B34 Aanvulling MER De Stationstuinen
Tekst van het document
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r.
projectnummer 0471174.100 definitief revisie 02 12 september 2023
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r.
projectnummer 0471174.100 definitief revisie 02 12 september 2023
Auteurs F. van den IJssel
Opdrachtgever Gemeente Barendrecht Binnenhof 1 2991 AA BARENDRECHT
Gecontroleerd:
datum 12 september 2023
beschrijving definitief
vrijgave T. Artz
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Aanvullende informatie voor het MER Opzet van deze aanvulling (leeswijzer)
1 1 2
2
Groen en bewust
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.6
Inleiding Concretiseren van de ambitie Aanvullende informatie voor deze ambitie Beoordeling van de criteria Stikstofdepositie Uitgangspunten voor het stikstofonderzoek Resultaten van het stikstofonderzoek Aanvulling voor het MER
3 4 5 8 11 11 14 15
3
Gezond bereikbaar
17
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.5
Inleiding Concretiseren van de ambitie Beoordeling van de ambitie Inzet op duurzame mobiliteit (aandeel fiets en OV en parkeerbeleid) Sport- en speelvoorzieningen Milieuaspecten binnen MER De Stationstuinen Aanvulling voor het MER
17 18 19 19 26 27 30
4
Plek voor iedereen
32
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Concretiseren van de ambitie Programma en invulling in de Gebiedsvisie en het MER Eerste stedenbouwkundige uitwerking voor De Stationstuinen Aanvulling voor het MER
32 33 33 33 37
5
Conclusie
39
5.1 5.2
Ambities als toetsingskader Aanvullingen voor het MER (spelregels)
39 40
Bijlage I – Overzicht onderzoeken Thematische onderzoeken Onderzoeken bij ruimtelijke besluiten
Bijlage II – Rekenbestanden stikstofberekening
41 41
Bijlage II – Deelrapportage Parkeren De Stationstuinen Barendrecht
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
1
Inleiding
1.1
Aanleiding MER De Stationstuinen De gemeente Barendrecht wil het gebied ten oosten van station Barendrecht herontwikkelen tot gemengd woon-werkgebied: De Stationstuinen. Het gebied moet ruimte bieden aan minimaal 3.500 woningen, een bijbehorend voorzieningenaanbod met ongeveer 8.500 m2 bedrijfsoppervlak. Voor de ontwikkeling heeft de gemeente allereerst een gebiedsvisie opgesteld. Deze visie wordt nu vertaald naar ruimtelijke kaders. Voor de eerste fase van de ontwikkeling is een bestemmingsplan opgesteld. Voor de ontwikkeling van De Stationstuinen is de m.e.r.-procedure doorlopen en een MER opgesteld. Doel en opzet van het MER Het MER is procedureel gekoppeld aan het bestemmingsplan voor fase 1 dat op 1 maart 2023 als ontwerp-besluit gepubliceerd is. Het MER kijkt echter verder dan dit bestemmingsplan. Het MER is inhoudelijk ‘gekoppeld’ aan de Gebiedsvisie De Stationstuinen, waarin de ontwikkeling op hoofdlijnen (visie en ambitie) is beschreven. Hiervoor onderzoekt het MER de effecten op de leefomgeving en de keuzes en afwegingen die daaruit volgen. Het MER leidt uiteindelijk tot een spelregelkader voor de ontwikkeling van De Stationstuinen. Dit spelregelkader geldt voor de gehele ontwikkeling en voor diverse besluiten en procedures. Ze gelden als toetsingskader voor de ruimtelijke besluiten en verdere uitwerking van de plannen.
Ook anterieure afspraken, zoals het Ontwikkelkader, worden getoetst aan deze spelregels. Detailniveau van het MER De inhoudelijke koppeling van het MER aan de gebiedsvisie maakt dat het MER in beginsel op een hoger abstractieniveau de effecten beschrijft en beoordeelt. Er zijn ook nog geen detailuitwerkingen van het gehele gebied, die het mogelijk maken om in detail effecten te onderzoeken. Deze uitwerking vindt gefaseerd plaats. In latere fases, zoals bij de ruimtelijke besluiten, is gedetailleerd onderzoek mogelijk. Dan is het ook mogelijk om actuele gegevens van omgevingsaspecten te gebruiken. De spelregels van dit MER zijn bedoeld om, op basis van eerste onderzoeken en effectbeoordelingen, de kaders te stellen voor de vervolgonderzoeken. Adviestraject Commissie m.e.r. Tijdens de inzageperiode heeft de Commissie m.e.r. het MER voor De Stationstuinen getoetst. In het advies (d.d. 8 juni 2023) heeft de Commissie geconstateerd dat op enkele punten aanvullende informatie gewenst is. De gemeente heeft besloten een aanvulling op het MER op te stellen waarin deze informatie beschreven wordt.
1.2
Aanvullende informatie voor het MER De Commissie signaleert bij de toetsing enkele punten waarvoor essentiële informatie voor de besluitvorming ontbreekt. Het ontbreken van essentiële informatie is te relateren aan de gefaseerde ontwikkeling van De Stationstuinen. De stappen na fase 1 zijn nog niet (volledig) uitgewerkt. De Commissie m.e.r. ziet in deze gefaseerde ontwikkeling een belangrijke rol voor de ambities die de gemeente Barendrecht vastgelegd heeft in de Gebiedsvisie. Concreet noemt de Commissie m.e.r. vijf punten:
Blad 1 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Haalbaarheid ambities en alternatieven Ruimte voor water en klimaatadaptatie Duurzame mobiliteit en verkeerseffecten Gezondheid Effecten op natuur door stikstofdepositie
De Commissie acht het van belang om de ambities verder uit te werken en te concretiseren.
1.3
Opzet van deze aanvulling (leeswijzer) De aanvulling op het MER gaat in op de adviezen van de Commissie m.e.r.. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de drie ambities die de gemeente Barendrecht voor de ontwikkeling van De Stationstuinen benoemd heeft. Deze fungeren als ‘kapstok’ voor deze aanvulling. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de vijf adviezen hierin terugkomen. Advies Haalbaarheid ambities en alternatieven Ruimte voor water en klimaatadaptatie Duurzame mobiliteit en verkeerseffecten Gezondheid
Effecten op natuur door stikstofdepositie
Toelichting De drie ambities zijn in deze aanvulling voor zover mogelijk geconcretiseerd. De effecten van het de ontwikkeling en de gemaakte keuzes zijn hieraan getoetst. Dit advies komt terug bij de ambitie groen en bewust. Hierin is beschreven hoe binnen De Stationstuinen invulling wordt gegeven aan de eisen en ambities ten aanzien van klimaatadaptatie. Dit advies komt terug bij de ambitie gezond bereikbaar. Hier is onder andere verkend hoe binnen De Stationstuinen duurzame mobiliteit verder gestimuleerd kan worden. Dit advies komt terug bij de ambitie gezond bereikbaar. Er is meer inzicht gegeven in de effecten van en op bedrijven en uitgangspunten van de ontwikkeling zijn nader onderbouwd. Dit advies komt terug bij de ambitie groen en bewust. De uitgangspunten voor de stikstofberekening zijn nader toegelicht.
Blad 2 van 44
In deze aanvulling: Par 2.2, 3.2, 4.2
Par 2.3
Par 3.3
Par 3.4
Par 2.5
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
2
Groen en bewust
2.1
Inleiding Toelichting op de ambitie De ambitie voor Groen en bewust staat voor een leefomgeving waarin de verharding tot een minimum wordt beperkt. Groen en water voeren de boventoon. De verblijfs- en recreatieruimte ligt voor de deur en dat heeft een positieve invloed op ieders gezondheid. De gemeente zet in op duurzaam en verantwoord bouwen en zorgvuldig omgaan met energie en warmte. De ambitie in het MER In het MER is op basis van de effecten van het planvoornemen zonder nadere keuzes een beoordeling van de ambitie opgesteld. Dit is in onderstaande figuur weergegeven. De beoogde herontwikkeling met de nieuwe groen- en waterstructuur door het gebied leidt naar verwachting tot een licht positieve score op deze ambitie.
