B38 Trillingrapport Stationstuinen eerste fase Barendrecht
Tekst van het document
Trillingsonderzoek Bouwplan Stationstuinen fase 1 veld A en B te Barendrecht
OPGESTELD VOOR: BRO Adviseurs
OPGESTELD DOOR: S TA N T E C B V 15-9-2023 REFERENTIE 32 7200754
Trillingsonderzoek Bouwplan Stationstuinen fase 1 veld A en B te Barendrecht
In opdracht van: BRO Adviseurs Opgesteld door: ir. H.J.M. Schipperen Projectnummer: 327200754 Documentnaam: 327200753 TR rapport Stationstuinen Barendrecht Datum:
15 september 2023
Versie
Vrijgegeven door
Datum
2
Hr. P. Aarsen
22-06-2023
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding
1
2.0 Onderzoekslokatie
2
3.0 Beschrijving situatie 3.1 Algemeen 3.2 Constructie bouwplan 3.3 Bodemopbouw
3 3 3 3
4.0 Toetsingswaarden hinder
6
5.0 Overdrachtsprognoses inzake gebouwen 5.1 Algemeen 5.2 Fundering en gebouwconstructie 5.3 Vloerconstructie
7 7 7 8
6.0 Trillingsmetingen 6.1 Algemeen 6.2 Meetresultaten 6.3 Gecorrigeerde resultaten; prognose
10 10 11 12
7.0 Toetsing trillingimmissie; prognose
13
8.0 Conclusie van de prognose
14
Bijlage 1: Lokale toekomstige situatie; meetlocaties van de Vibra’s SBR+ Bijlage 2: Meetresultaten van de Vibra SBR+; Bergeend 11 Bijlage 3: Meetresultaten van de Vibra SBR+; Stationsweg 2 Bijlage 4: Termen en definities SBR B Bijlage 5: Treinintensiteiten per maand station Barendrecht vanaf 2018 tot heden
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx
1.0
INLEIDING
In opdracht van BRO Adviseurs is een trillingstechnisch onderzoek uitgevoerd uitgaande van metingen in 2 bestaande woningen waar in de directe nabijheid en in de nabije toekomst bouwplan Stationstuinen gerealiseerd wordt aan de noordoostzijde van station Barendrecht. Onderhavig onderzoek heeft alleen betrekking op fase 1 veld A en B. Doel van het onderzoek is het prognosticeren van de trillingsniveaus in de toekomstige gevoelige ruimten van het bouwplan ten gevolge van het railverkeer welke over het nabijgelegen spoortraject en station van Barendrecht rijden. Deze trillingniveaus worden geprognosticeerd op basis van de resultaten van de trillingmetingen in de woningen. Het railverkeer rijdt in een overdekte betonnen tunnelbak ter hoogte van de beschouwde locatie. Aanleiding voor het onderzoek is de zorg van de opdrachtgever om mogelijke toekomstige trillingshinder in de gevoelige ruimten van de nieuwbouw ten gevolge van het railverkeer welke over genoemd traject rijdt, te voorkomen. Ten behoeve van het onderzoek zijn trillingsmetingen in 2 woningen verricht conform de voorschriften uit de SBR richtlijn B: Hinder voor personen in gebouwen; meet- en beoordelingsrichtlijn augustus 2002. Gedurende 1 representatieve week medio 2018 zijn de trillingsniveaus gemeten en zijn geëxtrapoleerd naar heden (medio 2023).
