B30 Quickscan Ecologie
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
1
0470766.100 28-09-2022 W. Klok Antea Group C. Schellingen Antea Group Barendrecht - MER De Stationstuinen 0470766.100 Memo Ecologie MER
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de ontwikkeling van De Stationstuinen in Barendrecht heeft de gemeente een gebiedsvisie opgesteld. De Stationstuinen moet ruimte bieden aan een gemengd gebied voor wonen en werken. Deze visie moet nu vertaald worden naar meerdere bestemmingsplannen, waarmee de ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt wordt. Om de milieugevolgen van de ontwikkeling (in samenhang) te onderzoeken wordt de m.e.r.-procedure doorlopen en een MER opgesteld. In het MER worden de mogelijke effecten op de leefomgeving beschreven en beoordeeld. Een van de aspecten van het MER betreft Ecologie. Het MER onderzoekt de mogelijke effecten van de ontwikkeling van De Stationstuinen op aanwezige ecologische waarden (natuurgebieden en biodiversiteit). Het MER kijkt ook naar kansen om met de ontwikkeling de ecologische waarden van het gebied te versterken. Deze memo bevat de inventarisatie van natuurwaarden binnen De Stationstuinen.
1.2 Huidige situatie Het plangebied ligt ten oosten van het treinstation van Barendrecht rondom de Spoorlaan in het oostelijk deel van Barendrecht, in de provincie Zuid-Holland. Het betreft een bedrijventerrein met meerdere logistiekcentra, open grasvelden en watergangen. Daarnaast lopen door het plangebied wegen en fietspaden. In de Bijlage zijn foto’s toegevoegd als impressie van het plangebied.
blad 1 van 16
1.3 Doel Doel van de voorliggende memo is globaal in beeld brengen welke (beschermde) natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn, zodat duidelijk is met welke natuurwaarden binnen het project rekening mee moet worden gehouden. Daarnaast is het doel van deze memo om inzicht te krijgen in de ecologische samenhang en de biodiversiteit binnen het plangebied en welke kansen er liggen om deze waarden te versterken.
1.4 Beschermde en Rode-lijst soorten Bureaustudie Voor dit onderzoek is een inventarisatie gedaan naar bestaande verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De beschermde soorten zijn alle soorten die staan op de lijst van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betreft ook soorten die door de provincie Zuid-Holland zijn vrijgesteld van de Wnb-ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is gekeken naar de aanwezigheid van Rode-Lijst soorten in het plangebied. Voor de bureaustudie zijn de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd (raadpleging Januari 2022). Hierbij zijn gegevens van de afgelopen 5 jaar in (de omgeving van) het plangebied geraadpleegd. Als zoekgebied is een afstand van 2,5 kilometer tot het plangebied gehanteerd. Daarnaast is er binnen het plangebied in het verleden een natuuronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van grote modderkruiper en platte schijfhoren: 1.
NATUURONDERZOEK STATIONSTUINEN BARENDRECHT Grote modderkruiper & platte schijfhoren (Ecologisch, 2021).
Het onderzoek is verricht om inzicht te krijgen of de watergangen leefgebied vormen voor de grote modderkruiper en platte schijfhoren. In Figuur 2.1 is de ligging van de onderzochte watergangen binnen het totale plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood) met de onderzochte watergangen (blauwe lijnen).
Ten aanzien van vogels zijn in de bureaustudie alleen soorten met een jaarrond beschermd nest en Rode-Lijstsoorten meegenomen. Voor algemene broedvogels geldt de algemene verbodsbepaling dat nesten niet mogen worden verstoord of vernietigd als het nest in gebruik is. Indien de verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort, geldt dit als een overtreding op de Wet natuurbescherming. Regels en voorwaarden, voor het voorkomen van negatieve effecten op algemene broedvogels, worden vastgelegd tijdens de vergunningverlening.
blad 2 van 16
Oriënterend veldonderzoek Ten behoeve van het ecologisch onderzoek heeft een oriënterend veldbezoek plaats gevonden. Dit veldonderzoek is uitgevoerd op 19 januari 2022 door een deskundig ecoloog van Antea Group. Hierbij is het gebied te voet belopen met een verrekijker. Op basis van de bureaustudie en het oriënterend onderzoek zijn de potentiële leefgebieden van beschermde soorten in het plangebied in kaart gebracht.
blad 3 van 16
2
Beschermde soorten In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de resultaten van de bureaustudie en het oriënterend veldonderzoek naar beschermde soorten.