Vervolgens is in het MER beschreven hoe de keuzes en afwegingen (H7 MER) deze ambitie beïnvloeden. Zo leidt de keuze voor meer ruimte voor fietsers en voetgangers en centrale parkeergelegenheden tot meer ruimte voor groen en water. De beoogde herinrichting van de waterstructuur met een robuuster watersysteem maakt dat het gebied meer klimaatadaptief ingericht is. Ook biedt dit meer ontwerpvrijheid voor bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Met deze keuzes en maatregelen kan een positief tot zeer positieve score gehaald worden.
Voor de verdere uitwerking van de plannen geeft het MER enkele aanbevelingen: Aanbevelingen voor de ambitie Groen en bewust Om te kunnen bepalen of de ambitie Groen en bewust gehaald wordt en de voortgang hiervan tijdens de ontwikkeling te monitoren is het aan te bevelen de volgende aspecten vast te leggen: Een minimaal percentage groen en water voor het gebied Kwalitatieve eisen voor de natuurinclusieve inrichting van het gebied BENG-1 en BENG-3 normen Minimaal percentage houtbouw
Blad 3 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Wat is het advies? Advies over de ambities De Commissie m.e.r. constateert dat de ambitie niet concreet gemaakt is. Hierdoor is het niet mogelijk om te bepalen of en in hoeverre de ambitie gehaald wordt (doelbereik). Het bemoeilijkt ook het borgen van de ambitie. De Commissie adviseert om de haalbaarheid van de ambitie te onderbouwen en de minimaal benodigde ruimte daarvoor in beeld te brengen. Advies over onderliggende aspecten De Commissie benoemt in de adviezen twee aspecten die relevant zijn voor de ambitie Groen en bewust: klimaatadaptatie en stikstofdepositie. Voor klimaatadaptatie adviseert de Commissie om inzicht te geven de waterhuishoudkundige maatregelen voor De Stationstuinen. Op sommige punten constateert de Commissie dat er informatie ontbreekt. In deze aanvulling is een nadere toelichting op het watersysteem opgenomen. Voor stikstofdepositie adviseert de Commissie om de berekening te actualiseren en de uitgangspunten toe te lichten.
2.2
Concretiseren van de ambitie De ambitie Groen en bewust is onder te verdelen in veel verschillende aspecten. In deze aanvulling ligt de focus op de ruimtevraag (omvang verhard oppervlak), waterberging en de effecten op beschermde natuurgebieden (stikstofdepositie). Voor deze drie aspecten gelden de volgende criteria: Aspect Omvang onverhard oppervlak Waterberging Stikstofdepositie
Criterium Minimaal 20% onverhard oppervlak (totale gebied) Minimaal 70 mm op openbaar terrein Minimaal 50 mm op particulier terrein Geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
Toelichting Omvang verhard oppervlak Voor dit criterium is gekeken naar de ruimte die binnen de (voorlopige) stedenbouwkundige plannen beschikbaar is voor groen en water. Waterberging Het criterium voor waterberging is gebaseerd op de eisen en ambities uit het Convenant Klimaatadaptief bouwen. Voor de ontwikkeling van De Stationstuinen is dit convenant vertaald naar eisen voor de ontwikkeling. Stikstofdepositie Het criterium voor dit aspect is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving voor stikstof (Wet natuurbescherming). Voor het MER is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie van de ontwikkeling. Deze is gebruikt om dit criterium te toetsen.
Blad 4 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Aanvullende eisen (principes) Naast de drie criteria voor deze ambitie heeft de gemeente principes opgesteld voor de inrichting van het watersysteem: 1. Water wordt zo lang mogelijk vastgehouden in het plangebied; 2. Hemelwater wordt oppervlakkig afgevoerd naar een groenvoorziening of direct naar oppervlaktewater; 3. Er wordt ingezet op het realiseren van droge berging in plaats van het enkel realiseren van open water; 4. Groen in het gehele plangebied wordt minimaal 5 cm en bij voorkeur 15 cm lager aangelegd om water vast te houden; 5. Groen wat niet wordt ingericht als berging heeft geen slokop naar de DIT-leiding, maar infiltreert in de ondergrond; 6. Groenstroken die breder zijn dan 4 meter worden ingericht als wadi met 30 cm waterberging; 7. Zandcunet van DIT-riolering en wegcunet staan altijd met elkaar in verbinding; 8. Inundatiegebieden, aan de watergang, worden zo ingericht dat ze kunnen inunderen bij extreme gevallen, maar ten tijde van droogte begaanbaar zijn; 9. Geen gemengde overstorten; 10. Geen doodlopende leidingen of watergangen; 11. Particulieren moeten 50 mm hemelwater op eigen terrein verwerken; 12. Hemelwater wat op het balkon terecht komt wordt inpandig via een aparte hemelwaterleiding geborgen en vertraagd afgevoerd; 13. De ontwikkelaar voorziet de bewoners van informatie om hemelwater te verwerken op het eigen terrein.
Deze principes worden niet allemaal afzonderlijk getoetst. In deze aanvulling is een korte beschouwing opgenomen van de mogelijkheid om met de ontwikkeling van De Stationstuinen te voldoen aan deze principes. Gedeeltelijke uitwerking van het watersysteem Voor De Stationstuinen is nog geen volledige uitwerking van de inrichting gemaakt. De gefaseerde ontwikkeling maakt dat ook de uitwerking stapsgewijs plaatsvindt. Voor het watersysteem is een nadere uitwerking gemaakt voor het grondgebied waar reeds plannen en afspraken met ontwikkelaars gemaakt zijn of worden.
2.3
Aanvullende informatie voor deze ambitie Na het opstellen van het MER zijn plannen voor De Stationstuinen verder uitgewerkt. Hiervoor is onder andere onderzoek gedaan naar grondwaterstanden. In deze paragraaf is voor enkele aspecten van het watersysteem nadere informatie gegeven en zijn uitgangspunten voor De Stationstuinen benoemd. Grondwaterstanden In het MER is geconstateerd dat een gedetailleerd beeld van de grondwaterstanden in het gebied ontbreekt. In de afgelopen tijd zijn op meerdere locaties peilbuizen geplaatst, deze worden gemonitord.
Blad 5 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
De beperkte groenere locaties hebben een grotere hoeveelheid veen en klei in de bodem waardoor de grondwaterstand sneller uitzakt in de zomer en opbolt in de winterperiode. Echter wordt voor de ontwikkeling De Stationstuinen grote verschraling van de ondergrond gerealiseerd, door de smalle straten i.c.m. grote hoeveelheden kabels en leidingen. Dit houdt in dat het gehele gebied verschraalt gaat worden en de doorlatendheid toeneemt. Extra peilbuizen plaatsen om de huidige situatie inzichtelijk te maken is daarmee niet noodzakelijk, doordat deze niet als maatgevend worden gezien in de eindsituatie. Om de grondwaterstand gedurende de ontwikkeling te stabiliseren wordt gebruik gemaakt van Drainage infiltratie leidingen. Deze zorgen ervoor dat de grondwaterstand wordt aangevuld in perioden van droogte en afgevangen in natte periodes. Groenvoorzieningen worden bewust lager geplaatst om de beschikbaarheid tot grondwater te vergroten en hemelwater de tijd te geven te infiltreren na lange periodes van droogte. Waterkwaliteit & Biodiversiteit Waterkwaliteit is een belangrijk onderdeel binnen de totale ontwikkeling van De Stationstuinen. De ontwikkeling dient geen verslechtering te geven in het bestaande watersysteem, maar juist een versterking. In de huidige situatie bestaat het water in het plangebied uit a-watergang langs de wegen met ‘standaard’ oevers.