Voor de overdracht van bodem naar gebouw en van gebouw naar verdiepingsvloer zijn frequentie afhankelijke overdrachtsfuncties gebruikt ten behoeve van de trillingsprognose in een verdiepingencomplex van de dichtstbij het spoor geprojecteerde appartementen.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 1
2.0
ONDERZOEKSLOKATIE
De onderzoekslocatie is gelegen ten noordoosten van het treinstation Barendrecht tussen de woningen aan de Bergeend en Stationsweg. In figuur 2.1 zijn de locaties van de complexen weergegeven inzake fase 1 veld A en B. Figuur 2.1 Nieuw te bouwen complexen te Barendrecht; bouwplan Stationstuinen
In bijlage 1 zijn de globale locaties van de 2 trillingmeetsets weergegeven in de woningen Bergeend 11 en Stationsweg 2. De sets zijn geplaatst op de vloer van de 2e verdieping. De woningen zijn representatief gekozen in relatie tot het toekomstig bouwplan ten opzichte van de spoorbaan. In bijlage 1 is tevens de lokale toekomstige situatie weergegeven. De gemeente Barendrecht wil mogelijke trillinghinder in de toekomstige gevoelige bestemmingen voorkomen dat ten gevolge van het nabije railverkeer mogelijk kan worden veroorzaakt. De resultaten van het onderzoek dienen een antwoord te geven op de vraag of er kans op hinder is in gevoelige ruimten van het bouwplan. Hiertoe is een frequentie afhankelijke overdrachtfunctie gebruikt voor de overdracht van bodem naar fundering en van fundering naar vloer. In de onderhavige situatie is ervoor gekozen om gedurende 1 volle representatieve week de trillingen te meten waardoor een goed beeld van de lokale situatie is verkregen.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 2
3.0
BESCHRIJVING SITUATIE
3.1
ALGEMEEN
Ten tijde van de metingen werd door het railverkeer representatief over het spoor gereden. Op zaterdag en zondag was er evenwel geen personenvervoer maar wel het bepalende goederenvervoer. Er waren verder geen belemmeringen en er was geen vakantieperiode. De metingen zijn uitgevoerd eind mei – begin juni 2018. Teneinde deze metingen als representatief te kunnen beoordelen zijn van ProRail, Team Publieksvoorlichting, de maandintensiteiten vanaf deze periode tot heden ontvangen. In bijlage 5 is het overzicht weergegeven. Hieruit blijkt dat het aantal reizigers- en goederenintensiteiten destijds enigszins hoger waren dan in de huidige periode. Worst case worden de meetresultaten derhalve ongecorrigeerd gebruikt. De trillingsets zijn geplaatst op het vloerveld in de slaapkamers op de 2e verdieping van beide woningen. De vloer van de 2e verdieping van de woning Stationsweg 2 bestaat uit een houten vloer. De woning is onderheid middels houten palen met een betonnen kop. De begane grond vloer is van beton. De vloer van de 2e verdieping van de woning Bergeend 11 bestaat uit een betonnen vloer. De woning is onderheid middels prefab betonpalen. De begane grond vloer is van beton. Omdat gedurende 1 volle week is gemeten, wordt in relatie tot het laatstgenoemde gesteld dat sprake is van een representatieve meetsituatie conform de SBR B richtlijn.
Conform de SBR richtlijn behoeven de resultaten dan niet statistisch verwerkt te worden.
3.2
CONSTRUCTIE BOUWPLAN
Qua constructieve opzet zullen de bouwwerken een betonnen draagconstructie krijgen van woningscheidende wanden. Eventueel worden in de onderliggende commerciële ruimtes op de begane grond schijven en kolommen gesitueerd daar waar deze geen woonfunctie hebben. De bouwwerken worden onderheid op circa 21 meter lange betonpalen. Deze vorm van funderen kan enigszins trillinggevoelig zijn.
3.3
BODEMOPBOUW
Daar de trillingmetingen zijn uitgevoerd ten zuidwesten van de spoorbaan en het toekomstig bouwplan Stationstuinen aan de noordoostzijde gerealiseerd wordt, is onderzoek gedaan naar de lokale bodemopbouw tussen beide lokaties. In figuur 3.1 is de lijn A- A’ weergegeven waarvan de bodemopbouw is bepaald.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 3
Figuur 3.1 Lijn A – A’ waarvan de bodemopbouw is bepaald.
In figuur 3.2 is de dwarsdoorsnede van de bodemopbouw weergegeven tussen de lijn A – A’. Figuur 3.2 Dwarsdoorsnede bodemopbouw tussen lijn A – A’.
Tot 5 meter diep kan een afwisseling van klei, zand en veen worden verwacht. In de bovenste meters onder maaiveld zal (opgebracht) zand aangetroffen worden en daaronder klei – veen – klei.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 4
Op basis van de bekende regionale bodemopbouw is de bovenste 15 meter een holocene afzetting (HLc) en die wordt omschreven als een complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand. Hieruit blijkt dat de bodemopbouw tussen meetgebied en plangebied dezelfde is en derhalve geen invloed zal hebben op de trillingprognose.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 5
4.0
TOETSINGSWAARDEN HINDER
De meet- en beoordelingsrichtlijn B, "Hinder voor personen in gebouwen" uit augustus 2002 bevat richtlijnen voor het meten en beoordelen van hinder voor personen. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw, aard van de trillingsbron en in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties. In de richtlijn vindt de beoordeling plaats door middel van de waarden A1, A2 en A3: A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper. In bijlage 4 zijn termen en definities gegeven relaterend aan de SBR richtlijn B. Voor de hoogte van de streefwaarden geldt in algemene zin dat A3<A1A2. Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien: De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1 of De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3. De procedure voor de beoordeling van Vmax en Vper is in het onderstaande stroomschema aangegeven.