2.1 Bureaustudie In het bureauonderzoek is specifiek gekeken naar soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5), ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10) en Rode-lijstsoorten. Bij vogels is met name speciale aandacht geschonken aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied (kunnen) hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn). Deze moeten worden getoetst op voorkomen en op het (mogelijke) projecteffect. Treden effecten op of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. In Tabel 1 zijn de resultaten uit de bureaustudie weergegeven. Per soortgroep is aangegeven welke beschermde soorten zijn waargenomen binnen een straal van tweeënhalve kilometer nabij het plangebied. De overzichten geven een indicatie van soorten die in het gebied zijn waargenomen. In het gebied kunnen ook andere soorten voorkomen als er geen waarnemingen van zijn ingevoerd. Tabel 1: Overzicht beschermde soorten (Artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb) binnen het plangebied. Soortgroep Vaatplanten
Soort
Categorie Wnb
RodeLijst
Bron
Buizerd
Artikel 3.1
NDFF
Gierzwaluw
Artikel 3.1
NDFF
Artikel 3.1
X
NDFF
Ransuil
Artikel 3.1
X
NDFF
Gewone dwergvleermuis
Artikel 3.5
Vleermuizen Laatvlieger
Artikel 3.5
X
Broedt in bomen
X
Kieren en gaten onder daken Broedt in holten en kieren in gebouwen en rust en foerageert in dichte struwelen Boom broedend in agrarisch en bosgebied
X
NDFF en voorgaande studies.
Gebouw bewonend
NDFF en bronnen.
Gebouw bewonend
Artikel 3.5
NDFF en voorgaande studies.
Gebouw- en boom bewonend
Steenmarter
Artikel 3.10
NDFF
Parklandschap
Konijn
Wezel Reptielen
Geen waarnemingen
Amfibieën
Geen waarnemingen
Vissen
Grote modderkruiper
Artikel 3.10 / vrijgesteld in Zuid-Holland Artikel 3.10 / vrijgesteld in Zuid-Holland Artikel 3.10 / vrijgesteld in Zuid-Holland
Artikel 3.10
X
X
X
NDFF en voorgaande studies. NDFF en voorgaande studies. NDFF
NDFF
X
X
Ruige dwergvleermuis
Haas
blad 4 van 16
In het plangebied?
Geen waarnemingen
Vogels met een jaarrond beschermd Huismus nest*
Landzoogdieren
Biotoop
Grasland / weide Bosranden / open landschap Bermen / bosranden
X X
X
Soortgroep
Categorie Wnb
Soort
Insecten Dagvlinders
Grote vos
Insecten Libellen
Geen waarnemingen
Overige Platte schijfhoren soortgroepen
RodeLijst
Bron
Artikel 3.10
NDFF
Artikel 3.5
NDFF
Biotoop
In het plangebied?
Naast beschermde soorten zijn in een straal van 2,5 km ook waarnemingen bekend van Rode-lijstsoorten. Deze soorten zijn in Tabel 2 weergegeven. Daarbij geeft de tabel weer of de soorten in het plangebied zijn waargenomen. Tabel 2: Overzicht waarnemingen Rode-Lijst-soorten in het plangebied. Legenda bron: NDFF = Nationale Database Flora en Fauna. Soortgroep
Soort Graspieper
NDFF
Grote karekiet
NDFF
Huiszwaluw
NDFF
Koekoek
NDFF
Kramsvogel
NDFF
Oeverloper
NDFF
Ringmus
Tureluur
NDFF Waargenomen tijdens het terreinbezoek Waargenomen tijdens het terreinbezoek. NDFF
Veldleeuwerik
NDFF
Visdief
Zeearend
NDFF Waargenomen tijdens het terreinbezoek. NDFF
Zwarte stern
NDFF
Korenbloem
NDFF Waargenomen tijdens het terreinbezoek. NDFF
Slobeend Vogels Torenvalk
Watersnip
Vaatplanten Zoogdieren
Reptielen Amfibieën Vissen Insecten Dagvlinders
Europese haas Konijn Geen waarnemingen Geen waarnemingen Rode modderkruiper Bruin blauwtje
In het plangebied?