De watergangen hebben weinig tot geen ecologische kwaliteit. De waterkwaliteit wordt ook beïnvloed door afstromend hemelwater, wat tot vervuiling kan leiden. In de toekomstige situatie moet de waterkwaliteit verbeteren. Onderstaande maatregelen worden hiervoor genomen: Algemene maatregelen Bij de ontwikkeling Stationstuinen wordt een deel van het gebied autoluw, waarmee vervuilingen in de bodem door gemotoriseerd verkeer flink afnemen. Hemelwater wordt oppervlakkig via de berm (berminfiltratie) richting openwater gebracht, via een wadi-constructie, via een zandpassage of via een zandpassage door het DIT stelsel naar openwater gebracht. Op die manier wordt het afstromende hemelwater richting het openwater schoner. Doordat de vuilbelasting afneemt wordt de grondwaterkwaliteit ook beter. Vervuilingen van afstromend hemelwater worden door bovenstaande constructies opgevangen in de eerste laag van de bodem, waardoor eventuele vervuilingen niet in het grondwater terecht komen. Fase 1 In de eerste fase van de ontwikkeling (bestemmingsplan) wordt een deel van het bestaande oppervlaktewater gedempt. Dit betreft de watergang langs de Spoorlaan. Ook komt de bestaande geduikerde watergang aan de noordkant van het plangebied te vervallen. Hiervoor wordt een nieuwe watergang gegraven.
Deze watergang krijgt aan beide zijden een flauw talud en wordt met soorten aangeplant en ingezaaid die de overeengekomen doelsoorten aantrekken voor de ontwikkeling. Dit is vastgelegd in een nota van uitgangspunten voor ecologie1. Eindsituatie
1
Nota van uitgangspunten Ecologie – De Stationstuinen, Stadsecoloog Anneke Blokker & Strootman Landschapsarchitecten
Blad 6 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
In de eindsituatie is het systeem gerealiseerd op de principes uit paragraaf 2.2. Er zijn geen duikers langer dan 25 meter binnen de ontwikkeling en het oppervlaktewatersysteem is natuurvriendelijk ingericht. Minimaal 50% dient natuurvriendelijk en het overige deel natuurlijk ingericht te worden. Beplanting in de oever wordt aangeplant en ingezaaid met lokale soorten en in lijn met de opgestelde biotoop. Buiten het watersysteem worden in het openbaar groen de plant- en boomsoorten gekozen op basis van droogtebestendigheid en de verwachte grondwaterstand. Deze maatregelen leiden tot positieve effecten op de waterkwaliteit ten opzichte van de huidige situatie. Kwel Er is in delen van het gebied sprake van een kwelsituatie afkomstig vanuit het 1ste watervoerende pakket. De kweldruk is 0,5 m ten opzichte van -1,90 m NAP waterpeil. De hoeveelheid kwel beperkt zich van 0,1 tot 1 mm per dag door de slecht doorlatende kleilaag in de bodem. Waterkwantiteit Binnen de ontwikkeling zijn geen mogelijkheden voor wegzijging naar het watervoerende pakket vanwege de kweldruk en de aanwezige kleilagen in de bodem. Als er over water vasthouden en bergen wordt gesproken gaat dit daarom alleen over bergen/vasthouden in het freatisch grondwater, waar in de zomerperiode extra ruimte aanwezig is door de verschraling in de toekomstige situatie (toevoeging van zand).
Aanvoer/afvoer van oppervlaktewater Doordat de hoeveelheid groen wordt vergroot, neemt ook de verdamping binnen het gebied toe. Echter neemt de wateraanvoer en beschikbaarheid vanuit het Waaltje af. Hierdoor zijn de maatregelen die worden voorgesteld op het onderdeel droogte van belang om de negatieve gevolgen van langdurig droge periodes te beperken. Droogte Binnen de ontwikkeling geldt het uitgangspunt dat water in bergingsvoorzieningen niet binnen 48 uur geloosd wordt op oppervlaktewater. Er wordt ingezet om dit water zo lang mogelijk beschikbaar te houden voor het openbaar groen. Daarvoor worden een tweetal mogelijkheden verkend: Het opslaan van overtollig hemelwater in het 1ste watervoerende pakket, om dit vervolgens gedurende droge periodes terug te brengen in het openbaar groen. Het opstuwen van hemelwater door de riolering / bergingen. Dit kan door de realisatie van alleen een noodoverloop. Doordat er in de eindsituatie een groter peilgebied wordt gerealiseerd en daarvoor een automatische stuw wordt gerealiseerd is er de mogelijkheid om een flexibel waterpeil in te regelen. Het is daardoor mogelijk om het oppervlaktewater na neerslag langdurig (20 cm) te verhogen. Hierdoor hoeft er in tijde van droogte minder water aangevoerd te worden en doet het oppervlaktewater dienst als waterbuffer. De mogelijkheden hiervoor worden met het Waterschap Hollandse Delta besproken.
Daarnaast wordt de beplanting gekozen op de functie die het heeft op de betreffende locatie. Daarmee worden er in een wadi die vaker wordt ingezet als waterberging een andere plantkeuze voorgesteld als in een groenzone die alleen bij incidenten onderloopt.
Blad 7 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Hitte In het plangebied wordt door middel van natuurlijke schaduw van bomen, en schaduw van de gebouwen minimaal 30% schaduw gerealiseerd. Daarnaast wordt er met het ontwerp van de openbare ruimte gekeken naar kleuren en materialen die een warmte werende of verkoelende werking hebben. De randvoorwaarde is hierbij om 40% van alle oppervlaktes warmtewerend of verkoelend in te richten. Ook wordt er op dit moment tussen de ontwikkelaar en de gemeente gesprekken gevoerd om groene gevels op de eerste etages mogelijk te maken.
2.4
Beoordeling van de criteria In deze paragraaf is de ontwikkeling getoetst aan de drie aspecten voor de ambitie Groen en bewust. Omvang verhard oppervlak Figuur 2.1 toont het ruimtegebruik in de huidige situatie (links) en de beoogde toekomstige situatie voor De Stationstuinen.
Figuur 2.1 Ruimtegebruik in de huidige situatie (links) en de plansituatie (rechts)
Blad 8 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
De figuur laat zien dat er een nieuwe watergang van zuid naar noord door het plangebied komt te liggen en dat de bestaande watergang langs de Spoorlaan en de bijbehorende groenstructuren grotendeels zijn verdwenen. In de nieuwe situatie is de watergang meanderend door het gebied voorzien, met aan beide zijde bufferstroken die grotendeels als groenstructuur aangelegd worden. Tabel 2.1 bevat een inschatting van de omvang verhard, onverhard en water voor de huidige situatie en plansituatie. De tabel toont dat met de ontwikkeling van De Stationstuinen het aandeel onverhard en water met ca. 2% toeneemt. In de plansituatie is er ca. 4.000 m2 verhard oppervlak minder dan in de huidige situatie. Een aandeel van 20% onverhard wordt echter niet gehaald. Tabel 2.1 Omvang verhard, onverhard en water in de toekomstige situatie
Verhard Onverhard Water Totaal:
Huidige situatie Omvang Percentage 136.700 m2 83% 22.400 m2 14% 5.400 m2 3% 164.500 m2
Plansituatie Omvang Percentage 132.500 m2 81% 25.700 m2 15% 6.300 m2 4% 164.500 m2
In de berekening in tabel 2.1 is alleen gekeken naar het aandeel groen en water binnen de grote (openbare) structuur van De Stationstuinen. Groen binnen en tussen de ontwikkelvelden is hier niet in meegenomen. Om de ambitie van minimaal 20% onverhard te halen zijn aanvullende maatregelen/eisen nodig. Zo kan de gemeente eisen stellen aan de omvang van verharding buiten de openbare groenstructuur. Binnen De Stationstuinen is het bijvoorbeeld mogelijk groene binnentuinen te creëren. Dit sluit ook aan bij de ideeën voor de inrichting van de buitenruimte uit de Eindnota publieke ruimte Stationstuinen. Waterberging Voor waterberging heeft de gemeente eisen opgesteld voor particulier terrein en voor de openbare ruimte. Binnen de gehele ontwikkeling geldt een eis van 50 mm waterberging op de particuliere terreinen. Dit kan onder andere ingevuld worden door water op daken vast te houden (groen/blauwe daken), grindkoffers of verlaagde groenvoorzieningen. De definitieve keuze wordt aan ontwikkelaars gelaten. Voor de openbare ruimte wordt de volgende volgordelijkheid aangehouden: Wegen/paden gelegen aan de watergang worden op één oor gelegd richting het openwater en daarmee is er geen riolering of kolken noodzakelijk. Kleine buien worden volledig in de berm geïnfiltreerd.