Vmax < A1 ja
nee
voldoet
Vmax < A2 nee
ja ja
Vper < A3
ja
voldoet niet nee
In de richtlijn zijn de streefwaarden onder andere gebaseerd op de functie van het gebouw waar de trillingen beoordeeld moeten worden en de aard van de trillingsbron. In de onderhavige situatie worden de optredende trillingen beschouwd als herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd. De situatie kan worden beschouwd als een nieuwe situatie daar het een bouwplan betreft. In tabel 4.1 zijn de streefwaarden opgenomen. Tabel 4.1. Overzicht streefwaarden hinder; nieuwe situaties; SBR B Norm
Wonen
Dag/avond
Nacht
A1
A2
A3
A1
A2
A3
0,1
0,4
0,05
0,1
0,2
0,05
Toetsing zal plaatsvinden voor zowel de dag/avond- als nachtperiode daar het railverkeer plaatsvindt in deze perioden. In het volgende hoofdstuk worden de trillingen in het bouwplan geprognosticeerd relaterend aan de uitgevoerde trillingmetingen. Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 6
5.0
OVERDRACHTSPROGNOSES INZAKE GEBOUWEN
5.1
ALGEMEEN
Trillingen worden door de bodem overgedragen aan de gebouwconstructie. De mate van trillingsoverdracht hangt af van de wijze van funderen en de massa en stijfheid van het gebouw. Maatgevend voor de toetsing is de optredende trillingssterkte in de vloer. De constructiewijze, materiaal en overspanning van een vloer en de massabelasting bepalen de ligging van „eigen‟ of resonantie frequenties van een vloerveld en de gevoeligheid voor trillingen. Inzake de mobiliteitshub zijn niet-woonfuncties zoals detailhandel, kantoren, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en lichte vormen van horeca mogelijk. Een mobiliteitshub is een plek waar diverse reizen en diensten slim en efficiënt met elkaar verbonden worden. Het nodigt daarmee uit te kiezen voor efficiënt en duurzaam vervoer. Een mobiliteitshub is een onmisbare schakel in de mobiliteitstransitie. Het verblijf van personen in dit gebouw zal vanwege de hub functie van relatief korte duur zijn. Uitgaande van de SBR B richtlijn zijn er streefwaarden voor (o.a.) kantoorruimten. De mobiliteitshub is zeer dicht op de tunnelbak geprojecteerd (circa 10 meter) waardoor de onderhavige metingen een (veel) te onnauwkeurige prognose zullen opleveren waardoor deze hub, mede om bovenstaande reden, niet beschouwd is. De afstand van de woning Stationsweg 2 en Bergeend 11 tot de tunnelbak van de spoorweg bedraagt circa 57 meter.
De afstand van de geprojecteerde appartementen tot de tunnelbak bedraagt eveneens circa 57 meter. Derhalve wordt geen trillingsniveau correctie toegepast op de voortplanting van trillingen door de bodem conform de formule van Barkan. Vooruitlopend op de resultaten van de metingen blijkt dat de trillingsamplituden op de vloer van de 2 e verdieping van de woning Bergeend 11 nihil zijn; er zijn nagenoeg geen meetresultaten geconstateerd in het kader van eventuele hinderbeleving; een en ander is een indicatie dat trillingshinder niet zal optreden. Inzake de woning Stationsweg 2 zijn de meetresultaten wel relevant. De relevante trillingen ten gevolge van het railverkeer treden op met een dominante frequentie globaal rond de 4 à 5 Hz op basis van uitgebreid trace onderzoek.