X
X
X
X X
NDFF NDFF NDFF NDFF
Oranje zandoogje
NDFF
geen waarnemingen
NDFF
Overige geen soortgroepen waarnemingen
NDFF
Insecten Libellen
blad 5 van 16
Bron
X
2.2 Oriënterend veldonderzoek Bij het oriënterend veldonderzoek is naar voren gekomen dat binnen het plangebied geschikt biotoop voor beschermde en Rode-lijstsoorten aanwezig is. De aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied is hierdoor niet uitgesloten. Vogels Tijdens het terreinbezoek zijn meerdere locaties waargenomen die interessant zijn voor (broedende) vogels, zie Figuur 2.1. Hieronder is per locatie toelichting gegeven welke soorten verwacht kunnen worden. Watergangen: In de watergangen kan gebroed worden door watervogels zoals eenden, meerkoeten en ganzen. Er zijn genoeg schuilmogelijkheden doordat de oevers dichtgegroeid zijn met riet en lisdodde. Woning: Tijdens het terreinbezoek is binnen het plangebied een kolonie huismussen waargenomen. De kolonie maakt gebruik van de tuin en omliggende haag bestaande uit Hedera. De woning was daarnaast ook geschikt voor de huismus om onder de dakpannen te broeden. De aanliggende tuinen bieden leefgebied voor andere soorten vogels, waaronder: mezen, merels en duiven. Open grasvelden (met aanliggende watergangen): Op de grasvelden kunnen soorten als kievit, schoolekster en graspieper broeden. Tijdens het terreinbezoek zijn op de grasvelden soorten als torenvalk (Rode-lijst), nijlganzen en kauwen waargenomen.
Wilgenbosje met riet: Op het grasveld tegenover het station ligt een nat terrein begroeid met wilgen en riet. Tijdens het terreinbezoek zijn hier soorten als watersnip (Rode-lijst) en bokje waargenomen. Ook soorten als eenden, ganzen, meerkoeten en kleinere zangvogels kunnen broeden binnen dit gebied. Nesten: Tijdens het terreinbezoek zijn in meerdere bomen binnen het plangebied nesten waargenomen. Het betrof voornamelijk nesten van onder andere ekster, kraaien, duiven en merels. Figuur 2.1 geeft leefgebieden van vogels in het plangebied weer.
blad 6 van 16
Figuur 2.1: Vogelgebieden binnen het plangebied. Bron: NDFF
Vleermuizen Uit NDFF komen waarnemingen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger naar voren. Tijdens het oriënterende bezoek zijn er locaties waargenomen waar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, waaronder: het logistiekcentrum, het gebouw van Hoek en Blok Accountants Belastingadviseurs Juristen en de kantoorpanden ten noorden en zuiden van het plangebied, zie Figuur 2.2. Het betreft gebouwen met stootvoegen, gaten en scheuren in de muren. Daarnaast kunnen de bomenrijen in het plangebied dienen als vliegroute voor de vleermuizen binnen het plangebied. Overige zoogdieren Uit de bureaustudie komen enkele zoogdieren naar voren die beschermd zijn of op de Rode-lijst staan (Figuur 2.2). Het betreft soorten als konijn, haas, wezel en steenmarter. De haas is ook tijdens het terreinbezoek waargenomen binnen het plangebied. De grasvelden en wilgenbosje met riet binnen het gebied kunnen dienen als essentieel leefgebied voor deze soorten. Daarnaast dienen de groenstroken met bomenrijen mogelijk als corridors en dekking voor deze soorten.
blad 7 van 16
Figuur 2.2: Waarnemingen van beschermde- en Rode-Lijst (zoogdieren) in het plangebied. Bron: NDFF.