Wegen/paden die verder van oppervlaktewater worden gerealiseerd houden 50 mm water vast, dit wordt bij voorkeur gedaan door groen lager aan te leggen. Waar geen groen wordt aangelegd worden er alternatieve bergingen ondergronds gerealiseerd. Bij hevige neerslag (T=100 en zwaarder) is de 50 mm berging onvoldoende en stort hemelwater na het vollopen direct over op de riolering. Deze wordt gedimensioneerd op een T=10 (35 mm) neerslagsituatie.
Blad 9 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Dorpels bevinden zich 10 cm hoger dan de wegen/paden en daarmee functioneren deze als laatste mogelijkheid voor waterberging, indien de riolering en bergingsvoorzieningen onvoldoende blijken. De totale berging/verwerking komt neer op 90-100 mm in het eerste uur van de bui afhankelijk van de breedte van de straat.
Voor de ontwikkeling Stationstuinen zijn de volgende hoeveelheden (verhard/onverhard) aangehouden voor de bestaande en toekomstige situatie: In het huidige plangebied is 5.350 m2 aan water aanwezig. Hiervan wordt ongeveer 1.100 m2 in de eerste twee fases gedempt. Na de demping is er 4.250 m2 water aanwezig. Echter wordt er voor de nieuwe situatie binnen De Stationstuinen tussen de 1.500 m2 en 3.500 m2 aan open water gegraven. Dit geeft voor het totale peilgebied de resultaten zoals in onderstaande tabellen zijn aangegeven bij een T=100 90 mm bui in 24 uur. In deze tabel is alleen nog berging opgenomen op particuliere terreinen en onverhard terrein in de parkzone. Tabel 2.2 Peilstijging bij een T=100 Stationstuinen
Uit de tabellen blijkt dat een bui van 70 mm per uur opgevangen kan worden in alleen het oppervlaktewatersysteem. Voor een bui van 90 mm per uur is buffercapaciteit buiten de waterstructuur nodig is. In de verdere uitwerking wordt extra berging gerealiseerd en meer groen aangelegd, dan wat nu is opgenomen. Daarmee is de peilstijging in de eindsituatie aanzienlijk kleiner.
Blad 10 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
2.5
Stikstofdepositie Voor het MER zijn de effecten van de ontwikkeling van De Stationstuinen op stikstofdepositie onderzocht. Hiervoor is zowel naar de gebruiksfase als naar de aanlegfase gekeken. De Commissie m.e.r. vraagt meer inzicht in de gehanteerde uitgangspunten van dit onderzoek.
2.5.1
Uitgangspunten voor het stikstofonderzoek Voor de berekening van effecten op stikstofdepositie zijn de relevante uitgangspunten: de referentiesituatie (verkeer en huidige activiteiten), de planontwikkeling van De Stationstuinen en de verkeerseffecten van de ontwikkeling. Ten behoeve van deze aanvulling van het MER zijn nieuwe berekeningen gemaakt met de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS. Als rekenjaar is 2033 (tien jaar na het besluit) gekozen. De rekenbestanden zijn als bijlage bij deze aanvulling opgenomen. Referentiesituatie In de referentiesituatie zijn er bedrijfsactiviteiten aanwezig in het gebied. Voor de huidige activiteiten gaat het enerzijds om de huidige bedrijfsemissies, anderzijds om de huidige verkeersaantrekkende werking van de bedrijfsactiviteiten. Bedrijfsemissies Ten behoeve van het MER zijn de aanwezige bedrijven binnen het plangebied geïnventariseerd. Door DCMR is een lijst met de vergunde milieucategorie per bedrijf aangeleverd. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de daadwerkelijke emissies van de bedrijven. Voor het bepalen van de stikstofemissies is daarom gebruik gemaakt van kengetallen per milieucategorie. Dit is in het stikstofonderzoek toegelicht. Bedrijven in het plangebied worden mogelijk verplaatst naar andere bedrijfslocaties, zoals NieuwReijerwaard.
Deze bedrijven willen voor de vergunningaanvraag op de nieuwe locatie mogelijk gebruik maken van de huidige emissies (saldering). Het is daarom niet zeker dat deze emissies ‘gebruikt’ kunnen worden als saldering voor De Stationstuinen. In dit stikstofonderzoek is daarom gerekend met en zonder bedrijfsemissies. Voor de stikstofberekening van fase 1 zijn alleen de bedrijven binnen het plangebied van het bestemmingsplan opgenomen in de berekening. Verkeer in de referentiesituatie Voor het verkeer in de referentiesituatie is gebruik gemaakt van bestaande verkeersmodellen van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH). Hierbij wordt ook rekening gehouden met autonome ontwikkelingen in en rond De Stationstuinen. De volgende aanpassingen zijn in dit model doorgevoerd:
Bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard volledig gerealiseerd (is al opgenomen in het model) Bedrijventerrein Cornelisland volledig gerealiseerd (aanpassing van het aantal arbeidsplaatsen zoals al doorgevoerd in referentie modelonderzoek zomer 2021) IJsselmondse Knoop volledig gerealiseerd. Toerit A15 en weefvak niet verbreed
Blad 11 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
ProRail gerealiseerd aan de Dwarsligger DC Albert Heijn (WDP-locatie) aan Spoorwegemplacement gerealiseerd (realisatie start dit jaar) Fase 0 De Stationstuinen gerealiseerd.
Voor de verkeersgeneratie van het plangebied is het aantal arbeidsplaatsen en woningen binnen de zones van het verkeersmodel bepaald. Het overzicht voor de referentiesituatie is in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 2.3 Verkeerskundige uitgangspunten voor de referentiesituatie
Plansituatie Stikstofemissies gebouwde omgeving In de plansituatie wijzigt het ruimtegebruik binnen het plangebied. De bestaande bedrijfsactiviteiten worden (grotendeels) beëindigd. Het nieuwe ruimtegebruik bestaat uit woningen, voorzieningen en werkgelegenheid in de vorm van kantoorfuncties. Voor de gebouwde omgeving geldt het uitgangspunt dat dit gasloos (geen aansluiting op gas) uitgevoerd wordt.