5.2
FUNDERING EN GEBOUWCONSTRUCTIE
Bij de overgang van bodem naar gebouwfundatie treedt een verzwakking op van trillingen. Deze verzwakking wordt groter bij toenemende frequentie, waarbij de totale verzwakking zal afhangen van de spectrale verdeling. Voor laagbouw zal de verzwakking minder zijn dan voor hoogbouw. De spectrale overdrachtswaarden uit tabel 5.1 zijn gebaseerd op door TNO ontwikkelde empirische formules en eigen meetervaring.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 7
Tabel 5.1: Prognose trillingsoverdracht van bodem naar gebouw (tertsband) Gebouw
Frequentie in Hz
Laagbouw op staal Laagbouw op palen Utiliteitsbouw (4 tot 8 lagen)
10
12,5
16
20
25
31,5
40
50
63
80
100
125
0 -2 -6
0 -2 -6
-1 -3 -7
-2 -4 -7
-3 -5 -8
-4 -7 -9
-6 -9 -11
-9 -12 -14
-9 -12 -14
-9 -12 -14
-9 -12 -14
-9 -12 -14
Inzake het bouwplan kan worden uitgegaan van Utiliteitsbouw. In de onderhavige situatie is reeds gemeten op een houten vloerveld van de woning Stationsweg 2 op de 2e verdieping. De woning is onderheid. Het gebouwtype “Laagbouw op palen” komt hiermee het best overeen. Tabel 5.1 geeft bij 5 Hz geen waarde edoch het is aannemelijk dat dit door lineaire interpolatie dezelfde waarden betreft als bij 12,5 Hz en 10 Hz. Relaterend aan gebouwtype “Utiliteitsbouw” voor het bouwplan is bij ca. 5 Hz de verzwakking derhalve naar schatting circa -4 dB (van -2 dB naar -6 dB); dit komt ongeveer overeen met een factor 1,6 relaterend aan de snelheid. De prognose van de verzwakkingscurve van de overgang van bodem naar gebouwfundatie wordt derhalve in de onderhavige situatie beperkt toegepast.
5.3
VLOERCONSTRUCTIE
Door resonanties zal de trillingssterkte in het midden van een vloerveld hoger zijn dan aan de randen. Voor de mate van resonantie zijn de demping en de ligging van eigenfrequenties van belang. Deze zijn afhankelijk van de constructiewijze, het materiaal en de vloeroverspanning. Voor niet stationaire trillingen, zoals bij railverkeer, is de verwachting dat de versterkingsfactoren wat lager zullen uitvallen dan vermeld in tabel 5.2. Dit geldt wanneer de afstand tot de trillingsbron zeer klein is en de aanstoting slechts over een beperkt deel van de draagconstructie plaatsvindt zoals in de onderhavige situatie. Op de vloer op de 2e verdieping van de woning Stationsweg 2 is in het midden van een houten vloerveld gemeten. Derhalve is geen vloercorrectie doorgevoerd voor de prognose voor de trillingssterkte (in het midden van een vloerveld). Cumulatie overdrachtsprognose Voor de overdracht van bodem naar gebouw naar overspannende vloer is de prognose derhalve dat enigszins trillingsverzwakking optreedt; dit is circa -4 dB. Dit komt ongeveer overeen met een verzwakkingsfactor van circa 1,6 op de gemeten trillingsresultaten qua snelheid.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 8
Foto: Lokale situatie thv Stationsweg 2 te Barendrecht
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 9
6.0 TRILLINGSMETINGEN 6.1
ALGEMEEN
De onbemande metingen zijn uitgevoerd van maandagmiddag 28 mei 2018 t/m maandagmiddag 4 juni 2018. In tabel 6.1 is een overzicht opgenomen van de gemeten trillingsparameters. Tabel 6.1. Overzicht van gemeten trilling parameters. Meetlokatie
Parameter
Parameter
Bijlage
Bergeend 11
Veff,max
Vper
2
Stationsweg 2
Veff,max
Vper
3
Bij de metingen is gebruik gemaakt van de in tabel 6.2 vermelde meetapparatuur. Deze meetapparatuur voldoet aan de specificaties uit de SBR richtlijn. In het horizontale vlak wordt in 2 loodrecht op elkaar staande richtingen gemeten, de x- en y-richting. In het verticale vlak wordt in 1 richting gemeten, de z-richting. Tabel 6.2. Gebruikte meetapparatuur. Omschrijving