Reptielen Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielen nabij het plangebied. Daarbij voldoet het sterk versteende en verstoorde gebied niet aan de biotoopeisen van reptielen. Deze worden dan ook niet binnen het plangebied verwacht. Amfibieën Er zijn geen waarnemingen bekend nabij het plangebied van amfibieën die vallen onder de Wnb of opgenomen zijn op de Rode-lijst. Echter kunnen algemene soorten als bruine en bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander wel worden verwacht binnen het plangebied. Met name de sloten en het wilgenbosje met riet zijn geschikt voor amfibieën. Vissen Uit de bureaustudie komen waarnemingen van de grote modderkruiper in de nabijheid van het plangebied naar voren. De soort heeft een voorkeur voor verlandende wateren in laag dynamische overstromingsvlakten en moerasgebieden. Uit naderonderzoek uitgevoerd door Adviesbureau Ecologisch in 2021 is gebleken dat de centrale watergangen binnen het plangebied geen onderdeel uitmaken van het leefgebied van grote modderkruiper. Daarnaast voldoen de watergangen binnen het plangebied niet aan de biotoopeisen van deze soort. Hierdoor kan de soort worden uitgesloten van het plangebied. Insecten - Dagvlinders De grote vos valt onder Artikel 3.10 van de Habitatrichtlijn. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen.
Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Met name vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen vormen geschikte biotopen. Vooral iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten dienen als waardplant voor de grote vos (De vlinderstichting, 2021). De grote vos kan worden uitgesloten doordat het plangebied niet voldoet aan de biotoopeisen van deze soort. Bruin blauwtje is opgenomen op de Rode-lijst en komt met name voor in graslanden in de duinen, op dijken en rivierduintjes, in wegbermen en op opgespoten en ruderale terreinen. De waardplanten van deze soort zijn diverse soorten ooievaarsbek, met name kleine ooievaarsbek en gewone reigersbek. Op basis van waarnemingen en de ingevoerde waarnemingen in NDFF en de afwezigheid van geschikte volwassen waardplanten, kan het voorkomen van bruin blauwtje binnen het plangebied worden uitgesloten.
blad 8 van 16
Ook het oranje zandoogje is opgenomen op de Rode-lijst. De soort vliegt vooral bij ruige, kruidenrijke plaatsen in de halfschaduw, vaak in de buurt van struiken, struweel of bos. Voorbeelden zijn ruige graslanden in een bosrijke omgeving, bosranden, bosweiden, met bos begroeide heide, braakliggende terreinen en wegbermen. De waardplanten voor deze soort zijn met name grassoorten. Waaronder: kropaar, rood zwenkgras, gewoon struisgras, grote vossenstaart en kweek. Het plangebied kan mogelijk geschikt habitat bieden voor deze soort. Planten Voorheen is de korenbloem waargenomen binnen het plangebied. De korenbloem is opgenomen op de Nederlandse Rode-lijst. Er is echter maar één waarneming van soort bekend in het plangebied. Deze bevindt zich in de berm aan de open grasland tegen het treinstation aan. Tijdens het oriënterend veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde planten of planten behorend tot de Rode-lijst. Het gebied biedt weinig geschikte standplaatsen voor dergelijke plantensoorten aangezien het grotendeels verhard is en de groenstroken, graslanden en oeverzones intensief beheerd worden. Overige soorten Er zijn waarnemingen gedaan van platte schijfhoren op 2,5 km nabij het plangebied. Uit nader onderzoek uitgevoerd door Adviesbureau Ecologisch in 2021 is gebleken dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van platte schijfhoren.
blad 9 van 16
3
Advies
3.1 Vervolgstappen bij uitvoering van projecten De ontwikkeling van De Stationstuinen wordt verder uitgewerkt in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Bij deze plannen dient een officiële natuurtoets opgesteld te worden. In dit advies is aangegeven welke soorten of leefgebieden van soorten mogelijk aanwezig zijn en hoe daar mee omgegaan dient te worden. Vogels In de woning aan de Meeldijk 56-58 worden jaarrond beschermde nesten van huismussen verwacht. Bij deze woningen zijn echter geen ontwikkelingen voorzien. Het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Voor algemene broedvogels geldt geen ontheffingsplicht, voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Er zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming indien ten minste één van de volgende maatregelen genomen worden: 1) De werkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd (voorkeursmaatregel). 2) Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient het plangebied kort voor aanvang van de werkzaamheden door een deskundig ecoloog gecontroleerd te worden op actuele broedgevallen.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden worden soort specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is. Zoogdieren Er zijn meerdere gebouwen in het plangebied met mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen. Indien deze gebouwen gesloopt of gerenoveerd worden, is het te allen tijde raadzaam om nader ecologisch onderzoek te verrichten naar het voorkomen van desbetreffende soorten. Indien verblijfplaatsen aanwezig zijn, zijn maatregelen te nemen om de gunstige staat van instandhouding van vleermuissoorten te garanderen. Daarnaast dient er ontheffing aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag wanneer negatieve effecten op mogelijke verblijfplaatsen dreigen plaats te vinden. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het leefgebied van steenmarter. Met name het oude logistiekcentrum ten midden van het plangebied kan gebruikt worden als verblijfplaats. In de gevels zijn meerdere ingangen (holen en kieren) aanwezig waardoor een steenmarter het gebouw kan betreden. Daarnaast is er in de directe omgeving genoeg foerageergebied (grasvelden en het wilgenbosje) aanwezig.