Blad 12 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Hierdoor is er voor het stikstofonderzoek vanuit gegaan dat er in de plansituatie geen stikstofemissies van de gebouwde omgeving zijn. Stikstofemissies door verkeer Om de stikstofemissies van het verkeer in de plansituatie te bepalen is gebruik gemaakt van de verkeersberekening van het MER. De uitgangspunten voor de verkeersmodellering van de plansituatie zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 2.4 Verkeerskundige uitgangspunten voor de plansituatie
Afbakening van de verkeerseffecten Het verkeersmodel laat tot op grote afstand van het plangebied toe- of afnames van verkeer zien. Voor milieustudies worden de verkeerseffecten afgebakend: alleen wegen waar een relevante toe-
Blad 13 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
of afname van verkeer berekend is, worden meegenomen. De toe- en afnames van verkeer zijn in paragraaf 6.2.1 van het MER beschreven. Voor het stikstofonderzoek zijn alle wegen meegenomen waar het effect groter is dan 2%. Deze wegen zijn in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 2.2 Afbakening van de verkeerseffecten voor de berekening van de effecten op stikstofdepositie
Realisatiefase Voor het modelleren van de realisatiefase zijn indicatieve bouwactiviteiten gemodelleerd binnen de eerste fase van De Stationstuinen. Hiervoor is gebruik gemaakt van kengetallen voor slopen, bouwrijp maken en bouwen. Deze kengetallen zijn bepaald per woning. De totale emissies per jaar worden daarom bepaald door het bouwtempo. Hiervoor is uitgegaan van 350 woningen per jaar. Ook het bouwverkeer is gemodelleerd. Dit is opgenomen in het stikstofonderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan voor fase 1. Voor de realisatiefase is het rekenjaar 2025 (twee jaar na besluit) aangehouden.
2.5.2
Resultaten van het stikstofonderzoek Plansituatie Zonder saldering Uit de berekeningen blijkt dat zonder saldering met bestaande bedrijfsemissies een kleine toename van stikstofdepositie (0,01 mol/ha/jaar) te verwachten is.
Blad 14 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Ook met variant 2B (meer inzet op duurzame mobiliteit) uit het MER blijft er een toename van 0,01 mol/ha/jaar bestaan. Voor de plansituatie is daarom een vorm van saldering nodig om een toename van stikstofdepositie te voorkomen. Met saldering Uit de berekening met saldering van bestaande bedrijfsemissies van de volledige bedrijvenlijst blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie te verwachten is. Om rekening te houden met onzekerheid over de mogelijkheid om bestaande bedrijfsemissies te gebruiken, is een berekening gemaakt met een selectie van de bedrijven binnen fase 1 en 2 van de ontwikkeling. Uit deze berekening blijkt dat met een beperkt aantal (12) bedrijven een toename van stikstofdepositie te voorkomen is. Realisatiefase Uit de berekening voor de realisatiefase blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie te verwachten is.
2.6
Aanvulling voor het MER Beoordeling van de ambitie Aspect
Beoordeling
Omvang groen en water
0/-
Waterberging
+
Stikstofdepositie
0/+
Toelichting Het aandeel onverhard ligt net onder de 20%. Met eisen voor particulier terrein en inrichting binnen ontwikkelvelden kan meer dan 20% onverhard gehaald worden. In de openbare ruimte kan een bui van 70 mm opgevangen worden. Voor een bui van 90 mm zijn aanvullende maatregelen nodig. Voor particulier terrein worden eisen opgenomen in de ruimtelijke plannen. Met (beperkte) saldering kan toename van stikstofdepositie voorkomen worden.
Spelregels voor De Stationstuinen Eisen voor omvang onverhard terrein binnen ontwikkelvelden Om binnen ontwikkelgebieden voldoende waterberging te realiseren zijn in het Ontwikkelkader eisen gesteld aan de inrichting. Dit geldt als uitgangspunt voor het stedenbouwkundig ontwerp en inrichtingsplannen. Eisen voor waterberging op particulier terrein Voor particulier terrein geldt de eis dat minimaal 50 mm per uur op eigen terrein geborgen moet worden. Deze eis is vastgelegd in het Ontwikkelkader.
Blad 15 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Onderzoek naar mogelijkheden voor aanvullende waterberging in openbaar gebied Binnen het openbaar gebied wordt minimaal 50mm waterberging gerealiseerd, de mogelijkheden voor waterberging in het openbaar gebied worden verwerkt in het WHP. Echter worden de maatregelen specifiek gemaakt en vastgesteld bij het Inrichtingsplan.
Blad 16 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
3
Gezond bereikbaar
3.1
Inleiding Toelichting op de ambitie De ambitie Gezond bereikbaar gaat over mobiliteit. Het openbaar vervoer, met name het spoor, is de basis. Fietsers en voetgangers moeten prioriteit krijgen in het gebied, er is maar beperkt ruimte voor de auto. Bij parkeervoorzieningen moet ruimte zijn voor deelmobiliteitsconcepten, zoals deelauto’s, deelfietsen, nieuwe buslijn naar Ridderkerk. De ambitie in het MER Uit de beoordeling van het plan blijkt dat herinrichting van het plan nodig is om in het gebied duurzame mobiliteit te stimuleren en het gebied verkeersveilig in te richten. Dit bepaalt ook de verkeergerelateerde milieuaspecten in het gebied. Zonder maatregelen wordt een licht negatieve score op deze ambitie verwacht.
De inzet op duurzame mobiliteit en de maatregelen voor de herinrichting van de groenstructuur leiden tot verbetering voor deze ambitie. Veel wordt echter bepaald door de stedenbouwkundige inrichting van het gebied. Dit kan een belangrijke rol spelen in het afschermen van geluid en het creëren van kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte.
Wat is het advies? Duurzame mobiliteit De Commissie m.e.r. constateert dat er in het plangebied hoge ambities zijn voor duurzame mobiliteit. Het MER onderzoekt verschillende varianten, maar de verschillen in effecten op de verdeling van vervoersmiddelen (modal split) zijn minimaal. De Commissie merkt op dat er weinig aandacht is besteed aan het verbeteren van het openbaar vervoer en fietsvoorzieningen. Bovendien wordt overal in het plangebied dezelfde parkeernorm toegepast. Om de duurzame mobiliteitsambities te verwezenlijken, adviseert de Commissie om alternatieve mogelijkheden te verkennen, zoals het verder verlagen en differentiëren van parkeernormen, het optimaliseren van fietsvoorzieningen en het creëren van meer ruimte voor langzaam verkeer. Milieuaspecten De Stationstuinen Ook verlangt de Commissie m.e.r. naar meer inzicht in de milieuaspecten die spelen bij De Stationstuinen. Er zijn onzekerheden ten aanzien van de milieubelasting door bedrijven. In en rond het gebied zijn diverse bedrijven aanwezig hinder (kunnen) veroorzaken. Dit omvat onder andere
Blad 17 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
een afvalverwerkingsbedrijf en een LPG-tankstation binnen het plangebied. Aangrenzend een bedrijventerrein met bedrijven van milieucategorie 3.1 t/m 4.2. De impact van deze bedrijven is momenteel onvoldoende toegelicht. De Commissie adviseert dieper in te gaan op de geluidbelasting. De Commissie constateert dat het geluidsonderzoek dat is uitgevoerd betrekking heeft op hoogtes tot 19,5 meter, maar de maximale bouwhoogte voor de gebiedsontwikkeling is niet gespecificeerd. Het onderzoek dekt niet de effecten op hogere woonlagen, waardoor onduidelijk is of extra geluidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Daarnaast adviseert zij informatie over gezondheidseffecten, zoals ernstige hinder en slaapverstoring mee te nemen in de beoordeling. Naast de geluidsbelasting voorziet de Commissie ook potentiële geurproblemen door het afvalverwerkingsbedrijf Renes. Er zijn ook andere 'geurbronnen' net buiten het plangebied die deels het gebied bestrijken. Het MER geeft volgens de Commissie onvoldoende informatie over de aard en ernst van deze geurbronnen en de basis voor de vastgestelde geurcontouren. Ambities voor gezondheid De Commissie m.e.r. verwacht dat de doelstellingen met betrekking tot het bevorderen van de gezondheid duidelijker worden gedefinieerd. In de "Eindnota Gezonde Publieke Ruimte" zijn doelen vastgesteld om de gezondheid te bevorderen.