Merk
Type
Trillingsanalyser
Profound
Vibra SBR+
3-D geofoon
Profound
Vibra SBR+
Onderstaande foto geeft fysiek de Vibra SBR + meetset weer. Foto: Vibra SBR+ meetset met 3-D geofoon
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 10
6.2
MEETRESULTATEN
Stoortrillingen hebben plaatsgevonden als gevolg van het lopen van de bewoners over de betreffende vloer en/of de verdieping(en) eronder. Een looplogboekje is evenwel door de bewoners bijgehouden; genoteerd is wanneer op de 2e verdieping is gelopen, waardoor deze trillingen op basis van tijdregistratie uit de meetresultaten zijn geëlimineerd. Verder zijn geen andere oorzakelijke bronnen aanwijsbaar dan ten gevolge van het railverkeer. Dit blijkt ook uit de optredende frequenties van de vloer welke overeenkomen met de te verwachten frequenties (welke normaliter tussen de 5 Hz en 15 Hz liggen). Verder heeft trace onderzoek van de pieken plaatsgehad welke een indicatie geeft van de oorzaak van de pieken. Bergeend 11 In bijlage 2 zijn de meetresultaten initieel als Vtop,i waarden (een niet te toetsen piekwaarde) weergegeven waaruit blijkt dat trillingen hebben plaatsgevonden. Uit de frequentie analyse, trace onderzoek en het looplogboekje blijkt dat deze trillingen evenwel niet afkomstig kunnen zijn van het railverkeer. In bijlage 2 zijn de meetresultaten verder als maximale effectieve trillingssnelheid, Veff,max, weergegeven voor de dag-, avond- en nachtperiode. Hieruit blijkt dat deze trillingssnelheid nihil is evenals de Vper. Daar de meetresultaten in deze woning qua amplitudes nihil zijn, kunnen verdere rekenexercities niet uitgevoerd worden dan wel zijn deze niet relevant.
Stationsweg 2 In bijlage 3 zijn de meetresultaten initieel als Vtop,i waarden (een niet te toetsen piekwaarde) weergegeven waaruit blijkt dat trillingen hebben plaatsgevonden. Tevens is de frequentie karakteristiek in bijlage 3 weergegeven van 1 Hz tot 100 Hz. Uit frequentie analyse, trace onderzoek en het looplogboekje blijkt dat een klein deel van de trillingen afkomstig kunnen zijn van het railverkeer. Daarnaast zijn loopbewegingen op de houten vloer van de 1 e verdieping tevens oorzaak van trillingen op de 2e verdieping; deze looptrillingen zijn evenwel niet geregistreerd in het logboekje. Conform verwachting, uitgebreid trace onderzoek en het meetbeeld worden de resultaten in het frequentiegebied van rond de 4 à 5 Hz beoordeeld. In bijlage 3 zijn de Veff,max en de Vper meetresultaten gegeven over een etmaal waarbij alle meetresultaten over de meetweek per periode voor de Veff,max zijn samengevat en voor de Vper zijn gemiddeld. De overall waarden voor de vertikale z-richting zullen in verband met het bovenstaande niet beschouwd worden. Alleen de overall meetwaarden in de x- en y-richting zullen worden gebruikt welke als indicatie voor de z-richting worden aangenomen. Uit de meetwaarden in de z-richting rond het frequentiegebied van 4 à 5 Hz blijkt dat dit uitgangspunt juist is.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 11
Uit de analyses van de meetresultaten is nu het volgende bepaald en samengevat: Voor de dag/avondperiode is een incidentele maximale waarde geconstateerd van Veff,max = 0,6; normaliter ligt de gemeten waarde onder de Veff,max = 0,4. Voor de nachtperiode is een incidentele maximale waarde geconstateerd van V eff,max = 0,3; normaliter ligt de gemeten waarde onder de Veff,max = 0,2.