Bij het aantasten van deze gebieden wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar het gebruik van het gebouw en graslanden door de steenmarter. Andere soorten Ook als er andere soorten aangetroffen worden waarvoor ontheffing noodzakelijk is, dienen er bewezen effectieve mitigerende maatregelen genomen te worden zodat de gunstige staat van instandhouding geborgd is, naast het feit dat gemotiveerd wordt dat er geen alternatieven zijn en dat er sprake is van een wettelijk belang.
3.2 Aanbevelingen natuur inclusief Het plangebied heeft potentie voor een natuurinclusieve inrichting. Zo zijn er in het gebied meerdere deelgebieden die kunnen dienen als ‘biodiversiteitshotspots’. Figuur 3.1 geeft de locatie van dergelijk biodiversiteitshotspots binnen het plangebied weer. Het betreft de gebieden: 1. Watergangen met rietkragen. 2. Groenzones en perken met bomen. 3. Woningen met aanliggende tuinen. 4. Het wilgenbosje met omliggende rietkragen. 5. Watergang ten noorden van het plangebied met aanliggend een groenstrook met bomen.
blad 10 van 16
Figuur 3.1: Al aanwezige 'biodiversiteithotspots' die kunnen worden verbonden met een groen netwerk (groene lijnen).
In Figuur 3.2 is te zien hoe deze ‘diodiversiteitshotspots’ binnen het plangebied worden verbonden met geplande groene verbindingsstroken (Gemeente Barendrecht, 2020). Deze groene verbindingsstroken zullen bestaan uit te realiseren groenstroken en bestaande groenstroken. Zo kan het aanleggen van takkenhopen en dichte struiken in de al bestaande- en nieuwe groenstroken er voor zorgen dat er schuilmogelijkheden aanwezig zijn voor kleine marterachtigen, amfibieën, konijnen, hazen, etc. Door dit te realiseren, vindt er een mogelijke verbinding plaats voor dergelijke soorten, met het buitengebied en de groenstructuren binnen het plangebied. Daarnaast kan er door vogels worden gebroed in deze groenstroken, mits er genoeg beschutting en niet te veel verstoring is.
blad 11 van 16
Figuur 3.2: Groenstructuur van de Gebiedsvisie De Stationstuinen Barendrecht, Bron: gemeente Barendrecht.
Gebouwen Bij het realiseren van nieuwbouw kunnen nestkasten of speciale dakpannen voor gierzwaluwen, huiszwaluwen en huismussen en vleermuiskasten worden aangebracht. Figuur 3.3 toont voorbeelden van gierzwaluw- en vleermuiskasten. Ook kan er tijdens de ontwerpfase rekening worden gehouden met het implementeren van groene gevels en daken op de appartement complexen. In het ontwerp van de groene gevels en daken kan gebruik gemaakt worden van planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders. Groene daken dragen ook bij aan het tegengaan van hittestress en de verbetering van de luchtkwaliteit.