Gezien de toenemende druk op de beschikbare (openbare) ruimte bestaat het gevaar dat er mogelijk niet genoeg ruimte overblijft om aan deze doelen te voldoen.
3.2
Concretiseren van de ambitie In deze paragraaf is de ambitie Gezond bereikbaar onderverdeeld in drie aspecten en voorzien van criteria. Aan de hand van deze criteria is ingegaan op de adviezen ten aanzien van duurzame mobiliteit en gezondheid. Aspect Aandeel fiets en OV Parkeerbeleid Sport- en speelvoorzieningen
Criterium Minimaal 40% Parkeerbeleid inzetten om autogebruik te ontmoedigen Minimaal 5% van oppervlak Sport- en speelvoorzieningen op gem. 300 meter van woningen
Toelichting 1. Aandeel fiets en OV: Dit criterium legt de nadruk op het verminderen van autogebruik ten gunste van duurzame vervoerswijzen, zoals fietsen en openbaar vervoer (OV). Het minimumniveau van 40% houdt in dat minstens 40% van de verplaatsingen in het gebied met behulp van fietsen en OV worden gemaakt. 2. Parkeerbeleid: Dit criterium richt zich op de inzet van parkeerbeleid om het autogebruik te beïnvloeden. Hierbij wordt beschouwd in hoeverre het parkeerbeleid van De Stationstuinen ingezet wordt om duurzame mobiliteit te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het verlagen van de parkeernorm, het toepassen van betaald parkeren of het creëren van parkeren op afstand van woningen en werkgelegenheid.
Blad 18 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
3. Sport- en speelvoorzieningen: Dit criterium gaat over de beschikbaarheid en bereikbaarheid van sport- en speelvoorzieningen in De Stationstuinen. Het criterium gaat uit van 5% van het oppervlak op gemiddeld 300 meter van de woningen, waardoor er nog meer ruimte is voor diverse sport- en speelactiviteiten. Milieuaspecten binnen de ambitie De milieuaspecten (o.a. geluid, geur) zijn niet opgenomen bij de criteria voor deze ambitie. Dat komt omdat in deze fase van de ontwikkeling toetsing aan deze aspecten niet mogelijk is. Voor geluid is verdere uitwerking van het stedenbouwkundige plan nodig om de geluidbelasting op gevels te bepalen. De stedenbouwkundige inrichting is ook bepalend om geluidluwe zijde mogelijk te maken en in de buitenruimte geluidsluwe plekken te creëren. Zonder deze uitwerking is het niet mogelijk om voor het plangebied het aantal gehinderden en de mate van slaapverstoring te bepalen. Als De Stationstuinen ontwikkeld is, zijn er geen relevante bronnen van geurhinder aanwezig. In het gebied is één bedrijf met een geurcontour van 100 meter. Aan de randen van het gebied zijn twee bedrijven aanwezig met een beperkte geurcontour over het plangebied. Volgens informatie van DCMR hebben deze bedrijven geen relevante activiteiten met mogelijke geurhinder.
Geurhinder kan alleen optreden als na fase 1 in zuidelijke richting ontwikkeld wordt, zonder dat het bedrijf verplaatst of verdwijnt. Hiervoor zijn spelregels opgenomen. Deze spelregel is in deze aanvulling aangescherpt met normen. In paragraaf 3.4 is wel een nadere toelichting op de milieuaspecten uit het MER gegeven.
3.3
Beoordeling van de ambitie
3.3.1
Inzet op duurzame mobiliteit (aandeel fiets en OV en parkeerbeleid) Duurzame mobiliteit gaat over het gebruik van en de inzet op OV- en fiets(voorzieningen) in en rond het plangebied. Hierbij is in het MER gekeken naar de verdeling van verplaatsingen (modal split) als parameter voor het OV- en fietsgebruik en de aanwezige voorzieningen. Huidige situatie Figuur 3.1 toont de modal split van Barendrecht (links) en het gemiddelde van Zuid-Holland (rechts) op basis van data van CBS en OVIN voor 2017. Uit de figuur blijkt dat het percentage verplaatsingen met de auto in Barendrecht hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Lopen en fietsen ligt beduidend lager dan het landelijk gemiddelde. Referentiesituatie Om de modal split voor de referentiesituatie te bepalen is gebruik gemaakt van data uit het regionale verkeersmodel. Figuur 3.2 toont de zone-indeling van het verkeersmodel en de bijbehorende verdeling naar modaliteit (modal split) binnen en buiten de gemeente. De Stationstuinen maakt onderdeel uit van zone 2991 van het verkeersmodel. Uit de figuur blijkt dat, ondanks de centrale ligging van het station, het aandeel autoverplaatsingen buiten Barendrecht hoog is (75%). Dit komt doordat het station ook een P+R-functie heeft voor mensen van buiten Barendrecht. Het verkeersmodel maakt geen onderscheid tussen autoverkeer van inwoners binnen of buiten de zones.
Blad 19 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Figuur 3.1 Modal split van Barendrecht (links) en Zuid-Holland (rechts) in 2017 (bron: CBS, OVIN)
Figuur 3.2 Zone-indeling van het woongebied van Barendrecht en de modal split binnen en buiten de gemeente
Blad 20 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Plansituatie Om meer inzicht te krijgen in de modal split voor De Stationstuinen is in het verkeersmodel ingezoomd op het gebied ten oosten van het station. Het parkeerdek en de ontsluiting daarvan maakt hier ook onderdeel van uit. De modal split voor de referentiesituatie en de plansituatie is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1 Modal split voor het gebied ten oosten van het station
Referentiesituatie Plansituatie
Auto 72% 62%
OV 14% 11%
Fiets 14% 27%
In de plansituatie is een geringe verandering te zien in de modal split. Het autogebruik daalt naar 62% en het gebruik van OV neemt af naar 11%. Het fietsgebruik neemt toe tot 27%. Het feit dat deze verandering beperkt blijft wordt veroorzaakt door het feit dat de huidige parkeernormen van toepassing blijven en het gratis P+R-parkeren in stand wordt gehouden. Wel wordt de blauwe zone (werkdagen en -tijden) die aan de westkant van het station aanwezig is ook aan de oostzijde toegepast. In deel B van het MER zijn mogelijkheden om duurzame mobiliteit te stimuleren door middel van parkeerbeleid beschouwd. Hierin zijn drie mobiliteitsscenario's onderzocht: Autoluw: Het autoluwe scenario hanteert schil centrum-parkeernormen en breidt de blauwe zone uit naar alle dagen en alle tijden. Parkeren wordt deels aan de randen van ontwikkelvelden opgelost, met 5% voor deelmobiliteit. Betaald parkeren en ontmoediging van doorgaand verkeer bij het station zijn inbegrepen. Dit komt overeen met de plansituatie. Autovrij: Bij dit scenario geldt de centrum-parkeernorm voor De Stationstuinen, met betaald parkeren aan de rand van de wijk (max. 250 meter lopen) en 20% voor deelmobiliteit. Het stationsgebied wordt autovrij gemaakt, met nadruk op aansluiting op HOV-verbinding en verbeterde fietsverbindingen (zie figuur 3.3).