6.3
GECORRIGEERDE RESULTATEN; PROGNOSE
De hoogst gemeten waarden zijn middels de overdrachtsfuncties van bodem naar gebouw naar vloer omgerekend en bedragen voor vloer op een hogere bouwlaag van een nieuwbouw appartement in: de dag/avondperiode: Veff,max = 0,6/1,6 = 0,4 de nachtperiode: Veff,max = 0,3/1,6 = 0,2
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 12
7.0
TOETSING TRILLINGIMMISSIE; PROGNOSE
De hoogste gecorrigeerde waarde voor de Veff,max is opgenomen in tabel 7.1 voor de dag- en avondperiode. De toetsing voor hinder is eveneens in tabel 7.1 gegeven. Tabel 7.1. Toetsing voor hinder; dag- en avondperiode Positie Vloer nieuwbouw
Veff,max [-]
A1*
Toetsing
A2*
Toetsing
Vervolg
0,4
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet
Bepaling Vper
* waarde uit de SBR richtlijn (dag- en avondperiode)
De hoogste waarde voor de Veff,max is opgenomen in tabel 7.2 voor de nachtperiode. De toetsing voor hinder is eveneens in tabel 7.2 gegeven. Tabel 7.2
Toetsing voor hinder; nachtperiode
Positie
Veff,max [-]
A1*
Toetsing
A2*
Toetsing
Vervolg
0,2
0,1
Voldoet niet
0,2
Voldoet
Bepaling Vper
Vloer nieuwbouw
* waarde uit de SBR richtlijn (nachtperiode)
Resumé Uit tabel 7.1 en tabel 7.2 blijkt dat de onderste streefwaarde uit de SBR richtlijn B wordt overschreden voor de dag-, avond- en nachtperiode; de bovenste streefwaarde wordt niet overschreden. Bepaling van de Vper is opportuun. De Vper kan uit de meetresultaten worden bepaald volgens bijlage 3 en bedraagt: Voor de dag- en avondperiode: Vper = circa 0,02/1,6 = 0,01 Getoetst aan de (gemiddelde) norm A3 = 0,05 treedt geen overschrijding op in de dag- en avondperiode. Voor de nachtperiode: Vper = circa 0,01/1,6 = <0,01 Getoetst aan de (gemiddelde) norm A3 = 0,05 treedt geen overschrijding op in de nachtperiode.
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 13
8.0
CONCLUSIE VAN DE PROGNOSE
In opdracht van BRO Adviseurs is een trillingstechnisch onderzoek uitgevoerd uitgaande van metingen in 2 bestaande woningen waar in de directe nabijheid en in de nabije toekomst bouwplan Stationstuinen gerealiseerd wordt aan de noordoostzijde van station Barendrecht. Uit de resultaten van het voorliggend onderzoek kan het volgende worden geprognosticeerd inzake de nieuw te bouwen appartementen. Getoetst aan de SBR B richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen”, in deze A1, treedt overschrijding op in de dag-, avond- en nachtperiode in nieuwe woonsituaties maar overschrijdt de maximale waarde, in deze A2, niet. Derhalve is getoetst aan A3 waarbij geen overschrijding optreedt. In alle perioden treedt derhalve geen overschrijding op en geeft derhalve geen aanleiding tot hinder.
Bijlagen Bijlage 1: Lokale toekomstige situatie; meetlocaties van de Vibra’s SBR+ Bijlage 2: Meetresultaten van de Vibra SBR+; Bergeend 11 Bijlage 3: Meetresultaten van de Vibra SBR+; Stationsweg 2 Bijlage 4: Termen en definities SBR B Bijlage 5: Treinintensiteiten per maand station Barendrecht vanaf 2018 tot heden
Stantec | 327200754 TR rapport Stationstuinen Barendrecht.docx 14
BIJLAGE 1 LOKALE TOEKOMSTIGE SITUATIE
Bergeend 11
Bouwplan Appartementen
Commerciele functie
Appartementen Stationsweg 2
Spoor Barendrecht Locaties vibra SBR+
BIJLAGE 2 MEETRESULTATEN VAN DE VIBRA SBR+; BERGEEND 11
Trillingen Bergeend 11 Z velocity Y velocity X velocity
0,25
Vtop,i [mm/s]
Save Level
0,2
0,15
0,1 29 MEI
30 MEI
31 MEI
1 JUN
2 JUN
3 JUN
