wordt gemaaid en afgevoerd. Het cultuurlandschap rond recreatieboerderij “de Kleine Duiker8” is vrij intensief in beheer, met overwegend agrarische technieken. Hier is de openheid een stuk beter geborgd, de recreatieve toegankelijkheid beperkt zich hier tot de bezoekers van de boerderij, met een aantal recreatieve routes die er doorheen voeren. De mogelijkheden van participatie vanuit de omgeving zijn groot, waardoor dit zeer wordt gewaardeerd. Er zijn daarbuiten stukken die destijds zijn aangelegd als recreatieterrein met het cultuurlandschap als basis, en die momenteel lijken te verruigen en dichtgroeien.

Figuur 42: dichtgegroeid wandelpad in het oostelijke deel van de Zuidpolder (zomer 2020)

8

https://dekleineduiker.nl/

Gebiedsvisie Zuidpolder fase 2

47

6.2. Wat stellen we voor in Zuidpolder fase 2 en 2.1? • • • • • • • •

natuurontwikkeling als uitgangspunt; samenhangend beheer, kiezen voor een eenduidige aanpak; ecologische processen als basis; peildynamiek zorgt voor variatie; natuurbegrazing zorgt voor variatie en natuurlijke successie; beperkt agrarisch gebruik; Het groen op de erven sluit aan bij de natuurlijke visie op het gebied welke gericht is op biodiversiteit (bijv. ecologisch beheer en sinus maaien); Ten behoeve van onderhoud van de watergangen is er minimaal aan één zijde van de watergang een schouwstrook van min. 3 m1 breed aanwezig.

Agrarisch gebruik In het plangebied wordt beperkt agrarisch gebruik gehandhaafd. Dit betreft de bestaande tuinder welke zijn bedrijf voortzet (westzijde plangebied). Door toepassing van conventionele landbouw zorg je er echter voor dat de gronden vol komen te zitten met nutriënten en als gevolg daarvan zullen de natuurlijke/ecologische doelstellingen ondermijnd worden. Omdat we overgaan naar een recreatief en natuurlijk gebruik van het landschap past natuurinclusieve landbouw (gebruik de natuurlijke ontwikkeling van het groen en ken het gebruik van de inheemse soorten en voorkom monocultuur) op beperkte schaal wel in dit plaatje. Landbouw moet niet gaan domineren in het landschappelijke beeld. Voor inspiratie kan de volgende website worden geraadpleegd: www.landbouwmetnatuur.nl.

6.3. Organisatie beheer en onderhoud Het project gaat uit van beheer en onderhoud door een vereniging van eigenaren van de toekomstige bewoners en/of bewoners van maatschappelijke voorzieningen. Dit kan zowel een overkoepelende vve als een sub-vve per erf zijn. Zij betalen een jaarlijkse bijdrage voor dekking van de kosten. Daarnaast kunnen zij een deel van werkzaamheden zelf uitvoeren. Het vestigen van maatschappelijke/zorgactiviteiten biedt de mogelijkheid om het onderhoud door ‘medewerkers/bewoners/cliënten’ te laten uitvoeren (in het kader van dagbesteding/therapie). En zelfs onderhoud buiten het projectgebied. De realisatie van het plan zal niet zorgen voor stijging van beheer- en onderhoudslasten van de gemeente Barendrecht. Alle gronden gaan over naar toekomstige eigenaren. Om te zorgen voor continuïteit en ‘toezicht’ houdt GKB een ‘belang’ in de hoofd vve. Het is de bedoeling dat GKB ‘toezichthouder’ blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14465228/1