Autovrij+: Dit scenario scherpt de centrum-parkeernormen verder aan, plaatst parkeervoorzieningen op maximaal 400 meter lopen van de woningen en reserveert 30% voor deelmobiliteit. Het bevordert vrij liggende fietspaden, een sterke aansluiting op HOV-verbinding en verbeterde fietsverbindingen richting het centrum. De twee scenario’s voor autovrij zijn als één scenario onderzocht in het verkeersmodel. Tabel 3.2 toont de resultaten. Tabel 3.2 Modal split voor het gebied ten oosten van het station
Referentiesituatie Plansituatie Autovrij en autoluw
Auto 72% 62% 59%
OV 14% 11% 11%
Blad 21 van 44
Fiets 14% 27% 30%
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
De autovrije scenario’s laten een lichte verschuiving van autoverkeer naar fiets zien (3%). Dit suggereert dat de maatregelen om betaald parkeren in te voeren en de omgeving autoluwer te maken een positieve impact hebben op de modal split, waarbij de fiets als aantrekkelijk alternatief wordt gezien. Zonder verdere aanscherping van het parkeerbeleid wordt de gewenste 40% voor OV en fiets niet gehaald.
Figuur 3.3 Beoogde inrichting van mobiliteit binnen De Stationstuinen
Blad 22 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Parkeerregulering De Stationstuinen Parkeerregulering is voor de gemeente een belangrijk middel om te sturen op autobezit en gebruik. Hiermee kan de gemeente het aandeel fiets en OV verhogen. In het onderzoek in het MER is al aangetoond dat met lagere parkeernormen en meer parkeren op afstand het aandeel net boven de 40% kan stijgen. Om dit mogelijk te maken is verdere uitwerking van het parkeerbeleid nodig. Parkeernormen voor wonen en voorzieningen Door Goudappel2 is een analyse gemaakt van mobiliteit in Barendrecht en de mogelijkheden voor parkeerregulering binnen De Stationstuinen. Het onderzoek is erop gericht te bepalen wat mogelijk is om autogebruik te verminderen en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Tabel 3.3 toont de parkeernormeringen voor woningen. De mogelijkheden om te sturen via lagere parkeernormen verschillen per woningtype. Ten opzichte van het Ontwikkelkader is slechts beperkte winst (lagere parkeernormen) mogelijk. Tabel 3.3 Parkeernormering per woningtype zoals opgenomen in het Ontwikkelkader, de marktconforme parkeernormen wat mogelijk geacht wordt voor sturend beleid
Voor niet-woonfuncties is het mogelijk om autogebruik te verminderen door voorzieningen meer te richten op de buurt. Uit onderzoek blijkt dat bij buurtgerichte voorzieningen het aandeel auto af kan nemen van ongeveer 25% naar 10%. Tabel 3.4 toont de parkeernormen voor nietwoonfuncties. De tabel laat zien dat voor deze functies veel mogelijkheden zijn om lagere parkeernormen toe te passen, als ingezet wordt op buurtverzorgende functies.
2
Stationstuinen Barendrecht – Deelrapportage Parkeren. Goudappel Coffeng, september 2023
Blad 23 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Tabel 3.4 Parkeernormen per functie zoals opgenomen in het ontwikkelkader, de marktconforme normen en de mogelijkheden bij sturend beleid
Verdere inzet op fiets en OV: auto naar de rand Met de inzet op lagere parkeernormen voor buurtverzorgende voorzieningen kan een lichte winst behaald worden voor het aandeel langzaam verkeer. Deze maatregel beperkt vooral het autoverkeer van buiten de wijk (bezoekers). Om binnen De Stationstuinen fiets en OV meer te stimuleren, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer, is het van belang om de auto een minder centrale plaats te geven. De auto minder centraal in het gebied, kan bereikt worden door de ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen meer langs de randen te positioneren. Figuur 3.4 toont een inrichting van de wegenstructuur met de ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen langs de randen van het gebied. De figuur laat zien dat het nog steeds mogelijk is om vrijwel alle woningen binnen 200 meter van een hub te hebben. De blokken waar parkeren onder de woningen mogelijk is, zijn in deze opzet meer langs de randen gepositioneerd. Vanwege de directe nabijheid van het station is het voor woningen aan de westkant ook mogelijk om lagere parkeernormen toe te passen. Effecten op overige aspecten Naast dat een afname van autogebruik positieve effecten heeft voor het milieu (afname luchtverontreiniging en geluidbelasting), zorgt deze opzet ook voor minder hinder door wegverkeer. Aan de randen vormen deze wegen ook een buffer tussen de woningen en de bedrijven.
Hier kan dit leiden tot lichte toename van geluid, maar dat weegt niet op tegen de winst die behaald kan worden in de centraal gelegen delen en aan de westkant. De weg die in figuur 3.3 door het gebied loopt, ligt binnen de beoogde groen-blauwe structuur. Verplaatsing van deze weg naar de rand van het gebied creëert meer ruimte voor bijvoorbeeld groen en water (positief voor ambitie Groen en bewust) of voor sport- en speelvoorzieningen.
Blad 24 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Figuur 3.4 Mogelijke herinrichting van de wegenstructuur met parkeervoorzieningen langs de randen van het gebied
Conclusie Met de beoogde inrichting van de wegenstructuur en het parkeerbeleid is de verwachting dat de ambitie voor 40% fiets en OV-gebruik niet gehaald wordt. Verdere aanscherping van parkeernormen voor niet-woonfuncties en herinrichting van de wegenstructuur met wegen en parkeervoorzieningen langs de randen kan dit aandeel doen stijgen. De nieuwe inrichting van de wegenstructuur heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan voor fase 1. De herinrichting is voorzien in fase 2, bij dit ruimtelijk besluit dient de inrichting definitief vastgelegd te worden (spelregel).
Blad 25 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
3.3.2
Sport- en speelvoorzieningen De integratie van adequate sport- en speelvoorzieningen in stedelijke gebieden draagt bij aan de levenskwaliteit van bewoners en bevordert een gezonde en actieve levensstijl. Beschikbaarheid en bereikbaarheid van deze voorzieningen is daarom van belang voor de ambitie Gezond bereikbaar. Om dit in beeld te brengen is gebruik gemaakt van een GIS-analyse om de optimale locaties voor deze voorzieningen te bepalen op basis van het stedenbouwkundig plan en de afstand tot woningen. Als criterium is er gekozen om binnen 300 meter hemelsbreed vanaf elke woning toegang te hebben tot een speelvoorziening. Het vraagstuk dat daarop volgt is: moeten er één of twee worden geïmplementeerd? Om te beoordelen of één enkele sport- en speelvoorziening voldoende is om het 300 meter criterium te voldoen is er een afstandsanalyses uitgevoerd. Hiervoor zijn de afstanden gemeten tussen de beoogde voorziening en alle woningen binnen De Stationstuinen. De analyse toont aan dat wanneer slechts één centrale sport- en speelvoorziening wordt gerealiseerd, een aanzienlijk aantal woningen buiten de 300-meterzone valt (zie figuur 3.5). De noord- en zuidkant van het plangebied ligt op meer dan 300 meter lopen van dit centrale punt.
Figuur 3.5 Bufferzone van 300 meter rond één centrale sport- en speelvoorziening in De Stationstuinen
Wanneer gekozen wordt voor twee (kleinere) locaties binnen De Stationstuinen liggen alle woningen binnen 300 meter van één of meerdere sport- en speelvoorzieningen. Door deze aanpak zou de gemeente in staat zijn om alle woningen binnen een afstand van maximaal 300 meter van
Blad 26 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
ten minste één van de voorzieningen te plaatsen (zie figuur 3.6). Met twee of meer verspreid gelegen sport- en speelvoorzieningen kan het criterium voor dit aspect gehaald worden.
Figuur 3.6 Bufferzone van 300 meter bij twee verspreid gelegen sport- en speelvoorzieningen
De analyse laat zien dat er meer (decentrale) sport- en speelvoorzieningen nodig zijn om de gewenste maximale afstand van 300 meter te halen. Dat vraagt om ruimte voor deze voorzieningen binnen de ontwikkelvelden. In de eerste stedenbouwkundige uitwerking is dit meegenomen. Dit is verder beschreven in paragraaf 4.4.