4 JUN
Trillingen Bergeend 11 0,3
Z velocity Y velocity X velocity Cat. 1 Cat. 2 Cat. 3
Vtop,i [mm/s]
0,25
0,2
0,15
0,1 0
5
10
15
Frequency [Hz]
20
25
30
Trillingen Bergeend 11 0,2
Z Veff,max Z Vper
veff,max
0,15
0,1
0,05
0 29 MEI
30 MEI
31 MEI
1 JUN
2 JUN
3 JUN
4 JUN
Trillingen Bergeend 11 0,2
Z Veff,max Y Veff,max X Veff,max Z Vper Night: 0.00 Day: 0.00 Evening: 0.00
0,15
veff,max
Y Vper Night: 0.00 Day: 0.00 Evening: 0.00 X Vper Night: 0.00 Day: 0.00 Evening: 0.00
0,1
0,05
0 00:00
03:00
06:00
09:00
12:00
15:00
18:00
21:00
BIJLAGE 3 MEETRESULTATEN VAN DE VIBRA SBR+; STATIONSWEG 2
Trillingen Stationsweg 2 6
Z velocity Y velocity X velocity Save Level
5
Vtop,i [mm/s]
4
3
2
1
0 29 MEI
30 MEI
31 MEI
1 JUN
2 JUN
3 JUN
4 JUN
Trillingen Stationsweg 2 6
Z velocity Y velocity X velocity
5
Vtop,i [mm/s]
4
3
2
1
0 0
20
40
60
Frequency [Hz]
80
100
Trillingen Stationsweg 2 1
Z velocity Y velocity X velocity
Vtop,i [mm/s]
0,8
0,6
0,4
0,2
2
4
6
Frequency [Hz]
8
10
Trillingen Stationsweg 2 0,7
Y Veff,max X Veff,max
0,6
Y Vper Night: 0.00 Day: 0.01 Evening: 0.01
0,5
X Vper Night: 0.01 Day: 0.02 Evening: 0.01
veff,max
0,4
0,3
0,2
0,1
0 00:00
03:00
06:00
09:00
12:00
15:00
18:00
21:00
BIJLAGE 4 TERMEN EN DEFINITIES SBR B
BIJLAGE 5 TREININTENSITEITEN PER MAAND STATION BARENDRECHT VANAF 2018 TOT HEDEN
Aantal treinpassages 201801 201802 201803 201804 201805 201806 201807 201808 201809 201810 201811 201812 201901 201902 201903 201904 201905 201906 201907 201908 201909 201910 201911 201912 202001 202002 202003 202004 202005 202006 202007 202008 202009 202010 202011 202012 202101 202102 202103 202104 202105 202106 202107 202108 202109 202110 202111 202112 202201 202202 202203 202204
Totaal 10.317 10.129 10.834 9.371 9.349 9.837 9.510 10.273 10.195 10.714 10.386 10.191 10.535 9.645 10.739 10.281 10.541 9.903 10.947 10.879 10.761 11.252 10.261 10.712 10.682 10.116 8.489 6.219 9.988 10.665 10.990 10.548 10.708 10.573 9.669 10.727 10.459 8.436 11.070 10.091 10.398 10.650 10.866 10.756 11.148 11.437 10.913 11.683 11.037 8.884 10.108 10.231
Reizigerstreinen 8.013 7.862 8.400 7.060 7.035 7.480 7.194 7.841 7.712 8.041 7.375 7.903 7.985 7.194 8.146 7.853 7.824 7.427 8.218 8.316 8.015 8.137 7.312 7.940 7.838 7.317 5.662 3.920 7.453 7.931 8.177 7.833 7.906 7.607 6.944 7.989 7.711 5.984 7.984 7.454 7.654 7.797 8.103 8.054 8.233 8.353 8.182 8.728 8.149 6.288 7.121 7.678
Overig 786 753 811 774 753 784 769 785 829 893 978 756 792 755 777 765 820 796 892 788 1.007 1.197 1.070 1.026 988 1.002 963 793 923 1.146 1.037 1.071 1.014 1.064 969 971 945 877 1.050 856 904 907 902 859 952 1.036 996 1.023 941 882 947 873
Goederentreinen 1.518 1.514 1.623 1.537 1.561 1.573 1.547 1.647 1.654 1.780 2.033 1.532 1.758 1.696 1.816 1.663 1.897 1.680 1.837 1.775 1.739 1.918 1.879 1.746 1.856 1.797 1.864 1.506 1.612 1.588 1.776 1.644 1.788 1.902 1.756 1.767 1.803 1.575 2.036 1.781 1.840 1.946 1.861 1.843 1.963 2.048 1.735 1.932 1.947 1.714 2.040 1.680
Aantal treinpassages 202205 202206 202207 202208 202209 202210 202211 202212 202301 202302 202303 202304 202305 202306
Totaal 11.919 11.585 11.021 10.462 9.745 10.174 10.197 9.762 9.769 8.936 10.001 9.222 8.942 290
Reizigerstreinen 8.741 8.726 8.056 7.515 7.044 7.301 7.317 7.295 7.168 6.348 7.321 6.905 6.611 265
Overig 1.153 1.052 1.006 1.067 895 998 1.036 863 838 931 868 792 812 21
Goederentreinen 2.025 1.807 1.959 1.880 1.806 1.875 1.844 1.604 1.763 1.657 1.812 1.525 1.519 4