Figuur 3.3: Nestkasten voor gierzwaluwen (links) en inbouwkasten voor vleermuizen (rechts). (bron: Vivara)
Groen (bomen, park, grasland, ruigte) Bij de inrichting van de openbare ruimte is het aan te bevelen rekening te houden met groenstroken met struwelen en bomen. Zo kunnen bomenrijen door vleermuizen worden gebruikt als vliegroutes waarmee ze van hun verblijfplaats naar jachtterrein vliegen. Door grasvelden en bermen natuurvriendelijk te beheren en te verbinden met omliggende groene gebieden kan er een ‘’groen netwerk’’ gerealiseerd worden. Zo kan de korenbloem standplaats vinden in kruidenrijke bermen en
blad 12 van 16
kunnen struwelen en bomen in toekomstige plannen voor broedgelegenheid voor vogels zorgen. Het verbinden van groenstroken kan leiden tot het ontstaan van ‘wild’ corridors waardoor biodiversiteitshotspots worden verbonden met elkaar en met groenzones buiten het plangebied. De haas, konijn en wezel staan op de Nederlands Rode-lijst als gevoelig. Er wordt om deze reden geadviseerd om tijdens het realiseren van nieuwe plannen rekening te houden met de aanwezigheid van deze soorten in de omgeving en bij de herinrichting van het plangebied rekening te houden met de biotoopeisen van deze soorten. Met name het behouden van graslanden en bermen waar deze soorten voornamelijk gebruik van maken en het natuurlijk beheren ervan, kan ervoor zorgen dat de soort niet verdwijnt. Inzaaien De aanplant of inzaai van met name inheemse bloemdragende plantensoorten kan zorgen voor een hogere biodiversiteit in en rond het plangebied, doordat deze insecten aantrekken, gevolgd door insectetende zoogdieren (bijvoorbeeld egels) en vogels (bijvoorbeeld mezen en lijsters). Ook kan het inzaaien van de graslanden en bermen binnen het plangebied leefgebied creëren voor insecten zoals het oranje zandoogje en bruin blauwtje. Wilgenbosje Er wordt geadviseerd om het wilgenbosje in het grasland intact te laten tijdens de realisatie van toekomstige plannen.
Het terrein biedt mogelijkheid als een groene ‘oase’ waar soorten als watersnippen, bokjes, torenvalken en rietvogels kunnen leven. Indien mogelijk, wordt het zelfs geadviseerd dit bosje uit te bereiden zodat het robuuster wordt. Watergangen Het plangebied biedt de mogelijkheid om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Zo zijn er meerdere watergangen en plassen waarbij de oevers dicht begroeid zijn met rietkragen. Daarnaast wordt er een nieuwe watergang (noord-zuidverbinding) als te zien in Figuur 3.4, aangelegd. Met natuurvriendelijk oeverbeheer kunnen bestaande en toekomstige oevers worden omgevormd tot oevers met een rijkheid aan biodiversiteit. Een natuurvriendelijke oever ligt tussen de cultuurlijke en natuurlijke oever in. De natuurvriendelijke oever is een door de mens ingerichte oever waarbij ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie expliciet wordt gestimuleerd. Dit is een zeer brede definitie, die in de praktijk leidt tot een breed scala aan soorten natuurvriendelijke oevers (Stowa, 2009). De oeverzone is vanwege de invloeden van land en water een systeem met een hoge diversiteit aan flora en fauna. Zo bieden ze leefgebied aan vele planten en dieren, waaronder insecten, vissen en vogels.
blad 13 van 16
Figuur 3.4: Kaart met de geplande nieuwe watergang (rood omkaderd) binnen de stationstuinen, Bron: Gemeente Barendrecht.
De oevers binnen het plangebied kunnen tijdens het uitwerken van plannen worden heringericht. Zo zouden de kades van de huidige oevers verwijderd moeten worden waarna de oevers aflopen in de watergang. Ook kan de implementatie van natuurvriendelijk oeverbeheer bijdragen aan een verhoogde biodiversiteit binnen het plangebied. De oeverzone moet zoveel mogelijk worden ontzien bij de intensievere maaiwerkzaamheden van bermen. Zo krijgt de vegetatie een kans om zich te ontwikkelen. Om het riet vitaal te houden dient deze jaarlijks (in de winter) gemaaid en afgevoerd worden. Door jaarlijks één oever of baan bij het maaien over te slaan, kunnen ook andere oeversoorten de kans krijgen zich te ontwikkelen. Bij een lagere maaifrequentie zullen oeverplanten, zoals riet, de draszone gaan domineren .
blad 14 van 16
Bijlage 1 Impressie plangebied
Aanzicht op het plangebied vanaf het treinstation.
Oud logistiek centrum.
Watergang met rietkraag in het plangebied.
Watergang met rietkraag in het plangebied.
Wilgenbosje met riet binnen het plangebied.
Groenstrook met bomen (nest).
Groenstrook met konijnen.
Kantoorgebouwen oostzijde Terrein met containerruimtes. industrieterrein
blad 15 van 16
Woningen metcomplexen. huismussen. Appartement
Industriegebied.
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring
blad 16 van 16