3.4
Milieuaspecten binnen MER De Stationstuinen Inventarisatie van bedrijven in en rond De Stationstuinen Bedrijven spelen een belangrijke rol voor de milieukwaliteit binnen De Stationstuinen. In de huidige situatie is het plangebied en de omgeving in gebruik als bedrijventerrein. In het MER is allereerst de planologisch toegestane milieucategorie in beeld gebracht. De aanwezige bedrijven zijn vervolgens geïnventariseerd aan de hand van de milieucategorie. Hierbij is gekeken naar de vergunde milieucategorie3. Deze informatie is aangeleverd door DCMR. In figuur 3.7 zijn de bedrijven op kaart gezet. Uitgangspunt voor MER is altijd geweest om -vanwege niet vaststaande fasering en doorlooptijd- niet voor de complete omgeving alle bedrijven met toekomstplannen in detail te onderzoeken. Concrete spelregel in het MER is om dat bij de ruimtelijke besluiten te doen. De daadwerkelijke activiteiten kunnen afwijken van de vergunde situatie. Om dit in beeld te brengen is onderzoek per bedrijf noodzakelijk, dat is in deze fase van de ontwikkeling niet doelmatig. 3
Blad 27 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Op basis van de milieucategorie zijn de milieucontouren bepaald. In het MER is geïnventariseerd welke milieucontouren van bedrijven in de omgeving van het plangebied de ontwikkellocaties raken. Het MER gaat er in eerste instantie vanuit dat bedrijven binnen het plangebied verdwenen of verplaatst zijn. Er blijven dan alleen geluid- en geurcontouren aan de randen van De Stationstuinen als relevante hinderaspecten bestaan. Deze aspecten zijn verder onderzocht.
Figuur 3.7 Bedrijfspercelen en de bijbehorende vergunde milieucategorie
Geluidonderzoek MER De Stationstuinen Bedrijvenlawaai
Blad 28 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Voor het onderzoek naar de geluidbelasting door omliggende bedrijven zijn geen specifieke geluidmodellen per bedrijf gemaakt of gebruikt. Voor het in beeld brengen van de geluidbelasting is gebruik gemaakt van kengetallen per milieucategorie. De geluidemissies zijn hiervoor als vlakbron gemodelleerd. Het onderzoek naar bedrijvenlawaai in het MER is bedoeld om een eerste inzicht te krijgen in de geluidbelasting door bedrijven. Dit is gedaan door de randen van de ontwikkelvelden te onderzoeken. Tabel 3.5 toont de hoogste geluidbelasting door bedrijvenlawaai per ontwikkelveld. Tabel 3.5 Hoogste geluidbelasting door bedrijvenlawaai per ontwikkelveld Ontwikkelveld 1 2 3 4 5 6 7 8
Hoogste geluidbelasting 53 52 64 46 53 64 64 60
Hoogte [m] 19,5 m 19,5 m 1,5 m 16,5 m 4,5 m 1,5 m 4,5 m 1,5 m
Zijde Noordoost Noordoost Noordoost Oost Zuid Oost Noord Oost
In vervolgfasen van de ontwikkeling wordt bij ruimtelijke besluiten de invulling per ontwikkelveld nader uitgewerkt. Bij deze besluiten wordt akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarbij het onderzoek op twee punten specifieker wordt gemaakt: 1. Onderzoek vindt plaats op basis van het stedenbouwkundig model (geluidbelasting op de gevels) 2. Onderzoek vindt plaats op basis van specifieke bedrijfsmodellen. Bij de ruimtelijke besluiten vindt een nieuwe inventarisatie (actualisatie) van aanwezige bedrijven en relevante milieucontouren plaats. Voor bedrijven waarvan de geluidcontouren de geluidgevoelige objecten raken, worden specifieke geluidmodellen gebruikt of gemaakt. Dit is als spelregel opgenomen in het MER. Rekenhoogte In het geluidonderzoek bij het MER is tot 19,5 meter hoogte gerekend. Op grotere hoogte worden geen hogere geluidbelastingen verwacht. De ontwikkeling van De Stationstuinen sluit bouwhoogten van meer dan 30 meter niet uit. Voor ruimtelijke besluiten die meer dan zeven lagen mogelijk maken geldt de verplichting om bij het akoestisch onderzoek aanvullende rekenpunten op alle relevante hoogtes op te nemen (aanvullende spelregel). Geurhinder binnen het MER Het MER beoordeelt het effect van geurhinder als licht positief, omdat het bedrijf met de grote geurcontour (Renes) uiteindelijk uit het gebied zal verdwijnen.
Echter, tijdens de eerste fase van ontwikkeling zal dit bedrijf nog aanwezig zijn, wat kan leiden tot verslechtering van geurhinder, vooral bij de realisatie van woningen en andere geurgevoelige bestemmingen dichtbij het bedrijf. Onderzoek naar geurhinder is alleen aan de orde als woningbouwontwikkeling plaatsvindt binnen de geurcontour. Dat geldt niet voor de eindsituatie, het bedrijf is dan weg. Voor fase 1 is dit eveneens niet aan de orde, dit plan ligt buiten de geurcontouren van omliggende bedrijven.
Blad 29 van 44
Aanvulling MER De Stationstuinen Aanvulling n.a.v. advies Commissie m.e.r. projectnummer 0471174.100 12 september 2023 revisie 02 Gemeente Barendrecht
Geurhinderonderzoek is alleen aan de orde als in een latere fase woningen ontwikkeld worden ten zuiden van fase 1 én het bedrijf nog aanwezig is. Hiervoor is de spelregel opgenomen. Geurhinderonderzoek moet uitgevoerd worden door de initiatiefnemer van het betreffende plan. De uitkomsten van het onderzoek moeten getoetst worden aan het provinciale geurbeleid4. Dat betekent dat de geurnormen moeten voldoen aan: maximaal 0,5 ouE/m³ als 98p en 2,5 ouE/m³ als 99,99p. Dit wordt als aanvulling op de spelregel opgenomen.
3.5
Aanvulling voor het MER Beoordeling van de ambitie De beoordeling van deze ambitie laat zien dat er voor de parkeerregulering en inrichting van de wegenstructuur nog optimalisaties mogelijk zijn. Beoogde parkeerregulering en inrichting Aspect Aandeel fiets en OV
Parkeerbeleid Sport- en speelvoorzieningen
Beoordeling 0/0/+
0/+
Toelichting Het aandeel fiets en OV ligt net onder de 40%. Verdere inzet op autoluwe gebieden en strikter parkeerbeleid kan het aandeel boven de 40% brengen. Met het parkeerbeleid voor De Stationstuinen scherpt de gemeente het bestaande parkeerbeleid aan om duurzame mobiliteit te stimuleren. De openbare groenstructuur laat voldoende ruimte voor sporten speelvoorzieningen. Met spreiding van meerdere voorzieningen kunnen alle woningen binnen 300 meter van één of meerdere voorzieningen gelegen.
Mogelijke optimalisatie Aspect Aandeel fiets en OV
Beoordeling 0/+
Parkeerbeleid Sport- en speelvoorzieningen
+ +
Toelichting Het aandeel fiets en OV ligt net onder de 40%. Verdere inzet op autoluwe gebieden en strikter parkeerbeleid kan het aandeel boven de 40% brengen. Met de optimalisatie kan de parkeernorm voor nietwoonfuncties verlaagd worden. De herinrichting positioneert parkeervoorzieningen meer langs de randen van het gebied De herinrichting van het gebied creëert meer ruimte voor sporten speelvoorzieningen, de weg vormt geen barrière tussen woningen en deze voorzieningen.